bijlage 2 redengevende omschrijving
Tekst van het document
Beschermd dorpsgezicht Gemeente Aalsmeer
HET PLASSENLINT
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Inhoud ......................................................................................................................................................................... 1 Beschermd Dorpsgezicht .............................................................................................................................. 3 Inleiding ....................................................................................................................................................... 4 Ontstaan en ontwikkeling ............................................................................................................................. 5 Het ontstaan van het landschap ................................................................................................................ 5 Het station, de watersport en de notabelen .............................................................................................. 6 Huidig ruimtelijk karakter ........................................................................................................................... 10 Bebouwing ............................................................................................................................................. 10 Groen en water .......................................................................................................................................
10 Relaties met omgeving ........................................................................................................................... 10 Project Het Waterfront ........................................................................................................................... 12 Begrenzing ................................................................................................................................................. 14 Waardering ................................................................................................................................................ 15 Cultuurhistorische waarde ...................................................................................................................... 15 Stedenbouwkundige waarde .................................................................................................................. 15 Openbare ruimte en groenstructuur ....................................................................................................... 15 Bebouwing ............................................................................................................................................. 15 Toekomstige ontwikkelingen .....................................................................................................................
16 Bronnen ...................................................................................................................................................... 17 Literatuur en rapporten ........................................................................................................................... 17 Overige bronnen ...................................................................................................................................... 17 Colofon .................................................................................................................................................... 17 Noten bij de tekst .................................................................................................................................... 17
Foto voorzijde: Een deel van het gebied omstreeks 1930, met in het middel de watersportvereniging De Nieuwe Meer en aan de rechterkant de spoorlijnen achter het station.
MOOI Noord-Holland uitgave | 2
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Beschermd Dorpsgezicht Nederland kent meer dan 400 door het rijk aangewezen beschermde stads- en dorpsgezichten. De wettelijke grondslag hiervoor ligt in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 en gaat bij inwerkingtreding over naar de Omgevingswet. De Monumentenwet omschrijft beschermde stads- en dorpsgezichten als ‘Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.’i De gemeente Aalsmeer heeft in haar erfgoedverordening 2010 in artikel 12A geregeld dat er eveneens beschermd dorpsgezichten aangewezen kunnen worden. De Stichting Oud Aalsmeer en de Stichting KCA hebben al in 2008 een voorstel ingediend om tot een aanwijzing van beschermde dorpsgezichten in de gemeente te komen, met als doel om het historisch karakter van Alasmeer, in elk geval deels, te behouden. ii In 2011 heeft het Bureau Landzij in opdracht van de gemeente een Globale Cultuurhistorische Verkenning gemaakt waarin een aantal gebieden als potentieel beschermd dorpsgezicht zijn beschreven. iii In dit rapport zijn de geografische ondergrond, historische ontwikkelingen en cultuurhistorische karakteristieken van de gemeente in hoofdlijnen beschreven en zijn procesaanbevelingen gedaan.
De bedoeling van een beschermd dorpsgezicht is dat de hoofdstructuur van het gebied in stand blijft, en dat de functionele ontwikkeling in hoofdlijn blijft aansluiten op de historische ontwikkeling. Het doel van een aanwijzing is niet om het gebied te ‘bevriezen’ of ‘op slot te zetten’. Niet alle individuele panden in het gebied zijn per definitie beschermd als gemeentelijk of rijksmonument. In het dorpsgezicht Het plassenlint staat wel een aantal panden met de status van gemeentelijk of rijksmonument. De bescherming van het dorpsgezicht heeft tot doel om ontwikkelingen en veranderingen aan gebouwen, beplanting of de openbare ruimte in het beschermde gezicht meer bewust te doen toetsen aan de historische karakteristieken van het cultuurhistorisch historisch waardevolle gebied. Het toetsen van de ontwikkelingen in een beschermd dorpsgezicht is bij uitstek maatwerk, waarbij de lokale cultuurhistorische waarden meegewogen worden bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Deze waardestelling van het dorpsgezicht Het plassenlint omvat een beschrijving van de historische ontwikkeling van het gebied, waarna de belangrijkste identiteitsbepalende elementen en functies worden benoemd die in het bestemmingsplan en de welstandsnota gewaarborgd dienen te worden om het karakter van het gebied te beschermen.
MOOI Noord-Holland uitgave | 3
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Inleiding Het beschermde dorpsgezicht Het plassenlint beslaat een langgerekt gebied langs een deel van de oevers van de Kleine Poel en Westeinderplas. Het is een deel van het dorp waar sinds het begin van de twintigste eeuw een aantal centrale functies werden gerealiseerd die voor de gemeente van grote cultuurhistorische en ruimtelijke betekenis zijn. De individuele bebouwing langs de oever gaat aan de zuidzijde van het beschermde gezicht over in een ruim zicht over de plas met aan het eind het karakteristieke beeld van de Aalsmeerse watertoren. Dit dorpsgezicht brengt daarmee verschillende kwaliteiten van Aalsmeer bij elkaar: landschappelijk schoon direct tegen het centrum van het dorp aan; belangrijke dorpse functies als station, kerk, klooster, begraafplaats, jachthaven, notabelenwoningen en watertoren; de bijzondere architectuur van Berghoef en anderen; en het weidse zicht over de plas. Door zijn langgerekte karakter brengt dit beschermde gezicht al die functies en een diversiteit aan Aalsmeerse ruimtelijke bijzonderheden bij elkaar in één overzichtelijk kader.
Clubgebouw De Nieuwe Meer, de sloot van de Stommeerweg, een huis van Berghoef en het klooster
De oever van de Westeinderplas, rechts de watertoren.
MOOI Noord-Holland uitgave | 4
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Ontstaan en ontwikkeling
Het ontstaan van het landschap De basis voor wat nu Aalsmeer heet, ligt in het principe van de veenontginningen. Het veen was in dit gebied in de loop van vele eeuwen ontstaan dankzij de vochtige omstandigheden van klimaat en bodem, waardoor plantenresten niet geheel vergaan. In de middeleeuwen was het landschap een wildernis van bossen vol wilgen en elzen. Op de veengrond werden rond 1100 de eerste langgerekte kavels uitgemeten en zo werd het gebied ontgonnen, geschikt gemaakt om het te bewonen en bewerken. De naam Alsmar werd voor het eerst genoemd in 1133 in een acte waarin werd vastgelegd dat het gebied in bezit kwam van de Abdij van Rijnsburg.iv De eerste ontginningen zijn deels weer in het water verdwenen omdat de Haarlemmermeer steeds maar uitbreidde en daarbij grote stukken land opslokte - het werd niet voor niets de waterwolf genoemd. De oudste bebouwing en landbouwgrond van Aalsmeer is toen waarschijnlijk in zuidoostelijke richting verplaatst, weg van de oevers van de Haarlemmermeer. Daarna kreeg het dorp Aalsmeer zo’n beetje de vorm die nog herkenbaar is in de lange linten van boerderijen en vrijstaande huizen aan smalle wegen met daar achter de heel diepe kavels, onderling gescheiden door rechte sloten. Al vroeg is in dit gebied veen gewonnen om dat te gebruiken als turf, als brandstof.
Vóór de zestiende eeuw groef men het veen af tot dat het grondwater wat bereikt, daarna kon men met behulp van een baggerbeugel dieper gaan, waardoor er plassen ontstonden nadat het veen was weggehaald. v Eilandjes en andere overgebleven stukjes land dienden doorgaans als legakker om de bagger te laten drogen tot het als turf bruikbaar was. De plassen breidden zich verder uit doordat de oevers niet goed beschermd waren tegen het klotsen van het water. Het winnen van de turf was in de vroege negentiende eeuw afgelopen. Maar tegen die tijd was al een belangrijk deel van het land verdwenen door de vervening. Zo waren de Oosteinderpoel, Schinkelpoel, Hornmeer, Legmeer en de Westeinderplassen ontstaan. Landbouwgrond was daardoor schaars geworden en werd steeds intensiever gebruikt als kwekerij. Voor de snelle groei van Amsterdam leverden de Aalsmeerders turf, groenten, fruit, bomen en heesters die in vorm geknipt werden voor de tuinen van de Grachtengordel en de buitens van Amsterdammers. Veel inwoners leefden bovendien van de visserij. Vanaf de zeventiende eeuw werden de eerste veenplassen drooggemalen. De Stommeer werd in 1650 drooggelegd, de Hornmeer in 1674. In 1852 werd de grote Haarlemmermeer ingepolderd, daarna volden ook de Schinkelpoel, de Oosteinderpoel en de Legmeer.
Voor de droogmaking van de Westeinderplas zijn al vanaf de zeventiende eeuw plannen gemaakt, maar deze gingen niet door. In de negentiende eeuw kwam opnieuw een plan voor droogmaking op, maar dat werd door het Ministerie van Defensie tegengehouden omdat het water voor de aanleg en verdediging van de Stelling van Amsterdam strategisch van groot belang was. vi Van de Stelling van Amsterdam zijn dan ook een aantal onderdelen in Aalsmeer en omgeving gerealiseerd, zoals onder meer het Fort bij Kudelstaart aan de Westeinderplas en de Vuurlinie van de Westeinderplas naar Uithoorn. Een vroeg twintigste-eeuws plan voor inpoldering van de Westeinderplas ging vanwege financiële problemen niet door en omdat inmiddels de watersport was opgekomen als belangrijke inkomstenbron besloot de gemeente in 1921 de Westeinderplas als water in stand te houden. Toch was, met de vele droogleggingen in de omgeving, de visserij een veel minder voor de hand liggend beroep geworden. Het verbouwen van bomen, planten, bloemen en fruit nam toe, in de loop van de negentiende eeuw beleefde de aardbeienteelt zijn hoogtepunt omdat dat een gewas was dat goed samenging met de boomkweek. Zo groeide de aardbei uit tot belangrijk lokaal symbool. Aalsmeer kent een Aarbeiensloot en een Aardbeienbrug en de kleuren zijn in het wapen van Aalsmeer verwerkt.
MOOI Noord-Holland uitgave | 5
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Kaart van het gebied in 1868, de Haarlemmermeer en Stommeer zijn drooggelegd; Kaart van 1905. Langs de noordoostelijke oever van de Westeinderplas verschijnt losse bebouwing.
Het station, de watersport en de notabelen Nadat het bevolkingsaantal in de zeventiende eeuw een voorlopig hoogtepunt had bereikt, kromp het aantal inwoners in de eeuwen daarna weer. Aan het begin van de twintigste eeuw begon het dorp weer te groeien. Het dorp had tot dan toe vooral bestaan uit de kleinschalige kern rond de kerk en de lintbebouwing van kwekerijen langs de Uiterweg, Stommeerweg en het Oosteinde. Architect H.A.W. Lelieman maakte in 1908 een uitbreidingsplan voor Aalsmeer. vii Op basis daarvan werden tot 1915 de wegen en bebouwing gerealiseerd ten zuiden van de Dorpsstraat, waaronder de Schoolstraat en de Weteringstraat. De tweede uitleg van het dorp vond plaats vanaf 1920 rond Weteringstraat, Chrysantenstraat en Dahliastraat. Belangrijk voor de stedenbouwkundige structuur van het dorp was de komst van het spoor. De Hollandse Electrische Spoorweg Maatschappij (HESM), kreeg in 1905 toestemming om de Haarlemmermeerspoorlijnen aan te leggen en te exploiteren als lokaalspoorwegen in plaats van tramlijnen. In 1907 werd begonnen met de aanleg en in 1912 reden er treinen tussen Aalsmeer en Haarlem. Het station verrees op enige afstand van de dorpskern aan de Stommeerweg naar ontwerp van architect J.G. Wattjes, met er naast een retiradegebouwtje.
Beide gebouwen werden opgetrokken in rode verblendsteen en Oberkircher zandsteen, terwijl de daken oorspronkelijk gedekt waren met grijsblauwe leien. viii Achter het stationsgebouw bevond zich het personenstation met twee perrons. Het goederenemplacement bevond zich aan de westzijde en zo verrezen er rondom het station meerdere bijgebouwen als loodsen (onder andere voor bloemenmanden), seinhuisjes en een spoorwegwoning. In 1917 werd het station vergroot. Aalsmeer had daarmee het grootste lokaalspoorstation van Nederland, hier kwamen de spoorlijnen van Haarlem, Amsterdam en Uithoorn samen. Toch bleken de Haarlemmermeerlijnen al heel snel verliesgevend te zijn. Na de Eerste Wereldoorlog stegen de lonen en de prijzen van materialen en brandstoffen snel, en ook de opkomst van de autobusdiensten had een ongunstig effect op het rendement. In 1935 werd als eerste het traject Aalsmeer-Uithoorn voor reizigers gesloten en het jaar daarna sloten ook andere lijnen, waaronder Aalsmeer-Haarlem. Alleen de lijn naar Amsterdam bleef nog open tot 1950. Het goederenvervoer ging nog een tijd door, maar in 1973 was definitief alle railverkeer verdwenen uit Aalsmeer.
MOOI Noord-Holland uitgave | 6
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Kaart met de spoorlijnen in 1918
Het station (links) aan de Stationsweg in 1942; Luchtfoto uit ongeveer 1928 met aan de linkerzijde het spoor en station.
Het clubgebouw van de Watersportvereniging De Nieuwe Meer, 1926
MOOI Noord-Holland uitgave | 7
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Met de komst van de trein in 1912 was een deel van de Stommeerweg omgedoopt tot Stationsstraat. De zuidelijke dijksloot langs de Stationsweg werd gedempt. Tegenover het station was een Spoorweghaven aangelegd in de Kleine Poel. Om de haven tegen golfslag te beschermen werd een strekdam gemaakt waarop later de watersportvereniging De Nieuwe Meer werd gebouwd. Deze watersportvereniging, die in 1912 was opgericht, anticipeerde op de komst van vele Amsterdammers per trein naar Aalsmeer om van de natuur rond de Westeinderplas te genieten.ix Aanvankelijk volstond een kleiner gebouwtje, dat in 1916 was opgetrokken. Maar de vereniging groeide en in 1926 bouwde architect Dick Greiner een nieuw, groot clubgebouw voor De Nieuwe Meer op de strekdam. Het hele gebouw was van hout gemaakt, de kozijnen, deuren en ramen waren ivoorkleurig geverfd. De gevel was bekleed met rabatdelen, maar die hadden aan de zuidwestzijde dusdanig te lijden van zon, regen en wind, dat men later besloot om er zinken beplating op te zetten, die rond 2003 gerestaureerd is.x Wat verderop aan de Stommeerweg richtte Roelof Dragt in 1915 met Jan Kaptein de bekende jachthaven Dragt op. Aan de Stommeerweg bouwden vanaf dezelfde periode de plaatselijke notabelen hun vrijstaande woningen, die met de achtertuin riant aan het water lagen.
Voor de familie Hilverda werd in 1913 aan de Stommeerweg 4 een woning en kantoor gebouwd door architect en gemeentelijk opzichter J.W. Luik.xi Het Witte Huis verderop aan de Stommeerweg 18 werd dat zelfde jaar door architect J. Munik gebouwd. xii Een andere opvallende woning was het Doktershuis aan de Stommeerweg 22 dat later, in 1940, naar ontwerp van de bekende Aalsmeerse architect J.F. Berghoef gerealiseerd in opdracht van dokter Oei. Berghoef had ook al in 1928 wat verderop, aan de Stommeerweg 48, de meer traditionele woning gebouwd met een grote schoorsteen en overstekende dakgoot. Aan de overkant had hij bovendien in 1934, verder van de weg geplaatst, een dubbel woonhuis aan de Stommeerweg 45-47 gerealiseerd in een afwijkende architectuur, met kleinere ramen en gevels met houten betimmering. xiii
Het Boomkwekerskerkhof; Het Karmelietenklooster met de kerk, c. 1931; Een van de panden op de hoek met de Hadleystraat; achtertuin aan het water
Het Witte Huis aan de Stommeerweg; De woning van Dokter Oei in 1940
Tegenover de notabelenwoningen, op de hoek met de huidige Gerberastraat, bevindt zich de oude begraafplaats, het Boomkwekerskerkhof, die in gebruik is geweest tussen 1875 en 1970. Daarnaast werd in 1921 een karmelietenklooster gebouwd. In 1917 hadden de Karmelieten toestemming gekregen een klooster in Aalsmeer te stichten met daarbinnen een hulpkerk die verbonden was met de parochie van Kudelstaart. Voor de karmelieten was de ligging nabij het station gunstig. De grond kochten de karmelieten van een boer en architect P.G.J. Pieterse maakte het ontwerp. Het klooster had ook een kloostertuin. De kerkdiensten voor de katholieke Aalsmeerders werden tot 1931 in de kloosterkerk gehouden, tot het nieuwe kerkgebouw naast MOOI Noord-Holland uitgave | 8
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
het klooster werd opgeleverd naar ontwerp van de Rotterdamse architect J.P.L. Hendriks. Hendriks bouwde veel kerken en andere katholieke gebouwen in het land in een sobere stijl, zoals de Amstelveense Sint Annakerk uit 1929 die inmiddels pal aan de snelweg A9 ligt. De Aalsmeerse kerk en klooster legde hij een stuk terug ten opzichte van de Stommeerweg, naast het klooster. De architectuur is sober. De entreepartij is een moderne interpretatie van de Romaanse bouwkunst, de toren kreeg een zadeldak. xiv De Stommeerweg is aan de zuidwestelijke zijde bebouwd met vrijstaande huizen. Tussendoor is ter hoogte van jachthaven Dragt een doodlopend dwarsstraatje aangelegd, maar daarna gaat de bebouwing in dezelfde trant verder, tot na de 1e J.C. Mensinghlaan plotseling de Westeinderplas in het zicht komt. Daar is aan de oever niet gebouwd, het water komt tot aan de straatkant en er is een weids uitzicht ontstaan, met aan de zuidzijde de karakteristieke watertoren. Watertorens werden sinds de negentiende eeuw gebouwd als reservoir van schoon drinkwater en voor de druk die het vat in de top van de toren uitoefende op de waterleiding. De Provinciale Waterleiding liet ingenieur Hendrik Sangster de toren ontwerpen, die met baksteen en betonnen decoratieve elementen tot en robuust gebouw kwam dat een belangrijk herkenningspunt aan de oever is gaan vormen.
De overgang van de bebouwing naar de openheid van de plas; De Watertoren vanaf de plas gezien.
Doorzicht vanaf de Brandewijnsloot naar het zuidoosten, met op de achtergrond de watertoren, c. 1910
MOOI Noord-Holland uitgave | 9
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Huidig ruimtelijk karakter Bebouwing Het beschermd dorpsgezicht Het plassenlint bestaat uit een gevarieerd, langgerekt stuk van het dorp aan de oever van de plassen. Het begint aan de noordzijde met de jachthavenvereniging De Nieuwe Meer, het voormalige station en het pand van Hilverda. Aan de Stommeerweg bevinden zich vervolgens het intieme Boomkwekerskerkhof, de robuuste RK kerk en het klooster met een plein ervoor een bijbehorende erfafscheiding aan de weg, twee woningen daarnaast, een rijtje huizen met de voorgevel dicht aan de stoep (Stommeerweg 23-31), de vrijstaande huizen op de hoeken met de Hadleystraat en het dubbele huis met een deels houten gevel van Berghoef op nummers 45-47. Aan de overzijde van de Stommeerweg bevinden zich het monumentale Witte Huis en de voormalige dokterwoning uit 1940. De bebouwing verder in zuidoostelijke richting stamt uit verschillende periodes en is heel afwisselend in stijl, maar er zijn met name redelijk traditionele huizen met een metselwerk gevel en een hellend dak. De schaal en ligging van alle gebouwen aan dit gedeelte van de Stommeerweg verschilt enorm en de rooilijn verspringt sterk, dat maakt de weg heel levendig van aard.
De vrijstaande notabelenwoningen zijn over het algemeen geplaatst in rijk beplante tuinen, een aantal heeft een botenhuis aan de waterkant en de panden aan de westkant zijn bereikbaar via bruggetjes over de sloot langs de Stommeerweg. De plotselinge overgang van de bebouwing, die eindigt met het woonhuis aan de Stommeerweg 120, naar de open waterkant is heel markant. De Stommeerweg 1-3 (stationsgebouw plus toiletgebouw) en de Stommeerweg 22 zijn beschermd als rijksmonument; het Boomkwekerskerkhof, de kerk, het klooster, het pand van Hilverda, en de gebouwen Stommeerweg 31, 45/47 en 120 zijn als gemeentelijk monument beschermd. De watertoren (Kudelstaartseweg 16) is een rijksmonument. Hij heeft met zijn markante silhouet en art deco ornamentiek een belangrijke plek aan het eind van dit dorpsgezicht. Groen en water Vooral water speelt in uiteenlopende gedaantes een cruciale rol in dit dorpsgezicht. Het vormt een structurerende, verbindende en beeldbepalende rol. Het water omringt de watersportvereniging waarvoor het water het bestaansrecht vormt. Achter de vrijstaande huizen aan de Stommeerweg is het water van de Kleine Poel van doorslaggevende waarde, tot aan de dwarsweg waaraan jachtgaven Dragt in het water gelegen is.
Daarachter bevindt zich opnieuw een rij vrijstaande huizen aan de zuidwestelijke zijde van de Stommeerweg, die met hun achterzijde aan de grote Westeinderplas grenzen. Veel huizen zijn daarom aan de waterkant van botenhuizen en steigers voorzien. Maar ook aan de straatzijde van dit beschermde dorpsgezicht komt water voor: langs de Stommeerweg is het de sloot met bruggetjes daar overheen die een schilderachtig beeld vormen. De bruggen dragen bij aan het karakteristieke Aalsmeerse beeld, net als het zicht op de waterpartijen. Beplanting vormt een gezichtbepalende rol in dit beschermd dorpsgezicht, en bestaat voor een belangrijk deel uit de bomen en beplanting in particuliere tuinen aan de Stommeerweg. De – soms heel grote - straatbomen in dit dorpsgezicht verrijken het straatbeeld enorm. Relaties met omgeving De onderdeden waaruit het langgerekte beschermde dorpsgezicht Het plassenlint is opgebouwd maken alle ook weer deel uit van een andere historische en ruimtelijke context.
MOOI Noord-Holland uitgave | 10
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
De bebouwing aan de Stationsweg en Stommeerweg is deel van een langer bebouwingslint dat helemaal doorloopt langs de oever van de Westeinderplas richting Kudelstaart. Het station behoorde tot een andere structuur, namelijk die van de spoorlijnen en stations van de Haarlemmermeerspoorwegen. De watertoren aan de plas is deel van een ander soort netwerk van waterleidinggebouwen. De waterpartijen binnen dit dorpsgezicht zijn onderling allemaal verbonden en bovendien ook weer verbonden met andere waterpartijen en waterlopen in de streek. De ringvaart loopt helemaal door om de Haarlemmermeer heen, de Kleine Poel en Westeinderplas zijn met elkaar verbonden. Het beschermde dorpsgezicht Het plassenlint zou gezien kunnen worden als een knooppunt van verschillende structuren die samenkomen in de kern van Aalsmeer.
Water en oevers in diverse verschijningsvormen
MOOI Noord-Holland uitgave | 11
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Project Het Waterfront In 2021 is in opdracht van de gemeente Aalsmeer het gebied langs de zuidelijke oever van de Westeinderplassen opnieuw ingericht. Dit project heet Het Waterfront en heeft als doel het recreatief gebruik van de plasoevers te vergroten, een aantrekkelijke wandelboulevard langs het water te realiseren en de publiektoegankelijkheid van de watertoren te vergroten. De planlocatie is gelegen in Aalsmeer aan de Westeinderplassen en loopt van de Stommeerweg, langs de Kudelstaartseweg tot aan het Surfeiland. Het noordelijke deel van de planlocatie, vanaf de watertoren, ligt binnen het gemeentelijk beschermde dorpsgezicht Het Plassenlint. Ruimtelijke toevoegingen ten opzichte van de situatie van vóór 2021 zijn een wandelboulevard, met aan de waterzijde daarvan een oever van waterbouwstenen, vlonders, vissteigers, zitelementen en trappen, overwegend uitgevoerd in beton. Hoewel de nieuwe inrichting van de oevers als gevolg van dit project geen historisch waardevol onderdeel van het beschermde dorpsgezicht Het Plassenlint vormt, is het wel van belang dat toekomstige ontwikkelingen binnen dit Waterfront-gebied zich voegen binnen de ruimtelijke karakteristiek van het beschermde dorpsgezicht, en dat deze door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit worden getoetst aan de voorschriften en de uitgangspunten uit deze waardestelling.
Uitvoeringsontwerp Overzicht situatie Waterfront Aalsmeer, 2021 (noordelijke deel)
MOOI Noord-Holland uitgave | 12
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Foto genomen vanaf de watertoren, in noordelijke richting, tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, medio september 2021
Foto genomen in zuidelijke richting, 2021
MOOI Noord-Holland uitgave | 13
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Begrenzing Het uitgestrekte beschermde dorpsgezicht Het plassenlint begint bij het punt waar de Stationsweg overgaat in de Stommeerweg, met de bebouwing aan weerszijden. De bebouwing aan de noordzijde behoort tot het beschermde gezicht vanaf de Stommeerkade tot en met de nummers 45-47, en vervolgens de woningen aan de Stommeerweg van 87 tot en met 135 en de woning aan de Zwarteweg 1. Aan de zuidzijde behoren alle percelen tot het beschermde gezicht, vanaf de Kolenhaven tot en met de watertoren. Ook de achterzijde van deze percelen aan de waterkant behoren tot het beschermde gezicht. De dwarsweg naar Jachthaven Dragt en de bebouwing aan deze dwarsweg behoort niet tot de bescherming. De oevers aan ‘het Waterfront’ zijn toegevoegd binnen de begrenzing van het beschermde dorpsgezicht. De precieze begrenzing van het beschermd dorpsgezicht wordt aangeduid op de begrenzingskaart:
MOOI Noord-Holland uitgave | 14
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Waardering
Cultuurhistorische waarde Het beschermde dorpsgezicht Het plassenlint heeft lokale cultuurhistorische waarde door de veelheid aan dorpse functies die hier bij elkaar komen. Enerzijds zijn dat functies die typisch voor Aalsmeer zijn, zoals de turfwinning die veenplassen veroorzaakte, de waterrecreatie, de woonhuizen met botenhuizen en steigers aan de plas, en het weidse uitzicht over de plas zelf. Anderzijds zijn het meer algemene dorpsfuncties die hier samenkomen, zoals de begraafplaats, de rooms-katholieke kerk en het klooster, het station, de watertoren en villabebouwing. De combinatie van al deze voor de Aalsmeerse ontwikkeling cruciale historische functies maakt dit beschermde dorpsgezicht van grote cultuurhistorische betekenis. Stedenbouwkundige waarde Het uitgestrekte beschermde dorpsgezicht Het plassenlint vormt als oever van de Kleine Poel en Westeinderplas een karakteristieke stedenbouwkundige structuur met losse bebouwing daarlangs. Dat de rij plotseling stopt en de oever van de plas in beeld komt, is heel karakteristiek en waardevol voor het gebied. Openbare ruimte en groenstructuur Het beschermde dorpsgezicht Het plassenlint is een langgerekt, waterrijk gebied tegen de dorpskern aan. Waterpartijen met voor een belangrijk deels groene oevers bepalen het dorpsgezicht voor een belangrijk deel.
Het groene karakter van de particuliere tuinen speelt in dit beeld ook een grote rol. Met name de westelijke zijde van dit beschermde gezicht is opmerkelijk open, groen en landelijk van uitstraling, wat een contrast vormt met het dichter bebouwde dorpscentrum en de woonwijken in de Stommeer en de Hornmeer. Dit contrastrijke gebied heeft landschappelijke waarde en is heel karakteristiek voor Aalsmeer. Bebouwing De zeer gevarieerde bebouwing in het beschermde dorpsgezicht is lokaal van groot belang. Verschillende periodes in de architectuurgeschiedenis zijn hier vertegenwoordigd. Zowel ‘alledaagse’ architectuur van hoge kwaliteit uit diverse tijdvakken (zoals vrijstaande villa’s en rijtjeswoningen aan de Stommeerweg) als bijzondere architectuur (watertoren, kerk) van landelijke bekende architecten (Dick Greiner, J.F. Berghoef, J.G, Wattjes, J.P.L. Hendriks) komen hier voor. Van grote waarde is deze bebouwing dankzij de grote variatie aan functies, de afwisselende schaal en plaatsing aan de weg en aan het water, de zorgvuldigheid in de materiaalkeuze, uitwerking en detaillering van de architectuur.
MOOI Noord-Holland uitgave | 15
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Toekomstige ontwikkelingen Voor toekomstige ontwikkelingen is het belangrijk dat de contrasten en variatie binnen de lintstructuur van de Stommeerweg tot aan de watertoren, inclusief het zicht op de Westeinderplas, gerespecteerd en waar mogelijk versterkt worden. Van belang zijn de lommerrijke groene oevers van de Kleine Poel en de Westeinderplas. Het groene, landelijke karakter contrasteert op sommige plekken sterk met de dichtere bebouwing van het dorp en de woonwijken aan de noordoostelijke kant van de Stommeerweg. Het lint kent een aantal gebouwen met een (oorspronkelijk) publieke functie of een publieke uitstraling. Dit komt onder meer tot uiting in lange horizontale lijnen en het verticale accent van de watertoren. De woonbebouwing kenmerkt zich door een deftige soberheid en soms een zekere statigheid, een karakteristiek die zijn hoogtepunt beleefde in de architectuur van Berghoef. De bebouwing is sterk op het landschap betrokken. In combinatie met het weidse uitzicht over het water biedt dit een verrassende afwisseling die zeer kenmerkend is voor het karakter van Aalsmeer. Toekomstige ontwikkelingen dienen hierbij aan te sluiten. Deze karakteristiek geeft een zekere vrijheid voor een gevarieerde invulling en een diversiteit, maar legt wel beperkingen op aan de vormgeving van toekomstige ontwikkelingen.
Deze dienen zich te conformeren aan de grote lijnen en de eenvoud van hoofdvorm die de architectuur en het landschap van het lint kenmerkt. Een te uitbundige vormgeving is in deze omgeving ongewenst. De woonbebouwing aan de Stommeerweg is gevarieerd, maar over het algemeen van hoge kwaliteit omdat het zorgvuldig is uitgewerkt en op elkaar is afgestemd. Nieuwe bebouwing zou met dit karakter rekening moeten houden in schaal, karakter, detaillering en materialisering. Voor de architectonische uitwerking ligt de lat hoog in dit gebied.
MOOI Noord-Holland uitgave | 16
BESCHRIJVING BESCHERMD DORPSGEZICHT HET PLASSENLINT
Bronnen Literatuur en rapporten - Hans Alderen en Jan Willem de Wijn, Reis door de tijd. Aalsmeer, Kudelstraat en Calslagen door de eeuwen heen. Aalsmeerse Historische reeks nr. 4, Aalsmeer, 2004 - Corn. Buis, Aalsmeer, van mensen en dingen deel III, Aalsmeer, 1990 - C. Gras, R. Kersbergen, Atlas van historische topografische kaarten Noord-Holland, 1894-1923, Landsmeer, 2003 - M.J. ’t Hart, Aelsmeer, beknopte geschiedenis van een opmerkelijk dorp, Aalsmeer, 1992 - Ad de Jonge, Piet van der Meulen, Wim Roodenburg, Oud Aalsmeer in onbekende foto’s, deel I, Aalsmeer, 1997 - Ad de Jonge, Piet van der Meulen, Wim Roodenburg, Oud Aalsmeer in onbekende foto’s, deel II, Aalsmeer, 1999 - Twan Jütte, Frederik Groos, Leo Kiep e.a., Welstandsnota Aalsmeer, Aalsmeer, 2009 - Henk van Leeuwen, ‘Verenigingsgebouw Watersportvereniging Nieuwe Meer, Oud Nuus, nr. 131, augustus 2003, p. 19 - Sociografisch bureau, ‘Moderne monumenten’, De Meerlanden, Aalsmeer, Haarlemmermeer, Uithoorn, 3e en 4e kwartaalbericht 1985, Hoofddorp, 1985 - Stichting Oud Aalsmeer en Stichting KCA, Beschermde dorpsgezichten in Aalsmeer, voorstel, 28 februari 2008 - J.S. Visser, Bureau Landzij, Gebroken landen, geheelde gronden. Globale cultuurhistorische analyse (CHA) Gemeente Aalsmeer. Landschapsgeschiedenis en aanzet voor deelgebieden en beschermde dorpsgezichten, 17 november 2011 - J.M.
Wentzel, Aalsmeer in oude ansichten, Zaltbommel 1969 Overige bronnen - Beeldbank van het Noord-Hollands Archief Colofon Mooi Noord-Holland adviseurs omgevingskwaliteit, 2014, aangevuld in 2022 Dorine van Hoogstraten met medewerking van Frederik Groos Noten bij de tekst i Tekst Monumentenwet 1988, artikel 1f ii Stichting Oud Aalsmeer en Stichting KCA, 2008 iii Visser, Bureau Landzij, 2011, p. 81-90 iv Meer informatie over de geschiedenis van de bodem en het ontstaan van veen, zie: Visser, bureau Landzij,
2011 v Visser, Bureau Landzij, 2011, p. 27 vi Visser, Bureau Landzij, 2011, p. 45 vii ’t Hart, 1992, p. 339 viii ’t Hart, 1992, p. 226-232 ix Alderen en De Wijn, 2004 x Sociografisch bureau, 1985, p. 103; Van Leeuwen, 2003, p. 19 xi ’t Hart, 1992, p. 311 xii ’t Hart, 1992, p. 309 xiii ’t Hart, 1992, p. 323 en Sociografisch bureau, 1985, p. 107 en p. 121 xiv De Jonge, Van der Meulen, Roodenburg, 1997, p. 18; ’t Hart, 1992, p. 90-92; Sociografisch bureau, 1985, p. 116
MOOI Noord-Holland uitgave | 17