Bijlage 2 Toelichting Wezenlijke kenmerken en waarden.pdf
Tekst van het document
Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos (A1) 1 Algemene gegevens Nummer
A1
Naam gebied
Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos
Regio Natuurbeheerplan 2018
Amstel, Gooi & Vecht
Gemeenten
Haarlemmermeer, Kaag en Braassem, Aalsmeer
Overige wettelijke en beleidsmatige gebieds-beschermingsregimes relevant voor natuur
Gebruik / Functie
Natuur, recreatie, waterberging, teelt
Oppervlakte NNN
1232 hectare
Eigendom / beheer
Stichting de Bovenlanden, gemeente Amsterdam, Landschap Noord-Holland, Staatsbosbeheer en particulieren
geen
2 Oppervlakte en samenhang NNN Het NNN-gebied Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos ligt ingeklemd tussen Aalsmeer, Kudelstaart, Rijsenhout en Schiphol. Het oppervlak van het NNN in dit gebied bedraagt 1232 hectare. De samenhang binnen het gebied komt vooral tot uitdrukking in het samenhangende oppervlaktewatersysteem. Dit bestaat uit zowel grote plassen als uit kleinschalige afwisselingen van open water en veeneilandjes, die worden verbonden door de ringvaart. Het gebied maakt deel uit van de zogenaamde Groene As en vormt samen met verschillende natuurverbindingen (ANV1 en ZNV1) een belangrijke schakel in de samenhang van het NNN op regionaal niveau. In het noorden grenst het NNN aan Amsterdamse Bos, Nieuwe Meer en Amstelveense Poel (Z15). Met overige NNN-gebieden op grotere afstand bestaat het belang van het gebied vooral uit de functie van de grote open wateren als slaapplaats voor eenden, ganzen en meeuwen.
2
Figuur 1: Ligging NNN-gebied Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos en omliggende NNN-gebieden inclusief nummer
3
3 Landschapsecologische karakteristiek Ontstaansgeschiedenis Het gebied maakt deel uit van het veenpolderlandschap (fysisch-geografische regio: laagveengebied). De wateren in het gebied zijn ontstaan door het afgraven van veen voor de turfwinning. Dit gebeurde circa in de periode 900 – 1400 na Christus, tijdens de ontginning van het grote Hollands-Utrechtse veengebied. In het noordwestelijk deel van het gebied is nog het typische kleinschalige patroon van petgaten en legakkers zichtbaar. De resterende legakkers worden de Bovenlanden genoemd. Het afgraven van veen leiddde tot het ontstaan van laagveenplassen, hierdoor ontstond na verloop van tijd grondgebrek. Daarom werden vanaf de 17e eeuw veel veenplassen weer drooggelegd, waarbij onder meer de Schinkelpolder is ontstaan. Binnen deze polder is in 1999 het Schinkelbos aangelegd als uitbreiding van het Amsterdamse Bos (Z15). Veel open wateren in het gebied zijn echter nooit drooggelegd en zijn nu nog aanwezig. Na het beëindigen van de turfwinning zijn de legakkers in gebruik genomen voor de tuinbouw vanwege de goede bodemstructuur van het gebied. Daarnaast werden de nog aanwezige rietlanden gebruikt door rietsnijders. In de rietlanden zijn, net zoals tussen de legakkers, smalle sloten gemaakt. Deze sloten dienden voor de afvoer van het riet.
Tijdens de tweede wereldoorlog was het gebied niet toegankelijk voor de rietsnijders zodat op de rietlanden enkele kleine moerasbossen zijn ontstaan. Abiotische en ruimtelijke karakteristiek Het gebied bestaat voor het grootste gedeelte uit open water. De plassen staan in open verbinding met de Rijnlandse boezem die voor de watervoorziening geheel afhankelijk is van de Hollandsche IJssel. Het water heeft een hoog nutriëntengehalte, maar is toch vrij helder. Dit komt door de aanwezigheid van grote aantallen driehoeksmosselen, die het water filteren. Wel hebben de wateren door de hoge voedselrijkdom regelmatig last van blauwalgen. Ondanks de helderheid komen er in de wateren vrijwel geen waterplanten voor. De reden hiervoor is niet geheel duidelijk, maar zou te maken kunnen hebben met de hoge visstand (vraat). De wateren hebben een maximale diepte van minder dan 3 meter en het waterpeil is vrijwel gefixeerd op circa 60 cm min NAP. Buiten de open wateren herbergt het gebied een groot aantal kleine eilanden (de oude legakkers), diverse rietlanden en een aantal kleine moerasbossen. De bodemhoogte ligt hier net boven of net onder NAP. De Schinkelpolder wijkt af van de rest van het gebied. De bodem van deze volledig ontveende polder bestaat uit kalkrijke klei en zavel en ligt tussen de 4 en 5 meter onder NAP, dus fors lager dan de aangrenzende veengebieden.
Qua karakter sluit deze intussen meer aan bij het Amsterdamse Bos dan bij de veengebieden. Huidig gebruik Het gebied vervult, naast de natuurfunctie, een belangrijke functie in het bergen van water. Daarnaast wordt er op en rond de wateren veel gerecreëerd. Op de wateren vindt veel watersport plaats. In het gebied zijn ongeveer 50 jachthavens aanwezig. Daarnaast zijn in het gebied twee zwemwaterlocaties aangewezen. Naast pleziervaart en hengelsportvisserij vindt ook beroepsvaart en beroepsvisserij plaats. Op de legakkers van de Bovenlanden vindt teelt van trekheestercultuur plaats, voornamelijk van seringen. Aan de westkant van de Westeinderplassen liggen grote percelen waar riet wordt geteeld. De Schinkelpolder en vooral het daarbinnen gelegen Schinkelbos is ingericht als groen recreatiegebied en kan als uitbreiding van het aangrenzende Amsterdamse Bos worden beschouwd. Het wordt gekenmerkt door een overgang van bos naar open graslanden, doorsneden door een fietspad en wandel- en natuurpaden.
4
Kernkwaliteiten Op basis van het voorgaande worden in het NNN-gebied Westeinderplassen, Oosteinderpoel en Schinkelbos de volgende ecologische kernkwaliteiten onderscheiden, die de basis vormen voor het behoud van biodiversiteit die (inter)nationaal en/of regionaal van belang is:
4
Waterrijk veengebied met verlandingsvegetaties en recreatief gebruik Besloten bos- en parklandschap met recreatief gebruik
Natuurwaarden
De natuurwaarden, zowel actueel als potentieel, zijn hierna beschreven aan de hand van de kernkwaliteiten van het gebied.
Kernkwaliteit: Waterrijk veengebied met verlandingsvegetaties en recreatief gebruik Actuele natuurwaarden Het watersportgebied Westeinderplassen behoort tot een uitgestrekt veen- en plassengebied. Het open water van dit gebied bestaat uit verschillende plassen zoals de Groote Poel, Kleine Poel en De Blauwe Beugel. Deze wateren variëren sterk in grootte, maar zijn allemaal aangewezen als N04.02 Zoete Plas, hoewel de daarvoor kenmerkende waterplantenvegetaties goeddeels ontbreken. In het water komen karakteristieke vissoorten voor waaronder de Europese meerval en de rivierdonderpad. In het gebied komt de laatste natuurlijke populatie van de Europese meerval in heel West-Europa voor en dit vormt dan ook een zeer belangrijke natuurwaarde van het gehele veengebied, dus ook van de Oosteinderpoel die via de ringvaart in verbinding staat met de Westeinderplassen. Aangenomen wordt dat de meervallen paaien onder de drijvende rietlanden die karakteristiek zijn voor deze veenafgraving. Uitgestrekte rietlanden komen vooral voor in het uiterste westen van de Westeinderplassen en hiervoor geldt het beheertype N05.02 Gemaaid rietland. In de rietlanden broeden verschillende bijzondere moeras- en rietvogels zoals de bruine kiekendief en watersnip.
Van de veenontginning zijn de legakkers nog aanwezig in de Westeinderplassen en verspreid langs de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder ten noordoosten van de Westeinderplassen. Een (beperkt) deel van de legakkers maakt onderdeel uit van het NNN. De fijnmazige structuur van de watergangen en het sterk gedifferentieerd grondgebruik van de voormalige legakkers hebben een gebied laten ontstaan met een grote rijkdom aan landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden. De eilandjes met grasvegetaties behoren tot het beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Op een aantal eilanden is verder Moeras (N05.01), Gemaaid rietland (N05.02) of moerasbos (N14.02 Hoog- en laagveenbos) aanwezig. De Oosteinderpoel bestaat uit oeverlanden met een mozaïek van eilandjes en kreken die ooit de begrenzing waren van de Haarlemmermeer. Het aanwezige landschap laat zien hoe de oeverlanden van de Haarlemmermeer er ooit op veel grotere schaal uit hebben gezien. De vegetatie is goeddeels vergelijkbaar met de hiervoor beschreven Westeinderplassen. Ook hier is op veel eilandjes moerasbos (N14.02 Hoog- en laagveenbos) aanwezig, waarin twee kolonies blauwe reigers aanwezig zijn. Tijdens de trek pleisteren purperreigers in het gebied.
De eilandjes die nog open en grazig zijn bestaan hier vooral uit oude stadia van verlanding in de vorm van moerasheide (N06.01 Veenmosrietland en moerasheide). Er zijn enkele waarnemingen bekend van de ringslang, waarvan mag worden aangenomen dat deze in het gehele waterrijke gebied kan voorkomen. Potentiële natuurwaarden Binnen het NNN zijn de natuurpotenties voor een belangrijk deel onbenut. Een groot zoekgebied is hier aangegeven, waarbinnen NNN kan worden gerealiseerd. Zo worden eilanden waar 5
voorheen geteeld werd, omgezet naar natuur. Ook de zuidwestelijke percelen waar gemaaid rietland aanwezig is kunnen hogere natuurwaarde krijgen wanneer overjarig rietmoeras en veenmoesrietland kan worden gerealiseerd. De ecologische verbinding zal als gevolg daarvan ook beter functioneren. Van waterspitsmuis en noordse woelmuis zijn weliswaar geen actuele waarnemingen uit het gebied bekend, maar deze komen wel in de directe omgeving voor. Voor zover deze niet al actueel aanwezig zijn, heeft het gebied zeker potentie voor vestiging van beide soorten. Hetzelfde geldt voor de otter die kan profiteren van de aaneengesloten structuur van gevarieerde en visrijke wateren.
Kernkwaliteit: Besloten bos- en parklandschap met recreatief gebruik Actuele natuurwaarden Het NNN-gebied in de Schinkelpolder bestaat uit een gevarieerd landschap met in het westelijk deel intensief gebruikte paardenweides (behorend bij het paardensportcentrum) en in het oostelijk deel het Schinkelbos dat voor een groot deel bestaat uit extensieve vochtige graslanden (N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland) en bos (N14.03 Haagbeuken- en essenbos). In de moerassige zone langs de Grote Tocht en in de open delen van het Schinkelbos zijn daarnaast ook de beheertypen N04.02 Zoete plas en N05.01 Moeras aanwezig en broeden moeras- en rietvogels zoals blauwborst en waterral. In de gehele Schinkelpolder komt de rugstreeppad voor. Vanwege het veelvuldig voorkomen van de ringslang in het Amsterdamse Bos en vermoedelijk ook in de Westeinderplassen en Oosteinderpoel, mag ervan worden uitgegaan dat de Schinkelpolder van belang is als natuurverbinding voor deze soort. Potentiële natuurwaarden De nu nog intensief gebruikte paardenweiden in de Schinkelpolder kunnen bij een meer gevarieerde inrichting en omzetting naar extensief grasland (bijvoorbeeld opgenomen in de begrazingseenheid van het Schinkelbos) een bijdrage leveren aan een robuustere verbinding tussen het Schinkelbos en de Oosteinderpoel en daarmee aan de robuustheid van de Groene As als geheel.
5 Abiotische en ruimtelijke condities In tabel 1 zijn de kernkwaliteiten en bijbehorende actuele en potentiële natuurwaarden weergegeven in relatie tot de voor deze waarden relevante abiotische en ruimtelijke condities. De condities zijn gelijk voor actuele en potentiële natuurwaarden en daarom niet afzonderlijk weergegeven. Deze tabel geeft daarmee inzicht in de aspecten waarmee rekening dient te worden gehouden in het ecologisch onderzoek naar de mogelijke (significante) gevolgen van een plan of project in het NNN.
6
Tabel 1: Actuele en potentiële natuurwaarden in relatie tot de vereiste abiotische en ruimtelijke condities (‘X’)
Stilte
Donkerte
-
X
-
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N05.01 Moeras
X
X
-
X
-
X
X
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N05.02 Gemaaid rietland
X
X
-
X
-
X
-
-
X
X
X
-
-
X
X
X
N06.01 Veenmosrietland en moerasheide
X
X
-
-
-
X
X
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
X
X
-
X
-
X
-
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N14.02 Hoog- en laagveenbos
X
X
X
X
X
X
X
-
X
X
-
-
-
X
X
X
Vissen
-
-
-
-
-
-
-
-
X
X
X
-
-
-
-
-
Moeras- en rietlandvogels
-
-
-
-
-
-
-
-
X
X
X
-
X
X
X
X
Noordse woelmuis
-
-
-
X
X
-
X
-
X
X
X
-
-
-
X
X
Beslotenheid
Openheid
Buffercapaciteit bodem / water
Veenbodem
Rust (beperkte menselijke aanwezigheid)
Cultuurhistorisch element
X
Basenrijke brakke kwel
-
Peil- en/of overstromingsdynamiek
-
(Micro) reliëf
-
Oude bodem (ongestoord)
N04.02 Zoete Plas
Relatief voedselarme onbemeste bodem
Bestaand water- en / of verkavelingspatroon
Vereiste ruimtelijke condities
Goede (grond- en oppervlakte)waterkwaliteit
Stabiel hoog (grond)waterpeil
Vereiste abiotische condities
Waterrijk veengebied met verlandingsvegetaties en recreatief gebruik
7
Waterspitsmuis
-
-
-
X
X
-
X
-
X
X
X
-
-
-
X
X
Otter
-
-
-
X
-
-
X
-
X
X
X
-
-
-
X
X
Ringslang
-
-
-
-
X
-
-
-
X
X
X
-
-
X
X
-
Besloten bos- en parklandschap met recreatief gebruik
N04.02 Zoete Plas
-
-
-
X
-
-
-
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N05.01 Moeras
X
X
-
X
-
-
X
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
X
X
-
X
-
-
-
-
X
X
X
-
-
-
X
X
N14.03 Haagbeuken- en essenbos
-
X
X
-
X
-
X
-
-
X
-
-
-
X
X
X
Moeras- en rietvogels
-
-
-
-
-
-
-
-
-
X
X
-
X
-
X
X
Rugstreeppad
-
X
-
X
X
X
-
X
-
X
-
-
X
-
X
-
Ringslang
-
-
-
X
X
-
X
-
-
X
X
-
-
-
X
-
8
6 Vervangbaarheid De open wateren en verlandingsvegetaties zijn vanwege de ontstaansgeschiedenis, de oppervlakte en de samenhang niet of nauwelijks vervangbaar en onder meer van zeer groot belang voor de laatste natuurlijke populatie van de Europese meerval in West-Europa. De natuurwaarden in de Schinkelpolder en Schinkelbos zijn vanwege de jonge leeftijd nog relatief eenvoudig en snel vervangbaar (<20 jaar). Daarbij geldt de kanttekening dat deze qua ruimtelijke ligging een onmisbare schakel vormen in de Groene As.
2
3