Bestuurlijke reactie
Tekst van het document
Uw contact E.L. Freerkstra T
(020) 0297 - 383074
F
(020) 540 45 59
info@aalsmeer.nl
Rekenkamer Aalsmeer T.a.v. Esther Fogl
Postbus 253, 1430 AG Aalsmeer Vermeld bij reactie ons kenmerk en datum van deze brief
Datum Uw brief van Betreft
23 september 2025 10 juli 2025
Bestuurlijke reactie ex ante onderzoek grote projecten
Geachte leden van de rekenkamer, Op 10 juli hebben we de concept rekenkamerbrief mogen ontvangen ten aanzien van uw onderzoek naar grote projecten. Met enige verbazing hebben wij kennis genomen van de inhoud. Met name de draai die is gemaakt om van retrospectief te kijken naar hoe het college grote projecten heeft beheerst de afgelopen jaren, naar een prospectief “onderzoek” ten aanzien van de nieuwbouw van het zwembad waar wij nu nog in de initiatiefase verkeren. Uit uw brief blijkt geen duidelijke motivering waarom deze gewijzigde keuze is gemaakt. Wel geeft u aan dat fracties in de raad zich afvragen of de raad genoeg invloed heeft om kostenoverschrijdingen bij grote projecten zoals een nieuwe brandweerkazerne of een wegomlegging te voorkomen. Een herkenbare vraag die fracties ons inziens met het college in haar overleg met elkaar aan de orde kan stellen en desgewenst nadere afspraken over kan maken. In het nog te realiseren project van een nieuw zwembad zijn te dienaangaande ook toezeggingen door het college gedaan en is ook de raad zich terdege bewust van het bijzondere (eenmalige) karakten van dit type project. Daarnaast koppelt u een aantal zaken die ogenschijnlijk minder voor de hand liggen. Op pagina 2 geeft u bijvoorbeeld aan dat voor dit onderzoek het toetsingskader interessant is.
Daarbij gaat u helaas voorbij aan het feit dat dit specifieke toetsingskader, ontleend aan de nota grondbeleid, van toepassing is op grondexploitaties binnen de gemeente Aalsmeer maar niets van doen heeft met de projecten die u aanhaalt en zeker niet van toepassing is op de nieuwbouw van het zwembad. Ook geeft u het volgende aan met betrekking tot de Nota Gemeentelijk Vastgoed Aalsmeer 20221:
1
Raad 10 november 2022
Gemeentehuis Raadhuisplein 1 1431 EH Aalsmeer T
(0297) 38 75 75
www.aalsmeer.nl IBAN NL28 BNGH 0285 0000 12 Reist u met het OV: plan uw reis op www.9292.nl
100/F000/ICT
[Concept Bestuurlijke reactie]
Pagina
2 van 8
“Verder is te lezen dat de afdeling Project en Advies van de AA-organisatie “zorg[t] voor de realisatie, huur of aankoop van vastgoed in opdracht van een gemeentelijke (beleids-)afdeling." En dat deze afdeling: “ontwikkeling en realisatie van gebouwen gemeentelijk vastgoed inclusief professioneel opdrachtgeverschap, verhuur, bruikleen en ingebruikgeving wordt binnen de gemeente door het team Vastgoed uitgevoerd waarin aanwezige kennis en kunde centraal wordt benut." Hiermee legt de raad vast dat de afdeling Project en Advies vanaf het begin tot het einde bij de ontwikkeling van vastgoed is betrokken. Dit heeft als voordeel dat de kennis van de afdeling wordt benut, bij de nieuwbouw maar belangrijker nog bij onderhoud en exploitatie. De rekenkamer wekt hiermee de indruk dat het bovenstaande door de raad is vastgesteld. De passages die door de rekenkamer worden aangehaald komen uit de uitvoeringskaders en niet uit de beleidskaders. De raad heeft de uitvoeringskaders alleen voor kennisgeving aangenomen en vormen daarmee geen kader vanuit de gemeenteraad. Zie ook de onderstaande besluitvorming op dit punt.
In uw schrijven is een aantal zaken helaas niet juist benoemd. Zo geeft u in de tweede alinea op pagina 3 aan dat de financiering van de buitenruimte werd herzien. Dit gaat echter niet om de financiering, maar vooral hoe de lasten die betrekking hebben op grote infrastructurele werken in de begroting terecht komen. De gemeente werkt met het concept van totaalfinanciering en daar is dit besluit wel van invloed op, maar heeft niets te maken met een gewijzigde financiering. Hierbij geeft u ook aan dat de gemeente het geld leent en elk jaar afschrijft. Ook de termen lenen en afschrijven zijn twee verschillende onderwerpen. Lenen heeft te maken met liquiditeitsmanagement en afschrijven met hoe kosten worden toegerekend aan de exploitatie van de verschillende boekjaren gedurende de technische/economische levensduur. Ter voorkoming van misverstanden bij onze raadsleden stellen wij het op prijs deze zaken niet door elkaar te halen. U beschrijft in uw brief dat College en Raad geen afspraken hebben gemaakt over een aparte rapportagevorm aan de raad. Zoals in het raadvoorstel is beschreven en ook in de commissievergadering is toegelicht door de wethouder, kent het project een aantal faseringen wat elk weer een moment is om de raad te informeren. De wethouder heeft toegezegd dat ook vanuit het college wordt nagedacht op welke wijze de raad dan wordt betrokken of geïnformeerd.
Op basis van deze toezegging is een voortgangsrapportage ontwikkeld die ook periodiek aan de gemeenteraad wordt toegestuurd los van de bestaande P&C cyclus.
Pagina
3 van 8
In uw brief staat een uitgebreide beschrijving over de werkwijze hoe de AA organisatie het projectmatig werken heeft georganiseerd. Waarna u concludeert dat al deze regels niet gelden voor Aalsmeer. Deze conclusie is onjuist. Voor de projecten die AA uitvoert voor Aalsmeer zal de AA organisatie deze werkwijze hanteren. Alleen daar waar de gemeente Aalsmeer ervoor kiest om een project niet door AA te laten uitvoeren zijn deze regels niet van toepassing. Waarvan acte. Voor wat betreft het project nieuwbouw zwembad beschrijft u op pagina 7 dat de AA organisatie geen tijd had. Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Het college heeft op basis van verschillende werkbezoeken en gesprekken met andere gemeenten die recentelijk een nieuw zwembad hebben gerealiseerd, alsmede op basis van de marktkennis van de specialisten met betrekking tot het realiseren van dergelijk complex vastgoed, de voorkeur uitgesproken voor een bepaalde vorm van aanbesteden. Namelijk een “design en build”. Deze vorm van aanbesteden geeft volgens het college de beste mogelijkheden om de opdracht concurrerend in de markt te zetten en de financiële risico’s te beperken. De AA organisatie heeft aangegeven gelet op deze gewenste aanpak, dat zij hier geen rol voor zichzelf zag weggelegd. Uw rapportage wekt de indruk dat u een situatie schetst waarbij het college een losse ad hoc keuze heeft gemaakt.
Het college heeft in deze een bewuste keuze gemaakt externe specialisten in te schakelen die ervaring hebben in de wereld van zwembaden en sportaccommodaties en reeds bij meerdere nieuwbouwprojecten van zwembaden zijn betrokken. Zowel binnen gemeentewereld als ook voor commerciële exploitanten. Ook deze partijen hanteren de systematiek van het projectmatig werken. Dit komt onder meer naar voren uit de offerte waarin per fase (initiatief fase en ontwikkelingsfase) een duidelijke beschrijving van werkzaamheden, projectstructuur, verantwoordelijkheden alsmede een planning is opgenomen. De aanpak alsmede de ruime ervaring van deze experts op dit gebied, geeft het college het vertrouwen en het comfort dat zij hierin de passende keuze hebben gemaakt. Daarnaast zien wij het als voordeel dat de KOA nabij het college staat en op die wijze beter zicht heeft op planvorming en de ontwikkelingen met betrekking tot dit project. In de beschrijving over hoe de raad besloten heeft over de nieuwbouw van het zwembad Waterlelie geeft u aan dat het verschil voornamelijk zit in het aantal m2 voor “recreatief” zwemmen. Het belangrijkste onderscheid is dat scenario 3 uitging van een subtropisch karakter van het zwembad, wat aanzienlijk hogere beheerskosten maar ook een hoger risico met zich meebrengt.
Ook de sterk afwijkende vorm van beheer waar de ESA geen ervaring mee heeft maakt dat zowel door de gemeente als de exploitant dit scenario als voorkeursscenario is benoemd. Ons valt op dat u in uw brief regelmatig spreekt dat de KOA een bepaald besluit heeft genomen, een mening is toegedaan of een keuze heeft gemaakt. U heeft weliswaar gesproken met medewerkers van de KOA, de KOA trekt dit traject, maar doet dit namens de gemeente Aalsmeer. Wij zouden het dan ook prijs stellen dat u spreekt over het college en niet over de KOA waar het gaat om bepaalde besluiten die zijn genomen. Daarnaast is het college niet van mening dat de AA organisatie onvoldoende ervaring heeft met de nieuwbouw van zwembaden, maar is dit een feit wat kan worden vastgesteld. De meeste gemeenten die een nieuw zwembad realiseren doen dit hooguit één keer in de vijftig jaar. Uitzonderingen van grote gemeenten daargelaten. Dat hier ook onvoldoende ervaring mee is blijkt ook uit hun projectaanpak waarbij verschillende externe specialisten
Pagina
4 van 8
worden betrokken. Net zoals het college van B&W Aalsmeer in de huidige aanpak heeft gedaan. Ons valt op dat u regelmatig stelt dat bepaalde zaken over de uitvoering niet met de raad zijn afgesproken. Niet duidelijk is wat u hiermee poogt te zeggen. Immers, zaken zijn uitgebreid en intensief met de raad besproken, alleen niet door de raad besloten. Immers gaat het college over de uitvoering en gaat de raad over de kaderstelling. De uiteindelijke keuze voor het scenario en het daarbij behorende budget is uiteraard wel door de raad besloten. Met betrekking tot de beheersing van de risico’s gelieerd aan dit project geeft u aan dat pas bij de aanbesteding de eerste grote risico’s zichtbaar worden en dat risico’s worden beschreven en geactualiseerd naarmate het project vordert. Dit is niet correct. Hoofdstuk 10 van de toekomstvisie zwembad, de risicoparagraaf, beschrijft de significante risico’s die aan dit project verbonden zijn. Hoofdstuk 3 roept bij het college de volgende gedachten op. U geeft hier aan wat de gemeente kan leren van andere gemeenten met grote projecten. Uit uw analyse komt naar voren dat de uitvoering van grote projecten door de gemeente Almere, Moerdijk, Overbetuwe en Terneuzen bruikbare aanbevelingen voor de gemeente Aalsmeer kunnen zijn. U benoemt deze zelfs als “best practices”. Het college kijkt daar anders tegenaan.
Zo blijkt uit een raadsenquête bij de gemeente Almere dat de Floriade uiteindelijk € 120 miljoen meer heeft gekost dan de € 10 miljoen die van tevoren was begroot. Het college constateert dat in de brief een duidelijke motivering ontbreekt waarom deze gemeenten als “best practice” worden meegegeven en vraagt zich af waar de rekenkamer deze conclusie op baseert. Voor wat betreft de leereffecten van andere gemeenten: 1
Duidelijke kaders en fasering.
Aangezien het onderzoek prospectief is en zich toespitst op de nieuwbouw van het zwembad alsmede het feit dat er duidelijke kaders voor de bouw van het zwembad zijn geformuleerd evenals dat er sprake is van een duidelijke fasering, ontgaat ons wat dit toevoegt aan de huidige situatie. Ook onze externe deskundigen kennen een goede projectstructuur zoals eerder benoemd en een goede projectmatige aanpak. Het opstellen van een eigen regeling voor grote projecten lijkt ons onnodig aangezien de AA organisatie die het overgrote deel van deze projecten uitvoert reeds beschikt over een dergelijke regeling en het niet waarschijnlijk is dat de Kernorganisatie meer grote projecten gaat trekken. 2
Rolverdeling en samenspel
U geeft aan dat de raad vaak onvoldoende informatie krijgt en te laat wordt betrokken. Wij herkennen ons niet in dit beeld, ook niet voor wat betreft het zwembad waar uw onderzoek zich op richt. Wij hebben de raad veelvuldig in het gelopen traject betrokken en van informatie voorzien. Daarnaast adviseert u tegenspraak te borgen door onafhankelijke audits uit te voeren. De cultuur in Aalsmeer is niet van dien aard dat tegenspraak geborgd moet worden in regels en audit. Daarnaast blijkt uit de rapportage niet precies wat dan aan een audit onderworpen moet worden, welke rol de auditcommissie hierin zou kunnen
Pagina
5 van 8
pakken en wat de rol is van de externe accountant die als onafhankelijke derde ook namens de raad meekijkt naar de beheersing van dergelijke projecten. Het samenspel met de raad komt ook in het raadvoorstel tot uiting op basis waarvan de raad het besluit tot het toekennen van het krediet heeft genomen. Hierin besluit de raad het project in handen te stellen van het college voor verdere uitwerking. Hierbij komt onder meer de volgende zaken aan bod: de projectfasering, de momenten dat de raad wordt betrokken en de keuze voor de geïntegreerde bouw- en aanbestedingsmethode waarbij één partij verantwoordelijk is voor zowel het ontwerp als de uitvoering van een project, onder één enkel contract de zogenoemde Design & Build. 3
Financiële beheersing en risicomanagement
U adviseert een risicobudget in te stellen en te werken met worst-case-scenario’s. Om te rapporteren over de totale kosten voor de hele looptijd en standaard kostencategorieën te gebruiken. Voor wat betreft het zwembad waar uw onderzoek zich op toespitst heeft het college reeds rekening gehouden met een post voor onvoorzien in het beschikbaar gestelde krediet. Daarnaast houdt de gemeente Aalsmeer in het kader van risicomanagement ook rekening met het algemene risico van overschrijdingen van projecten en daardoor stijgende kapitaallasten naast de specifiek genoemde risico’s in hoofdstuk 10 van de toekomstvisie. Periodiek herijken wij alle risico’s waarbij ook de specifieke risico’s weer tegen het licht wordt gehouden. De wijze waarop het college invulling geeft aan het risicomanagement is ook aan de raad gepresenteerd zodanig dat de raad ook voldoende kennis heeft over hoe de gemeente hiermee omgaat. Voor wat betreft de kosten is het binnen de gemeente Aalsmeer gebruikelijk om te kijken naar de kosten over de gehele looptijd en maakt ook de gemeente Aalsmeer gebruik van standaard kostencategorieën. Voor andere projecten waarbij de uitvoering bij de AA organisatie ligt, heeft de KOA een toetsende rol ten aanzien van gevraagde budgetten.
Binnen de stuurgroep is ook sprake van een maandrapportage waarin voortgang van onder meer de budgetten alsmede het project wordt gerapporteerd aan het college. Bij in elk geval de verschillende P&C documenten zal ook de raad hierin betrokken worden, zal dit overeenkomstig de wens van de raad duidelijk identificeerbaar zijn en daar waar sprake is van significante afwijkingen zal dat ook tussentijds gebeuren. 4
Projectdocumentatie en evaluatie
U geeft als aanbeveling dat alle besluiten, rapportages en afwijkingen in een centraal projectdossier moeten worden gearchiveerd. Wij vermoeden dat u hierbij voorbij bent gegaan aan de archiefwet waarin de archivering van dergelijke stukken al is geregeld. Vanzelfsprekend voldoet het college aan de archiefwet en zal ook met betrekking tot het project nieuwbouw zwembad zorgdragen voor een adequate archivering. Met andere woorden, dit is de gebruikelijke gang van zaken voor het college. 5
Samenwerking en governance
U beschrijft dat de realisatie van dergelijke grote projecten complex zijn en voor veel gemeenten een “once in a lifetime” project in tegenstelling voor marktpartijen. Dit heeft het college ondervangen door ook in de projectstructuur te werken met externe deskundigen die ervaring hebben met de realisatie van nieuwe zwembaden bij meerdere overheidsorganisaties, dan wel commerciële organisaties.
Pagina
6 van 8
Daarnaast stelt u dat er sprake is van een driehoeksverhouding met de ESA. Het college ziet dat anders. De ESA is verantwoordelijk voor de exploitatie van het nieuwe zwembad. Het is daarin niet meer dan logisch dat de exploitant betrokken wordt in dit traject gegeven hun ervaring met zwembadexploitatie. Het college heeft er niets aan als achteraf blijkt dat bepaalde keuzes gemaakt zijn die exploitatie technisch tot problemen leiden. De ESA heeft vanzelfsprekend geen stem in de besluitvorming. 6
Controlerende taken van de raad
U adviseert een raadswerkgroep in te richten of de auditcommissie het project te laten volgen. Onze gemeenteraad heeft meerdere keren aangegeven dat zij dergelijke discussie zoveel mogelijk in het openbaar wil laten plaatsvinden. Ook zijn wij op basis van de wet verplicht de raad in zijn volledige omvang te informeren en voegt het niets toe om daar een andere vergaderstructuur voor op te tuigen. Door hier de reguliere vergaderingen van de commissie en de gemeenteraad te gebruiken, kan het college door de gemeenteraad dan ook ter verantwoording worden geroepen. Wij achten het democratisch minder zuiver om een dergelijk traject wederom achter gesloten deuren te volgen in een bijzondere raadscommissie. Daar waar het specifieke zaken betreft waar behandeling in het openbaar de belangen van de gemeente schaadt, is het mogelijk een discussie achter gesloten deuren te voeren dan wel binnen de auditcommissie hierover van gedachten te wisselen. Het staat de gemeenteraad daarnaast vrij om aan de accountant bepaalde zaken mee te geven waarvan zij wil dat er extra aandacht aan wordt besteed. Daar waar u adviseert over afspraken maken voor een pauzeknop in geval van grote afwijkingen is dit wat ons betreft overbodig. Daar waar het mogelijk is te wachten kunnen wij de raad hierin betrekken door een spoedvergadering bijeen te roepen.
Immers heeft de gemeenteraad zelf aangegeven binnen 7 werkdagen hierover een besluit te kunnen nemen.
7
Conclusies 1. Aalsmeer heeft geen apart beleid of een aparte structuur voor grote projecten. Daarom moet de raad de grote projecten controleren met de informatie uit de reguliere P&C cyclus. Ook heeft de raad geen aparte commissie die grote projecten volgt. De rekenkamer beschrijft de feitelijke situatie. Daarnaast zou de rekenkamer ook kunnen constateren dat het aantal grote projecten wat door de eigen organisatie wordt uitgevoerd beperkt is in aantal. 2. Het college herkent zich in grote lijnen in de beschrijving van het proces hoe de raad tot een keuze van het scenario is gekomen. Echter geeft u hier ook aan dat het college afwijkt van de nota gemeentelijk vastgoed Aalsmeer 2022 door de KOA dit project te laten trekken en niet de afdeling Project en Advies van de AA organisatie. Zoals eerder beschreven vormt het uitvoeringskader geen onderdeel van de door de raad vastgestelde beleidskaders. Zij zijn immer niet vastgesteld door de raad maar slechts voor kennisgeving aangenomen. De huidige uitvoering van het project valt dan ook volledig binnen de bestaande beleidskaders zoals die door de raad zijn meegegeven. 3. De rekenkamer beschrijft de beperkte ervaring die de KOA heeft met grote projecten. Daar waar het gaat om de risicobeheersing constateert het college dat de eigen kernorganisatie het risicomanagement goed heeft ingebed.
De toekomstvisie bevat een uitgebreide risico-inventarisatie, we houden rekening met een post
Pagina
7 van 8
onvoorzien en in de berekening van het weerstandsvermogen. Daardoor hebben het college en de gemeenteraad een goed en integraal beeld over de (financiële) impact van alle risico’s tezamen en hoe dit zich verhoudt tot het weerstandsvermogen. Daarnaast blijft de rekenkamer een beeld schetsen met betrekking tot de beperkte ervaring van de KOA. Vanwege het feit dat de KOA geen ervaring heeft met het bouwen van een nieuw zwembad alsmede grote projecten en het college goed zicht heeft op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de KOA heeft het college ook besloten om externe specialisten op dit vakgebied in te schakelen. Het college ziet dat ook de AA organisatie een vergelijkbare strategie wilde volgen blijkens het projectvoorstel wat er lag. Het college kan zich dan ook niet vinden in de conclusie dat deze opzet ertoe leidt dat zaken over het hoofd worden gezien. 4. U concludeert dat het ontbreekt aan een heldere borging van go-no go momenten. Het college kan zich niet vinden in die conclusie. De Go en No Go momenten zijn wel degelijk geborgd in de projectfasering. Uiteindelijk is het aanbestedingsresultaat het definitieve moment waaruit zal blijken in hoeverre de markt op basis van het programma van eisen een zwembad wil bouwen wat past binnen het bestaande budget. Indien dat niet het geval is zal het college terugkomen naar de raad met welke keuzes de raad op dat moment heeft.
Heeft de gunning eenmaal plaatsgevonden dan begint het bouwproces en bewaakt het college de realisatie en eventuele kostenoverschrijdingen die daaruit naar voren komen. Als die significant van aard zijn zal ook het college daarmee terugkomen naar de raad met eventuele keuzes die de raad dan heeft om potentiële overschrijdingen te compenseren. Daarnaast geeft u aan dat een aantal zaken niet lijken te voldoen. Deze conclusie doet geen recht aan de feiten. 8
Voor wat betreft de aanbevelingen 1. Stel een nota op voor grote projecten in Aalsmeer. Zoals eerder aangehaald ziet het college niets in een afzonderlijke nota voor grote projecten specifiek voor de gemeente Aalsmeer. Het overgrote deel van de projecten wordt naar tevredenheid uitgevoerd door de AA organisatie die werkt met een dergelijke nota. Het college ziet ook geen situatie voor zich dat de KOA meer grote projecten zelf gaat trekken. Het zal daarmee vooral een dode letter worden die geen toegevoegde waarde voor de gemeenteraad heeft. 2. Neem alsnog een besluit voor het zwembad over de nota vastgoed. De rekenkamer vraagt hierbij om alsnog een besluit aan de raad voor te leggen om de Nota Vastgoed buiten werking te stellen voor de nieuwbouw van het zwembad. Zoals eerder aangegeven verwart de rekenkamer de uitvoeringskaders die door de raad voor kennisgeving zijn aangenomen met de beleidskaders die door de raad zijn vastgesteld. De huidige uitvoering verloopt volledig volgens de door de raad vastgestelde beleidskaders. De uitvoeringskaders maken daar geen onderdeel van uit. Daarmee is het onnodig om deze nota buiten werking te stellen voor dit project. 3. Wijs de auditcommissie aan om het zwembadproject te volgen. Het college ziet in de auditcommissie een prima oplossing om de voortgang te blijven volgen.
Het college heeft dit bij monde van de wethouder ook aangeven bij de bespreking van dit project in de commissie. Ook de accountant heeft dit advies al gegeven. Dit is ook een werkwijze die het college voor zich ziet. Het college ziet met belangstelling tegemoet welke andere afspraken over fasering, rapportage en tussentijdse audits via de auditcommissie naar het college komen. Mocht de auditcommissie zich daarin willen laten ondersteunen dan adviseert het college hier vooral een externe deskundige voor in te schakelen en niet de rekenkamer. Dit om rolvermenging te
Pagina
8 van 8
voorkomen. Ook kan de auditcommissie ervoor kiezen om de accountant met betrekking tot dit punt een aanvullende opdracht te verstrekken. Daarnaast kan de raad er op elk moment voor kiezen om het zwembad op de agenda van de reguliere commissie te zetten zodat ook het politiek debat kan worden gevoerd over de voortgang en de uitvoering. Ook kan de raad het college daar ter verantwoording roepen. Hetgeen niet mogelijk is binnen de auditcommissie aangezien dat een technische en niet openbare commissie is.
9
Conclusie:
Wij komen tot de conclusie dat uw rapport onvolledig, op onderdelen onjuist en niet voldoende deugdelijk is gemotiveerd. Een bronvermelding van gebruikte externe bronnen ontbreekt en de structuur van het rapport leidt tot onduidelijkheden. In hoofdstuk 3 lijkt u bepaalde adviezen te geven die later niet worden opgevolgd in de aanbevelingen. Het is het college niet duidelijk wat nu de status is van de adviezen die u daar lijkt te doen. De door u benoemde “best practices” zijn weinig precies gekozen en dienen eerder als slecht voorbeeld. De aanbeveling met betrekking om de auditcommissie in te zetten is niet nieuw maar overgenomen van de toezegging door het college in de commissie en het advies van de accountant die daar al eerder aanbevelingen aan de raad over heeft gedaan. Door de accountant gekoppeld aan een ontwikkeltraject van de auditcommissie. Daarnaast lijkt het rapport op onderdelen vanuit een vooraf ingenomen standpunt geschreven. Voor een beter zicht op grote projecten zijn het zaken die hetzij wettelijk al zijn geregeld, dan wel aspecten die door het college in de aanpak al zijn meegenomen. Wij komen daarmee tot de conclusie dat de aanpak die het college gekozen heeft en die door de raad is overgenomen een prima aanpak is en dat de zaken die onderwijl verder moeten worden uitgewerkt zowel bij de raad als bij het college goed op de radar staan.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte