CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Externe veiligheid.pdf

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 27 juni 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Oosteindedriehoek; bestemmingsplan, exploitatieplan, besluit Wet geluidhinder, beeldkwaliteitplan en vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit2.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Roosdom Tijhuis RSD002 12 april 2023

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Roosdom Tijhuis RSD002 20230412-RSD002-RAP-EV 2.0 Definitief 12 april 2023

Opsteller: PC

-+C0PC+-

Verificatie: T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

BZ Validatie: BZ

© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+R0BZ+-

-+V0BZ+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 Transport over waterwegen .......................................................................................................................................... 6 Transport over wegen.................................................................................................................................................. 6 Transport over het spoor .............................................................................................................................................. 8

3.1 3.2 3.3

Inleiding ................................................................................................................................................................... 9 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 9 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................. 9

4.1 4.2 4.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 10 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 10 Inventarisatie relevante inrichting ................................................................................................................................ 10

3

1

INLEIDING In opdracht van Roosdom Tijhuis is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van de ontwikkeling van deelgebied 1 van de Oosteindedriehoek te Aalsmeer. Het plan omvat de realisatie van woonfuncties en een basisschool met aanvullende functies. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (bron: Google Maps)

In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.

4

2

TRANSPORTASSEN

2.1

Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.

2.2

Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen.

De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.

5

Tabel 1

Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3

2.3

Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. 40 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.

Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden 1.070 meter bedraagt (GT3-stoffen). Binnen een afstand van 1.070 meter van het plangebied bevindt zich geen waterweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over waterwegen vormen geen belemmeringen voor de planvorming.

2.4

Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Voor het plangebied zijn de volgende wegen mogelijk relevant: - rijksweg A9 - provinciale wegen N521 en N196. De ligging van deze wegen ten opzichte van het plangebied zijn weergegeven in afbeelding 2.

6

Afbeelding 2

Ligging plangebied (rode omlijning) ten opzichte van wegen (bron: Google Maps)

A9 Op circa 2.650 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich de rijksweg A9 (wegvak N86). Deze weg is opgenomen in Basisnet. Gelet op de ruimtelijke scheiding is het plaatsgebonden risico en het PAG1 van deze weg geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is het ook niet noodzakelijk de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Op grond van de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A9 ter hoogte van het plangebied sprake is van LF1, LF2, LT1, LT2 en GF3-transporten. Het plangebied ligt hiermee niet binnen het invloedsgebied van deze weg. Deze weg vormt derhalve geen aandachtspunt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Provinciale wegen N521 en N196 Op een afstand van circa 1,7 kilometer ten oosten van het plangebied is de N521 gelegen en op circa 3,4 kilometer ten zuiden van het plangebied ligt de N196. Over beide wegen vindt of vond transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Beide wegen zijn niet opgenomen in het Basisnet weg. Wel kan gesteld worden dat op grond van de ruimtelijke scheiding de PR10-6-risicocontour en het PAG geen belemmeringen vormen voor het plan.

Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is het ook niet noodzakelijk de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Navraag bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft geen aanvullende informatie opgeleverd ten aanzien van de stoffen die over deze wegen getransporteerd worden. Uitgaande van de bedrijven die langs deze wegen liggen, is het aannemelijk dat hier enkel LF1, LF2 en GF3-stoffen over getransporteerd worden. Op grond van deze stoffen kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze wegen ligt. Deze wegen vormen derhalve geen aandachtspunt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. 1 Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit transportroutes externe veiligheid. Dit is een gebied

van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd

7

2.5

Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Binnen een straal van 4 kilometer rondom het plangebied zijn geen spoorlijnen aanwezig waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.

8

3

BUISLEIDINGEN

3.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.

3.2

Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.

3.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de Signaleringskaart is geconstateerd dat binnen 580 meter rondom het plangebied geen buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Dit aspect vormt geen belemmering voor de planvorming, waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is.

9

4

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN

4.1

Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.

4.2

Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing zijn, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning.

De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

4.3

Inventarisatie relevante inrichting Met behulp van de signaleringskaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de omgeving van het plangebied weergegeven.

10

Afbeelding 3

Ligging inrichtingen ten opzichte van het plan (rode ster) (bron: signaleringskaart)

Uit afbeelding 4 volgt dat in binnen het plangebied een risicovolle inrichting aanwezig is. Echter als gevolg van de planvorming zal deze inrichting geamoveerd worden, waardoor het plangebied niet meer binnen een invloedsgebied of effectafstand van een risicovolle inrichting is gelegen. Aangezien Inrichtingen in de omgeving van het plangebied geen belemmering vormen voor de voorgenomen planontwikkeling, is een verantwoordingsplicht niet aan de orde.

11

5

LUCHTHAVENBESLUIT (LIB) Het plangebied ligt conform het LIB binnen het beperkingengebied van de luchthaven Schiphol. In de onderstaande afbeelding zijn de betreffende gebieden weergegeven.

Afbeelding 4

Schematische ligging van de planlocatie binnen maatgevende toetshoogte

Uit de toetsing blijkt dat het plangebied niet binnen bebouwingsbeperkingen ligt. Wel wordt het plangebied geraakt door de volgende toetsvlakken: - maatgevende toetshoogte - maatgevende toetshoogte radar - beperking aantrekken vogels - beperking voor windturbines en lasers. Maatgevende toetshoogte De maximale planologische bouwhoogte voor de geprojecteerde bebouwing bedraagt 20 meter. Hiermee vormt de toetshoogte van 21 meter boven NAP geen aandachtspunt. Beperking aantrekken vogels Aangezien aanvaringen tussen vogels en luchtvaartuigen een reëel gevaar vormen voor de luchtvaart, is dit eveneens een aandachtspunt. De beperking gelden o.a. voor industrie in de voedingssector, viskwekerijen, opslag of verwerking van afvalstoffen en moerasgebieden. Aangezien deze functies niet binnen het plangebied mogelijk gemaakt worden, vormt dit aspect geen belemmering voor de planvorming.

12

Toetszone windturbines en lasers Windturbines en laserinstallaties kunnen hinder veroorzaken voor landend en startend vliegverkeer en zorgen voor verstoring van luchtverkeersapparatuur. Aangezien het plan deze functies niet mogelijk maakt, vormt ook dit punt geen belemmering voor de planvorming. Geconcludeerd kan worden dat bovengenoemde punten geen belemmering vormen voor de verdere planontwikkeling.

13

6

CONCLUSIE In opdracht van Roosdom Tijhuis is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van de ontwikkeling van deelgebied 1 van de Oosteindedriehoek te Aalsmeer. Het plan omvat de realisatie van woonfuncties. Transport over het water en het spoor De planlocatie bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van een waterweg of spoorweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water en het spoor vormen derhalve gen belemmering voor het plan. Een verantwoording is niet aan de orde. Transport over de weg Binnen een straal van 4.000 meter rondom het plangebied bevinden zich de rijksweg A9 (wegvak N86) en de provinciale wegen N521 en N196, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plaatsgebonden risico en het PAG vormen geen aandachtspunt voor de planontwikkeling. Gebleken is dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze wegen ligt, waardoor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg geen belemmering vormen voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een hogedrukaardgasleiding.

De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen belemmering voor de planvorming, waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Inrichtingen Binnen het plangebied is een risicovolle inrichtingen aanwezig, echter als gevolg van de planvorming wordt deze inrichting geamoveerd, waardoor geen invloedsgebied van een risicovolle inrichting meer tot over het plangebied reikt. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Luchthavenbesluit (LIB) Het plangebied ligt conform het LIB binnen het beperkingengebied van de luchthaven Schiphol. Het plangebied wordt geraakt door enkele toetsvlakken. Gebleken is echter dat deze toetsvlakken geen belemmering vormen voor de verdere planontwikkeling.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=118d76a2-82b6-4ec1-8396-9b939209f32a