CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Participatie activiteiten Warmtevisie Aalsmeer Def.pdf

3.Raad (besluitvormend) 27 januari 2022, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen Warmtevisie Aalsmeer 202121.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PARTICIPATIE ACTIVITEITEN 1

Toelichting:

Hieronder vindt u de bijlagen met betrekking tot de participatie-activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van de warmtevisie Aalsmeer. Over het hoe en waarom van deze activiteiten leest u in hoofdstuk 2.2 van de warmtevisie. De onderstaande bijlagen geven een goed beeld van de input vanuit de samenleving voor de ontwikkeling van de warmtevisie. Deze bijlage bevat de volgende documenten:

1.1 K  lankbordgroep vragen, opmerkingen en input Warmtevisie Aalsmeer en ambtelijke reacties van gemeente Aalsmeer 1.2 R  esultaten van de enquête Aalsmeer aardgasvrij, 7 april 2021 1.3 Publieksversie Enquête Aalsmeer Aardgasvrij? 1.4 O  verzicht van vier interviews in de Nieuwe Meerbode i.k.v. Aalsmeer aardgasvrij?  Interview met wethouder W. Alink-Scheltema 1 april 2021  Interview met klankbordgroep-leden J. Overbeek W. van de Merbel, 8 april 2021  Interview met Eigen Haard en HAK, 15 april 2021 Interview met CE Delft, 22 april 2021

1.5 Facebook Reacties Enquête ‘Aalsmeer Aardgasvrij?’ & Dorpsgesprekken 1.6 P  resentatie Dorpsgesprekken Gemeente Aalsmeer 1.7 Presentatie Dorpsgesprekken CE Delft 1.8 Mentimeter uitslagen Dorpsgesprek 20 april 2021 1.9 Mentimeter uitslagen Dorpsgesprek 22 april 2021 1.10 Mentimeter uitslagen Dorpsgesprek 29 april 2021 1.11 Q&A: vragen en antwoorden Dorpsgesprekken

2

1.1

1-ste Klankbordgroep bijeenkomst; vragen, opmerkingen en input voor de Warmtevisie Aalsmeer en ambtelijke reacties van gemeente Aalsmeer

Toelichting Tijdens de eerste klankbordgroep bijeenkomst rond de Warmtevisie Aalsmeer heeft de gemeente de klankbordgroepleden gevraagd om te reageren op vier vragen. Dat hebben een aantal leden gedaan, een aantal anderen hebben deels de vragen beantwoord en deels ook andere punten aangeroerd waarvoor zij aandacht vragen. Daarom is deze notitie ingedeeld in twee delen: Deel I: Weergave van de antwoorden op de 4 gestelde vragen (pag. 2 t/m 4 ) Deel II: Verder genoemde punten en opmerkingen van de klankbordgroep (pag. 5 t/m 9) In beide gevallen geven we vanuit de gemeente in cursief een reactie op de verschillende punten. In de volgende vergadering van de klankbordgroep op 23 maart a.s. zullen we aandacht besteden aan deze notitie, in die zin dat, als er nog vragen zijn, we die verder bespreken.

Deel I: Weergave van de antwoorden op de 4 gestelde vragen door de gemeente aan de klank-bordgroep Warmtevisie Aalsmeer

Dit is een goed punt. Het is heel belangrijk om gasinfra niet voortijdig te verwijderen, mede in verband met de mogelijkheden van het huidige aardgasnet om op termijn hernieuwbare gassen te transporteren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan groengas en waterstof. De gemeente is zich bewust van het belang van flexibiliteit t.a.v. innovaties en technieken zoals hernieuwbare gassen, en daarmee het voorkomen van onnodig verwijderen van bestaande gasinfrastructuur. Op dit moment zijn hernieuwbare gassen onvoldoende beschikbaar. Via deze link is meer informatie te vinden.

Tijdens de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep Warmtevisie Aalsmeer in januari 2021 heeft de gemeente de leden vier vragen voorgelegd. De leden van de klankbordgroep die hier-onder genoemd staan, hebben daarop gereageerd. Hieronder de gestelde vier vragen en de verkregen antwoorden. Vraag 1. Wat zijn uw belangrijkste zorgen rond het aardgasvrij worden van Aalsmeer? HAK: 1. Met de kennis van nu en ervan uitgaand dat het gehele traject zorgvuldig wordt begeleid en uitgevoerd heeft HAK op dit moment geen zorgen.

De Warmtevisie is een eerste stap in het onderzoek naar een optimale duurzame warmtevoorziening per buurt of wijk. Als die visie klaar is volgt een traject per wijk waarin er met de wijkbewoners nader wordt bekeken hoe de realisatie van een aardgasvrije wijk gestalte kan krijgen. Dat zal gebeuren in een zogenaamd Wijkuitvoeringsplan waarin zorgvuldig en gefaseerd te werk wordt gegaan. Van een overhaast traject zal geen sprake zijn, al was het alleen al omdat alle woningeigenaren een belangrijke rol spelen in de realisatie, zonder hen gaat het niet.

Dat is natuurlijk fijn om te horen. X: 2. Een overhaast traject waarbij onnodige vermijdbare investeringen gedaan moeten woden en geen of onvoldoende aandacht is voor het behoud van de bestaande infrastructuur van gasleidingen die uitstekend gebruikt kunnen worden voor of (aard-)gas, groen gas, combinaties van waterstof en gas. Voorlopig zijn er meer dan voldoende (aard-)gas en andere oplossingen beschikbaar en wordt op diverse fronten hard gewerkt aan voorzieningen. (En zeker niet alleen uit Rusland!) De huidige technieken hiervoor zijn nu al in hoge mate beproefd en van hoge kwaliteit.

Er wordt inderdaad hard gewerkt aan duurzame waterstof (opgewekt met schone energie), maar er zijn twee redenen om daar voor de gebouwde omgeving niet op in te zetten in de komende jaren. De eerste reden daarvoor is, dat waterstof eerst wordt ingezet voor de (energie-intensieve) industrie waar hoge temperaturen nodig zijn. Grootschalige toepassing van waterstof in de gebouwde omgeving is vanwege de schaarste nog niet mogelijk. Bovendien zal waterstof door die schaarste vrij duur kunnen zijn. Zie ook deze kamerbrief, waarin te lezen is dat waterstof zeker tot

3

2030 geen significante rol zal spelen bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Met de kennis van nu zullen hernieuwbare gassen in 2030 waarschijnlijk enkel een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealter­ natieven voorhanden zijn.

b. Combineer opwek en verbruik. Plaats projecten voor het opwekken van energie in de buurt van plekken waar veel energie nodig is. Zo minimaliseren we het energietransport over lange afstanden. c. Zorg voor een constante productie van energie. Combineer zon en wind in een 50/50-vermogensverdeling, omdat zon en wind verschillende opwekpieken hebben. d. Cluster projecten voor duurzame opwek. Zet in op grootschalige projecten. Het is makkelijker om eenmalig aanpassingen te doen in een groot gebied, dan meerdere aanpassingen in kleinere gebieden. e. Gebruik slimme technische oplossingen: cablepooling (zon- en wind combineren op één aansluiting), curtailment (beperken van de opwekpiek), redundantie loslaten (door gebruik te maken van de reserve capaciteit op stations).

Een andere reden is, dat waterstof weliswaar een goed opslagmedium voor energie is, maar dat het ook veel energie kost om duurzame waterstof te produceren. Hiervoor is duurzame elektriciteit nodig. Bij de productie van waterstof uit elektriciteit gaat een deel van de energie verloren. Om groene waterstof in grote hoeveelheden te maken zijn er vele extra wind- of zonneparken nodig. Het kan natuurlijk zijn, dat over 15-20 jaar de ontwik­ kelingen zover zijn, dat de situatie rond waterstof aantrekkelijker wordt, maar dat is nu zeker niet aan de orde. Hoe dan ook is het van belang om woningen goed te isoleren. Daarmee kan worden voorgesorteerd op alle mogelijke duurzame warmtetechnieken.

4. De aanpassingen en kosten achter de deur bij overschakelen naar lage(re) temperatuur verwarming zijn hoog en zouden (deels) vermeden kunnen worden.

3. De infrastructuur voor elektra is onvoldoende. Investeringen zijn duur en kosten (veel) tijd.

Dat hangt erg van de situatie per woning af; een slecht geïsoleerd huis heeft een andere startpositie dan een goed geïsoleerd huis. Isolatie verdient zich vaak binnen een redelijke termijn terug door een lagere energierekening en bovendien werkt het comfortverhogend.

Dat is inderdaad waar. Als gevolg van verschillende ontwikkelingen neemt de vraag naar elektriciteit toe. Denk aan: economische groei, woningbouw, de digitale samenleving, de energietransitie waaronder energieopwek, elektrisch vervoer en elektrificatie van de warmtevoorziening en industriële processen. De netbeheerders zijn dan ook druk bezig met voorbereidingen voor het aanpassen van het verzwaren van de infrastructuur. Door de plannen vast te leggen in de Warmtevisie en wijkuitvoeringsplannen, kan de netbeheerder beter voorspellen op welke locaties in de toekomst extra capaciteit nodig is op het elektriciteitsnet. De netbeheerder van het elektriciteitsnet in Aalsmeer is Liander. Liander denkt mee vanuit de projectgroep Warmtevisie Aalsmeer.

Ook de keuze voor de warmtetechniek hangt samen met het vermijden van een deel van de kosten. Als voorbeeld: bij een HT (hoge temperatuur) warmtenet hoeven woningen niet of veel minder geïsoleerd te worden dan voor een MT of LT oplossing. Een andere manier om structurele kosten te vermijden zijn hybride oplossingen waarbij een warmtepomp in combinatie met een gasketel werkt. Waarbij de gasketel bijspringt op momenten dat de warmtepomp te hard moet werken op koude dagen. De verdere technische aanpassingen brengen ook kosten met zich mee. Bekend is dat maatregelen zich lang niet altijd terugverdienen. Het is dan ook van belang dat de rijksoverheid hierbij financiële mogelijkheden ontwikkelt voor woningeigenaren.

Alle kosten die worden gemaakt voor het uitbreiden van het elektranet zijn gesocialiseerd en wordt via vastrecht door alle aangeslotenen betaald. Om de (nationale) kosten van de energietransitie zo laag mogelijk te houden is dit een belangrijk aandachtspunt in de Warmtevisie. Keuzes die in de warmtetransitie worden gemaakt zijn hier mede van invloed op. Netbeheerders hanteren hiervoor onderstaande uitgangspunten:

Misschien kunt u uw standpunt over het (deels) vermijden van kosten toelichten op de volgende bijeenkomst?

a. Benut de bestaande energie-infrastructuur optimaal. Sluit nieuwe projecten voor het opwekken van energie aan op plekken waar nu ruimte op het net is.

4

5. Hybride vraagt ook om een gasaansluiting.

reden; niet iedereen heeft geld voor een aardgasvrij huis op de plank liggen en zelfs als dat wel zo is, wil men het misschien liever aan iets anders uitgeven, of ziet niets in argumenten voor klimaat en milieu.

Inderdaad. Hybride oplossing helpen een geleidelijke overgang naar een duurzame warmtevoorziening mogelijk te maken. Dat is duidelijk een overgangstechniek. Voordeel is dat de kosten over het algemeen relatief laag zijn en de CO2 uitstoot (waar het allemaal om gaat) ook vermindert. Nadeel is dat er alsnog een stap gemaakt moet worden naar volledig aardgasloos.

X: 8. Dat bewoners/eigenaren woningen harder worden aangepakt dan de bedrijven. Binnen het klimaatakkoord wordt van alle partijen, alle sectoren verwacht dat zij maatregelen gaan nemen. De Lucht- en scheepvaart sector zijn hierop een ongemakkelijke uitzondering.

X: 6. Mijn grote zorg is dat we de samenleving niet mee krijgen in deze transitie. Ik proef in mijn directe om­ geving zoveel weerstand tegen de energie­transitie dat ik mij werkelijk ongerust maak. Deels komt dat door de frames van diverse kanten over "van gas los", aan de andere kant merk ik de invloed van diverse media die de energietransitie trachten te ondergraven.

9. D  at de participatie een flop wordt en de protesten pas komen nadat de beslissingen zijn genomen. Dat zijn we niet met u eens; we verzamelen in deze fase een hoop zorgen en vragen van mensen waarmee we rekening zullen moeten houden. Dat is de bedoeling van de participatie in deze fase. In de wijken die als eerste aan de beurt zijn, zal de participatie een intensiever karakter krijgen en zullen ook veel meer bewoners mee willen praten. Zie ook bij het begin van onze reactie op punt 2, de 2e alinea van ons antwoord.

Die zorg deelt de gemeente met u. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente en de rijksoverheid dan ook om het traject naar een aardgasvrije wijk zorgvuldig te doorlopen, met transparante, eerlijke en heldere informatievoorziening, zorgvuldig, stap voor stap en steeds in samenspraak met bewoners en woningeigenaren. Zonder hen gaat het niet. Veel verwarring ontstaat over de kosten van de transitie. Als het uitgangspunt betaalbaarheid wordt genoemd moet ook worden geconcludeerd dat alternatieven voor aardgas nog steeds duurder zijn. Mensen ervaren dat dus niet als betaalbaar, want krijgen te maken met meerkosten, die zich lang niet altijd volledig terug­verdienen. Dit zijn terechte zorgen.

10. Dat aan de voorwaarde van betaalbaarheid niet kan worden voldaan en de eigenaren worden opgezadeld met extra leningen. Een ding is duidelijk; woningeigenaren gaan over hun eigen huis en hun eigen geld. Niemand, ook de gemeente niet, kan mensen dwingen om maatregelen te nemen of een lening af te sluiten. Er zal nog veel op financieel gebied moeten gebeuren, om het voor bewoners aantrekkelijker te maken om maatregelen te nemen. Denk aan nieuwe financie­ ringsmodellen zoals gebouw gebonden financiering en of maatschappelijke ESCo’s (Energy Service Company’s) Het is aan de rijksoverheid om dat te faciliteren.

Daarom is het belangrijk om steeds de vraag te stellen wanneer bewoners aardgasvrij wonen acceptabel zouden vinden en op basis van de antwoorden daarop het proces verder te ontwikkelen. Subsidies en (ontwikkeling van nieuwe) financieringsmodellen zijn belangrijk. De Rijksoverheid heeft hier een belangrijk aandeel in.

11. Aardgasvrij is naar mijn mening symbolisch, doelstelling is reduceren van CO2 uitstoot, liefst tot nul. Zou jammer zijn als dit uitgangspunt wordt ondergesneeuwd.

X: 7. Ik maak mij het meest zorgen over het feit dat naar mijn idee nog steeds niet iedereen is doorgedrongen hoe hoog het water ons aan de lippen staat. De opwarming van de aarde is in 2020 erger geworden dan de wetenschap heeft voorspelt. Er is geen tijd te verliezen. Te veel mensen wachten. Op de overheid? Ik maak mij zorgen dat de factor geld straks de overhand gaat krijgen in keuzes die gemaakt “moeten” gaan worden. Geld boven leven!

Een terechte opmerking. Bij de concept uitgangspunten voor de Warmtevisie is dit op de volgende wijze geformuleerd: ‘Duurzaamheid is belangrijk bij de keuze van warmtetechnieken: de gemeente wil fossielonafhankelijk zijn in 2040, maar stelt CO2-reductie voorop.” Concreet betekent dit bijv. dat isolatie en hybride oplossingen betrokken worden in de Warmtevisie. Dit om een meer geleidelijke overgang naar een CO2 arme toekomst mogelijk te maken en ook om bijv. meer recht te kunnen doen aan het uitgangspunt betaalbaarheid.

Dat is inderdaad een realiteit waarmee we moeten omgaan. Maar geld is natuurlijk ook een heel plausibele

5

12. H  oe leggen we uit, dat aan bedrijven andere eisen gesteld (kunnen) worden, b.v. aan het productieproces.

 De input van de gemeenteraad  De kaders die de Rijksoverheid en het Klimaatakkoord hebben meegegeven aan de Transitievisies Warmte (Laagst mogelijke maatschappelijke kosten)

In de verschillende sectoren worden hierover verschillende afspraken gemaakt. Binnen het klimaatakkoord wordt van alle partijen, alle sectoren verwacht dat zij maatregelen gaan nemen. De Lucht- en scheepvaart sector zijn hierop een (ongemakkelijke) uitzondering.

Betaalbaarheid gaat inderdaad over het totale plaatje. Daarom onderzoeken we zowel de aardgasvrije warmtetechnieken met de laagste totale kosten voor de maatschappij (nationale kosten) als de warmtetechnieken met de laagste kosten voor bewoners. Hoe lager de totale kosten van een warmtetechniek zijn, hoe betaalbaarder voor de bewoner.

Vraag 2. Hoe zou de gemeente met die zorgen rekening kunnen houden? HAK: 1. Dit is een zeer belangrijk en langlopend traject. HAK weet dat de gemeenteraad heeft besloten om slechts faciliterend op te treden. HAK vindt echter, gezien de belangrijkheid van het traject, dat de gemeente en gemeenteraad ook sturend optreedt op het moment dat dit nodig is.

De opmerking over subsidies kloppen. Toch is het belangrijk om te weten dat subsidies worden ingezet om te helpen een proces op gang te brengen en zo bij te dragen aan de oplossing van een probleem, in dit geval het klimaatprobleem.

De gemeente onderschrijft het belang van dit traject ook. Onduidelijk is wat precies wordt bedoeld met de opmerking dat de gemeenteraad heeft besloten slechts faciliterend op te treden. De gemeenteraad heeft formeel nog geen besluit genomen over de rol die ze ambieert in de energietransitie of de warmtetransitie. Naar aanleiding van de Warmtevisie wordt mogelijk een voorstel voor­ bereid om de rol van gemeente Aalsmeer in de energietransitie helder te krijgen.

De warmtewet stelt dat bij levering van warmte (via warmtenetten) aan woningen, leveringszekerheid moet worden geboden, om te voorkomen dat mensen in de kou zitten als een datacenter geen warmte meer kan leveren. Deze garantie op leveringszekerheid zorgt ervoor dat aanvullende maatregelen genomen moeten worden om die zekerheid te kunnen geven.

3. “Afvalwarmte” uit datacenters is niet gegarandeerd altijd beschikbaar.

X: 4. Daarom is het advies van onze Werkgroep “communicatie, communicatie en communicatie”. Er moet een duidelijke en strategische campagne komen om de transitie te begeleiden. Dat betekent niet alleen gericht communiceren als er iets te melden valt, maar met een persberichtenreeks de hele cam­ pagne van opwarming van de aarde, Parijsakkoord, doelstellingen tot aan concrete maatregelen onder de aandacht brengen en dat blijven herhalen. Dit moet gebeuren op landelijk en lokaal niveau. De afdeling communicatie van de Gemeente Aalsmeer of de persvoorlichtster van wethouder Alink kan hierin een belangrijke rol spelen.

X: 2. Door niet op voorhand de meest populaire (populistische) oplossingen voor te leggen en ook deze alternatieven te (laten) onderzoeken. Aalsmeer is niet de enige gemeente met deze problematiek (en er zijn ook meerdere adviseurs). De vraag over betaalbaarheid sluit hier op aan. Betaalbaarheid gaat over het totale plaatje. Subsidies moeten ook betaald worden. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met de zin: “Door niet op voorhand de meest populaire (populistische) oplossingen voor te leggen en ook deze alternatieve te (laten) onderzoeken.” Dit maakt een reactie lastig te formuleren. Belangrijk is te vermelden dat de Warmtevisie Aalsmeer uit zal gaan van alle huidige beschikbare technieken. Betaalbaarheid zal een belangrijk uitgangspunt worden, op basis van:  de input van de Klankbordgroep,  de Enquête,  Facebook reacties en naar verwachting;  Dorpsgesprekken  De input van de Projectgroep met professionele stakeholders

Communicatie is inderdaad belangrijk, daarom hebben we onder andere op basis van de input van de Klankbordgroep ingezet op extra communicatie activiteiten zoals interviews in de krant en mogelijk op de radio, en wordt gewerkt aan uitbreiding van de gemeente website op dit onderwerp. Dit buiten de al geplande communicatie en participatie activiteiten zoals enquête, postercampagne, dorpsgesprekken en formele inspraak, waarbij steeds gecommuniceerd wordt via verschillende kanalen. Wij hopen dat Klankbordgroepleden mee willen werken aan bijv. de interviews. 6

X: 5. En dan technisch. Ik heb meegedaan aan het onderzoek voor isolatie aan woningen. Mijn woning staat model voor deze wijk. Isolatie is een iets waar tijdens de 1e klankbord groep veel over gesproken is. Mijn woning dateert uit 1996. Alleen mijn zolder kan beter geïsoleerd worden. Er staat water in de kruipruimte. Maar het bedrijf wat is uitgekozen om hiervoor eventueel langs te komen geeft aan hier weinig heil in te zien. Wordt het isoleren van woningen voor huizen vanaf 1996 niet te zwaar benadrukt? Moeten we ons niet veel meer richten op oudere huizen. Ik durf, en zal zodra de kans zich voordoet, zonder extra veel isolatie over te stappen op vloerverwarmingen en een warmtepomp.

Vraag 3. Wanneer is het aardgasvrij worden van Aalsmeer voor u acceptabel, onder welke voorwaarden? HAK: 1. V  oor HAK is het belangrijkste dat ook de gemeente Aalsmeer CO2 neutraal wordt binnen de regels die in Europa hiervoor zijn opgesteld. Gemeente Aalsmeer werkt vanuit haar voorbeeldfunctie aan een fossiel onafhankelijke organisatie in 2030 en draagt zorg om tijdig te voldoen aan eventuele nationale en of Europese wetgeving op dit gebied. Voor het hele grondgebied van de gemeente geldt de ambitie om in 2040 volledig fossiel onafhankelijk te zijn. Eerder onderzoek toonde aan dat die ambitie niet haalbaar is, met name door de geringe invloed op de verduurzaming van de mobiliteit en de electriciteitsmix van het stroomnet. Desondanks doet de gemeente haar best om deze ambitie zoveel mogelijk binnen bereik te houden.

De activiteiten waar op wordt gedoeld zijn de Buurtacties Energiezuinig Wonen. Deze voorlichtingstrajecten richten zich vooral op het doel mensen bewust te maken van de mogelijkheden van verduurzamen en om kennis mee te geven over de beste volgorde en manieren om dit te kunnen doen. Deze acties worden Aalsmeer breed uitgevoerd (Kudelstaart, Hornmeer, Stommeer, Oosteinde) en richten zich niet specifiek op woningen vanaf 1996. Dat zou ook een verkeerde keuze zijn. Hoe ouder de woningen, des te minder er is geïsoleerd bij de bouw. Woningen vanaf 2007 zijn over het algemeen op het gebied van isolatie klaar voor een toekomst zonder aardgas. De Warmtevisie gaat over alle woningen in Aalsmeer

X: 2. Hierbij in aanmerking genomen dat het alleen de woningen betreft. De “industrie” beslaat een veelvoud van dit quotum aan brandstof en vraagt een aparte benadering. Wanneer is helaas niet aan ons - de voorwaarden dienen te zijn dat dit zo geruisloos mogelijk gebeurd en zonder verlies aan comfort, zonder (onnodige) extra kosten aan investering en duurdere instandhouding. De nieuwe technieken zijn veelomvattender en complexer, dus duur.

X: 6. Het lijkt mij toch verstandig bewoners te adviseren als ze voorop willen lopen, dat de geadviseerde volgorde is: isoleren, beslissing over wijkgerichte aanpak afwachten en dan investeren.

De opmerking klopt. De Warmtevisie richt zich op woningen en utiliteit (denk aan scholen en kantoren bijvoorbeeld). In het Klimaatakkoord zijn ook afspraken gemaakt voor de industrie en tuinbouw bijvoorbeeld (voor Aalsmeer en omgeving relevant). Het is goed te vernemen dat het voor­ komen van comfortverlies en onnodige kosten belangrijke voorwaarden zijn om aardgasvrij te kunnen worden. Toch moet ook worden gezegd dat op dit moment aardgas nog steeds de goedkoopste manier is om woningen (of andere gebouwen) te verwarmen. En dat investeringen in aardgasloze woningen zich voor een groot deel nog niet terugverdienen.

Gemeente Aalsmeer onderschrijft deze gedachte. Sterker nog, via het Regionaal Energieloket maar ook vanuit de gemeente wordt dit advies regelmatig verstrekt, met de nuance dat we mensen adviseren eerst te isoleren en in combinatie de ventilatie op orde brengen en zonneenergie op te wekken. En dat het verstandig is de plannen van de gemeente af te wachten voor de laatste stap ‘verwarmingssystemen aanpassen’. Mede omdat er op dit moment nog geen collectieve warmteoplossingen voorhanden zijn is dit advies van belang. En de verwachting is dat collectieve oplossingen voor veel woningen een betaalbaardere oplossing zijn dan een individuele warmtepomp oplossing. Inwoners die desondanks toch een individuele oplossing willen, worden wel ondersteund. En als veel woningen overstappen op een individuele warmtepomp raakt een business case voor een collectieve oplossing steeds verder uit beeld.

X: 3. Aardgasvrij is voor mij acceptabel als iedereen hierin mee kan doen en er een soort van evenwichtigheid is in de kosten van de maatregelen en de opbrengsten (kostenneutraliteit). Een terechte opmerking. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen met een laag of minimum inkomen en ook ouderen. En het geldt niet alleen voor de financiering maar ook voor

7

Deel II: Verder genoemde opmerkingen van de klankbordgroep Warmtevisie Aalsmeer bij verschillende onderwerpen naar aanleiding van de 1e klankbordgroepbijeenkomst

de ondersteuning. Kosten neutraliteit klinkt als een mooi uitgangspunt maar betekent wel een forse uitdaging. Vraag 4. Welke eerste eisen en wensen kunnen we op basis van de bespreking van bovenstaande vragen formuleren?

Onderwerp 1: Klimaatprobleem en klimaatbeleid

HAK: 1. De bovenstaande antwoorden spreken voor zich. Dank voor de reacties!

X: 1. Klimaatverandering is een gegeven. Het klimaat verandert door menselijke toedoen waardoor de CO2 uitstoot te hoog wordt en de aarde opwarmt. Er zijn partijen die dit ontkennen, m.n. de Telegraaf is een woordvoerder van dit geluid. Dit zal ook een discussie item worden in het gesprek met de raadsleden. We kunnen argumenten uitwisselen, maar het debat heeft geen zin. Klimaatbeleid moet gevoerd worden om CO2 stijging en opwarming aarde te voorkomen.

X: 2. Bezint eer gij begint, onderzoekt alles en behoud het goede. Zet (breed) in op (nog meer) isoleren. Dat doen we; er zijn diverse richtlijnen voor gemeenten bij het opstellen van de Warmtevisie. Een van de richtlijnen is te beschrijven hoeveel woningen zullen worden (na)geïsoleerd als voorbereiding op een toekomst zonder aardgas. Ook moet worden aangegeven hoeveel woningen (welke buurten) voor 2030 aardgasvrij worden. Qua onderzoek worden diverse studies en analyse modellen gebruikt en vergeleken om daarmee bij te dragen aan een gedegen onderbouwing van de (nog te maken) keuzes die in de Warmtevisie Aalsmeer zullen worden voorgesteld. De modellen en studies die zijn en worden betrokken worden genoemd in de (bijlagen) van de Warmtevisie.

Gemeenten hebben een belangrijke rol in het energietransitie, met het ontwikkelen van een Transitievisie Warmte (in Aalsmeer ‘Warmtevisie’ genoemd) en wijkuitvoeringsplannen. Gemeente Aalsmeer onderschrijft de visie op de oorzaak van klimaatverandering door toedoen van menselijk handelen. Een van de redenen waarom in 2016 de aanpak Duurzaamheid is vastgesteld waarin de ambitie Aalsmeer Fossiel Onafhankelijk 2040 is vastgelegd. De warmtevisie is in hoofdlijnen richtinggevend, in de wijkuitvoerings­ plannen zal in nauw overleg met de direct belanghebbenden worden uitgewerkt hoe het aardgasvrij worden van een wijk of buurt daadwerkelijk gerealiseerd kan worden.

X: 3. Maak inzichtelijk wat het voor mensen gaat betekenen en dat niet alles binnen een 5 of 10 ar gerealiseerd hoeft te worden. Mijn buurman van 82 hoeft zich geen zorgen te maken hierover. Als hij, of zijn erfgenamen, zijn woning gaat verkopen als hij in het verpleeghuis zit, komt pas de vraag aan de orde van verbouwen, isoleren en welke warmtebron.

Vragen X en X: 2. Bestaan er recente beleidsnota’s Aalsmeer over klimaat? 3. Zijn er eerdere Aalsmeerse klimaatprojecten, presentaties daarvan?

Dank voor deze tip. Het is nadrukkelijk de bedoeling mensen goed uit te leggen wat het betekent om aardgasvrij te worden. Daarmee onderschrijven wij het belang van goede, zorgvuldige en heldere informatievoorziening. De Warmte­ visie is daarbij een richtinggevend visiedocument dat periodiek wordt geactualiseerd. In de wijkuitvoeringsplannen die volgen wordt een definitief besluit genomen over het alternatief voor aardgas voor die buurt of wijk. Daarna is ongeveer 8 tot 10 jaar de tijd om gebouwen en energieinfra aan te passen aan het alternatief voor aardgas. Bij het traject om te komen tot een wijkuitvoeringsplan zal zowel op gebied van communicatie als participatie intensief moeten worden ingezet.

Ja deze zijn er. Een niet uitputtende opsomming:  Aanpak Duurzaamheid Aalsmeer (2016)  Plan van aanpak 2019 -2021 Aalsmeer Fossiel Onafhankelijk (2019)  Concept Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid  Kaders Zonne-energie Aalsmeer (2020)  Actieplan Klimaat Adaptatie  Scan Circulaire Economie Greenpark Aalsmeer  etc

8

Onderwerp 2. Organisatie van uitvoering van klimaatbeleid X: 1. Er is nu een kleine afdeling binnen de gemeentelijke organisatie. Ik hoop dat het komende jaren een succes wordt en noemt ook Verkeer/Vervoer en opwek van duurzame energie. Gaat het niet te snel, van belang dat het plan te behappen is.

X: 4. De warmtevisie moet door de inwoners en stake­ holders gedragen moet worden. Het gaat om een proces dat veel langer reikt dan de zomer van 2021. Het gaat om gedragsverandering, investeringen op basis van toereikend inzicht. De vraag is of dat binnen een half jaar gaat lukken. Neem daar tijd voor. Gemeente Aalsmeer werkt reeds jaren aan het stimuleren van bewustwording en het ondersteunen van inwoners in de energietransitie. Aanvullend nemen we nu en vooral ook in de wijken die als eerste geselecteerd zullen worden de tijd. In de wijkuitvoeringsplannen is de tijdsspanne waaraan wordt gedacht 8-10 jaar. Los van een voor­ bereidingstijd van 2 tot 3 jaar.

Als gevolg van het Klimaatakkoord hebben gemeenten extra taken en verantwoordelijkheden gekregen. Vanuit het Rijk en VNG is onderzocht wat gemeenten nodig hebben voor de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord. Klik hier om het onderzoek te downloaden. X: 2. Bij alle toe te passen technieken is het van belang om de warmtevraag te beperken. Isoleren dient daarom in de uitvoering voorop te staan!

5. Organisatiemodel, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Ik stel voor om bij het Plan van Aanpak een matrix van Taken, Bevoegdheden en Verantwoordelijkheden (TBV) op te nemen: wat mag en kan iedereen doen die deelneemt. De gemeente is opdrachtgever, CE Delft het verlengde van de beleidsadviseur. Organisatiemodel: stuurgroep, projectgroep en adviesgroep als organisatorische rode draad. Het liefst gesteund door een Kwaliteitscommissie. Je zou ervoor kunnen kiezen de dorpsgesprekken geen onderdeel te laten uitmaken van de Projectorganisatie.

Gemeente is gevraagd in de Warmtevisie aan te geven welke woning aantallen zullen worden geïsoleerd en welke woningen al daadwerkelijk aardgasvrij kunnen worden. Om in 2040 fossiel onafhankelijk te zijn moet 38% van de energievraag worden gereduceerd en de resterende 62% moet duurzaam worden opgewekt. Gemeente Aalsmeer deelt de zienswijze dat isoleren (no regret aanpak) een voornaam onderdeel van de warmtetransitie is. Dit is tijdsvolgordelijk ook handig. Want indien er op korte termijn nog geen duurzame bronnen kunnen worden ontsloten kan wel werk worden gemaakt van het beperken van de energievraag. Overigens is er recent een groepsaankoop isolatie uitgevoerd voor woningeigenaren.

Het proces om te komen tot de Warmtevisie is beschreven in de startnotitie. Gemeente Aalsmeer wil vasthouden aan deze opzet. Toch waarderen wij dat wordt meegedacht op het niveau van proces en organisatie. 6. Ik stel voor een deelnemer uit de adviesgroep (klankbordgroep) ook plaats te geven in de stuurgroep, zo ook een vertegenwoordiger van de bewoners. Hiermee kan een goede waarborg ontstaan als het gaat om te nemen besluiten. Er ontstaat - indien deze deelnemers ook voldoende vertrouwen meekrijgen -een krachtig commitment. Deze buurt/wijkvertegenwoordiger kan ook zorgen voor coördinatie met de andere buurten/wijken in de stuurgroep.

3. Ik zou wat duidelijker in de stukken vermeld willen zien dat er pas een definitieve beslissing over een wijk wordt genomen nadat er een aparte klankbordgroep voor deze wijk is geformeerd en gehoord is. Het is een goede suggestie dat aan het begin van een ‘Wijkuitvoeringsplan’ een klankbordgroep van bewoners wordt gevormd waarmee nauw wordt overlegd, naast dat er ook regelmatig overleggen zijn voor alle bewoners van een wijk. Het zal niet zo gaan, dat de hele wijk met elkaar één besluit neemt. Ook zal niet iedereen het eens zijn met de keuze die voor die wijk wordt gemaakt. Het staat echter wel iedere individuele bewoner vrij om mee te gaan in een verandering; voorlopig heeft elke bewoner nog recht op een aardgasaansluiting. Dat kan mogelijk veranderen, op welke termijn is onbekend. Ook is dat een politieke keuze. Tot die tijd hoeft geen enkele bewoner gedwongen mee te doen aan het aardgasvrij maken van zijn huis als hij dat niet wil.

Er is geen sprake van een stuurgroep. Daarmee is deze suggestie lastig op te volgen. Ook moet gezegd worden dat de ambtelijke organisatie met ondersteuning van CE Delft en Kroese & Kroese, de Projectgroep, de Klankbordgroep en input van inwoners (enquête en dorpsgesprekken, inspraak) input ophalen die van belang is voor een Warmtevisie die past bij Aalsmeer. De uitkomsten worden verwerkt in een concept visie die ter inzage wordt gelegd. Na verwerking van de inspraak wordt de Warmtevisie aan de gemeenteraad aangeboden voor besluitvorming.

9

7. Van wezenlijke betekenis vind ik ook dat je in dit project plaats geeft aan individuele ondernemers/ bewoners oriëntaties. De inzet op collectieve aanpak per wijk/buurt(solidariteit) zal niet steeds tot volle deelname leiden van de buurt. ( ondanks een krachtige verleidingsstrategie) Zie hiervoor de Volkskrant van 18 januari 2021,” Ten Eerste” blz. 15 t/m 17). De escape van een individuele oplossing moet je dan wel achter de hand hebben.

Het woord Transitievisie vinden wij ook geen goede term, daarom hebben we de term ‘Warmtevisie’ gekozen en niet de officiële titel Transitievisie Warmte. In de participatie en communicatie kiezen we voor verschillende mogelijk­ heden; sommige mensen vullen liever thuis een enquête in en geven daarin aan wat ze willen, sommige mensen willen liever naar een dorpsgesprek, anderen bewandelen liever de weg van de formele inspraak. Door verschillende mogelijkheden aan te bieden, hopen we een groter publiek te bereiken. Deelname aan besluitvorming is overigens voorbehouden aan de gemeenteraad van Aalsmeer.

Helemaal eens, een klankbordgroep van een wijkuitvoeringsplan kan daar veel in betekenen. Toch willen we ook benadrukken dat, om een collectieve oplossing (warmtenet), realiseerbaar te houden, het belangrijk is dat een groot deel van de buurtbewoners meedoet.

4. Wat betreft de poster wordt een voorsprong genomen op het integrale communicatie verhaal bij dit project. Ik zou deze daar plek geven. Dit idee is denk ik prima om aandacht te trekken. Voor de continuïteit kan je misschien de oogst hiervan in de loop van het proces teruggeven via buurt gerelateerde voortgang. Op die manier krijg je een werkende communicatieketen. Voor de zichtbaarheid is het goed om de posters te hebben, voor de respons op de enquête bleken de posters minder waardevol.

Onderwerp 4: Communicatie en participatie X: 1. Bij de vertaling van beleid naar uitvoering is interne en externe communicatie belangrijk en de samenwerking met externe partijen Helemaal eens

Voor de zichtbaarheid is het goed om de posters te hebben, voor de respons op de enquête bleken de posters minder waardevol. De suggestie om inwoners gebiedsgericht te informeren over de vastgestelde Warmtevisie en betekenis ervan waarderen we en nemen we in overweging.

X: 2. Is participatie m.b.v. digitale technieken voldoende of kunnen er pas ingrijpende beslissingen genomen worden, nadat bewoners fysiek in de gelegenheid gesteld zijn inspraak te hebben? M.i. zal daar de Gemeenteraad over moeten beslissen.

5. Over de enquête: Ik wil jullie graag ook in overweging geven, of je de deelnemers aan de enquête ook scenario’s kan voorleggen: daarmee kan je ondervangen dat in de looptijd van het project (startuitvoering 2030) (onvoorziene) ontwikkelingen/innovaties (wo. Bv Waterstofgas) kunnen worden ingepast. Bovendien zijn er bij andere scenario’s andere randvoorwaarden en gevolgen. Sommige vragen in de enquête, bv de belangrijkste zorgen activeren een enorme band-breedte aan uitingen, waarmee je de Warmtevisie overlaadt met een veelheid van niet aan het project gelieerde zaken. Je moet ze anderzijds wel serieus nemen en er eventueel op reageren.

De gemeente heeft in het proces voorzien in het ‘ter inspraak aanbieden’ van de Concept Warmtevisie. Ook krijgen mensen de gelegenheid in te spreken bij de behandeling van de Warmtevisie in de gemeenteraad. Welke mogelijkheden voor fysieke inspraak er zijn is vanwege Corona nog even de vraag. X: 3. Titel project: Communicatief gezien is het woord transitie minder passen bij de doelgroep. Het ademt een ambtelijke sfeer. Een meer publiek toegankelijke term verdient aanbeveling.* Ik vraag me af of bij figuur 1 de juiste term is gebezigd (participatie): ik zie de enquête niet uitsluitend als participatief: eerder een manier om data te verzamelen. In de dorpsgesprekken daarentegen is participatie de kern van de Bottom-up-benadering: actieve deel­ name via dialoog, debat, met het oog op deelname aan besluitvorming over de Warmtevisie.

De enquête is vanaf begin februari online gezet. Daarom kunnen we deze suggestie niet meer meenemen. Andere voorstellen vanuit de klankbordgroep zijn verwerkt (zie daarvoor het document ‘Opmerkingen over de enquête door de klankbordgroep’. De ervaring leert dat mensen niet te lang met een enquête bezig willen zijn, daarom stellen we vooral korte, multiple choice vragen. Maar bedankt voor de suggestie; bespreken van scenario’s kan bijvoorbeeld interessant zijn in de dorpsgesprekken. 10

6. I nspraak op alle niveaus. Het inrichten van een projectorganisatie in een project wat draagvlak moet genereren en daarnaast een gedragen visie moet opleveren verdient zorgvuldig denkwerk. We willen dan ook adviseren op alle niveaus een vorm van inspraak, meespraak en tegenspraak te organiseren. Het klinkt als een last maar uiteindelijk gaat dat in de toekomst tot minder weerstand leiden. Met andere woorden: in de stuurgroep (op strategisch niveau), in het projectteam (op operationeel niveau) en in de wijkraden (op informeel niveau). Daarmee kan er een gedragen visie ontstaan met medeweten, -denken en -beslissen van de Aalsmeerders.

Onderwerp 5: Monitoring /Middelen Werd genoemd als aandachtspunt, verder geen opmerking daarbij Gemeente Aalsmeer werkt aan een Energietransitie Model dat inzicht geeft in de ontwikkelingen en meer sturing mogelijk moet maken. Onderwerp 6: Kosten en betaalbaarheid X: 1. De prijs van aardgas zal gaan stijgen door een extra energiebelasting. De prijs van elektra zal gaan dalen. De regering stuurt daarmee op de onaantrekkelijkheid van aardgas t.o.v. andere, duurzame warmte. Het is logisch dat huishoudens bijdragen aan de energietransitie, echter de laagste inkomens moeten worden ontzien. Hiervoor is landelijk beleid nodig.

Zo is inderdaad de opzet. Daarbij zullen in de wijken niet alleen de wijkraden worden gevraagd, maar ook alle andere bewoners in de wijk die graag kritisch mee willen denken. Overigens hebben wij niet de illusie dat we, ondanks intensieve inzet op gebied van bijv. participatie, debat en gesprek, alle Aalsmeerders kunnen overtuigen om aard­ gasvrij te (willen) zijn, de Warmtevisie of toekomstige Wijkuitvoeringsplannen te omarmen. Ook bij de coronacrisis zie je dat lang niet alle mensen overtuigd zijn van de noodzaak van de verschillende maatregelen.

Helemaal eens, laagste inkomens hebben hierbij extra aandacht nodig. Ook de rijksoverheid heeft dat op het netvlies. Energiearmoede is een belangrijk onderwerp. Zie verder ook onze bovenstaande reacties over kosten en betaalbaarheid. . X: 2. Dit onderwerp mag nog wel eens terugkomen op de agenda. Behalve vele technisch/ economische aspecten heeft dit ook iets te maken met inkomenspolitiek en daar zou een gemeente terughoudend in moeten zijn.

7. Formele inspraak nog nodig? Misschien gaat dat in tegen de gangbare praktijk maar als de projectorganisatie is ingericht, waarbij in de stuurgroep ook vanuit de adviesgroep en eindgebruikers meegedacht en beslist wordt, dan lijkt me de fase van formele inspraak over het geheel niet echt meer relevant. In de operationele fase per buurt, zal dit veel meer van betekenis zijn.

Betaalbaarheid is een belangrijk benoemd uitgangspunt voor de Warmtevisie, de verwachting is dat een belangrijk deel van het debat over de Warmtevisie zich zal richten op dit onderwerp. Hierbij moet worden begrepen dat de Warmtevisie richting gevend is en de Wijkuitvoerings­ plannen een definitieve verandering betekenen. Ook in het Werk Atelier en de Klankbordgroep bijeenkomst in mei zal betaalbaarheid naar verwachting een gespreksonderwerp zijn.

Wij zijn van mening dat voor een goed democratisch proces in beide fases, zowel van de warmtevisie als van de wijkuitvoeringsplannen, formele inspraak en een raadsbesluit aan de orde zijn. 8. Expositie in Community house. Je zou zelfs kunnen overwegen om in het op te richten Communityhouse een permanente compacte en dynamische expo/info op te richten (evt. bemenst door betrokken vrijwilligers, in afwisseling), waardoor er een epicentrum van Warmtevise gaat ontstaan. Mogelijk geflankeerd met een mobiele unit die per resultaat uit het buurt afwegingskader op locatie informatie verstrekt en de stappen vooruit toelicht.

Onderwerp 7: Economische kansen: X: 1. E  nergietransitie biedt economische kansen en schept werkgelegenheid. Bedrijven moeten bijdragen door CO2 heffing. Hiervoor is landelijk en Europees beleid in ontwikkeling. Dat maakt ‘schoon’ produceren aantrekkelijker. Nederland heeft wat betreft het aandeel duurzame energievoorziening een inhaalslag te maken.

Hartelijk dank voor deze tips, die mogelijk bij Wijkuit­ voeringsplannen een goede optie zijn om Aalsmeer breed en buurtgericht aanwezig te zijn.

U bent goed op de hoogte van de actuele ontwikkelingen.

11

Onderwerp 8: Gebouwde omgeving X: 1. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunning-aanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). U bent goed op de hoogte van de actuele ontwikkelingen. Verdere punten De onderstaande punten zijn verder nog genoemd. X: 9. V  oorraden Fossiele brandstoffen. Deze is eindig, als we zo doorgaan putten we de aarde uit. Maar het belangrijkste is de gevolgen voor het klimaat . Dank voor uw zienswijze. De gevolgen voor het klimaat zijn inderdaad dé reden om stappen te gaan ondernemen. De eindigheid van fossiele brandstoffen zijn dat niet zozeer; wereldwijd is er bijvoorbeeld nog voor honderden jaren steenkool. Aardgas is er ook nog volop, en kan afhankelijk van de vraag (en dus de prijs) nog steeds ruim gewonnen worden. De reden om ermee te stoppen is vooral het voorkomen van CO2 uitstoot en ook andere vervuiling. 10. X noemt verder ‘aanpakcijfers’. We weten niet wat hiermee wordt bedoeld. Gemeente Aalsmeer werkt een Energietransitie Model uit die de ontwikkelingen in de energietransitie inzichtelijk maakt. En de invloed van gemeentelijk beleid daarop laat zien.

12

1.2

Resultaten van de enquête Aalsmeer aardgasvrij

Samenvatting en conclusies Door middel van deze enquête heeft de gemeente gepeild hoe Aalsmeerse bewoners aan kijken tegen de warmtetransitie en het aardgasvrij worden van woningen. De belangrijkste uitkomst is dat een groot deel van de deelnemers daar op dit moment niet positief tegen overstaat en zich er niet in verdiept (ruim 46%). De verwachte hoge (investeringskosten) spelen daarbij de grootste rol. Op de vraag naar de belangrijkste zorgen van inwoners/deelnemers antwoordt ruim 51% namelijk bang te zijn voor de hoge kosten. Naast de genoemde 46% die duidelijke bedenkingen heeft, staat een groep deelnemers positiever tegenover aardgasvrij wonen. Sommigen van hen hebben zich al in het thema verdiept (23%) of willen dat gaan doen (9%), sommigen willen duidelijkere informatie (10%), een klein aantal van hen weet al wat ze gaan doen om aardgasvrij te worden (4%),een aantal deelnemers heeft al maatregelen hebben genomen, maar is nog niet helemaal aardgas (6%) en enkelen wonen al aardgasvrij (1%). Samen telt dit op tot ruim 53% van de deelnemers. Er is dus een hoop weerstand tegen aardgasvrij wonen maar er is ook een grote groep die er over nadenkt en er al mee bezig is. Op de vraag naar wanneer aardgasvrij worden wél acceptabel zou zijn, antwoordt 30% “Nooit, want ik wil het helemaal niet”.

31% zegt het wel te willen als de kosten gelijk blijven en nog eens 36% antwoord met “Als de investeringskosten niet te hoog zijn.” Ook is gevraagd of mensen willen dat hun buurt als een van de eerste buurten aardgasvrij zou worden. Dan geeft een 60% van de respondenten aan dat niet te willen. We hebben de deelnemers naar hun mening gevraagd over de ambitie van Nederland ( In 2050 moeten alle Nederlandse woningen aardgasvrij zijn) en over de ambitie van Aalsmeer (Aalsmeer wil in 2040 aardgasvrij zijn). 395 Van de 404 deelnemers hebben hierop gereageerd. Veruit het merendeel van de deelnemers ziet niets in de doelstellingen; 37% van hen vindt de landelijke doelstellingen niet realistisch, terwijl zo’n 30% het helemaal niet eens is met het streven aardgasvrij te worden. De behoefte aan een heldere informatievoorziening over de plannen en de planning van de gemeente blijkt groot; een redelijk aantal mensen geeft bij verschillende vragen aan dat ze willen wachten tot duidelijker is wat de gemeente wil gaan doen, om daar hun eigen plannen op af te stemmen. Daarnaast is er veel animo voor energiebesparingsmaatregelen. Dit blijkt uit dat veel deelnemers al kleine en grotere isolatiemaatregelen hebben genomen. Zo heeft 58% geïnvesteerd in glasisolatie en 50% in dakisolatie.

Deelnemers noemen met name kostenbesparing, comfort­verhoging en het milieu als reden voor het treffen van deze maatregelen.

13

1. Inleiding

2. Wie hebben de enquête ingevuld?

Gedurende bijna de gehele maand februari 2021 zijn Aalsmeerders via sociale media, de krant en posters op straat uitgenodigd om mee te praten over ‘Aalsmeer aardgasvrij?’. Dat meepraten kon, in dit geval, door het invullen van een enquête.

In totaal is de enquête door 404 mensen ingevuld, twee mensen hebben een papieren enquête ingevuld. Sommige vragen zijn door veel minder mensen ingevuld. Dit heeft te maken met het feit dat niet alle vragen voor iedereen relevant waren, zoals bij de specifieke vragen aan huurders of leden van een Vereniging van Eigenaren.

De enquête is onderdeel van een bredere aanpak om Aalsmeerders bij de ontwikkeling van de Warmtevisie Aalsmeer te betrekken. In de Warmtevisie zal de gemeente de verschillende, kansrijke technieken beschrijven om woningen per buurt op een aardgasvrije manier te verwarmen. Betaalbaarheid, praktische haalbaarheid en duurzaamheid zijn daarbij belangrijke punten die bepalen of een techniek kansrijk is. Uitgangspunt is dat woningen ter voorbereiding op aardgasvrij verwarmen goed worden geïsoleerd. Naast kansrijke technieken per buurt, geeft de Warmtevisie ook weer welke buurten er tot aan 2030 aardgasvrij kunnen worden.

Er is geen sprake van een volledig representatieve afspiegeling van alle Aalsmeerse inwoners, omdat bijvoorbeeld jongeren ondervertegenwoordigd zijn onder de respondenten. De percentages in deze rapportage geven de antwoorden van de deelnemers aan de enquête weer, dus niet van alle inwoners van de gemeente. We hebben het hier dan ook verder over ‘de deelnemers’. Dit zijn alle mensen die de enquête hebben ingevuld. 49% van de deelnemers woont in postcodegebied 1431 (Centrum, Hornmeer, Stommeer), 34% woont in 1433 (Kudelstaart) en 18% in 1432 (Oosteinde). (Alle percentages zijn in dit geval naar boven afgerond, wat tot 101% optelt.)

Bij de ontwikkeling van de Warmtevisie Aalsmeer zijn professioneel belanghebbenden betrokken, zoals de netbeheerders Stedin (Gas) en Liander (elektra) en woningcorporatie Eigen Haard. Daarnaast hecht gemeente Aalsmeer grote waarde aan het betrekken van bewoners en bedrijven bij de ontwikkeling van de Warmtevisie. Dat doen we op drie manieren:  Door het houden van een enquête onder bewoners  Door een klankbordgroep van bewoners en bedrijven die de ontwikkeling van de Warmtevisie nauwkeurig volgt en reacties geeft.  Door drie dorpsgesprekken die eind april (20,22 en 29 april) digitaal gehouden zullen worden.

84% van de deelnemers aan de enquête heeft een koopwoning; voor 77% is dat een eengezinswoning en voor 7 % is dat binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE). 16 % is huurder, waarvan veruit de meeste mensen huren bij woningcorporatie Eigen Haard. In werkelijkheid ligt die verdeling anders en heeft 64% van de Aalsmeerders een koopwoning en 36% een huurwoning. Een mogelijke verklaring is dat deze enquête door een groter percentage eigenaarbewoners is ingevuld, dat mogelijk meer geïnteresseerd is in het onderwerp omdat de warmtetransitie een directe invloed heeft op woningeigenaren. Dit in verband met benodigde aanpassingen aan de woningen. Huurders zijn afhankelijk van de plannen van de verhuurder.

Hieronder geven we de resultaten van de enquête uitgebreid weer. Het gaat in de enquête met name om de beantwoording van multiple choice vragen, waarbij in sommige gevallen meerdere antwoordenopties mogelijk waren. Dat maakt dat in die gevallen, bij de opsommingen van percentages het geheel optelt tot meer dan 100%. De percentages die genoemd worden zijn steeds afgerond naar hele getallen.

De deelnemers zijn qua leeftijd redelijk verdeeld tussen alle leeftijdscategorieën (ca. 20% per categorie) Met twee uitschieters naar beneden; 12% van de deelnemers is tussen de 31 en 40 jaar en een kleine 4% mensen tussen de 21 en 30 jaar.

Het invullen van de enquête kon anoniem gebeuren via deze webpagina (de enquête zelf is daar inmiddels weggehaald). Mensen die liever een papieren enquête wilden invullen, kregen een papieren versie toegestuurd. Om een beeld te krijgen van het totaal aantal antwoorden per vraag, verwijzen we naar de bijla-ge, waar de resultaten per vraag zowel in aantallen als in percentages zijn weergegeven.

14

Leeftijd

Ruim 12% van de woningen is van vóór 1945. 42% is van 1945 tot 1995. 15% heeft een bouw-jaar tussen 1996 en 2005. Vanaf die periode is redelijk energiezuinig gebouwd. Woningen uit die bouwperiode hebben doorgaans minimaal energie label B. 30% van de deelnemers woont in huizen die vanaf 2005 zijn gebouwd, die doorgaans label A hebben.

1% 4%

Leeftijd 12%

18%

1%

4% 12%

18%

20%

Als gevolg van de steeds strenger wordende energie eisen in het bouwbesluit zijn nieuwe woningen steeds energiezuiniger en hebben een gunstig energielabel. Oudere woningen hebben vaker een slecht energielabel.

20% 20%

20%

96% van de woningen wordt verwarmd met een cv-ketel op aardgas. 2% heeft een warmtepomp, een enkeling verwarmt nog met gaskachels. 7% heeft een 0 jaar of jonger 21-30 21-3031-40 51-60 61-7061-70 71 of ouder 20 jaar of jonger 31-40 41-50 41-50 51-60 71 of ouder houtkachel als (bij-)verwarming. Ruim 60% van de deelnemers kookt op aardgas, een kleine 40% kookt Daarmee zijn de verschillende leeftijdscategorieën elektrisch. redelijk vertegenwoordigd, met uitzondering van de jongste categorie. 50% van de deelnemers woont met z’n tweeën, 42% met meer dan 2 personen, terwijl een kleine 8% alleen woont. Die is in verhouding zeer sterk ondervertegenwoordigd in deze enquête. Waarschijnlijk omdat veel 3. Energierekening en energiebesparende mensen in deze leeftijd deels nog thuis wonen en/of maatregelen (nog) geen koopwoning hebben. De vraag naar de hoogte van de energierekening is door 335 van de 404 mensen beantwoord. Van de mensen die deze vraag hebben beantwoord, betaald Hoe Wat wonen de deelnemers aan de enquête? ca. 17% minder dan € 100 per maand, een kleine 40% voor type woning heeft u? Wat voor type woning heeft u? tussen de € 100 en € 150 per maand, 23 % tussen € 150 en € 200 en 15% meer dan € 200 per maand. 1% 25%

25%

2% 2%

Tussenwoning Tussenwoning

1%

7% 7%

0%

Hoekwoning Hoekwoning Vrijstaand

Vrijstaand

Twee onder 1 kap

18%

Appartement 4% 11% verdieping

34%

18%

20%

40%

60%

36%

80% 39%

100% 11%

34% Hoekwoning

Twee onder 1 kap

7%

25%

8%

21%

45%

18%

5%

22%

4%

Appartement verdieping

Appartement verdieping

Appartement beneden

Appartement beneden Overig

Overig

Tussenwoning

18%

18%

20%

Twee onder 1 kap

20%

Vrijstaand

11%

43%

34%

38%

42%

28%

8% 3%

24%

10%0%

Meer dan € 200 per maand

Tussen € 150 en € 200 per maand

Tussen € 100 en € 150 per maand

Minder dan € 100 per maand

Zeg ik liever niet

Aalsmeer kent een groot aantal grondgebonden woningen. Ook uit deze grafiek blijkt dat 90% van de deelnemers in een eengezinswoning woont en slechts een kleine 10 % in een appartement. In werkelijkheid woont 78% van de Aalsmeerders in een eengezins­ woning en 22% in een appartement.

Op zich zeggen deze cijfers nog niet zoveel over de energiezuinigheid of onzuinigheid van de mensen en hun woningen; een groot huishouden in een grote woning vraagt doorgaans meer energie dan een klein huishouden in een kleine woning.

15

Oude woningen vragen meer energie voor verwarming dan nieuwe woningen, maar uit onderzoek blijkt ook dat mensen in een oude, tochtige woning, vaak heel zuinig met energie omgaan en eerder geneigd zijn een dikke trui aan te trekken om het warm te hebben dan mensen in een nieuwere woning.

Mensen met een eengezinswoning (koop) hebben we gevraagd welke grotere maatregelen zij (of vorige bewoners) al hebben genomen om hun woning duurzamer te maken. Uit de antwoorden blijkt dat isolerend glas- en dakisolatie hoog scoren. Vloer- en spouwmuurisolatie zijn in mindere mate toegepast. Ook is bekend dat ‘huidige bewoners’ vaak niet precies weten welke maatregelen ‘vorige bewoners’ al hebben toegepast.

Uit de grafiek blijkt duidelijk , en niet verrassend, dat bijna 40% bewoners van vrijstaande woningen meer dan € 200 per maand aan energie betaalt, in tegenstelling tot de veel lagere percentages bij de andere woningen.

Genomen energiebesparende maatregelen Genomen energiebesparende maatregelen

4. Genomen energiebesparende maatregelen in huis

Isolerend glas

We hebben gevraagd of bewoners kleine maatregelen hebben genomen om energie te besparen. Deze vraag gaat over maatregelen die zowel huurders als kopers konden invullen. Ledverlichting is de gangbare manier van verlichten geworden. 56% van deelnemers zegt zuinig om te gaan met energie.

Isolerend vloer

Isolerend dak

Energiebesparende ledlampen in huis

44% 40%

Waterbesparende douchekop aangeschaft

39%

Goed (waterzijdig) inregelen CV-ketel

36%

Thermostaat lager dan 20 graden Celsius

35%

Radiatorfolie aangebracht

23% 19%

0%

50%

Warmtepomp plaatsen

3%

Zonneboiler plaatsen

2%

Groen (mos)dak

1%

We hebben ook de vraag gesteld of mensen binnen de komende 5 jaar van plan zijn om energiebesparende maatregelen te nemen. Ruim 72% beantwoordt die vraag met ‘Nee’. Gevraagd naar de redenen van deze deelnemers met een koophuis (zonder VvE) om géén maatregelen te nemen. 239 van de 404 mensen hebben hierop gereageerd. Ruim de helft van hen zegt dat hun huis goed genoeg is zoals het is, 17% vindt het te duur, 13 % wacht af wat de gemeente gaat doen. Een kleine 6% zou wel iets willen doen, maar weet niet goed wat. Dat betekent dat een kleine 20% mogelijk wel maatregelen zou willen nemen op het moment dat duidelijk is wat er in de wijk gaat gebeuren. Een kleine 5% is op leeftijd en denkt ‘Het zal mijn tijd wel duren.’ Ca. 3% ziet niets in de argumenten om maatregelen te nemen ten behoeve van klimaat en milieu. En een kleine 3% gaat (op termijn) verhuizen en wil daarom geen maatregelen nemen.

6%

Geen energiebesparende maatregelen

21%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70%

81%

Ik heb energiezuinige apparaten aangeschaft

31%

Overgeschakeld op elektrisch koken

56%

Tochtstrippen

41% 37%

Zonnepanelen plaatsen

Energiebesparende maatregelen

Door zuinig om te gaan met energie(gedrag)

50%

Isolerend soauwmuur

Hoe wonen de deelnemers aan de enquête?

Overgestapt op elektrisch koken

58%

100%

Tochtstrippen besparen niet alleen energie, maar zijn ook comfort-verhogend en bovendien makkelijk aan te brengen. Zij scoren met 44 % dan ook redelijk hoog. Ook andere maatregelen zijn door veel mensen al genomen, anderzijds valt er hier door relatief kleine maatregelen mogelijk nog veel te doen.

16

5. Denken over en voorbereiden op aardgasvrij wonen

Mensen die wél plannen hebben, willen de spouwmuur (9%), de vloer (7%) of het dak (6%) isoleren en nog eens een kleine 6% wil beter isolerend glas. Voor mensen uit een VvE hebben we deze vraag apart gesteld, zie verder hieronder.

Naast de vragen over energiebesparende maatregelen hebben we in de enquête ook gevraagd hoe mensen staan tegenover aardgasvrij wonen; denken ze er al over na of nog helemaal niet, zijn ze al flink op weg of zijn ze misschien zelfs al aardgasvrij?

Voor isolatiemaatregelen is de vraag gesteld in hoeverre mensen zelf klussen in hun woning. Die vraag is door 75 mensen beantwoord. 13% van hen doet alles zelf, 61% doet veel zelf als het niet te veel gedoe is, ruim 20% doet niets zelf en 2% weet het niet.

Attitude gasvrij maken woning Ik wil helemaal niet en verdiep me er dus niet in

Redenen voor het nemen van maatregelen Besparen van kosten

23%

Ik wil wel, maar de informatie is niet helder, ik weet niet wat ik moet doen

10%

Ik wil wel meedoen, maar heb me er nog niet in verdiept

27%

Prettiger wonen (comfort)

46%

Ik heb me er al wat op verdiept, maar heb nog niets gedaan

9%

Ik heb al maatregelen genomen, maar ben nog niet (helemaal) aardgasvrij

6%

Ik heb plannen om maatregelen te nemen en weet wat ik moet doen

24%

4%

Mijn huis is al aardgasvrij

Beter milieu

1%

17% 0%

Investeren in waarde huis

9%

Gezonder binnenmilieu

4%

Veiligheid

3%

5%

10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%

308 Van de 404 deelnemers hebben deze vraag beantwoord, waarvan ruim 46% zegt het helemaal niet te willen en zich er dus ook niet in te verdiepen. De verwachte hoge (investeringskosten) spelen daarbij de grootste rol. Op de vraag naar de belangrijkste zorgen die mensen hebben, antwoordt ruim 51% namelijk bang te zijn voor de hoge kosten. Naast de genoemde 46% die duidelijke bedenkingen heeft, staat een groep deelnemers die positiever tegenover aardgasvrij wonen. Sommigen van hen hebben zich al in het thema verdiept (23%) of willen dat gaan doen (9%), sommigen willen duidelijkere informatie (10%), een klein aantal van hen weet al wat ze gaan doen om aardgasvrij te worden (4%), een aantal deelnemers heeft al maatregelen genomen, maar is nog niet helemaal aardgasvrij (6%) en enkelen wonen al aardgasvrij (1%). Dit telt op tot ruim 53%.

0% 5% 10% 15% 20% 25% 30%

Slechts 75 deelnemers (zonder VvE) hebben de vraag over de redenen voor het nemen van maatregelen beantwoord . ‘Besparen van kosten’ en ‘wooncomfort’ scoren beide hoog. Een beter milieu is goed voor een derde plaats. Andere mogelijke redenen zoals investeren in de waarde van het huis of een gezonder binnen-milieu worden veel minder genoemd. We hebben overigens ook gevraagd naar geluidsisolatie in verband met Schiphol. Opvallend is dat ruim 82% van de deel­ nemers geen geluidsisolatie heeft aangebracht en een kleine 5% van plan is om dat nog te gaan doen.

Er is dus een hoop weerstand tegen aardgasvrij wonen maar er is ook een grote groep die er over nadenkt en er al mee bezig is. Gevraagd naar de redenen om te denken over aardgasvrij wonen, zegt 56% daar geen reden voor te zien. Ruim 28% van de deelnemers vindt het belangrijk voor het tegengaan van klimaatverandering en nog eens 28% noemt kostenbesparing als reden. Voor 15% is investeren in de waarde van het huis een reden om over aardgasvrij wonen te denken, 8% noemt comfortverbetering en 1% noemt veiligheid als reden.

17

6. Verenigingen van Eigenaren, isolatiemaatregelen, denken en voorbereiden op aardgasvrij wonen

Daartegenover staat dat bijna 16% wil dat Aalsmeer aansluit bij de landelijke doelstellingen en ruim 10% ziet graag dat Aalsmeer voorop zou lopen. Als we de laatste twee categorieën optellen (lande­lijke ambities volgen en voorop lopen), zien we dat ruim 26% van de deelnemers sowieso positief staat tegenover aardgasvrij. De overige deelnemers, een kleine 6%, heeft er nog geen mening over of vindt de antwoorden niet aansluiten bij de eigen mening.

De vraag over het denken over en voorbereiden op aardgasvrij wonen hebben we ook specifiek aan de VvE’s gesteld. Hier hebben 14 mensen op geantwoord. Een kleine 43% van hen zegt dat hun VvE verdeeld is en men er zich niet in heeft verdiept. Ruim 21% heeft zich er al wel in verdiept, maar nog niets gedaan. 21% wil wel iets doen, maar vindt de informatie niet helder. Ruim 7% wil wel maar heeft zich nog niet verdiept, terwijl een andere ruim 7% al in een aardgasvrij appartementencomplex woont.

In de onderstaande figuur hebben we de leeftijd van de deelnemers gerelateerd aan hun mening over de rijks en de gemeentelijke ambities. Daarbij vallen een aantal punten op:

Daarnaast hebben we de VvE’s ook gevraagd naar de reden om te denken over aardgasvrij wonen. Ruim 61% ziet geen reden om aardgasvrij te worden, ruim 38% noemt het tegengaan van klimaatverandering als belangrijke reden. 23% Ziet kostenbesparing als reden, 8% noemt waardestijging van de appartementen en nog eens 8% noemt veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=8268d641-474f-4557-96c9-0e3437e8a875