CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Participatie activiteiten Warmtevisie Aalsmeer Def.pdf

3.Raad (besluitvormend) 10 maart 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Warmtevisie Aalsmeer21.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

34. Wordt er samengewerkt tussen de gemeente Aalsmeer en Amstelveen? Ja, de gemeenten werken veel samen op allerlei gebieden. Hetzelfde ambtelijk apparaat werkt voor beide gemeenten. Daarnaast wordt er regionaal veel samengewerkt. Bijvoorbeeld met de andere Amstelland en MRA gemeenten. Zo delen we kennis, leren we van elkaar en voorkomen we dat het wiel steeds opnieuw wordt uitgevonden. Ook worden gemeenten ondersteund vanuit bijvoorbeeld het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW), Expertisecentrum Warmte, Servicepunt Duurzame Energie (Provincie Noord-Holland), etc.

35. Bedrijven en eigenaren moeten deels hetzelfde doen en kunnen ook samenwerken. Ziet de gemeente die kansen? Jazeker, een mooi voorbeeld is datacenter Hornmeer, dat restwarmte levert aan zwembad De Waterlelie, IKC Triade, een sporthal en potplantenbedrijf Fertiplant. Maar ook vanuit de tuinbouwsector liggen er kansen. Als de tuinbouw overschakelt naar duurzame warmte zoals geothermie kan deze mogelijk ook ingezet worden voor woningen en bedrijven. Kort gezegd heeft de gemeente zeker aandacht voor mogelijke kansen tussen bedrijfsleven en woningen.

11

70

36. Wie bepaalt welke buurten als eerste aardgasvrij of aardgasvrij-ready1(*1) worden gemaakt? Voor het kiezen van de eerste buurten gebeurt is een aantal stappen doorlopen. Allereerst is een technisch economische analyse gemaakt van de verschillende duurzame warmteopties voor de ver-schillende buurten. Er zijn diverse studies en analysemodellen vergeleken (Zie Feitennotitie Warm-tevisie Aalsmeer) om te kijken welke alternatieven van aardgas kansrijk zijn in de verschillende buurten. Op basis van uitgangspunten zoals betrouwbaarheid, haalbaarheid, betaalbaarheid en duur-zaamheid is een afwegingskader opgesteld om inzicht te krijgen in welke aanpak in welke buurt verstandig kan zijn. Deze stappen zijn doorlopen met een projectgroep van professionele stakehol-ders zoals de netbeheerders (Stedin en Liander) en woningbouwcorporatie Eigenhaard. En met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van inwoners en lokale ondernemers. Op basis daarvan wordt de Warmtevisie opgesteld en als voorstel aan de gemeenteraad aangeboden. De gemeente-raad zal uiteindelijk een besluitnemen over dat voorstel. 37. Wanneer is de inventarisatie per wijk bekend en hoe wordt die informatie verstrekt? Dit wordt bekend wanneer de concept-warmtevisie ‘ter inzage’ ligt. Dat is naar verwachting in het najaar.

Op deze manier wil de gemeente bewoners in staat stellen hun mening en zienswijzen over de Warmtevisie kenbaar te maken. De gemeente beantwoordt alle reacties en geeft daarbij aan of dit leidt tot aanpassing van de concept-Warmtevisie. De volgende stap is dat de definitieve Warmtevisie wordt aangeboden aan de gemeenteraad om een besluit over te nemen. Dit is naar verwachting begin volgend jaar.

38. Wanneer komen de wijkuitvoeringsplannen? Dat is nog niet bekend. In de Warmtevisie staat ook wat de gemeente gaat doen nadat de visie is vastgesteld. Na vaststelling van de Warmtevisie zal het nog even duren voordat het eerste wijkuitvoeringsplan kan worden voorbereid. De wijkuitvoeringsplannen worden samen met de bewoners en bedrijven in die buurt gemaakt. (Zie ook het antwoord op de volgende vraag).

39. Hoe gaat de gemeente het overleg met buurtbewoners organiseren en hoe wordt de besluitvorming in de buurten zelf ingericht? Hoe het vervolgproces in de buurten wordt vormgegeven is nog niet bekend. Wel is bekend dat de gemeenten dat in nauwe samenwerking met de betreffende buurt(en) zal doen. Bij de voorbereiding maakt de gemeente ook gebruik van de ervaringen die in andere gemeenten hiermee al zijn opgedaan.

40. Hoe krijg je personen mee met de investering die gedaan moet worden? Op dit moment zijn alle beschikbare alternatieven voor aardgas (nog) duurder. Om mensen mee te krijgen is het dus belangrijk een aantrekkelijk aanbod te ontwikkelen. Dat aanbod moet dan betaalbaar en acceptabel zijn. Goede ondersteuning van inwoners is daarbij ook heel belangrijk, net als bijvoorbeeld subsidies en financieringsmogelijkheden. Het aanbod kan er per buurt ook anders uitzien. Bij een collectieve oplossing zoals een warmtenet is het nodig dat een groot deel van een buurt tegelijkertijd overschakelt op een warmtenet. Dat zal makkelijker zijn als de kosten die mensen moeten maken meevallen en het weinig ‘gedoe’ is. Bij individuele technieken zoals warmtepompen kunnen bewoners binnen een periode van ca. 8-10 jaar

1

Onder ‘aardgasvrij-ready maken’ van een woning verstaan we het nemen van alle maatregelen aan een woning die er samen voor zorgen, dat een woning daarna klaar is voor een aardgasvrije warmtetechniek. Bij de bedoelde maatregelen gaat het om isolatie- en ventilatiemaatregelen en mogelijk ook het aanpassen van het warmteafgiftesysteem (radiatoren die geschikt zijn voor lage temperatuurverwarming en/of vloerverwarming). 12

71

zelf bepalen wanneer ze overgaan op bijvoorbeeld een warmtepomp. Bijvoorbeeld op een natuurlijk moment, zoals een verbouwing of verhuizing. In de loop van de tijd, naarmate de positieve ervaringen duidelijker zichtbaar worden, zullen meer mensen bereid zijn aardgasvrij te worden. Zoals dat ook gebeurt met de overgang naar elektrische auto’s; ook dat is een proces dat jaren duurt. Mensen zullen steeds hun eigen keuzes maken en daarbij zijn kosten, comfort en ook het klimaat belangrijke argumenten. De komende tijd werkt de overheid aan het verbeteren van de voorwaarden zodat de keuze voor aardgasvrij wonen een meer voor de hand liggende keuze wordt. En uiteindelijk als de aardgasprijs stijgt, betekent dat dat niets doen ook geld kost.

41. Er wordt per buurt een keuze voor een bepaalde warmtetechniek gemaakt. Maar het aantal mensen dat mee wil doen, beïnvloedt de kans van slagen. Ik heb zelf al zonnepanelen en een hybride warmtepomp. Maar als veel mensen in de buurt zo’n individuele techniek gaan kiezen, lukt een collectief warmtenet niet meer. Mensen die dat zouden willen, hebben die mogelijkheid dan niet meer. Dat klopt. De warmteleverancier wil uiteraard alleen een investering doen in een warmtenet als hij er voldoende rendement uit kan halen. Daarvoor is het nodig dat er voldoende woningen kunnen worden aangesloten op een warmtenet. Maar dat betekent niet dat 100% van de buurt aangesloten hoeft te worden. Op dit moment hebben gebouweigenaren keuzevrijheid om zelf een keuze te maken. Toch is het verstandig om in dat geval af te wachten welk collectief aanbod er komt voordat je investeert in een individuele optie zoals een warmtepomp. Op dat moment kun je de voor- en nadelen van de verschillende opties goed tegen elkaar afwegen.

42. Als je in eerste instantie niet aangesloten wil worden op een warmtenet, kan je er dan nooit meer bij? Jawel, dat kan doorgaans nog wel, maar dat zal extra kosten met zich meebrengen omdat er later extra werkzaamheden moeten worden verricht om de woning alsnog aan te sluiten. Meteen vanaf het begin meedoen is voordeliger. Het is wat dat betreft te vergelijken met aansluiten op een glasvezelnet.

43. Als je huis net buiten een buurt staat die aardgasvrij wordt gemaakt, kom je niet in aanmerking om mee te doen. Dan loop je achter in de ontwikkeling? De gemeente zal een aanpak kiezen per cluster van woningen die op eenzelfde manier verwarmd kunnen worden. Ligt je woning in dat cluster, dan kan je daar aan mee doen. Zo niet, dan komt je woning als onderdeel van een ander cluster vroeger of later aan de beurt. Wil je daarop niet wachten omdat je vindt dat je woning dan achterblijft bij de ontwikkelingen, ben je natuurlijk vrij om zelf aan de slag te gaan. Maar het is aan te raden om goed op de hoogte te blijven van hetgeen de gemeente wil gaan doen. Stel dat een collectief warmtenet is voorzien voor de buurt waarin jouw woning staat, is het raadzaam te bekijken wat de voordelen daarvan zijn, voordat je in een individuele techniek investeert. Elke buurt komt aan de beurt en zal gebruikmaken van de kennis en de stand der techniek van dat moment.

44. Een wijk- of buurtgerichte aanpak klinkt mooi, maar hoe gaat dat bij de lintbebouwing? In de warmtevisie spreken we over warmtebuurten. Dit zijn clusters van gebouwen die wat betreft bouwjaar, type bebouwing (utiliteitsgebouwen, type woningen) en energielabel zoveel mogelijk zijn. Daarnaast zijn de warmtebuurten zoveel mogelijk geografisch samenhangend en de grootte van de clusters is zodanig dat collectieve oplossingen (denk aan warmtenetten) mogelijk blijven.

13

72

De lintbebouwing vereist daarbij extra aandacht en maatwerk. Want die gebouwen en huizen zijn erg verschillend in woningtype, bouwjaar, en ook qua energielabel. Door de lage bebouwingsdichtheid is een collectieve oplossing zoals een warmtenet voor deze warmtebuurten minder waarschijnlijk, ook al kan dat niet geheel worden uitgesloten. Individuele oplossingen zoals (hybride)warmtepompen liggen meer voor de hand.

45. Waarom 2040 en geen 2050? In de Klimaatwet (2020) is vastgelegd dat het Rijk in 2050 95% minder CO2 wil uitstoten dan in 1990. In 2016 heeft de gemeenteraad van Aalsmeer vastgesteld dat in de gemeente Aalsmeer in 2040 geen fossiele brandstoffen meer gebruikt worden, dus ook geen aardgas meer. In de Warmtevisie wordt een inschatting gemaakt van het benodigde tempo van de weg naar aardgasvrij.

46. Naast particulieren zijn er ook vele bedrijven binnen gemeente, het ene bedrijf gebruikt meer gas dan de andere, worden die er ook in meegenomen? In het Klimaatakkoord is bepaald dat de Warmtevisie richt zich op de gebouwde omgeving. Dat zijn woningen en utiliteitsgebouwen denk aan scholen, winkels, kantoren, opslagruimtes, etc. Industrie en tuinbouw vallen bijv. buiten de scope van de Warmtevisie, maar in het Klimaatakkoord zijn ook voor deze sectoren afspraken gemaakt om in 2050 CO2 arm te zijn. De gemeente is zich bewust dat bijv. warmteoplossingen tussen bedrijven en woningen mogelijk zijn. Denk aan warmteoplossingen voor de tuinbouw, die mogelijk ook kansrijk zijn voor (delen van) de gebouwde omgeving in Aalsmeer. Een ander voorbeeld is Energyhub Aalsmeer waarbij de restwarmte van een datacentrum wordt ingezet voor het verwarmen en koelen van zwembad De Waterlelie, ICK Triade, potplantenbedrijf Fertiplant en gymzaal.

47. Waarom heb ik het gevoel dat Aalsmeer voor de muziek wil uitlopen? De gemeenteraad heeft in 2016 besloten in 2040 een fossiel onafhankelijke gemeente te willen zijn. Dat is inderdaad 10 jaar eerder dan het Rijk. Toch loopt Aalsmeer in de praktijk niet voor op de landelijke ontwikkelingen of andere gemeenten. Gemeente Aalsmeer hecht belang aan het mogelijk maken van een geleidelijke en stapsgewijze overgang naar een aardgasvrij Aalsmeer.

48. Onze installateur is niet enthousiast. Veel installateurs zijn duidelijk nog niet klaar voor de energietransitie. Hoe gaat dat veranderen? Wie informeert hen goed? Hoe worden de installateurs enthousiast? Het is inderdaad zo dat veel installateurs zelf nog moeten wennen aan de nieuwe technieken. Veel installateurs moeten nog een behoorlijke kennis-inhaalslag maken. De opleidingen en de koepelorganisatie van installateurs werken daar hard aan. Er zijn ook al veel installateurs die wél enthousiast zijn over de nieuwe technieken en daarover veel kennis van zaken hebben.

49. Om de hoeveel jaar krijgt de Warmtevisie een update? Wordt de warmtevisie van Aalsmeer een wendbare visie, die mee kan bewegen met opinies en mogelijkheden? De opinies in NL veranderen immers nu al. Zo is het bijv. nog maar de vraag of Vattenvall in Diemen inderdaad nog een biomassa centrale gaat neerzetten, nu bevolking steeds meer tegen het verstoken van hout is. Of lees je al dat 'groen' gas ook prima is. Kernenergie wordt ook meer en meer positief benaderd als een alternatief. Omdat de ontwikkelingen rond de energietransitie niet stil staan, zal de warmtevisie elke 4 à 5 jaar moeten worden herzien, waarbij ook de nieuwste inzichten rond de toepasbaarheid van verschillende technieken worden meegenomen. De komende jaren zal gemeente Aalsmeer zich bijvoorbeeld richten op onderzoek naar duurzame warmtebronnen voor warmtenetten. Uitkomsten van dit soort trajecten worden dan meegenomen in de volgende Warmtevisie. 14

73

Wat de biomassacentrale in Diemen betreft; Vattenval beraadt zich, mede door de publieke weerstand tegen biomassa, op een soort mega-boiler die in toenemende mate door duurzaam opgewekte elektriciteit verwarmd zal worden. Dit soort ontwikkelingen volgt de gemeente natuurlijk op de voet. Dat kan zijn weerslag hebben op volgende versie van de warmtevisie.

50. Ik neem aan dat gemeente Aalsmeer ook met vergelijkbare gemeenten in contact is, zodat niet elke gemeente zelf het wiel moet uitvinden. Hoe wordt dit contact gezocht? Dat klopt. Gemeente Aalsmeer is in contact met verschillende gemeenten. Vanuit verschillende samenwerkingen wordt kennis gedeeld en ervaringen uitgewisseld. Denk aan de Amstelland gemeenten, de Metropoolregio Amsterdam (zoals het Warmte & Koude Programma). Ook worden gemeenten ondersteund bijv. vanuit Servicepunt Duurzame Energie van provincie Noord-Holland, Expertise Centrum Warmte, en het Programma Aardgasvrije Wijken. In dit Programma werken het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten samen om gemeenten en betrokken partijen zo goed mogelijk te ondersteunen in de aardgasvrij opgave.

51. Een woning uit 1935 isoleren is nogal een opgave. Hoe wordt dit opgepakt? Hoe lang van te voren wordt de bewoner / eigenaar geïnformeerd? Oude woningen hebben inderdaad vaak een slechter energielabel. De mate waarin woningen moeten worden geïsoleerd hangt onder andere af van het temperatuurniveau van de toekomstige warmtetechniek. We onderscheiden vier verschillende temperatuurniveau ’s;  hoge temperatuur is ten minste 75 graden Celsius  midden temperatuur ligt tussen 55 en 75 graden Celsius  lage temperatuur ligt tussen 30 en 55 graden Celsius  zeer lage temperatuur van maximaal 30 graden Celsius. Hoe hoger de temperatuur van de toekomstige warmtetechniek hoe minder isolatie er nodig is om de woning voldoende comfortabel te houden. De Warmtevisie brengt kansrijke warmtetechnieken voor de verschillende buurten in beeld. Pas bij de Uitvoeringsplannen om buurten aardgasvrij te maken wordt een definitieve keuze voor een warmtetechniek gemaakt. Zo’n uitvoeringsplan maken duurt ongeveer twee jaar. Nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de definitieve energietechniek voor die buurt hebben inwoners 8 tot 10 jaar de tijd om de woningen geschikt te maken voor die techniek.

52. Als ik het goed begrijp, dan worden buurten ingedeeld op kansrijke technieken, dat is iets anders dan dat dit ook de definitieve keuze wordt. Dit kan nog pas na overleg met de bewoners. Wat kan het energieloket dan bieden bij praktische vragen? Ook zij zitten met dezelfde onzekerheden. Dat klopt. Als voor een buurt de toekomstige warmtetechniek onzeker is dan is bijv. niet duidelijk welk isolatieniveau verstandig is voor een woning. Isoleer je dan wat er minimaal nodig is voor die kansrijke warmtetechniek? Met het risico dat er toch een lagere temperatuuroplossing komt en je later weer aan de slag moet? Of isoleer je meer dan nodig is en maak je daarmee misschien onnodig hogere kosten? In samenwerking met het Regionaal Energieloket worden de uitkomsten van de warmtevisie zo goed mogelijk vertaald naar de advisering van inwoners. Communicatie over het isolatieniveau krijgt daarbij veel aandacht.

15

74

53. Rijtje bekeken hoe krijg je betrokkenheid bij de inwoners van de gemeente, als dan kijk naar dit buurtgesprek en maar 23 mensen aanwezig, waaronder geen enkele huurder. Hoe denkt de gemeente die mensen te bereiken die er helemaal nog niet mee bezig zijn? Je hoeft als bewoner nog niet bezig te zijn met dit onderwerp. De gemeente gaat gefaseerd en per buurt te werk. Dat betekent dat als er op een gegeven moment een buurt aan de beurt is, de gemeente intensiever met de bewoners in gesprek gaat. Ook dan zal lang niet iedereen meteen meedoen of op de hoogte zijn. Maar omdat we per buurt ca. 10 jaar de tijd nemen, hebben alle buurtbewoners voldoende tijd. In de Warmtevisie komt ook een hoofdstuk te staan over wat de gemeente allemaal gaat doen na het vaststellen van de Warmtevisie. Uit zowel de Klankbordgroep, de Projectgroep, de gemeenteraad en ook via dorpsgesprekken wordt gevraagd om inwoners steeds meer te betrekken. Wellicht wordt hiertoe een communicatieplan gemaakt. Op dit moment werken we al aan het verbeteren van de gemeentelijke website op dit onderwerp.

54. Komen de slides van de buurtgesprekken ook terug in de beantwoording van de vragen? We sturen alle deelnemers de presentatie toe, inclusief deze antwoorden op reacties en vragen van deelnemers.

55. Het gaat ook om meenemen van mensen, ook van de jeugd, want die moeten het gaan doen. Zijn jullie bezig met een programma om jeugd mee te krijgen? De jeugd bezit doorgaans weinig gebouwen. Daarom richt de gemeente zich niet speciaal op die doelgroep. Via NME Amstelland kunnen scholen in Aalsmeer leskisten en lespakketten afnemen. Energie onderwerpen zijn onderdeel van het aanbod.

56. Waar zit het energieloket? Gemeente Aalsmeer heeft een digitaal energieloket; RegionaalEnergieloket.nl/Aalsmeer. Via deze website kun je alle informatie vinden over duurzaam wonen. Welke maatregelen zijn verstandig, wie kan het uitvoeren, waar moet ik op letten bij offertes of de uitvoering, zijn er subsidies of financieringsmogelijkheden? Etc. Ook kun je snel zien welke projecten in Aalsmeer worden uitgevoerd. En via de telefonische helpdesk kun je van maandag tot en met vrijdag hulp en advies vragen tussen 9:00 uur en 17.30 uur - 088 525 4110. Ook kun je vragen per e-mail stellen: vragen@regionaalenergieloket.nl

57. Hoe staan Eigen Haard en de Huurdersorganisatie Aalsmeer Kudelstaart (HAK) tegenover Aalsmeer aardgasvrij? Eigen Haard en Huurdersvereniging Aalsmeer Kudelstaart (HAK) zijn beide betrokken bij de ontwik-keling van de Warmtevisie Aalsmeer. Volgens Eigen Haard is het belangrijkste doel het verminderen van CO2 uitstoot. Van het aardgas af is een belangrijk middel om dat doel te bereiken. De ambitie van Eigen Haard is dat in 2028 al hun woningen ‘aardgasvrij ready’ zijn. Dat betekent dat alle woningen dan voldoende geïsoleerd zijn, zodat ze daarna aardgasvrij verwarmd kunnen worden. Huurdersvereniging Aalsmeer Kudelstaart (HAK) steunt het doel om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Daarvoor is aardgasvrij worden nodig. Tegelijkertijd wil HAK er voor zorgen dat aardgasvrij worden betaalbaar is voor huurders. Een deel van de huurders van Eigen Haard heeft financieel niet veel speelruimte. Als de huur- of energiekosten te veel stijgen dan kan dat voor die huur-ders problematisch zijn.

16

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=42104b5f-ff0e-4f1d-a916-58aacbe3e905