CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 motivatie TAM - omgevingsplan hoofdstuk 22d bodem aalsmeer

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 11 maart 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen ‘TAM - omgevingsplan hoofdstuk 22d – Bodem Aalsmeer’.19.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook de dimensionering moet worden gemeld. Hieruit kan worden opgemaakt of er inderdaad sprake is van een functionele toepassing en niet meer staalslakken wordt toepast dan noodzakelijk is voor het realiseren van de functionele toepassing (artikel 4.1261 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Onder g In de melding wordt aangegeven welke functionele toepassing (werk) wordt gerealiseerd met een onderbouwing waarom de initiatiefnemer de toepassing als functioneel ziet (zoals bedoeld in artikel 4.1260 van het Bal). Het gaat bij de onderbouwing om de vraag of de toepassing volgens gangbare maatstaven nodig is op de plaats of onder de omstandigheden waar deze plaatsvindt. Veelal is het realiseren van een functionele toepassing het gevolg van een ruimtelijk besluit, zoals bij de aanleg van een weg. Onder h In artikel 2.18 van het Bal zijn algemene gegevens opgenomen die steeds bij het verstrekken van gegevens en bescheiden moeten worden aangeleverd. Daarin is al opgenomen dat het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal, wordt verricht moet worden verstrekt. Locaties waar bouwstoffen worden toegepast, bevinden zich vaak in het buitengebied en hebben niet altijd een adres. Daarom zullen in aanvulling daarop de coördinaten van de ontvangende landbodem moeten worden verstrekt.

Mocht van de ontvangende landbodem het adres vermeld zijn, dan kunnen de coördinaten achterwege worden gelaten. De informatie over de locatie waar de bouwstoffen zullen worden toegepast stelt het bevoegd gezag in staat zich een beeld vormen of de voorgenomen toepassing van bouwstoffen op de beoogde locatie is toegestaan. Het kan bijvoorbeeld niet toegestaan zijn bepaalde bouwstoffen toe te passen als in het omgevingsplan de functie natuurgebied of grondwaterbeschermingsgebied is aangewezen. Onder i Zie de toelichting bij het eerste lid. Derde lid In een werk kunnen verschillende partijen staalslakken worden toegepast. Een volledige melding is niet vereist als al eerder een melding is gedaan voor de functionele toepassing waarin de staalslakken worden toegepast. Dezelfde gegevens hoeven niet iedere keer opnieuw te worden gemeld als in het kader van dezelfde functionele toepassing meerdere partijen staalslakken worden toegepast. Er kan dan worden volstaan met specifieke informatie die op die partijen betrekking heeft, zoals opgenomen in het tweede lid onder a (start van de toepassing) en c (milieuverklaring). Vierde lid Als het toepassen op een andere manier wordt gedaan dan in de melding is aangegeven moet dit tenminste een week voorafgaand aan die wijziging worden gemeld.

Zo kan het bevoegd gezag onder meer beoordelen of nog steeds sprake is van een functionele toepassing en een functionele hoeveelheid. Artikel 51 Melding grondstabilisatie Eerste lid Het eerste lid bepaalt dat grondstabilisatie gemeld moet worden. Grondstabilisatie is het stabiliseren van de bodem tot een stabilisaat door het toevoegen van bindmiddelen aan de bodem. De reden voor een meldplicht is dat deze activiteit nadelige effecten op de fysieke leefomgeving kan hebben, zoals een verhoging van de pH­waarde in grondwater of oppervlaktewater. De meldplicht bevat onder meer het indieningsvereiste dat beschreven moet worden welke voorzieningen en maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de toepassing de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloedt of anderszins in strijd met de

specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht. Tweede lid Het stabiliseren van de bodem van locaties met een oppervlakte van minder dan 1000 m2 valt niet onder de meldplicht voor het stabiliseren van de bodem, omdat de mogelijke nadelige effecten op de fysieke leefomgeving bij toepassing ervan naar verwachting niet significant zijn. De specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving is onverminderd van toepassing. Derde lid Onder a en b Informatie over de verwachte data waarop het toepassen zal beginnen en eindigen is van belang voor het houden van fysiek toezicht. Het bevoegd gezag kan langsgaan op de locatie waar het werk wordt gerealiseerd. Onder c Uit de milieuverklaring bodemkwaliteit, die is afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit, volgt onder meer informatie over de kwaliteit van het toe passen stabilisaat. Onder d Voor het kunnen beoordelen van de toepassing is het nodig om de herkomst en de samenstelling van de gebruikte bindmiddelen te verstrekken aan het bevoegd gezag. Onder e Voor het kunnen beoordelen van de toepassing is het nodig om de hoeveelheid bindmiddelen die in totaal voor de stabilisatie van de bodem zal worden toegepast te verstrekken aan het bevoegd gezag. Onder f Ook de dimensionering moet worden gemeld.

Hieruit kan worden opgemaakt of er inderdaad sprake is van een functionele toepassing en niet meer stabilisaat wordt toepast dan noodzakelijk is voor het realiseren van de functionele toepassing (artikel 4.1261 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Onder g In de melding wordt aangegeven welke functionele toepassing (werk) wordt gerealiseerd met een onderbouwing waarom de initiatiefnemer de toepassing als functioneel ziet. Het gaat bij de onderbouwing om de vraag of de toepassing volgens gangbare maatstaven nodig is op de plaats of onder de omstandigheden waar deze plaatsvindt. Veelal is het realiseren van een functionele toepassing het gevolg van een ruimtelijk besluit. Onder h In artikel 2.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn algemene gegevens opgenomen die steeds bij het verstrekken van gegevens en bescheiden moeten worden aangeleverd. Daarin is al opgenomen dat het adres waarop de activiteit, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal, wordt verricht moet worden verstrekt. Locaties waar bouwstoffen worden toegepast, bevinden zich vaak in het buitengebied en hebben niet altijd een adres. Daarom zal in aanvulling daarop de coördinaten van de ontvangende landbodem moeten worden verstrekt. Mocht van de ontvangende landbodem het adres vermeld zijn, dan kunnen de coördinaten achterwege worden gelaten.

De informatie over de locatie waar de bouwstoffen zullen worden toegepast stelt het bevoegd gezag in staat zich een beeld vormen of de voorgenomen toepassing van bouwstoffen op de beoogde locatie is toegestaan. Het kan bijvoorbeeld niet toegestaan

zijn bepaalde bouwstoffen toe te passen als in het omgevingsplan de functie natuurgebied of grondwaterbeschermingsgebied is aangewezen. Onder i Zie het algemene deel van de toelichting, en de toelichting bij artikel 50, eerste lid. De toelichting bij artikel 50, eerste lid over mogelijke nadelige effecten, geldt vergelijkbaar voor grondstabilisatie. Vierde lid In een werk kunnen verschillende partijen bindmiddelen worden toegepast. Een volledige melding is niet vereist als al eerder een melding is gedaan voor de functionele toepassing als geheel. Dezelfde gegevens hoeven niet iedere keer opnieuw te worden gemeld als in het kader van dezelfde functionele toepassing meerdere partijen worden toegepast. Er kan dan worden volstaan met specifieke informatie die op die partijen betrekking heeft, zoals opgenomen in het derde lid onder a (start van de toepassing) en c (milieuverklaring). Vijfde lid Als het toepassen op een andere manier wordt gedaan dan in de melding is aangegeven moet dit tenminste een week voorafgaand aan die wijziging worden gemeld. Zo kan het bevoegd gezag onder meer beoordelen of nog steeds sprake is van een functionele toepassing en een functionele hoeveelheid.

HOOFDSTUK 3 Fysieke leefomgeving In een omgevingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd mag zijn met de geldende regelgeving die betrekking heeft op milieu­ en omgevingsaspecten, zoals op het gebied van geluid, geur, externe veiligheid, lucht, bodem, water, ecologie, etc. Het voorliggende TAM omgevingsplan hoofdstuk 22d is een paraplu TAM omgevingsplan hoofdstuk 22d. Dit betekent dat dit plan over de geldende omgevingsplannen (tijdelijke deel) heen komt te hangen en met dit plan één bepaald onderdeel in deze plannen wordt vervangen of aangevuld, in dit geval bodem en staalslakken en grondstabilisatie. Voor het overige blijven de bepalingen uit de geldende omgevingsplannen ongewijzigd van kracht. Het parapluplan heeft geen invloed op en daarmee geen negatieve gevolgen voor milieu­ en omgevingsaspecten. Het plan is derhalve niet in strijd met de regelgeving voor die milieu­ en omgevingsaspecten. Een uitgebreide toetsing aan die regelgeving is daarom niet noodzakelijk.

HOOFDSTUK 4 FINANCIELE HAALBAARHEID

1 Financieel economische haalbaarheid De financiële uitvoerbaarheid van het TAM omgevingsplan hoofdstuk 22d wordt gewaarborgd doordat de ambtelijke kosten die nodig zijn voor de vervaardiging van het TAM omgevingsplan hoofdstuk 22d worden gedekt uit de algemene middelen van de gemeente.

2 Kostenverhaal Ingevolge artikel 8.13 Omgevingsbesluit is hier geen sprake van een aangewezen kostenverhaalsactiviteit. Dit betekent dat er geen kosten verhaald moeten worden en er zijn daarom geen kostenverhaalsregels noodzakelijk of een anterieure overeenkomst op grond van artikel 13.13 lid 1 Omgevingswet.

3 Nadeelcompensatie Er is geen sprake van nadeelcompensatie.

4 Juridische haalbaarheid Het voorliggende TAM­omgevingsplan voldoet aan alle wet­ en regelgeving en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het voorligende plan is daarmee een juridisch haalbaar plan.

HOOFDSTUK 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

1 Participatie Participatie heeft plaatsgevonden door het concept ontwerp ter inzage te leggen van 6 september t/m 17 oktober 2024. Iedereen was in de gelegenheid om binnen deze 6 weken een participatiereactie te sturen. Er zijn geen reacties ontvangen.

2 Vooroverleg In het kader van het vooroverleg is het ontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 6 november 2024. De toezending is gedaan met het verzoek om voor 25 november te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen dat het ontwerp TAM omgevingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van Noord­Holland 2. Hoogheemraadschap van Rijnland 3. Waternet 4. Brandweer Amstelland De instantie onder 4 heeft te kennen gegeven, dat zij geen opmerkingen hebben, dan wel dat het ontwerp geen onderwerpen raken waarbij deze instanties belang hebben. De andere instantie hebben niet gereageerd.

3 Vaststellingsprocedure 3.1 Zienswijzen Het ontwerp TAM­omgevingsplan heeft ter inzage gelegen van 22 november 2024 t/m 2 januari 2025. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

CONCLUSIE Het plan voldoet aan de instructieregels van het Rijk en de Provincie, de visie en beleid van het Rijk, Waterschappen, Provincie en de gemeente. Verder voldoet het aan alle milieuaspecten. Het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=f3a42667-3d65-48cd-91a0-4960c0453dc0