CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 6 nader bodemonderzoek.pdf

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 13 september 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Documenten ontwerpbestemmingsplan30.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Westeinderhage te Kudelstaart herontwikkelings- en nieuwbouwlocatie tussen Herenweg en Bilderdammerweg

Deelrapport III : Aanvullend en nader bodemonderzoek (NTA 5755 / NEN 5707)

Planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart Deelrapport III: Aanvullend en nader bodemonderzoek NTA 5755 / NEN 5707

Projectcode: Kenmerk: Datum: Opdrachtgever:

20255GAK-03 U21-0022 12 januari 2021 GAP2, de heer D.F. Bong

Deze rapportage mag niet anders dan in zijn geheel en niet zonder toestemming van de opdrachtgever worden gekopieerd, vermenigvuldigd en/of verzonden.

opsteller:

ing. J.M. Lohmeijer

controle:

ing. B.C.R. Willems

Inhoudsopgave 1

Inleiding......................................................................................................................................... 4

2

Uitgangssituatie ............................................................................................................................. 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

3

Resultaten aanvullend en nader bodemonderzoek ...................................................................... 16 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

4

Algemeen, tot heden.......................................................................................................... 5 Onderzoeksresultaten recente bodemrapporten ................................................................ 6 Conceptueel model ............................................................................................................ 8 Tussentijdse sanering Bilderdammerweg 64 (deellocatie G)............................................ 9 Betrokken deellocaties .................................................................................................... 10 Opzet vervolg onderzoek (deel III) inzake milieuhygiënische kwaliteit ........................ 13 Opzet vervolg onderzoek (deel III) inzake asbest in grond ............................................ 14 Algemeen ........................................................................................................................ 16 Deellocatie A: Percelen met in het verleden kassengebruik ........................................... 20 Deellocatie C: Te verwerven perceel 5049 ..................................................................... 25 Deellocatie D: Slootdemping .......................................................................................... 30 Deellocatie F: Voormalig Bilderdammerweg 70 / 72 .....................................................

35 Deellocatie G: Bilderdammerweg percelen voormalig bij nr. 66 ................................... 40 Deellocatie L: Diverse dammen ...................................................................................... 49 Deellocatie M: Betonnen middenpaden .......................................................................... 52

Conclusies en aanbevelingen....................................................................................................... 57

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

8. 9.

Overzichtskaart Situatietekeningen (schaal 1 : 2.000 / 1 : 1.000 / 1 : 500) Grafische boorprofielen Veldformulier en foto’s asbest bodemonderzoek Overschrijdingstabellen Analysecertificaten Aanvullende voorinformatie a. Asbestsanering achter Bilderdammerweg 64 b. Addendum 20085GAK / U20-0670 c. Aangepaste deellocatie C Certificaten betrokken personen Toelichting en normen Besluit bodemkwaliteit

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

3 / 65

1

Inleiding

In opdracht van GAP2 heeft Hoste Milieutechniek BV de tweede en afrondende fase van benodigd bodemonderzoek uitgevoerd op de planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart. Onderhavige rapportage betreft deelrapport III: ‘Aanvullend en nader bodemonderzoek’ op deellocaties waar de bodemkwaliteit verder onderzocht moet worden op basis van de eerdere onderzoeken. De voorgaande deelonderzoeken betreffen NEN 5740 verkennend bodemonderzoek (deelrapport I)1 en NEN 5707 verkennend onderzoek naar asbest in grond (deelonderzoek II)2. Aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek zijn de uitkomsten van eerder onderzoek alsmede de gebiedsherinrichting ten behoeve van de woonwijk Westeinderhage in Kudelstaart.

Het doel van het aanvullend onderzoek is meerledig: - completeren van de bodemonderzoekgegevens van het eerder in 2020 op de locatie uitgevoerde gecombineerd verkennend bodemonderzoek; - met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagaan of de verdenking op een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem terecht is op terreindelen die tijdens eerder onderzoek niet op asbest zijn onderzocht maar asbestverdacht bleken op basis van puinbijmengingen; - afperken van de op verschillende terreindelen aangetoonde verontreinigingen met zware metalen en asbest; - het bepalen van de aard en omvang van de aanwezige verontreinigingen (bijkomstige risico’s); - het vaststellen van de CROW 400 veiligheidsklasse van een aanstaande bodemsanering; Het aanvullend en nader bodemonderzoek is opgesteld per verontreiniging / deellocatie in navolging van de NTA 5755 3 en NEN 5707 4. Voorafgaande aan de veldwerkzaamheden is zover van toepassing aanvullend historisch vooronderzoek uitgevoerd, dan wel een inventarisatie van mogelijke beïnvloedende factoren opgesteld, in navolging van de NEN 5725 5. In hoofdstuk 2 van de rapportage is de uitgangssituatie op grond van voorgaande rapportages beschreven. Op basis hiervan en de locatie-inspectie zijn een conceptueel model met onderzoeksvragen opgesteld.

Vervolgens is de opzet van het onderzoek geformuleerd met betrekking tot de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de betreffende deellocatie. In hoofdstuk 3 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden en chemische analyses ten behoeve van het aanvullend en nader bodemonderzoek (NTA 5755) tevens naar asbest (NEN 5707) opgenomen. Tenslotte worden in hoofdstuk 4 de conclusies en aanbevelingen geformuleerd met het oog op de minimaal noodzakelijke sanerende maatregelen.

1 20085GAK-01 ‘Deelrapport I – verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Westeinderhage Kudelstaart’, d.d. 30 juni 2020; 2 20085GAK-02 ‘Deelonderzoek II – verkennend onderzoek naar asbest in grond Westeinderhage Kudelstaart’, d.d. 30 juni 2020; 3 NTA 5755: ‘Bodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek’, juli 2010; 4 NEN 5707: ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’, (+C1) augustus 2016 5 NEN 5725: ‘Bodem – Strategie bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek’, oktober 2017.

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

4 / 65

2

Uitgangssituatie

2.1

Algemeen, tot heden

De planlocatie Westeinderhage is ten zuiden gelegen van het binnenmeer De Grote Poel of Westeinderplas. De hiernaast weergegeven overzichtstekening betreft de betrokken percelen (blauw en groen). Van het groene perceel is de ‘uitloper’ met daarop de woning aan de Herenweg 37 inmiddels buiten het onderzoek komen te vallen. De betrokken percelen zijn allen onbebouwd en liggen grotendeels braak. Op de te onderzoeken terreindelen is nieuwbouw gepland (wonen met tuin). Locatiegegevens: Adres: (ter hoogte van) Herenweg 19 – 59A, Stuurboordstraat 4 t/m 12 en Bilderdammerweg 32 – 74 te Kudelstaart. Oppervlakte: circa 8,2 hectare Op de diverse percelen zijn de restanten van de voormalig aanwezige kassen, overige opstallen en verhardingen nog aanwezig. Op veel plaatsen is van de kassen de funderingsonderwand achter gebleven. Op diverse plaatsen ligt een partij puin opgeslagen afkomstig van kassensloop. Vanaf eind jaren ’40 is op de locatie de glastuinbouw verschenen. De bedrijfsinrichting is vaker per bedrijfsvoering meerdere keren gewijzigd. In de laatste periode tot en met 2007/2008 waren op de locatie in hoofdzaak rozenkwekerijen aanwezig. Binnen de onderzoekslocatie is een groot terrein hiervan uitgezonderd, het weideperceel op de oostflank van het te onderzoeken gebied (à 2,6 ha).

In de voorfase van dit onderzoek zijn de resultaten van de voorgaande rapportages met de relevante historische informatie volledig verzameld, geïnterpreteerd en vertaald in een hypothese per deellocatie. Na gereedkomen van de rapportages delen I en II is door gemeente Aalsmeer aan een derde partij(en) opdracht gegeven een sanerende actie te ondernemen op deellocatie ‘G – Bilderdammerweg percelen voormalig bij nr. 66’. De uitkomsten van deze actie (zie par. 2.4) zijn mede bepalend geweest voor de te volgen strategie(ën) van het aanvullende / nader onderzoek (naar asbest) op deellocatie G.

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

5 / 65

De verontreiniging met asbest in de grond is niet voldoende gesaneerd om te kunnen veronderstellen dat deze mogelijkerwijs ongedaan is gemaakt. De sterke verontreiniging met asbest in de grond ten zuiden van het betonpad is buiten de werkzaamheden gevallen. De situatie nabij het voormalige ketelhuis is niet voldoende bekend. Het asbesthoudend ophoog materiaal onder het betonpad dat loopt tot aan de buiten-grenzen van het perceel is sterk verontreinigd met asbest en onaangeroerd gebleven. De omvang van de totale verontreiniging met asbest in de grond dient te worden vastgesteld door middel van NEN 5707 nader onderzoek naar asbest. Tussentijds heeft een overleg plaatsgevonden tussen HMT, GAP2 en gemeente Aalsmeer om richting te geven aan onderhavig aanvullend en nader bodemonderzoek. Vooruitlopend daarop zijn de bodemrapportages van de locatie Westeinderhage te Kudelstaart delen I en II van het recente verkennend bodemonderzoek door gemeente Aalsmeer beoordeeld. Zie ons Addendum d.d. sept. 2020 (bijlage 7).

2.2

Onderzoeksresultaten recente bodemrapporten

Vooruitlopend op de benodigde bodemtoets en/of het saneringsplan ten behoeve van de uiteindelijke realisatie van Westeinderhage zijn i.o.v. GAP2 meerdere disciplines van bodemonderzoek uitgevoerd: - ‘Verkennend kwalitatief waterbodemonderzoek te dempen watergangen Westeinderhage te Kudelstaart’, AT Milieu Advies BV, rapportnummer AT20073, d.d. juni 2020; - ‘Deelrapport I : Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Westeinderhage te Kudelstaart’, Hoste Milieutechniek BV, kenmerk 20085GAK-01 / U20-0505, d.d. 30 juni 2020; - ‘Deelrapport II : Verkennend onderzoek naar asbest in grond Westeinderhage te Kudelstaart’, Hoste Milieutechniek BV, 20085GAK-02 / U20-0506, d.d. 30 juni 2020.

Verkennend waterbodemonderzoek Het verkennend waterbodemonderzoek is synchroon aan het verkennend bodemonderzoek deel I en deel II uitgevoerd. Voor de resultaten wordt gemakshalve 1-op-1 verwezen naar het betreffende onderzoeksrapport.

Resultaten verkennend bodemonderzoek (30 juni 2020) Uit het NEN 5740 verkennend bodemonderzoek is gebleken dat verdeeld over de locatie in de bovengrond (diverse deellocaties) diverse lichte verontreinigingen met enkele metalen en bestrijdingsmiddelen zijn aangetoond met enkele malen tevens een lichte verontreiniging met PAK, PCB en/of minerale olie. De ondergrond is over het algemeen schoon. Het grondwater is over het algemeen licht verontreinigd met barium en/of nikkel. Lokaal is een verhoogde nikkelconcentratie in het grondwater vastgesteld.

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

6 / 65

Op de onderscheiden verdachte deellocaties zijn lokaal enkele matige tot sterke verontreinigingen aangetoond. In enkele gevallen verdienen deze locaties onderzoekstechnisch extra aandacht (zie hierna). Een aantal terreindelen die op basis van het historisch vooronderzoek onverdacht waren op het voorkomen van verontreiniging met asbest, zijn op basis van bijmengingen met ongedefinieerd puin nu wel verdacht te beschouwen. De bovengrond van de onderzoekslocatie is onderzocht conform NEN 5740 inzake PFAS. Eén kwart van de bovenlaag is op basis van de aangetoonde concentraties bij grondverzet Niet Toepasbaar en het overgrote overige deel valt onder de klasse uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS “wonen/industrie”. Op basis van PFAS en de indicatieve toetsing van de onderzoeksresultaten uit het verkennend bodemonderzoek aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt de helft van het grote weideperceel te voldoen aan de klasse “Altijd toepasbaar”/ “Achtergrondwaarden”.

Resultaten verkennend onderzoek naar asbest in grond (30 juni 2020) Het NEN 5707 verkennend bodemonderzoek is ingezet op basis van de resultaten van het NEN 5725 historisch vooronderzoek ten behoeve van het NEN 5740 verkennend bodemonderzoek. Op basis van bijmenging met zogeheten ongedefinieerd puin (waarvan niet valt te bewijzen geen oorspronkelijk asbesthoudend materiaal te zijn) zijn enkele asbestverdachte deellocaties aangewezen waar in de bovenlaag een bijmenging met puindeeltjes te verwachten valt. Dit betreft deellocaties K. naast Stuurboordstraat 12 (1.000 m2), F. Bilderdammerweg 70/72 (< 2.000 m2) en naastgelegen G. Bilderdammerweg percelen voormalig nummer 66 (8.750 m2). Daarnaast is het duidelijk dat in het verleden op meerdere plaatsen in het gebied dammetjes zijn aangebracht bij de kavelsloten ter overbrugging. Op basis van de reeds onderzochte dammetjes lijken deze binnen het gebied verdacht op het voorkomen van asbestverontreiniging (op basis van de aangetroffen bijmengingen en de analyseresultaten). Onder diverse betonnen middenpaden behorend tot de oude kassenbedrijvigheid is niet veel funderingsmateriaal aangetroffen. Daar waar wel funderingsmateriaal is aangetroffen is een asbestverontreiniging aanwezig. Tijdens maaiveld-inspectie, verricht bij het gecombineerde bodemonderzoek, is op 3 plaatsen op maaiveld asbest aangetroffen.

Tweemaal incidenteel maar op het uiteinde van het betonpad achter Herenweg 45 is het oppervlak van aantreffen circa 400 m2. Op de percelen behorend tot de kassenbedrijvigheid van voormalig Bilderdammerweg nr. 66 zijn twee schijnbaar aaneengesloten verontreinigingen met asbest in grond aangetoond in een concentratie boven de interventiewaarde. Dit betreft asbesthoudende zand-bovenlaag onder het betonnen middenpad en de klei-bovenlaag op de perceelsgrens met nr.’s 62 en 64 (waterkant en zuid van betonpad). Sporadisch is in een dammetje een licht verhoogd gewogen gehalte asbest aangetoond ruim beneden de actie- en interventiewaarde. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

7 / 65

2.3

Conceptueel model

De informatie die is verzameld in het vooronderzoek en de resultaten van de recente onderzoeken vormen de basis voor het conceptueel model. Het conceptueel model is opgesteld aan de hand van de NTA 57556 paragraaf 6.4.2 t/m 6.4.4 voor het bepalen van a.) de omvang van verontreiniging met een duidelijke verontreinigingskern in een immobiele verontreinigingssituatie, b.) in een mobiele verontreinigingssituatie en c.) van diffuse verontreiniging. In het model zijn de verwachtingen geformuleerd over de aard, plaats van voorkomen en verdeling van verontreinigende stoffen. Het conceptueel model wordt gebruikt als hulpmiddel bij de interpretatie en de rapportage van de onderzoeksresultaten. In aanvulling op de beknopte vorm waarin het conceptueel model wordt gepresenteerd zijn een aantal onderzoeksvragen geformuleerd. Tabel 2.3.1: Beknopt conceptueel model

Aanleiding

Doel

Oorzaak

Ouderdom

Onderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van het tweedelig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door HMT, het verkennend waterbodemonderzoek door AT Milieu en de asbestinventarisatie door Bregman en Van Ekeren, allen uitgevoerd in de eerste helft van 2020. Onderzoek wordt uitgevoerd naar aangetoonde verontreinigingen met asbest, metalen en PAK in de vaste bodem en naar nikkel in grondwater. Met name sterke verontreinigingen in de bodem zijn voor dit conceptueel model relevant. Het bepalen van de aard, mate en omvang van de diverse, in 2020 aangetoonde overige sterke verontreinigingen in de grond. Over het algemeen wordt volstaan met kleinschalig nader onderzoek, een afperking op basis van uitkartering volgens het ‘oude’ protocol nader onderzoek, deel 1 uit 1994. Nagaan van de aanwezigheid en mate van lokale nikkelverontreinigingen in het grondwater. Nagaan van de aanwezigheid van mogelijke sterke verontreinigingen met asbest ter plaatse van asbestverdachte ‘omstandigheden’ en aangetoonde asbest-verontreinigingen. De verontreinigingen met metalen en PAK betreffen waarschijnlijk het resultaat van vroegere ophogingen, grondroer activiteiten en mogelijk / tevens van bedrijfsactiviteiten (meststoffen).

De aangetoonde verontreinigingen met asbest zijn met name het gevolg van de kassensloop of mogelijk van eerdere ophogingen en grondroer activiteiten op de locatie. Op basis van vroegere onderzoeksresultaten zijn hoofdzakelijk lichte verontreinigingen in de grond bekend. Mogelijk is niet voldoende accuraat onderzocht (aanwezige verhardingen). Wel waren reeds enkele lokale verhogingen met nikkel in het grondwater bekend en is de verontreiniging op perceel 5049 (woning Herenweg 37) reeds nader onderzocht geweest. Mobiele verontreinigingen aangetoond begin jaren 2000 zijn niet of nauwelijks teruggevonden hetgeen duidt op verdere verwering en afname van aanwezige verontreinigingen. Relevant punt: de milieubewustheid is pas jaren ’80 / eind vorige eeuw serieus gaan wegen. Verontreinigingen met asbest ter plaatse van sloopresten zijn waarschijnlijk het directe gevolg van de kassensloop geëindigd omstreeks 2007/2008. De overige aangetoonde verontreinigingen zijn vermoedelijk ontstaan vóór de beëindiging van de kassen bedrijvigheid en vermoedelijk nog vóór realisatie van de kassen en (laatste) bijgebouwen. Per geval dient te worden beoordeeld uit welke periode de verontreiniging het meest waarschijnlijk dateert.

6 NTA 5755 ‘Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek –Onderzoek naar de aard en omvang van

bodemverontreiniging’, juli 2010; 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

8 / 65

Ernst

Spoed

Verontreinigingen in de grond bevinden zich met name in de bovenste lagen van de bodem. De verontreiniging(en) met asbest en metalen op de percelen eerder behorend bij Bilderdammerweg 66 betreft waarschijnlijk een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3). De verontreiniging met metalen en PAK op de percelen van Bilderdammerweg 70/72 betreft waarschijnlijk een geval van ernstige bodemverontreiniging. Van overige verontreinigingen met asbest / metalen dan wel van grondwaterverontreiniging(en) worden geen omvangrijke verontreinigingen verwacht met uitzondering van de asbest-deellocaties achter Herenweg 45/45a en Bilderdammerweg voormalig 66. Op voorhand worden geen verdere uitspraken gedaan. Op basis van de eigenschappen van de verontreinigende stoffen en locatiespecifieke omstandigheden (bodemtype) worden vooruitlopend op de uitkomsten van het nader onderzoek geen onaanvaardbare humane, verspreidings- en/of ecologische risico’s gedefiniëerd. In een enkel geval bestaat mogelijk een actueel contactrisico met de verontreiniging. Ten aanzien van het asbest op/aan het maaiveld zijn mogelijk reële blootstellingsrisico’s verbonden. Het betreft echter de percelen die in ongebruik zijn.

De opzet van het aanvullend en nader bodemonderzoek moet leiden tot het juiste detailniveau inzake de doelstelling van dit onderzoek. Verwezen wordt naar de conclusies van voorgaand onderzoek en naar het addendum daarbij, opgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van het tussentijds overleg tussen HMT, GAP2 en de gemeente Aalsmeer. De uit te voeren onderdelen nader bodemonderzoek bestaan uit een onderzoeksprogramma afgeleid van het conceptueel model waarbij de contouren van de verontreinigingen in grond en grondwater worden uitgekarteerd. De onderdelen aanvullend bodemonderzoek zijn met name gebaseerd op de strategie VED-HE (“onderzoeksstrategie voor een diffuse verontreiniging, heterogeen verdeeld” ) uit de NEN 5707.

Informatiebehoefte / onderzoeksvragen bij conceptueel model: • welke verontreinigingen zijn te relateren aan de kassen bedrijvigheid op de locatie? • zijn de verontreinigingen hoofdzakelijk het gevolg van ophooglagen of van de bedrijvigheid zelf? • is gedurende de sloop van de kassenbouw aanvullende verontreiniging ontstaan? • welke gevallen van ernstige bodemverontreiniging zijn aan te wijzen? • is er sprake van risico’s, spoedeisendheid en/of saneringsnoodzaak vanuit de Wbb? • wat is het gevolg voor de graafwerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de plannen?

2.4

Tussentijdse sanering Bilderdammerweg 64 (deellocatie G)

In opdracht van de gemeente Amstelveen is de watergang direct achter Bilderdammerweg 64 tegelijk met de waterkant en directe omgeving (4 x 29m) gesaneerd vanwege asbest. De sanering is uitgevoerd in juni 2020 volgens geldende normen en veiligheidsvoorschriften. De sanering heeft betrekking gehad op de asbesthoudende beschoeiing, dat deels bij baggerwerk terecht is gekomen op en in de waterbodem, op de vrije kanten van de watergang en tevens in de toplaag van de aanliggende bodem (gerijpte bagger). De asbestcementen erfafscheiding langs de perceelsgrens van Bilderdammerweg nr. 64 is geïnventariseerd. Deze bleek vanwege een aanwezige houtopstand niet eenvoudig te verwijderen. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

9 / 65

Voorafgaand aan saneren is een asbestinventarisatie uitgevoerd door Swart Asbest BV, rapport met kenmerk EC-185, d.d. 15 mei 2020. In het kader van de uitgevoerde sanering is een ‘Projectwerkplan Asbestverwijdering’ opgesteld door Asbest Assist BV, kenmerk 02.200221, autorisatie d.d.16 juni 2020. Bij de sanering zijn door daartoe gecertificeerde medewerkers van Asbest Assist BV in totaal drie asbestcontainers met asbesthoudend afval en asbesthoudende grond afgevoerd naar de stortlocatie van Afvalzorg Deponie BV te Middenmeer. De totale hoeveelheid is ingeschat op circa 30.000 kg. Na vrijgave is de Rapportage ‘Visuele inspectie na asbestverwijdering’ opgesteld door Ecoloss Project BV, kenmerk 20.25133/1/1.1, d.d. 19 juni 2020.

2.5

Betrokken deellocaties

Deze paragraaf geeft een opsomming van de terreindelen waar nog aanvullend verkennend en/of nader bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd. Per afzonderlijke deellocatie zijn de vervolgacties beknopt samengevat. Vervolgens zijn de benodigde vervolgacties samengevat in een overzichtstabel. Deellocatie A-1: Aanvullend onderzoek per voormalig tuinbouwbedrijf Op basis van het overleg met de gemeente Amstelveen is als aanvulling afgesproken dat ter plaatse van het voormalig tuinbouwgebied nog een aantal peilbuizen (acht stuks) dienen te worden geplaatst. Voor een beter beeld van de ondergrond per voormalig tuinbouwbedrijf wordt het grondwater op nikkel onderzocht. Per peilbuis wordt tevens de ondergrond onderzocht op een standaard-stoffen pakket. Deellocatie A-2 / G-1 aanwezige asbesttoepassingen en A-3 Vindplaatsen asbest op maaiveld:  (Indicatief) bodemonderzoek naar asbest (2x) aan weerszijden kassenranden ter plaatse van verweerde zwarte kitrand op kassen onderwand (aangetoond asbesthoudend) op de percelen: - 5635 achter Herenweg 59; - 3099 nabij Bilderdammerweg 66 / achter 64.

 Verkennend bodemonderzoek naar asbest op circa 400 m2 aan het einde betonpad Herenweg 45; Deellocatie C-1: Te verwerven perceel 5049 (exclusief woning met erf-gedeelte)  Nader bodemonderzoek lood en zink ten behoeve van omvangsbepalingen: - spotverontreinigingen bovenlaag grasland, matig tot sterk verontreinigd met lood en zink;  Verkennend bodemonderzoek naar asbest (strategie VED-HE): - vanwege aangetroffen bijmengingen in bovenlaag (grasland).

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

10 / 65

Deellocatie D: Slootdempingen  Gecombineerd kleinschalig nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek naar asbest: - boring 607 bovenlaag matige verontreiniging met PAK (uitkartering); - bijmenging bovenlaag 607 matig puinhoudend (asbestverdacht);  Peilbuis Pb617 sterke verontreiniging met nikkel in grondwater (herbemonstering).  Lijnvormig verkennend bodemonderzoek van één slootdemping (Herenweg 47/47A en 49): - volgens de gemeente Amstelveen heeft de ‘oude’ verkaveling een vaste breedte van 50 meter waardoor ter plaatse van één demping mogelijk op circa 10 meter oostelijk van de demping is geboord. Deellocatie F: Bilderdammerweg voormalig nr. 70 / 72  Nader bodemonderzoek (omvangsbepaling / verticale afperking): - repachoudende bovenlaag voormalig stallingsterrein bij garagebedrijf (nr. 70) plaatselijk sterk verontreinigd met koper / metalen en PAK; - repachoudende bovenlaag voormalige werkplaats en fietsenmakerij (nr. 72) sterk verontreinigd met metalen. Deellocatie G: Percelen voormalig Bilderdammerweg 66  Nader bodemonderzoek van toepassing (omvangsbepaling / verticale afperking). - bovenlaag onder circa 60 meter van het betonpad matig en sterk verontreinigd met nikkel - peilbuis 011 - matige verontreiniging met nikkel in grondwater (herbemonstering);  Nader bodemonderzoek naar asbest in grond van toepassing (sleuvenonderzoek).

- 2x geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest (op basis van VO); Deellocaties L. Dammetjes en M. Betonnen middenpaden Nog niet alle in het gebied aanwezige dammetjes en betonverhardingen zijn onderzocht op asbest. Alle niet onderzochte dammen zijn geïnventariseerd. Per historisch (voormalig) dammetje wordt een enkele proefboring verricht om eventuele antropogene lagen op te sporen. In dat geval wordt op de betreffende deellocatie opgeschaald naar onderzoek conform de geldende normen. Daarnaast is aanvullend bodemonderzoek naar asbest op de paden voorzien die nog niet zijn onderzocht. Aanvullend waterbodemonderzoek Het aanvullende waterbodemonderzoek valt buiten het kader van onderhavig onderzoeksrapport. Het aanvullend waterbodemonderzoek is synchroon met onderhavig bodemonderzoek uitgevoerd. Voor resultaten en slotconclusies wordt doorverwezen naar het betreffende rapport door AT Milieu Advies. Op de volgende pagina zijn de vervolgacties per deellocatie met aanleiding schematisch weergegeven in tabel 2.5.1.

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

11 / 65

Tabel 2.5.1: Totaaloverzicht deellocaties fase 2

Deellocatie

Aanleiding

Vervolgactie

Meer inzicht in kwaliteit ondergrond en grondwater per voormalig bedrijf Asbest op maaiveld

Aanvullend bodemonderzoek

D

Percelen met in het verleden kassengebruik (5,17 ha) Zuidzijde betonpad Herenweg 45 (ca. 400 m2) Meest westelijke perceel 5635 achter Herenweg 59 (ca. 125 m1) Te verwerven perceel 5049 (ca. 3.200 m2) Te verwerven perceel 5049 (ca. 3.200 m2) Boring 607 in slootdemping (max. 500 m2) Boring 607 in slootdemping (max. 500 m2) Peilbuis 617

D

Serie 607 t/m 609 (ca. 200 m1)

Herzien ligging slootdemping

F

Bilderdammerweg 70/72 (ca. 1.500 m2)

Sterke verontreinigingen bovengrond

G

Bilderdammerweg 66

G

Perceel 3099 Bilderdammerweg voormalig nr. 66 / achter 64 (125 m1) Bilderdammerweg 66 - deels gesaneerd (ca. 500 m2) Betonpad Bilderdammerweg 66 (ca. 1.000 m2) Diverse dammen / paden

Matige verontreiniging nikkel in grondwater Opstand kassenrand met asbesthoudende kit (zwart) Sterke verontreiniging met asbest in bovengrond zuid van betonpad/fundering Sterke verontreinigingen bovengrond asbest en nikkel Nog niet allemaal onderzocht

A-1 A-2 A-3 C-1 C-1 D D

G M L/M

Watergangen met asbesthoudende beschoeiing

Opstand kassenrand met asbesthoudende kit (zwart) Sterke verontreinigingen bovengrond Puinbijmengingen in grond Matige verontreiniging PAK’s bovengrond Puinbijmengingen in grond Sterke verontreiniging nikkel in grondwater

Asbesthoudende beschoeiing

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

Verkennend asbestonderzoek NEN-5707 Indicatief asbestonderzoek Nader bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek NEN-5707 Aanvullend afperkend bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek NEN-5707 In eerste instantie herbemonstering Verkennend onderzoek, lijnvormige locatie Nader bodemonderzoek

In eerste instantie herbemonstering Indicatief asbestonderzoek Nader bodemonderzoek NEN5707 Nader bodemonderzoek NTA 5755, gecombineerd NEN-5707 In eerste instantie indicatief bodemonderzoek 2 x waterbodemonderzoek bij te dempen watergangen Aanbeveling 1 x waterbodemonderzoek bij te verbreden watergang

12 / 65

2.6

Opzet vervolg onderzoek (deel III) inzake milieuhygiënische kwaliteit

Op basis van het bovenstaande zijn de onderzoeksstrategieën per deellocatie uitgewerkt. Enkele deellocaties komen in aanmerking voor gecombineerd bodemonderzoek mede naar asbest. Op de genoemde deellocaties zijn de in tabel 2.6.1 weergegeven werkzaamheden verricht. Voor het overzicht zijn hier de onderdelen met betrekking tot asbest niet in opgenomen. Dit volgt in een aparte tabel. Tabel 2.6.1: Aanvullend en nader bodemonderzoek voorgestelde werkzaamheden (boringen en analyses): Deellocatie Boringen Peilbuizen Analyses grond (m-mv) (m-mv) A-1 Percelen met in het verleden 8 x 2,5 8 x STAP + L/H (ondergrond) kassengebruik (5,17 ha.) C-1 Te verwerven perceel 5049 7 x 0,5 6 x lood, zink + L/H (deels, ca. 3.120 m2) 1 x 1,5 3 x zink + L/H 4 x 1,0 D-1 Boring 607 (max. 500 m2) 5 x PAK +H 1 x 1,5 D-2

Peilbuis 617

-

-

-

D-3

Herziene slootdemping 2 x STAP + L/H (bovenlaag) 3 x 1,5 1 x 2,5 (ca. 200 m1) 2 x STAP + L/H (onderlaag) F Bilderdammerweg vml. 70/72 14 x koper, lood, nikkel, zink +L/H 15 x 0,5 (ca. 1.500 m) 6 x PAK G Bilderdammerweg 66 Peilbuis 11 M Betonpad Bilderdammerweg 9 x nikkel + L/H 10 x 1,0 * 1 x 2,5 66 (ca. 1.000 m2) 2 x STAP + L/H L/M Dammetjes (L.) en betonnen [2] 12 x 1,0 6 x STAP middenpaden (M) * Gecombineerd met asbest proefsleuven tot 0,5 m-mv VED-HE-L = strategie verkennend bodemonderzoek, lijnvormige verdachte locatie STAP = standaard stoffenpakket conform NEN L = Lutum, H = Humus

Analyses grondwater

Strategie

8 x STAP

eigen

-

NTA 5755

-

NTA 5755

1 x nikkel

Herbem.

1 x STAP

VED-HE-L

-

NTA 5755

1 x nikkel

Herbem.

1 x STAP

eigen

-

eigen

Na uitvoering van het bovenstaande schema bleken op basis van de resultaten op enkele deellocaties alsnog aanvullingen noodzakelijk, zie onder. De veld- en analyseresultaten worden behandeld in het volgende hoofdstuk. Tabel 2.6.2: overzicht extra aanvullend / nader milieuhygiënisch onderzoek (boringen en analyses) Deellocatie Boringen Peilbuizen Analyses grond (m-mv) (m-mv) A-1 Percelen met in het verleden 1 x herbemonstering kassengebruik (5,17 ha.) D-2 Peilbuis 617 1 x herbemonstering F L

Bilderdammerweg vml. 70/72 (ca. 1.500 m2) Diverse dammen – IG813, demping Herenweg 57 / 59

Analyses grondwater 1 x nikkel 1 x nikkel

10 x 0,5

-

10 x koper, lood, nikkel, zink+ L/H

-

4 x 1,0 1 x 1,5

-

5 x nikkel+L/H

-

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

13 / 65

2.7

Opzet vervolg onderzoek (deel III) inzake asbest in grond

Voor deellocaties A-2, C-1, D-1 en M is een onderzoeksstrategie conform NEN 5707 gehanteerd voor een “verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld” (paragraaf 6.4.5, VED-HE). Dit betreft verkennend bodemonderzoek naar asbest in grond. Op deellocaties A-3 en G-1 is een onderzoeksstrategie gehanteerd afgeleid van de NEN 5707 voor een “verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern” (paragraaf 6.4.4, VEP). Het onderzocht richt zicht op de gedeeltes kasrand waar de kitrand ontbreekt of is verweerd. Bij voorkeur wordt gekeken aan weerszijden van de kaswand, in totaal twee maal twee gaten. Op deellocatie G is de strategie voor het aanvullend nader bodemonderzoek gebaseerd op NEN 5707 paragraaf 7.3 “vaststellen omvang”. Binnen de naar schatting 1.000 m2 nader te onderzoeken verontreinigde deellocatie zijn meerdere verontreinigde lagen aanwezig. Vandaar is sprake van meerdere R.E’s en/of meer dan vijf te verrichten proefsleuven. Ter plaatse van het betonpad wordt gecombineerd nader onderzoek verricht naar de aangetoonde sterke verontreiniging met nikkel. Tabel 2.7.1: onderzoeksprogramma verkennend en/of nader onderzoek naar asbest in grond Deellocatie

A-2

A-3

C-1 D-1

(nader) G G-1

L [e] M

Zuidzijde (naast) betonpad Herenweg 45 (ca. 400 m2) Opstand kassenrand op perceel 5635 achter Herenweg 59 (125 m) Te verwerven perceel 5049 (ca. 3.120 m2) Boring 607 (max. 500 m2) Percelen Bilderdammerweg voormalig nr. 66 (ca. 1.500 m2) Opstand kassenrand op Bilderdammerweg 66; (ca. 125 m) Diverse dammen

Inspectiegaten 0,3 x 0,3 meter tot maximaal 0,5m in verdachte laag OF inspectiesleuven 0,3 x 2,0 m (m-mv)

Inspectiegaten/-sleuf met boring tot in de ongeroerde onder-grond en tot maximaal 2,0 m-mv (a)

Aantal te analyseren materiaalverzamelmonsters maaiveld en geroerde bodemlaag min – max (b)

Minimaal aantal te analyseren grondmengmonsters uit geroerde lagen (c)

3 x (gat)

1x

(d)

1

4 x (gat)

-

(d)

2

12 x (gat)

2x

(d)

3

3 x (gat)

1x

(d)

1

8 x inspectiesleuf 3 x proefgat in beton 2x controlemonster

2x

(d)

13

4 x (gat)

-

(d)

2

e

-[ ] 3x

e

-[ ]

e

-[ ]

-[ ] 9 x (gat)

Betonnen paden <500m2 (1x asfaltpad) (d) incl. B’weg 66. <1.000m2 10 x (gat) 2x (a) Dit inspectiegat wordt gegraven tot 1,0 m-mv en aansluitend met een handboor doorgezet tot 2,0 m-mv. (b) Het aantal materiaalverzamelmonsters is afhankelijk van de waarnemingen. (c) VED-HE: heterogeen verdeelde verontreiniging, 1 per laag (par. 6.4.5 NEN 5707+C1 / 08-2016). (d) Afhankelijk van uitkomsten veldwerk. [2] Indicatieve boringen naar dammetjes indien bodemvreemde bijmengingen aanwezig;

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

e

5

14 / 65

Na uitvoering van het bovenstaande schema bleken op basis van de resultaten op enkele deellocaties alsnog aanvullingen noodzakelijk, zie onder. De veld- en analyseresultaten worden behandeld in het volgende hoofdstuk. Tabel 2.7.2 opzet asbestonderzoek in grond Deellocatie

C-1 G M

Te verwerven perceel 5049 (ca. 3.200 m2) Percelen Bilderdammerweg voormalig nr. 66 (ca.1.500 m2) Betonnen paden (<500m2)

Inspectiegaten 0,3 x 0,3 meter tot maximaal 0,5m in verdachte laag OF inspectiesleuven 0,3 x 2,0 m (m-mv) 3 x sleuf (2 x 0,5, 1 x 1,0)

Inspectiegaten/-sleuf met boring tot in de ongeroerde ondergrond en tot maximaal 2,0 m-mv (a)

Minimaal aantal te analyseren grondmengmonsters uit geroerde lagen (c)

-

4

3 x sleuf

-

3

6 gaten

-

2

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

15 / 65

3

Resultaten aanvullend en nader bodemonderzoek

3.1

Algemeen

Het veldwerk is uitgevoerd van 26 oktober t/m 3 november 2020 en op 1 en 8 december 2020. Waar mogelijk zijn boringen gecombineerd uitgevoerd met asbest inspectiegaten om enigszins de onderzoeksinspanningen te beperken. In dit hoofdstuk wordt per deellocatie verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen resultaten. In totaal zijn ten behoeve van geheel het aanvullend en nader bodemonderzoek 75 boringen verricht en hiervan zijn er 10 afgewerkt tot peilbuis. Tevens zijn 37 inspectiegaten en 8 inspectiesleuven verricht, waarvan 28 als gecombineerde boringen. Nu volgt een technische uiteenzetting van algemeen uit te voeren bodemonderzoek inclusief asbest. Methode De boringen zijn op basis van de vooruit geschreven booropdrachten en –tekeningen uitgevoerd met Edelmanboor, guts, ramguts en wanneer noodzakelijk zijn deze voorgewerkt met een betonboor. De opgeboorde grond is lithologisch en zintuiglijk onderzocht. De opgeboorde grond is per bodemlaag of in trajecten van ten hoogste 0,5 meter bemonsterd. Zintuiglijk afwijkende bodemlagen zijn apart bemonsterd. De grondwaterfilters van de peilbuizen zijn geplaatst met het filter van 0,5 tot 1,5 meter onder de aangetroffen grondwaterstand. Het grondwater is bemonsterd na circa een week wachttijd na plaatsing van de peilbuizen, met ten minste zeven dagen ter overbrugging.

De asbestinspectiegaten en inspectiesleuven zijn uitgevoerd met een schep, een zeef en/of hark met maaswijdte 20 mm en wanneer noodzakelijk zijn deze voorgewerkt met een betonzaag of met een betonboor van 350 mm in diameter. Het onderzoek naar asbest in grond (en puin) is als volgt uitgevoerd:  Het maaiveld is in twee haaks op elkaar staande richtingen visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van mogelijk asbesthoudende materialen. De ligging van eventuele materialen worden aangetekend op een kaart. Van de materialen worden materiaalverzamelmonsters samengesteld om te kunnen analyseren op asbest;  Verkennend onderzoek (NEN 5707, H6): per onderzoeksvak worden inspectiegaten gegraven van 0,30 x 0,30 meter tot tenminste 0,5 meter in of tot de onderkant verdachte (/puinhoudende) laag;  Nader onderzoek (NEN 5707, H7.3): verdeeld over de onderzoekslocatie worden inspectiesleuven van 2,0 x 0,3 meter graven tot onderkant verdachte (puinhoudende) laag.  Het materiaal uit de inspectiesleuven wordt geharkt / gezeefd over 20 mm. Van alle mogelijke asbesthoudende materialen uit de fractie groter dan 20 mm wordt een materiaalverzamelmonster gemaakt. Van het oorspronkelijke materiaal wordt een verzamelmonster samengesteld. Vanwege de aard van het te onderzoeken materiaal kunnen hier ook delen uit de fractie > 20 mm bijzitten.

 Ter bevestiging van de waarnemingen en ter bepaling van de asbestgehalten worden diverse materiaalverzamelmonsters en grondmonsters door het laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Bij nader onderzoek naar asbest zal per inspectiesleuf minimaal één analyse worden uitgevoerd. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

16 / 65

Kwaliteit De veldwerkzaamheden, maaiveldinspectie, monstername en monsterbehandeling, zijn uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Hoste Milieutechniek is door de KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform BRL SIKB 2000. Het verrichten van de boringen en inspectiegaten / -sleuven en plaatsen van de peilbuizen is verzorgd door B-MKV (certificaat VB-076). De grondwater monsterneming is uitgevoerd door Hoste Milieutechniek (certificaat K43672). Beide zijn erkend voor veldwerk conform VKB-protocollen 2001, 2018 en 2002. Een overzicht van de betrokken medewerkers is opgenomen in bijlage 8. De grond- en grondwatermonsters zijn voor chemische analyse bij Eurofins-Analytico te Barneveld aangeboden en conform de AS3000 accreditatie onderzocht. Eurofins heeft de asbestanalyses uitbesteed aan Eurofins-Omegam. Hoste Milieutechniek BV en haar onderaannemers zijn als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie zoals bedoeld in paragraaf 3.1.7. van de BRL SIKB 2000. Toetsen analyseresultaten De analyseresultaten zijn getoetst aan de Circulaire Bodemsanering van april 2016 en (indien van toepassing) het Tijdelijk Handelingskader PFAS uit 2019.

Om de mate van verontreiniging tekstueel weer te geven, wordt de volgende terminologie gehanteerd: * niet verontreinigd: concentratie lager dan of gelijk aan de streefwaarde; * licht verontreinigd: concentratie hoger dan de achtergrondwaarde maar lager dan de richtwaarde voor nader onderzoek; * matig verontreinigd: concentratie hoger of gelijk aan de richtwaarde voor nader onderzoek maar lager dan de interventiewaarde; * sterk verontreinigd: concentratie hoger dan of gelijk aan de interventiewaarde. Omtrent de toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit en de kwalificatie van land- en waterbodems wordt verwezen naar het voorgaande deelrapport I. Ook voor de samenstelling van de standaard analyse-pakketten van de NEN 5740 volgens het Besluit Bodemkwaliteit wordt verwezen naar deelrapport I, dan wel de analysecertificaten in bijlage 6.

Asbest veldonderzoek algemeen (diverse deellocaties) De dagen van uitvoering van het asbest bodemonderzoek was het overwegend droog weer met enkele (lichte) buien. In totaal zijn twee ronden veldwerk uitgevoerd vanwege een laatste noodzakelijke aanvulling ter plaatse van lokale, nog af te perken verontreinigde terreindelen. De onderzoekslocatie was voorafgaand aan het onderzoek gemaaid waarbij het meeste maaisel is afgevoerd. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

17 / 65

De bodem van de locatie is tijdens de maaiveldinspectie beoordeeld als nat en vastgereden. Door de monsternemer is de efficiency van de maaiveld inspectie (beide ronden) geschat op ca. 50-70%. Zoals verwacht zijn tijdens de korte maaiveldinspectie op de specifieke deellocaties op het maaiveld geen asbestverdachte materialen meer aangetroffen. Aan de zuidzijde van de locatie ter hoogte van voormalig Bilderdammerweg 70/72 is een enigszins verweerde (oude) repac halfverharding aanwezig, reeds geïnspecteerd tijdens voorgaand (verkennend) deelonderzoek II naar asbest. Volgens de gebruikelijke werkwijze is de uitkomende grond geharkt of uitgezeefd over 20 mm en na volledig inspecteren bemonsterd en verpakt in daartoe bestemde monsteremmers. Per verdachte laag uit één of meerdere inspectiegaten is tenminste één monster van de grond (10 kg) dan wel puin (25 kg) samengesteld. Van het uit inspectiesleuven verkregen materiaal is per één sleuf per laag al het materiaal geïnspecteerd en separaat bemonsterd. De onder de verdachte laag liggende grond is tevens bemonsterd ter verticale afperking van de verdachte / verontreinigde bodemlaag (indien benodigd). Asbest normering Voor asbest in grond ligt de interventiewaarde voor asbest op een gehalte van 100 mg/kg d.s. gewogen asbest, waarbij amfibool asbest (allerlei typen) 10x zwaarder telt dan serpentijn asbest (enkel chrysotiel).

Voor asbest in puin geldt de restconcentratienorm of hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. Ook hierbij telt amfibool asbest 10x zwaarder dan serpentijn asbest. Bij overschrijding van deze norm is asbesthoudend puin saneringsplichtig.

Op basis van onderzoek naar asbest kunnen de volgende vervolgacties worden onderscheiden: Gewogen asbestgehalte

Vervolgactie

geen kleiner dan 50 groter dan 50 en kleiner dan 100

geen belemmeringen of vervolgacties geen vervolgonderzoek / geen sanerende maatregelen vervolgonderzoek ter vaststelling omvang bepaling gemiddelde gewogen gehalte per vak of ruimtelijke eenheid vaststellen saneringsnoodzaak indien omvang nog niet bepaald dan nader onderzoek ter vaststelling omvang uitvoeren sanerende maatregelen

groter of gelijk aan 100

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen geconstateerd ten opzichte van de NEN 5707 dan wel NTA 5755, noch hebben zich bijzonderheden voorgedaan. Ten behoeve van de inspectiegaten ter plaatse van de betonpaden is een 350 mm betonboor ingezet. Ten behoeve van het graven van de inspectiesleuven en scheiden van de verschillende lagen is een hydraulische graafmachine ingezet. Uitkomende asbestverdachte materialen zijn bemonsterd en dubbelverpakt aangeleverd bij het milieulaboratorium. In alle voorkomende gevallen is dit materiaal ingezet voor een analyse op asbest, alsmede het betreffende grond(meng)monster van de betreffende proefsleuf of inspectiegat. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

18 / 65

De navolgende paragrafen beschrijven steeds per paragraaf één complete deellocatie. Voor de situering van de boringen, peilbuizen, monsternemingspunten, inspectiegaten en/of -sleuven wordt verwezen naar de bijbehorende tekeningen in bijlage 2. De grafische boorprofielen van de boringen en peilbuizen zijn opgenomen in bijlage 3. In bijlage 3 zijn tevens de grafische profielen van de inspectiegaten en inspectiesleuven opgenomen. Het asbest veldwerkformulier en bijbehorend beeldmateriaal is bijgevoegd in bijlage 4. De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn allen weergegeven in de tabellen in bijlage 5. Deze is samengesteld in oplopende volgorde van monsternummering en niet geheel per deellocatie. In de tabellen staat per getoetst monster de deellocatie vermeld. De toetsingstabellen van de onderdelen asbest onderzoek zijn in bijlage 5 achteraan opgenomen. De analysecertificaten van het milieulaboratorium zijn opgenomen in bijlage 6.

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

19 / 65

3.2

Deellocatie A: Percelen met in het verleden kassengebruik

Op deellocatie A-1 (braakliggende percelen) zijn in totaal acht boringen verricht en alle acht afgewerkt tot peilbuis. Het gaat om twee peilbuizen per voormalige bedrijfsvoering. De peilbuizen zijn genummerd 081 t/m 088. Ten behoeve van de onderdelen onderzoek naar asbest zijn op deellocaties A-2 (vindplaats asbest op maaiveld) en A-3 (restant kas onderwand met asbesthoudende kit, verweerd) in totaal acht inspectiegaten verricht genummerd Ig781 t/m Ig784 en Ig981 t/m Ig984. Tabel 3.2.1. uitgevoerde boringen en peilbuizen Deellocatie

Boringen / Inspectiegaten (l x b) (m-mv)

Peilbuizen (m-mv) 081 (1,4-2,4) 082 (1,4-2,4) 083 (1,4-2,4) 084 (1,3-2,3) 085 (1,4-2,4) 086 (1,4-2,4) 087 (1,5-2,5) 088 (1,5-2,5)

A-1: Percelen met in het verleden kassengebruik (5,17 ha)

A-2: Zuidzijde betonpad Herenweg 45 (ca. 400 m2)

A-3: Opstand kassenrand op perceel 5635 achter Herenweg 59 (ca. 125 m1)

Ig781 (0,32 x 0,31 x 0,50) Ig782 (0,30 x 0,30 x 0,50) Ig783 (0,30 x 0,30 x 0,50) / boring 783 (0,85) Ig784 (0,32 x 0,31 x 0,50) Ig981 (0,32 x 0,32 x 0,50) Ig982 (0,32 x 0,31 x 0,50) Ig983 (0,32 x 0,31 x 0,50) Ig984 (0,32 x 0,32 x 0,50)

In de boringen en inspectiegaten is zwak tot sterk zandige klei aangetroffen. Tot circa 1,0 m-mv is de bovenlaag in afnemende mate humeus. De ondergrond bestaat uit matig tot sterk zandige klei. In de inspectiegaten op deellocaties A-2 en A-3 zijn geen asbestverdachte materialen en/of resten zwarte kit aangetroffen. Op deellocatie A-1 is tijdens het plaatsen van de peilbuizen het grondwater aangetroffen op een diepte variërend van 0,8 tot 1,0 m-mv. De zintuiglijke waarnemingen aan de opgeboorde / uitkomende grond zijn weergegeven in tabel 3.2.2. Tabel 3.2.2: zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring

Diepte boring/ Traject inspectiegat (m -mv) (m -mv) Deellocatie A-2: Zuidzijde (naast) betonpad Herenweg 45 Ig781 0,5 0,0 - 0,4 Ig782 0,5 0,0 - 0,4 Ig783 0,85 0,0 - 0,35 Ig784 0,5 0,0 -0,35

Grondsoort

klei klei klei klei

Waargenomen bijzonderheden

zwak puinhoudend, puin 2% (> 20 mm) zwak puinhoudend, puin 1% (> 20 mm) zwak puinhoudend, puin 1% (> 20 mm) zwak puinhoudend, puin 1% (> 20 mm)

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

20 / 65

(Vervolg tabel 3.2.2.) Boring

Diepte boring/ Traject Grondsoort Waargenomen bijzonderheden inspectiegat (m -mv) (m -mv) Deellocatie A-3: Opstand kassenrand op perceel 5635 achter Herenweg 59 Ig981 0,5 0,0 - 0,5 klei sporen baksteen, resten tempex, puin < 1% Ig982 0,5 0,0 - 0,5 klei zwak baksteenhoudend, puin 3% waarvan 2 > 20 mm Ig983 0,5 0,0 - 0,4 klei zwak puinhoudend, puin 1% (> 20 mm) Ig984 0,5 0,0 - 0,4 klei zwak puinhoudend, sporen glas, puin 2% (> 20 mm)

In tabel 3.2.3 zijn de meetgegevens van de watermonstername opgenomen. Hieruit blijkt dat de pH- en EC-waarden niet afwijken van de van nature voorkomende waarden. Tabel 3.2.3: metingen tijdens de watermonstername Peilbuis

Filterdiepte Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) Deellocatie A-1: Percelen met in het verleden kassengebruik 081 1,4 – 2,4 1,20 082 1,4 – 2,4 0,28 083 1,4 – 2,4 0,22 084 1,3 – 2,3 0,98 085 1,4 – 2,4 0,42 086 1,4 – 2,4 0,37 087 1,5 – 2,5 0,53 087 her 1,5 – 2,5 0,48 088 1,5 – 2,5 0,62 088 her 1,5 – 2,5 1,09

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

6,35 7,03 6,90 7,08 6,42 6,51 6,46 7,51 6,63 7,02

1.213 866 1.114 1.010 1.323 1.248 1.430 1,141 1.918 1.765

23,1 8,8 46,1 27,9 137 332 28,4 24,9 21,2 33,9

In afwijking tot VKB-protocol 2002 inzake monsterneming van het grondwater zijn de watermonsters uit peilbuizen 081, 084, 085 en 086 tijdens monsterneming belucht geweest. Het niveau van het grondwater is dan gezakt tot onder de bovenkant van het filter en dus is het verkregen monster blootgesteld geweest aan de lucht. Dit kan leiden tot afwijkende meetwaarden en/of opmerkingen van het bevoegd gezag. Peilbuizen 087 en 088 zijn na circa 2 weken herbemonsterd ter verificatie van de aangetoonde sterk verhoogde gehaltes nikkel. De geselecteerde monsters en bijbehorende analyses zijn weergegeven in de tabellen 3.2.4 en 3.2.5. Tabel 3.2.4: monstersamenstelling en analysepakketten (grond) AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) (m-mv) Deellocatie A-1: Percelen met in het verleden kassengebruik m-01 0,4 - 0,9 081 (0,4 - 0,9) m-02 0,5 - 0,9 082 (0,5 - 0,9) m-03 0,4 - 0,7 083 (0,4 - 0,7) m-04 0,5 - 1,0 084 (0,5 - 1,0) m-05 0,5 - 1,0 085 (0,5 - 1,0) m-06 0,3 - 0,8 086 (0,3 - 0,8) m-07 0,5 - 1,0 087 (0,5 - 1,0) m-08 0,4 - 0,9 088 (0,4 - 0,9)

Motivatie

Analysepakket

klei, onderlaag klei, onderlaag klei, onderlaag klei, onderlaag klei, onderlaag klei, onderlaag klei, onderlaag klei, onderlaag

STAP +L/H STAP +L/H STAP +L/H STAP +L/H STAP +L/H STAP +L/H STAP +L/H STAP +L/H

H/L organische stof- en lutumgehalte STAP standaard stoffenpakket (NEN / Bbk)

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

21 / 65

(Vervolg tabel 3.2.4) AnalyseTraject Deelmonsters Motivatie monster (m -mv) (m-mv) Deellocatie A-2: Zuidzijde (naast) betonpad Herenweg 45 AMM107 0,0 - 0,4 Ig781 (0,0 - 0,4) klei, bovenlaag, zwak puinhoudend Ig782 (0,0 - 0,4) Ig783 (0,0 - 0,35) Ig784 (0,0 - 0,35) Deellocatie A-3: Opstand kassenrand op perceel 5635 achter Herenweg 59 AMM105 0,0 - 0,5 Ig981 (0,0 - 0,5) klei, bovenlaag, zwak puinhoudend, Ig982 (0,0 - 0,5) verweerde kitrand AMM106 0,0 - 0,5 Ig983 (0,0 - 0,4) klei, bovenlaag zwak puinhoudend, Ig984 (0,0 - 0,4) verweerde kitrand

Analysepakket

asbest

asbest asbest

H/L organische stof- en lutumgehalte STAP standaard stoffenpakket (NEN / Bbk)

Tabel 3.2.5: analyses grondwater AnalyseFilterdiepte (m -mv) monster Deellocatie A-1: Percelen met in het verleden kassengebruik 081-1-1 1,4 - 2,4 082-1-1 1,4 - 2,4 083-1-1 1,4 - 2,4 084-1-1 1,3 - 2,3 085-1-1 1,4 - 2,4 086-1-1 1,4 - 2,4 087-1-1 1,5 - 2,5 087-1-1 (herb.) 1,5 - 2,5 088-1-1 1,5 - 2,5 088-1-1 (herb.) 1,5 - 2,5

Analysepakket

STAP-grondwater STAP-grondwater STAP-grondwater STAP-grondwater STAP-grondwater STAP-grondwater STAP-grondwater nikkel STAP-grondwater nikkel

Tabellen 3.2.6 t/m 3.2.8 geven de getoetste analyseresultaten weer. Tabel 3.2.6: Wbb overschrijdingstabel grond (A-1) AnalyseDeelmonsters > AW (+index) monster (m -mv) Deellocatie A-1: Percelen met in het verleden kassengebruik m-01 081 (0,4 - 0,9) m-02 082 (0,5 - 0,9) m-03 083 (0,4 - 0,7) m-04 084 (0,5 - 1,0) m-05 085 (0,5 - 1,0) m-06 086 (0,3 - 0,8) m-07 087 (0,5 - 1,0) m-08 088 (0,4 - 0,9) > AW : > Achtergrondwaarde >T : > Tussenwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)

> T (+index)

> I (+index)

BBK monsterconclusie

-

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

22 / 65

Interpretatie grondresultaten Wbb: Uit de getoetste analyseresultaten van de ondergrond van de onderzochte braakliggende percelen met voormalig kassengebruik blijkt dat deze niet is verontreinigd met de onderzochte parameters. Dit betreft eenzelfde resultaat zoals is geconcludeerd in het verkennend bodemonderzoek (deel I). Besluit Bodemkwaliteit: Toetsing van de analyseresultaten conform het Besluit bodemkwaliteit is bij verkennend en nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Deze toetsing geeft echter een indicatie van de eventuele hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende en buiten de locatie toe te passen grond. Let op: dit onderzoek en deze indicatieve toetsing zijn niet bedoeld ter bepaling hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grondstromen. Indien van toepassing dient hiervoor aanvullend onderzoek te worden gedaan conform het Besluit bodemkwaliteit. Conform het BBK worden alle monsters van de ondergrond met betrekking tot deze analyseresultaten indicatief gekwalificeerd als klasse “Altijd toepasbaar”. Tabel 3.2.7 geeft het toetsingsresultaat van de onderzochte grondwatermonsters weer.

Tabel 3.2.7: Wbb overschrijdingstabel grondwater (A-1) Peilbuis / Filterdiepte > S (+index) watermonster (m -mv) Deellocatie A-1: Percelen met in het verleden kassengebruik 081-1-1 1,4 - 2,4 082-1-1 1,4 - 2,4 molybdeen (0,01) 083-1-1 1,4 - 2,4 barium (-) 084-1-1 1,3 - 2,3 molybdeen (-) 085-1-1 1,4 - 2,4 086-1-1 1,4 - 2,4 087-1-1 1,5 - 2,5 barium (0,05) 087-1-2 (her) 1,5 - 2,5 088-1-1 1,5 - 2,5 barium (0,02) 088-1-2 (her) 1,5 - 2,5 >S : > Streefwaarde >T : > Tussenwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)

> T (+index)

> I (+index)

nikkel -

nikkel nikkel nikkel

(0,82)

(1,42) (1,92) (1,92)

Interpretatie:  Het grondwater uit peilbuis 081 (voormalig Bilderdammerweg 78) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters;  Het grondwater uit peilbuis 082 (voormalig Bilderdammerweg 78) is licht verontreinigd met molybdeen en niet verontreinigd met de overige onderzochte parameters;  Het grondwater uit peilbuizen 083 en 084 (voormalig Bilderdammerweg 76) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters;  Het grondwater uit peilbuizen 085 en 086 (voormalig Herenweg 45) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters;  In het grondwater uit peilbuis 087 (voormalig Bilderdammerweg 66) is in eerste instantie een sterk verhoogd gehalte nikkel en een licht verhoogd gehalte barium aangetoond. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

23 / 65

 In het grondwater uit peilbuis 087 is bij herbemonstering een matig verhoogd gehalte nikkel aangetoond;  In het grondwater uit peilbuis 088 (voormalig Bilderdammerweg 66) is in eerste instantie een sterk verhoogd gehalte nikkel en een licht verhoogd gehalte barium aangetoond.  In het grondwater uit peilbuis 088 is bij herbemonstering nog steeds een sterk verhoogd gehalte nikkel aangetoond. Uit het voorgaand onderzoek (deel I) zijn enkele peilbuizen op de percelen voormalig behorend bij Bilderdammerweg 66 herbemonsterd ten behoeve van verificatie van een sterke nikkelverontreiniging in het grondwater. Zie daartoe deellocatie D-2 en deellocatie G (paragrafen 3.4 en 3.6). In tabel 3.2.8 zijn de resultaten van de onderdelen asbest onderzoek op ‘A’ opgenomen. Tabel 3.2.8: werkzaamheden en analyseresultaten onderzoek asbest in de grond (A-2+A-3) InspectieTraject (met Samenstelling AVM Asbestgehalte Monstercode bodemvreemd grond / gat / -sleuf > 20 mm >20 mm uitgezeefde materiaal) gradatie puin mg/kg d.s. fractie (m-mv) ( > 20mm) < 20 mm (#) Deellocatie A-2: Zuidzijde (naast) betonpad Herenweg 45 Ig781 0,0 – 0,4 klei, 1% puin AMM107 Ig782 Ig783 Ig784 Deellocatie A-3: Opstand kassenrand op perceel 5635 achter Herenweg 59 Ig981 0,0 – 0,5 klei, 2% puin AMM105 Ig982 (baksteen) Ig983 0,0 – 0,5 klei, 1% puin AMM106 Ig984

Asbestgehalte< Totaal * 20 mm gewogen asbestgehalte in mg/kg d.s. 0,1

0,1

n.a.

n.a.

n.a.

n.a.

* incl. afronding naar boven n.a. = niet aantoonbaar

Interpretatie deellocatie A-2 – Zuidzijde betonpad Herenweg 45  Mengmonster AMM107 van de zwak puinhoudende bovengrond bevat een verwaarloosbaar gehalte asbest. Interpretatie deellocatie A-3 – Opstand kassenrand perceel 5635 achter Herenweg 59  Mengmonster AMM 105 van de zwak puinhoudende bovenlaag naast het noorddeel van de verweerde oude kasrand is niet verontreinigd met asbest;  Mengmonster AMM 106 van de zwak puinhoudende bovenlaag naast het zuiddeel de verweerde oude kasrand is niet verontreinigd met asbest.

20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

24 / 65

3.3

Deellocatie C: Te verwerven perceel 5049

Op deellocatie C-1 (gedeelte grasland) zijn ten behoeve van nader onderzoek rond de verontreinigde spots in totaal zeven afperkende boringen verricht. De boringen zijn genummerd, in navolging van verontreinigde boringen 204 en 209 uit het verkennend onderzoek, als nummers 241-243 en 291-295. De boringen zijn systematisch verdeeld in rasters bij 204 van circa 10 x 10 meter en bij 209 van circa 5 x 5 meter. Het chemisch-analytisch onderzoek is gericht op de kritische parameters zink en lood. Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest zijn in totaal veertien inspectiegaten verricht. De inspectiegaten zijn genummerd Ig251 t/m Ig264. Van de boringen / inspectiegaten zijn er vier gecombineerd uitgevoerd. Uit de verkregen mengmonsters is een selectie gemaakt om te analyseren op asbest. Naar aanleiding van het in één inspectiegat aantreffen van een gehalte asbest boven de norm is kleinschalig nader bodemonderzoek naar asbest verricht teneinde de ernst en omvang vast te stellen. In totaal zijn drie asbest inspectiesleuven gegraven, genummerd Sl264 t/m Sl266. Tabel 3.3.1 geeft een overzicht van de verrichte boringen en inspectiegaten. Tabel 3.3.1. uitgevoerde boringen en peilbuizen Deellocatie C-1: Te verwerven perceel 5049 (ca. 3.120 m2) VO asbest

C-1: Spotverontreinigingen met metalen (à 25 m2)

C-1: Spotverontreiniging met asbest (ca. 50 m2)

Boringen / Inspectiegaten (l x b) / Inspectiesleuven (l x b) (m-mv) Ig251 (0,30 x 0,31 x 0,50) Ig252 (0,31 x 0,31 x 0,50) Ig253 (0,31 x 0,31 x 0,50) Ig254 (0,31 x 0,30 x 0,50) – boring 254 tot 1,0 Ig255 (0,31 x 0,31 x 0,50) Ig256 (0,31 x 0,30 x 0,50) Ig257 (0,32 x 0,30 x 0,50) Ig258 (0,31 x 0,32 x 0,50) Ig259 (0,31 x 0,30 x 0,50) Ig260 (0,32 x 0,32 x 0,40) – boring 260 tot 1,0 Ig261 (0,32 x 0,32 x 0,50) = boring 241 tot 0,5 Ig262 (0,31 x 0,31 x 0,50) = boring 243 tot 0,5 Ig263 (0,31 x 0,30 x 0,50) = boring 292 tot 0,5 Ig264 (0,31 x 0,30 x 0,50) = boring 294 tot 0,5 242 (0,5) 291 (0,5) 293 (0,5) 295 (1,5) Sl264 (2,3 x 0,4 x 0,5) Sl265 (2,2 x 0,4 x 0,5) Sl266 (2,1 x 0,4 x 0,5)

Peilbuizen (m-mv)

In de boringen, inspectiegaten en –sleuven is zwak tot sterk zandige klei aangetroffen. Tot circa 1,0 m-mv is de bovenlaag in afnemende mate humeus. De ondergrond bestaat uit matig tot sterk zandige klei. In inspectiegat Ig260 is circa 1,5 kg asbestverdacht materiaal aangetroffen en bemonsterd ter analyse op asbest. In inspectiesleuf SL261 is circa 1 kg asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de overige inspectiegaten / inspectiesleuven zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 20255GAK / kenmerk U21-0022 / 12 januari 2021 Deelrapport III Aanvullend en Nader bodemonderzoek planlocatie Westeinderhage te Kudelstaart

25 / 65

De zintuiglijke waarnemingen aan de opgeboorde / uitkomende grond zijn weergegeven in tabel 3.3.2. Tabel 3.3.2: Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring

Diepte boring Traject Grondsoort (m -mv) (m -mv) Deellocatie C-1: Te verwerven perceel 5049 (ca. 3.120 m2) VO asbest Ig251 0,5 0,0 - 0,5 klei Ig252 0,5 0,0 - 0,5 klei Ig253 0,5 0,0 - 0,5 klei Ig254 1,0 0,0 - 0,5 klei

Waargenomen bijzonderheden

Ig262/243 0,5 0,0 - 0,5 Ig263/292 0,5 0,0 - 0,5 Ig264/294 0,5 0,0 - 0,5 Deellocatie C-1:Spotverontreinigingen met metalen (à 25 m2) 293 0,5 0,0 - 0,3 295 1,5 0,0 - 0,5 Deellocatie C-1: Spotverontreiniging met asbest (ca. 50 m2) Sl264 1,0 0,0 - 0,5

klei klei klei

zwak puinhoudend, puin 2% waarvan 1 > 20 mm sporen puin, puin < 1% zwak puinhoudend, puin 1% < 20 mm brokken puin, zwak baksteenhoudend, puin 17% waarvan 15 > 20 mm sporen baksteen, puin < 1% sporen baksteen, puin < 1% sporen baksteen, puin < 1% sporen baksteen, puin < 1% zwak baksteenhoudend, puin 1% < 20 mm, plaat asbest verdacht materiaal in 4 stukken op 10 cm-mv ca. 1500 gram brokken puin, zwak baksteenhoudend, sporen glas, puin 15% waarvan 10 > 20 mm puin 2% waarvan 1 > 20 mm zwak puinhoudend, puin 1% < 20 mm zwak puinhoudend, puin 3% waarvan 2 > 20 mm

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=04283c22-5b97-49e5-8055-84ee54db6dfe