CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a Productenboek GR OGZ 2025

3.Raad (besluitvormend) 26 juni 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Jaarstukken 2024 en begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg (GR OGZ) Amstelland.5.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GGD Amsterdam

Productenboek

Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland

14 april 2025

2

Productenboek Amstelland

Productenboek Amstelland De gemeenschappelijke regeling (GR) openbare gezondheidszorg (OGZ) Amstelland stelt eens in de vier jaar het productenboek Amstelland vast. In het BO van 2024 is dit voor het laatst gebeurt en destijds is afgesproken dat actualisaties en verbeteringen jaarlijks kunnen worden doorgevoerd. Dit boek dient om overzichtelijk en helder te maken welke producten en diensten GGD Amsterdam biedt en levert, en in welke categorie deze vallen. • Categorie A: basistaken. Hiervoor geldt dat zij 1. gebaseerd zijn op wetgeving (met name de Wpg), 2. door de GGD worden uitgevoerd en 3. door alle gemeenten van Amstelland worden afgenomen. • Categorie B: plustaken. Hier kan een gemeente voor kiezen. Dit aanbod wordt niet altijd door alle gemeenten afgenomen. • Categorie C: De GGD realiseert ook een aanbod voor inwoners in Amstelland dat gefinancierd wordt door derden. Denk hierbij aan het Rijk, of aan diensten die burgers zelf betalen. Dit aanbod valt buiten de GR en is daarom niet opgenomen als product.

Categorisering van de producten In dit document zijn producten en diensten van de GGD Amsterdam Amstelland opgenomen en is bij elk product een categorie vermeld. A.

B.

C.

Het basispakket bevat de taken die voortkomen uit de Wet publieke gezondheid, uit landelijke richtlijnen die de GGD uitvoert en taken waartoe het algemeen bestuur heeft besloten. Dit deel wordt betaald uit de bijdrage per inwoner. De hoogte van de inzet en de kosten voor deze taken worden onderdeel van de begroting. Daar wordt per product opgenomen hoe de taken verrekend worden. Basisregel is verdeling op basis van inwoneraantal Amstelland. Voor een beperkt aantal taken, waarbij helemaal geen verschil is tussen de dienstverlening aan Amsterdam en aan Amstelland worden de kosten toegerekend aan de GR op basis van totaal aantal inwoners in Amsterdam én Amstelland, waarbij de bijdrage voor Amstelland wordt vastgesteld op basis van het totale inwoneraantal binnen het gebied1. Wil een gemeente meer dan het basispakket, dan kan zij plustaken inkopen. Dat kunnen dus lokale accenten zijn waarvoor extra budget nodig is. Plustaken zijn in het overgrote geval nog steeds taken met een basis in de diverse wetten. De gemeenten kunnen per jaar opnieuw hun keuze kenbaar maken, mits daarbij de redelijke termijnen voor verwerking van die keuze gehanteerd worden. Taken die anderen dan gemeenten afnemen en betalen, behoren tot de C-categorie.

Omdat deze taken buiten de GR-begroting vallen, komen ze hooguit aan de orde in de inleidingen om een breder beeld te geven van de activiteiten van een betreffende afdeling.

1 Het betreft infectieziekten, centrum seksuele gezondheid, tuberculosebestrijding, maatschappelijke en geestelijke gezondheidszorg (Vangnet) en forensische geneeskunde.

3

Productenboek Amstelland

Het productenboek GGD Amsterdam met als bijlage dat van JGZ Bij de opbouw van dit document is de programmastructuur van de GGDbegroting aangehouden die uitgaat van de verschillende afdelingen binnen de GGD. Voor elke afdeling wordt aangegeven welke producten zij levert en uit welke wettelijke kaders deze producten volgen. De financiële vertaling en intensiteit van de inzet van elk product wordt jaarlijks in de begroting vastgesteld. In die zin geeft dit productenboek inzicht in alle basistaken, maar het is geen bepalend document voor de jaarlijkse inzet op deze taken. Jeugdgezondheidszorg heeft een eigen productenboek dat in 2024 is vastgesteld.

Procesafspraken In dit productenboek is ook aandacht voor afspraken op procesniveau. Uit evaluatieve gesprekken is gebleken dat verwachtingen tussen gemeenten en GGD niet altijd helder waren en afspraken niet altijd zijn geformaliseerd. Ook afspraken op procesniveau kunnen een financieel effect hebben. Daarom zijn deze opgenomen in het dit productenboek. Vergaderingen Bestuurlijk overleg • Het bestuur vergadert drie maal per jaar (april, juli en november). De GGD is aanwezig bij deze vergaderingen. Daarnaast vindt zo nodig per jaar een bestuurlijk overleg met de wethouder van Amsterdam plaats waar punten die de GR OGZ Amstelland aangaan aan de orde kunnen worden gesteld. • In april stelt het bestuur de begroting en jaarstukken in concept vast. De stukken worden daarna door de gemeenten naar de raden van de deelnemers verstuurd. De GGD kan desgewenst aanwezig zijn bij de bespreking van deze stukken in de diverse gemeenteraden. Vervolgens moet het bestuur de stukken definitief vaststellen. Rond het zomerreces wordt een extra bestuurlijk overleg gepland als er sprake is van door deelnemende gemeenten ingediende zienswijzen. Regionaal Ambtelijk Overleg (RAO) Gemiddeld zes keer (en zo nodig vaker) per jaar komt het Regionaal Ambtelijk Overleg (RAO) samen. Deze overleggen worden gepland, georganiseerd en voorgezeten door het regiosecretariaat.

Deelnemers aan dit overleg zijn naast de regiosecretaris GR OGZ Amstelland, de inhoudelijke beleidsmedewerkers OGZ van de Amstelland-gemeenten en een vertegenwoordiging van de GGD bestaande uit de strategisch beleidsadviseur en de controller. Doel van het overleg is inhoudelijke afstemming tussen GGD en gemeenten op OGZonderwerpen en de gezamenlijke voorbereiding van financiële besluitvorming aangaande de GR OGZ Amstelland voor het Bestuurlijk Overleg.

4

Productenboek Amstelland

JGZ-werkgroep Gemiddeld vier keer (en zo nodig vaker) per jaar komt de regionale werkgroep JGZ Amstelland samen voor overleg. Deze overleggen worden net als de RAO-overleggen vooraf gepland, georganiseerd en voorgezeten door het regiosecretariaat. Deelnemers aan dit overleg zijn de inhoudelijke beleidsmedewerkers JGZ van de Amstelland-gemeenten en een vertegenwoordiging van de afdeling JGZ van de GGD. Doel van het overleg is de inhoudelijke uitwisseling van ontwikkelingen en voortgang op het gebied van de wettelijke en plustaken van de JGZ zoals opgenomen in het productenboek en de begroting van de GR OGZ Amstelland. Waar het inhoudelijke gesprek in het JGZ-overleg aanleiding geeft tot het voorbereiden van financiële besluitvorming voor het Bestuurlijke Overleg van de GR OGZ Amstelland, loopt dit vervolgens via het RAO. Individuele gemeenten Op verzoek van gemeenten of de GGD kan nog nader ambtelijk en/of bestuurlijk overleg tussen de individuele gemeenten en de GGD plaatsvinden. Ook een (jaarlijkse) presentatie voor de gemeenteraden of het organiseren van een werkbezoek voor raadsleden is mogelijk. P&C-documenten • Jaarstukken: de GGD levert eind januari de eerste beleidsteksten aan. Deze teksten zullen eind januari/begin februari in het RAO worden besproken.

• Begroting: in de begroting zal dit productenboek elk jaar als bijlage opgenomen worden, zodat helder is welke inhoudelijke taken uitgevoerd worden voor welk bedrag. Zo voorkomen we dubbelingen met teksten in de begroting, maar is ook duidelijk op basis van welke taken de begroting opgesteld is. • Vaststelling P&C-producten: de conceptbegroting en de conceptjaarstukken moeten op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen vóór 30 april bij de raden liggen. Dit betekent dat het BO begin april moet plaatsvinden en het RAO twee weken daarvoor. De accountantscontrole dient bij voorkeur begin april gereed te zijn. Begroting De begroting wordt in hetzelfde bestuurlijk overleg en dezelfde raadsvergaderingen besproken als de jaarrekening. De GGD levert de eerste versie van de conceptbegroting eind februari bij het RAO aan. Marap De Marap is een bestuurlijke voortgangsrapportage over de eerste 6 maanden waarin alleen inhoudelijke en financiële afwijkingen aan de orde komen. De GGD levert de marap vóór 1 september bij het RAO aan. Algemeen Vanuit de GGD wordt aandacht besteed aan de nauwkeurigheid en eenduidigheid van de teksten van de rapportages bij toezending aan het RAO. De geleverde documenten geven een integraal en afgestemd beeld van de activiteiten en de werkzaamheden van de GR OGZ Amstelland.

5

Productenboek Amstelland

Gezond Leven: preventieprogramma’s, advisering en monitoring De afdeling Gezond Leven zet in op preventie, het bevorderen en het beschermen van de gezondheid (in de breedste zin van het woord) van de inwoners van Amstelland. Gezond Leven is dé kennis-, advies- en innovatieafdeling van de GGD voor duurzame preventie en het creëren van gelijke kansen op gezondheid voor alle inwoners van Amstelland. Er wordt gewerkt vanuit het regenboogmodel van Dahlgren & Whitehead. In het regenboogmodel staat het individu (de inwoner) in het midden. De verschillende ringen eromheen ordenen de factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van gezondheidsverschillen.

Er is extra aandacht voor de meest kwetsbare groepen, waar de mogelijkheden voor het behalen van gezondheidswinst het grootst zijn. Er wordt vanuit verschillende disciplines samengewerkt, met positieve gezondheid als uitgangspunt, waarbij aangesloten wordt bij de leefwereld van de inwoners in al hun diversiteit. Met en voor inwoners wordt gewerkt aan een gezonde sociale, fysieke en zorgomgeving.

6

Productenboek Amstelland

Preventieprogramma’s en advisering (A en B ) Basispakket: • De Gezonde School-adviseurs VO zijn onderdeel van het meerjarig programma Gezonde School Amsterdam. Dit biedt een gestructureerde manier om scholen te ondersteunen bij het uitvoeren en inrichten van gezondheidsbeleid. De adviseur werkt systematisch met de school aan een of meerdere gezondheidsthema’s, zoals mentale gezondheid, middelenpreventie, voeding of bewegen. • Inzet op preventie bij schoolgaande jeugd middels de aanpak Gezonde School op het Voortgezet Onderwijs. • Adviseren rond het opstellen/wijzigen van het gemeentelijk gezondheidsbeleid en bestuurlijke advisering rondom het thema gezondheidspreventie. • Het volgen en delen van relevante regionale en landelijke ontwikkelingen. • Organiseren kennisdeling op specifieke preventieve gezondheidsthema’s. Plustaken: • Inzet op preventie met de Gezonde School op een aantal PO-scholen in Diemen en Ouder-Amstel. Zij ontvangen jaarlijks enkele uren ondersteuning. Wet publieke gezondheid, artikel 2, lid 2 onder c en d: 2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, d. het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering.

Wet publieke gezondheid artikel 5a: 1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg. 2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: d. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; e. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid.

7

Productenboek Amstelland

Monitoring (A) Basispakket: • Programma- en projectmanagement gezondheidsmonitor en het verzamelen van gezondheidsinformatie. De gezondheidsmonitor verschijnt 1 keer per 4 jaar volgens een landelijk afgesproken ritme over verschillende groepen zoals Jeugd (13-16 jarigen) en Volwassenen (18 jaar en ouder) • Presenteren van gezondheidsinformatie: gemeente-, en wijkcijfers via rapportages en op de interactieve website Gezondheid in Beeld. Scholen Voortgezet Onderwijs die deelnemen aan de gezondheidsmonitor Jeugd ontvangen hun eigen schoolrapportage. • Het gebruik van monitordata ten behoeve van beleidsadvisering over gezondheid in gemeente en wijk. • Jaarlijkse gesprekken met gemeenten om cijfers te duiden en vragen te beantwoorden. • Aansluiten bij regionale ambtelijke overleggen ten behoeve van duiding en toelichting op de monitors. Plustaak: Niet van toepassing Besluit publieke gezondheid, artikel 2, lid 1: Het college van burgemeester en wethouders bevordert de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Wet publieke gezondheid, artikel 2, lid 2 onder a, b en c: 2. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a.

h  et verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, b. h  et elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie. Wet publieke gezondheid artikel 5a: 5. Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. h  et op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; b. het ramen van de behoeften aan zorg; c. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit. Wet publieke gezondheid, artikel 16: Voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.

8

Productenboek Amstelland

Leefomgeving Binnen afdeling Leefomgeving houdt het team Milieu en Gezondheid zich bezig met het voorkomen of verminderen van negatieve gezondheidseffecten door milieufactoren. Zij informeert hoe gemeentes door beleid op milieuonderwerpen de gezondheid kunnen bevorderen. Bijvoorbeeld door adviezen te verstrekken en te presenteren over luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, binnenmilieu, geluidsbeleid, hitteplannen, de openbare ruimte, elektromagnetische velden en de uitvoering van de omgevingswet. Er kan worden meegeschreven aan beleidsteksten en omgevingsvisie en -plannen. Soms leven er specifieke vragen over biologische factoren of chemische stoffen en (milieugerelateerde) ziekteclusters binnen een gemeente. Ook daar kan het team Milieu en Gezondheid vragen over beantwoorden.

Milieu en gezondheid (A) Basispakket: • Onderzoek op het gebied van milieu en gezondheid en het onderzoeken van gezondheidsrisico’s en -klachten bij milieubedreigingen. • Onderhouden van (kennis)netwerk • Signaleren van ongewenste situaties. • Voorlichting en risicocommunicatie. • Behandelen van meldingen van burgers. • Advies en voorlichting aan inwoners en gemeenten. • Adviseren over ruimtelijk ordening en gezondheid in relatie tot de omgevingswet • Instellen van onderzoek naar de kwaliteit van het binnenmilieu op een school of kinderdagverblijf. Plustaak: Niet van toepassing Wet publieke gezondheid, artikel 2, lid 2 onder c en e: Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: c. het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, e. het bevorderen van medisch milieukundige zorg, Besluit publieke gezondheid, artikel 2, lid 3. De in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e, van de wet genoemde werkzaamheid omvat in ieder geval de volgende aspecten: a. het signaleren van ongewenste situaties, b. het adviseren van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidskundig advies over gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen, c. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting, d. het verrichten van onderzoek.

9

Productenboek Amstelland

Infectieziekten Infectieziektebestrijding omvat het voorkomen, signaleren en bestrijden van infectieziekten die vanwege hun aard of verspreidingskans een risico vormen voor de volksgezondheid. Het werk wordt uitgevoerd door drie teams, team Algemene Infectieziekten, Tuberculosebestrijding en het Centrum seksuele gezondheid (CSG). De afdeling Infectieziekten verricht, veelal in samenwerking met andere instellingen, ook wetenschappelijk onderzoek naar infectieziekten en verzorgt diagnostiek voor huisartsen en zorginstellingen in de regio.

Algemene Infectieziektenbestrijding Dit is de naam van het product maar ook van een team. Zij voorziet huisartsen, ziekenhuizen, bestuurders en burgers van betrouwbare informatie over infectieziekten. Zij geeft advies en voorlichting en doet bron- en contactonderzoek waar nodig. Conform de Wet publieke gezondheid worden meldingen van meldingsplichtige infectieziekten door artsen, laboratoria en instellingen verwerkt, vindt bron- en contactonderzoek plaats om verdere verspreiding te voorkomen, vindt uitbraakmanagement plaats en zijn er preventieactiviteiten voor hoog-risicogroepen. De GGD adviseert over diagnostiek, hygiëne- en overige beheersmaatregelen. Buiten de GR om, dus als C-taak, worden reizigers worden door team algemene infectieziekten geadviseerd en beschermd tegen ziektes door voorlichting, vaccinaties, malariapillen en overige beschermende maatregelen

Algemene Infectieziektenbestrijding (A) Het team AIZ verricht deze kernactiviteiten. 1. Bestrijden van infectieziekten en voorkomen van verdere verspreiding. 2. Surveillance: het verzamelen, analyseren en interpreteren van infectieziektegegevens, om verheffingen/uitbraken tijdig te signaleren. 3. Beleidsadvisering: informeren en (gevraagd en ongevraagd) adviseren van beleidsmakers en bestuurders over nodige activiteiten die gericht zijn op het bestrijden van infectieziekten en voorkomen van verdere verspreiding, betrekking hebbend op alle kerntaken van de infectieziektebestrijding. 4. Informatievoorziening en onderzoek: kennis over infectieziekten vergaren, mede door wetenschappelijk onderzoek. De kennis proactief en reactief verstrekken en uitwisselen. Plus visievorming op samenwerkingsthema’s met andere public health professionals. 5. Preventieactiviteiten waaronder voorlichting geven aan risicogroepen, preventieve vaccinaties, het aanbieden van behandeling na een besmettingsrisico, en visievorming op het gebied van innovatie van preventieprogramma’s gericht op infectieziektebestrijding en -preventie. 6. Netwerk en Regie waaronder een afstemmingsfunctie tussen de preventieve en curatieve gezondheidszorg en onderhouden van een lokaal netwerk met huisartsen, verzorg- en verpleeghuizen en ziekenhuizen. 7. Voorbereiding op grootschalige infectieziekte-uitbraken.

10

Productenboek Amstelland

Plustaak: Niet van toepassing Wet Publieke Gezondheid, artikel 6 lid 1: Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder in ieder geval behoort: a. het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied, b. het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing, c. bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de artikelen 21, 22, 25 en 26. Besluit publieke gezondheid, artikel 11: Ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet zorgt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval voor: a. het, ter uitvoering van de meldingstaken, bedoeld in de wet, te allen tijde bereikbaar zijn van de gemeentelijke gezondheidsdienst, b. het doorlopend verzamelen, analyseren en toepassen van epidemiologische gegevens over infectieziekten, c. het op grond van de gegevens, bedoeld onder b, inventariseren van relevante trends en risico’s onder de bevolking of specifieke groepen, alsmede het anticiperen daarop, d. het geven van voorlichting en begeleiding, alsmede het beantwoorden van vragen uit de bevolking, e. het zorg dragen voor preventieve bronbehandeling bij de bestrijding van tuberculose, f. het bevorderen van de samenwerking van de gemeentelijke gezondheidsdienst met huisartsen, medisch specialisten,

ziekenhuizen, laboratoria en overige organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van infectieziekten, g. de algemene voorbereiding op maatregelen ter bestrijding van een epidemie van een infectieziekte, h. het aanbieden van vaccinaties aan risicogroepen, i. de deelname aan toegepast wetenschappelijk onderzoek.

11

Productenboek Amstelland

Tuberculosebestrijding Het team tuberculosebestrijding richt zich op het bewaken, beschermen en verbeteren van de volksgezondheid ten aanzien van tuberculose (tbc). Hiertoe worden preventieve maatregelen genomen gericht op het tegengaan van transmissie, screenen van risicogroepen op infectie en behandelen en begeleiden van patiënten met de ziekte tuberculose en cliënten met een tuberculose-infectie. In het laatste geval, ook latente tbc genoemd, is er weliswaar geen besmettingsgevaar maar wel zorg nodig. Een belangrijk onderdeel bij de ziekte tbc is het bron- en contactonderzoek. Risicogroepen zijn immigranten, asielzoekers en reizigers van en uit landen waar tbc veel voorkomt.

Tuberculosebestrijding (A) • (Periodieke) screening op tuberculose en tuberculose-infectie, voornamelijk van risicogroepen als buitenlandse werknemers, immigranten, asielzoekers en reizigers naar risicolanden. • Preventie: voorlichting aan risicogroepen, het aanbieden van en geven van vaccinatie aan pasgeborenen met ouders afkomstig uit risicolanden. • Behandeling en begeleiding van patiënten die tuberculose of een tuberculoseinfectie hebben. • Bron- en contactonderzoek bij personen die mogelijk in contact zijn geweest met iemand met tuberculose. • Surveillance: het verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens waarmee (landelijke) beleidsaanpassingen onderbouwd kunnen worden. Plustaak: Niet van toepassing Wet publieke gezondheid, artikel 6, lid 1, onder b en c. Besluit publieke gezondheid, artikel 11 Zie voor beide artikelen product infectieziekten

12

Productenboek Amstelland

Centrum seksuele gezondheid Amsterdam (CSG) Het Centrum voor seksuele gezondheid (CSG) houdt zich bezig met de soabestrijding en het bevorderen van de seksuele gezondheid in Amsterdam en Amstelland. Daarnaast is het regionaal coördinator van de landelijke regeling aanvullende seksuele gezondheid (ASG-regeling). De afdeling verzorgt spreekuren curatieve soa-zorg, waarin aandacht is voor testen, behandelen, partnerwaarschuwing en preventie. Jongeren tot 25 jaar kunnen ook terecht op de seksualiteitsspreekuren, waar vooral veel hulpvragen worden besproken over anticonceptie, seksueel geweld en zwangerschap. De afdeling voert voor mannen die seks hebben met mannen en voor sekswerkers ook collectieve preventieprogramma’s uit, waarin voorlichting, outreachend werken en soa-testen worden geïntegreerd. Daarnaast verstrekt de afdeling PrEP aan mensen die geen hiv hebben, maar die wel een verhoogd risico lopen om geïnfecteerd te raken. PrEP is een pil die een hiv-infectie kan voorkomen. In aanvulling op het bestaande preventie-aanbod, biedt PrEP een goede kans om de hiv-epidemie te stoppen. De financiering van consulten op de soa-poli vindt plaats vanuit een landelijke financiering en is dus een C-taak. Via het ministerie van VWS ontvangt het RIVM hiervoor een bedrag wat verder verdeeld wordt over de coördinerende GGD-en in Nederland.

De bron- en contactopsporing (als er een soa geconstateerd is, is de GGD wettelijk verplicht ook na te gaan of besmette contacten op te sporen zijn) is een taak die buiten de landelijke financiering valt en door gemeenten zelf gefinancierd moet worden en onderdeel is van deze GR. Dit is daarmee een A-taak en specifiek voor Amstelland levert de afdeling centrum seksuele gezondheid daarom het volgende.

Centrum seksuele gezondheid (A) Bron- en contactonderzoek betreft: • Informeren van personen met een soa over hoe partners te waarschuwen; • Uitvoeren van soa-testen bij gewaarschuwden; • Uitleg van de mogelijkheid om partners te waarschuwen bij het afnemen van een soa-test bij alle cliënten.

Plustaak: Niet van toepassing Wet publieke gezondheid, artikel 6, lid 1, onder b. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding, waaronder in ieder geval behoort: b. het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing, Besluit publieke gezondheid, en artikel 11: Zie bij product infectieziekten

13

Productenboek Amstelland

Hygiëne en inspectie Het team Hygiëne geeft advies in het kader van de Wet publieke gezondheid om de hygiëne en infectiepreventie bij diverse instellingen en collectieve voorzieningen te verbeteren.

Technische hygiënezorg De GGD functioneert als vraagbaak op het gebied van hygiëne en infectiepreventie. Zorginstellingen en publieke voorzieningen moeten te allen tijde een vraag over hygiëne en infectiepreventie aan de GGD kunnen stellen. De deskundige infectiepreventie van de GGD kan de voorziening van een antwoord of advies op maat voorzien. In coronatijd is dit zeer actueel en nuttig gebleken. Om zicht te hebben op de publieke voorzieningen en de eventueel aanwezige risico’s op het gebied van technische hygiënezorg, wordt lijst van dergelijke instellingen bijgehouden en eens in de twee jaar geactualiseerd. Daarnaast wordt er ondersteuning aan collectieve voorzieningen geboden bij een uitbraak van infectieziekten. Dit is een wettelijke taak van gemeenten met als doel de verdere verspreiding van een infectieziekte te voorkomen. Het team Hygiëne & Infectiepreventie geeft ook advies over de te nemen hygiënemaatregelen om toekomstige uitbraken te voorkomen. Er worden locaties bezocht, er wordt meegekeken en geadviseerd en er wordt indien nodig een voorlichting gegeven aan de medewerkers.

14

Productenboek Amstelland

Technische hygiënezorg (A) Basispakket: • Bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen. En deze eens in de twee jaar actualiseren. • Het adviseren van de onder a bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen. • Het signaleren van ongewenste onhygiënische situaties. • Het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting. • Legionellapreventie: bronopsporing bij patiënten met legionellose en het geven van advies aan instellingen/bedrijven als een verhoogde concentratie legionellabacteriën in hun leidingwater is aangetroffen. • Advies over infectiepreventie op evenementen. Plustaak: Niet van toepassing Wet publieke gezondheid, artikel 2, lid 2 onder f Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: f. het bevorderen van technische hygiënezorg, Besluit publieke gezondheid, artikel 2, lid 4.

De in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder f, van de wet genoemde werkzaamheid omvat in ieder geval de volgende aspecten: a. het bijhouden van een lijst met instellingen waar, gezien de aard van de doelgroep en de omstandigheden waaronder de activiteiten worden verricht, een verhoogd risico bestaat op de verspreiding van pathogene micro-organismen, b. het adviseren van de onder a bedoelde instellingen over de mogelijkheden op het gebied van bouw, inrichting en organisatie van de activiteiten om de risico’s op verspreiding van pathogene micro-organismen te verkleinen, c. het signaleren van ongewenste situaties, d. het beantwoorden van vragen uit de bevolking en het geven van voorlichting.

15

Productenboek Amstelland

Inspectie Kinderopvang Team Inspectie houdt toezicht op de kinderopvang (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, gastouders). Elke kinderopvanglocatie moet minimaal eens per jaar worden geïnspecteerd. Hoe vaak inspecties gebeuren, wordt vastgesteld op basis van het risicoprofiel per locatie. De Inspectie Kinderopvang inspecteert jaarlijks alle kinderdagverblijven, buitenschoolse opvanglocaties en gastouderbureaus. Van de gastouders wordt tenminste vijftig procent geïnspecteerd. Handhaving is een gemeentelijke taak die niet is ondergebracht in de GR OGZ Amstelland. Als het team Inspectie Kinderopvang bij een inspectie constateert dat (eventueel na herstelaanbod) kwaliteitseisen worden overtreden, geeft zij een advies handhaven aan de betreffende gemeente. De gemeente treedt handhavend op volgens het eigen toezichts-en handhavingsbeleid en geeft indien nodig de Inspectie Kinderopvang opdracht om de naleving te onderzoeken.

Inspectie Kinderopvang (A) Basispakket: • Toezicht op kinderdagverblijven (inclusief voorschoolse educatie), buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouders. • Verdieping toezicht gastouderopvang: als er overtredingen zijn geconstateerd, stelt de gemeente een handhavingsbesluit op, vervolgens gaat de GGD opnieuw inspecteren of de overtredingen zijn verholpen. Plustaak: Niet van toepassing Wet kinderopvang en kwaliteitseisen, artikel 1.61: De in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder f, van de wet genoemde werkzaamheid omvat in ieder geval de volgende aspecten: a. Het college ziet toe op de naleving van de bij of krachtens de artikelen 1.45, derde lid, 1.47, eerste lid, en 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels, onderscheidenlijk de krachtens artikel 1.65 gegeven aanwijzingen en bevelen en de krachtens artikel 1.66, eerste lid, gegeven bevelen tot sluiting dan wel de krachtens artikel 1.66, tweede lid, uitgevaardigde verboden en de in de bij artikel 1.50b vastgestelde algemene maatregel van bestuur vastgelegde basisvoorwaarden voor kwaliteit van voorschoolse educatie. Het college wijst de directeur publieke gezondheid van de GGD, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid, aan als toezichthouder.

b. Voor zover een kindercentrum een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau in een woning is gevestigd, zijn de toezichthouders ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, bevoegd zonder toestemming van de bewoners in die woning binnen te treden.

16

Productenboek Amstelland

Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg De afdeling Maatschappelijke en Geestelijke Gezondheidszorg (MGGZ) houdt zich vooral bezig met personen die zich in een sociaal maatschappelijke crisis bevinden. Het gaat hierbij om mensen met psychiatrische en/of psychosociale problematiek die hulp nodig hebben doordat zij overlast veroorzaken en/of hulpbehoevend zijn. De problematiek kan acuut zijn maar ook al lang bestaan. Deze mensen mijden vaak zorg of hebben geen (adequate) hulpvraag.

Vangnet MGGZ (A en B) Basispakket: • Crisisdienst: Beschikbaarheid crisishulp in de regio Amstelland 24 uur per dag, 7 dagen per week. Voor personen die in een crisis of hulpbehoevend zijn en/of extreme overlast veroorzaken. Een verpleegkundige beoordeelt de situatie en verwijst door naar de juiste hulpverlening en de lokale betrokken zorgpartijen worden binnen 24 uur geïnformeerd over de casus. • Psychosociale hulp bij ongevallen en rampen (PSH). • Hygiënisch Woningtoezicht (HWT) grijpt in wanneer sprake is van te volle of vieze woningen, waardoor een gevaar ontstaat voor de volksgezondheid. Werkt nauw samen met de wijk-GGD en gemeentelijk bouw- en woningtoezicht en/of sociaal team. • Uitvoering taken in het kader van de Wet verplichte GGZ: het advies- en meldpunt OGGZ en de uitvoering van de hoorplicht die behoort tot de verantwoordelijkheid van de burgemeesters..

Plustaak: SPV’ers (Wijk-GGD) bieden ondersteuning aan Meldpunt Zorg & woonoverlast van DUO-gemeenten. Het meldpunt onderzoekt de melding en schakelt hen zo nodig in. • De Wijk-GGD werkt nauw samen met zorgpartijen, lokale zorgnetwerken en wijkagenten. • De Wijk-GGD biedt screening/triage en zorgtoeleiding. • De Wijk-GGD biedt casus consultatie, voorlichting en deskundigheidsbevordering aan lokale zorgnetwerken en netwerkpartners. • Uitvoering Verkennend Onderzoek (VO) NB: In Amstelveen en Aalsmeer wordt deze taak uitgevoerd door sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen (SPV-ers) van het gemeentelijke sociaal team.

17

Productenboek Amstelland

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1.2.1 onder a, 2.1.2, lid 2 onder g, artikel 2.3.2, lid 4, onder f Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1.2.1 a: Artikel 1.2.1 Een ingezetene van Nederland komt overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit: a. door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.1.2, lid 2 onder g: Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn: g. maatwerkvoorzieningen te bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.3.2, lid 4, onder f: Het college onderzoekt: f. de

mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; Wet verplichte GGZ Artikel 5:2, lid 1: Een ieder kan een melding doen bij het college van burgemeester en wethouders over een persoon die woonachtig is in die gemeente of aldaar overwegend verblijft voor wie de noodzaak tot geestelijke gezondheidszorg, die mogelijk zou moeten worden verleend met verplichte zorg, zou moeten worden onderzocht Artikel 5:2, lid 2: Het college van burgemeester en wethouders draagt binnen een redelijke termijn, doch uiterlijk binnen veertien dagen, zorg voor een verkennend onderzoek naar de noodzaak, bedoeld in het eerste lid. Artikel 7.1, lid 3b: De burgemeester neemt niet eerder een crisismaatregel dan nadat hij betrokkene, zo mogelijk, in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord.

18

Productenboek Amstelland

Forensische geneeskunde en medische advisering De afdeling Forensische Geneeskunde en Medische Advisering (FGMA) levert medische zorg en advisering ten behoeve van gemeentelijke instanties, gemeenten, evenals burgers, politie en justitie. FGMA functioneert op het scharnierpunt tussen overheid en zorg, waarbij de forensische geneeskunde (incl. verpleegkunde), zorg in penitentiaire instellingen en detentiecentra de hoofdactiviteiten zijn die niet door gemeenten worden gefinancierd. De gemeentelijke lijkschouwer (forensisch arts) wordt opgeroepen als iemand een niet-natuurlijk dood is gestorven, bij vermoeden van een niet natuurlijke dood, als de behandeld arts ontbreekt of in geval van een lijk-vinding. Samen met de politie en recherche onderzoekt de forensisch arts de situatie en probeert vervolgens de doodsoorzaak vast te stellen. Ook euthanasie is een situatie waar de forensisch arts een rol speelt. De forensisch arts gaat hier (uiteraard zonder politie) naar toe en zorgt ervoor dat de vereiste verslagen en formulieren bij de toetsingscommissie en/of officier van justitie terecht komen. Indien de lijkschouwing een minderjarige betreft, is de behandelend arts wettelijk verplicht eerst te overleggen met de forensisch arts. Maar ook bij het overlijden van meerderjarigen vindt veelvuldig collegiaal overleg plaats tussen forensisch arts en behandelend arts.

Doel van dit overleg is om helder te krijgen of de behandelend arts de verklaring van overlijden mag afgeven of dat de forensisch arts moet komen. Tenslotte heeft de forensisch arts een rol na late zwangerschapsafbrekingen (na de 24ste week) omdat het hierbij om een niet-natuurlijk overlijden gaat. In de GR-begroting is de 24-uurs beschikbaarheid van de forensisch arts opgenomen. Daadwerkelijk uitvoerde lijkschouwingen en euthanasieverklaringen worden apart afgerekend aan de gemeenten, per verrichting.

19

Productenboek Amstelland

Lijkschouwing (A) Basispakket: • Zorgdragen voor 24 uur per dag beschikbaarheid van een geregistreerd forensisch arts t.b.v. lijkschouwing. • Het uitvoeren van lijkschouwen en toetsing van euthanasie. • Telefonisch overleg met behandelend arts bij overlijden van een minderjarige

Plustaken: Niet van toepassing Wet op de Lijkbezorging, artikel 3, 4, 7 en 22: Artikel 3 Lijkschouwing geschiedt, zo spoedig mogelijk na het overlijden, door de behandelende arts of door een gemeentelijke lijkschouwer. Artikel 4 Burgemeester en wethouders verschaffen gelegenheid tot het doen schouwen van lijken. Zij benoemen een of meer gemeentelijke lijkschouwers. Artikel 7 1. Hij die de schouwing heeft verricht geeft een verklaring van overlijden af, indien hij ervan overtuigd is dat de dood is ingetreden ten gevolge van een natuurlijke oorzaak. 2. Indien het overlijden het gevolg was van de toepassing van levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding als bedoeld in artikel 293, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 294, tweede lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht, geeft de behandelende arts geen verklaring van overlijden af en doet hij van de oorzaak van dit overlijden onverwijld door invulling van een formulier mededeling aan de gemeentelijke lijkschouwer of een der gemeentelijke lijkschouwers. Bij de mededeling voegt de arts een beredeneerd verslag inzake de inachtneming van de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding.

1. De behandelend arts kan de mededeling en het beredeneerd verslag elektronisch verzenden naar de gemeentelijke lijkschouwer of een van de gemeentelijke lijkschouwers, indien de betreffende gemeentelijke lijkschouwer met overeenkomstige toepassing van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Bij het openstellen van de elektronische weg wijst de gemeentelijke lijkschouwer een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzenden van de mededeling en het beredeneerd verslag aan. Artikel 22a 1. Indien een lijk is besmet met een infectueus of giftig agens of een infectueuze of giftige stof, of een gegrond vermoeden daarvan bestaat, waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan, kan de burgemeester, na advies van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 17 van de Wet publieke gezondheid, maatregelen treffen om dit gevaar af te wenden. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in het eerste lid zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=fc5b745b-3309-44a2-921b-3f2fc65b9c70