CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Artikelsgewijze toelichting wijziging GR GGD Amsterdam-Amstelland

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 6 juni 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Gemeentelijk Gezondheidsdienst (GGD) Amsterdam-Amstelland4.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Algemeen deel Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd. Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen geïmplementeerd te worden. Ook de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Amsterdam-Amstelland (GR GGD) moet worden gewijzigd.

Artikelsgewijze toelichting Onderwerp Algemeen

Nieuwe tekst

Oude tekst

Korte toelichting

Begripsbepalinge n in de GR op elkaar aangesloten en waar nodig artikelen omgenummerd vanwege de invoeging/toevo eging van artikelen of artikelleden. Aanhef en Geactualiseerd overweginge naar n collegeregeling (in plaats van een gemende regeling) en aangevuld met de noodzaak tot wijziging in verband met de gewijzigde Wet gemeenschappel ijke regelingen. Oude tekst kent geen artikel 4 lid Een vijfde lid Artikel 4 lid 5 Taken 5 (artikel 4 lid 5) De deelnemers kunnen in toegevoegd wat overleg met het algemeen de mogelijkheid bestuur en in het kader van de creëert dat in artikel 3 genoemde belangen, afzonderlijke afzonderlijk aan het algemeen colleges, binnen bestuur de uitvoering van de in artikel 3 aanvullende taken opdragen. vermelde Hiertoe behoeft deze regeling belangen, kunnen niet gewijzigd te worden. besluiten taken aan het algemeen bestuur in mandaat op te dragen, zonder dat daarvoor de GR gewijzigd hoeft te worden. Hiermee is flexibiliteit gecreëerd.

Artikel 5 Samenstelling (art. 5 en art. 6) 1. Het algemeen bestuur wordt gevormd door leden aangewezen door de zes deelnemers. 2. Elke deelnemer wijst één lid aan voor het algemeen bestuur, met uitzondering van de deelnemer Amsterdam welke twee leden aanwijst. 3. Een lid kan zichzelf door middel van een volmacht laten vertegenwoordigen in het algemeen bestuur. 4. Het algemeen bestuur benoemt één van de leden van de deelnemer Amsterdam tot voorzitter van het algemeen bestuur. 5. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden het dagelijks bestuur aan.

Artikel 5 Samenstelling 1. Het algemeen bestuur wordt algemeen gevormd door bestuur is afgevaardigden van de zes aangepast leden, te weten de vanwege de gemeenten Amsterdam, (wettelijk Amstelveen, Aalsmeer, noodzakelijke) Diemen, Ouder-Amstel en overgang naar Uithoorn. een collegeregeling 2. Elk lid wijst één (er zijn immers afgevaardigde aan voor het geen algemeen bestuur, met raadsbevoegdh uitzondering van het lid eden Amsterdam welke twee ingebracht in afgevaardigden aanwijst. de GR GGD Amsterdam – Amstelland) en 3. Een afgevaardigde kan zichzelf door middel van een de terminologie is gewijzigd om volmacht laten meer vertegenwoordigen in het helderheid te algemeen bestuur. creëren. 4.

Het algemeen bestuur benoemt één van de afgevaardigden van het lid Amsterdam tot voorzitter van het algemeen bestuur.

5.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden het dagelijks bestuur aan.

Artikel 6 1. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van het college. Bij de aanvang van elke zittingsperiode vindt de aanwijzing plaats in een van de eerste vergaderingen na de benoeming van de colleges.

Artikel 6 1. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de raad. Bij de aanvang van elke zittingsperiode vindt de aanwijzing plaats in een van de eerste vergaderingen van de raden in nieuwe samenstelling na de benoeming van de colleges.

2. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur in functie treden.

2. De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur in functie treden.

3. De leden van het algemeen bestuur treden af op het moment van verlies van het wethouderschap.

3. De leden van het algemeen bestuur treden af op het moment van verlies van het wethouderschap of van het lidmaatschap van de raad welke hen heeft aangewezen of van het voorzitterschap van deze raad.

4. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.

4. Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het algemeen bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou 5. De leden van het algemeen hebben moeten aftreden. bestuur kunnen te allen tijde 5. De leden van het ontslag nemen. Van dit algemeen bestuur kunnen te allen ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter bestuur, alsmede de voorzitter van de deelnemer van het algemeen bestuur, alsmede de voorzitter van de die hen heeft aangewezen, raad die hen heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. schriftelijk op de hoogte. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van Onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wet de Wet gemeenschappelijke gemeenschappelijke regelingen, regelingen, behouden leden behouden leden van het van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, hun hun lidmaatschap totdat lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun onherroepelijk in hun opvolging is opvolging is voorzien. voorzien. Werkwijze (artikel 8)

Artikel 8 Artikel 8 1. Het algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur vergadert in het vergadert in het openbaar. openbaar. De deuren De deuren worden gesloten worden gesloten wanneer wanneer één der leden van één der leden van het het algemeen bestuur algemeen bestuur daarom daarom verzoekt of de verzoekt of de voorzitter voorzitter het nodig oordeelt. het nodig oordeelt. Het Het algemeen bestuur beslist algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten

Terminologie is gewijzigd om meer helderheid te creëren, maar uitgangspunten die voorheen golden (b.v.stemverhoudin gen in AB om recht te doen aan het verschil in

vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 2.

3.

Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden van de deelnemer die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een deelnemer vertegenwoordigen waarvan de gemeente een inwoneraantal boven 50.000 heeft. Zij brengen voor elk volgend 50.000tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van zes stemmen per deelnemer. In afwijking hiervan wordt het totaal aantal stemmen van de deelnemer Amsterdam gelijkelijk verdeeld over zijn twee leden zodat elk van hen de helft van het totaal aantal stemmen van deelnemer Amsterdam uitbrengt. Bij gelijke stemverhouding moet binnen één maand worden geprobeerd om overeenstemming te bereiken. Is na één maand geen overeenstemming bereikt dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem.

4.

Besluiten die leiden tot lastenverhoging kunnen alleen bij meerderheid van stemmen genomen worden.

5.

Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers aangehouden.

deuren wordt vergaderd. 2.Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwoneraantal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van zes stemmen per gemeente. Het totaal aantal stemmen van het lid Amsterdam wordt gelijkelijk verdeeld over zijn twee afgevaardigden zodat elk van hen de helft van het totaal aantal stemmen van het lid Amsterdam uitbrengt. 3.Bij gelijke stemverhouding moet binnen één maand worden geprobeerd om overeenstemming te bereiken. Is na één maand geen overeenstemming bereikt dan heeft de voorzitter de doorslaggevende stem. 4.Besluiten die leiden tot lastenverhoging kunnen alleen bij meerderheid van stemmen genomen worden. 5.Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers aangehouden. 6. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet beraadslaagd worden noch een besluit worden genomen over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c.

het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen

inwonersaantal tussen de afzonderlijke gemeenten) zijn gelijk gebleven Toegevoegde lid 8: Om aan de plicht van artikel 31a Wgr te voldoen dat dergelijke besluiten alleen na wensen en bedenkingen van de raad genomen mogen worden. Toegevoegd lid 9: Naar aanleiding van de gewijzigde Wgr (artikel 10, lid 5 Wgr) is gekozen om voorafgaande aan het vaststellen door het AB van meerjarenbeleidspla nnen zoals de regioaanpak e plannen van vergelijkbare strekking en inhoud eerst zienswijze te vragen aan de raden.

6.

of opheffen van de regeling; In een besloten d. het oprichten van of vergadering van het deelnemen in stichtingen, algemeen bestuur kan maatschappen, niet beraadslaagd worden vennootschappen en noch een besluit worden coöperatieve en andere genomen over: verenigingen dan wel het a. de vaststelling en ontbinden daarvan of het wijziging van de beëindigen van de begroting; deelname daaraan; b. de vaststelling van de e. benoeming en ontslag van rekening; leden van het dagelijks c. het toetreden tot, het bestuur. uittreden uit of het wijzigen of opheffen 7. In een besloten van de regeling; vergadering van het algemeen d. het oprichten van of bestuur kan geen besluit worden deelnemen in genomen over het doen van een stichtingen, uitgave voordat de begroting of maatschappen, vennootschappen en begrotingswijziging, waarbij deze uitgave is geraamd, is coöperatieve en andere verenigingen goedgekeurd. dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan; e. benoeming en ontslag van leden van het dagelijks bestuur.

7.

In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen over het doen van een uitgave voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd.

8.

Een besluit als bedoeld in het zesde lid onder d wordt niet eerder genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen te uiten ten aanzien van dit besluit.

9.

Naast de wettelijk verplichte en alle besluiten waarvan dit in de regeling op een andere plaats is bepaald, legt het algemeen bestuur voorafgaand aan de vaststelling ervan alle meerjarenbeleidsplannen, zoals de regioaanpak en plannen van vergelijkbare

strekking en inhoud, aan de raden voor ter zienswijze.

Participatie Artikel 9

Artikel 9 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het algemeen bestuur is bepaald. De participatie vindt plaats op de in de betreffende gemeenten gebruikelijke wijze.

Oude tekst kent geen artikel over participatie.

2. Bij de participatie kan een andere procedure dan die van afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd worden.

Het dagelijks bestuur Werkwijze Artikel 15

Artikel 15 1. Bij het nemen van besluiten door het dagelijks bestuur brengen de leden ieder één stem uit. 2. Het dagelijks bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of ten minste één lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken. 3. Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van het dagelijks bestuur, waarvoor aan de raden vooraf

Artikel 15 1. Bij het nemen van besluiten door het dagelijks bestuur brengen de leden voor het grondgebied dat zij vertegenwoordigen ieder één stem uit. 2. Het dagelijks bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of ten minste één lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken. 3. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt aan

Is toegevoegd zodat voldaan wordt aan de plicht een bepaling over de wijze waarop inwoners en belanghebbende n kunnen participeren op te nemen in de GR. Er is gekozen het AB te laten bepalen op ten aanzien van welke besluiten participatie wordt ingezet. Dit gebeurt op de in de betreffende gemeenten gebruikelijke wijze (omdat sprake is van gemandateerde taken). Toegevoegd is lid 3 om te expliciteren dat er geen besluiten van het DB aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd.

zienswijze als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt gevraagd. 4. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt aan het algemeen bestuur ter kennisneming overgelegd.

De Voorzitter Artikel 20 lid 4

Kaders (art. 27 en art. 28)

het algemeen bestuur ter kennisneming overgelegd. 4. De directeur Publieke Gezondheid of diens vervanger en de directeur RVE OJZ van de gemeente Amsterdam wonen als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij, tenzij het bestuur anders beslist.

5. De directeur Publieke Gezondheid of diens vervanger en de directeur OJZ van de gemeente Amsterdam wonen als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij, tenzij het bestuur anders beslist Artikel 20 lid 4 Oude tekst kent deze aanvulling Toegevoegd is lid niet. Buiten de in deze regeling of 4 om te bij of krachtens wet bepaalde expliciteren dat gevallen zijn er geen er geen besluiten van de voorzitter, besluiten van de waarvoor aan de raden voorzitter aan de vooraf zienswijze als bedoeld raden ter in artikel 10, vijfde en zesde zienswijze lid van de Wet worden gemeenschappelijke voorgelegd. regelingen wordt gevraagd. Artikel 27 Artikel 27 Genoemde termijnen 1. Het dagelijks bestuur zendt 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar vóór 15 april van het jaar aangepast aan de nieuwe termijnen voorafgaande aan dat voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, waarvoor de begroting dient, in de Wgr. de algemene financiële en de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende raden van de deelnemende gemeenten. gemeenten. 2. De beleidsmatige kaders zijn uitgewerkt in de regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling en de financiële kaders in een ontwerp(meer)begroting.

2. De beleidsmatige kaders zijn uitgewerkt in de Regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 20152020 en de financiële kaders in een ontwerp(meer)begroting.

3. Op basis van de beleidsmatige kaders wordt jaarlijks een (deel)jaarplan opgesteld. (Deel)jaarplannen en (deel)begrotingen van het lichaam

3. Op basis van de beleidsmatige kaders wordt jaarlijks een (deel)jaarplan opgesteld.

Artikel 28 1. Het dagelijks bestuur stelt, voorafgaand aan het jaar waarvoor het zal gelden,

Artikel 28 lid 4 toegevoegd: om te voldoen aan de nieuwe wettelijke

Artikel 28 1. Het dagelijks bestuur stelt, voorafgaand aan het jaar waarvoor het zal gelden, (deel)jaarplannen op waarvan de concept (deel)begrotingen deel uitmaken

(deel)jaarplannen op waarvan de concept (deel)begrotingen deel uitmaken 2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april de concept (deel)jaarplannen en (deel)begrotingen acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april de concept (deel)jaarplannen en (deel)begrotingen twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt 3. De raden van de aangeboden, toe aan de raden deelnemende gemeenten van de deelnemende kunnen bij het dagelijks gemeenten. bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de 3. De raden van de concept (deel)jaarplannen en deelnemende gemeenten (deel)begrotingen naar voren kunnen bij het dagelijks brengen. Het dagelijks bestuur bestuur van het lichaam hun zienswijze over de concept voegt de commentaren waarin (deel)jaarplannen en deze zienswijze is vervat bij de concept (deel)jaarplannen en (deel)begrotingen naar voren (deel)begrotingen, zoals deze brengen. Het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt de commentaren waarin wordt aangeboden. deze zienswijze is vervat bij de concept (deel)jaarplannen en (deel)begrotingen, zoals deze 4. Het dagelijks bestuur legt dit aan het algemeen bestuur separaat voorstel acht weken wordt aangeboden. voordat deze aan het algemeen bestuur ter 4. Het dagelijks bestuur stelt vaststelling wordt aangeboden, de raden voorafgaande aan de voor aan de gemeenteraden. vaststelling van de begroting 5.

Het algemeen bestuur stelt schriftelijk en gemotiveerd in de definitieve kennis van zijn oordeel over de (deel)jaarplannen en zienswijze, bedoeld in het derde lid, en van de eventuele (deel)begrotingen vast in het jaar voorafgaande aan het jaar conclusies die het daaraan waarvoor zij dient. verbindt 5. Het dagelijks bestuur legt 6. Het dagelijks bestuur zendt een separaat voorstel twaalf de definitieve weken voordat deze aan het (deel)begrotingen binnen twee algemeen bestuur ter weken na vaststelling, doch in vaststelling wordt aangeboden, ieder geval vóór 15 juli, aan voor aan de gemeenteraden. gedeputeerde staten. 6. Het algemeen bestuur stelt 7. Het dagelijks bestuur zendt de definitieve begrotingswijzigingen acht (deel)jaarplannen en weken voordat deze aan het (deel)begrotingen vast in het algemeen bestuur ter jaar voorafgaande aan het jaar vaststelling worden waarvoor zij dient. aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten. 7. Het dagelijks bestuur zendt 8. In de toelichting bij deze GR de definitieve wordt een termijnschema voor (deel)begrotingen binnen twee de planning en controlcyclus weken na vaststelling, doch in van het lichaam is opgenomen ieder geval vóór 15 september, als bijlage 1. aan gedeputeerde staten.

plicht dat de DB de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze op de begroting en de conclusies die daaraan verbonden zijn.

8. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten. Lid twee tot en met vier zijn van overeenkomstige toepassing.

Toetreding Artikel 34

9. In de toelichting bij deze regeling wordt een termijnschema voor de planning en controlcyclus van het lichaam opgenomen als bijlage 1 Artikel 34 1. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding.

Artikel 34 1. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding. 2.

Aan toetreding kunnen door de gemeenten bepaalde voorwaarden worden verbonden.

3.

Alle raden van de gemeenten dienen in te stemmen met een besluit tot toetreding en de eventuele voorwaarden die hieraan worden verbonden.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 29, derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle raden van de gemeenten hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het algemeen bestuur met instemming van de gemeenten anders bepaalt.

2. Aan toetreding kunnen door de deelnemers bepaalde voorwaarden worden verbonden. 3. Alle raden van de gemeenten dienen ingevolge artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, na een daaraan voorafgaande zienswijzeprocedure, toestemming te verlenen aan de deelnemers om in te stemmen met een besluit tot toetreding en de eventuele voorwaarden die hieraan worden verbonden.

Uittreden Artikel 35

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 30, derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle deelnemers hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij het algemeen bestuur met instemming van de deelnemers anders bepaalt. Artikel 35 Uittreding Artikel 35 1. Een deelnemer kan 1. Indien een lid wenst uit te besluiten tot uittreding, treden, geschiedt dit bij onverminderd het bepaalde in besluit van het bevoegd artikel 1 van de Wet orgaan van het betreffende gemeenschappelijke lid, waarbij een regelingen. opzegtermijn van drie jaar wordt aangehouden. Dit 2. Een deelnemer zendt, na besluit wordt ter kennis zienswijze en toestemming van gebracht van het algemeen zijn raad, het besluit tot bestuur. uittreding aan het algemeen

Om te voldoen aan de gewijzigde Wgr is lid 3 aangepast.

Artikel 35, 35a, 35b en 35c zijn toegevoegd. De nieuwe tekst is aangepast aan de wettelijke plicht ten aanzien van de uittredingsbepalin gen.

bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen.

2.

3. Het algemeen bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en 3. legt deze vast in het conceptuittredingsplan. 4. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de deelnemers unaniem een andere opzegtermijn overeen komen. Artikel 35a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe

Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de berekeningswijze van de aan een uittredende gemeente toe te rekenen kosten bij uittreding en de wijze waarop deze door de uittredende gemeente worden betaald. Het algemeen bestuur stelt in overleg met de uittredende gemeente en in overeenstemming met de regels genoemd in het tweede lid van dit artikel, ten minste zes maanden voor het tijdstip van uittreding een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de uittreding. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, geacht te bestaan.

deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de secretaris. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een lid in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 35b en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen.

Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt

het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Artikel 35b Te vergoeden kosten 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. Het lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer.

De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 35a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 35a, achtste lid, anders is vastgelegd.

5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6. De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 35, vijfde lid. 7. Het lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 35c Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van het lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.

Evaluatie Artikel 37

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het lichaam die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden Artikel 37 Niet opgenomen in vorige versie 1. Het algemeen bestuur draagt GR. zorg voor een periodieke evaluatie van deze regeling. 2. Het algemeen bestuur bepaalt op welke onderwerpen en binnen welke termijnen de evaluatie plaats vindt.

Toegevoegd een bepaling over evaluatie van de regeling. Gekozen is om het AB te laten bepalen binnen welke termijn en

waarover wordt geëvalueerd.

Inwerkingtre ding (artikel 38)

Artikel 38 Artikel 38 1. De regeling treedt in 1. De regeling treedt met werking op de eerste dag terugwerkende kracht in nadat de bekendmaking werking op 1 januari 2017. bedoeld in het tweede lid heeft 2. Burgemeester en plaatsgevonden. wethouders van Amsterdam dragen zorg voor verzending 2. Het college van Amsterdam van de regeling aan draagt zorg voor gedeputeerde staten en bekendmaking van de regeling publicatie in de in alle gemeenten – waarvan Staatscourant. de colleges deelnemen aan deze regeling – in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. 3. Het algemeen bestuur voegt in het hiervoor bedoelde register de gegevens toe met inachtneming van artikel 26, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Bekendmaking aangepast aan de gewijzigde bepaling in de Wgr.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=9112c613-654d-41ea-aba6-3e5161aea219