CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Uitwerking wijzigingen Wgr in concept GR VrAA 2024

3.Raad (besluitvormend) 11 juli 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Wijzigen Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland1.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wettelijke wijzigingen met toelichting

Uitwerking in GR

Zienswijze bij treffen reqelinq: Voorheen was het zo dat voor het treffen of wijzigen van een regeling ‘slechts’ toestemming nodig was van de raden. Deze kon alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Met de wetswijziging hebben de raden de gelegenheid gekregen om vooraf een zienswijze te geven op het gehele ontwerp van een GR.

Uitwerking in de GR Geen, volgt uit de wet.

Gemeenschappelijke adviescommissie: De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten krijgen de mogelijkheid om bij een gemeenschappelijke regeling een gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten.

Uitwerking in de GR Geen, volgt uit de wet.

Zienswijze voor besluiten: Behalve de zienswijzen op de ontwerpbegroting, zoals al bestond in de oude Wgr, kunnen de deelnemers aan de GR (de colleges) samen met de raden afspraken maken over andere voorgenomen besluiten waar de raden zienswijzen op wensen te geven. Bijvoorbeeld bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. Het (dagelijks) bestuur van de GR moet vervolgens voorafgaand aan het daadwerkelijke besluit aan de raden laten weten of er

Uitwerking in de GR Anders dan bestemmingsvoorstellen, zoals bedoeld in artikel 27, vijfde lid, en besluiten waarover bij of krachtens de wet de raden een zienswijze naar voren kunnen brengen, zijn er, tenzij door het algemeen bestuur anders bepaald, geen besluiten van het algemeen bestuur waarvoor aan de raden vooraf zienswijze dient te worden gevraagd, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. (art. 15 GR VRAA)

Toelichting uitwerking in de GR

Toelichting Op voorstel van de gemeenteraden gezamenlijk stelt het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio een gemeenschappelijke adviescommissie in, die het AB kan voorzien van advies. De raad van de gemeente Amsterdam had een motie aangenomen waarin werd opgeroepen tot instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie, echter steunen niet alle overige raden van de deelnemende gemeenten de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie. Toelichting Op basis van de Wvr en Wgr worden de belangrijkste besluiten en documenten al aan van de raden voorgelegd voor zienswijze, namelijk: - Begroting: mogelijkheid tot zienswijze voor de gemeenteraden op de ontwerpbegroting, art. 35 Wgr. - Beleidsplan: voorafgaand aan de vaststelling van het beleidsplan overlegt de burgemeester van een gemeente in het gebied van de veiligheidsregio met de gemeenteraad over het ontwerpbeleidsplan, art. 14 Wvr. - Regionaal risicoprofiel: het bestuur van de veiligheidsregio stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende

iets wordt gedaan met hun zienswijzen.

Afspraken over participatie: Binnen gemeenten en door raden wordt veel aandacht geschonken aan participatie, bij GR-en is dit moeilijker. Participatie krijgt met de wetswijziging een vaste plek binnen elke GR. In elke regeling dient te worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, burgers en belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van onderwerpen die bij de GR zijn belegd.

Uitwerking in de GR Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het algemeen bestuur bepaald. (art. 16 GR VRAA)

gemeenten, waarbij het bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid, art. 15 Wvr. - Regionaal crisisplan: bij het opmaken worden afspraken gemaakt met bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen, art. 16 Wvr. - Rampbestrijdingsplannen: bij het aanwijzen waarvoor het bestuur van de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt, worden tevens regels gesteld over het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het plan en van belangrijke wijzigingen van dat plan, art. 17 Wvr. Toelichting De veiligheidsregio heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken die zij voor een ieder op gelijk niveau moet uitvoeren en aanbieden. Hierbij is het in veel gevallen reeds wettelijk verplicht om belanghebbenden en partners te betrekken. Een aantal voorbeelden op een rij: - Regionaal risicoprofiel: het bestuur van de veiligheidsregio nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio, art. 15 Wvr. - Rampbestrijdingsplannen: bij het aanwijzen waarvoor het bestuur van de veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt, worden tevens regels gesteld over het raadplegen van de bevolking bij het opstellen van het plan en van belangrijke wijzigingen van dat plan, art. 17 Wvr.

- Regionaal crisisplan: bij het opmaken worden afspraken gemaakt met bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen, art. 16 Wvr. Een formeel systeem waarin burgers en belanghebbenden bij andere besluiten worden betrokken bestaat

Actieve informatieplicht: het bestuur van een GR moet raden ongevraagd alle informatie verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De informatieplicht is niet beperkt tot te nemen of genomen besluiten. Het gaat om het uit eigen beweging informatie verschaffen wanneer het bestuur van de GR inschat dat dit relevant is of kan zijn voor de deelnemers om de controlerende taak goed uit te kunnen voeren. In de tekst van de GR moeten afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd.

Afspraken over evaluatie: Het is verplicht om in de GR afspraken op te nemen over het evalueren van de GR. Er zijn geen wettelijke voorschriften voor de inhoud van deze afspraken, het is aan de deelnemers om hier invulling aan te geven. Desgewenst is het ook mogelijk af te zien van de evaluatie en dat te vermelden in de GR.

1. Uitwerking in de GR Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio geeft de raden en de colleges uit eigen beweging of op hun verzoek alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is. (art. 13 lid 1 GR VRAA)

bij de veiligheidsregio momenteel niet. Daarom wordt er een algemene bepaling opgenomen in de GR op grond waarvan het bestuur bij de ontwikkeling van beleid bepaalde organisaties of doelgroepen kan betrekken indien nodig of gewenst. 1. Toelichting Dit is een uitwerking van art. 16 lid 2 Wgr. 2. Toelichting Dit is een uitwerking van art. 17 lid 2 en 3 Wgr.

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio geeft schriftelijk de door een of meer leden van de raden en de colleges gevraagde inlichtingen. (art. 13 lid 2 GR VRAA) 2. Uitwerking in de GR Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio zendt jaarlijks een informatiebrief aan de raden met daarin een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de Veiligheidsregio. (art. 13 lid 5 GR VRAA) Uitwerking in de GR 1. Het algemeen bestuur draagt ervoor zorg dat de regeling periodiek, doch tenminste één maal per zes jaar wordt geëvalueerd. 2. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt het algemeen bestuur deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven. 3. De conclusies en aanbevelingen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daaropvolgende evaluatieperiode. (art. 17 GR VRAA)

Toelichting De GR VrAA kent op dit moment geen evaluatiebepaling. Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Er is geen wettelijke regeling opgenomen over waar de evaluatie op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaats vinden en de wijze waarop de evaluatie moet plaatsvinden. Dit mag naar eigen inzicht worden vormgegeven. Er kan ook worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling dat er geen evaluatie zal plaatsvinden.

Afspraken over uittreding: Deze wijziging betreft een nadere specificering van minimale afspraken die gemaakt moeten worden in geval van uittreding. Voortaan moeten afspraken gemaakt worden over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, contracten, huisvesting en investeringen. Aanvullende afspraken over uittreding dienen dan ook in de GR-en te worden opgenomen.

Uitwerking in de GR Uittreding door een of meer van de Gemeenten uit deze regeling is slechts mogelijk na voldoening aan door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio nader te stellen voorwaarden. Deze voorwaarden zien in ieder geval op de gevolgen van de uittreding voor personeel, contracten, huisvesting en investeringen, waarbij de volgende uitgangspunten in acht worden genomen: a. de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding; b. de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen komen voor rekening van de gemeente die voornemens is uit te treden; c. In het voorstel inhoudende de voorwaarden die zien op de gevolgen van de voorgenomen uittreding worden ten minste de volgende kostensoorten onderscheiden: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding);

Toelichting Op grond van de gewijzigde Wgr moet een gemeenschappelijke regeling bepalingen bevatten die zien op de voorwaarden waaronder een gemeente kan uittreden en de gevolgen van de uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling. In de Memorie van toelichting bij de wetswijziging worden afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen als voorbeeld genoemd.

•

Aanpassing begrotingscyclus: De termijn voor toezending van de kadernota, de ontwerpbegroting en de begroting aan de gemeenteraden wordt verruimd. Op deze manier moet de begrotingscyclus van GR-en beter aansluiten op die van gemeenten. Door deze betere afstemming moet het voor de raden makkelijker worden om te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven in een GR voor vaststelling van de begroting van de eigen gemeente. De kadernota moet jaarlijks voor 30 april in plaats van 15 april naar de raden worden gestuurd. De termijn voor het indienen van de zienswijze op de ontwerpbegroting verder ook met een aantal weken verruimd. Verder is de nieuwe datum voor toezending van de vastgestelde begroting naar Gedeputeerde Staten verlengd van 1 augustus naar 15 september. Overigens geldt de verruiming van de termijnen niet voor de jaarrekening en dient de vastgestelde jaarrekening nog steeds voor 15 juli naar GS te zijn verstuurd.

aandeel in de reserves en voorzieningen. (art. 30 lid 4 GR VRAA) Uitwerking in de GR Zie art. 24 en art. 27 GR VRAA.

Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: Bij een keuze voor een gemeenschappelijke adviescommissie kan een vergoeding verstrekt worden aan deelnemende raadsleden. Dit kan binnen de GR nader worden uitgewerkt.

Uitwerking in de GR Geen.

Recht van onderzoek:

Geen, volgt uit de wet.

Toelichting De (aanlever)termijnen die onderdeel uitmaken van de zogeheten planningen control-cyclus zijn aangepast conform de nieuwe wettelijke (aanlever)termijnen.

Toelichting De VrAA kent nog geen gemeenschappelijke adviescommissie. Zodra er een commissie wordt ingesteld, kan het bestuur van de VrAA een vergoeding verstrekken aan de raadsleden die deelnemen aan de commissie.

raden kunnen een gemeenschappelijke onderzoekscommissie instellen in de vorm van een gemeenschappelijk orgaan. Deze commissie kan onderzoek doen naar de bestuursvoering bij een GR als geheel. Voorwaarde voor de instelling van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie is dat alle deelnemers hiermee instemmen (unaniem). Deze mogelijkheid is in de Gemeentewet verankerd en behoeft geen extra vastlegging in een GR. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Deze wijziging betreft vooral een verdere verduidelijking van de huidige bevoegdheden van lokale rekenkamers en is ook verankerd in de Gemeentewet en behoeft geen nadere vastlegging van afspraken in een GR.

Geen, volgt uit de wet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=f6bdd0ba-a7df-4f9b-a7d6-e3bb3375b787