CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota van Inspraak en Vooroverleg anoniem.pdf

3.Raad (besluitvormend) 4 maart 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020'13.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van Inspraak en Vooroverleg Ontvangen inspraak- en vooroverlegreacties en beantwoording van reacties op

Oosteinderweg 2018 (Voorontwerp) Aalsmeer, oktober 2019

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 1

Wijze van beantwoording

De Nota van Beantwoording wordt gehanteerd voor de beantwoording van zienswijzen op onder andere ontwerpbestemmingsplannen. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2018’ heeft van 3 november t/m 14 december 2017 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn er 50 inspraak- en vooroverlegreacties ingediend. Alle reacties zijn hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de reacties die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld. De ontvangen reacties worden puntsgewijs behandeld. Links staat naast de nummering een beknopte opsomming van de aangevoerde punten en in de kolom daarnaast vindt per punt de beantwoording plaats. In de rechterkolom wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing in het ontwerpbestemmingsplan met indien van toepassing een korte toelichting daarop.

Samenvatting ingediende reacties per indiener 1.

Inspraakreactie 1

a.

Indiener is van mening dat de loods op de Oosteinderweg 108 een bedrijfsfunctie hoort te hebben. Het pand fungeert al tientallen jaren als bedrijfspand. Deze functie is nu gewijzigd naar een woonfunctie. Op verzoek is nadere informatie over het bedrijf aangevuld. Hierin uit indiener haar verbazing over de bestemmingslegging in het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg e.o. 2005’.

Beantwoording reacties per punt

planaanpassing

De aan de woning gebouwde bedrijfsruimte is voor een deel (over een diepte van ruim 14 meter) als werkplaats gebouwd met een vergunning uit 1986. Dit deel is onder het overgangsrecht van het geldende bestemmingsplan gebracht. Het achterste deel van de bedrijfsruimte met een groter bouwhoogte ligt in het geldende bestemmingsplan voor een deel (circa 6 meter) binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Garagebedrijf’. Blijkens uw reactie behoort dit niet toe aan het achtergelegen garagebedrijf. Duidelijk is dat het geldende bestemmingsplan de situatie destijds niet overeenkomstig de aanwezige situatie bestemd is, maar dat u daartegen ook geen

Ja, wijziging bestemming

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 2

inspraak of zienswijze heeft ingediend. Er kan echter niet met zekerheid worden gesteld dat delen van het bedrijfsgebouw overeenkomstig een bouwvergunning zijn gebouwd. Overwegende het bovenstaande zal het vergunde deel, het deel binnen het bouwvlak met de bestemming ‘garagebedrijf’ én, gezien de beperkte oppervlakte ervan, het tussengelegen deel van het hogere bedrijfsgebouw, als bedrijf worden bestemd. Wij hechten er waarde aan de omgevingskwaliteit ter plaatse op een aanvaardbaar niveau te houden. Dit verwachten wij te bereiken door deze bedrijfsruimte in samenhang te zien met de woning waaraan deze gebouwd is. Het geheel behoudt de bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’ met voor de bedrijfsruimte een nadere aanduiding ‘bedrijf’.

b.

Indiener stelt dat het woonhuis een woonbestemming moet behouden.

Wij delen deze opmerking en de woonfunctie blijft behouden.

Nee

c.

Indiener constateert dat de tuin van Oosteinderweg 106a in het voorontwerp een bedrijfsfunctie heeft gekregen. Gevreesd wordt dat de verkeersdruk op het pad tussen de twee dicht bij elkaar staande woonhuizen (Oosteinderweg 106 en Oosteinderweg 106a) te groot wordt. Dit zou veroorzaakt worden door de 16 bedrijfsunits die gebouwd zijn op Oosteinderweg 106a.

Het pad tussen Oosteinderweg 106a en 108 maakt deel uit van het bedrijfsperceel waarvoor vergunning is verleend. Dat hier de ontsluiting plaatsvindt is onderdeel geweest van de overwegingen in de besluitvorming en is dus onderdeel van de vergunning. In deze vergunningprocedure is uw zienswijze betrokken en heeft deze geleid tot aanvullende voorwaarden. Recent heeft de vergunninghouder ter bescherming van uw woongenot een schutting geplaatst tussen de uitrit en uw woonperceel en de uitrit is voorzien van een gedegen verharding. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. Zoals volgt na een onherroepelijke vergunning, wordt deze in de eerstvolgende planactualisatie bestemd. Het

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 3

voorontwerpbestemmingsplan heeft dit bedrijfsgebouw én het bedrijfsterrein, dat bestaat uit de ontsluiting en het parkeerterrein, bestemd. In het ontwerpplan is het bouwvlak overeenkomstig vergunning en realisatie aangepast en exact weergegeven. De huisnummering maakt deel uit de ondergrond die de gemeente op haar viewer (RoPubliceer) gebruikt ter oriëntatie van de bestemmings- en bouwvlakken. Deze ondergrond geeft geen waardeoordeel en heeft geen rechtskracht. Deze laag kan niet bij dit bestemmingsplan worden aangepast.

Nee

Indiener verzoekt om de functie die voor de Oosteinderweg 113C is opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan (Agrarisch – Tuinbouw, met een max. bouwhoogte van 8 meter) te wijzigen, zodat deze aansluit bij de op 28 oktober 2013 verleende vergunning. Dit betreft een vergunning die is verleend voor het vervangen van een loods en een botenhuis.

De omgevingsvergunning zoals deze op 28 oktober 2013 is verleend heeft betrekking op een kweekloods en botenhuis ten behoeve van de kweek van tarwegras. Deze vergunning is van rechtswege verleend als passend binnen het bestemmingsplan. Deze vergunning is overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan als bouwvlak met passende goot- en bouwhoogte binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’.

Ja, wijziging bouwhoogte

b.

Indiener stelt dat het wenselijk is om boten, auto’s en gereedschap op te slaan op het terrein (laagdynamische opslag).

Het uitgangspunt bij de actualisatie van dit bestemmingsplan is overwegend conserverend. Dergelijke opslagactiviteiten passen niet binnen de geldende agrarische bestemming. De gemeenteraad van Aalsmeer heeft op 13 december 2018 de Nota van Uitgangspunten voor de toekomstvisie van de Oosteindeweg vastgesteld. Een dergelijk gebruik draagt in beginsel niet bij aan de ambities voor het deelgebied Bovenlanden waarbinnen uw perceel is gelegen.

Nee

c.

Indiener verzoekt om kleinschalige verblijfsrecreatie voor botenliefhebbers toe te staan. Hij stelt dat de ligging aan het

Zie bij b. Is nieuwe functie in afwijking van bestaande bestemming. De wenselijkheid en eventuele inpassing van een

Nee

d.

Indiener stelt dat de huisnummers in de kaart niet volledig zijn. Het woonhuis en de bedrijfsruimte hebben verschillende huisnummers omdat het kadastraal gezien twee percelen zijn.

2.

Inspraakreactie 2

a.

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 4

water ideaal is voor recreatieve doeleinden. 3.

Inspraakreactie 3

a.

Indiener vraagt zich af of de functie van de Oosteinderweg 247 (Bedrijf, met als verbijzondering groothandel in sportartikelen) betekent dat dit de enige specifieke bestemming is, of dat deze functie betekent dat er (in zijn algemeenheid) een bedrijf gevestigd mag worden op dit perceel.

initiatief zal beoordeeld worden nadat de visie is vastgesteld.

In algemeenheid biedt de bestemming ‘Bedrijf’ ruimte aan bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 behorende bij deze planregels onder de categorieën 1, 2 en 3.1 met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen,bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen en groothandelsbedrijven.

Ja

Ter plaats van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – groothandel sportartikelen’ wordt hierop een uitzondering gemaakt. Hierbinnen is mogelijk om een groothandelsbedrijf in sportartikelen met bijbehorende kantoorruimte op het perceel te vestigen. Het is niet het enige mogelijke gebruik. Artikel 4.4.4. geeft de aanvullende gebruiksmogelijkheden waarbij wij rekening houden met de verkeersaantrekkende werking van het gebruik. b.

Indiener stelt dat er in de kaart van het bestemmingsplan (bij Oosteinderweg 247) geen rekening is gehouden met de perceelgrens. De naastgelegen bestemming (natuur) overschrijdt het perceel van Oosteinderweg 247.

Bestemmingen komen niet per definitief overeen met kadastrale eigendommen. In bepaalde gevallen kan er aanleiding zijn delen van percelen een andere bestemming (in dit geval ‘Natuur’) toe te kennen dan dat dit perceel in hoofdzaak heeft (in dit geval ‘Bedrijf’). De bestaande situatie en geldende bestemming geeft hier aanleiding toe, en in dit geval ook de beleidsmatige wens de oppervlakte bedrijfsbestemming niet te laten toenemen. In dit geval is het ongewenst de gronden buiten de bestemming ‘Bedrijf’ aan te wenden voor bijv. verharding/parkeerruimte ten behoeve van het bedrijf. De natuurbestemming heeft onder andere tot doel het bedrijfsperceel te voorzien van een landschappelijke omzoming in aansluiting op het aangrenzende perceel van

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 5

Stichting De Bovenlanden. 4.

Inspraakreactie 4

a.

Indiener verzoekt om bed and breakfast-activiteiten toe te staan op recreatiearken. Hierbij verwijst indiener naar passages uit de structuurvisie Uiterweg en een vergelijkbaar gebruik bij Jachthaven Kempers aan de Herenweg. Appellant stelt hiervoor een afwijkingsbevoegdheid voor binnen artikel 24 (Water – Verblijfsrecreatie)

Voor bed and breakfast-activiteiten is beleid vastgesteld onder welke voorwaarden dit is toegestaan (Beleidsregels planologische afwijkingen 2015). Het is noodzakelijk dat de exploitant haar hoofdverblijf heeft op het perceel. In het geval van een recreatieark kan aan dit vereiste niet voldaan worden, er mag immers niet permanent gewoond worden. Het verzoek is ook niet direct een wenselijke ontwikkeling. Een recreatieark is immers als bedoeld om te recreëren en het toestaan van bed and breakfast voegt in die zin ook niets toe aan de beleidsmatige doelstelling uit de Nota van Uitgangspunten voor de toekomstvisie van de Oosteindeweg. Tot slot is de structuurvisie Uiterweg niet van toepassing op dit plangebied.

Nee

b.

Indiener verzoekt om bed and breakfast-activiteiten toe te staan op woonarken. Hij is van mening dat eigenaren van woonarken achtergesteld worden ten opzichte van eigenaren van andere onderkomens voor permanente bewoning (binnen ‘Wonen’ en ‘Wonen – Lintbebouwing’. Appellant stelt hier een afwijkingsbevoegdheid voor binnen artikel 23 (Water – Permanent Wonen).

Zie onder b. In beginsel worden bed and breakfast-activiteiten toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Jachthaven’ in woonlinten. Woonarken zijn doorgaans niet gelegen binnen een woonlint.

Nee

c.

In al deze onderkomens (‘Wonen’, ‘Wonen – Lintbebouwing’ en ‘Water – Verblijfsrecreatie’ en Water – Permanent Wonen’) mogen ook al aan huis verbonden beroepen/bedrijven worden uitgeoefend.

Binnen de bestemming ‘Water – Verblijfsrecreatie’ wordt ten onrechte het gebruik ten behoeve van aan-huis-gebondenberoep of bedrijf toegestaan. Een ark voor verblijfsrecreatie heeft geen woonfunctie. Dit is onder andere een vereiste voor het medegebruik als beroep- of bedrijf aan huis.

Ja

5.

Inspraakreactie 5

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 6

a.

Indiener stelt dat het in het voorontwerpbestemmingsplan ingetekende bouwvlak van Oosteinderweg 225-WS afwijkt van het bouwvlak in het huidige bestemmingsplan. Zij zien dit graag terug aangepast worden naar de huidige situatie, omdat in dat geval de aanwezige oude fundering nog benut kan worden bij herbouw.

Het bestemmingsvlak ‘Water – Permanent Wonen’, tevens bouwvlak, van woonark Oosteinderweg 225 ws komt overeen met de aanduiding ‘ligplaats’ in het bestemmingsplan ‘Woonarken’. Wel is het zo dat het bouwvlak binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ beperkt is tot de bestaande clusters bebouwing. Daarnaast wordt rekening gehouden met de richtafstanden van de VNG tussen bedrijfsbebouwing voor tuinbouwbedrijven en woningen. In een gemengd gebied zoals dit plangebied wordt hiervoor 10 meter geadviseerd. In uw geval is dit volgens u niet goed verbeeld aangezien hier bestaande funderingen liggen. Dit is in het ontwerp aangepast rekening houdend met de richtafstanden.

Ja

b.

Indiener stelt dat de toekenning van dubbelbestemming waarde-archeologie negatieve gevolgen kan hebben voor de bedrijfsvoering in een tuinbouwbedrijf. Daarom vindt indiener het wenselijk om hiervoor een uitzondering te maken, zodat de werkzaamheden t.b.v. de tuinbouwactiviteiten mogelijk blijven.

In het voorgaande bestemmingsplan werden alleen de gebieden met hoge archeologische waarde aangeduid. In dit nieuwe plan is dit anders. Recente wetgeving (Besluit ruimtelijke ordening art. 3.1.6 lid 5 onder a. per 1 januari 2012 en de Erfgoedwet per 1 juli 2016) verplichten de gemeente het archeologiebeleid te verankeren in bestemmingsplannen. De erfgoedverordening Aalsmeer (9 feb 2017) regelde al een verbod op bodemverstoringen binnen archeologische verwachtingsgebieden dieper dan 40 cm. Het is dus al zo dat grondeigenaren in die gevallen meer inzicht moeten geven in de potentiële waarden op hun percelen voordat er omgevingsvergunningen kunnen worden afgegeven voor werken of werkzaamheden. Dit wordt nu in het bestemmingsplan verankert in een dubbelbestemming. Werken of werkzaamheden ten behoeve van de tuinbouwactiviteiten vallen onder het normale onderhoud en zijn hierdoor uitgezonden van het verbod.

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 7

c.

Indiener stelt dat in het voorontwerpbestemmingsplan regelmatig de aanduiding Amstelveen gebruikt wordt, waar Aalsmeer bedoeld wordt.

Wij hebben deze fouten geconstateerd en zullen dit aanpassen.

Ja, aanpassen in 1.1 en 1.99 en toelichting

d.

Indiener stelt dat er in het huidige bestemmingsplan meer mogelijkheden zijn voor het ontwikkelen van kleinschalige bedrijven dan in het voorontwerpbestemmingsplan. Gezien de conserverende aard van het plan ziet indiener dit graag op dezelfde manier opgenomen worden in het nieuwe plan.

Het geldende bestemmingsplan maakt voor uw perceel (met bestemming ‘Agrarische doeleinden’) enkel tuinbouwbedrijven mogelijk. Deze mogelijkheden worden behouden binnen de nieuwe bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’. Het artikel 7.3 uit het voorheen geldende plan waarop u doelt, geeft enkel weer hoe de doelen in dit plan in hoofdlijnen worden nagestreefd. In dit geval worden aanwezige bedrijven met een maatbestemming bestemd. Toen, en ook nu, wordt hierbij andere niet-agrarische en gebiedsvreemde bedrijvigheid zoveel mogelijk geweerd. De gemeente Aalsmeer voert een restrictief beleid ten aanzien van nieuwe detailhandel – en bedrijfsvestigingen in de linten (zie Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 en detailhandelsnota, paragraaf 6.4.1 en 6.4.9).

Nee

e.

Indiener is van mening dat het mogelijk zou moeten zijn om een loswal voor bedrijfsmatig gebruik aan te leggen. Zo kan de verbinding worden gemaakt tussen weg- en watertransport voor percelen waar dit niet op eigen terrein kan.

Wij zullen deze gedachte inbrengen bij de ontwikkeling van de structuurvisie van de Oosteinderweg. Dit bestemmingsplan zal deze wens nog niet faciliteren omdat het verzoek op dit moment nog niet voldoende concreet en uitvoerbaar is.

Nee

6.

Inspraakreactie 6

a.

Indiener is van mening dat duidelijker moet worden beschreven dat het beschermde dorpsgezicht niet het gehele perceel aan de Oosteinderweg 399 omvat. De woning en het grootste deel van het perceel liggen buiten deze grenzen.

Wij delen uw opmerking. Dit zal in paragraaf 5.1.3 van de plantoelichting worden aangepast

Ja

b.

Indiener stelt dat het bedrijf op Oosteinderweg 391 (Gebroeders Eveleens) niet zozeer een handel in zaden is, maar een leverancier van tuinbouwproducten (o.a. meststoffen, verpakkingsmaterialen en verpakkingsmaterialen). Een

Paragraaf 5.2.8 van de plantoelichting zal op dit punt het type detailhandel aanpassen.

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 8

belangrijk deel van de opslag is dan ook brandgevaarlijk en giftig. De plantoelichting betoogt niet dat de luchtkwaliteit als gezond of ongezond beoordeeld moet worden. Er wordt enkel gesteld dat deze aan de maximale grenswaarden voldoet. Er is geen aanleiding de plantoelichting hierop aan te passen.

Nee

Indiener stelt dat het nieuwe bestemmingsplan beperkende gevolgen heeft voor haar bouwplannen op de Mr. J. Takkade 11. Deze bouwplannen zijn in een eerder stadium met de gemeente besproken, waarbij een nieuw bestemmingsplan niet ter sprake is geweest.

Wij kunnen niet nagaan of de verstrekte informatie tijdens het indicatiegesprek inderdaad niet compleet was. Van een voorontwerpbestemmingsplan was destijds echter nog formeel geen sprake. U heeft vervolgens onder vigeur van het geldende bestemmingsplan ‘Oosteinderweg e.o. 2005’ op 9 augustus 2018 een omgevingsvergunning gekregen voor het bouwen van de woning. Deze woning past nu ook binnen ontwerpbestemmingsplan.

Nee

b.

Indiener verzoekt de gemeente om het noordelijke gedeelte van het perceel (Mr. J. Takkade 11) van een woonbestemming te voorzien.

Dit deel van het perceel heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden’ met de mogelijkheid dit te bebouwen met kassen of agrarische bedrijfsbebouwing. Nu het perceel als woonperceel in gebruik wordt genomen is het niet meer aannemelijk dat de agrarische bestemming doelmatig is. Wij zullen aan dit resterende perceeldeel ook een woonbestemming toekennen.

Ja

c.

Indiener verzoekt de gemeente om dezelfde meetwijze, voor wat betreft het bepalen van de inhoud van een woning, toe te passen in het nieuwe bestemmingsplan als in het huidige plan. De huidige wijziging is van grote invloed op het mogelijke bouwvolume.

Het klopt dat de meetwijze in het voorontwerp afwijkt van het geldende bestemmingsplan. De nieuwe wijze van meten is conform de gemeentelijke standaard. Het is niet wenselijk hier voor dit specifieke geval van af te wijken. Nu de omgevingsvergunning voor de woning reeds is afgegeven onder vigeur van het geldend plan, zoals geadviseerd in onze mail van 15 februari 2018, zien wij geen reden de oude wijze

Nee

c.

Indiener stelt dat de luchtkwaliteit in de gemeente Aalsmeer formeel gezien binnen de wettelijke normen valt, maar ongezond gekwalificeerd kan worden voor NO2, roet en andere stoffen.

7.

Inspraakreactie 7

a.

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 9

van meten nog te hanteren. 8.

Inspraakreactie 8

a.

Indiener zou graag in gesprek gaan met de gemeente over het voorontwerpbestemmingsplan in relatie tot de voorgenomen uitbreidingsplannen van het bedrijf (Oosteinderweg 32) gebaseerd op het geldende bestemmingsplan. Indiener geeft uitgangspunten waar bij de uitbreiding rekening gehouden moet worden.

Naar aanleiding van een eerder vooroverleg met dhr. Zonjee over de uitbreiding van het bestaande bedrijfsgebouw is de gemeente Aalsmeer tot de conclusie gekomen dat er bezwaren bestaan tegen het uitbreiden van het bedrijfsgebouw buiten het bouwvlak waarbij de bestaande woning wordt gesloopt. Naar aanleiding hiervan heeft een gesprek plaatsgevonden (d.d. 14 mei 2018). Uitkomst van dit gesprek is bevestigd in onze mail van 9 november 2018. Hierin bent u uitgenodigd een (vooroverleg) omgevingsvergunning aan te vragen.

Ja

Wij zullen de uitbreidingsmogelijkheden die het geldende bestemmingsplan heeft respecteren. Dat wil zeggen dat het bouwvlak binnen de bedrijfsbestemming ongewijzigd blijft. Echter, zolang er nog geen uitbreidingsplan is ingediend dat tegemoet komt aan de gewenste ruimtelijke inpassing, zal ook de woonbestemming nog in stand blijven. Daarnaast is nog niet aangetoond dat een uitbreiding om milieutechnische redenen aanvaardbaar is. Ook de koppeling met de ‘Nota Parkeernormen Aalsmeer’ (art. 4.3) blijft van toepassing. Indien op grond van de hardheidsclausule in deze nota een andere parkeernorm aanvaardbaar is, voldoet de parkeerbehoefte aan art. 4.3.1. b.

Indiener stelt dat het oppervlak van de woning op perceel 1768 (Oosteinderweg 38) in het nieuwe plan afwijkt van het oppervlak van de woning in het huidige plan.

De woonbestemming en bouwvlak zal overeenkomstig het geldende bestemmingsplan worden overgenomen.

Ja

c.

Indiener stelt dat de gemeente de lintbebouwing in tact wil houden ondanks de geluidsoverlast van Schiphol. Er zijn diverse voorbeelden zijn waar de lintbebouwing reeds onderbroken is. Desgewenst kan een woningen worden

Voor het perceel is de beleidsnotitie ‘Ruimtelijke beoordeling bouwen in de Linten van de gemeente Aalsmeer’ van toepassing. Deze beleidsnotitie is er op gericht om de woonlinten in Aalsmeer, als onderdeel van de

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 10

ontworpen welke gebruik zal worden als kantoor.

9.

Inspraakreactie 9

a.

Indiener verzoekt de gemeente om de functie van een gedeelte van perceelnummer 5924 (kwekerij achter Oosteinderweg 265) te wijzigen van agrarisch/tuinbouw naar een functie waar ruimte is voor ‘stille opslag’ met een werkplaats. Dit betreft de plek van de kassen/schuur. Het achtergedeelte van het perceel zal wel een tuinbouwfunctie behouden.

10.

Inspraakreactie 10

a.

Indiener verzoekt de gemeente om de functiewijziging van zijn perceel (Oosteinderweg 246a) ongedaan te maken. In het vigerende bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming ‘Bedrijven en Wonen’. In het voorontwerpbestemmingsplan vervalt deze woonfunctie. Indiener acht deze functie van belang

cultuurhistorische hoofdstructuur, te handhaven en te versterken. Ondanks dat deze lintbebouwing op enkele plaatsen onderbroken wordt, probeert de gemeente Aalsmeer op deze manier het restant van de cultuurhistorische lintbebouwing te handhaven en waar mogelijk te versterken. Het gebruik van de woning op Oosteinderweg 38 wordt bovendien niet beperkt vanwege het Luchthavenindelingbesluit. Indien uw uitbreidingswens tot gevolg heeft dat deze woning desondanks gesloopt wordt, dient de inpassing van het geheel in overeenstemming te worden gebracht met de ruimtelijke kenmerken van het lint van de Oosteinderweg.

Voor veel agrarische bedrijfsgebouwen in het plangebied is de wens het agrarische gebruik te beëindigen en te zoeken naar een vervangende functie. Opslag (laagdynamisch) lijkt hiervoor de meest voor de hand liggende herbestemming, echter dit gebruik voegt vooralsnog weinig toe aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit waar binnen de Oosteinderweg naar gestreeft wordt. Hergebruik van dergelijke agrarische bedrijfsbebouwing zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Wij hebben uw reactie onder de aandacht gebracht van de projectgroep dit de visie voorbereid.

Nee

In het geldende bestemmingsplan heeft het perceel Oosteinderweg 246 een woonbestemming en nr. 246a een bestemming ‘detailhandel’. In het voorontwerp is de woonbestemming op nr. 246 gehandhaafd. Het naastgelegen bedrijfspand (nr. 246a) heeft de bestemming ‘Bedrijf’, met voor het voorste deel een specifieke functieaanduiding voor

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 11

voor de bedrijfsvoering en beveiliging van het bedrijf.

11.

Inspraakreactie 11

a.

Indiener is van mening dat de beperkte bouwmogelijkheden op een recreatiekavel verhinderen dat de gemeente aantrekkelijker wordt voor (water)recreanten. Veel eigenaren van recreatiekavels zouden graag een klein tuinhuisje bouwen. Het zou mogelijk gemaakt moeten worden om tot 10% van een recreatiekavel te bebouwen met een maximum oppervlak van 25 m2.

12.

Inspraakreactie 12

a.

Indiener is van mening dat een gedeelte van het perceel aan de Oosteinderweg 111 onterecht een agrarische bestemming heeft. In bestemmingsplan Oosteinderweg e.o. 2005 is via een zienswijze de bestemming van deze gronden gewijzigd van agrarisch naar ‘stille opslag’.

13.

Inspraakreactie 13

a.

Indiener stelt dat op het perceel Oosteinderweg 91 niet de juiste bestemmingen zijn aangegeven. Met het huidige gebruik zouden enkele bestaande gebouwen (of delen hiervan) in strijd met het nieuwe bestemmingsplan worden gebruikt.

‘detailhandel’. De woonbestemming blijft net als in het geldende bestemmingsplan dus in stand. Er is in het nieuwe plan wel onderscheid gemaakt tussen de woon- en bedrijfsfunctie op het perceel.

Een aantrekkelijke gemeente voor wat betreft recreatiemogelijkheden wordt niet direct gezocht in het faciliteren van meer bebouwingsmogelijkheden op recreatiekavels. Dit heeft namelijk als keerzijde een verrommeling van het landschap. De bouwmogelijkheden op dergelijke kavels hebben vooral tot doel enige ruimte voor opslag ten behoeve van het gebruik (dagrecreatie) te realiseren. Het vraagstuk of en onder welke voorwaarden een verruiming van bebouwingsmogelijkheden gewenst is zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Wij hebben uw reactie onder de aandacht gebracht van de projectgroep dit de visie voorbereid.

Nee

Het kassencomplex, inclusief het in de brief rood gemarkeerde onderdeel, heeft als bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met de functieaanduiding ‘opslag’. Deze kassen zijn hiermee, net als in het vigerende bestemmingsplan, geschikt voor laagdynamische opslag.

Nee

Wij delen deze opmerking gedeeltelijk. Bij het in de brief gemarkeerde gedeelte van de plankaart ontbreekt de aanduiding ‘detailhandel perifeer’. De rest van het gebouw is echter wel juist bestemd (‘Bedrijf’ met aanduiding ‘detailhandel

Ja, toevoegen aanduiding detailhandel perifeer

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 12

Indiener is van mening dat alle gebouwen op dit moment worden gebruikt zoals in de voorschriften en de, door de gemeente verstrekte, vergunningen is aangegeven.

perifeer’). Het ontbrekende deel zal worden aangepast.

Indiener verzoekt de gemeente dan ook om de kaart voor het nieuwe bestemmingsplan naar werkelijkheid aan te passen. 14.

Inspraakreactie 14 Indiener stelt dat twee recreatiewoningen op het perceel van Oosteinderweg 299 niet duidelijk aangegeven zijn op de verbeelding. Eén van deze recreatiewoningen heeft zelfs een officieel huisnummer.

15.

Inspraakreactie 15

a.

Indiener is van mening dat er in het nieuwe bestemmingsplan meer ruimte voor horeca moet komen. Dit maakt Aalsmeer aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers en draagt bij aan de economie van Aalsmeer. Dit biedt ruimte voor uitbreiding van Hotel Chariot.

De meest noordelijk gelegen recreatiewoning is aangeduid met een bouwvlak en een functieaanduiding ‘recreatiewoning’. Deze heeft in het geldende bestemmingsplan een legale status. Het zuidelijk gelegen bouwwerk, welke op de ondergrond van de planverbeelding zichtbaar is, is in het geldende bestemmingsplan niet als zomerhuis bestemd. Ons is niet bekend dat hiervoor een vergunning is afgegeven. Dat hiervoor een huisnummer bekend is, verandert hier niets aan. Wij zien dan ook geen reden dit bouwwerk als ‘recreatiewoning’ aan te duiden.

Nee

Gemeente Aalsmeer heeft een toekomstvisie voor de Oosteinderweg in voorbereiding. Hiertoe heeft de gemeenteraad in een Nota van Uitgangspunten haar doelen vastgesteld. Een van deze doelen is het vergroten van de natuur- en recreatieve waarden van het gebied en het bieden van een duidelijk perspectief aan de ondernemers in het gebied. Wij zullen uw voornemen Hotel Chariot uit te breiden en de wenselijkheid hiervan betrekken bij deze visie.

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 13

b.

Indiener verzoekt de gemeente om de percelen 4467, 6758 en 5691 (Oosteinderweg 245 en 245a, gelegen achter Hotel Chariot)) te bestemmen als een horecafunctie, met als aanduiding horeca van categorie 5. Indiener stelt dat deze verruiming haalbaar en uitvoerbaar is. De wijziging voldoet aan de richtafstanden tot aangrenzende woningen. Daarnaast zijn de woningen achter het hotel in eigendom van Hotel Chariot en kan ook op gronden met de bestemming ‘Horeca’ worden gewoond.

De beoordeling met betrekking tot de ruimtelijke wenselijkheid vooruitlopend op de toekomstvisie is niet aan de orde. Daarnaast is van een concreet en uitvoerbaar plan nog geen sprake. Wij merken ook op dat de panden achter het hotel zijn aangemerkt als rijksmonument. Ingrepen hieraan dienen in overleg met de Rijksdienst Monumentenzorg worden uitgewerkt, mogelijk met een monumentenvergunning. Een bestemmingswijziging is op dit moment nog niet aan de orde.

Nee

c.

Indiener bevestigt dat het Hotel Chariot op perceel 5690 correct wordt bestemd als ’Horeca’ , met als aanduiding horeca van categorie 5. Het hotel past binnen de bestemmings- en bouwregels.

Dank voor de bevestiging dat het hotel op een juiste wijze bestemd is.

Nee

d.

Indiener verzoekt de gemeente om perceel 5586 (loods aan Oosteinderweg 223a) te bestemmen als Gemengd 1, Gemengd 2, Bedrijf of Horeca, met aanduiding categorie 5, zodat het perceel gebruikt kan worden voor het parkeren van autovoertuigen en het opslaan van goederen t.b.v. Hotel Chariot. Indiener heeft een omgevingsvergunning gekregen voor maximaal 20 extra parkeerplaatsen in de loods op perceel 5586 als parkeergelegenheid t.b.v. Hotel Chariot (Z2016/061775). Zij wenst deze loods nu volledig in gebruik te nemen voor parkeren ten behoeve van het hotel.

Op 18 juli 2017 heeft u onder voorwaarden een omgevingsvergunning verkregen voor het in gebruik nemen van deze loods voor het parkeren van in totaal 32 parkeerplaatsen ten behoeve van Hotel Chariot. Deze vergunning zal door middel van een functieaanduiding ‘parkeren’ worden opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. De overwegingen en voorschriften die aan deze vergunning zijn verbonden blijven onverminderd van kracht. Verruimen van de gebruiksmogelijkheden is vooralsnog niet aan de orde. Wij verwijzen hierbij naar de beantwoording onder b.

Ja

f.

Indiener is van mening dat het in dit stadium gewijzigd vaststellen van het (voor)ontwerpbestemmingsplan kostenefficiënt is en voorkomt dat er later opnieuw een uitgebreide procedure doorlopen moet worden.

Het meenemen van een ontwikkeling in de actualisatie van een bestemmingsplan heeft in sommige gevallen voordelen. Dit verzoek is echter niet van dien aard dat zonder integrale afweging in de visie op het plangebied tot medewerking kan worden overgegaan. Dat dit direct kostenefficiënt is, delen wij niet. In beide gevallen dienen de plankosten in rekening te

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 14

worden gebracht. 16.

Inspraakreactie 16

a.

Indiener verzoekt de gemeente om perceel 6064 (Oosteinderweg achter 235) te bestemmen als Gemengd 1, Gemengd 2, Bedrijf of Horeca, met aanduiding categorie 5, zodat het perceel gebruikt kan worden voor het parkeren van autovoertuigen t.b.v. Hotel Chariot.

Deze reactie is gerelateerd aan inspraak nr. 15 en hangt samen met de wens Hotel Chariot uit te breiden. Zolang hiervoor nog geen concreet en uitvoerbaar plan aan de orde is, is er ook geen aanleiding het onderhavige perceel al te bestemmen om een mogelijk noodzakelijke parkeervoorziening mogelijk te maken.

Nee

b.

Indiener is van mening dat het in dit stadium gewijzigd vaststellen van het (voor)ontwerpbestemmingsplan kostenefficiënt is en voorkomt dat er later opnieuw een uitgebreide procedure doorlopen moet worden.

Wij verwijzen naar de beantwoording onder 15f.

Nee

17.

Inspraakreactie 17

a.

Indiener stelt dat het pand aan Oosteinderweg 317 een andere goot- en nokhoogte heeft dan aangegeven in het voorontwerp bestemmingsplan. Het verzoek is om Oosteinderweg 317 los te koppelen van Oosteinderweg 319 en 321, zodat de goot- en nokhoogte aangepast kunnen worden.

Wij delen deze opmerking en zullen de goot- en nokhoogte voor Oosteinderweg 317 in het bestemmingsplan aanpassen naar het huidige niveau (goothoogte van 6,7 meter, nokhoogte van 9,9 meter).

Ja

b.

Indiener verzoekt de goot- en nokhoogte van Oosteinderweg 111a aan te passen naar 4,5 meter (goothoogte) en 7 meter (nokhoogte). Dit is de hoogte die in het vigerende bestemmingsplan wordt aangehouden. Wanneer dit niet mogelijk is volstaat het aanpassen van de nokhoogte naar 5,5 meter (de goothoogte blijft dan gelijk).

Wij delen deze opmerking en zullen de goot- en nokhoogte voor Oosteinderweg 111a in het bestemmingsplan aanpassen naar 4,5 meter (goothoogte) en 7 meter (nokhoogte). Dit blijft onder de hoogtebeperking van 11,3 meter (toetshoogte art. 37).

Ja

c.

Indiener vraagt zich af hoe artikel 44 uit de regels geïnterpreteerd moet worden. Het huis is geërfd en wordt regelmatig verhuurd, maar het is lastig om de woning continue

Oosteinderweg 111a heeft als bestemming ‘Wonen’. Het is niet in strijd met de bestemmingsomschrijving om deze woning te verhuren ten behoeve van bewoning door derden, waardoor

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 15

verhuurd te hebben. Wanneer dit artikel daadwerkelijk gehandhaafd wordt kan dit grote financiële schade betekenen.

artikel 44 uit de regels geen gevolgen heeft voor de situatie op Oosteinderweg 111a.

18.

Inspraakreactie 18

a.

Indiener verzoekt de gemeente om het vloeroppervlak dat de scoutinggebouwen gezamenlijk mogen bedragen (artikel 10.2.1. lid b) aan te passen naar 250m2. Dit is eenzelfde aantal vierkante meters als in het huidige bestemmingsplan en indiener ziet geen reden om deze oppervlakte terug te brengen naar 200m2.

Wij zien geen dwingende reden met maximale bebouwingsoppervlak te beperken en zullen het maximale vloeroppervlak dat de scoutinggebouwen gezamenlijk mogen bedragen (artikel 10.2.1. lid b) aanpassen naar 250m2, vergelijkbaar met de situatie in het vigerende bestemmingsplan.

Ja

b.

Indiener is van mening dat de scouting een uitzonderingspositie zou moeten hebben bij de aanleg van een steiger (artikel 22.2.3. lid b). In plaats van een maximale bouwhoogte en – breedte van 1 meter, zou de maximale bouwbreedte voor een stijger dan 1,75 meter mogen bedragen. Deze breedte is nu reeds aanwezig en ook nodig voor de veiligheid van de gebruikers, voor nu en bij vervanging in de toekomst.

Wij delen deze opmerking. Gezien de beoogde doelgroep en de beperktere zelfredzaamheid hiervan en zullen de bestemming ‘Water’ met aanduiding ‘scouting’ een uitzonderingspositie geven met betrekking tot de maximale breedte van een aanlegsteiger. De maximale breedte van een aanlegsteiger mag dan 1,75 meter bedragen.

Ja

c.

Indiener is van mening dat kamperen moet worden toegestaan op percelen met een Groen-bestemming, waar ook scouting is toegestaan. Er is geen reden waarom in het nieuwe bestemmingsplan deze mogelijkheid moet worden ontnomen.

Het geldende bestemmingsplan staat kamperen niet expliciet toe, net als dat het geldende bestemmingsplan kamperen niet expliciet toestaat. Zolang het kamperen als onderdeel van de scoutingactiviteit plaatsvindt en ook vanuit de scouting door de leden wordt gebezigd, zien wij hiertegen geen bezwaar. Wij zullen het gebruik als kampeerterrein als scoutingactiviteit uitzonderen van het strijdig gebruik.

Ja

d.

Indiener verzoekt de gemeente om een aanpassing te doen waardoor het gebruik van de huidige betonnen loopsteigers, of een andere oplossing met eenzelfde resultaat, voor scouting activiteiten wordt toegestaan. Deze betonnen loopsteiger is in het voorontwerpbestemmingsplan bestemd als ‘Groen’ met de aanduiding ‘scouting’. Volgens artikel 10.3.1 lid b is het gebruik

Relevant is waar de vaartuigen zijn gelegen. Deze liggen doorgaans aan een steiger en niet op de steiger. Dat deze steiger dus ligt binnen de bestemming ‘Groen’ neemt niet weg dat binnen de bestemming ‘Water’ met de functieaanduiding ‘scouting’ gewoon ligplaatsen voor vaartuigen mogen worden ingenomen. Overigens wordt in dit kader met een ligplaats

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 16

van deze gronden als ligplaats strijdig met de bestemming.

bedoeld: een ligplaats voor woonarken of woonboten. Binnen de bestemming ‘Water’, voorzover niet gelegen binnen één van de drie aanduidingen onder art. 22.4.1, is het aanmeren van (plezier)vaartuigen tot 48 uur toegestaan. Zodoende voorziet het plan in de mogelijkheid tot het aanmeren aan de betonnen steiger parallel aan de Ringvaart.

e.

Indiener stelt dat niet alle bestaande bebouwing weergegeven is in de plankaart en verzoekt de gemeente om de huidige situatie correct weer te geven.

De contour van de bebouwing maakt deel uit van de ondergrond die de gemeente op haar viewer gebruikt als ondergrond van de bestemmingsplanverbeelding. De laag dient ter oriëntatie van de bestemmings- en bouwvlakken, geeft geen waardeoordeel en heeft ook geen rechtskracht met betrekking tot de getoonde gebouwcontouren. Deze laag kan niet bij dit bestemmingsplan worden aangepast.

Nee

f.

Indiener verzoekt de gemeente om het stuk grond aan de voorzijde van het scouting terrein (grenzend aan het parkeerterrein en aangeduid als Groen) te bestemmen als Groen met aanduiding sct. Dit stuk grond is in de huidige situatie ook in gebruik voor scoutingactiviteiten.

Wij delen deze opmerking en zullen dit stuk grond, gelegen tussen de parkeerplaats en de grond bestemd als ‘Groen’ met aanduiding ‘scouting’, tevens bestemmen als ‘Groen’ met aanduiding ‘scouting’.

Ja

g.

Indiener verzoekt de gemeente om de overkapping op het scoutingterrein correct in de plankaart weer te geven. De situatie in de plankaart van het voorontwerpbestemmingsplan is niet correct.

Voor de beantwoording verwijzen wij naar onderdeel 18e.

Nee

19.

Inspraakreactie 19

a.

Indiener stelt dat er al geruime tijd plannen bestaan om voor Oosteinderweg 21c t/m 49 een nieuw bestemmingsplan te ontwikkelen, zodat De Vries Scheepsbouw uit zou kunnen breiden. In het huidige voorontwerp wordt hier echter geen ruimte voor geboden.

Wij verwijzen naar het gespreksverslag van 30 november jl. zoals verzonden in ons schrijven van 15 december jl. (kenmerk: Z-2017/034663). De plannen voor uitbreidingen hebben vooralsnog niet geleid tot een concreet onderbouwd verzoek op basis waarvan wij een postzegelbestemmingsplan in voorbereiding hebben kunnen nemen. Dat wil niet zeggen

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 17

dat de gemeente geen uitbreidingsmogelijkheden meer ziet. Deze ruimte zit echter niet in dit voorontwerpbestemmingsplan. Over de uitbreidingen bent u in gesprek met de gemeente zodat kan overwogen of en op welke wijze een ontwikkeling gefaciliteerd kan worden. b.

Indiener stelt dat de gebouwen aan de Oosteinderweg 21c en Oosteinderweg 23 onderdeel uitmaken van de bedrijfsactiviteiten. Zij zijn echter bestemd als Wonen – Lintbebouwing en het verzoek is dan ook om dit te wijzigen in Bedrijf – Scheepswerf 2.

Wij constateren dat deze gebouwen in het geldende bestemmingsplan zijn bestemd als ‘Woondoeleinden – niet gestapeld’. Voor zover wij kunnen beoordelen is er geen vergunning verleend om de woonfunctie van beide panden te onttrekken. Wij hechten waarde aan het in stand houden van de aanwezige lintbebouwing om de achtergelegen bedrijfsbebouwing te maskeren. Wij kunnen ons evenwel vinden in omzetten van het gebruik als bedrijfswoning en zullen Oosteinderweg 21c en Oosteinderweg 23 bestemmen als ‘Bedrijf – Scheepswerf 2’ met aanduiding ‘bedrijfswoning’.

Ja

c.

Indiener stelt dat er in 2016 een vergunning is verleend voor de verlenging van de bouwhal 2 aan de achterzijde van de locatie waar De Vries Scheepsbouw gevestigd is. In het voorontwerp voor het bestemmingsplan is deze grond echter bestemd als Water. Het verzoek is om de bestemming te wijzigen naar Bedrijf – Scheepswerf 2.

Voor het verlengen van bouwhal 2 is inderdaad een omgevingsvergunning verleend (Z-2015/029780). Wij delen deze opmerking en zullen deze vergunning overeenkomstig bestemmen in het ontwerp. Overigens is ook de bouwhoogte van de bebouwing binnen de bestemming ‘Bedrijf – Scheepswerf 2’ aangepast overeenkomstig de bestaande situatie.

Ja

d.

Indiener stelt dat percelen 5610 en 5611 op dit moment eigendom zijn van De Vries Scheepsbouw en ingericht zijn als parkeerterrein. Het verzoek is dan ook om de bestemming van deze percelen te bestemmen als Bedrijf – Scheepswerf 2.

Zie beantwoording onder 19 a. Het parkeren vindt plaats in strijd met het bestemmingsplan. Er is geen afwijkingsbesluit genomen om een dergelijk gebruik toe te staan. Met u zijn afspraken gemaakt over het al dan niet tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan. Mocht daartoe worden besloten, dan nog betekent een tijdelijke afwijking niet dat het gebruik permanent in een bestemmingsplan bestemd zal worden. U heeft een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het permanent in standhouden van dit parkeerterrein. Deze

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 18

aanvraag, bekend wordt beoordeeld.

onder

kenmerk

HZ_WABO-2019-1843,

e.

Indiener stelt dat, ondanks het maximum bebouwingspercentage van 70% voor een Bedrijf – Scheepswerf 2 bestemming, in de huidige situatie al 85% bebouwd is. Het verzoek is om deze bebouwingspercentages los te laten en een volledige bebouwing van het vlak toe te staan.

Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan conserverend van aard is en niet meer mogelijk maakt dan dat onder het voorgaande recht (geldend bestemmingsplan én de nadien verleende afwijkingen) is toegestaan. Het grote bouwvlak in het voorontwerp meet 19.100 m2, hiervan is 15.800 m2 bebouwd. Het bouwvlak is inderdaad voor een groter percentage bebouwd. Wij zullen dit overeenkomstig aanpassen in het ontwerp en afronden op 85%. Hiermee is rekening gehouden met de uitbreiding van hal 2 (zie onder c.).

Ja

f.

Indiener stelt dat Oosteinderweg 23a en Oosteinderweg 27 zijn samengevoegd tot één kantoorpand, met op de bovenverdieping twee appartementen. Dit is niet in het voorontwerpbestemmingsplan verwerkt en indiener verzoekt de gemeente om dit alsnog aan te passen.

Wij delen uw opmerking. Op 31 maart 2017 is voor wijzigen van deze panden, welke overigens bekend als staan als nr. 27, 27a en 27 b een omgevingsvergunning verleend (Z2016/064457). Wij zullen het ontwerpbestemmingsplan overeenkomstig deze vergunning aanpassen.

Ja

g.

Indiener stelt dat de geluidszone rondom De Vries Scheepsbouw afwijkt van de geluidszone die in het vigerende bestemmingsplan wordt gehanteerd. Dit beperkt de bedrijfsmogelijkheden en indiener verzoekt dan ook om de bestaande geluidszone op te nemen in het bestemmingsplan.

Wij delen deze opmerking en zullen de geluidzone rondom De Vries Scheepsbouw aanpassen naar de situatie in het vigerende bestemmingsplan.

Ja

h.

Indiener is van mening dat de bouwregels in artikel 31.2 (Waarde – Ecologie) in strijd zijn met het overgangsrecht in artikel 44.

De bestemming ‘Waarde – Ecologie’ vindt haar grondslag in artikel 19 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De Provincie heeft over dit onderwerp ook een overlegreactie ingediend (zie 45 onder a). Daarnaast is het betreffende artikel in de PRV gewijzigd. Wij verwijzen naar de beantwoording van deze reactie.

Ja

Voor uw specifieke situatie blijft een consoliderende wijze van bestemmen aan de orde zoals de PRV voorschrijft. Bestaande of vergunde bebouwing voldoet aan deze Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 19

bestemmingsregeling. Een dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’ heeft in dit geval geen meerwaarde en komt te vervallen. i.

Indiener stelt dat het gebruiksverbod (artikel 31.4.1) ten aanzien van het verbod op het beproeven van vaartuigen en gebruik als parkeerterrein niet verenigbaar is met de huidige bedrijfsactiviteiten van De Vries Scheepsbouw op deze gronden.

Wij zien het conflict met uw bedrijfsvoering. Dergelijk gebruik is in het geldende bestemmingsplan binnen de bestemming ‘Scheepswerf I’ toegestaan. De dubbelstemming ‘Waarde – Ecologie’ kan en zal komen te vervallen. De primaire bestemming van de natuurverbinding dient echter consoliderend te zijn wat wil zeggen dat er geen nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan die een significante aantasting van deze potentiele natuurverbinding tot gevolg heeft. De bestemming ‘Bedrijf – Scheepswerf 2’ komt hier voldoende aan tegemoet.

Ja

j.

Indiener verzoekt de gemeente om voor de gronden tussen de twee percelen van De Vries Scheepsbouw ook de aanduiding specifieke vorm van water – scheepswerf op te nemen.

Zie onder e. Deze gronden zijn in het geldende bestemmingsplan niet aangeduid als water behorende bij de scheepswerf. In beginsel is het niet gewenst dergelijk water als te gebruiken ten dienste van de werf in die zin als ligplaatsen voor bedrijfsschepen. Onduidelijk is wat hiervan de gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving van de aangrenzende gebruikers (bewoners woonarken). Onduidelijk is ook of dit fysiek überhaupt mogelijk is. Welk ander gebruik u voor ogen heeft is ons niet bekend.

Nee

k.

Indiener verzoekt de gemeente om de groenstrook op het perceel van De Vries Scheepsbouw in te korten conform het vigerende bestemmingsplan.

Wij delen deze opmerking en zullen de groenstroken inkorten conform het vigerende bestemmingsplan. De gewijzigde gronden worden bestemd als ‘Bedrijf’ met aanduiding ‘scheepswerf 2’.

Ja

20.

Inspraakreactie 20

a.

Indiener verzoekt de gemeente om de grens tussen Agrarische

De plansystematiek van dit voorontwerp verschilt ten opzichte

Ja

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 20

natuurontwikkeling en Zone B op het kavel aan de Oosteinderweg 107 op dezelfde positie te behouden als in het vigerende bestemmingsplan. Hij vraagt zich af of het wel mogelijk blijft om kassen te bouwen in ‘Zone B’, indien dit noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering.

van het geldende plan waar een zone A (bedrijfsbebouwing) en B (enkel kassen) werd aangegeven. In het voorontwerp is bebouwing nu binnen de bouwvlakken toegestaan, met dien verstane dat ter plaatse van de functieaanduiding ‘kas’ enkel kassen zijn toegestaan. In het voorontwerp is de strook onbebouwd grond aan de kop van het perceel dieper geworden. In het ontwerp zullen we de bouwgrens voor kassen we overeenkomstig de geldende planregeling opnemen.

b.

Indiener verzoekt de gemeente om de kavels, waaraan drie woonschepen liggen (Oosteinderweg 109 WS1, WS2 en WS3), te bestemmen als agrarisch gebied in plaats van een tuinbestemming. De appellant is van mening dat de gemeente hem verzekerd heeft dat deze gronden agrarisch bestemd zouden blijven.

De betreffende woonarken inclusief de oever zijn in het geldende plan ‘Woonarken’ positief bestemd. Deze oever is te gebruiken ten behoeve van oevergebruik (buitenruimte bij de woonark) met de daarbij horende bouwwerken. In het voorontwerp hebben deze gronden nu een bestemming ‘Tuin’ gekregen. Deze bestemming levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering zolang er binnen deze bestemming geen woningen zijn toegestaan.

Nee

c.

Indiener constateert dat de wijzigingsregels uit het voorgaande bestemmingsplan waar de agrarische bestemming gewijzigd kan worden naar ‘Jachthaven’ (artikel 45) niet meer terug komen in dit voorontwerp.

Dat is juist. Het college kon onder het voorgaande regime dergelijke wijzigingen nog onder bepaalde voorwaarden toestaan. Dit was overigens geen verplichting maar een bevoegdheid. Het huidige inzicht heeft geleid tot terughoudendheid met betrekking tot dergelijke wijzigingsbevoegdheden. De visie die voor het gebied in voorbereiding is zal het herontwikkelingspotentieel opnieuw integraal bezien. Wijzigingsbevoegdheden zijn in dit geval niet meer gepast.

Nee

21.

Inspraakreactie 21

a.

Indiener verzoekt de gemeente om perceel 5430 (Oosteinderweg 315) opnieuw te bestemmen als een woonfunctie, gecombineerd met werken, zoals in het vigerende

Het pand heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Woondoeleinden – gestapeld’. Hierbinnen is wonen en een zelfstandig kantoor toegestaan. We constateren

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 21

bestemmingsplan het geval is.

dat van bewoning op dit moment geen sprake is. Daarnaast is het pand gelegen binnen het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) zone 4. Hierbinnen worden geluidgevoelige bestemmingen beperkt. Het geldende bestemmingsplan (Oosteinderweg e.o. 2005) is in overeenstemming gebracht met de regels van het LIB (zie art. 39 lid 4). Er worden alleen woningen toegestaan die op het moment van ter inzage legging van dat ontwerpplan aanwezig waren. Voor het toestaan van geluidsgevoelige bestemmingen geldt op dit moment het LIB art. 2.2.1c, en 2.2.1d. Hieruit blijkt dat bestaand gebruik van een geluidsgevoelig gebouw is toegestaan. Artikel 2.2.1e beschrijft wat onder bestaand gebruik wordt verstaan (overgangsregeling). Uw verzoek, een onbegrensde woonfunctie, voldoet niet aan een van deze gevallen. Het realiseren van maximaal 25 woningen in dit pand valt weliswaar binnen de beslissingsbevoegdheid van ons college. Door het ontbreken van een concreet initiatief kan echter geen rekenschap worden gegeven van het feit dat binnen een door de luchtvaart beperkt gebied woningen worden gerealiseerd. Deze verplichting vloeit voort uit LIB art. 2.2.1d onder 2 en art. 5e van de Provinciale Ruimtelijke Verordening. De toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 6.2.2. en 6.3.2.) beschrijft wat dit rekenschap geven inhoudt en in welke gevallen dit aan de orde kan zijn.

b.

Indiener verzoekt de gemeente om, gezien de conserverende insteek van het nieuwe bestemmingsplan, de gronden gelegen achter perceel 5430 opnieuw te bestemmen als agrarische gronden in plaats van als ligplaats voor twee woonarken.

Voor de twee woonarken en het bijbehorende oevergebruik heeft de gemeenteraad op 6 juli 2017 een bestemmingsplan ‘Woonarken – Oosteinderweg 319’ vastgesteld. Dit plan is bij uitspraak van de Raad van State op 6 juni 2018 onherroepelijk geworden. Dit is het planologisch uitgangspunt geweest voor

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 22

de gekozen bestemming ‘Water – Permanent Wonen’ en ‘Tuin’. 22.

Inspraakreactie 22

a.

Indiener verzoekt de gemeente om de percelen 5083, 5684 en 5688 (Oosteinderweg 291A) opnieuw te bestemmen als Agrarisch – opslag. Dit is in het vigerende bestemmingsplan ook het geval en het gebruik van dit terrein is niet gewijzigd.

Het geldende bestemmingsplan geeft voor deze percelen geen bestemming ‘Opslag’ aan. De door u genoemde percelen hebben in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Alleen op perceel 5083 staat een opslagruimte. Hiervoor is in 2007 vergunning verleend (20070221) als agrarische opslagruimte. Een dergelijk agrarisch gebruik is toegestaan binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’.

Nee

b.

Indiener verzoekt de gemeente om jachthavenactiviteiten, als aanvulling op de agrarische bestemming van Oosteinderweg 291a, toe te staan. Firma Leliveld, van Oosteinderweg 287, heeft dit immers ook.

De beoordeling met betrekking tot de ruimtelijke wenselijkheid vooruitlopend op de toekomstvisie is niet aan de orde. Herstructurering van dergelijke agrarische percelen zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Daarnaast is van een concreet en uitvoerbaar plan nog geen sprake. Wij hebben uw reactie onder de aandacht gebracht van de projectgroep dit de visie voorbereid.

Nee

23.

Inspraakreactie 23

a.

Indiener stelt dat er nog altijd wordt verwezen naar de bouw van een dakkapel met een plat dak, terwijl er al veel dakkapellen zijn met een schuin dak. Het verzoek is dan ook om deze verwijzing uit het nieuwe bestemmingsplan te schrappen.

Artikel 26.2.1 onder i. geeft regels voor het dakkapellen bij woningen. Dit zijn de regels voor standaard dakkapellen die vergunningsvrij zijn toegestaan. Het is ongewenst om uitzonderingen daarop, ook al zijn er in het gebied meerdere geplaatst, generiek toe te staan. De bestaande afwijkingen zijn toegestaan onder artikel 34.1. Het kan voorkomen dat in een individueel geval een afwijkende dakkapel gepast is. Hiervoor moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd, welke getoetst worden aan de redelijke eisen van Welstand. De WABO geeft ons college dan de bevoegdheid in afwijking van

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 23

de planregels vergunning te verlenen. Overigens wordt in het voorontwerpbestemmingsplan Oosteinderweg 2018 in de regels niet verwezen naar de bouw van een dakkapel met een plat dak. 24.

Inspraakreactie 24

a.

Indiener is van mening dat veel van de huidige activiteiten in zijn woonomgeving niet overeenkomen met de bestemming in het voorontwerpbestemmingsplan. Dit geldt vooral voor Oosteinderweg 287.

Uitgangspunt is dat het bestemmingplan de legale aanwezige functies bestemd. Dat wil zeggen dat deze moeten passen binnen het geldende bestemmingsplan of dat daarvoor in de afgelopen planperiode vergunning voor is verleend. Mocht de feitelijke situatie niet overeenkomen met het voorontwerp, dan kan dit twee dingen betekenen. Of de situatie is illegaal (nog geen vergunning verleend) of de legale situatie is (nog) niet correct vertaald in het voorontwerp. De situatie op Oosteinderweg 287 zullen we in overeenstemming brengen met de verleende vergunningen.

Ja

b.

Indiener verzoekt de gemeente om, net als bij het naastgelegen perceel (achter nr. 269), de grond achter Oosteinderweg 267 mogelijk een recreatiebestemming of een gemengde tuinbouw/recreatiebestemming te geven (met mogelijkheden voor stille opslag op langere termijn).

Voor veel agrarische gronden en bedrijfsgebouwen in het plangebied is de wens het agrarische gebruik te beëindigen en te zoeken naar een vervangende functie. Opslag (laagdynamisch) lijkt hiervoor de meest voor de hand liggende herbestemming, echter dit gebruik voegt vooralsnog weinig toe aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit waar binnen de Oosteinderweg naar gestreefd wordt. Hergebruik van dergelijke agrarische bedrijfsbebouwing zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Wij hebben uw reactie onder de aandacht gebracht van de projectgroep dit de visie voorbereid. Daarnaast is van een concreet en uitvoerbaar plan nog geen sprake.

Nee

c.

Indiener wijst op de plantoelichting (paragraaf 2.3.2). Hierin wordt het ontwikkelingsplan voor Stichting de Bovenlanden

Het voorontwerpbestemmingsplan loopt niet vooruit op de aankoop van de gronden en een mogelijke herinrichting. Deze

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 24

rond de Omweg beschreven. Indiener is van mening dat de plannen van de Stichting niet realistisch zijn zolang de kosten van asbest- en bodemonderzoek voor de eigenaar zijn. Niemand wil zijn perceel daardoor aan Stichting De Bovenlanden verkopen.

zaak speelt tussen de Stichting en de betrokken kwekers. Deze paragraaf in de toelichting beschrijft enkel de mogelijke ontwikkelingen voor de toekomst.

d.

In het verlengde met de opmerking onder a. wijst indiener op het recreatief gebruik van de percelen achter Oosteinderweg 269 richting de Ringvaart. Dit gebruik is, behoudens de twee recreatiewoningen, niet in het voorontwerp opgenomen.

Dit recreatieve gebruik is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Ook is ons niet bekend of voor het gebruik vergunning is verleend. Wij hebben onze twijfels of het gebruik ter plaatse, en dat vooral de wijze waarin dit plaatsvindt, bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteit ter plaatse en de veiligheid van de recreanten hier gegarandeerd kan worden.

Nee

25.

Inspraakreactie 25

a.

Indiener stelt dat de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ op Oosteinderweg 323 al meerdere jaren niet meer economisch toereikend is. Het verzoek is om de bestemming dan ook te wijzigen naar een locatie waar stille opslag, winterstalling van boten, een hijs-/afspuitlocatie en klein onderhoud van boten uit de winterstalling mogelijk is.

Voor veel agrarische gronden en bedrijfsgebouwen in het plangebied is de wens het agrarische gebruik te beëindigen en te zoeken naar een vervangende functie. Opslag (laagdynamisch) lijkt hiervoor de meest voor de hand liggende herbestemming, echter dit gebruik voegt vooralsnog weinig toe aan de ruimtelijke en functionele kwaliteit waar binnen de Oosteinderweg naar gestreefd wordt. Hergebruik van dergelijke agrarische bedrijfsbebouwing zal worden bezien binnen het kader van de visie voor de Oosteinderweg. Wij hebben uw reactie onder de aandacht gebracht van de projectgroep dit de visie voorbereid. Daarnaast is van een concreet en uitvoerbaar plan nog geen sprake.

Nee

b.

Indiener verzoekt de gemeente om een ligplaats voor een woonark met permanente bewoning mogelijk te maken op het perceel van Oosteinderweg 323 (ter verplaatsing uit het LIB

Nieuwe ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning zijn niet meer gewenst tenzij het gaat om een verplaatsing van de bestaande legale woonark met een ligplaatsvergunning. In dit kader verwijzen wij ook naar uw

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 25

zone 4 gebied).

26.

Inspraakreactie 26

a.

Indiener verzoekt de gemeente om voor de Oosteinderweg 72 de bestemmingen op de plankaart in overeenstemming te brengen met het huidige gebruik. Nu heeft het perceel een agrarische bestemming, terwijl er onder andere arbeidsmigranten worden gehuisvest en er sprake is van stille opslag in de verouderde kassen.

verzoek om vooroverleg en de uitkomst daarvan (Z2016/061315). Het is nog niet gebleken of u aan de hierin gestelde voorwaarden voldoet.

Het door u beschreven gebruik is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Op 10 augustus 2017 is uw verzoek voor het legaliseren van het gebruik geweigerd. Zolang er geen besluit is het strijdige gebruik te legaliseren is er onder dezelfde overwegingen geen aanleiding de bestemming van het perceel te wijzigen. Wij verwijzen ook naar ons schrijven van 16 oktober 2017 (Z-2017/028359) en de geweigerde omgevingsvergunning (Z-2017/028365).

Nee

De opslagactiviteiten in het kassencomplex is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Ons is niet bekend of voor dit gebruik vergunning is verleend. In de op te stellen visie voor het Oosteinderweggebied zal worden bezien of een dergelijk alternatief gebruik een gewenste ontwikkeling is. Tot dan zullen wij niet voor uit lopen op een definitieve bestemmingswijziging. b.

Indiener vult de inspraak aan met het verzoek om, gelijk aan de mogelijkheden in het voorontwerpbestemmingplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2019’, voor zijn gronden met de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ een aanduiding ‘R’ voor recreatief medegebruik toe te voegen.

De aanduiding ‘r’ binnen de bestemming ‘Agrarisch-Tuinbouw’ in het VO ‘Uiterweg-Plasoever 2019’ maakt recreatiekavel voor dagrecreatie mogelijk. Ter plekke is zeer beperkt bebouwing mogelijk. In het VO (Oosteinderweg 2018’) hiervoor de bestemming ‘Recreatie’ van toepassing (in het ontwerp wordt dit ‘Agrarisch - Tuinbouw’ met functieaanduiding ‘recreatie’), geen dubbelbestemming zoals u beschrijft. Op het perceel Oosteinderweg 72 is een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing aanwezig. Te veel in vergelijk met de bouwmogelijkheden voor recreatiekavels. Ons is niet duidelijk wel ontwikkeling u met

Nee

Nota van Inspraak en Vooroverleg, Oosteinderweg 2018, oktober 2019 Z-2017/052407 D19-284086

Pagina 26

uw verzoek beoogd, maar vast staat is dat hiermee de strijdige situaties niet kan worden beëindigd. Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van een visie voor het plangebied waaraan toekomstige ontwikkelingen kunnen worden getoetst op wenselijkheid en uitvoerbaarheid. U kunt te zijner tijd in dat kader een voor het perceel passend plan uitwerken. 27.

Inspraakreactie 27

a.

Indiener verzoekt de gemeente om voor het perceel aan de Oosteinderweg 216-218 (perceel 1736 en 9027) de agrarische bestemming te wijzigen naar een bedrijfsbestemming, conform het huidige bestemmingsplan.

De huidige activiteiten op het perceel vallen onder de categorie tuinbouwbedrijf. De gekozen bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ maakt dit gebruik mogelijk. De huidige bestemming ‘Bedrijf’ maakt een potentieel intensiever gebruik met een grotere impact op de leefomgeving mogelijk. Het is beleidsmatig niet wenselijke bedrijvigheid welke als gebiedsvreemd wordt aangemerkt (gebiedseigen zijn tuinbouw- en watergerelateerde bedrijvigheid) toe te laten nemen. Waar mogelijk moeten deze mogelijkheden worden teruggedrongen. Dit beleid volgt uit het geldende bestemmingsplan en de Gebiedsvisie Aalsmeer. Op het perceel is het niet aannemelijke dat hier zich andersoortige bedrijvigheid zal vestigen. Daarnaast is hiervan de afgelopen planperiode ook geen blijk gegeven. Wij zijn van mening dat de gekozen bestemming het meest doelmatig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=f6dd931e-06e1-4a66-b5d9-d8149eca162c