Bijlage 3 - Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022.docx
Tekst van het document
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022 Het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer; gelet op artikel 3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Aalsmeer 2022 (AVOI) alsmede artikel 3:4, tweede lid en het bepaalde in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen het
HANDBOEK KABELS EN LEIDINGEN Aalsmeer 2022
Versie 5, mei 2022
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
INHOUDSOPGAVE 1.
Inleiding.......................................................................................................................1
1.1.
Spoedeisende werkzaamheden..................................................................................2
DEEL A: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE ....................................................3 2.
Begripsbepalingen, rolverdeling en verwijzingen........................................................3
2.1.
Begripsbepalingen ......................................................................................................3
2.2.
Rolverdeling ................................................................................................................7
2.3.
Verwijzingen................................................................................................................7
3.
Bereikbaarheid, verkeersmaatregelen, overlastbeperking..........................................9
3.1.
Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen ..................................................................9
3.2.
Maatregelen in het belang van het verkeer.................................................................9
3.3.
Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking ................................................11
4.
Communicatie, meldingen, breekverbod en instemming niet openbare netwerken .12
4.1.
Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg.....................................................12
4.2.
Melding aanvang en einde werkzaamheden ............................................................13
4.3.
Breekverbod..............................................................................................................14
4.4.
Instemming niet openbare netwerken.......................................................................15
4.4.2.
Criteria ......................................................................................................................15
5.
Zorgvuldigheid, schade, verzekeringen en veiligheid ...............................................17
5.1.
Zorgvuldigheid ..........................................................................................................17
5.2.
Schade en kosten .....................................................................................................17
5.2.1.
Algemeen..................................................................................................................17
5.2.2.
Herstel van schade en vergoeding van kosten .........................................................18
5.2.3.
Onderhoud kabels en/of leidingen en bovengrondse voorzieningen ........................18
5.3.
Risicodekking en Verzekeringen...............................................................................19
5.4.
Veiligheid en Calamiteiten ........................................................................................20
5.4.1.
Bodemverontreiniging ...............................................................................................21
5.5.
Peilen en hoofdafmetingen .......................................................................................22
5.6.
Grondwaterstanden en bronbemaling.......................................................................22
6.
Handhaving...............................................................................................................24
DEEL B: (TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN.........................................................25 7.
Richtlijnen ten behoeve van de (tracé)engineering en ondergrondse ordening .......25
7.1.
Tracé-inspectie t.b.v. de aanleg van kabels en/of leidingen .....................................25
7.2.
Ondergrondse ordening bij de aanleg van kabels en/of leidingen ............................26
7.2.1.
Uitgangspunten tracébepaling ..................................................................................26
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
7.2.2.
Uitgangspunten horizontale ligging...........................................................................27
7.2.3.
Uitgangspunten verticale ligging ...............................................................................27
7.3.
Opruimen uit gebruik genomen kabels en/of leidingen.............................................28
8.
Voorwaarden en technische eisen ten aanzien van de uitvoering............................30
8.1.
Werkafspraken en voorwaarden met betrekking tot de uitvoering............................30
8.2.
Opbreken en (indien van toepassing) herstellen open verharding ...........................32
8.3.
Opbreken en (indien van toepassing) herstellen gesloten verharding......................34
8.4.
Opbreken en herstellen bermen, gazons en sleuven zonder bedekking ..................35
8.5.
Weg-, water- of boomkruising door sleufloze technieken of baggeren .....................36
8.6.
Graaf- en grondwerkzaamheden ..............................................................................37
8.7.
Kabel- en/of leidingwerkzaamheden.........................................................................39
8.8.
Werken in of met (voormalig) verontreinigde grond..................................................40
9.
Werken aan of nabij groenvoorzieningen .................................................................42
9.1.
Groenvoorzieningen algemeen.................................................................................42
9.2.
Werken nabij bomen (tevens rooi en herplant) .........................................................42
10.
Bijlagen .....................................................................................................................44
10.1.
Boombescherming werken rond bomen ...................................................................44
10.2.
Standaarddwarsprofiel ..............................................................................................45
11.
Overige en slotbepalingen ........................................................................................45
12.
Citeertitel...................................................................................................................45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
1.
INLEIDING
Binnen de gemeente Aalsmeer verlenen burgemeester en wethouders instemming voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren (kabels en/of leidingen), conform de vigerende Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Aalsmeer 2022 (AVOI). De mandatering van medewerkers van de gemeente voor de afhandeling van de instemmingsaanvragen en handhaving van het beleid is vastgelegd in de mandaatregeling van de gemeente. Als beheerder van de openbare ruimte voert de gemeente de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels en/of leidingen van netbeheerders. De coördinatie heeft als doel zorg te dragen voor de veiligheid, de beperking van overlast, het bevorderen van het voorkomen van schade en het borgen van de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een goede uitoefening van deze taken hebben burgemeester en wethouders nadere regels vastgelegd in dit Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022 (verder het Handboek). Het Handboek is vastgesteld door burgemeester en wethouders als nadere regel, ter uitwerking van de AVOI. Het Handboek is van toepassing op alle werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen in de openbare ruimte van de gemeente.
Over de regelgeving uit het Handboek is altijd nader overleg mogelijk met de gemeente om tot overeenstemming te komen inzake tijd, plaats en wijze van uitvoering van de werkzaamheden van een grondroerder, waarbij voor beide partijen de regels van redelijkheid en billijkheid gelden. In dit Handboek zijn onder andere uniforme richtlijnen, voorwaarden en eisen gesteld ten aanzien van de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden.
Doel van het Handboek is: -
het borgen en bevorderen van de kwaliteit van de (ondergrondse) openbare ruimte; het bevorderen van een juiste ordening en een veilige ligging van kabels en/of leidingen; het beperken van overlast en het bevorderen van een veilige omgeving voor de burgers tijdens de werkzaamheden.
Het Handboek bestaat uit twee hoofdthema’s: A. ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE; B. TECHNISCHE EISEN/VOORSCHRIFTEN met betrekking tot tracébepaling, ontwerp-, uitvoerings- en beheervoorschriften. Rangorde van wetten, verordeningen en het Handboek kabels en leidingen: 1. wettelijke bepalingen, waaronder de Telecommunicatiewet (Tw), de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON) en de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw); 2. lokale regelgeving van de gemeente, waaronder de Algemene plaatselijke verordening (APV) en de AVOI; 3. het Handboek kabels en leidingen van de gemeente, met verwijzingen naar verdere relevante regelgeving en richtlijnen (zie artikel 2.3). 1 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
Parallel aan bovenstaande regelgeving gelden eventuele privaatrechtelijke overeenkomsten.
1.1. Spoedeisende werkzaamheden Let op: Ook in geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten moeten alle aspecten uit dit Handboek zoveel als mogelijk in acht genomen en/of opgevolgd worden. Als dit vanwege het spoedeisende karakter van de werkzaamheden niet mogelijk is en/of de gebruikelijke voorafgaande kennisgeving van de werkzaamheden niet gedaan kan worden geldt: -
dat de grondroerder in ieder geval tijdens kantooruren voor aanvang van de werkzaamheden de toezichthouder telefonisch op de hoogte moet brengen;
-
dat als er voor spoedeisende werkzaamheden een wegafsluiting noodzakelijk is de grondroerder daarover zelf direct de hulpdiensten moet inlichten. Ook moet de grondroerder de wegbeheerder, de bereikbaarheidsdiensten (bereikbaarheidsregie@amstelveen.nl) en de OV-diensten op de hoogte brengen;
-
de nadere omschrijving conform artikel 4.2, vijfde lid.
2 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
DEEL A: ALGEMENE EN PROCEDURELE INFORMATIE 2.
BEGRIPSBEPALINGEN, ROLVERDELING EN VERWIJZINGEN
De begripsbepalingen van de AVOI zijn van toepassing tenzij daarvan nadrukkelijk wordt afgeweken door het bepaalde in dit hoofdstuk. De definities uit de AVOI zijn hier ook vermeld ten behoeve van de leesbaarheid van het Handboek in de praktijk.
2.1. Begripsbepalingen a. aansluiting
het gedeelte van de kabel en/of leiding dat een netwerk verbindt met een fysiek punt waarop een klant de toegang tot een netwerk wordt geboden;
b. belanghebbenden
de omwonenden en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen;
c. bovengrondse voorzieningen
transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een netwerk, als bedoeld in onderdeel x. van dit artikel, die bovengronds worden geplaatst;
d. boring (gestuurd)
het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een sleufloze techniek, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen. Meestal wordt in de ontstane holle ruimte een (flexibele) mantelbuis aangebracht waar de kabel of leiding doorheen wordt gevoerd;
e. breekverbod
tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel;
f.
calamiteit
een incident waarbij de omgeving mogelijk grote gevolgen kan ondervinden, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken;
g. combiwerk
het gecombineerd coördineren en uitvoeren van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, van meerdere netbeheerders tegelijk op een graaflocatie waarbij alle kabels en/of leidingen gelijktijdig of direct na elkaar worden aangelegd;
h. coördinator
de door de gemeente, zoals genoemd in onderdeel j. van dit artikel, aangewezen persoon die is belast met het coördineren van alle werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, namens de gemeente;
3 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
i.
distributie- en mutatiepunten
afsluitbare ondergrondse holle behuizing voor het onderbrengen van telecommunicatieapparatuur (handholes), afsluiters, brandkranen, lassen enzovoort onder het maaiveld of met toegangsluik op maaiveldniveau;
j.
gemeente
burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;
k. gesloten verharding
verhardingsconstructie bestaande uit een bitumen, cement of kunststof gebonden materiaal;
l.
de locatie waar werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, worden verricht;
graaflocatie
m. groenvoorzieningen
het geheel van de aanplant (bomen, beplanting, bosplantsoen, bloemberm, gras en gazon) in een gebied;
n. grondroerder
degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, feitelijk worden verricht;
o. instemmingsbesluit
besluit van de gemeente, zoals genoemd in onderdeel j. van dit artikel, op een aanvraag tot instemming van voorgenomen werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, alsmede de privaatrechtelijke toestemming dat kabels en/of leidingen, zoals genoemd in onderdeel q. van dit artikel, mogen blijven liggen volgens het ingestemde tracé;
p. kabel- en leidingtracé
een strook grond waarin kabels en/of leidingen liggen of worden gelegd;
q. kabels en/of leidingen
een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributieen/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken;
r. kadaster- sectie Klic
afdeling van het Kadaster die mede uitvoering geeft aan de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON) en ook zorgdraagt voor de uitwisseling van kabel- en/of leidinggegevens (Klic-meldingen);
s. ligging
de werkelijke plaats van een kabel of leiding. Deze wordt aangegeven op een revisietekening;
t.
beschermbuis (onder andere staal of kunststof) om een kabel en/of leiding;
mantelbuis
u. marktconforme kosten
kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;
4 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
v. montagegat c.q. lasgat een opbreking met beperkte afmeting, maximaal 2 m², die wordt gemaakt ten behoeve van de toegang tot een distributie- of mutatiepunt, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van aansluitingen, voor het herstellen van kabel- c.q. leidingstoringen of voor inspectiedoeleinden; w. netbeheerder
degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een netwerk;
x. netwerk
samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;
y. openbaar netwerk
een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, alsmede een netwerk van een netbeheerder die krachtens een wet is aangewezen om een netwerk aan te leggen en te onderhouden;
z. openbare ruimte
openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
aa. open verharding
verharding bestaande uit elementen, waaronder bijzondere (sier)bestrating, of andere ongebonden materialen al of niet op een puinfundering, waaraan geen bindmiddel is toegevoegd;
bb. opslag
vrijgekomen sleufmaterialen die tijdelijk worden opgeslagen, meestal naast de sleuf;
cc. opslagterrein
de tijdelijke stallingsplaats van haspels, vracht-, directie- of materiaalwagens, materialen enzovoort in de openbare ruimte;
dd. persing
met behulp van een hydraulische vijzel een stalen mantelbuis door de grond drukken. Betreft een sleufloze techniek waarbij de omringende grondslag niet verwijderd wordt;
ee. registratiesysteem
digitaal systeem dat de gemeente hanteert om meldingen en instemmingen van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, en alles wat daarmee samenhangt te verwerken;
ff. revisietekening
een gewaarmerkte tekening die van kabels en/of leidingen die aangelegd zijn, de werkelijke ligging aangeeft in X-, Y- en waar van toepassing Z- coördinaten volgens het Rijksdriehoek (RD-) stelsel alsmede hoeveel kabels en/of leidingen aanwezig zijn in een sleuf(deel);
gg. sleuf
de opening in de ondergrond die ontstaat door het verwijderen van verharding en/of grond ten behoeve van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel;
5 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
hh. sleufloze technieken
het maken van een holle ruimte in de grond, met behulp van een (gestuurde) boring of persing, zonder daarbij de omringende grondslag te verwijderen;
ii. spoedeisende werkzaamheden
werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden;
jj. toezichthouder
de door de gemeente, zoals genoemd in onderdeel j. van dit artikel, aangewezen persoon die is belast met het houden van toezicht tijdens de uitvoering van alle werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel;
kk. werkzaamheden
handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in de openbare ruimte in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen;
ll. werkzaamheden van niet ingrijpende aard
• werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel kk. van dit artikel, met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter, waarbij geen: o wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist; o bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; o distributie- en mutatiepunten met een afmeting groter dan 30x30x30 cm (lxbxh) worden geplaatst. • het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; • het vervangen van bestaande bovengrondse voorzieningen en/of distributie- en mutatiepunten met dezelfde of kleinere afmetingen; • het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m².
6 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
2.2. Rolverdeling In de praktijk kan een rolverdeling bestaan tussen de netbeheerder en de grondroerder. Soms worden die twee rollen door een en dezelfde partij vervuld. De gemeente zal in het algemeen veel zaken rechtstreeks afhandelen met de grondroerder, maar de netbeheerder is ook aansprakelijk en verantwoordelijk voor het (doen) opvolgen van de bepalingen in dit Handboek. Dit geldt met name als er gebruik wordt gemaakt van (een) grondroerder(s) die middels een machtiging werkzaamheden verricht(en) voor de netbeheerder. De gemeente behoudt zich desondanks wel het recht voor om in dringende gevallen ook handhavingsmaatregelen rechtstreeks met de grondroerder af te handelen en de netbeheerder daarvan zo snel mogelijk in kennis te stellen.
2.3. Verwijzingen In dit Handboek wordt op diverse onderdelen verwezen naar normen en richtlijnen die van toepassing zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Hieronder volgt een beknopte omschrijving: NEN (Nederlands Normalisatie instituut) Het Nederlandse centrum van normalisatie helpt bedrijven en andere partijen om onderling heldere en toepasbare afspraken te maken. NEN draagt bij aan veiligheid, gezondheid, milieu en innovatie. Bedrijfsleven en andere partijen maken in normcommissies zelf afspraken over producten en werkwijzen. NEN bemiddelt in het afwegen van de verschillende belangen en zorgt voor neutrale procesbegeleiding. NEN biedt direct toegang tot Europese (NEN-EN) en mondiale normalisatieplatforms. De NPR (Nederlandse Praktijk Richtlijnen) geeft toelichting op en aanwijzingen voor het verantwoord gebruik van de NEN- (nationaal) en NEN-EN (Europees) normen. CROW (oorspronkelijk: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Wateren Wegenbouw en de Verkeerstechniek) CROW is het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Deze stichting zonder winstoogmerk ontwikkelt, verspreidt en beheert praktisch toepasbare kennis voor beleidsvoorbereiding, planning, ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud.
Dat gebeurt in de vorm van handleidingen, richtlijnen en aanbevelingen en in samenwerking met alle belanghebbende partijen, waaronder Rijk, provincies, gemeenten, adviesbureaus, uitvoerende bouwbedrijven in de grond-, water- en wegenbouw, toeleveranciers en vervoerorganisaties. RAW (Rationalisatie en Automatisering in de Grond-, Water- en Wegenbouw) De RAW-systematiek, beheerd en onderhouden door CROW, is sinds jaar en dag de standaard voor bestekken in de grond-, water- en wegenbouw (GWW). Bij de meeste werken in de GWW wordt de systematiek gevolgd.
7 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
Alle relevante (technische) eisen uit de meest recente Standaard RAW bepalingen voor onder andere grondwerken, groenvoorzieningen, sleuf- en sleufloze technieken en leiding- en kabelwerk zijn leidend en bindend betreffende de uitvoeringsmethodiek. VCA (Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers) VCA is bedoeld om aannemers veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. VCA biedt een concrete en praktische invulling van wettelijke regelingen of vult deze aan. Elke VCA gecertificeerde aannemer voldoet aantoonbaar aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Norminstituut Bomen Het Norminstituut Bomen heeft als doel de kwaliteitszorg rond bomen te verbeteren. Het instituut ontwikkelt en standaardiseert kwaliteitseisen, richtlijnen en normen voor werkzaamheden in, rond en met bomen. De bomenposter 'Werken rond bomen' toont de kwetsbare boomzone direct rond een boom en laat zien welke belangrijke randvoorwaarden er gelden binnen deze kwetsbare boomzone voor de uitvoering van werkzaamheden.
8 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
3.
OVERLASTBEPERKING 3.1. Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen
1. De werkzaamheden moeten qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven. 2. Bij werkzaamheden moet voldaan worden aan de gemeentelijke richtlijn tijdelijke verkeersmaatregelen (ARTV), tevens moet voldaan worden aan: -
brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven; de minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,50 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,20 m en moeten altijd gewaarborgd zijn; objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden.
3. Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en voetgangers die gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden. Als een loopplank dient ter overbrugging van een sleuf moet deze voorzien zijn van een leuning. In de CROW-publicatie 337 ‘Richtlijn Toegankelijkheid’ leest u meer over de uitgangspunten van het toegankelijk inrichten van de openbare buitenruimte voor mensen met een beperking. 4. Indien tijdelijke verkeersvoorzieningen in een opneembare verharding aangebracht moeten worden, moet het te verwijderen verhardingsmateriaal worden afgevoerd en na verwijdering van de verkeersvoorziening weer aangebracht worden. Tijdelijke verkeersvoorzieningen mogen niet in gesloten verhardingen worden aangebracht. 5. De gemeente kan vanwege veiligheid (zie artikel 5.4, vierde lid) de grondroerder verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. 6. Plaatsing van onverlichte obstakels moet voldoen aan CROW-publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5).
9 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
3.2. Maatregelen ten behoeve van de overlastbeperking 1. Behoudens het bepaalde in artikel 3.2, tweede lid, is het niet toegestaan om op zaterdagen, zondagen en nationale feest- en gedenkdagen of wanneer er een evenement plaatsvindt (zie ook artikel 4.3, breekverbod) werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Dit geldt niet voor spoedeisende werkzaamheden. De sleuf, inclusief verharding, moet volledig afgewerkt zijn en er mag geen puin en/of afval meer binnen de werkomgeving aanwezig zijn. 2. Het is niet toegestaan om op werkdagen voor 07.00 uur en na 19.00 uur geplande werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. 3. Op vrijdag of de dag voorafgaande aan een nationale feest- of gedenkdag of een vakantieperiode van de grondroerder moet de sleuf worden aangevuld en verdicht en de verharding moet weer worden aangebracht. Uiterlijk om 17.00 uur moeten alle werkzaamheden gereed zijn en de werkomgeving moet opgeruimd, hersteld of in de hekken gezet zijn. 4. Het derde lid van dit artikel is overeenkomstig van toepassing op de dag voorafgaande aan alle namens de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan en in winkelgebieden op de dag(en) waarop de koopavond(en) worden gehouden. 5.
Het eerste tot en met vierde lid van dit artikel gelden, tenzij met de vergunningverlener en/of toezichthouder afwijkende afspraken worden gemaakt. 6. De grondroerder moet alles doen wat verwacht mag worden en wat redelijkerwijs mogelijk is om hinder als gevolg van bijvoorbeeld lawaai, stank, modder, en dergelijke veroorzaakt door voertuigen, machines, apparaten enzovoort tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De grondroerder moet voldoen aan alle wettelijke kaders en regelgeving op dat gebied. Tevens is in dat kader in verband met de verspreiding van fijn stof het droog slijpen van verhardingsmaterialen niet toegestaan. 7. Indien de grondroerder (bij uitzondering) door de gemeente wordt toegestaan of verplicht om op zaterdagen, zondagen, nationale feestdagen of ’s avonds c.q. ‘s nachts te werken is de grondroerder verplicht alle nadere aanwijzingen van de gemeente op te volgen en zelf zorg te dragen voor eventuele benodigde aanvullende vergunningen of ontheffingen. 8. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden één of meerdere kabel- en leidingbeheerders moeten worden betrokken, dan moet hiermee in een zodanig vroeg stadium contact worden opgenomen, zodat de werkzaamheden op elkaar afgestemd kunnen worden. Het resultaat moet zijn dat werkzaamheden van de netbeheerders tegelijkertijd of aansluitend uitgevoerd worden.
10 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
4.
COMMUNICATIE, MELDINGEN, BREEKVERBOD EN INSTEMMING NIET OPENBARE NETWERKEN 4.1. Communicatie op de graaflocatie, (bouw)overleg
1. Namens de grondroerder moet er tijdens de uitvoering van de werkzaamheden altijd een contactpersoon op het werk aanwezig zijn. De naam en het mobiele telefoonnummer van de contactpersoon moeten bij alle betrokken partijen bekend zijn. De contactpersoon moet controleren en verifiëren of de werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de tracétekeningen en de gemaakte afspraken, alsmede dat de uitvoering conform het instemmingsbesluit verloopt. 2. De grondroerder moet 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar zijn en de contactpersonen van de grondroerder moeten direct informatie geven en medewerking verlenen indien de toezichthouder daarom vraagt. 3. De grondroerder moet ervoor zorgdragen dat de contactpersonen in de projectorganisatie de Nederlandse taal voldoende beheersen in woord en geschrift. 4. De grondroerder moet bij alle voor de gemeente relevante bouwvergaderingen die worden gehouden de vergunningverlener en/of toezichthouder uitnodigen. Van deze vergaderingen moet de grondroerder notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 5.
Bij (grootschalige) projecten die een bovengemiddelde impact hebben op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving kan op initiatief van de gemeente op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen worden vereist. Van deze vergaderingen zal de gemeente notulen maken en deze binnen tien werkdagen naar de deelnemers toesturen. Deze notulen zullen op de gebruikelijke wijze worden beoordeeld en vastgesteld door de vergadering. 6. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de grondroerder de belanghebbenden schriftelijk op de hoogte te stellen met een bewonersbrief. Deze brief moet minimaal vijf en maximaal 10 werkdagen voor de start van de werkzaamheden bezorgd te zijn. De grondroerder moet de inhoud van deze bewonersbrief vroegtijdig afstemmen met de gemeente en deze bewonersbrief voorafgaand, via het registratiesysteem, ter toetsing aan de gemeente aan bieden. In de bewonersbrief wordt in ieder geval informatie gegeven over: -
een omschrijving van de werkzaamheden; de datum van aanvang van de werkzaamheden; de verwachte datum waarop de werkzaamheden gereed zijn; de bereikbaarheid van de woonomgeving; de plaats van de voorgenomen werkzaamheden (straatnamen); 11 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
-
de contactpersoon van de grondroerder inclusief persoonlijke contactgegevens, mobiele telefoonnummer, telefoonnummer en e-mailadres.
Bij omvangrijke werkzaamheden kan de vergunningverlener vereisen dat de grondroerder de werkzaamheden in de lokale pers publiceert. 7. Vóór aanvang van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard moet de grondroerder alle belanghebbenden voor zover mogelijk (bij voorkeur) schriftelijk of mondeling op de hoogte stellen van de werkzaamheden.
4.2. Melding aanvang en einde werkzaamheden 1. De aanvang van de werkzaamheden moet minimaal vijf werkdagen van tevoren bij de gemeente worden gemeld middels het door de gemeente gehanteerde registratiesysteem met opgave van: -
-
de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de uitvoerende partij die belast is met de werkzaamheden; de naam, het mobiele telefoonnummer en het e-mailadres van een Nederlands sprekende contactpersoon van de uitvoerende partij; de aanvangsdatum en de verwachte datum waarop de werkzaamheden gereed zijn, tussentijdse wijzigingen in de planning moeten worden doorgegeven aan de toezichthouder; het kenmerk van het instemmingsbesluit.
2. De grondroerder dient drie dagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden de toezichthouder telefonisch op de hoogte te stellen over de aanvang van de werkzaamheden. 3. Indien op de aangegeven datum zonder kennisgeving aan de gemeente niet aangevangen is met de werkzaamheden, vervalt de toestemming op de melding en moeten de werkzaamheden opnieuw worden gemeld conform het bepaalde in het eerste lid. 4. In geval van een breekverbod en bij aantreffen van onbekende bodemverontreiniging wordt de geldigheidsduur van het instemmingsbesluit en/of een goedgekeurde melding automatisch door de gemeente verlengd voor de periode van de vertragingsduur. 5. Zodra de werkzaamheden zijn uitgevoerd moeten deze telefonisch gereed gemeld te worden bij de toezichthouder. Vervolgens moeten de werkzaamheden, na (gezamenlijke) oplevering, gereed gemeld worden bij de gemeente middels het door de gemeente gehanteerde registratiesysteem. De gemeente beschouwt de werkzaamheden als gereed wanneer: -
het tracé op een correcte wijze is hersteld en in opgeruimde staat is achtergelaten;
12 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
-
de eenheden inzake herstel sleufbedekking (digitaal) opgeleverd zijn1; de klachten van belanghebbenden zijn opgelost.
Zolang de (klad)revisiegegevens via het Kadaster - sectie Klic nog niet beschikbaar zijn moet de netbeheerder desgevraagd deze gegevens verstrekken. 6. In geval van spoedeisende werkzaamheden mag het werk, als het niet anders kan, zonder de vereiste voorafgaande melding worden uitgevoerd. Wel moeten de activiteiten tijdens kantooruren altijd telefonisch doorgegeven worden aan de toezichthouder. Zodra de mogelijkheid zich voordoet, maar uiterlijk binnen een werkdag na aanvang, moeten de spoedeisende werkzaamheden via de reguliere weg bij de gemeente gemeld worden middels het door de gemeente gehanteerde registratiesysteem. 7. Bij dreigende overschrijding van de aangegeven dan wel toegestane tijdsduur van het werk moet voor verlenging ervan toestemming worden aangevraagd middels een melding in het registratiesysteem. Tijdens deze verlenging blijven de aan het instemmingsbesluit verbonden voorschriften en beperkingen onverminderd van kracht. Zo nodig kunnen aanvullende voorschriften en beperkingen worden opgelegd. De netbeheerder of grondroerder moet de betrokken bewoners en bedrijven van de verlenging in kennis stellen, tenzij deze korter is dan twee dagen.
4.3. Breekverbod 1. Behoudens spoedeisende werkzaamheden is het tijdens een breekverbod tijdelijk niet toegestaan in de openbare ruimte werkzaamheden uit te voeren. 2. De gemeente kan een breekverbod instellen bij weersomstandigheden waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden. Bijvoorbeeld bij vorst, maar ook bij wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel (dit betreft geen limitatieve opsomming). Onder andere breuk van vastgevroren bestratingsmateriaal en/of niet goed kunnen verdichten van de ondergrond wordt voorkomen door het instellen van het breekverbod. 3. Tijdens alle door de gemeente vergunde evenementen (kermis, (jaar)markt enzovoort, inclusief de opbouw- en afbreekperiode) is het breekverbod op de evenementenlocatie en de directe omgeving daarvan altijd van kracht. De grondroerder moet hiermee rekening houden in zijn planning. Geplande evenementen zijn opgenomen in de evenementenkalender, die is te raadplegen via de website van de gemeente. Na afloop van het evenement kan de grondroerder zijn werkzaamheden op de gebruikelijke wijze hervatten.
1 de lengte en breedte van de sleuf en/of montagegat(en), alsmede de aard (tegels, klinkers, berm,
gesloten verharding, half verharding of anders) van de sleufbedekking die ten behoeve van de werkzaamheden is opengebroken. 13 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
4. De gemeente kan, in overleg met de grondroerder, een breekverbod instellen voor beperking van overlast voor bijvoorbeeld openbaar vervoer en/of winkeliers. Tenzij er door alle belanghebbenden in onderling overleg afspraken gemaakt worden voor een praktische en acceptabele oplossing. 5. Behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel geeft de gemeente in alle gevallen (op digitale wijze) aan wanneer het breekverbod van kracht is en de gemeente geeft minimaal een dag van tevoren aan wanneer het breekverbod weer is opgeheven. De grondroerder moet zich aan het breekverbod houden en de werkzaamheden mogen na beëindiging van het breekverbod pas weer worden hervat.
14 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
4.4. Instemming niet openbare netwerken 4.4.1.
Algemeen
1. De aanleg van een openbaar netwerk wordt standaard toegestaan in de openbare ruimte door de gemeente. De gemeente is op basis van de Telecommunicatiewet en de AVOI niet verplicht om ook de aanleg van niet openbaar netwerk toe te staan. Voorbeelden van niet openbare netwerken zijn warmtenetten en point-to-point (glasvezel)verbindingen. 2. In het algemeen gaat de gemeente terughoudend om met het geven van toestemming voor de aanleg van niet openbare netwerken. Als echter de aanleg van een niet openbaar netwerk het algemeen belang dient, dan zal de gemeente hier in de meeste gevallen aan meewerken. Bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom de energietransitie kunnen aanleiding zijn om de aanleg van niet openbare netwerken toe te staan. Om een duidelijk kader aan te geven en om precedentwerking te voorkomen zijn voor het goedkeuren van aanvragen voor de aanleg van niet openbare netwerken criteria opgesteld die de gemeente daarbij hanteert. Indien de gemeente separaat aan die criteria nog nader beleid heeft opgesteld, gaat dat nadere beleid altijd boven de criteria zoals genoemd in artikel 4.4.2. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan de gemeente eveneens toestemming verlenen voor de aanleg van een niet openbaar netwerk, wanneer dit in bijzondere omstandigheden, in het algemeen (nationaal) belang, noodzakelijk blijkt te zijn.
4.4.2.
Criteria
1. Instemming voor de aanleg van niet openbare netwerken in de openbare ruimte wordt verleend, indien dit nodig is om te voldoen aan beleid dat door de gemeente is vastgesteld. 2. Naast bovengenoemde criteria moet de netbeheerder ook voldoen aan de onderstaande voorwaarden: -
-
de netbeheerder zorgt ervoor dat de kabel(s) en/of leiding(en), conform het bepaalde in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), worden geregistreerd bij Kadaster sectie Klic; de netbeheerder voldoet aan alle voorwaarden van het Handboek; de netbeheerder is verantwoordelijk voor de kabel en/of leiding; de netbeheerder zal de gemeente niet aansprakelijk stellen bij optredende schade aan de kabel en/of leiding, tenzij deze schade door de gemeente zelf veroorzaakt wordt.
15 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
5.
ZORGVULDIGHEID, SCHADE, VERZEKERINGEN EN VEILIGHEID 5.1. Zorgvuldigheid
1. Ongeacht de instemmingverlening door de gemeente en/of goedkeuring door andere bevoegde instanties, is de netbeheerder tegenover de gemeente en/of derden verantwoordelijk voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. De grondroerder is tegenover de gemeente en/of derden aansprakelijk voor schade als gevolg van de uitvoering van het werk. Dit geldt ook voor werkzaamheden die op verzoek van of na aanwijzing van de gemeente uitgevoerd moeten worden. Bij gecombineerde kabel- en/of leidingaanleg draagt elk van de belanghebbende netbeheerders verantwoordelijkheid tegenover de gemeente. De coördinator van de netbeheerder(s) is daarvoor dan het aanspreekpunt voor de gemeente. De eventuele aansprakelijkheidsstelling voor schade vindt plaats conform het civiele aansprakelijkheidsrecht. 2. De gemeente kan geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor vorderingen van derden wegens schade, die het gevolg is van het uitvoeren van werkzaamheden van de grondroerder. 3. De netbeheerder zal, al dan niet na een aanwijzing (tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen), de gemeente tijdig op de hoogte stellen van eventuele werkzaamheden in verband met een project van de gemeente. De gemeente en de netbeheerder zullen afspraken maken over de planning van de bedoelde werkzaamheden.
Ongeacht de voor de instemmings- en meldingsprocedure gehanteerde termijnen moet de netbeheerder de werkzaamheden binnen de afgesproken planning zodanig uit voeren dat het project van de gemeente niet wordt vertraagd. De gemeente wil dat eventuele vertragingsschade zoveel mogelijk wordt voorkomen.
5.2. Schade en kosten 5.2.1.
Algemeen
1. De grondroerder zal alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat schade wordt toegebracht aan eigendommen van de gemeente of derden. 2. Wordt desondanks schade aan eigendommen van de gemeente of derden (bijvoorbeeld: kabels en leidingen van andere netbeheerders, verkeersborden, eigendommen van particulieren, bodemverontreiniging tijdens het werk enzovoort) toegebracht dan moet de grondroerder dit zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 24 uur, schriftelijk doorgeven aan de toezichthouder en/of aan betrokken derden.
16 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
5.2.2.
Herstel van schade en vergoeding van kosten
1. Voor de schade die ten gevolge van werkzaamheden ontstaat en/of de schade die aan andere eigendommen van de gemeente wordt toegebracht, moet de gemeente door of namens de netbeheerder gecompenseerd worden. De gemeente beslist zelf of zij de schade door of namens de netbeheerder laat herstellen of dat de marktconforme herstelkosten van de schade (inclusief eventuele kosten die de gemeente daarbij moet maken) door of namens de netbeheerder vergoed moeten worden. 2. Bij voorzienbare schade ten gevolge van werkzaamheden is het uitgangspunt dat de situatie van de ondergrond, de verharding (inclusief bijzondere (sier)bestrating) en groenvoorzieningen teruggebracht moet worden in de oude staat. De gemeente accepteert geen vermindering van kwaliteit. 3. De met de werkzaamheden verband houdende marktconforme herstel-, onderhoud-, degeneratie- en beheerkosten komen voor rekening van de netbeheerder. De voorwaarden, tarieven en onderhoudstermijnen zijn vastgelegd in de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen. 4. Ook alle overige (extra) kosten die door de grondroerder (of de gemeente) gemaakt moeten worden vanwege werkzaamheden en/of een gevolg zijn van de voorwaarden en eisen die zijn opgenomen in de AVOI, het instemmingsbesluit en dit Handboek komen in principe voor rekening van de grondroerder c.q.
de netbeheerder (zie ook artikel 3 van de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen). 5.2.3.
Onderhoud kabels en/of leidingen en bovengrondse voorzieningen
1. Bovengrondse voorzieningen die eigendom zijn van netbeheerders en zich bevinden in de openbare ruimte moeten door de netbeheerder onderhouden worden. Aanstootgevende graffiti, leuzen, posters en dergelijke die aangebracht zijn op voornoemde bovengrondse voorzieningen moeten worden verwijderd. 2. Verharding die door of vanwege de netbeheerder is aangebracht ten behoeve van de bereikbaarheid van bovengrondse voorzieningen moet door de netbeheerder onderhouden worden. Indien de verharding op enig moment niet meer voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet deze worden hersteld. 3. Markeringen die ten behoeve van de maatvoering van kabels en/of leidingen, brandkranen of ter aanduiding van kruisingen van watergangen (zinkers) worden aangebracht op onder andere gevels en lantaarnpalen moeten op een deugdelijke wijze geplaatst en/of bevestigd worden en altijd goed zichtbaar te zijn. Indien de markeringen op enig moment niet meer voldoen aan de bij plaatsing gestelde eisen moeten deze worden hersteld of op initiatief van de netbeheerder worden verwijderd. 4. Indien de hoogte van de deksel van een op maaiveldhoogte geplaatst distributie- en/of mutatiepunt door verzakking niet meer op hoogte ligt met het omringende maaiveld en daardoor niet meer voldoet aan de bij aanleg gestelde eisen moet dit worden hersteld. 17 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
5. Herstel of verwijdering van de in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde punten moeten op eerste aanzegging van de gemeente binnen vijf werkdagen uitgevoerd worden door of in opdracht van de netbeheerder, tenzij anders is overeengekomen met de toezichthouder. De in het eerste tot en met het vierde lid van dit artikel genoemde gebreken is geen limitatieve opsomming. De genoemde termijn geldt voor elk door de toezichthouder geconstateerd gebrek als gevolg van werkzaamheden en/of in situaties die niet meer voldoen aan de bij aanleg gestelde eisen. 6. Kabels en/of leidingen (inclusief de aansluitingen), die meer dan 0,40 m ten opzichte van het uitgiftepeil zijn verzakt moeten worden gerezen (het verticaal omhoog brengen van kabels en/of leidingen zonder onderbreking). Die werkzaamheden moeten zoveel mogelijk gelijktijdig met een straatophoging worden uitgevoerd. De gemeente en de netbeheerders moeten hier gezamenlijk afspraken over maken. 7. Gelet op de artikelen 6:174 en 6:175 van het Burgerlijk Wetboek, moet de netbeheerder ervoor zorgen dat de in de openbare ruimte aanwezige kabels en/of leidingen die in zijn eigendom en/of beheer zijn te allen tijde in een goede staat verkeren.
5.3. Risicodekking en Verzekeringen 1. De grondroerder moet, door bijvoorbeeld het afsluiten van een (Construction All Risk of CAR) verzekering, de onderstaande risico’s voldoende afdekken: -
beschadiging, verlies of vernietiging van het werk, waaronder de voor het werk bestemde materialen; het risico van aansprakelijkheid voor schade aan goederen van derden, en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, alsmede voor overlijden of lichamelijk letsel van personen, veroorzaakt door de uitvoering van het werk.
2. De dekking (van de verzekering) loopt minstens vanaf de dag dat het werk start tot en met de dag van oplevering van de werkzaamheden. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel moeten de grondroerder en haar (onder)aannemers en/of ZZP’ers die bij de uitvoering van werkzaamheden betrokken zijn zorgdragen voor de verzekeringen tegen schade als gevolg van Wettelijke Aansprakelijkheid die voortvloeit uit het gebruik van aannemersmateriaal bij de uitvoering van het werk. 4. Rij- of voertuigen die worden ingezet ten behoeve van de werkzaamheden en waarvoor een verzekeringsplicht krachtens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen (WAM) geldt, moeten overeenkomstig de voorschriften van de WAM, alsmede tegen het werkrisico verzekerd zijn.
18 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
5.4. Veiligheid en Calamiteiten 1. Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid en arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld bij extreem lage of hoge gevoelstemperaturen mogen werknemers niet doorwerken). De voorschriften die op dit gebied van kracht zijn (zie: www.arboportaal.nl) moeten (digitaal) op het werk beschikbaar zijn en de betrokken werknemers moeten volledig geïnstrueerd worden. Ook moeten alle (onder)aannemers VCA gecertificeerd zijn. De grondroerder is verantwoordelijk voor de naleving hiervan. 2. Indien vereist conform de VCA en de Arbowet moet voor de aanvang van de werkzaamheden een Veiligheids-, Gezondheids- en Milieuplan (VG&M-plan) zijn opgesteld door de grondroerder. Wanneer er geen VG&M-plan wordt opgesteld door de grondroerder moet de grondroerder aan de gemeente voorafgaand aan de werkzaamheden onderbouwd aangeven waarom er geen VG&M-plan wordt opgesteld. In het VG&M-plan moet, indien van toepassing, minimaal het volgende zijn opgenomen: -
de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften; milieuvoorschriften; de wijze waarop de instructie en voorlichting van het personeel worden geregeld; de wijze waarop het toezicht is geregeld; de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst; een risico-inventarisatie en -evaluatie met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden; de locaties waar bodemverontreiniging aanwezig is en de wijze waarop gewerkt moet worden op die afzonderlijke locaties (zie ook artikel 5.4.1 en artikel 8.8); specifieke veiligheids- en voorzorgsmaatregelen bij werkzaamheden op of in de nabijheid van eigendommen en installaties van derden; de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld; contactpersonen van lokale hulpdiensten en storingsdiensten van netbeheerders.
3. Het bij de uitvoering van de werkzaamheden betrokken personeel moet op de hoogte zijn van de inhoud van het VG&M-plan en moet dit naleven. 4. De gemeente kan de grondroerder in het kader van de veiligheid verplichten om buiten werktijden bouwhekken te plaatsen rondom ontgravingen. Rondom het opslagterrein van de grondroerder is het plaatsen van bouwhekken altijd verplicht. 5. De toezichthouder kan vanuit de publieke taakstelling van de gemeente controleren of het werk veilig wordt uitgevoerd. De toezichthouder is bevoegd om bij onveilige situaties correctieve maatregelen af te dwingen en/of de werkzaamheden stil te leggen. Dit geldt ook als er onveilige situaties aan een bestaand netwerk van een netbeheerder worden geconstateerd.
19 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
6. Wanneer als gevolg van een storing in of toegebrachte schade aan een netwerk van een netbeheerder de (verkeers-)veiligheid en/of de volksgezondheid in gevaar komt is er sprake van een calamiteit. 7. Calamiteiten moeten direct na signalering bij de vergunningverlener en/of bij de toezichthouder worden gemeld. 8. Storingen of schades aan gas- en stroomvoorzieningen moet de grondroerder melden bij het nationale nummer 0800-9009. Storingen of schades aan kabels en/of leidingen van overige disciplines moeten gemeld worden bij de betreffende netbeheerders. 9. Wanneer de calamiteit van dusdanige aard en/of omvang is dat er hulpdiensten moeten worden ingeschakeld moet de grondroerder dit direct melden bij alarmnummer 112. 10. Indien het noodzakelijk is dat, voor de (verkeers-)veiligheid en/of bescherming van de volksgezondheid, direct afzettingen worden geplaatst en/of (een deel van) de weg(-en) wordt afgesloten dan moet dit ook gemeld worden bij de OV-diensten en bij de vergunningverlener en/of bij de toezichthouder. 5.4.1.
Bodemverontreiniging
1. Voor werkzaamheden in of met verontreinigde grond is de Wet bodembescherming (Wbb), of diens opvolger, onverkort van toepassing. De door het CROW uitgebrachte richtlijn “Werken in en met verontreinigde bodem” (publicatie 400) geldt ook. De grondroerder moet altijd werken volgens de meest recente versie van deze richtlijn. 2. De initiatiefnemer van een project moet vooraf inventariseren (CROW-publicatie 400) of er zich verdachte locaties binnen het werkgebied bevinden. Voor Aalsmeer is hiervoor de kaartviewer op de website van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied https://odnzkg.nazca4u.nl/rapportage/viewerLookUp/Geolocator.aspx het meest geschikt. Daarnaast zijn de achtergrondwaarden van de bodem opgenomen in https://www.bbkamstelland.nl/, waarbij de heterogene zone verdacht is. 3. Indien de grondroerder initiatiefnemer is kan hij voor detailinformatie contact opnemen met de gemeente via bodeminformatie@amstelveen.nl. 4. Indien de grondroerder bodemonderzoek gaat uitvoeren, dient hij ervoor zorg te dragen dat de meetgegevens voorafgaand aan de uitvoering van het werk digitaal aan het gemeentelijk bodeminformatiesysteem worden toegevoegd of dat de resultaten (boorstaten met coördinaten en analyses) via een XML-bestand (protocol SIKB0101) aan de gemeente worden verstrekt. 5. Indien een grondroerder een kabel- c.q.
leidingtracé wil aanleggen in een gebied waarvan vooraf is vastgesteld dat de bodem verontreinigd is ligt een eventuele saneringsplicht bij de grondroerder.
20 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
6. Behalve het onderzoek als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, zorgt de grondroerder er conform het bepaalde in artikel 5.4, eerste lid, voor dat de juiste noodzakelijke (beschermings-) maatregelen in acht worden genomen en legt daarvoor voorwaarden vast in een VG&M-plan. 7. Indien de gemeente initiatiefnemer is zal zij die maatregelen nemen die noodzakelijk zijn vanwege wetgeving en eventueel aanvullende eisen die de gemeente zelf of het bevoegd gezag stelt in het kader van het betreffende project. De gemeente is niet gehouden te voldoen en geeft geen invulling aan kwaliteitseisen die netbeheerders zelf stellen ten aanzien van hun netstructuur in (voormalig) verontreinigde grond.
5.5. Peilen en hoofdafmetingen 1. Indien van toepassing (op uitbreidingslocaties of bij reconstructies) beperkt het op de graaflocatie aangeven van peilen en hoofdafmetingen door de toezichthouder zich tot het eenmalig aangeven van hoofdmeetpunten en eventueel extra punten in bochten en dergelijke. De grondroerder kan daarna zelf door middel van eenvoudig meetwerk, zowel qua horizontale als verticale maatvoering, het tracé in detail uitzetten. De gemeente treedt slechts toetsend c.q. controlerend op. Het gewenste tijdstip van aanwijzing moet door de grondroerder ten minste een week van tevoren aan de toezichthouder kenbaar gemaakt worden. 2. Bij de aanleg van kabels en/of leidingen in een uitbreidingsplan, waarbij (nog) geen woningen enzovoort aanwezig zijn om als vast punt voor maatvoering te dienen, zal de gemeente een aantal maten middels piketpaaltjes en/of krijtmarkeringen aangeven. Dit geldt alleen voor gronden die eigendom zijn van de gemeente. Bij werkzaamheden in particulier eigendom moet de grondroerder met betreffende grondeigenaar en/of projectontwikkelaar rechtstreeks afspraken maken, de gemeente is hierin geen partij. 3. Het in stand houden (borgen/verklikken) van de eenmalig door de toezichthouder aangegeven peilen en hoofdafmetingen valt onder de verantwoordelijkheid van de grondroerder.
5.6. Grondwaterstanden en bronbemaling 1. Afwijkingen of veranderingen in de (door de gemeente) opgegeven grondwaterstanden geven de grondroerder geen recht op schadevergoeding of andere financiële tegemoetkomingen. 2. Indien naar inzicht van de grondroerder bronbemaling noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren moet de grondroerder zelf zorgen voor de noodzakelijke vergunning. Voor het onttrekken van grondwater en voor lozing op het oppervlaktewater is in veel gevallen een watervergunning van een Waterschap, Hoogheemraadschap of Polderdistrict nodig.
21 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
3. Indien bronneringswater op het gemeentelijke rioolstelsel moet worden geloosd, moet de grondroerder voor aanvang van de werkzaamheden daarvoor schriftelijk toestemming vragen bij de gemeente. 4. Bij het verlagen van de grondwaterstand binnen de wortelzone van te handhaven bomen of beplanting, moeten in het groeiseizoen (week 13 t/m 45) eventueel beschermende maatregelen worden genomen voor de beplanting. De grondroerder moet in overleg met de toezichthouder de beplanting water geven. Hiervoor moet schoon water worden gebruikt. Er mag geen bronneringswater of oppervlaktewater voor worden gebruikt.
22 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
6.
HANDHAVING
1. De in dit Handboek gestelde procedures, richtlijnen, voorwaarden, eisen en werkafspraken moeten altijd worden opgevolgd. Handhaving geschiedt op grond van Hoofdstuk 4 van de AVOI. 2. Mondelinge of schriftelijke (ook per e-mail) aanwijzingen en geboden die door de vertegenwoordigers van de gemeente met betrekking tot de inhoud van dit Handboek of de AVOI worden gegeven moeten onverwijld opgevolgd worden. 3. Indien de gemaakte afspraken worden genegeerd kan de gemeente de uitvoerende partij een (schriftelijke) waarschuwing geven. Zo nodig wordt het werk tijdelijk stilgelegd zonder dat aanspraak op schadevergoeding mogelijk is. 4. Werkzaamheden die tijdelijk zijn stilgelegd mogen, op aanwijzing van de toezichthouder, pas weer worden hervat als de reden van stillegging is opgeheven. 5. Indien blijkt dat werknemers van de grondroerder en/of haar (onder)aannemers zich niet houden aan de gemaakte afspraken of zij zich op de werkvloer onbehoorlijk en/of overlast gevend gedragen, dat er zich tijdens de uitvoering onregelmatigheden voordoen of dat de werkzaamheden niet naar behoren worden uitgevoerd, kan de gemeente handhavend optreden in het kader van openbare orde, veiligheid of het voorkomen van overlast. 6. De grondroerder houdt zelf toezicht op alle werkzaamheden van de (onder)aannemer(s) en voert de nodige controles en steekproeven uit. 7.
Namens de gemeente ziet de toezichthouder erop toe dat de voorschriften uit het instemmingsbesluit, de AVOI, het Handboek en de Schaderegeling ingravingen worden nageleefd. De toezichthouder controleert onder andere op: -
-
de aanwezigheid van een afschrift en/of een digitale versie van het instemmingsbesluit (inclusief de door de gemeente goedgekeurde tekeningen) c.q. de meldingsgegevens op het werk; de naleving van de instemmingvoorwaarden; de juiste ondergrondse ordening, waarvoor de geldige Klic gegevens inzichtelijk moeten zijn op het werk; of de werkzaamheden (met betrekking tot spoedeisend werk) zijn gemeld bij de gemeente; de naleving van een opgelegd breekverbod; het voldoende schouwen van het te volgen tracé; het nakomen van afspraken met belanghebbenden, hulpdiensten en dergelijke; de bereikbaarheid van de woon/werkomgeving; de kwaliteit van de verdichting van de sleuf; de kwaliteit van het herstel van de sleufbedekking; zorgvuldigheid bij werken nabij en de kwaliteit van het herstel van groenvoorzieningen; de veiligheidsmaatregelen; correcte wegafzetting conform CROW-uitgaven 96b (en/of 96a). 23 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
DEEL B: (TECHNISCHE) EISEN / VOORSCHRIFTEN 7.
RICHTLIJNEN TEN BEHOEVE VAN DE (TRACÉ)ENGINEERING EN ONDERGRONDSE ORDENING 7.1. Tracé-inspectie t.b.v. de aanleg van kabels en/of leidingen
1. De grondroerder moet het beoogde tracé waarop de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd moeten gaan worden vooraf inspecteren en moet onderzoeken of de werkzaamheden (verkeers-)technisch uitvoerbaar zijn ten aanzien van de aanwezige wegen, waterlopen, voetpaden, kademuren, viaducten, tunnels, spoorwegen, metro- en trambanen, (waterkerende) dijken, overige kabels en/of leidingen, bomen, wegmeubilair, taluds en gebouwen. De grondroerder moet bij de aanvraag van het instemmingsbesluit de gemeente ervan overtuigen (bijvoorbeeld met een dwarsprofiel met daarin aangegeven de bestaande kabels en/of leidingen en het gewenste ruimtebeslag voor de aanleg van de nieuwe kabels en/of leidingen) dat er voldoende ruimte is voor de juiste ondergrondse ordening. 2. Om er zeker van te zijn dat er voldoende ruimte is in de ondergrond voor de aanleg van kabels en/of leidingen is het raadzaam dat de grondroerder al in de engineeringsfase inventariseert welke overige netbeheerders belangen hebben in het beoogde tracé. Indien nodig en zinvol kunnen die overige netbeheerders dan in een vroegtijdig stadium geïnformeerd worden over de voorgenomen werkzaamheden en er kan onderzoek gedaan worden naar de aard en ligging van betreffende kabels en/of leidingen van de overige netbeheerders.
Daartoe kan de grondroerder bijvoorbeeld een oriëntatieverzoek doen bij het Kadaster- sectie Klic en/of proefsleuven maken. De grondroerder en de overige netbeheerders kunnen zo nodig in overleg treden om nadere afspraken te maken over bijvoorbeeld de ongestoorde ligging van ieders kabels en/of leidingen. 3. De grondroerder moet zelf inventariseren of er, behalve het instemmingsbesluit, voor bepaalde uit te voeren activiteiten een (omgevings)vergunning noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor werkzaamheden in een gebied met landschappelijke of cultuurhistorische waarde (al dan niet met nadere voorschriften in het kader van de bescherming van monumentale of archeologische waarden), het kappen van bomen, het oprichten/plaatsen van bovengrondse voorzieningen, bouwketen of portakabins, materiaalcontainers, parkeren van voertuigen enzovoort. Ook moet de grondroerder alle voor het werk benodigde vergunningen, ontheffingen enzovoort die noodzakelijk zijn vanuit de Algemene plaatselijke verordening (APV) en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO), of diens opvolger, aan te vragen.
24 van 45
Handboek kabels en leidingen Aalsmeer 2022
7.2. Ondergrondse ordening bij de aanleg van kabels en/of leidingen 1. Bij de inrichting van de ondergrond moeten de belangen van diverse belanghebbenden en disciplines gewaarborgd worden. Een standaard dwarsprofiel is opgenomen in bijlage 10.2. Dit standaard dwarsprofiel is het uitgangspunt en wordt daar waar mogelijk toegepast. Indien dit niet mogelijk is wordt door de gemeente en de netbeheerders in overleg een tracé en een dwarsprofiel opgesteld op basis van de uitgangspunten zoals bepaald in artikel 7.2.1 tot en met 7.2.3. Deze beknopte uitgangspunten die zijn gebaseerd op de NEN 7171-1 en de NPR-7171. Indien de uitgangspunten niet voldoen, dan wordt de volledige procedure van de NEN 7171-1 en NPR-7171 gevolgd. 2. Bij uitbreidingsplannen moet in de planfase door gemeente en netbeheerders bepaald worden welke netten aangelegd worden of in de toekomst voorzien worden. 3. Bij bestaande wijken moet bij werkzaamheden aan de boven en/of ondergrond bepaald worden of dit een natuurlijk moment is om de ondergrondse ordening aan te passen. Door de gemeente en netbeheerders moet afgewogen worden of alle netten die in de ondergrond liggen nog in gebruik zijn, indien dit niet het geval is dan moet afgewogen worden of deze nog hergebruikt gaan worden. Vrijgekomen ruimte moet of beschikbaar blijven of toegewezen worden aan nieuw aan te leggen netten. 4.