Bijlage 2 - Rapportage quickscan flora & fauna
Tekst van het document
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN UITERWEG 93 WS-5 TE AALSMEER
Eindrapport
QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN UITERWEG 93 WS-5 TE AALSMEER
rapportnummer 2024.4496 2 september 2024 In opdracht van: NOWA Design Studio Mr. Jac. Takkade 3a 1432 CA Aalsmeer
Adviesbureau Mertens B.V.
Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl
© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2024. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 5 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 5
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 6 2.1 BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN IN DE OMGEVINGSWET.............................................................. 6 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 7
3. METHODE........................................................................................................................................................... 8
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING ...................................................................................... 9 4.1 BESTANDE GEGEVENS .............................................................................................................................. 9 4.2 FLORA ...................................................................................................................................................... 9 4.3 VLEERMUIZEN ........................................................................................................................................... 9 4.4 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 10 4.5 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 10 4.6 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 10 4.7 VISSEN ................................................................................................................................................... 10 4.8 REPTIELEN .............................................................................................................................................
11 4.9 OVERIGE ................................................................................................................................................ 11
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 12
GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 13
BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 14 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 15 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 16 3. VOORWAARDEN ................................................................................................................................... 18
Adviesbureau Mertens
1
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
1. INLEIDING
1.1 Inleiding Er is het voornemen voor het verplaatsen van een woonark aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer (zie figuur 1 voor de globale ligging en bijlage 1 voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied). Deze ontwikkeling zal samen gaan met de vervanging van de woonark en de bouw van een botenhuis. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Omgevingswet. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Renkum is gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied van de te verplaatsen woonark aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer (rood).
1.2 Het plangebied en de plannen Ter hoogte van Uiterweg 93 te Aalsmeer is een woonark gelegen. Deze woonark was ten tijde van onderhavig onderzoek niet meer in gebruik en de woonark is bedekt met bitumen. Rond de woonark is tuin gelegen. Het initiatief bestaat uit de het verplaatsen van de ligplaats naar het westen waarvoor een nieuwe ligplaats gegraven dient te worden. Deze nieuwe ligplaats bestaat uit een grasland met aan de waterkant een haag met beschoeide oever. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op donderdag 22 augustus 2024.
Adviesbureau Mertens
2
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer op donderdag 22 augustus 2024 (bestaande locatie).
Adviesbureau Mertens
3
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
Vervolg figuur 2. Foto- impressie van het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer op donderdag 22 augustus 2024 (nieuwe locatie).
Adviesbureau Mertens
4
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie?
1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 3 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.
Adviesbureau Mertens
5
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Beschermde planten- en diersoorten in de Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet zorgt er, simpel gezegd, voor dat alle regels over de fysieke leefomgeving duidelijker en overzichtelijker worden, de leefomgeving integraal wordt benaderd en leidt tot snellere en betere besluiten. In de Omgevingswet is ook de natuurbescherming geregeld die voorheen werd geregeld via de Wet natuurbescherming. Het doel is één wet voor alle activiteiten in de fysieke leefomgeving en is ingegeven door de vraag naar een eenvoudige en overzichtelijke wet. De Omgevingswet is meer gericht op maatwerk, door meer ruimte te geven aan overwegingen van decentrale overheden. De huidige Wet natuurbescherming is bij het inwerkingtreden ‘aangehaakt’ en de huidige onderdelen van de Wet natuurbescherming worden dus in het stelsel van de Omgevingswet opgenomen. Het stelsel van de Omgevingswet zit anders in elkaar dan de Wet natuurbescherming, ondanks het aanhaken. In de Omgevingswet wordt niet gesproken over verbodsbepalingen met betrekking tot soorten, maar over het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1. tweede lid, aanhef en onder g Omgevingswet).
Wat de schadelijke handelingen zijn en hoe en welke soorten beschermd zijn, staat in het Bal1 in 11.2.2 (soorten vogelrichtlijn), 11.2.3 (soorten Habitatrichtlijn) en 11.2.4 (andere soorten). In deze paragrafen staan de vergunningsplichtige en vergunningsvrije cases en uitzonderingen op de vergunningsplicht. De schadelijke handelingen waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, komen overeen met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Ook de beschermde gebieden en soorten komen overeen met die uit de Wet natuurbescherming. De aanvraagvereisten zijn wel vergroot (zie 7.1.8a.2 t/m 7.1.8a.5). Er wordt meer informatie verlangd inzake de onderbouwing van onderzoek, deskundigheid van onderzoeker(s) en resultaten alsmede mitigatie- of compensatiemaatregelen. Het bevoegd gezag moet nagaan of de aanvraag volledig is en de aanvrager zo nodig in de gelegenheid stellen om zijn aanvraag aan te vullen. De volledigheidstoets houdt in dat het bevoegd gezag nagaat of voor de aangevraagde activiteit een natuurvergunning nodig is. Net als onder de Wet natuurbescherming komt er onder de Omgevingswet weer een algemene vrijstelling voor algemene soorten zoals bosmuis en bruine kikker (art. 4.31 Or en bijbehorende bijlage V11c). Ook de zorgplicht van de Wet natuurbescherming is opgenomen onder de Omgevingswet.
De Wet natuurbescherming stelt dat ‘een ieder’ voldoende zorg in acht moet nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht onder de Omgevingswet krijgt een bredere basis. In de Omgevingswet is immers een algemene zorgplicht opgenomen voor de gehele fysieke leefomgeving en specifieke zorgplichten in het Bal. Het betreft eventueel significant verstorende gevolgen voor Natura 2000-gebieden (art. 11.6 Bal) en activiteiten met gevolgen voor in het wild levende dieren en planten (art. 11.27 Bal). In lid 1 wordt de algemene zorgplicht herhaald en in lid 2 wordt de specifieke zorgplicht voorgeschreven. In lid 2 is voorgeschreven hoe aan de zorgplicht moet worden voldaan, dit gaat dus verder dan de algemene zorgplicht. Standaard aanvullend op Wet natuurbescherming is dat: Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt. Als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, worden passende herstelmaatregelen getroffen als zich, ondanks de getroffen maatregelen, verslechterende of significant verstorende gevolgen voordoen voor de leefgebieden, natuurlijke habitats of habitats van soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
1
Besluit en Regeling natuurbescherming.
Adviesbureau Mertens
6
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024 Vooralsnog lijkt het er op dat de Omgevingswet voor natuurbescherming niet veel veranderingen met zich mee brengt. De huidige Wet natuurbescherming wordt bij het inwerkingtreden immers ‘aangehaakt’. De lijn van ‘verzwaring van onderzoek en onderbouwing’ die sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming in 2017 is ingezet, lijkt doorgang te vinden. Daarnaast is ‘monitoring van effecten’ en ‘staken activiteiten bij negatieve gevolgen’ standaard geworden onder de Omgevingswet hetgeen voorheen alleen werd vereist in sommige vergunningen die verleend werden onder de Wet natuurbescherming.
2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien. Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe, voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de soortbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. De zorgplicht is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten.
Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.
Adviesbureau Mertens
7
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
3. METHODE
Op donderdag 22 augustus 2024 is een bezoek gebracht aan het plangebied en directe omgeving aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Gedurende dit bezoek is het gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.
Adviesbureau Mertens
8
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING 4.1 Bestande gegevens Bestaande gegevens over het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten in en direct rond het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer berusten op waarnemingen van vogels. Van vogels is onduidelijk of het broedvogels betreffen of dat het foeragerende / vliegende vogels zijn. 4.2 Flora Het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer is volledig in cultuur gebracht. Ook de oevers van de watergangen zijn beschoeid. In de watergang ter hoogte van het plangebied groeien geen water- of oeverplanten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op donderdag 22 augustus 2024 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld in of direct rond het plangebied. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. 4.3 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan volledig worden uitgesloten.
In de woonark aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer zijn geen geschikte openingen vastgesteld waarin vleermuizen kunnen verblijven. Het ontbreekt aan geschikte openingen in muren en dak. In de muren en het dak ontbreekt het aan geschikte gaten waarin vleermuizen zich kunnen ophouden. In de muren ontbreekt het aan gaten en openingen zoals open stootvoegen. Voegen zijn volledig gedicht en het dak is volledig aangesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek zijn ook geen sporen van vleermuizen vastgesteld zoals keutels en afgebeten vleugels van vlinders op bijvoorbeeld kozijnen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. Met de realisatie van de plannen gaan geen doorgaande landschapselementen verloren voor vleermuizen. De woonark aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer wordt vervangen in de directe omgeving waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve elementen waarop vleermuizen zich kunnen oriënteren. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in het plangebied of aansluiten op het plangebied. Negatieve effecten op migratieroutes van vleermuizen worden derhalve uitgesloten.
Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (verhardingen). Het plangebied is nu niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. Adviesbureau Mertens
9
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
4.4 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Voor steenmarter is het plangebied geen leefgebied omdat er geen sporen zijn vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek op donderdag 22 augustus 2024. Daarnaast ontbreekt het aan geschikte gaten en openingen waarin de steenmarter kan verblijven. 4.5 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op donderdag 22 augustus 2024zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve volledig worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving kunnen algemene broedvogels broeden zoals waterhoen, meerkoet, merel, roodborst en winterkoning. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken, rooien opgaand groen buiten het broedseizoen). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de soortbescherming van de Omgevingswet worden overtreden. 4.6 Amfibieën Rugstreeppad komt voor rond Aalsmeer.
De rugstreeppad is een soort van gronden met een hoge dynamiek en de rugstreeppad heeft momenteel dus geen potentieel leefgebied in het plangebied in het gebied Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer (het gebied is volledig begroeid en oevers zijn beschoeid). In het plangebied ontbreekt het aan leefgebied als gevolg van het ontbreken van een pioniervegetatie of mogelijkheden voor de rugstreeppad om zich voort te planten. De oevers zijn ongeschikt als leefgebied voor de rugstreeppad omdat deze zijn beschoeid. Daarnaast is er veel vis in de Westeinderplassen, wat negatief is voor de rugstreeppad. Het voorkomen van de rugstreeppad kan derhalve worden uitgesloten in het plangebied. Door binnen en direct rond het plangebied geen waterplassen te laten ontstaan in de aanlegfase, kan vestiging van de rugstreeppad in de aanlegfase ook volledig worden uitgesloten. In de tuin komen mogelijk gewone pad, bruine kikker en groene kikker voor. Voor deze algemeen voorkomende amfibieën is de zorgplicht van toepassing. Deze soorten mogen niet worden verwond. Daarom dient er één kant op gewerkt te worden bij de start van de werkzaamheden in plantsoenen en tuinen zodat eventueel aanwezige algemeen voorkomende amfibieën het plangebied kunnen verlaten. 4.7 Vissen De Westeinderplas, ter hoogte van het plangebied zijn niet van wezenlijk belang voor vissen doordat een water- en oevervegetatie ontbreekt.
Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming zijn bijvoorbeeld kleine modderkruiper, meerval en bittervoorn al niet meer beschermd. Voor de nog wel
Adviesbureau Mertens
10
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024 beschermde grote modderkruiper zijn de oevers ter hoogte van het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer geen leefgebied doordat geschikte ecotopen ontbreken (wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie). Grote modderkruiper heeft namelijk een voorkeur voor verlandende wateren in laag dynamische overstromingsvlakten en moerasgebieden. Hiervan is rond onderhavige plangebied ter hoogte van de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer geen sprake. In Nederland ligt een aanzienlijk deel van het leefgebied in de sloten van ingepolderde voormalige overstromingsvlakten. Het plangebied aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer is hierin niet gelegen. Het voorkomen van en negatieve effecten op beschermde vissen worden derhalve uitgesloten.
4.8 Reptielen Op basis van regionale verspreiding blijkt dat de ringslang sporadisch voorkomt. Het perceel aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer heeft geen geschikt habitat voor ringslang. Broeihopen, opgaande kruidachtige vegetaties en water met water- en oeverplanten ontbreekt aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer waardoor het voorkomen van ringslang wordt uitgesloten. Gezien de huidige aanwezige ecotopen en de verspreiding van reptielen, kan de aanwezigheid van overige reptielen tevens worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen worden derhalve uitgesloten.
4.9 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen. Negatieve effecten op overige beschermde diersoorten worden derhalve uitgesloten.
Adviesbureau Mertens
11
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE
Er is het voornemen voor het verplaatsen van een woonark aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken, verwijderen opgaand groen buiten broedseizoen). Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Omgevingswet worden overtreden. Het voorkomen van en negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen en vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan tevens worden uitgesloten. Door binnen en direct rond het plangebied geen waterplassen te laten ontstaan in de aanlegfase, kan vestiging van de rugstreeppad in de aanlegfase ook volledig worden uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden negatieve effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; voor het verplaatsen van een woonark aan de Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer is geen vergunning flora- en fauna activiteit vereist. De zorgplicht blijft onverkort van kracht.
Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
Adviesbureau Mertens
12
Renkum
Quick quick scan beschermde planten- en diersoorten Uiterweg 93 WS-5 te Aalsmeer. Eindrapport 2 september 2024
GERAADPLEEGDE LITERATUUR
Literatuur Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348. Bij 12, 2022. Kennisdocument Huismus, Utrecht, 1-55. Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368. Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584. Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Overijssel, 1-260. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet.
Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84.
Website www.ravon.nl www.waarneming.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.zoogdiervereniging.nl www.netwerkecologischemonitoring.nl www.verspreidingsatlas.nl
Adviesbureau Mertens
13
Renkum
BIJLAGEN
1. PLANGEBIED
2. BEGRIPPEN
Baltsplaats
Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.
Foerageergebied
Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.
Foerageerplaats
Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.
Kolonie
Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.
Migratieroute
Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.
Paarplaats
Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.
Verblijfplaats
Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).
Vliegroute
Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.
Voorbijvliegend
Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.
Zwermen
Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap
(hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.
3. VOORWAARDEN
Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.
Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.