Bijlage 5 Exploitatieplan Green Park Aalsmeer met bijlagen.pdf
Tekst van het document
Pagina 47 van 69
Fysiek Domein Inritten / drempels · Inritblokken, type 130/150, 450x500x200mm, Lavaro 703 (Amstelveen) of glad donker grijs (Aalsmeer) op gestabiliseerd zand bij toegang eigen terrein en bij toegang tot sommige parkeergelegenheden. · Inritblokken 750x500x180mm incl. links- en rechtstukken op gestabiliseerd zand, afhankelijk van de trottoirbanden in de GOW en ETW kleur grijs. · Drempels / plateaus: taludmarkering: betonstraatsteen keiformaat, dik 70 mm, kleur wit en zwart. plateau: betonstraatsteen keiformaat, dik 70 mm, kleur naar keuze (kleur afwijkend van rijwegverhardingsmateriaal) Blindenvoorzieningen · Uitvoering volgens de richtlijnen in overleg met de gemeente. Zie ook de website van Federatie Slechtzienden- en Blindenbelang (www.oogvereniging.nl) Wandelpaden · Plantsoen- en wandelpaden in groengebieden worden toegepast in lava- of asfaltverharding in een breedte van 2,00 m voor belangrijke paden en 1,50 m voor minder belangrijke paden. · Constructieopbouw asfalt wandelpad: · Onderlaag: AC 22 base OL-A, laagdikte 60 mm. · Deklaag: AC 8 surf DL-A, laagdikte 30 mm voorzien van afstrooilaag. · Constructieopbouw lavapad: 10 – 20 mm lava 0/8 (afstrooilaag) op 0,25 m lava 0/31,5 mm op geotextiel (non-woven) 150 gr/m2.
Ruiterpaden · Voor de ruitersport in de openlucht buiten de manege zijn (met gras begroeide) paden van zand met een gering gehalte humus (3-8 % ) of lutum (kleifractie) met een dikte van 0,30 0,40 m afhankelijk van de toestand van de ondergrond het meest ideaal. Afhankelijk van het gebruik moeten ruiterpaden voldoende breed zijn. Enkel bereden paden voor één paard moeten gemiddeld 1,00 tot 1,75 m zijn. Intensief bereden paden waarop twee paarden naast elkaar kunnen rijden en elkaar kunnen passeren moeten echter 2,50 m breed zijn. Daarnaast moeten bomen en struiken langs een pad tot 2,75 m zijn opgesnoeid om er onderdoor te kunnen rijden. · Uit veiligheidsoverwegingen verdient het in het algemeen geen aanbeveling de wegbermen te gebruiken als ruiterpad. Een betere oplossing geven vrij liggende paden die door een plantstrook van de weg zijn gescheiden of afzonderlijke ruiterpaden.
5.4.5.3 Centrumgebieden Algemeen Voor Centrumgebieden kunnen aanvullende gebiedspecifieke voorschriften van toepassing zijn. Deze worden separaat door de gemeentelijk projectleider in aanvulling op deze LIOR aangeleverd.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 48 van 69
Fysiek Domein
5.5 Oeverbescherming, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen 5.5.1
Oeverbescherming
Algemeen · De te plaatsen type beschoeiing en damwand is afhankelijk van de te keren hoogte, bodemgesteldheid en draagkracht, boezem of polderwater, fluctuatie waterpeil, beschikbare ruimte, golfslag en functie. Type beschoeiingen · Indien technisch noodzakelijk dient een oeverbescherming te worden geplaatst. De hoogte van de beschoeiing is afhankelijk van de waterdiepte, kerende hoogte en grondgesteldheid. Afhankelijk van de te keren grondhoogte kent de gemeente twee typen beschoeiingconstructies als standaard. In overleg met de gemeente kan hier van afgeweken worden. Type 1: lichte beschoeiing · Combischotten, bovenwater en eerste plank onder water hardhout, overige planken naaldhout, 20x200x4000 mm; · 3 of 4 hardhouten klampen, 20x200xhoogte schot, aanbrengen per schot (afhankelijk van lengte van het schot), Vastzetten met slotbouten (onder de waterlijn thermisch verzinkt en boven de waterlijn RVS slotbouten). · De bovenste en onderste plank van het schot moet met twee RVS slotbouten vastgezet worden aan de klamp; overige planken met één slotbout.
· Schotten verbinden met minimaal 100 mm overstek, bevestiging met minimaal 4 RVS slotbouten M8, van voldoende lengte verbinden; · Zanddicht weefseldoek aanbrengen tussen de klampen en de planken; vanaf halverwege de bovenste plank tot 50 cm onder de onderste plank; dus 50 cm overlap aan de onderzijde; · Palen hardhout, 70x70, lengte 3000mm, h.o.h. 660 mm, inclusief verankering RVS · Bevestiging schotten aan palen, RVS slotbout diameter 10 mm, van voldoende lengte, met een carrosserie ring doorsnede 30 x 1,5 mm; · Hardhout, FSC-gecertificeerd hout voor de G.W.W. sector, duurzaamheidklasse I; · Naaldhout, FSC-gecertificeerd hout, voldoen aan de sterktenormen, zoals vastgelegd in NEN 5499, sterkteklasse C18. Type 2: beschoeiing bij grondkering > 1,20 meter · Damwand van hardhout, FSC-gecertificeerd hout voor de G.W.W. sector, duurzaamheidklasse I; · De plankdikte, lengte, verankering en gording zijn afhankelijk van kerende hoogte en grondslag. Door middel van berekeningen moeten de volgende zaken worden aangetoond: o dikte planken; o lengte planken; o h.o.h. verankering en type verankering; o afmeting van de gording en dimensionering bevestigingsmateriaal.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 49 van 69
Fysiek Domein
5.5.2
Natuurlijke oever
Inrichting · Naast harde oevers kunnen ook natuurlijke en natuurvriendelijke oevers worden toegepast. Een natuurlijke oever wordt aangelegd om esthetische en/of ecologische redenen. · Voor de opsluiting van de natuurlijke en natuurvriendelijke oevers dient bij de aanleg een voorziening te worden gemaakt tegen het uitspoelen en afkalven van de oevers. De voorziening bestaat uit: o 2 planken naaldhout, 20x200x4000 mm; o Bovenste plank met 2 cm zicht boven water; o Perkoenpalen naaldhout, h.o.h. 0,50 m, lengte afhankelijk van de grondslag; o 29 o Naaldhout, FSC-gecertificeerd hout, voldoen aan de sterktenormen, zoals vastgelegd in NEN o 5499, sterkteklasse C18; o Vastzetten met slotbouten diameter 10 mm, van voldoende lengte. · Ook kan het nodig zijn een onderwaterbeschoeiing toe te passen om te zodat de plasberm in stand blijft. De onderwaterbeschoeiing bestaat uit: o planken naaldhout, 20x200x4000 mm; o Zanddicht weefseldoek aanbrengen tussen de klampen en de planken; o Perkoenpalen naaldhout, h.o.h. 0,50 m, lengte afhankelijk van de grondslag; o Naaldhout, FSC-gecertificeerd hout, voldoen aan de sterktenormen, zoals vastgelegd in NEN o 5499, sterkteklasse C18; o Vastzetten met slotbouten diameter 10 mm, van voldoende lengte. Natuurvriendelijke oever met plasberm · De plasberm wordt aangelegd langs watergangen waar een minimale ruimte is voor natuurvriendelijke oevers.
De plasberm kan eventueel ook met beschoeiing gerealiseerd worden. · Inrichtingsparameters: o Talud (nat en droog) ≥ 1:3 o Diepte van de oever ca. 0,3 m o Breedte van de oever 1-3 m o Diepte watergang ≥ 1 m o Waterdiepte overwinteringsgebieden vissen ≥ 1,5 m
Natuurvriendelijke oever met flauw hellend talud · De flauw hellende oever wordt aangelegd langs watergangen waar een redelijk grote ruimte is voor natuurvriendelijke oevers. De flauw hellende oever kan eventueel ook met beschoeiing gerealiseerd worden. LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 50 van 69
Fysiek Domein ·
Inrichtingsparameters: o Talud (nat en droog) 1:4 – 1:10 (< evt.) o Diepte van de oever Verloopt van 0,1 tot 1m o Breedte van de oever 3-6m o Diepte watergang ≥ 1m o Waterdiepte overwinteringsgebieden vissen ≥ 1,5m
Combischotten met boomstammen · Een andere natuurlijke overgang van land naar water is schotten met boomstammen op de waterlijn. Detaillering in overleg met de gemeente.
5.5.3
Diverse waterhuishoudkundige voorwaarden en voorzieningen
Algemeen · Het ontwerp en de uitvoering van de te plaatsen stuwen, inlaten, duikers e.d., zoals in principe aangegeven in het plan voor de waterhuishouding (in detail in bestek en tekeningen), in overleg met gemeente en waterschap. Aandacht dient hierbij te worden geschonken aan het toekomstig beheerplan. Uitgangspunt is dat alle peil regelende voorzieningen in beheer en eigendom komen het waterschap. Afmetingen watergang en onderhoud · De afmetingen en inrichting van de watergangen en waterpartijen moeten bij de ontwerpfase afgestemd worden met het waterschap en de gemeente. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden dat de watergangen goed bereikbaar zijn voor machinaal onderhoud of onderhoud vanaf het water, conform de eisen van de toekomstig beheerder de gemeente en/of het waterschap. · De watergangen dienen bij de overdracht te voldoen aan de vergunning en legger van de watergangen van het waterschap en de eisen van de gemeente over diepte en vaarwegdiepte . Bij overdracht van watergangen aan het waterschap of aan de gemeente, dient ook invulling gegeven te worden aan de eisen die het waterschap hier aan stelt. Uitvoering duikers · Duikers uitvoeren in beton, in principe ongeheid (afhankelijk van de draagkracht van de grond), met uitstroombakken met helling afgestemd op het aan te leggen grondtalud.
· Lengte en diameter in overleg met het waterschap voor de vergunning en gemeente voor beheer en onderhoud en eigendom.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 51 van 69
Fysiek Domein
5.6 Civiele kunstwerken Algemeen · De ontwerpen van de bruggen dienen in overleg met de gemeente te worden vastgesteld. De bevaarbaarheidsklasse wordt in overleg met de vaarwegbeheerder vastgesteld. · Doorvaarthoogte en doorvaartbreedte conform de eisen van het waterschap en/of de gemeente. · Autoverkeerbruggen, verkeersbelasting conform NEN 6706, in beton uitgevoerd conform NEN 6723 e.e.a. afhankelijk van de verkeersintensiteiten. · Voor beweegbare bruggen zijn de NEN 6786 en NEN 6787 van toepassing. · Voor stalen bruggen is NEN 6788 van toepassing. ·
Bruggen in vaarwegen moeten naast de doorvaarhoogte voor onderhoud een minimale doorvaarhoogte van 1,35m. voor het recreatieve gebruik hebben. Uitvoering · Betonpalen of houten palen met betonopzetters, lengte afhankelijk van de te maken sonderingen en belasting. · Voorkeur voor stalen liggers met houten afdeklat. · Voorkeur voor Fiberline-deck, glasvezel versterkt kunststof, waarop een teervrije tweecomponenten kunsthars is aangebracht, ingestrooid met grijze steenslag voor voetpad of rode steenslag voor fietspad. Of houten dek met slijtlaag bauxiet 1-3, verbinding stalen liggers met dek met spijkerrib en kunststof tussen ligger en spijkerrib. · Grondschot tegen onderloopsheid. · Standaard gemeente afwerking hout (in ieder geval het leuningwerk), grondverf daarna 2x RAL wit 9010 of 2x RAL groen 6005. · Leuningen bij voorkeur staal of hout. Kwaliteitseisen materialen · Beton: o Volgens de Standaard en NEN6720 (VBC1995) · Staal: o Constructie staal S235, conform de norm EN-10025. o Profiel staal, bouten, moeren en overig bevestigingsmateriaal, thermisch verzinkt volgens de Standaard. o Profiel staal behandeld met een epoxy zinkfosfaatprimer, kleur RAL7016 o Leuning staal, thermisch verzinkt, gepoetst, aanstralen zonder ijzer of chroomvrij passiveerbad. Hecht-epoxy 60 micron epoxy poedercoat in RAL-kleur en 60 micron polyester poedercoatlaag in RAL-kleur.
· Hout: o Bij blootstelling aan water en lucht: FSC-gecertificeerd hardhout voor de G.W.W. sector, duurzaamheidklasse I. o Uitsluitend onder water: vuren of grenen. o Uitsluitend boven water, Europees hardhout zoals Robinia of Eiken. o Dekdelen: Angelin Vermilho of gelijkwaardig. o Damwanden FSC-gecertificeerd hardhout duurzaamheidklasse 1.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 52 van 69
Fysiek Domein
5.7 Openbare verlichting Algemeen · De primaire functie van openbare verlichting is het leveren van een bijdrage aan de openbare, verkeers- en sociale veiligheid en de leefbaarheid in de openbare ruimte. · De gemeente kent diverse mast/armatuurcombinaties en de ontwikkelingen hierin gaan snel. Toetsing van het verlichting ontwerp m.n. voor lichtopbrengst, design, en beheer- en onderhoudskosten aan de door de gemeente gestelde eisen, zal ten alle tijden samen met de beheerder van de gemeente plaats moeten vinden. Ontwerp verlichtingsplan · In verband met de snelle ontwikkelingen is het raadzaam om in een vroeg stadium met de gemeente te overleggen. · Een ontwerp moet ten minste bestaan uit een tekening(en) met daarop aangegeven mastplaatsen, plaats voedingspunt, kabelnet, plaats en aantal veiligheidsaardingen; · Tevens moet zijn bijgevoegd: lichtberekening(en), kabelberekeningen (spanningsverlies en afschakeltijden), inrichting voedingspunt, overzicht toe te passen materialen. De gemeente dient het verlichtingsplan goed te keuren. · De installatie moet minimaal voldoen aan energielabel C. (0,025-0,034 W/lux/m2). · De norm NEN 1010 is van toepassing. · Als lichtbron wordt led toegepast. · Binnen de bebouwde kom dienen alle wegen, paden en pleinen, uitgezonderd die met een recreatieve functie, te worden verlicht.
· Parken, plantsoenen en achterpaden van woningen worden niet verlicht. · Alle toegepaste materialen zijn 100% recyclebaar. Lichthinder · Er mag geen lichthinder optreden. Locatie masten · Trottoirs: minimaal 0,30 m vanaf achterkant trottoirband. · In groenvoorziening langs rijbanen: minimaal 0,40 m vanaf achterkant opsluitband of 0,60 m uit zijkant verharding. · Langs vrij liggende fiets en voetpaden: minimaal 0,45 m vanaf achterkant opsluitband of 0,60 m uit zijkant verharding. Lichtkleur/niveaus · De lichtniveaus dienen te voldoen aan de NPR 13201; · Kleur: o woonstraten: 3000 K o verkeerswegen: 4000 K
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 53 van 69
Fysiek Domein Techniek & aanleg · De verlichting dient dimbaar te zijn door toepassing van drivers met de mogelijkheid tot het programmeren van minimaal 5 dimregimes. Dimregime in overleg met de gemeente vast te stellen. · Kwaliteit led; minimaal L80F10, Ra ≥ 80. · Levensduur led + driver minimaal 80.000 uur. · Eigen OVL kabelnet, hoofdkabels uitgevoerd volgens drie fasen/nul en aarde (litze) meelopend in armering. Het gebruik van combinetten of aansluiting daarop is niet toegestaan. · Het gebruik van verbindingsmoffen in een hoofdkabel is niet toegestaan; · Avond- nachtschakeling wordt niet toegepast. · Voedingspunt: roestvast stalen kast met meet en verdeelinrichting, hoofdschakelaar, groepsschakelaars en beveiliging voor minimaal zes en maximaal negen afgaande richtingen. Fabricaat Bosma en Bronkhorst, specificatie installatiemateriaal en inrichting aan te leveren door gemeente. · Schakelen verlichting door middel van toonfrequent relais en mogelijkheid tot handbediening. Dit schakelsignaal wordt in de toekomst stopgezet. Er wordt dan overgegaan naar een open source schakelsysteem. · Veiligheidsaardingen: volgens NEN 1010. Aanvullende eis: Als het laatste eind van een kabel de lengte van 150 meter overschrijdt dient deze te worden voorzien van een eindmof met aarding. · Kortsluitafschakeltijden: volgens NEN 1010; · Meetinrichting: dubbeltarief.
Materiaal · Kabels: o Grondkabel: EO-YmeKaszh, voorzien van KEMA keur en groene OV merkstrepen. o Kabel tussen aansluitkastje en armatuur: QWPK 3x1,5 mm2 o Kabelmoffen: Kunsthars gietmof. · Aansluitkastjes: Kunststof en aanrakingsveilig met mogelijkheid tot het plaatsen van twee zekeringen. · Driver: cos φ >in gedimde toestand ≥ 0,85. · Masten: Volgens standaard, gemeente, aluminium met isolerend grondstuk en maaiveldbeschermer, eventuele kleurlaag uitsluitend d.m.v. poedercoating in RAL Maaiveldbeschermer: kleur grijs, bij zwarte poedercoating kleur zwart. · Lichtmastnummering: Fabrikaat Bradi Handimark, tape 50mm geel, opdruk zwart, hoogte 38mm
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 54 van 69
Fysiek Domein Aanleg · Diepteligging kabels: 0,60 m, sleuf aanvullen met schoon zand. · Belasting gelijkmatig verdeeld over de fasen. · Invoer in mast: 1 fase, nul en aarde. · Aansluitkabels uitgevoerd in 3x2.5 mm². · Maximale kabeldiameter in Lichtmast 3x4 mm². · Wegoversteken en inritkruisingen in mantelbuis. · Masten afvullen met schoon rivierzand. · Kast afvullen met vochtwerende korrels (geëxpandeerde kleikorrels). Uitvoering en veiligheid · Uitvoering en oplevering overeenkomstig certificatieregeling voor installatiebedrijven (BRL6001); · Tijdens de aanleg dient de veiligheid voor de monteurs en gebruikers van de openbare ruimte gewaarborgd te zijn. Voor het werken aan elektrische installaties is de norm NEN 50110 van toepassing. De installatie zelf dient te voldoen aan de norm NEN 1010. De aannemer dient te zorgen voor veiligheid- en werkplannen. · Zodra een gebied openbaar toegankelijk en bewoond is moet de verlichting geplaatst zijn en functioneren (voordat de 1e woning is opgeleverd). Revisie / meetrapporten · Revisietekeningen dienen minimaal de volgende gegevens te bevatten: duidelijke maatvoering met betrekking tot ligging van kabels en kabelmoffen, plaats kasten en masten en overzicht toegepaste materialen. · Aanlevering digitaal en in tweevoud op papier (schaal 1:500).
Nadere specificatie met betrekking tot het digitale formaat is opgenomen onder het hoofdstuk revisie van de LIOR. · De volgende gegevens moeten in het meetrapport worden opgenomen: weerstand veiligheidsaardingen, isolatieweerstanden en de gemeten stroom in elke afgaande groep; · De veiligheidsaardingen dienen een uniek nummer te hebben dat correspondeert met het bijbehorende meetrapport. · Een kabelschema moet deel uit maken van de revisiegegevens. Per lichtmast moet zijn aangegeven op welke fase deze is aangesloten. · Aanvullend kan een lichtmeting met bijbehorend rapport worden gevraagd; · Indien er voor de aanleg van de installatie door derden vergunningen zijn afgegeven aan de aannemer dienen deze bij de overdracht overhandigd te worden. · De garantie op installatie/montagewerk bedraagt minimaal 3 jaar. · De garantie op poedercoating bedraagt minimaal 10 jaar. Overdracht installatie · Overdracht van installatie aan wegbeheerder vindt plaats na het gereedkomen van de installatie waarbij de correcte werking van de installatie is aangetoond en revisietekeningen, meetrapporten en garantieverklaringen aan de (weg)beheerder zijn overhandigd. · Tot het moment van overdracht blijft de aanleggende partij verantwoordelijk voor de correcte werking en veiligheid van de installatie en treedt deze partij tevens op als netbeheerder voor de wet WION.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 55 van 69
Fysiek Domein
5.8 Bovengrondse voorzieningen 5.8.1
Straatmeubilair
Materialisatie · Erdi rijwielbijzethek met anti-duikelstang of fietsklemmen, Velopa, type Tulip (RAL 9005 bij OV locaties of RAL 7016 voor het Stadshart). Type te bepalen in overleg met gemeente; · Zitbanken afhankelijk van straatbeeld duurzaam en milieuvriendelijk; · Gemeentelijke standaardbank bestaat uit betonvoeten, Velopa BN-type, met hardhouten planken, kleur gelijk aan de afvalbakken. Plaatsen in verharding. · Afvalbakken: Bammens kleur blauw (ral 5011). · In het centrumgebied Amstelveen en Aalsmeer Grijssen constructo 100 liter, Amstelveen kleur rood en Aalsmeer kleur paars (kleurcode in overleg met de gemeente); · Diverse anti- parkeerelementen in overleg met gemeente. · Standaard betonpalen Verwo, type Woerden, antracietgrijs, hoog 730mm. Andere palen in overleg met gemeente. · Uitneembare palen, Pol X-last fietspadpaal, artikel nr. 155110541, Ral kleur Signaalrood 3020 met driehoekssleutel in combinatie met X-Last® grondpot 150 mm Ø - D-slot - in betonpoer artikel nr. 155110292. · Vaste palen naast het fietspad of in verkeerssituaties, Pol X-Last® Fietspadpaal vast in betonpoer, artikel nr. 155114541. · Boombescherming (beperkt toepassen): thermisch verzinkt stalen buis, gepoedercoat in kleur (afgestemd op het overige straatmeubilair). · Straatmeubilair in een kleur gespoten (gemeente kleur RAL 5011) afhankelijk van het straatbeeld en in overleg.
Metaal gepoedercoat en thermisch verzinkt.
5.8.2
Straatnaamborden, verkeersborden en huisnummering
Algemeen · In verband met het aangeven van straatnamen en huisnummers dient een definitieve verkavelingtekening door de Initiatiefnemer digitaal te worden aangeleverd in pdf-formaat en dxf-formaat. Straatnaamborden en verkeersborden · Het straten- en verkavelingsplan dient zo vroeg mogelijk te worden aangeleverd zodat de gemeente vroegtijdig kan meedenken over een logische indeling qua straatnamen en nummering. · Straatnamen worden door de gemeente voorgesteld en door burgemeester en wethouders vastgesteld via een straatnaambesluit. · De Initiatiefnemer maakt een bebordingsplan voor de straatnaam- en verkeersborden. Deze moeten volgens de geldende richtlijnen (BABW / RVV / CROW-publicatie ‘Richtlijnen bebakening en markeringen’) geplaatst worden. · Bestelling en plaatsing van verkeersborden en straatnaamborden wordt door de gemeente uitgevoerd, op kosten van de Initiatiefnemer. · De verkeersborden/verkeerstekens dienen doelmatig geplaatst te worden; hierbij het aantal verkeersborden/verkeerstekens zoveel als mogelijk beperken. · Verkeersbesluiten worden door de gemeente genomen.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 56 van 69
Fysiek Domein Huisnummering · De Initiatiefnemer dient huisnummerplaatjes, die voldoen aan de eisen gesteld door de gemeente, te leveren en te plaatsen.
5.8.3
Speelvoorzieningen
Algemeen · De randvoorwaarden voor de inrichting van nieuw te realiseren speelplaatsen is geformuleerd in het ‘Beleidskader Spelrecreatie’. · De speelplaatsen zijn qua omvang en niveau onderverdeeld in twee leeftijdscategorieën (0-12 jaar 13-18 jaar). · Verder verdient de informele speelruimte de aandacht. Hiermee wordt bedoeld het creëren van ruimte om te spelen zonder invulling door middel van toestellen. Te denken valt aan brede trottoirs en grasveldjes. · Aan te leggen speelplekken dienen ook in samenhang met bestaande plekken te worden bezien. Ontwerp / inrichting · Het ontwerp en inrichting dient in overleg met gemeente en toekomstige bewoners plaats te vinden. Het ontwerp is veelal ook onderdeel van de stedenbouwkundige visie. Basisvoorwaarden zijn een goede bereikbaarheid en veiligheid. · Per wijk dient er 1 wijk overstijgende uitdagende speelruimte aanwezig te zijn. · De speeltoestellen op één speelplaats moeten allen van eenzelfde leverancier zijn en dezelfde ‘lijn’. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van leveranciers die onder het raamcontract van de gemeente vallen. · De speelplaatsen dienen gunstig te liggen ten opzichte van de zon, wind en regen; · Speelplaatsen voor kinderen van 0-12 jaar liggen op loopstand vanaf de woning (ca. 150 m). · Er worden geen zandbakken toegepast op openbare speelplaatsen.
Op schoolpleinen kan op verzoek van de school maximaal 1 zand worden toegepast. · De valondergrond bestaat uit rubbertegels 500x500 mm kleur roodbruin. Dikte afhankelijk van de valhoogte. De rubbertegels moeten onderling zijn gekoppeld met verbindingspennen. De rubber tegels worden gesteld op een verharding van betontegels 300x300x45 mm met een voegwijdte van 10 mm op een zandbed van minimaal 300 mm. De valondergrond wordt opgesloten met een opsluitband 100x200 mm. Als alternatieve valondergrond kan een rubberen gietvloer (in situ) of kunstgras toegepast worden. · Rondom de rubberen valondergrond ligt minimaal 30 cm verharding. · Per speelplaats wordt minimaal één bank (standaard type) en één afvalbak (standaard type) geplaatst. Banken worden altijd in de verharding geplaatst.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 57 van 69
Fysiek Domein
5.8.4
Afvalinzameling
De wijze van afvalinzameling en de daarbij behorende voorzieningen in de openbare ruimte volgen uit hetgeen is vastgelegd in de Afvalstoffenverordeningen van de gemeenten Amstelveen en Aalsmeer. Momenteel dient rekening te worden gehouden met onderstaande richtlijnen. Let op: het afvalbeleid en de afvalstoffenverordeningen van beide gemeenten en daarmee ook de richtlijnen voor de inrichting van de openbare ruimte wijzigen regelmatig. De actuele richtlijnen moeten worden opgevraagd bij de gemeente. Afvalinzameling laagbouw Amstelveen · De gemeente verstrekt minicontainers voor de inzameling van bepaalde afvalstoffen. · De inzameling van , GFT, PMD (plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken) en papier/karton vindt plaats met minicontainers. · Uitzondering hierop is een groot deel van Bovenkerk, Westwijk Zuidoost, Westwijk Zuidwest en andere inbreidlocaties waar PMD met ondergrondse verzamelcontainers wordt ingezameld. · Bij de inrichting van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met opstelplaatsen voor minicontainers, waarbij deze op één rij langs de weg worden geplaatst, rekening houdend met per minicontainer een ruimte van 0,50m. · Voor het bepalen van de locaties zijn door B&W Inrichtingscriteria vastgesteld, zie www.amstelveen.nl voor deze besluiten. Afvalinzameling laagbouw Aalsmeer · · · · ·
De gemeente verstrekt minicontainers voor de inzameling van bepaalde afvalstoffen. De inzameling van restafval, GFT en papier vindt plaats met minicontainers. De inzameling van PMD vindt plaats met ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers op wijkniveau. Bij de inrichting van de openbare ruimte dient rekening te worden gehouden met opstelplaatsen voor minicontainers, waarbij deze op één rij langs de weg worden geplaatst, rekening houdend met per minicontainer een ruimte van 0,50m. Voor het bepalen van de locaties zijn door B&W Inrichtingscriteria vastgesteld, zie www.aalsmeer.nl voor deze besluiten.
Afvalinzameling hoogbouw Amstelveen · De inzameling van restafval, papier en PMD bij hoogbouw en appartementencomplexen vindt plaats met ondergrondse containers. · De gemeente draagt voor rekening van de Initiatiefnemer van het project zorg voor het plaatsen van de (ondergrondse) container(s). · Per aansluitingen 1 ondergrondse container voor restafval, per 80 aansluitingen 1 ondergrondse container voor papier. · De inzameling van GF vindt op enkele locaties met bovengrondse containers plaats. Bij hoogbouw/appartementencomplexen met 100 of meer eenheden wordt een bovengrondse GF-container geplaatst. · Voor het bepalen van de locaties van ondergrondse containers zijn door B&W Inrichtingscriteria vastgesteld, zie www.amstelveen.nl voor deze besluiten.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 58 van 69
Fysiek Domein Afvalinzameling hoogbouw Aalsmeer · Inzameling vindt plaats met uitpandige minicontainers voor GFT. · Inzameling vindt plaats met inpandige rolcontainers (240 tot 1000 liter) voor papier. · Inzameling restafval vindt plaats middels verzamelcontainers (boven- of ondergronds). · De inzameling van PMD vindt plaats met ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers op wijkniveau. · Bij nieuwbouw wordt restafval, PMD en papier middels ondergrondse containers ingezameld. · De gemeente draagt voor rekening van de Initiatiefnemer van het project zorg voor het plaatsen van de (ondergrondse) container(s). · Per 50 aansluitingen 1 ondergrondse container voor restafval, per 80 aansluitingen 1 ondergrondse container voor papier. · Voor het bepalen van de locaties van ondergrondse containers zijn door B&W Inrichtingscriteria vastgesteld, zie www.aalsmeer.nl voor deze besluiten. Inzameling glas Amstelveen · De afvalfractie glas wordt ingezameld middels ondergrondse wijkcontainers. · Aandachtspunten hierbij zijn: o 1 container op de 650 inwoners; o goede bereikbaarheid voor inwoners; o goede bereikbaarheid voor de inzamelwagen; o bij voorkeur aan ontsluitingswegen uit/naar de wijk, denk aan P gelegenheid voor lossen. Inzameling glas Aalsmeer · De afvalfractie glas wordt ingezameld middels ondergrondse wijkcontainers.
Aandachtspunten hierbij zijn: o 1 container op de 650 inwoners; o goede bereikbaarheid voor inwoners; o goede bereikbaarheid voor de inzamelwagen; o bij voorkeur aan ontsluitingswegen uit/naar de wijk, denk aan P gelegenheid voor lossen. Inzameling textiel Amstelveen · De afvalfractie textiel wordt ingezameld middels ondergrondse wijkcontainers. · Aandachtspunten hierbij zijn: o 1 container op de 4.000 inwoners; o goede bereikbaarheid voor inwoners; o goede bereikbaarheid voor de inzamelwagen; o bij voorkeur aan ontsluitingswegen uit/naar de wijk, denk aan P gelegenheid voor lossen.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 59 van 69
Fysiek Domein Inzameling textiel Aalsmeer · De afvalfractie textiel wordt ingezameld middels bovengrondse en ondergrondse wijkcontainers. · Aandachtspunten hierbij zijn: o 1 container op de 4.000 inwoners; o goede bereikbaarheid voor inwoners; o goede bereikbaarheid voor de inzamelwagen; o bij voorkeur aan ontsluitingswegen uit/naar de wijk, denk aan P gelegenheid voor lossen. Inzameling papier /karton in wijken Amstelveen · De afvalfractie papier/karton wordt behalve met minicontainers en met ondergrondse containers bij appartementen/hoogbouw ook ingezameld met ondergrondse containers op wijkniveau. · Aandachtspunten hierbij zijn: o 1 container op de 650 inwoners; o goede bereikbaarheid voor inwoners; o goede bereikbaarheid voor de inzamelwagen; o bij voorkeur aan ontsluitingswegen uit/naar de wijk, denk aan P gelegenheid voor lossen. Ontwikkeling nieuwbouw Amstelveen en Aalsmeer · Bij het ontwikkelen van nieuwbouw worden de ondergrondse containers gezien als basisvoorzieningen net als verlichting en riolering. De investeringskosten dienen daarom meegenomen te worden in de exploitatie – ontwikkelingskosten. · Daarnaast dient de projectontwikkelaar ruimte voor de afvalinzameling beschikbaar te stellen binnen het project in overleg met gemeente, omdat deze ten alle tijden in de gelegenheid moet worden gesteld om de containers te legen.
· Bij het ontwikkelen van gestapelde nieuwbouw in Amstelveen worden restafval, PMD en papier ingezameld middels ondergrondse containers. · Bij het ontwikkelen van laagbouw in Amstelveen gaat daarbij ook om ondergrondse resten PMD-afvalcontainers. · Bij het ontwikkelen van gestapelde nieuwbouw van 100 eenheden of meer in Amstelveen wordt GF ingezameld middels een bovengrondse GF-container. · In Aalsmeer daarentegen wordt alleen restafval bij het ontwikkelen van gestapelde nieuwbouw ingezameld middels ondergrondse containers.
5.8.5
Hondenuitlaat- en losloopplaatsen
Algemeen · Bij nieuwbouwprojecten moet er in overleg met de gemeente ruimte worden gereserveerd voor losloopgebieden.
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 60 van 69
Fysiek Domein
5.9 Groenvoorzieningen 5.9.1
Technische bepalingen
Groenontwerp · Het groenontwerp/beplantingsplan wordt bij voorkeur door, maar in ieder geval in nauw overleg met de gemeente gemaakt en dient te worden goedgekeurd door de groenbeheerder van de gemeente. De beplanting van natuurvriendelijke oevers maakt onderdeel uit van het beplantingsplan. · Het beplantingsplan vermeldt soortnamen volgens de laatst geldende versie van de ‘Naamlijst houtige gewassen” resp. ‘Naamlijst van vaste planten’ (PPO-WUR), plantafstanden en plantaanwijzingen (o.a. plantverband). Bomen algemeen · Bomen moeten minimaal op afstand van de te bereiken kroondiameter uit de gevel geplaatst worden, afhankelijk van de soort. · De minimale afstand tussen lichtmast en boom is 4 m. · De minimale afstand tussen kabels en leidingen en boom is 1 m. (2 m bij transportleiding). De minimale afstand tussen kant rijweg en boom is 1,5 m. (2 m. bij asfaltweg). Bomen in verharding · Bomen bij voorkeur niet in verharding plaatsen. De voorkeur gaat uit naar bomen in een groenstrook. · Bij parkeerplaatsen gaat de voorkeur uit naar het plaatsen van bomen in een open groenvak met een minimale grootte van een parkeervak. Bosplantsoen · Bosplantsoen wordt voornamelijk toegepast in ecologische zones, langs doorgaande wegen en aan de rand van de bebouwing. · Voor de eisen die gesteld worden aan bosplantsoen wordt verwezen naar ´Beheer Bosplantsoen´, te verkrijgen bij de gemeente.
Heesters · Heesters worden toegepast in de wijken. · Een beplantingsvak met lage heesters is minimaal 3,5 m breed, en niet kleiner dan 10m². Een beplantingsvak met hoge heesters is minimaal 5,5 m breed en niet kleiner dan 25 m². · Hellingen met beplanting zijn niet steiler dan 1:3. Hagen, struikrozen, vaste planten en bodembedekkende heesters · Deze dienen met terughoudendheid toegepast te worden. Bij voorkeur op speciale plekken in een wijk, zoals bv bij een openbaar gebouw, een wijkparkje of bij een winkelcentrum of op verkeersrotondes (assortiment geschikt voor extensief onderhoud).
LIOR gemeente Amstelveen & Aalsmeer versie: juli 2019
Pagina 61 van 69