CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Ophelialaan - Jac. P. Thijsselaan

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 10 oktober 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Ophelialaan - Jac. P. Thijsselaan’ en beeldkwaliteitsplan ‘De Hoeksteen’.28.729 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Alle waarnemingen zijn direct in een smartphone met GPS in het veld opgeslagen. Op grond van zwermende vleermuizen rond middernacht in de zomer en paarverblijfplaatsen in het najaar is een inschatting gemaakt of winterverblijfplaatsen aanwezig zijn.

rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 7 van 13

tabel 3.1: onderzoekrondes ten aanzien van vleermuizen

Ronde Datum

Tijdstip

Onderzochte functies

Naam medewerker

Weersomstandigheden

1

22-05-2020

21:30-00:00

A. Huiding

15 ⁰C, droog, licht bewolkt

2

28-06-2020

04:30-06:45

A. Huiding

14 ⁰C, droog, licht bewolkt

3

12-07-2020

21:30-23:45

A. Huiding

18 ⁰C, droog, licht bewolkt

4

19-08-2020

20:30-22:45

Verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroutes Verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroutes Verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroutes Verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroutes

A. Huiding

21 ⁰C, droog, licht bewolkt

5

24-09-2020

20:00-22:30

Verblijfplaatsen, foerageergebied, vliegroutes

A. Huiding

17 ⁰C, droog, licht bewolkt

3.2

Nadere analyse: geluidsopnamen

Indien een soort niet met zekerheid in het veld kon worden bepaald, zijn geluidsopnamen gemaakt met de batdetector (type: Anabat Walkabout). Vervolgens zijn de opgenomen geluiden in Batsound geanalyseerd aan de hand van de criteria uit de literatuur. Door zichtwaarnemingen is het gedrag en daarmee de functie van het gebied voor vleermuizen vastgesteld.

3.3

Effectanalyse voorgenomen ingreep

Uit het aanvullend soortgericht onderzoek volgt welke vleermuissoorten in het plangebied aanwezig zijn en welke functie(s) het plangebied heeft voor deze vleermuizen. Een effectanalyse is uitgevoerd om de te verwachten effecten, door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden, te bepalen. Het betreft hier een beschrijving van de verwachte tijdelijke negatieve effecten en/of negatieve effecten op de langere termijn als gevolg van de werkzaamheden. De effecten worden beoordeeld op het niveau van exemplaren.

3.4

Voorzorgsmaatregelen

Wanneer negatieve effecten als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden worden verwacht, dienen voorzorgsmaatregelen te worden opgesteld en nageleefd. Hiermee wordt de functionaliteit van het leefgebied van aanwezige soorten gegarandeerd.

3.5

Advies vervolgtraject

Ten slotte wordt een advies gegeven voor het vervolgtraject. Uit de natuurtoets kan naar voren komen dat ondanks het nemen van voorzorgsmaatregelen een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige beschermde soorten niet kan worden voorkomen. In dat geval is de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 8 van 13

4

RESULTATEN VLEERMUISONDERZOEK

Gedurende het onderzoek zijn binnen het plangebied drie vleermuissoorten aangetroffen: • Gewone dwergvleermuis. • Rosse vleermuis. • Laatvlieger. In tabel 4.1 zijn per soort de waarnemingen en functies weergegeven. In bijlage 2 zijn de verspreidingskaarten van de onderzoekrondes opgenomen. Alle vleermuizen, die tijdens het onderzoek in en rondom het plangebied zijn waargenomen, zijn genoteerd. Hierdoor kan het zijn dat één vleermuis meerdere keren genoteerd is, als deze voor een langere tijd is blijven foerageren. Elke waarneming is weergegeven in de verspreidingskaarten. In onderstaande toelichting wordt onderscheid gemaakt in kraamperiode en paarperiode. De eerste, tweede en derde onderzoeksrondes vallen onder de kraamperiode en de vierde en vijfde onderzoeksrondes vallen onder de paarperiode. In onderstaande tabel en toelichting is gespecificeerd hoeveel vleermuizen daadwerkelijk tegelijkertijd zijn waargenomen in het plangebied en naar verwachting rondvliegen. tabel 4.1: overzicht aangetroffen soorten en functies. Per soort zijn de aangetroffen functies en het aantal individuen (ind.) per functie

Winterverblijfplaats

Kraamverblijfplaats

Zomerverblijfplaats

Paarverblijfplaats

Foerageergebied

Essentieel foerageergebied

Vliegroute

Essentiële vliegroute

weergegeven

Gewone dwergvleermuis Nee

Nee

Nee

Nee

Ja, 2 ind.

Nee

Ja, 2.

Nee

Rosse vleermuis

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja, 2 ind.

Nee

Nee

Nee

Laatvlieger

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja, 1 ind.

Nee

Nee

Nee

Soort

4.1.1

Gewone dwergvleermuis

Verblijfplaats In de kraamperiode zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In de paarperiode zijn geen zomer-, paarverblijfplaatsen of mogelijke winterverblijfplaatsen vastgesteld. Sociale geluiden van gewone dwergvleermuis zijn niet waargenomen. Het plangebied heeft geen functie als vaste rust- of verblijfplaats voor gewone dwergvleermuis. Foerageergebied Tijdens de drie onderzoekrondes in de kraamperiode zijn twee foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Eén foerageerde de hele nacht rond de bomen ten noorden van het huis en langs het huis (binnen de begrenzing van het plangebied) en één foerageerde de gehele nacht rond de lantarenpalen ten noorden van het plangebied nabij de kruising met de Ophelialaan (buiten de begrenzing van het plangebied). rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 9 van 13

In de paarperiode is tijdens de vierde onderzoeksronde één foeragerende gewone dwergvleermuis ten noorden van het plangebied waargenomen. Deze foerageerde rond de lantarenpalen nabij de splitsing met de Ophelialaan (buiten de begrenzing van het plangebied). Daarnaast foerageerde één gewone dwergvleermuis rond de lantarenpalen ten oosten van het plangebied aan de andere kant van de Jac. P. Thijsselaan (buiten de begrenzing van het plangebied). Tijdens de vijfde onderzoeksronde foerageerde één gewone dwergvleermuis op dezelfde locatie als de vierde onderzoeksronde ten noorden van het plangebied. Vanwege de relatief lage aantallen individuen is geconcludeerd dat in en direct rondom het plangebied geen essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis aanwezig is. Vliegroute In de kraamperiode zijn tijdens alle drie de onderzoeksrondes twee vliegroutes vastgesteld waar twee gewone dwergvleermuizen gebruik van maakten. De gewone dwergvleermuizen vlogen richting het zuiden parallel aan de Jac. P. Thijsselaan langs het plangebied en richting het westen door de bosschage ten noorden van het plangebied. In de paarperiode is door twee gewone dwergvleermuizen tijdens beide rondes alleen gebruik gemaakt van de vliegroute richting het zuiden langs het plangebied. Alle vastgestelde vliegroutes liggen buiten de begrenzing van het plangebied.

Vanwege de relatief lage aantallen overvliegende individuen buiten de begrenzing van het plangebied is geconcludeerd dat in en direct rondom het plangebied geen essentiële vliegroute aanwezig is voor gewone dwergvleermuis.

4.1.2

Rosse vleermuis

Verblijfplaats In de kraamperiode zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In de paarperiode zijn geen zomer-, paarverblijfplaatsen of mogelijke winterverblijfplaatsen vastgesteld. Sociale geluiden van rosse vleermuis zijn niet waargenomen. Het plangebied heeft geen functie als vaste rust- of verblijfplaats voor rosse vleermuis. Foerageergebied Uitsluitend tijdens de derde onderzoeksronde in de kraamperiode zijn later op de avond twee foeragerende rosse vleermuizen waargenomen. Deze foerageerde buiten de begrenzing van het plangebied rond de bomen en lantarenpalen ten noorden van het plangebied aan weerszijde van de Jac. P. Thijsselaan nabij de splitsing met de Ophelialaan. Tijdens de andere inventarisatierondes in de kraamperiode en in de paarperiode zijn geen rosse vleermuizen waargenomen. Vanwege de relatief lage aantallen individuen die uitsluitend buiten de begrenzing van het plangebied zijn aangetroffen is geconcludeerd dat in en direct rondom het plangebied geen essentieel foerageergebied voor rosse vleermuis aanwezig is. Vliegroute Tijdens zowel de kraam- als de paarperiode is de rosse vleermuis uitsluitend foeragerend waargenomen. Vliegroutes zijn niet vastgesteld. Het is hierom uitgesloten dat het plangebied een functie vervuld als essentiële vliegroute voor rosse vleermuis. .

rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 10 van 13

4.1.3

Laatvlieger

Verblijfplaats In de kraamperiode zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In de paarperiode zijn geen zomer-, paarverblijfplaatsen of mogelijke winterverblijfplaatsen vastgesteld. Sociale geluiden van laatvlieger zijn niet waargenomen. Het plangebied heeft geen functie als vaste rust- of verblijfplaats voor laatvlieger. Foerageergebied Uitsluitend tijdens de tweede onderzoeksronde in de kraamperiode is, later op de avond, kort een foeragerende laatvlieger waargenomen. Deze foerageerde rond de bomen en lantarenpaal ten oosten van het plangebied aan de overkant van de Jac. P. Thijsselaan buiten de begrenzing van het plangebied. Tijdens de andere onderzoeksrondes in de kraamperiode en in de paarperiode zijn geen laatvliegers waargenomen. Vanwege de relatief lage aantallen individuen die uitsluitend buiten de begrenzing van het plangebied is geconcludeerd dat in en direct rondom het plangebied geen essentieel foerageergebied voor laatvlieger aanwezig is. Vliegroute Tijdens zowel de kraam- als de paarperiode is de laatvlieger uitsluitend foeragerend waargenomen. Vliegroutes zijn niet vastgesteld. Het is hierom uitgesloten dat het plangebied een functie vervuld als essentiële vliegroute voor laatvlieger.

4.2

Analyse effecten en consequenties ten aanzien van Wet natuurbescherming

De voorgenomen ruimtelijke ingreep kan effecten hebben op aanwezige beschermde soorten. Indien negatieve effecten aan de orde zijn, zowel op korte (tijdens de uitvoering) als op de lange termijn (na de uitvoering) zijn deze in deze paragraaf beschreven. Gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger In en rondom het plangebied zijn enkele individuen van gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger foeragerend en/of overvliegend waargenomen. Voor deze soorten heeft het plangebied geen essentiële functie als foerageergebied of vliegroute. Daarnaast zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Negatieve effecten op foeragerende en overvliegende vleermuizen kunnen verwacht worden wanneer breed uitstralende bouwverlichting wordt toegepast in de periode april-november tussen zonsondergang en -opkomst. Foeragerende en passerende vleermuizen kunnen daarvan tijdelijk hinder ondervinden. Op de lange termijn worden geen negatieve effecten verwacht op aanwezige vliegroutes en foerageergebied omdat de aard van het gebied niet veranderd. Het aanvragen van een ontheffing voor gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger is niet noodzakelijk.

rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 11 van 13

5

CONCLUSIE

Een woonhuis langs de Jac. P. Thijsselaan 2 in Aalsmeer wordt gesloopt. Ten aanzien van de Wet natuurbescherming is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen. In paragraaf 1.3 zijn onderzoeksvragen geformuleerd. Vanuit het uitgevoerde onderzoek zijn daarop de volgende antwoorden te geven: 1.

2.

3.

4.

5.

Komen vleermuissoorten voor binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden en welke functies heeft het plangebied voor vleermuizen? a. Gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger zijn waargenomen tijdens het aanvullend onderzoek. i. Het plangebied en de directe omgeving heeft een functie als niet essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger. ii. Het plangebied heeft een functie als niet essentiële vliegroutes voor gewone dwergvleermuis. iii. Essentiele functies, waaronder verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen in en direct rondom het plangebied. Welke effecten ondervinden de aanwezige vleermuizen (en andere beschermde soorten) van de voorgenomen ruimtelijke ingreep, betreft het hier negatieve effecten? a. Gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger ondervinden negatieve effecten indien gebruik wordt gemaakt van breed uitstralende (bouw)verlichting. Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te voorkomen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen? a. In de periode april tot en met november tussen zonsondergang en zonsopkomst dient geen gebruik te worden gemaakt van breed uitstralende bouwverlichting.

Hiermee wordt verstoring ten tijde van de uitvoering op foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger voorkomen. Zijn maatregelen nodig om negatieve effecten te mitigeren of te compenseren? a. Indien de voorzorgsmaatregel (punt 3) wordt nageleefd, is het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen niet noodzakelijk. Is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk? a. Voor vleermuizen is het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk.

rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 12 van 13

6

BRONNEN

Geraadpleegde literatuur: • Barataud M. 2015. – Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze; Muséum national d’Histoire naturelle, Paris (Inventaires et biodiversité series), 352 p. • Dietz, C. & Kiefer, A. (2017). Veldgids Vleermuizen van Europa. Zeist: KNNV Uitgeverij. • Russ, J. (2012). British Bat Calls: A Guide to Species Identification. Exeter: Pelagic Publishing. Internetpagina’s: • www.vleermuis.net • ecogrid.ndff.nl • wetten.overheid.nl • www.verspreidingsatlas.nl

rps.nl Ref.: NL202003918.006-R20-942 | 23 november 2020 Pagina 13 van 13

Bijlage 1. Natuurwetgeving Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Al enige jaren is sprake van decentralisatie op het gebied van de diverse ‘groene taken’. Met de Wet natuurbescherming is de tendens van decentralisatie formeel bekrachtigd en zijn enkele nieuwe instrumenten toegevoegd. De Wet natuurbescherming moet op termijn (2018) opgaan in de Omgevingswet. De bepalingen en instrumenten uit de Wet natuurbescherming zijn hier al (grotendeels) op voorbereid. Het bevoegd gezag gaat over naar de provincie. Ten aanzien van projecten op nationale schaal blijft de Rijksdienst van Ondernemend Nederland bevoegd gezag. Voor de Wet natuurbescherming zijn ten aanzien van de Soortenbescherming twee richtlijnen en een nationaal beschermingsregime van toepassing: • Vogelrichtlijn; • Habitatrichtlijn; • Nationale soorten. Vogelrichtlijn De Vogelrichtlijn is een Europese richtlijn die in 1979 is vastgesteld en is gericht op de bescherming van vogelsoorten binnen de Europese Unie (EU). De richtlijn verplicht de lidstaten tot de instandhouding van de in het wild levende vogelsoorten op hun grondgebied en heeft betrekking op de bescherming van vogels, hun eieren, nesten en leefgebieden.

De richtlijn draagt tevens zorg voor de extra bescherming van broed- en trekvogels die: • met uitsterven worden bedreigd; • gevoelig zijn voor veranderingen in de leefomgeving; • als bijzonder zeldzaam beschouwd worden; • bescherming nodig hebben vanwege de eisen die ze aan hun habitat stellen. Verbodsbepalingen Artikel 3.1 Lid 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Lid 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Lid 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Habitatrichtlijn De Europese Habitatrichtlijn is complementair aan de Vogelrichtlijn en richt zich op de bescherming van bijzondere planten- en diersoorten (uitgezonderd vogels) en hun leefgebieden. Deze richtlijn is inclusief het Verdrag van Bern (bijlage II) en het Verdrag van Bonn (bijlage I). De in de Habitatrichtlijn genoemde maatregelen zijn gericht op: • het behoud van natuurlijke habitat en ecosystemen; • de bescherming van leefgebieden van bepaalde dieren en planten. Met de richtlijn wordt getracht een Europees ecologisch netwerk tot stand te brengen (Natura 2000), zodat migratie van planten- en diersoorten binnen de EU mogelijk wordt gemaakt. In bijlage I van de Habitatrichtlijn wordt de beschermde habitat genoemd. In bijlage II zijn de planten- en diersoorten genoemd, waarvan de habitat beschermd moet worden om deze soorten in stand te houden. Een aantal van deze soorten heeft een prioritaire status, wat inhoudt dat niet alleen de soort, maar ook de leefomgeving hiervan als beschermd beschouwd moet worden. In bijlage IV worden de soorten genoemd die strikte bescherming genieten. Het is verboden deze soorten te doden, te vangen, te verontrusten of hun habitat aan te tasten. Veel soorten uit bijlage IV zijn ook genoemd in bijlage II. Verbodsbepalingen Artikel 3.5 Lid 1.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Lid 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Lid 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Lid 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationale soorten De nationale soorten betreffen een bescherming van een lijst met zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers (onderdeel A) en planten (onderdeel B). Het betreffende bevoegd gezag stelt in een verordening vast voor welke van deze soorten de verbodsbepalingen onverminderd gelden en voor welke soorten een vrijstelling geldt.

Verbodsbepalingen Artikel 3.10 Lid 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde "houtopstanden").

Het verbod op het geheel of gedeeltelijk vellen van houtopstanden is niet van toepassing op: • Houtopstanden binnen de grenzen van de bebouwde kom; • Houtopstanden op erven of in tuinen; • Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • Naaldbomen, bedoeld om te dienen als kerstbomen, niet ouder dan 20 jaar; • Kweekgoed; • Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs watergangen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Dunnen van een houtopstand; • Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa welke ten minste eens per tien jaar worden geoogst. En bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid als aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan 2 meter en aangelegd na 1 januari 2013. De herplantplicht van houtopstanden geldt niet voor maatregelen ten behoeve van natuurontwikkelingen (in het kader van het halen van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen) en het creëren of onderhouden van brandgangen. Provincies kunnen vrijstellingsregels of nadere regels voor een ontheffing voor herplantplicht opstellen. Rode lijsten Op Rode lijsten staan soorten die worden bedreigd in hun voortbestaan.

In Nederland is inmiddels voor negen soortgroepen een Rode lijst gepubliceerd in de Staatscourant: • vogels; • dagvlinders; • zoogdieren; • reptielen en amfibieën; • paddenstoelen; • libellen; • krekels en sprinkhanen; • korstmossen; • zoetwatervissen.

De Rode lijsten komen voort uit het Verdrag van Bern. Dit verdrag vraagt bijzondere aandacht voor soorten die met uitsterven worden bedreigd en kwetsbaar zijn. Rode Lijst soorten genieten geen wettelijke bescherming. Provinciale en gemeentelijke overheden en terreinbeherende instanties worden geacht rekening te houden met de Rode lijsten bij het uitvoeren van beheer en het formuleren van beleid.

Bijlage 2. Verspreidingskaarten onderzoekrondes 1, 2, 3, 4 en 5

Legenda

Regionale ligging

schaal

1:400

Soort, Functie

Gewone dwergvleermuis, Foerageren Gewone dwergvleermuis, Overvliegen Plangebied

Project:

Jac P. Thijsselaan 2 Aalsmeer Opdrachtgever:

Gemeente Amstelveen Omschrijving:

Projectnummer:

NL202003918.006

Formaat:

A4

J. Janse

Schaal:

1:400

F. Reijngoudt

Status:

Definitief

Datum:

18-11-2020

Projectleider: Auteur:

Landschap en natuur

Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 18-11-2020

Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl

Fase: Logo opdrachtgever:

Definitief

Blad: Nummer:

1 van 1

NL202003918.006

Wijz:

© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors

Resultaten vleermuisonderzoek ronde 1

\\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\NL202003918\NL202003918.006\3 Werkdossier\03 GIS\NL202003918.006 Resultaten vleermuisonderzoek ronde 1.mxd

Legenda

Regionale ligging

schaal

1:400

Soort, Functie

Gewone dwergvleermuis, Foerageren Laatvlieger, Foerageren Gewone dwergvleermuis, Overvliegen Plangebied

Project:

Jac P. Thijsselaan 2 Aalsmeer Opdrachtgever:

Gemeente Amstelveen Omschrijving:

Projectnummer:

NL202003918.006

Formaat:

A4

J. Janse

Schaal:

1:400

F. Reijngoudt

Status:

Definitief

Datum:

18-11-2020

Projectleider: Auteur:

Landschap en natuur

Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 18-11-2020

Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl

Fase: Logo opdrachtgever:

Definitief

Blad: Nummer:

1 van 1

NL202003918.006

Wijz:

© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors

Resultaten vleermuisonderzoek ronde 2

\\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\NL202003918\NL202003918.006\3 Werkdossier\03 GIS\NL202003918.006 Resultaten vleermuisonderzoek ronde 1.mxd

Legenda

Regionale ligging

schaal

1:400

Soort, Functie

Gewone dwergvleermuis, Foerageren Rosse vleermuis, Foerageren Gewone dwergvleermuis, Overvliegen Plangebied

Project:

Jac P. Thijsselaan 2 Aalsmeer Opdrachtgever:

Gemeente Amstelveen Omschrijving:

Projectnummer:

NL202003918.006

Formaat:

A4

J. Janse

Schaal:

1:400

F. Reijngoudt

Status:

Definitief

Datum:

18-11-2020

Projectleider: Auteur:

Landschap en natuur

Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 18-11-2020

Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl

Fase: Logo opdrachtgever:

Definitief

Blad: Nummer:

1 van 1

NL202003918.006

Wijz:

© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors

Resultaten vleermuisonderzoek ronde 3

\\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\NL202003918\NL202003918.006\3 Werkdossier\03 GIS\NL202003918.006 Resultaten vleermuisonderzoek ronde 1.mxd

Legenda

Regionale ligging

schaal

1:400

Soort, Functie

Gewone dwergvleermuis, Foerageren Gewone dwergvleermuis, Overvliegen Plangebied

Project:

Jac P. Thijsselaan 2 Aalsmeer Opdrachtgever:

Gemeente Amstelveen Omschrijving:

Projectnummer:

NL202003918.006

Formaat:

A4

J. Janse

Schaal:

1:400

F. Reijngoudt

Status:

Definitief

Datum:

18-11-2020

Projectleider: Auteur:

Landschap en natuur

Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 18-11-2020

Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl

Fase: Logo opdrachtgever:

Definitief

Blad: Nummer:

1 van 1

NL202003918.006

Wijz:

© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors

Resultaten vleermuisonderzoek ronde 4

\\10.53.1.12\data\GGI\1 Projecten\NL202003918\NL202003918.006\3 Werkdossier\03 GIS\NL202003918.006 Resultaten vleermuisonderzoek ronde 1.mxd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=9f25bec1-915d-45d4-a53b-e5d4e8c80021