CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 11 toelichting Nota van Beantwoording artikel 3.1.1. - reacties.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 9 februari 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Parkmeer, besluit hogere waarden Wet geluid-hinder, aanvullende welstandscriteria1.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Beantwoording artikel 3.1.1- reacties Voorontwerpbestemmingsplannen Parkmeer Procedure Het voorontwerpbestemmingsplan is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening op 5 juni 2020 verzonden naar de overleginstanties met het verzoek om op uiterlijk 3 juli 2020 te reageren. Ingekomen vooroverlegreacties - Bij mail van 7 juli 2020 heeft Hoogheemraadschap Rijnland verzocht om een week respijt om te kunnen reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Bij mail van dezelfde datum is dat respijt namens de gemeente verleend. Hoewel er diverse mailen is geïnformeerd/gerappelleerd, is er geen reactie meer ontvangen van Rijnland. - Bij brief van 25 juni is een is een advies ontvangen van de Brandweer Amsterdam Amstelland, zie bijlage Advies Brandweer. De Brandweer is namens de Veiligheidsregio de adviseur op het gebied van externe veiligheid. De Brandweer geeft in zijn advies aan dat de kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen klein is, maar een ongeval is niet onmogelijk. Om de mogelijke gevolgen voor het plangebied te kunnen bepalen is inzicht in het potentiële gevaar nodig. Gevaren en gevolgen De kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen is klein, maar een ongeval is niet onmogelijk. Om de mogelijke gevolgen voor het plangebied te kunnen bepalen is inzicht in het potentiële gevaar nodig.

Dit gevaar wordt veroorzaakt door de effecten van mogelijke ongevalsscenario’s met een aardgastransportleiding, een (milieu)inrichting of een vliegtuig. De effecten zijn een (fakkel)brand, een giftige wolk of de impact van een neerstortend vliegtuig in combinatie met brand. Hieronder worden de voor het plangebied maatgevende ongevalsscenario’s en de gevolgen voor het plangebied beschreven. Risicobron aardgastransportleiding Ten zuiden van het plangebied ligt een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding. Bij een ongeval met het transport van aardgas via een hogedruk buisleiding, bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden, kan het scenario fakkelbrand optreden. Bij dit scenario kunnen, tot op een afstand van ongeveer 140 meter van het ongeval met de aardgastransportleiding, binnen en buiten aanwezige personen in het plangebied (dodelijk) slachtoffer worden door warmtestralingseffecten.

buisleiding tracé met effectafstanden van 70 en 140 meter vanaf het tracé.

Risicobron (milieu)inrichting Het plangebied ligt binnen de effectafstand van ongeveer 1350 meter van een (milieu)inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Dit betreft bedrijf Janssen Biologics B.V. gelegen aan de Koolhovenlaan 112 te Schiphol-Rijk. Bij een ongeval ter plaatse van een (milieu)inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, bijvoorbeeld een brand in een opslagloods met gevaarlijke stoffen, kan een giftige wolk ontstaan. Afhankelijk van specifieke omstandigheden zoals het weer kan de giftige wolk tot op ongeveer 1350 meter voor slachtoffers zorgen. Aanwezige personen buiten kunnen (dodelijk) slachtoffer worden van de giftige wolk. Gebouwen kunnen enige tijd bescherming bieden tegen een giftige wolk als ramen en deuren worden gesloten en de mechanische ventilatie kan worden uitgezet.

Inrichting met effectafstand. het plangebied ligt onderin de blauwe cirkel rechtsboven te tekst ‘Aalsmeer’ Risicobron luchtvaart Het plangebied ligt binnen het afwegingsgebied externe veiligheid van het luchthavenindelingsbesluit (LIB). Het plangebied ligt in zone 5. Er bestaat een enigszins verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers. De kans op het scenario ‘luchtvaartongeval als gevolg van een neerstortend vliegtuig’ is klein maar een vliegtuigongeval is niet onmogelijk. Wanneer een vliegtuig neerstort op bebouwing dan kan door de impact veel schade ontstaan en kunnen gebouwen instorten. Als gevolg van de aanwezigheid van (grote hoeveelheden) brandstof kunnen secundaire branden ontstaan binnen en buiten de directe omgeving van de crashlocatie. De achterliggende uitgangspunten van ongeval scenario’s met gevaarlijke stoffen, meer gedetailleerde scenariobeschrijvingen met een indicatie van effectafstanden, slachtofferbepalingen en maatregelen kunnen gevonden worden in het scenarioboek. www.scenarioboekev.nl. Zelfredzaamheid Personen ter plaatse van het plangebied zijn in de eerste minuten na een ongeval met gevaarlijke stoffen op zichzelf en andere personen in het plangebied aangewezen. Wanneer personen snel handelen hebben zij meer kans om zichzelf en anderen in veiligheid te kunnen brengen. Weten wat de gevaren zijn bevordert snel handelen.

Gebruikers van het plangebied kunnen worden voorbereid op de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De zelfredzaamheid kan worden bevorderd door aanwezigen te informeren over het handelingsperspectief bij een incident. Bij het scenario fakkelbrand aardgastransportleiding is het handelingsperspectief voor personen die zich binnen of buiten bevinden: vluchten van de brand af, indien mogelijk onder dekking van objecten. Als gebouwen voldoende bestand zijn tegen een hogere warmtestralingsbelasting en/of

relatief verder van het incident zijn gelegen dan is het mogelijk veiliger om binnen te blijven schuilen. Een en ander is situatieafhankelijk. Een fakkelbrand is door zijn hitteontwikkeling en bulderend geraas door het uitstromende gas direct waarneembaar voor aanwezigen in het plangebied. Personen in het plangebied die zich binnen in gebouwen bevinden, of (snel) naar binnen kunnen vluchten, zijn grotendeels beschermd tegen de effecten van een giftige wolk scenario. In het geval van een giftige wolk is de luchtdichtheid van het gebouw, de mogelijkheid tot het uitschakelen van de ventilatie en het sluiten van ramen en deuren van belang. Bij het scenario vliegtuigongeval kunnen personen ter plaatse van de impactlocatie van het incident niet vluchten gezien het grote en verwoestende effect van een vliegtuigcrash. Buiten de directe impactlocatie zijn aanwezige personen mogelijk in staat om van het gevaar af te vluchten mits de ontsluiting van het plangebied goed is geregeld. Reactie gemeente De huidige ontsluiting van het plangebied waarbij in verschillende richtingen kan worden gevlucht, voldoet. Hulpverlening Brandweer Amsterdam-Amstelland is voorbereid op ongevallen met gevaarlijke stoffen en luchtvaartongevallen.

De hulpverlening kan een ongeval met gevaarlijke stoffen of een luchtvaartongeval niet voorkomen, maar richt zich voornamelijk op het redden en helpen van gewonden, het afschermen van de omgeving en het beperken van de gevolgen van het ongeval. Vanaf het voorontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende bestemmingsplankaart is de concrete invulling van de bereikbaarheid en de bluswatervoorziening ten behoeve van de hulpdiensten nog niet goed af te leiden. Uitgangspunt voor hulpverlening is dat het plangebied goed bereikbaar is voor de hulpdiensten en daarnaast beschikt over voldoende en toereikende bluswatervoorzieningen op de openbare weg(brandkranen). De Brandweer stelt voor om, wanneer het plangebied in een later stadium van het project verder is uitgewerkt, de nadere invulling van de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen in het plangebied met ons af te (laten) stemmen. Reactie gemeente De bedoelde voorzieningen t.a.v. bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zullen in een later stadium met de brandweer kunnen worden afgestemd, al dan niet via advisering op de WABO activiteit bouwen. Maatregelen Tot slot noemt de Brandweer een aantal maatregelen die de in dit advies behandelde risico's voor het plangebied kunnen beperken. Deze maatregelen zijn niet limitatief, er zijn mogelijk nog andere maatregelen die toegepast kunnen worden.       

Toereikende opstelplaatsen en bluswatervoorzieningen realiseren; Gebouwen in het plangebied tweezijdig bereikbaar maken voor de hulpdiensten; Een goede ontsluiting van het plangebied realiseren waarbij zo veel mogelijk van de risicobron aardgastransportleiding af gevlucht kan worden; Voorzieningen treffen om de ondergrondse aardgastransportleiding te beschermen (de buisleiding ligt alleen niet in het hier beoordeelde plangebied dus deze maatregel is hier mogelijk niet (direct) relevant); Strikte regulering met betrekking tot de organisatie van (graaf)werkzaamheden nabij de ondergrondse aardgastransportleiding; Waarborgen dat personen in het plangebied snel (kunnen) worden gewaarschuwd bij een (dreigend) ongeval met gevaarlijke stoffen; Voorlichting en risicocommunicatie voor personen in het plangebied met betrekking tot het handelingsperspectief bij incidenten

De gebouwen voorzien van afsluitbare ventilatie en/of een noodknop voor het uitschakelen van de ventilatie, waarmee de toevoer van buitenlucht snel kan worden gestopt; Ontvluchtingsmogelijkheden (vluchtroutes en nooduitgangen) vanuit de gebouwen in het plangebied realiseren die zo veel mogelijk van de risicobron aardgastransportleiding afgericht zijn. Reactie gemeente Het bestemmingsplan staat geen van de hierboven genoemde maatregelen in de weg. Een aantal van de genoemde maatregelen kan nader met de brandweer worden afgestemd in het kader van de Wabovergunning bouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=485e40ec-6bea-407c-aa75-1a2f343b4700