Bijlage 7 - Rapportage archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Uiterweg 93 Aalsmeer (gemeente Aalsmeer) bureauonderzoek
Rapport 1482
Colofon titel:
Uiterweg 93, Aalsmeer gemeente Aalsmeer: bureauonderzoek
serie:
Bureau voor Archeologie Rapport 1482
auteurs(s):
C. de Jong (KNA prospector)
autorisatie
M.A. Huisman (Senior KNA archeoloog)
datum:
18 juli 2024
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T
030 245 1895
E I
info@bureauvoorarcheologie.nl https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Administratieve Gegevens. Kenmerk
Waarde
Projectnummer
2024050301
Provincie
Noord-Holland
Gemeente
Aalsmeer
Plaats
Aalsmeer
Toponiem
Uiterweg 93
Centrum locatie (m RD)
plandeel 1: 110.870; 475.230; plandeel 2: 110.890; 475.200 (x; y)
Omvang plangebied
plandeel 1: 160; plandeel 2: 170 m2
Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Aalsmeer, sectie: H, nummer(s): 4005, 4006, 4434
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5621913100 (ABU)
Soort onderzoek
bureauonderzoek
Opdrachtgever
KONINKLIJKE DE VRIES SCHEEPSBOUW
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
25D
(RO) kader onderzoek
Wijziging omgevingsplan
Bevoegde overheid
Gemeente Aalsmeer
Deskundige namens bevoegde overheid
NMF Erfgoedavies
Versie van het rapport
1
Beheer en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en Datastation Archeologie
3/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 1: Ligging van het plangebied (rode lijn; achtergrond: PDOK).
4/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor graafwerkzaamheden aan de Uiterweg 93 te Aalsmeer. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied worden ten behoeve van twee woonarken twee zonen ontgraven tot ongeveer 150 cm -mv. De ondergrond in het plangebied bestaat van onder naar boven uit dekzand, Basisveen, getijdenafzettingen en Hollandveen. De top van de getijdenafzettingen ligt tussen ongeveer 4 en 5 m -mv. Waarschijnlijk is het Hollandveen niet meer aanwezig/intact vanwege afgravingen in de 17e of 18e eeuw. In het plangebied is een 20e eeuws ophogingspakket aanwezig van minimaal 100 cm dik. Het dekzandlandschap en bovenliggende Basisveen kunnen archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met het Neolithicum bevatten. In de top van de getijdenafzettingen kunnen archeologische resten uit het Neolithicum aanwezig zijn. Het plangebied ligt op ongeveer 100 m afstand van de Uiterweg. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat het plangebied bebouwd/bewoond is geweest.
Nagenoeg het hele plangebied is in de 17e of 18e eeuw afgegraven, waarna het een periode ter hoogte van open water lag. Ongeveer halverwege de 20e eeuw komt het plangebied door ophoging weer droog te liggen. Mogelijk heeft in het noordelijke plandeel kort een kas gestaan. Doordat het veen waarschijnlijk niet meer intact is en de ingrepen niet dieper dan het veenpakket gaan, is de kans klein dat archeologische resten verstoord gaan worden. Bureau voor Archeologie adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Aalsmeer.
5/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Inhoudsopgave 1 2
3 4 5
Samenvatting........................................................................................................................ 5 Inleiding................................................................................................................................. 8 1.1 Doelstelling en vraagstelling......................................................................................8 Bureauonderzoek................................................................................................................ 9 2.1 Methode......................................................................................................................... 9 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik...........................................................10 2.3 Huidige situatie.......................................................................................................... 11 2.4 Aardwetenschappelijke gegevens..........................................................................11 2.5 Historische situatie....................................................................................................
12 2.6 Mogelijke verstoringen.............................................................................................14 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden.....................................................14 2.8 Gespecificeerde verwachting..................................................................................17 Conclusie............................................................................................................................ 19 Advies.................................................................................................................................. 21 Literatuur............................................................................................................................ 22 Figuren................................................................................................................................ 24
Lijst met Figuren 1: 2: 3: 4: 5:
6: 7: 8: 9: 10: 11: 12: 13: 14: 15:
Ligging van het plangebied (rode lijn; achtergrond: PDOK)................................... 4 Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister)................................................................ 24 Plangebied (zwarte lijn) en onderzoeksgebied (zwarte onderbroken lijn; PDOK)............................................................................................................................... 25 Archeologische beleidskaart gemeente Aalsmeer (Cultureel Erfgoed NoordHolland 2016).................................................................................................................. 26 Locaties woonarken en ontgravingen (verstrekt door opdrachtgever, kaart van mei 2024). De plannen zijn iets gewijzigd ten opzichte van deze kaart; het zuidelijke plandeel ligt vijf meter zuidelijker....................................................... 27 Geomorfologische kaart uit 2023 (Wageningen Environmental Research 2023)................................................................................................................................. 28 Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021)........................................... 29 Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtereliëfkaart detail. Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP.................... 30 Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023).
Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP.................................................... 30 Bodemkaart (Vos e.a. 1992)......................................................................................... 31 Milieukundige boringen uit 2008 (Staal 2008)......................................................... 32 Kaart van de ontwikkeling van het Haarlemmermeer tussen 1531 en 1819 (Van Baarsel 1819).......................................................................................................... 33 Kaart van het hoogheemraadschap van Rijnland Aalsmeer, 1615 (Van Berckenrode en Balthasars 1615)............................................................................... 34 Chaerte verthoonende de gelegentheden van de groote meer tusschen Pieter Leendertsz sloot in Leijmuijden, 1683 (Douw de Jonge 1683)................. 34 Kaart van het Westeinde van Aalsmeer, 1765 (Vis 1765)...................................... 35
6/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
16: 17: 18: 19: 20: 21: 22: 23: 24: 25:
Kadastrale minuut 1811-1832, gemeente Aalsmeer, sectie F, blad 1 (Kadaster 1811)............................................................................................................... 35 Bonneblad, 385-994-AALSMEER-1899 (Kadaster)................................................ 36 Bonneblad, 385-995-AALSMEER-1905 (Kadaster)................................................ 36 Kadastrale hulpkaart, 1947, gemeente Aalsmeer (AMR03), sectie H, archiefnummer 297 (Kadaster).................................................................................... 37 Topografische kaart, 25D-1952-Aalsmeer / Amstelveen / Amsterdam / Badhoevedorp (Topografische Dienst)....................................................................... 37 Luchtfoto uit 1957 van percelen aan de Uiterweg (KLM Aerocarto 1957)........ 38 Topografische kaart, 25D-1969-Aalsmeer / Amstelveen / Amsterdam / Badhoevedorp (Topografische Dienst)....................................................................... 39 Topografische kaart, 25D-1988-Aalsmeer / Amstelveen / Amsterdam / Badhoevedorp (Topografische Dienst)....................................................................... 39 Topografisch kaart 2012 (PDOK 2012)..................................................................... 40 Archeologische vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021).
In het onderzoeksgebied bevinden zich geen archeologische terreinen............................................................................................... 41
Lijst met Tabellen 1: 2:
Aardwetenschappelijke gegevens............................................................................... 12 Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 300 m van het plangebied..................................................................................................... 15
7/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor ontgravingen ten behoeve van woonarken aan de Uiterweg 93 te Aalsmeer. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een wijziging van het omgevingsplan. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.2). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. Op basis van de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
7.
Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
9.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
8/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.2, protocol 4002.1 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardwetenschappelijke, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie. 2 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
1 2
SIKB 2022 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021; Data Archiving and Networked Services (DANS)
9/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
2.2
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in figuur 1. Het plangebied ligt in de gemeente Aalsmeer in de gelijknamige plaats. De locatie ligt aan het adres Uiterweg 93. Het plangebied bestaat uit twee delen waarvan beide ongeveer 16 m lang en 10 m breed zijn. Beide plandelen hebben een omvang van ongeveer 160 m 2. Het plangebied ligt op het erf achter Uiterweg 93. Het perceel wordt aan drie zijden omgeven door water (figuur 2). Ten zuidwesten ligt de Aardbeiensloot, die de Kleine Poel met de Ringvaart verbind. Ten noordwesten van het perceel ligt de Uiterweg. Om voldoende informatie over aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 300 m om de ontwikkeling heen (figuur 3).
Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2016 valt het plangebied onder de tweede categorie (figuur 4). Dit houdt in dat bij ingrepen van meer dan 50 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 40 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten.
Ontwerp c.q. inrichtingsplan In de plandelen komen woonarken te liggen. Hiervoor wordt het terrein (de twee plandelen) afgegraven (figuur 5).
Aard en omvang van de toekomstige verstoring De opdrachtgever heeft aangegeven dat de ontgraving waarschijnlijk 150 cm diep zal zijn. De ontgraving omvat beide plandelen, dus in totaal 320 m 2.
Milieutechnische condities Volgens een bodemonderzoek uit 2008 zijn de bodem en het grondwater in het plangebied licht tot matig verontreinigd met minerale olie. 3
Grondwaterpeil Het plangebied ligt in het peilgebied Boezem Rijnland. 4 Het peil in dit gebied ligt tussen -0,61 m NAP (zomerpeil) en -0,64 m NAP (winterpeil). Dit komt neer op 0,41 en 0,44 m -mv. Het grondwater zal op een vergelijkbaar niveau liggen. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen.
Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven. 3 4
Staal 2008 Hoogheemraadschap van Rijnland 2024
10/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
2.3
Huidige situatie Bebouwing, functie en bodemgebruik In het plangebied staat geen bebouwing. Een groot deel van de oppervlakte bestaat uit gras. Tevens zijn enkele bomen aanwezig. Langs de zuidwest grens bevindt zich een haag.
Omgevingsplan Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en heeft iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Bestaande verordeningen en bestemmingsplannen gelden echter tot een nieuw Omgevingsplan wordt vastgesteld (Art. 4.6 lid 1 onder d en g Invoeringswet Omgevingswet). Deze plannen zijn onderdeel van het tijdelijke Omgevingsplan. De regels uit het paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 zijn op deze wijze onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.5 Volgens deze regels geldt in het plangebied een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 50 m2 waarbij de bodem dieper dan 40 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.
2.4
Aardwetenschappelijke gegevens De aardwetenschappelijke gegevens staan samengevat in tabel 2. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Hollands-Utrechts veengebied', in de landschapszone open water (naast veenvlakten).6 Tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, 114.000 tot 9.700 voor Christus) is een pakket dekzand afgezet (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). De top van het dekzand ligt op ongeveer -11 m NAP (10,8 m -mv). 7 Aan het begin van het Holoceen stijgt de zeespiegel en ontstaat een vochtig milieu waarin veengroei plaatsvindt (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag). Bij verdere zeespiegelstijging overstroomt het Basisveen en komt het plangebied in een waddenlandschap te liggen. Het Pleistoceen landschap raakt hierbij bedekt door een laag zeeklei en -zand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer). De top van deze afzettingen ligt tussen ongeveer 4 en 5 m -mv. Rond ongeveer 3000 voor Christus sluit de kustlijn in West Nederland. In de lagune achter de kustlijn heersen natte omstandigheden in een rustig milieu. Hierdoor vindt veenvorming plaats. Dit veen behoort tot het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop). De moerassige omstandigheden zijn niet geschikt voor bewoning. 8 Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op de grens van een ontgonnen veenvlakte. Door turfwinning vanaf de 16e eeuw zijn petgaten ontstaan (figuur 6).
Het plangebied is niet gekarteerd vanwege de ligging ter hoogte van open water (in de 19 e 5 6 7 8
NL.IMRO.0358.PP05-VG01 Rensink e.a. 2019 TNO Geologische Dienst Nederland 2017 Berendsen 2004
11/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
en 20e eeuw; zie hoofdstuk 2.5). De Uiterweg is een middeleeuws ontginningslint dat nooit is verveend (figuur 7). Dit oudland ligt nu ongeveer drie tot vier meter hoger dan de omringende verveende polders (figuur 8). Het maaiveld in het plangebied ligt op ongeveer -0,2 m NAP (figuur 9). Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied aarveengronden aanwezig (figuur 17). In deze veengronden bestaat meer dan 50 cm van de bovengrond uit veraard (kleiig) veen. Deze bodems waren oorspronkelijk veenmosveengronden en werden voornamelijk gebruikt voor de seringenteelt. Door de teelt trad verlies op van de bodem wat werd aangevuld met veen met zandbijmengingen uit onder andere de Westeinderplassen. De bovenste 50 tot 120 cm is dus kunstmatig opgebracht. 9 Op historische topografische kaarten ligt het plangebied (gedeeltelijk) ter hoogte van open water (figuren 16 tot en met 18). Dit betekent dat ter plaatse eerst afgraving (vervening) en vervolgens ophoging heeft plaatsgevonden. In 2008 is het perceel achter Uiterweg 93 onderzocht in het kader van een milieukundig bodemonderzoek.10 Hierbij zijn ter hoogte en rondom het huidige plangebied enkele boringen gezet met einddieptes van 50 en 100 cm -mv (figuur 11). Hieruit blijkt dat de bovenste 50 tot 100 cm bestaat uit zwak tot sterk zandig veen, soms met brokken puin. Het zandige veen duidt op een een antropogene oorsprong.
Het betreft zeer waarschijnlijk een ophogingslaag. Tabel 1: Aardwetenschappelijke gegevens. Bron
Omschrijving
Geomorfologie (figuur 6)
Geomorfologie 1:50.000:11
Geologie (figuur 7)
•
Geen waarde op geomorfologische kaart.
•
direct ten oosten: ontgonnen veenvlakte met petgaten (2M82)
Geologische overzichtskaart:12 •
AHN (figuur 8 en 9)
Het maaiveld in het plangebied ligt op ongeveer -0,2 m NAP.
Bodemkunde (figuur 10)
Bodemkunde 1:50.000:13 •
2.5
vo*: Kustveen op oudere getijden- of komafzettingen (Hollandveen Laagpakket op Laagpakket van Wormer-o of Formatie van Echteld-k)
Aarveengronden (hEV-II*)
Historische situatie Het Pleistocene dekzandlandschap kent bewoningssporen van jagers-verzamelaars uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Deze ligt op ongeveer -11 m NAP. Het bovenliggende basisveen en het Hollandveen zijn vanwege de natte omstandigheden ongeschikt voor permanente bewoning. In het intergetijdenlandschap (Laagpakket van Wormer) kunnen de hogere kreekoevers aantrekkelijk geweest zijn voor bewoning 9 10 11 12 13
Vos e.a. 1992 Staal 2008 Maas e.a. 2021 TNO-GDN 2021 Vos e.a. 1992
12/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
vanaf het Neolithicum. In vergelijkbare landschapsvormen (Swifterbant, Ronde Venen) zijn archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum bekend. Ontginning van het veengebied vindt plaats vanaf de 11e eeuw en begint in de zuidoosthoek van het Haarlemmermeer. Het dorp Aalsmeer wordt voor het eerst genoemd in historische bronnen als Alsmar in de 12e eeuw. Het eerste deel van de naam “Als-” heeft een onbekende etymologische herkomst. Het kan een afleiding zijn van de persoonsnaam Al, de boomnaam els of een genitief van het Germaanse woord voor eland, alha. Het deel “-mar” is een afleiding van mere, wat waterplas of waterloop betekent.14 De naam Uiterweg kan erop wijzen dat deze weg de uiterste dijk van Aalsmeer was. Vervening vindt vermoedelijk plaats vanaf de 14e eeuw. Door de grootschalige turfwinning ontstaan meren die, mede door oevererosie, samengroeien tot het Haarlemmermeer (figuur 12). Vanaf de 16e eeuw is het niet meer mogelijk om over land van Aalsmeer naar bijvoorbeeld Hillegom te gaan. De omvang van het Haarlemmermeer neemt langzaam toe tot en met de 18 e eeuw, waarbij mogelijk de oorspronkelijke ontginningsas van Aalsmeer verloren is gegaan. De dreiging kwam echter niet alleen van het Haarlemmermeer, maar ook van de vele andere meren die ontstaan waren door de turfwinning. Veel land is hierbij verloren gegaan.
Vanaf 1650, beginnend met het Stommeer, worden de meren één voor één drooggelegd. In de eerste helft van de 17e eeuw lijkt het Westeinde nog niet verveend (figuur 13). In de loop van de 17e en 18e eeuw verdwijnt langzaam ook het land ten zuiden van de Uiterweg (figuur 14 en 15), waaronder (delen van) het plangebied. Vanwege de erosie van de oevers van het Haarlemmermeer wordt in 1767 gestart met aanleg van een nieuwe dijk die in 1784 gereed was. In de eerste helft van de 19 e eeuw heeft NoordHolland meerdere malen last van wateroverlast. In 1840 spoelt de Westeinderdijk, ten zuiden van de Uiterweg, weg. De dreiging van het water is uiteindelijk grotendeels verdwenen met de drooglegging van het Haarlemmermeer in 1852.15 In het begin van de ontginningen kon nog akkerbouw bedreven worden, maar door inklinking moest al gauw overgestapt worden naar veeteelt. Vanaf de 14 e eeuw wordt turfwinning een goede bron van inkomsten. Echter, door de toename van het waterareaal wordt visserij steeds belangrijker. Omdat steeds minder land overblijft, wordt de landbouw intensiever. In de 17e eeuw komt daar de bomenteelt bij om de Amsterdamse tuinen en buitenplaatsen te voorzien. De bomen doen het goed op de kleine percelen die grotendeels opgehoogd zijn met veen uit de omliggende plassen en afval uit Amsterdam.
Omdat de aardbeienteelt goed samen gaat met de bomenkwekerij, komt in de loop van de 17e eeuw ook de aardbeienteelt op gang. Deze bereikt een hoogtepunt in 1880. Na 1880 komt de bloementeelt op gang, eerst buiten in de velden daarna in kassen. Door de relatieve kleinschaligheid worden in de jaren 70 van de 20e eeuw veel bedrijven gesloten. Vanaf deze periode wordt vooral de recreatievaart belangrijk. Op de oudst beschikbare, relatief gedetailleerde, kaarten staat bebouwing langs de Uiterweg aangegeven (figuur 13 en 14). Gezien de afstand de ontginningsas, ongeveer 100 m, is de kans klein dat in deze periode bebouwing in het plangebied heeft gestaan. 14 Van der Sijs 2010 15 Noord-Hollands Archief 1937; Noord-Hollands Archief 2021; Visser 2011 13/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Vervening is al zichtbaar op de kaart uit 1683 (blauwe lijn, figuur 14). Op de kaart uit 1765 is ten zuiden van de Uiterweg al een groot deel van het land verdwenen (figuur 15). Het plangebied ligt in deze periode waarschijnlijk in open water, al moet wel rekening mee gehouden worden dat de kaart figuratief is. Ook op de kadastrale minuut uit 1811 tot 1832 ligt het plangebied ter hoogte van open water, afgezien van mogelijk een dunne strook in het oosten van het noordelijke plandeel (figuur 16). Dat perceel (nummer 940) staat gekarteerd als teelland. Het perceel is tot aan de Uiterweg onbebouwd. Op de kaart uit 1899 zijn de percelen ten oosten van het plangebied niet aanwezig (figuur 17). Mogelijk bestaan de percelen in deze periode wel, omdat ze op de kaart uit 1905 wel afgebeeld staan (figuur 18). In de 20e eeuw wordt het, door middel van ophoging, uitgebreid. In 1947 ligt het plangebied weer droog (figuur 19). In het noordelijke plandeel staan in 1952 mogelijk nog kassen (figuur 20). Vanaf de tweede helft van de jaren 50 lijkt het weer onbebouwd, maar nog in gebruik als bouwland (figuur 21 en 22). Het is niet precies bekend hoelang het landgebruik bouwland blijft, maar hierna vinden weinig veranderingen meer plaats (figuur 23 en 24).
2.6
Mogelijke verstoringen Waarschijnlijk is het veen in het plangebied al in de 17e of 18e eeuw afgegraven (figuur 14 en 15). Halverwege de 20e eeuw wordt het terrein weer opgehoogd/opgevuld (figuur 18 en 19). De dikte van het ophogingspakket bedraagt minimaal 100 cm (figuur 11).
2.7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en onderzoeken staan weergegeven in figuur 25 en staan toegelicht in tabel 3. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. 160 m ten noordwesten van het plangebied, bij jachthaven de Aardbei , heeft in 2015 een archeologische booronderzoek plaatsgevonden (zaak 3977282100). Uit dit onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke bodem bestaat uit een 4,5 m dik veenpakket dat op het Laagpakket van Wormer ligt. De natuurlijke top van het veen is echter volledig verstoord, vermoedelijk door de aanleg van de jachthaven. Ongeveer 190 m ten westen van het plangebied heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden (zaak 3987342100). Hieruit blijkt dat een recent ophogingspakket aanwezig is en dat de bodem gedeeltelijk geroerd is tot 1,9 m -mv. Bij een archeologisch booronderzoek, 260 m ten westen van het plangebied (zaak 4024844100), is deels een intacte bodem aangetroffen. In het veraarde veen is een aardewerkfragment aangetroffen waarvan de herkomst geplaatst wordt in de 16e eeuw.
14/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Ongeveer 200 m ten noordoosten van het plangebied, aan de Uiterweg 86, is de bodem tot 150 cm -mv omgewerkt en opgehoogd (zaak 5537163100). De verstoorde bodem bestaat uit zandig veen met antropogene bijmengingen. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig. 16 Tabel 2: Archeologische terreinen, onderzoeken en vondstlocaties tot ongeveer 300 m van het plangebied. Archeologische terreinen Geen. Onderzoeken met bijbehorende vondsten 3977282100: Aalsmeer, Jachthaven de Aardbei, booronderzoek Bij deze zaak is vondstlocatie 1115272 geregistreerd. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied oorspronkelijk bestond uit een ten minste 4,5 m dik veenpakket op het Laagpakket van Wormer. Waarschijnlijk kwamen in het plangebied oorspronkelijk veenbodems voor, maar door intensieve graafwerkzaamheden is de bodem diep omgezet en is de natuurlijke top van het veen volledig verstoord. De aanleg van de jachthaven heeft waarschijnlijk de bovengrond van het plangebied, waarin alle archeologische waarden werden verwacht, volledig verstoord. Het plangebied heeft nu dus nog slechts een zeer lage archeologische verwachting, zeker voor intacte archeologische waarden.
Door de verschillende graafwerkzaamheden is ook de strokenverkaveling in het plangebied niet meer oorspronkelijk.17 3987342100: Aalsmeer, Uiterweg 123, booronderzoek Op basis van het bureauonderzoek gold een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze zullen voornamelijk bestaan uit losse huisplaatsen/boerderijen. Voor de overige perioden (Laat Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen) gold een lage verwachting. In het plangebied is binnen de geboorde diepte sprake van een recent ophogingspakket op veen. De bodem is tot circa 0,8 - 1,9 m -mv geroerd door de aanleg van het in de jaren 80 gesloopte woonhuis. In drie boringen is de top van het veen geroerd. Deze laag, met een dikte van circa 0,2 - 0,4 m, ligt direct onder het recente antropogene ophogingspakket en is vermoedelijk geroerd en vermengd als gevolg van graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de gesloopte woning. Gezien de aard van de aangetroffen fragmenten van het materiaal, lijkt de kans dat het een ouder antropogeen pakket betreft onwaarschijnlijk. In het plangebied zijn geen archeologisch relevante lagen aangetroffen.
Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk geacht.18 4024844100: Aalsmeer, Uiterweg 139, booronderzoek Uit het booronderzoek blijkt dat binnen de maximale boordiepte van 4 m –mv het diepste aangetroffen pakket uit mineraalarm rietveen (Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop) bestaat. In één boring, die op de locatie van de toekomstige woning is verricht, is de top van het veen veraard. In dit niveau, dat zich op 1,4 m –mv bevindt, is een randfragment roodbakkend geglazuurd aardewerk uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd gevonden. Hierbij wordt een datering in de Nieuwe tijd gezien de ligging in een 16e -eeuwse ontginningsas het meest waarschijnlijk geacht. In twee boringen is sprake van een verstoring tot tenminste 2 m –mv en is de genoemde veraarde veenlaag niet meer aanwezig. Samenvattend kan gesteld worden dat de top van het veen, dat als een potentieel archeologisch niveau voor de Nieuwe tijd en mogelijk de Late Middeleeuwen wordt beschouwd, door (sub)recente grondbewerking grotendeels verstoord is. Plaatselijk is dit niveau nog intact aanwezig en kan de aanwezigheid van archeologische resten niet worden uitgesloten.
Daarom wordt geadviseerd om tijdens de grondwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de kelder een archeologische begeleiding uit te voeren.19 4650448100: Aalsmeer, Aardbeienbrug, bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek geldt een lage verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit het (Laat) Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. De top van het pleistoceen is naar verwachting geërodeerd. Het getijdenlandschap en opvolgend veenlandschap waren te nat voor permanente bewoning. Pas wanneer het veengebied vanaf de 11e eeuw wordt ontgonnen wordt het bewoonbaar. Het plangebied ligt aan een van de centrale ontginningsassen, namelijk de Uiterweg. Historische kaarten laten zien dat het plangebied vanaf de 17e eeuw in gebruik is geweest als dijk met daarop gelegen weg, waarlangs bebouwing is ontwikkeld. Op de kadastrale minuut uit het begin van de
16 17 18 19
Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 Wilbers en Koekkelkoren 2015 Coppens 2016 Beckers 2019
15/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
19eeeuw is een brug zichtbaar ter hoogte van het plangebied. Het betreft de voorganger van de Aardbeienbrug uit 1949. De rooilijnen van de bebouwing is door de eeuwen heen min of meer gelijk gebleven en bevindt zich een aantal meter ten noorden en zuiden van het plangebied. Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek.20 4655584100: Aalsmeer, Aardbeienbrug, booronderzoek Op grond van het voorafgaande bureauonderzoek (zaak 4.650.448.100) worden binnen het plangebied archeologische resten uit de nieuwe tijd (vanaf de 17e eeuw) verwacht. In de boringen is geen veen aangetroffen. In twee boringen is uitsluitend geroerde grond opgeboord. Dit betekent dat de top van de natuurlijke afzettingen ter plaatse van deze boringen is verstoord en maakt het aannemelijk dat dit in het hele plangebied het geval is. Ter plaatse van de onder de weg aanwezige riolering zal de verstoring zeker tot in de natuurlijke ondergrond reiken. Uit de boorgegevens is geen ouderdom of fasering van de opbouw van het dijklichaam onder de Uiterweg ter plaatse van de Aardbeienbrug te bepalen. De boringen zijn op een diepte variërend van 50 tot 145 cm –mv gestuit op ondoordringbaar puin.
Of dit puin is opgebracht ter versteviging van de ondergrond, als oud wegdek of dat het wellicht onderdeel uitmaakt van de constructie van de brug is niet duidelijk geworden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten (meer) bedreigd worden. Een vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.21 5090691100: Aalsmeer, Uiterweg 120-122, bureauonderzoek Het veengebied is in de 11e en 12e eeuw ontgonnen. Uit historische kaarten kan afgeleid worden dat in ieder geval vanaf de 17e eeuw langs de Uiterweg een bebouwingslint ligt. De kans is groot dat het plangebied in deze periode, en mogelijk eerder, bebouwd is geweest. In de 19e eeuw staat er zeker bebouwing, dat rond 1900 gesloopt wordt. In 1920 wordt de bestaande woning in het plangebied gebouwd. In het plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd gerelateerd aan de boerderijen in het ontginningslint van de Uitweg. Daarnaast kunnen ook archeologische resten op diepere niveaus aanwezig zijn (Top Laagpakket van Wormer, Basisveen laag, top Pleistoceen). Omdat de ingrepen beperkt zijn, wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht.22 5263326100: Aalsmeer, Uiterweg 141, booronderzoek Uit de gezette boringen bleek dat het westelijk deel van het plangebied is afgegraven in het verleden en later opgehoogd met opgebracht veen.
In het oosten is het veen gedeeltelijk intact. De bovenkant van dit veen is echter niet meer aanwezig. Het onderzoek kon niet aantonen of deze afgraving recent heeft plaatsgevonden of dat deze in het verleden heeft plaatsgevonden. De kans dat archeologische resten aanwezig zijn in de top van het veen zijn zeer klein voor het plangebied. In de top van de komafzettingen (Laagpakket van Wormer), op 380 cm -mv (4,70 m -NAP), zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming, rijping, of een ander bewoonbaar niveau aangetroffen. Er worden hier geen prehistorische archeologische resten verwacht. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. 23 5302351100: Aalsmeer, Uiterweg 59-63, bureauonderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd in 2022. Het rapport is (nog) niet beschikbaar. 5451076100: Aalsmeer, Uiterweg 104A, bureauonderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd in 2023. Het rapport is (nog) niet beschikbaar. 5503061100: Aalsmeer, Uiterweg 105, booronderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd in februari 2024. Het rapport is nog niet beschikbaar. 5537163100: Aalsmeer, Uiterweg achter 86, booronderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd in maart 2024. Het rapport in nog niet beschikbaar. Uit de eerste bevindingen blijkt dat de veenbodem tot ongeveer 150 cm -mv is omgewerkt en opgehoogd. Het opgehoogde pakket bestaat uit bagger van zandig veen met bijmengingen van onder andere baksteen en glas.
Geadviseerd wordt de archeologische verwachting van het onderzochte gebied aan te passen naar zeer laag. Vondsten overig Geen.
In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.24
20 21 22 23 24
Briels 2017 Leuvering, J.H.F. 2019 De Jong 2021 Nieuwlaat 2022 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017
16/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
2.8
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Hollands-Utrechts veengebied', in de landschapszone veenvlakten. Het dekzand dat tijdens de laatste ijstijd is afgezet ligt in het plangebied op ongeveer -11 m NAP. Hierop ligt in de natuurlijke situatie een pakket basisveen, zeeklei en -zand van het Laagpakket van Wormer en Hollandveen. In het intergetijdenlandschap (Laagpakket van Wormer) kunnen de hogere kreekoevers aantrekkelijk geweest zijn voor bewoning vanaf het Neolithicum. Het plangebied ligt op ongeveer 100 m afstand van de Uiterweg, een middeleeuws ontginningslint dat nooit is verveend (oudland). Ter hoogte van het plangebied is het Hollandveen wel geheel of gedeeltelijk afgegraven in de 17 e of 18e eeuw. Vanaf de 18e eeuw tot en met de eerste helft van de 20 e eeuw ligt het plangebied ter hoogte van open water. Ongeveer halverwege de 20e eeuw komt het plangebied door ophoging weer droog te liggen. Mogelijk heeft hierna in het noordelijke plandeel kort een kas gestaan en is landgebruik voor een periode bouwland. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.
Datering
In de top van het dekzand kunnen archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum aanwezig zijn. In het basisveen kunnen archeologische resten uit het Mesolithicum en Neolithicum aanwezig zijn. In de top van het Laagpakket van Wormer kunnen archeologische resten uit het Neolithicum aanwezig zijn. De top van het Hollandveen, voor zover deze intact is, kan archeologische resten bevatten uit de periode vanaf de ontginning, circa 1100 na Christus. 2.
Complextype
Er moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars (top dekzand), landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3.
Omvang
Archeologische resten uit de periode van de jager-verzamelaars hebben meestal een kleine omvang. Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van landbouw en staatssamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.
Diepteligging
De top van het Pleistocene niveau (dekzand) ligt op ongeveer -11 m NAP (10,8 m -mv). Hierop ligt het basisveen van maximaal 1 m dik. De top van het Laagpakket van Wormer ligt tussen ongeveer 4 en 5 m -mv. Het is niet bekend of en hoe diep intact veen aanwezig is in de ondergrond.
17/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
Het grondwater staat ondiep (tussen ongeveer 41 en 44 cm -mv). Onder dit niveau kan de conservering van organische artefacten goed zijn. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn niet meer gegevens bekend. 6.
Locatie
In het hele plangebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. 7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Uiterlijke kenmerken: Archeologische resten van jager-verzamelaars bestaan hoofdzakelijk uit ondiepe sporen (haardkuilen) en strooiingen van vuursteen. Daarnaast kunnen resten zonder bodemkundige context zoals vuurstenen werktuigen (pijlpunten, bijlen) en wildvallen aanwezig zijn. Archeologische resten uit landbouwsamenlevingen kunnen bestaan uit sporen in de natuurlijke ondergrond zoals resten van afvalkuilen, paalsporen en greppels. Daarnaast kunnen fragmenten aardewerk aanwezig zijn. Prospectiekenmerken: Archeologische resten uit de periode van jager-verzamelaars (top Pleistoceen) en eerste landbouwers (Laagpakket van Wormer) kenmerken zich door vondstspreidingen van vuursteen. Archeologische resten uit de periode van de ontginning (en daarna) kenmerken zich door de aanwezigheid van een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskool- en aardewerkfragmenten. 8.
Mogelijke verstoringen
Waarschijnlijk is het veen in het plangebied al in de 17e of 18e eeuw afgegraven. Halverwege de 20e eeuw wordt het terrein weer opgehoogd/opgevuld. De dikte van het ophogingspakket bedraagt minimaal 100 cm.
18/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
3
Conclusie 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
In de plandelen komen woonarken te liggen. Hiervoor wordt het terrein (de twee plandelen van elk ongeveer 160 m2) afgegraven tot ongeveer 150 cm -mv. 2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
De ondergrond bestaat uit dekzand, waarvan de top op ongeveer 11 -mv ligt. Hierop liggen van onder naar boven Basisveen, getijdenafzettingen en Hollandveen. De top van de getijdenafzettingen ligt tussen ongeveer 4 en 5 m -mv. 3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
Het veen is in de 17e of 18e eeuw afgegraven. Halverwege de 20e eeuw wordt het terrein weer opgehoogd/opgevuld. De dikte van het ophogingspakket bedraagt minimaal 100 cm. 4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
Aan het einde van het Pleistoceen ligt het plangebied in een dekzandlandschap. Dit landschap kent bewoningssporen van jagers-verzamelaars uit het Paleolithicum en Mesolithicum. In het intergetijdenlandschap (Laagpakket van Wormer) kunnen de hogere kreekoevers aantrekkelijk geweest zijn voor bewoning vanaf het Neolithicum. Het plangebied ligt op ongeveer 100 m afstand van de Uiterweg. Het is daardoor onwaarschijnlijk dat het plangebied bebouwd/bewoond is geweest. Nagenoeg het hele plangebied is in de 17e of 18e eeuw afgegraven, waarna het een periode ter hoogte van open water lag. Ongeveer halverwege de 20e eeuw komt het plangebied door ophoging weer droog te liggen. Mogelijk heeft in het noordelijke plandeel kort een kas gestaan.
19/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Veelal is de bodem verstoord en/of opgehoogd. Lokaal is een intact veenpakket aangetroffen. 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
In het plangebied kunnen in de top van het Laagpakket van Wormer en de lagen daaronder archeologische resten aanwezig zijn uit het Neolithicum en ouder. De top van dit niveau ligt tussen 4 en 5 m -mv. Doordat het veen grotendeels vergraven is worden op dit niveau geen archeologische resten verwacht. 7.
Worden deze archeologische resten verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
De ingrepen vinden plaats tot ongeveer 150 cm -mv. Naar verwachting zal dit alleen invloed hebben op reeds verstoord grond. De verwachting is dat daarom geen archeologische resten verstoord zullen worden. 8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
Aanvullende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. 9.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Niet van toepassing.
20/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
4
Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Aalsmeer.
21/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
5
Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2023. ‘AHN4’. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. van Baarsel, C. 1819. ‘Kaart van het Haarlemmermeer.’ https://proxy.archieven.nl/0/81FC3F3B9AA94E8D8290DEE94CE7A243. Beckers, I. S. J. 2019. ‘Uiterweg 139 te Aalsmeer : Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek’. ADC rapport 4235. Amersfoort. van Berckenrode, B. F. en F. Balthasars. 1615. ‘Kaart van het hoogheemraadschap van Rijnland : Aalsmeer (Westeinde)’. https://proxy.archieven.nl/0/9DD7A96F69D743ADB9CDF6D2865E9371. Berendsen, H. J. A. 2004. De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen: Van Gorcum. Briels, I. R. P. M. 2017. ‘Plangebied Aardbeienbrug te Aalsmeer, gemeente Aalsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek’. RAAP rapport 3647. RAAP Archeologisch Adviesbureau. Coppens, C. F. H. 2016. ‘Plangebied Uiterweg 123 in Aalsmeer, gemeente Aalsmeer; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)’. RAAP notitie 5429. RAAP Archeologisch Adviesbureau. Cultureel Erfgoed Noord-Holland. 2016. ‘Beleidsnota Archeologie Gemeente Aalsmeer’. gemeente Aalsmeer. https://www.aalsmeer.nl/ontdek-aalsmeer/publicatie/historie_archeologie_arc heologie-in-aalsmeer. Data Archiving and Networked Services (DANS). ‘Data Station Archaeology’.
DANS Data Station Archaeology. https://dans.knaw.nl/nl/data-stations/archaeology/. Douw de Jonge, J. 1683. ‘Chaerte verthoonende de gelegentheden vande groote meer tusschen Pieter Leendertsz. sloot in Leijmuijden ende Jan Jansz. Diggels swet in Aelsmeer’. https://proxy.archieven.nl/0/2B752249985243D98641536DE6A68BDD. Hoogheemraadschap van Rijnland. 2024. ‘Peilbesluiten Rijnland’. https://wbp6rijnland.nl/het-gebied/overzichtskaarten/peilbesluiten. de Jong, C. 2021. ‘Uiterweg 120-122, Aalsmeer, gemeente Aalsmeer: een bureauonderzoek’. Bureau voor Archeologie Rapport 1069. Aalsmeer: Bureau voor Archeologie. Kadaster. 1811. ‘Kadastrale Minuten’. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. ———. ‘Bonnebladen’. http://www.kadaster.nl/web/artikel/producten/Bonnebladen.htm. ———. ‘Kadaster Archiefviewer’. https://www.kadaster.nl/producten/onderwijs-enstudie/archiefviewer. KLM Aerocarto. 1957. Aalsmeer Uiterweg. https://edmantel.blog/2012/09/24/luchtfoto-uiterweg-1957/. Leuvering, J.H.F. 2019. ‘Plangebied Aardbeienbrug te Aalsmeer, gemeente Aalsmeer; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)’. RAAP rapport 3717. RAAP Archeologisch Adviesbureau. Maas, G. J., W. M. van der Meij, S. P. J. van Delft en A. H. Heidema. 2021. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2021)’. Wageningen Environmental Research.
http://legendageomorfologie.wur.nl/. Nationaal Georegister. ‘Luchtfoto Beeldmateriaal RGB 25cm en 8cm WMTS’. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/c82a783a-9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. Nieuwlaat, G. P. A. M. 2022. ‘Uiterweg 141, Aalsmeer (gemeente Aalsmeer)’. ADCrapport 5807. Aalsmeer: ADC ArcheoProjecten.
22/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Noord-Hollands Archief. 1937. ‘Beknopte geschiedenis van Aalsmeer in de periode 18111911’. https://proxy.archieven.nl/0/484AE7777A6448A48F6F6C1DCCCB04CE. ———. 2021. ‘Geschiedenis van de gemeente Aalsmeer’. https://noordhollandsarchief.nl/partners/aalsmeer/geschiedenis-aalsmeer. PDOK. 2012. ‘Dataset: Basisregistratie Topografie (BRT) TOPNL’. www.pdok.nl. https://www.pdok.nl/downloads/-/article/basisregistratie-topografie-brttopnl. ———. ‘BRT Achtergrondkaart’. Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK). https://service.pdok.nl/brt/achtergrondkaart/wmts/v2_0. Rensink, E., H. J. T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, D. Jansen en B. I. Smit. 2019. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland, versie 3.0’. Amersfoort: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/militairelandschapskaart. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. van der Sijs, N. 2010. ‘Etymologiebank’. http://www.etymologiebank.nl. SIKB. 2022. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.2’. SIKB. https://sikb.nl/doc/archeo/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %204_2.pdf. Staal, G. 2008.
‘Verkennend en afperkend bodemonderzoek en onderzoek verhardingslagen Uiterweg 93 Aalsmeer’. 0802001A. P&J Milieuservices B.V. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. TNO Geologische Dienst Nederland. 2017. ‘DINOloket’. GeoTOP. https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen. TNO-GDN. 2021. ‘Geologische kaart van het koninkrijk der Nederlanden’. TNO Geologische Dienst Nederland. Topografische Dienst. ‘Topografische kaarten 1927-1995’. Emmen: Staat der Nederlanden. Vis, K. 1765. ‘Kaart van de gevaarlijken toestand der doorgespoelde Meeroever en weegen, int westeinde van Aelsmeer’. https://proxy.archieven.nl/0/9674292FFEA64E46A8E1B6613A6FA8F4. Visser, J. S. 2011. ‘Gebroken landen, geheelde gronden’. Leiden: Cultuurcompagnie Noord-Holland. Vos, G. A., G. G. L. Steur, W. Heijink, H. de Bakker, O. H. Boersma en C. Hamming. 1992. ‘Bodemkaart van Nederland 1 : 50.000 : toelichting bij kaartblad 24 - 25 West, Zandvoort - Amsterdam’. Wageningen: DLO-Staring Centrum. http://edepot.wur.nl/117851. Wageningen Environmental Research. 2023. ‘BRO - Geomorfologische Kaart (GMM)’. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/ metadata/459231d0-7379-4f26-a444-7616e1d888f0. Wilbers, A. W. E. en A. M. H. C. Koekkelkoren. 2015.
‘Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Jachthaven De Aardbei, Aalsmeer Gemeente Aalsmeer’. IDDS Archeologie rapport 1833. IDDS Archeologie B.V.
23/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuren
Figuur 2: Luchtfoto actueel (Nationaal Georegister).
24/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 3: Plangebied (zwarte lijn) en onderzoeksgebied (zwarte onderbroken lijn; PDOK).
25/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 4: Archeologische beleidskaart gemeente Aalsmeer (Cultureel Erfgoed Noord-Holland 2016).
26/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 5: Locaties woonarken en ontgravingen (verstrekt door opdrachtgever, kaart van mei 2024). De plannen zijn iets gewijzigd ten opzichte van deze kaart; het zuidelijke plandeel ligt vijf meter zuidelijker.
27/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 6: Geomorfologische kaart uit 2023 (Wageningen Environmental Research 2023).
28/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 7: Geologische overzichtskaart 2021 (TNO-GDN 2021).
29/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 8: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtereliëfkaart detail. Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP.
Figuur 9: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2023). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP.
30/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 10: Bodemkaart (Vos e.a. 1992).
31/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 11: Milieukundige boringen uit 2008 (Staal 2008).
32/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 12: Kaart van de ontwikkeling van het Haarlemmermeer tussen 1531 en 1819 (Van Baarsel 1819). 33/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 13: Kaart van het hoogheemraadschap van Rijnland Aalsmeer, 1615 (Van Berckenrode en Balthasars 1615).
Figuur 14: Chaerte verthoonende de gelegentheden van de groote meer tusschen Pieter Leendertsz sloot in Leijmuijden, 1683 (Douw de Jonge 1683).
34/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 15: Kaart van het Westeinde van Aalsmeer, 1765 (Vis 1765).
Figuur 16: Kadastrale minuut 1811-1832, gemeente Aalsmeer, sectie F, blad 1 (Kadaster 1811).
35/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 17: Bonneblad, 385-994-AALSMEER-1899 (Kadaster).
Figuur 18: Bonneblad, 385-995-AALSMEER-1905 (Kadaster).
36/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 19: Kadastrale hulpkaart, 1947, gemeente Aalsmeer (AMR03), sectie H, archiefnummer 297 (Kadaster).
Figuur 20: Topografische kaart, 25D-1952-Aalsmeer / Amstelveen / Amsterdam / Badhoevedorp (Topografische Dienst).
37/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 21: Luchtfoto uit 1957 van percelen aan de Uiterweg (KLM Aerocarto 1957).
38/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 22: Topografische kaart, 25D-1969-Aalsmeer / Amstelveen / Amsterdam / Badhoevedorp (Topografische Dienst).
Figuur 23: Topografische kaart, 25D-1988-Aalsmeer / Amstelveen / Amsterdam / Badhoevedorp (Topografische Dienst).
39/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 24: Topografisch kaart 2012 (PDOK 2012).
40/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93
Figuur 25: Archeologische vondstlocaties en onderzoeken uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021). In het onderzoeksgebied bevinden zich geen archeologische terreinen.
41/42 - Bureau voor Archeologie Rapport 1482
Aalsmeer - Uiterweg 93