CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 10 quick scan Flora en Fauna.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 16 november 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan ‘Fort Kudelstaart’4.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming

Fort Kudelstaart te Aalsmeer

Rapportnummer: Status rapport: Datum rapport:

20161420/rap01 Versie 2 12 januari 2017

Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:

D. (David) Hess D. (David) Hess P.I. (Pim) Godschalk

Opdrachtgever:

Gemeente Aalsmeer Afdeling Wijkbeheer T.a.v. mevr. M. Maarschalk Laan Nieuwer-Amstel 1 1182 JR Amstelveen

Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Wet natuurbescherming ................................................................................................................. 1 1.2.1 Soortenbescherming ................................................................................................................ 1 1.2.2 Gebiedenbescherming ............................................................................................................. 2 1.3 Doel ................................................................................................................................................ 2 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 2 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................... 3 2.1 Beschrijving huidige situatie ..........................................................................................................

3 2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie ...................................................................................... 5 3 AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN .................................................................................... 7 3.1 Methode ......................................................................................................................................... 7 3.2 Resultaten literatuuronderzoek ...................................................................................................... 7 3.3 Resultaten veldbezoek................................................................................................................... 7 3.3.1 Inleiding .................................................................................................................................... 7 3.3.2 Waarnemingen ......................................................................................................................... 8 3.3.3 Geschiktheid ............................................................................................................................. 8 3.3.4 Ongeschiktheid ......................................................................................................................... 9 4 BEKNOPTE EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN ...............................................................

10 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 10 4.2 Vogels .......................................................................................................................................... 10 4.3 Vleermuizen ................................................................................................................................. 10 4.4 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 11 5 GEBIEDENBESCHERMING .............................................................................................................. 12 6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.............................................................................................. 13 6.1 Soortenbescherming .................................................................................................................... 13 6.2 Gebiedenbescherming ................................................................................................................. 13

Bijlage 1: Samenvatting bevindingen quickscan

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding De gemeente Aalsmeer heeft het voornemen om de gebruiksfunctie van Fort Kudelstaart te veranderen. Tevens is het noodzakelijk om onderhoud uit te voeren aan o.a. het dak. Ook worden waarschijnlijk bomen rondom het fort verwijderd. Tot slot worden mogelijk ook bomen op een nabijgelegen dam verwijderd vanwege de slechte staat / omvalgevaar van deze bomen. Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de vigerende natuurwetgeving, is een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. 1.2 Wet natuurbescherming 1.2.1 Soortenbescherming Algemeen Via de Wet natuurbescherming (Wn) is de bescherming van diverse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wn), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: - vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); - overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); - nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10). Het is volgens de Wet natuurbescherming niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten.

Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1. Vrijstelling binnen provincie Noord-Holland Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Noord-Holland worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, middelste groene kikker, aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat (bron: Vaststellingsbesluit Wet Natuurbescherming). Deze soorten worden daarom in voorliggende rapportage buiten beschouwing gelaten. Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming is veelal te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding).

Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wn) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen.

1

In artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt meerdere malen gesproken over het verbod tot opzettelijke handelingen (o.a. opzettelijke doding, verstoring en vernieling). Binnen de Wet natuurbescherming omvat de term ‘opzettelijk’ tevens voorwaardelijk opzet, waardoor (evenals onder de voormalige Flora- en faunawet) een groot aantal handelingen onder de verbodsbepalingen vallen. In verband met de leesbaarheid wordt de term ‘opzettelijk’ in voorliggende rapportage niet meer aangehaald. Uiteraard wordt dit (in de situaties waarvoor dit van toepassing is) wel bedoeld.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 1 van 13

Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (in deze de provincie Noord-Holland). De provincie toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria:  Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bijv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)?  Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk?  Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort? 1.2.2 Gebiedenbescherming Via de Wet natuurbescherming is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd (voormalige Natuurbeschermingswet 1998). De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep in of nabij Natura 2000-gebieden geen dusdanig negatieve effecten op de kwalificerende habitats en/of soorten mag hebben, dat deze zich op de lange termijn niet kunnen handhaven. Voor projecten die een (significant) negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied, is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast de bescherming van Natura 2000-gebieden via de Wet natuurbescherming kunnen gebieden via de ruimtelijke kaders beschermd worden middels het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS).

1.3 Doel De quickscan is een verkennende toets om na te gaan of door uitvoering van de voorgenomen plannen mogelijk overtreding van de Wet natuurbescherming optreedt. Het doel van de quickscan is geformuleerd in enkele onderzoeksvragen: Onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming: S1. Welke Wn-beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk? S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen of te beperken? S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen? Onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk? In sommige gevallen kan de aanwezigheid van beschermde soorten op basis van een quickscan niet worden uitgesloten. Dit aangezien sommige beschermde soorten met een eenmalig veldbezoek lastig zijn waar te nemen of enkel in een bepaalde periode van het jaar waarneembaar zijn.

Als met de quickscan de aanwezigheid van deze soorten niet valt uit te sluiten, kan een aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. Hoofdstuk 3 gaat in op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In hoofdstuk 4 worden globaal de effecten bepaald van het plan op de soorten die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook beknopt maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt kort beargumenteerd of een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 6 worden (middels beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.3) de conclusies en aanbevelingen uit voorliggend rapport op een rij gezet.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 2 van 13

2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie Het fort ligt aan de Westeinderplassen aan de noordzijde van het dorp Kudelstaart nabij Aalsmeer (zie figuur 2-1). Fort Kudelstaart bevat een hoofdgebouw en een frontgebouw welke aan elkaar zijn verbonden door een gang. Het dak en de muren zijn van beton. Het fort bevat verschillende kamers en gangen met openingen, zoals naden, kieren, scheuren, luchtopeningen en een uitkijkpost met spleetvormige openingen. Voor de watervoorziening zijn er drie waterbassins aanwezig en verbindingsgangen (watergangen in het fort). De locatie is momenteel in gebruik als jachthaven. De oostelijke vleugel is deels in gebruik als werkplaats, maar het grootste gedeelte van de kamers in het fort is nergens voor in gebruik. In sommige kamers liggen spullen opgeslagen. Rondom het fort is verharding aanwezig in de vorm van betonnen platen, stoeptegels en straatstenen. Voor het frontgebouw ligt een muur waar enkele betonnen ruimtes in aanwezig zijn. Rondom het fort bevindt zich een fortgracht welke omringd wordt door een aarden wal met stortsteen. In deze wal is een opening aanwezig waardoor er een verbinding is met de Westeinderplassen. De groene structuren bevinden zich op het dak van het fort (waarvan een deel reeds is vergraven), rondom het fort op de taluds, op de muur en op de wal rondom het fort.

Deze groene structuren bestaan uit diverse bomen en struiken en op de muur tevens uit grasland. Zie voor een impressie figuur 2-2 en figuur 2-3.

Figuur 2-1. Globale ligging plangebied (bron ondergrond: PDOK luchtfoto).

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 3 van 13

Figuur 2-2. Huidige situatie fort. Linksboven de ingang van het fort; rechtsboven het frontgebouw met begroeid talud; linksmidden het dak; rechtsmidden de binnenzijde van de muur voor het frontgebouw; linksonder de buitenzijde van de muur; rechtsonder de omringende wal met opening naar de Westeinderplassen.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 4 van 13

Figuur 2-3. Huidige situatie binnenkant fort. De werkplaats in de oostvleugel van het fort; rechtsboven een van de drie water bassins; linksonder één van de kamers met opslag; één van de watergangen.

2.2 Werkzaamheden en toekomstige situatie Het dak wordt afgegraven om een nieuw dak aan te brengen. Bomen en struiken worden van de taluds van het fort verwijderd, omdat deze het dak van het fort beschadigen. Verder worden er bomen gekapt die op de muur groeien en op de omringende wal. Zie figuur 2-4 voor een overzicht van de geplande werkzaamheden.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 5 van 13

Figuur 2-4. Inrichtingsplan voorgenomen ontwikkeling. Vol rood is het dak waarvan de grondlaag afgegraven wordt voor renovatie; rood omkaderd zijn de bomen en struiken op de muur; groen omlijnd zijn de taluds die vrij worden gemaakt van bomen en struiken; rood omcirkeld zijn te kappen bomen op de omringende wal.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 6 van 13

3 AANWEZIGHEID BESCHERMDE SOORTEN 3.1 Methode De quickscan is uitgevoerd door middel van een literatuur- en veldonderzoek. Het literatuuronderzoek heeft tot doel om een beeld te krijgen van aanwezige Wn-beschermde soorten in de omgeving van het plangebied, zodat de kans op voorkomen in het plangebied (op basis van de terreinsituatie tijdens het veldbezoek) kan worden geschat. Voor het literatuuronderzoek is de directe omgeving binnen een straal van ongeveer 500 meter vanaf de planlocatie onderzocht. Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meest complete databank in Nederland met verspreidingsinformatie van flora en fauna. Aangezien ook de NDFF niet volledig is, is tevens gebruik gemaakt van informatie uit overige beschikbare vakliteratuur en eigen soort- en gebiedskennis (expert judgement). De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in bijlage 1 (kolom ‘literatuuronderzoek’). Op 5 januari 2017 is het veldbezoek uitgevoerd met twee medewerkers. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de geschiktheid van het plangebied als leefgebied voor (in de omgeving aanwezige) beschermde soorten. Hierbij is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen hiervan (zoals uitwerpselen, pootafdrukken en aanwezige (oude) nesten). Het gehele plangebied zoals weergegeven in figuur 2-1 is onderzocht.

In het fort is gezocht naar potentiële (winter)verblijven voor vleermuizen. De bomen zijn naast nesten ook gecontroleerd op holtes en loszittende schors. Holtes zijn tijdens het veldbezoek onderzocht met een endoscoop. De wal buiten het fort is benaderd met een boot, zodat deze ook meegenomen kon worden in de quickscan. Ook hier is gelet op holten in bomen en loszittende schors. De quickscan is uitgevoerd door ervaren ecologen van ATKB. De ecoloog voldoet aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hanteert van een ter zake kundige voor het opstellen van toetsingen aan de Wet natuurbescherming. Daarnaast is ATKB aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB). 3.2 Resultaten literatuuronderzoek De resultaten van het literatuuronderzoek zijn vermeld in bijlage 1 (kolom ‘literatuuronderzoek’). Raadpleging van bijlage 1 toont dat de volgende soort(groep)en in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn:    

Vogels (jaarrond en tijdens het broedseizoen beschermd) Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Rugstreeppad

De aanwezigheid van flora, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden kan worden uitgesloten door het ontbreken van een geschikt habitat (o.a. water en bloemrijk grasland), de ligging midden in de bebouwde omgeving en het ontbreken van waarnemingen in de directe nabijheid van het plangebied. Daarom worden deze soort(groep)en in het vervolg van deze rapportage verder niet behandeld. 3.3 Resultaten veldbezoek 3.3.1 Inleiding De huidige situatie van het plangebied (zoals aangetroffen tijdens het veldbezoek) is omschreven in paragraaf 2.1. Het fort is van binnen onderzocht op vleermuizen. Buiten zijn het dak, de taluds, de muur en de omringende wal onderzocht.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 7 van 13

De bevindingen van het veldbezoek (ten aanzien van het voorkomen van beschermde soorten) zijn samengevat in bijlage 1 (kolom ‘veldonderzoek’). Voor de resultaten is een splitsing gemaakt in soortwaarnemingen en de beoordeling van de geschiktheid van het plangebied als groeiplaats (flora) en/of leefomgeving (fauna) voor in de omgeving voorkomende beschermde soorten. 3.3.2 Waarnemingen Tijdens het veldbezoek zijn de volgende waarnemingen van beschermde soorten gedaan: boomkruiper, ekster, grote bonte specht, kool,- en pimpelmees, goudhaan, meerkoet, aalscholver, wilde eend, kuifeend en roodborst. In totaal zijn twee bomen aangetroffen met holten en één boom met loszittende schors (zie figuur 3-1).

Figuur 3-1. Waardevolle bomen (fort rood omlijnd).

3.3.3 Geschiktheid Het plangebied is geschikt als groeiplaats/verblijfplaats voor:  

Broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5) en algemene broedvogels; De bomen en het struweel biedt geschikte broedlocaties voor boom,- en struweelbroeders, zoals ekster, koolmees en roodborst. Vleermuizen2: o Verblijfplaatsen: overwinterende vleermuizen zijn niet aangetroffen, maar ook niet uit te sluiten. Het fort is toegankelijk door allerlei verschillende openingen (bij deuren,

2 Vleermuizen maken gebruik van kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven en wisselen regelmatig van verblijfplaats.

Afhankelijk van de soort en de tijd van het jaar verblijven ze in bomen, gebouwen, bruggen, bunkers etc. Tevens maken vleermuizen gebruik van lijnvormige elementen (zoals aaneengesloten bomenrijen en watergangen) als vlieg- en/of foerageerroute.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 8 van 13

ramen, luchtkanalen, het uitkijkpunt). De niet verwarmde en niet verlichtte ruimtes met rommel en de watergang in het fort waar brede scheuren in het stucwerk en beton zitten zijn potentieel geschikt als verblijfplaats (zie figuur 3-2). De bomen van figuur 31 zijn geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. o Foerageergebied: vleermuizen kunnen het terrein gebruiken als foerageergebied; Overige zoogdieren: Het struweel is geschikt als foerageer- en verblijfplaats voor bunzing, hermelijn en wezel.

Figuur 3-2. Geschiktheid voor vleermuizen. Links een scheur in het stucwerk dat doorloopt in het beton; rechts holte in een boom op de muur.

3.3.4 Ongeschiktheid Het plangebied is ongeschikt als groeiplaats/verblijfplaats voor:    

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten: in het plangebied is geen geschikte bebouwing aanwezig voor huismus en gierzwaluw. De bomen zijn geschikt voor roofvogels, maar er zijn geen mogelijk geschikte nesten aangetroffen. Vleermuizen (vliegroutes): potentiële lijnvormige structuren zijn in en rondom het plangebied onderbroken waardoor er geen geschikte vliegroutes te verwachten zijn; Grondgebonden zoogdieren: het biotoop is ongeschikt voor de Noordse woelmuis omdat uitgestrekte natte rietzones ontbreken. Rugstreeppad: het terrein is ongeschikt als voortplantingsbiotoop door het ontbreken van geschikte plassen. Het plangebied ligt op de grens van woonkern landelijk gebied wat potentieel geschikt is voor de soort. Echter bevat het terrein ruige en dichte begroeiing, maar één verbinding naar het fort, een diepe en brede fortgracht met steile oevers en ontbreken waarnemingen van rugstreeppadden binnen een straal van 500 meter. De rugstreeppad is een mobiele soort maar de hoeveelheid aan barrières en de matige geschiktheid van het plangebied maakt het onwaarschijnlijk dat de soort gebruik maakt van de locatie.

Bovenstaande soort(groep)en worden daarom verder niet behandeld in voorliggende rapportage.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 9 van 13

4 BEKNOPTE EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN 4.1 Inleiding Uit paragraaf 3.3.3 blijkt dat de volgende soortgroepen mogelijk hun leefgebied hebben in het plangebied: broedvogels (tijdens het broedseizoen beschermd), vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Deze soorten worden meegenomen in de beknopte effectenanalyse in navolgende paragrafen. 4.2 Vogels Uit het literatuur- en veldonderzoek blijkt dat het plangebied geschikt is voor boom- en struweelbroeders voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5) en voor vogels met tijdens het broedseizoen beschermde nesten. Voorbeelden zijn ekster, koolmees, winterkoning en roodborst. Het plangebied is voor de (mogelijk) aanwezige categorie 5-vogels niet van ecologisch hoog belang, omdat het hooguit om enkele broedparen gaat. Bovendien zijn in de omgeving voldoende alternatieve nestlocaties te vinden in tuinen en bos in omgeving. De te verwachten soorten zijn daarnaast algemeen in Nederland. Daarom zijn ze niet jaarrond beschermd. Wel zijn nesten van deze categorie 5-broedvogels beschermd tijdens het broedseizoen. Zonder voldoende voorzorg kunnen nesten van broedvogels worden verstoord. Middels onderstaande voorzorgsmaatregelen kan overtreding van de Wet natuurbescherming (als gevolg van verstoring van vogelnesten) worden voorkomen: -

-

-

Werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli) uitvoeren. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode 15 maart t/m 15 juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Het is mede afhankelijk van weersomstandigheden of ook buiten deze periode wordt gebroed door vogels. Derhalve dient men voorafgaande aan het werk contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of er kans is op broedgevallen. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden: voorafgaande aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren in de periode februari-september. Bij de aanwezigheid van een nest dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. Dit dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Vestiging van broedvogels kan ook worden voorkomen door bomen en groenzones buiten het broedseizoen te kappen of te verwijderen en de vegetatie daarna kort te houden.

4.3 Vleermuizen Middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen (en hun verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes) beschermd. Uit de literatuur blijkt dat soorten als gewone en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis in de omgeving van het plangebied voorkomen. Door de voorgenomen werkzaamheden van het gebouw zijn negatieve effecten op (winter)verblijfplaatsen van vleermuizen niet geheel uitgesloten. In het fort en in bomen met losse schors of holten kunnen de vleermuizen hun verblijfplaats hebben. Als gevolg van de kap werkzaamheden en de renovatie van het dak treedt er mogelijk verstoring van vleermuizen en vernietiging van verblijfplaatsen op. Wanneer de drie bomen van figuur 3-1 gespaard blijven tijdens de kapwerkzaamheden heeft dit geen negatieve gevolgen voor vleermuizen. De renovatie van het dak is op de korte termijn nog niet mogelijk aangezien afgraven van het volledige grondpakket waarschijnlijk leidt tot wijziging van het microklimaat binnen het fort, hetgeen ongewenst is voor winterslapende vleermuizen. Om vast te stellen of verblijfplaatsen aanwezig zijn, is een nader onderzoek naar vleermuizen nodig.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 10 van 13

De groenelementen en de fortgracht binnen het plangebied zijn geschikt als foerageergebied, maar er is geen sprake van een essentieel foerageergebied. In de directe omgeving zijn namelijk voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. 4.4 Grondgebonden zoogdieren Het struweel biedt geschikte verblijfplaatsen en foerageergebied voor bunzing, hermelijn en wezel. Ondergrondse holten of andere geschikte verblijfplaatsen zijn gedurende het veldbezoek niet aangetroffen. Aanvullend onderzoek (met bijvoorbeeld loopbuizen of cameravallen) moet aantonen of deze soorten aanwezig zijn en wat het belang is van het plangebied voor deze soorten. Zolang de kapwerkzaamheden niet leiden tot het beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen kunnen deze worden doorgezet. Het is nog niet precies duidelijk welke eisen de provincie stelt/gaat stellen aan het nader onderzoek. Wij raden daarom aan om in overleg te gaan met de provincie om duidelijkheid te verkrijgen c.q. dezelfde werkwijze te gaan toepassen als bij het project aan de Meervalstraat/Roerdomplaan te Aalsmeer.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 11 van 13

5 GEBIEDENBESCHERMING Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied of binnen het NNN. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling kleinschalig is en geen negatieve effecten als gevolg van externe werking te verwachten zijn, is toetsing aan de regelgeving omtrent deze beschermde gebieden niet van toepassing. Het voornemen hoeft alleen aan het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming te worden getoetst.

Figuur 5-1. Ligging plangebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden (oranje cirkel weergeeft een straal van 3 kilometer rondom het plangebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van Nationaal Landschap Stelling van Amsterdam, maar valt buiten het NNN. Bronnen: https://maps.noordholland.nl/Groenprojecten/desk.htm en http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx).

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 12 van 13

6 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1 Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: S1. Aanwezige beschermde flora en fauna In het plangebied kunnen tijdens het broedseizoen beschermde vogelsoorten voorkomen. (Winter)verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren hebben mogelijk ondergrondse holen of andere verblijfplaatsen in het plangebied. S2. Effecten werkzaamheden De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring van broedvogels en vernietiging van verblijfplaatsen en verstoren van (foeragerende) vleermuizen. Daarnaast leidt het mogelijk tot vernielen en verstoren van voortplanting,- of vaste rust,- of verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren. S3. Aanvullend Onderzoek Aanvullend onderzoek is noodzakelijk naar het gebruik van het plangebied door vleermuizen en grondgebonden zoogdieren (zowel verblijfplaatsen als foerageergebied). Wanneer de renovatie van het dak mag plaatsvinden is afhankelijk van het aanvullende onderzoek. S4. Maatregelen De volgende maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te voorkomen (voor details zie hoofdstuk 4). -

-

Werken buiten het broedseizoen half maart t/m half juli en indien niet mogelijk voorafgaand aan het werk het plangebied broedvogel ongeschikt maken of een broedvogelcontrole uitvoeren. Kapwerkzaamheden kunnen worden doorgezet mits deze worden uitgevoerd buiten het broedseizoen, de drie waardevolle bomen van figuur 3-1 worden gespaard en mogelijke verblijfplaatsen van kleine marterachtigen niet worden aangetast.

S5. Ontheffingsplicht Mogelijk, nader te bepalen aan de hand van de resultaten van het aanvullende onderzoek naar vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. 6.2 Gebiedenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming (G1 t/m G3) worden beantwoord: Het plangebied ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN. Vanwege de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden worden uitgesloten. Daarom is geen toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk.

Quickscan Wet natuurbescherming Fort Kudelstaart te Aalsmeer Kenmerk: 20161420/rap01, versie 2, 12 januari 2017

Blz. 13 van 13

BIJLAGE 1

Bijlage 1: Resultaten literatuur- en veldonderzoek Fort Kudelstaart Soortgroep

Flora

Broedvogels jaarrond beschermd (cat. 1 t/m 4) Broedvogels niet jaarrond inventarisatie gewenst beschermd (cat. 5)

Literatuuronderzoek en expert judgement Beschermde soorten in omgeving plangebied Geen NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012 Gierzwaluw, huismus, slechtvalk, grote gele kwikstaart. NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012 Blauwe reiger, boomkruiper, grote bonte specht, ijsvogel, zwarte kraai

Veldonderzoek Soortwaarnemingen Geen

Geschiktheid terrein

Effectenanalyse Maatregelen

Overlap met ingreep?

Effecten

Ontheffing Wet natuurbescherming?

Ongeschikt biotoop voor beschermde Nee soorten, te voedselrijk, beschaduwd en/of te droog. Geen geschikte bebouwing voor Nee huismus en gierzwaluw; Bomen geschikt voor roofvogels, maar geen mogelijk geschikte nesten aangetroffen.

Geen

N.v.t.

Nee

Geen

N.v.t.

Nee

Boomkruiper, ekster, grote bonte specht, kool,- en pimpelmees.

Geschikte broedlocatie voor boom- en struweelbroeders, zoals boomkruiper, ekster en koolmees; echter geen ecologisch belangrijke populatie dus alleen tijdens het broedseizoen beschermd.

Ja

Mogelijk verstoren van nesten van broedvogels (overtreding artikel 3.1).

Werken buiten het broedseizoen, maar indien gewerkt wordt binnen het broedseizoen plangebied broedvogel ongeschikt maken of broedvogelcontrole uitvoeren. Werken buiten het broedseizoen, maar indien gewerkt wordt binnen het broedseizoen plangebied broedvogel ongeschikt maken of broedvogelcontrole uitvoeren. Aanvullend onderzoek naar (winter)verblijfplaatsen.

Nee, indien maatregel wordt toegepast

Geen

NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012

Broedvogels (tijdens broedseizoen beschermd)

Diverse soorten zoals, roodborst, merel en vink. NDFF, expert judgement, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012

Goudhaan, meerkoet, aalscholver, wilde eend, kuifeend, roodborst.

Geschikte broedlocatie voor boom- en struweelbroeders.

Ja

Mogelijk verstoren van nesten van broedvogels (overtreding artikel 3.1).

Zoogdieren (vleermuizen)

Gewone,- en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, watervleermuis en meervleermuis. NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012 Hermelijn, bunzing, wezel, noordse woelmuis. NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012

Geen, ook geen sporen

(Deels) geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen; geen overwinterende vleermuizen aangetroffen, maar niet uit te sluiten vanwege alle openingen, naden kieren en scheuren in het fort.

Ja

Mogelijk vernielen en verstoren van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (overtreding artikel 3.5).

Geen

Struweel geschikt als verblijfplaats voor Ja bunzing, hermelijn en wezel; ongeschikt biotoop voor Noordse woelmuis.

Aanvullend onderzoek uitvoeren naar hermelijn, bunzing en wezel.

Mogelijk

Amfibieën en reptielen

Rugstreeppad

Geen

N.v.t.

Nee

Vissen

Geen NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012 Geen

Ongeschikt voortplantingsbiotoop voor Nee rugstreeppad door diepte en breedte fortgracht en de dichte structuur van het plangebied; gebruik als winterhabitat onwaarschijnlijk en waarnemingen binnen een straal van 500m ontbreken. Ongeschikt biotoop en/of buiten Nee verspreidingsgebied van beschermde soorten. Ongeschikt, buiten verspreidingsgebied Nee van beschermde soorten.

Mogelijk beschadigen/vernielen van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen (overtreding artikel 3.10). Geen

Geen

N.v.t.

Nee

Geen

N.v.t.

Nee

Zoogdieren (grondgebonden)

Vlinders, libellen en overige ongewervelden

NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012

NDFF, natuurwaardenkaart Aalsmeer 2012

Geen

Geen

Nee, indien maatregel wordt toegepast

Mogelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=29fa3123-02a8-4f4c-bc46-27544161ba09