CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2_Toelichting.Pdf

3.Raad (besluitvormend) 18 april 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365 ws1 en 365 ws216.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 1 van 39

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking 2.3 Motivatie gemaakte keuzes HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De bestemmingen 3.3 Systematiek van de planverbeelding HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte 4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.4 Juridische uitvoerbaarheid 4.5 Handhaving HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid 5.3 Provinciaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSKWALITEIT 6.1 Bodem 6.2 Water 6.3 Archeologie 6.4 Geluid 6.5 Luchtkwaliteit 6.6 Externe veiligheid 6.7 Flora en fauna 6.8 Verkeer en parkeren 6.9 Belangen van derden 6.10 M.e. r.-beoordeling

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 2 van 39

3 3 4 4 9 10 10 10 11 12 12 12 14 16 16 16 17 17 18 20 20 20 22 24 29 29 30 32 33 35 36 37 38 39 39

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Aan de Oosteinderweg 357a is Jongkind B.V. gevestigd. Jongkind B.V. ontwikkelt en produceert hoogwaardige substraten voor de professionele tuinbouw in binnen- en buitenland. Het bedrijf staat internationaal bekend als specialist op het gebied van maatwerk in substraat, zaai-, stek en diverse groeimedia voor de opkweek en teelt van een breed spectrum jonge planten. In de huidige situatie bevinden zich aan de kopse kant van het bedrijfsterrein aan de Oosteinderweg 357 twee ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning: Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws. Jongkind B.V. is een bedrijf dat valt in milieucategorie 3.2. Vanuit het oogpunt van milieuzonering zijn woonfuncties direct aansluitend op het terrein waar belastende bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd niet wenselijk. De wens is om de twee ligplaatsen te verplaatsen naar het naastgelegen perceel aan de Oosteinderweg 365. De eigenaar van het betreffende perceel wil de woonarken aankopen.

afbeelding: verplaatsing Oosteinderweg 357ws en 359ws naar Oosteinderweg 365 ws 1 en ws 2

Voor de verplaatsing van de twee ligplaatsen is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Het doel van het onderhavige bestemmingsplan is op de nieuwe plek achter vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 3 van 39

Oosteinderweg 365 twee ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning te realiseren conform de systematiek van het woonarkenbeleid zoals destijds vastgelegd in het bestemmingsplan "Woonarken". Daarnaast worden met het onderhavige bestemmingsplan de huidige twee ligplaatsen wegbestemd, zodat deze niet opnieuw kunnen worden benut. Zo is gewaarborgd dat er geen uitbreiding van het aantal ligplaatsen plaatsvindt. Het beleid van de gemeente is er namelijk op gericht het aantal ligplaatsen niet te vermeerderen.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het onderhavige bestemmingsplan ziet op de verwijdering van de bestaande ligplaatsen Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws en de verplaatsing naar het perceel, kadastraal bekend als AMR-G-5926. De nieuwe ligplaatsen worden aangeduid als Oosteinderweg 365 ws1 en Oosteinderweg 365 ws2. Ze worden gesitueerd aan de zuidzijde van het terrein, evenwijdig aan de watergang. Het plangebied bevat daarmee drie afzonderlijke locaties zoals weergegeven op onderstaande afbeelding.

Afbeelding: plangebied

1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" zoals vastgesteld op 2 februari 2023. Ter plaatse van de aangegeven gronden komt dit bestemmingsplan met het in werking treden van het onderhavige bestemmingsplan gedeeltelijk te vervallen.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 4 van 39

afbeelding: uitsnede planverbeelding

Oosteinderweg 357ws en 359ws Ter plaatse van de bestaande ligplaatsen Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws hebben de gronden de enkelbestemming "Water-Permanent Wonen" en "Tuin". Daarmee zijn de bestaande ligplaatsen doorbestemd conform de systematiek van het voorheen geldende bestemmingsplan "Woonarken", zoals vastgesteld op 19 december 2013 en onherroepelijk geworden op 25 december 2015. Op grond van artikel 23 van het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" zijn de voor 'Water - Permanent Wonen' aangewezen gronden bestemd voor: a een ligplaats ten behoeve van één woonark voor permanente bewoning, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woonark; b water; c waterberging; d waterhuishouding; met de daarbij behorende: e voorzieningen van algemeen nut; f voorzieningen voor woonarken; g aanlegplaatsen; h erf- en terreinafscheidingen. Ingevolge artikel 23 lid 2 geldt voor het bouwen van woonarken de volgende bepaling:

a

b

woonarken dienen minimaal volledig binnen het bestemmingsvlak gelegen te zijn dan wel het bestemmingsvlak volledig te benutten; de woonark mag maximaal 18x6x5 meter bedragen (lxbxh);

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 5 van 39

c

de woonark grenzend aan een bestemmingsvlak 'Tuin' met een aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' mag maximaal 15x5x4,5 meter bedragen (lxbxh); d de afstand tot de naastgelegen woonarken dient aan alle zijden tenminste 5 meter te zijn; e de maximale afstand van de woonark tot de insteek van het water bedraagt 1 meter; f in afwijking van het bepaalde in lid a tot en met d zijn bestaande woonarken toegestaan in de volgende gevallen: I de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot de naastgelegen woonark en/of de insteek van het water, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; II de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden van de bijgebouwen tot de oeverlijn, die minder bedragen dan in de regels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; III de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afmetingen van woonarken die meer bedragen dan in de regels is voorgeschreven en die op de als bijlage 2 bij deze regels toegevoegde lijst afwijkende maatvoering voorkomen, mogen in strijd met de regels worden aangehouden; IV bij vervanging of verplaatsing van de bestaande ark is het bepaalde onder sub III niet meer van toepassing; V in afwijking van het bepaalde onder sub IV mag een woonark die is

opgenomen op de lijst van bestaande woonarken met afwijkende maten in bijlage 2 van dit bestemmingsplan na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag voor het veranderen of vernieuwen van die ark wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop de woonark teniet is gegaan. De bestaande woonark Oosteinderweg 359ws is in de bijlage als bedoeld in artikel 23 onder f, onder III opgenomen met een afwijkende maatvoering van 19 x 6,5 x 4,3 meter. Bij vervanging of verplaatsing komt de afwijkende maat te vervallen en moet de woonark voldoen aan de maatvoering zoals voorgeschreven in de hoofdregel. Op grond van artikel 19 zijn de voor 'Tuin' aangewezen gronden bestemd voor:

a

b

oever behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken; oevergebruik;

met de daarbij behorende:

c d e

tuinen, erven en oevervoorzieningen; natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken';

met daaraan ondergeschikt:

f

g

ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen.

Ingevolge artikel 19, tweede lid, gelde voor het oprichten van bijgebouwen bij woonarken de volgende regels:

a

b

binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 40 m2; binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2;

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 6 van 39

c

d e

binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' is, voor zover deze aanduidingen grenzen aan de bestemming 'Water - Verblijfsrecreatie' per woonark voor niet-permanente bewoning 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 6 m2; de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; de afstand van het zelfstandige bijhorend bouwwerk tot de oeverlijn mag niet minder dan 2 meter bedragen.

Ter plaatse is de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouw woonarken' opgenomen, zodat per woonark een zelfstandig bijbehorend bouwwerk mag worden opgericht met een oppervlakte van maximaal 40m2. Voorts geldt er op de gronden een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3', waaruit volgt dat de toegestane bouwwerken alleen mogen worden gebouwd indien de bodemingrepen die daarmee gepaard gaan niet dieper reiken dan 0,40 meter én het bouwwerk een oppervlakte heeft van maximaal 500m2. Tevens zijn er gebiedsaanduidingen van toepassing, te weten: <0000> geluidzone-industrie Schiphol 50 tot 55 dB(A) <0000> luchtvaartverkeerzone - LIB art 222 toetshoogtes <0000> luchtvaartverkeerzone - LIB art 222A toetshoogtes radar <0000> luchtvaartverkeerzone - LIB art. 223. Het verwijderen van de bestaande ligplaatsen Oosteinderweg 357 en Oosteinderweg 359 betekent dat de betreffende gronden een nieuwe bestemming dienen te krijgen die in de plaats komt van de huidige enkelbestemminge “Water – permanent Wonen” en “Tuin”. Oosteinderweg 365 ws1 en ws2 Ter plaatse van de nieuw beoogde ligplaatsen hebben de gronden de enkelbestemming 'Agrarisch-Tuinbouw'.

Overeenkomstig artikel 3 van het bestemmingsplan zijn de voor 'Agrarisch-Tuinbouw' aangewezen gronden bestemd voor: a de uitoefening van een tuinbouwbedrijf; b de tuinbouwgronden; c de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen; d de bedrijfsgebouwen die voor de agrarische bedrijfsuitoefening nodig zijn; e

e f g h i j

alsmede:

ter plaatse van de functieaanduiding 'recreatie' zijn recreatiekavels voor dagrecreatie toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'tuincentrum' is een tuincentrum toegestaan; ter plaatse van de bouwaanduiding 'kas' zijn tuinbouwkassen toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' is laag dynamische opslag toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein' is een parkeervoorziening toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'dierenopvang' is een dierenopvang en -verzorging honden, katten en andere kleine huisdieren, zoals een dierenasiel of dierenpension toegestaan.

met de daarbij behorende:

k l

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen ten behoeve van de bereikbaarheid van de agrarische bedrijfspercelen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen voor het agrarisch gebruik of de binnen de hoofdbestemming aangeduide opslagfunctie, horecafunctie of tuincentrum;

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 7 van 39

m groenvoorzieningen, waterlopen, waterhuishoudkundige voorzieningen, bruggen en openbare nutsvoorzieningen; n (giet-)waterbassins en overige waterberging; o natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen. Overeenkomstig artikel 3, tweede lid mogen op de gronden ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a kassen; b andere agrarische bedrijfsgebouwen, waaronder opslagruimten en bedrijfsgebonden kantoorruimten; c gebouwen en andere bouwwerken voor bijzonder gebruik, als bedoeld in artikel 3.1 onder e. tot en met i. van deze planregels; d andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ter plaatse van de beoogde ligplaats Oosteinderweg 365 ws1 hebben de gronden tevens de enkelbestemming 'Water'. ingevolge artikel 22 van het bestemmingsplan zijn de gronden met de bestemming 'Water' aangewezen voor a waterlopen, waterplassen en recreatiewater; b water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer; c de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden; d (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen; e bruggen en landhoofden; f verkeer op het water; g aanlegplaatsen; alsmede:

h i j k l

ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van water - scheepswerf' is medegebruik ten behoeve van het aangrenzende scheepsbouw- en reparatiebedrijf toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - botenhuis' is een botenhuis toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'jachthaven' is medegebruik ten behoeve van het aangrenzende jachthavenbedrijf waaronder het gebruiken van ligplaatsen toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'tunnel' is een tunnel toegestaan; ter plaatse van de functieaanduiding 'scouting' is een scoutingvereniging met daar bijhorende scoutingactiviteiten toegestaan;

met de daarbij behorende:

m bouwwerken; n al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud; o keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding; met daaraan ondergeschikte:

p openbare nutsvoorzieningen. Ingevolge artikel 22, vierde lid onder 2, onder e is het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als ligplaats voor woonarken ten behoeve van permanente bewoning aangemerkt als strijdig gebruik. De gronden ter plaatse van de nieuw beoogde ligplaatsen hebben tevens de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Hieruit volgt dat de toegestane bouwwerken alleen mogen worden gebouwd indien de bodemingrepen die daarmee gepaard gaan niet dieper reiken dan 0,40 meter én het bouwwerk een oppervlakte heeft van maximaal 500m2. Tevens zijn er gebiedsaanduidingen van toepassing, te weten: vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 8 van 39

<0000> <0000> <0000> <0000>

geluidzone-industrie Schiphol 50 tot 55 dB(A) luchtvaartverkeerzone - LIB art 222 toetshoogtes luchtvaartverkeerzone - LIB art 222A toetshoogtes radar luchtvaartverkeerzone - LIB art. 223.

Het inrichten van ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning is op de beoogde nieuwe ligplaatsen Oosteinderweg 365 ws1 en Oosteinderweg 365 ws2 in strijd met de gebruiksregels van de daar geldende bestemmingen. Om de ligplaatsen mogelijk te maken dient de bestemming van de gronden op deze locaties te worden gewijzigd.

1.4 Leeswijzer Deze plantoelichting bevat de verantwoording van dit bestemmingsplan en geeft en toelichting op de keuzes die ten grondslag liggen aan de nieuwe planregeling. Hoofdstuk 2 geeft de visie voor het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op de plantechnische vormgeving van het plan. Hoofdstuk 4 gaat in op de economische, maatschappelijke en juridische uitvoerbaarheid. Hierin wordt o.a. verslag gedaan van de wijze waarop burgers en overlegpartners bij de planvorming zijn betrokken. Hoofdstuk 5 bevat de beschrijving van de voor het gebied relevante beleidskaders van rijk, provincie, regio en gemeente. De motivering van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor de verschillende omgevingsaspecten volgt in hoofdstuk 6.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 9 van 39

HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten Met het bestemmingsplan wordt beoogd een ligplaats voor woonarken voor permanente bewoning mogelijk te maken. Bij besluit van 19 december 2013 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan “Woonarken” vastgesteld met het oogmerk voor alle woonarken in de gemeente een eenduidige, planologische regeling te treffen. De regeling hiervoor is doorgezet in het recent vastgestelde bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020', waarin woonarken, voor zover gelegen binnen het plangebied Oosteinderweg 2020 zijn opgenomen. In paragraaf 6.4.9 van de toelichting van bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" is het planologische wensbeeld opgenomen voor woonarken. De volgende principes zijn opgenomen. <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

het aantal woonarken wordt niet uitgebreid; het aantal woonarken voor permanente bewoning neemt niet toe; het aantal woonarken voor permanente bewoning binnen het beperkingengebied van het Lib neemt niet toe; woonarken bevinden zich bij voorkeur in het bestaand bebouwd gebied; woonarken voor permanente bewoning bevinden zich bij voorkeur niet binnen jachthavens; woonarken voor recreatieve doeleinden bevinden zich bij voorkeur binnen de jachthavens; ligplaatsen voor woonarken worden niet gerealiseerd aan de koppen van eilanden of op locaties waarin zij bestaande doorzichten belemmeren of mogelijkheden om de relatie tussen land en water te herstellen en versterken beperken; ligplaatsen worden niet gerealiseerd op locaties waarin zij bestaande sloten of watergangen blokkeren en/of doorvaarten belemmeren; woonarken zijn landschappelijke ingepast volgens het principe dat zij opgaan in het landschap; woonarken zijn drijvende objecten en mogen, noch qua verschijningsvorm noch qua technische uitvoering, niet transformeren naar waterwoningen of woningen; de ligplaatsen worden zo ingericht dat de bestaande landschappelijke structuur intact blijft; woonarken bevinden zich tenminste met één zijde direct aan het water; woonarken, de bijbehorende voorzieningen en de bij de ark behorende oeverbebouwing vormen een ruimtelijke ensemble; de oeverbebouwing is landschappelijk ingepast.

Het onderhavige plan is opgesteld in overeenstemming met de bovenstaande uitgangspunten van het woonarkenbeleid zoals dat (ook) in het bestemmingsplan “Oosteinderweg 2020" is neergelegd.

2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking De Oosteinderweg is één van de beeldbepalende, historische linten van de gemeente. De ruimtelijke opbouw van dit lint kenmerkt zich door een geleidelijke overgang van intensief naar extensief gebruik. De nieuwe ligplaatsen bevinden zich midden in het overgangsgebied tussen de lintbebouwing met de meer intensieve bedrijfsbebouwing daarachter en de onbebouwde gebieden richting de ringvaart. Dit is conform het beleid voor woonarken om ligplaatsen bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren.

Omdat de ligplaatsen achter de bestaande lintbebouwing in inhammen in het verlengde langs de bestaande watergang tussen de percelen Oosteinderweg 357-359 en Oosteinderweg 365 worden geprojecteerd, is er geen sprake van een belemmering van doorzichten. Voor de mogelijkheid van bijbehorende voorzieningen en oeverbebouwing worden de afmetingen en afstanden aangehouden die op grond van het woonarkenbeleid vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 10 van 39

worden voorgeschreven. Dat geldt ook voor de afmetingen van de woonarken zelf. Dit betekent dat de arken maximaal een afmeting mogen hebben van 18 x 6 x 5 (lxbxh) meter. Eén van de bestaande woonarken op de huidige ligplaatsen heeft een afwijkende met het beleid strijdige afmeting. Dit betekent dat de afmetingen van deze ark dienen te worden aangepast om daadwerkelijk naar de nieuwe ligplaats te kunnen worden verplaatst.

2.3 Motivatie gemaakte keuzes Een belangrijk uitgangspunt van het beleid voor woonarken is dat het aantal ligplaatsen niet toeneemt. Daarom worden met het onderhavige plan tegelijkertijd met de bestemming van de twee beoogde nieuwe ligplaatsen de twee bestaande ligplaatsen van de planverbeelding verwijderd. Daartoe wordt ter plaatse van de bestaande ligplaatsen Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws de enkelbestemming "Water-Permanent Wonen" veranderd in de enkelbestemming "Water" met een regeling overeenkomstig de enkelbestemming "Water" in het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020". In de enkelbestemming "Tuin" wordt de aanduiding voor het bouwen van bijgebouwen bij ligplaatsen voor woonarken geschrapt. Door wel de bestemming "Tuin" te handhaven wordt voorkomen dat met het verwijderen van de ligplaatsen feitelijk een uitbreiding van het ter plaatse gevestigde bedrijf plaatsvindt.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 11 van 39

HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Aalsmeer. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het onderhavige bestemmingsplan is in overeenstemming met de SVBP 2012 tot stand gebracht.

Voor zover (geoorloofd) van de standaarden wordt afgeweken of deze standaarden een bepaalde interpretatie laten bij de toepassing daarvan, wordt hieronder de plansystematiek toegelicht.

3.2 De bestemmingen De bestemmingen en aanduidingen zoals weergegeven in de verbeelding van het GML-bestand dienen in samenhang met de regels te worden gelezen. In opvolging van de voorschriften van artikel 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.4 van het besluit ruimtelijke ordening zijn standaardregels opgenomen. De SVBP schrijft voor op welke wijze de regels dienen te zijn ingedeeld en hoe elke planregel moet worden opgebouwd. Daarnaast heeft de gemeente een bepaalde vaste werkwijze voor het toepassen van de SVBP 2012 die bij de vormgeving van het bestemmingsplan is opgevolgd. In overeenstemming met de SVBP 2012 zijn de planregels neergelegd in vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels zijn opgenomen. In deze paragraaf wordt voor elk van deze hoofdstukken verantwoord op welke wijze de richtlijnen van de SVBP 2012 zijn toegepast. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In overeenstemming met de SVBP bevat het eerste hoofdstuk van de planregels de inleidende regels van het bestemmingsplan. Deze regels hebben tot doel duidelijkheid te bieden over de interpretatie van de in het bestemmingsplan gehanteerde begrippen en termen. Dit zijn de in artikel 1 neergelegde begripsbepalingen. Een aantal van de gegeven definities wordt bindend voorgeschreven in de SVBP.

Voor zover noodzakelijk zijn met het oog op een eenduidige uitleg van onderhavige planregeling aanvullende planregels opgenomen. Voor zover de regels bepalingen bevatten over aan te houden maatvoeringen, wordt in de inleidende regels aangegeven hoe deze maten moeten worden bepaald. Dit zijn de meetvoorschriften. De SVBP schrijft voor een aantal maatvoeringen de wijze van meten dwingend voor. Ten behoeve van een goede interpretatie van de planregels zijn in aanvulling hierop nog een aantal andere meetregels opgenomen. Het betreft de meetvoorschriften om de lengte, breedte en hoogte van een woonark te bepalen. vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 12 van 39

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Na de inleidende regels volgen de bestemmingsregels. Hierin zijn in overeenstemming met de SVBP achtereenvolgens en in alfabetische volgorde de planregels opgenomen van de voorkomende bestemmingen. De bestemmingen zijn gekozen in overeenstemming met de richtlijnen van de SVBP voor wat betreft de hoofdgroepen van bestemmingen en de daarbinnen vallende functies. Het gaat in dit bestemmingsplan om de volgende enkelbestemmingen: "Tuin" Onder deze bestemming is het gebruik geregeld van de gronden die voorheen als tuin bij de bestaande ligplaatsen waren bestemd. Met het vervallen van de ligplaatsen hoeft er geen specifieke regeling meer te zijn voor het gebruik van de oever voor tuin en het oprichten van bij de woonark behorende bijgebouwen. "Tuin met bouwaanduiding" Onder deze bestemming zijn tuinen bij woonarken opgenomen. De bestemming dient in samenhang gezien te worden met "Water-Permanent Wonen". Met de bouwaanduiding "specifieke vorm van tuin-bijgebouw woonarken" wordt duidelijk welke regels er gelden voor het oprichtingen van bij de woonark behorende bijgebouwen. "Water" Onder de bestemming "Water" zijn de doorgaande en bevaarbare watergangen opgenomen. Ter plaatse van de bestaande ligplaatsen hadden de wateren een specifieke bestemming om het gebruik als ligplaats voor een woonark mogelijk te maken.

Nu de ligplaatsen worden verwijderd ligt het voor de hand voor de bestemming van deze wateren aan te sluiten bij de bestemming "Water" die doorgaans wordt gebruikt voor de doorgaande en bevaarbare watergangen. "Water-Permanent Wonen" Onder de bestemming "Water" zijn de doorgaande en bevaarbare watergangen opgenomen. Ligplaatsen voor woonarken hebben een specifieke bestemming. De afmetingen die een woonark maximaal mag hebben zijn in de regels opgenomen. Naast enkelbestemmingen kan een bestemmingsplan ook dubbelbestemmingen bevatten. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Op grond van de gemeentelijke beleidsnota archeologie is een dubbelbestemming "Waarde-Archeologie" opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Volgens de SVBP worden de algemene regels ondergebracht in hoofdstuk 3 van de planregels. De algemene regels moeten worden opgevat als de afsluitende regels van het bestemmingsplan. Zij vormen het voorwaardenscheppende kader van het bestemmingsplan als geheel. Hoewel de SVBP de volgorde van de algemene regels bepaalt, laat deze de keuze vrij om de algemene regels in één artikel samen te nemen, of om deze geordend per onderwerp in verschillende artikelen neer te leggen.

Vanwege de grote verscheidenheid van zaken die in de algemene regels aan de orde komen, wordt in de gemeentelijke werkwijze de voorkeur gegeven aan de tweede variant, waarbij aan elk onderwerp een apart artikel wordt gewijd. Naast de wettelijk verplichte anti-dubbeltelbepaling die verplicht onder de algemene regel moet worden geplaatst, zijn in dit bestemmingsplan algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, en algemene aanduidingsregels opgenomen. De anti-dubbeltelregel dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 13 van 39

bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. De algemene bouwregels stellen het bevoegd gezag in staat nadere eisen te tellen aan de situering van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde indien dit vanuit bepaalde omstandigheden gewenst is. In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Er zijn in dit plan ook algemene bouwregels opgenomen over het aantal woonarken dat zich maximaal in het plangebied mag bevinden. In de algemene gebruiksregels is een verklaring opgenomen van hetgeen in dit bestemmingsplan als strijdig gebruik moet worden opgevat. Onder de algemene aanduidingsregels wordt aangegeven waar de gronden binnen de van toepassing zijnde gebiedsaanduidingen voor bedoeld zijn. In dit plan zijn luchtvaartverkeerzones opgenomen met het daarvoor geldende regime, alsmede een geluidszone vanwege het industrieterrein Schiphol-Oost. De algemene afwijkingsregels geven aan van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Volgens de SVBP dienen in hoofdstuk 4 van de planregels de overgangs- en slotregels te worden ondergebracht.

Hier vinden de wettelijk voorgeschreven bepalingen met betrekking tot het overgangsrecht een plaats. Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. De slotregel bevat de citeertitel van het bestemmingsplan. Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.

3.3 Systematiek van de planverbeelding Sinds de inwerkingtreding van de digitale verplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening op 1 januari 2010 is het digitale bestemmingsplan juridisch bindend. De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De systematiek van de planverbeelding in dit bestemmingsplan vormt geen aanvulling op of geoorloofde afwijking van de SVBP en behoeft in die zin dus geen nadere toelichting. De regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 schrijft ook voor hoe de koppeling tussen de planverbeelding met de andere planonderdelen in de dataset dient plaats te vinden. Het digitale plan is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. De digitale ruimtelijke informatie wordt zowel digitaal als analoog verbeeld. De digitale bestandenset heeft het volgende planidentificatienummer gekregen: NL. IMRO.0358.14E-OW01. De SVBP bevat richtlijnen over de wijze waarop de inhoud van de planregels digitaal moet worden weergegeven. Het digitale bestemmingsplan is overeenkomstig deze richtlijnen vervaardigd.

Het SVBP schrijft voorts voor dat de digitale verbeelding alle relevante bestemmingsplaninformatie kan tonen, maar over de wijze waarop dat gebeurt is niets geregeld dan dat het opvragen van bestemmingsplaninformatie op interactieve wijze dient plaats te vinden. De planregels worden aangehaald als "regels van het bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2". De analoge verbeelding leidt tot de analoge plankaart op papier. ook voor de analoge verbeelding bevat de SVBP richtlijnen over de weergave van de inhoud van het bestemmingsplan. Darnaast geldt voor de analoge verbeelding dat deze alle te verbeelden informatie moet bevatten. Tevens dient bij de vaststelling van het bestemmingsplan te worden aangegeven welke ondergrond voor de analoge vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 14 van 39

planverbeelding is gebruikt. Het plangebied is op één kaartblad vervat met een schaal van 1:1.000.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 15 van 39

HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte; 2. kan binnen bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio in de behoefte worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins; 3. wanneer blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld (m.a.w. zorgen voor optimale inpassing en bereikbaarheid). Ligplaatsen voor woonarken worden niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling.

Bovendien betreft het hier enkel de verplaatsing van twee bestaande ligplaatsen en vindt door de gelijktijdige verwijdering van de oorspronkelijke ligplaatsen van de planverbeelding geen uitbreiding van het aantal ligplaatsen plaats. De voorgenomen realisering van de twee nieuwe ligplaatsen Oosteinderweg 365ws1 en Oosteinderweg ws2 in samenhang met de verwijdering va e bestaande ligplaatsen Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws sluit aan bij de uitgangspunten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.2.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan ziet op de verplaatsing van twee bestaande ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning naar een naburig perceel. De huidige ligplaatsen Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws worden wegbestemd en op het terrein achter de lintbebouwing aan de Oosteinderweg 365 worden twee nieuwe ligplaatsen geprojecteerd. Op de gronden van de oorspronkelijke ligplaatsen worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar binnen de planperiode van tien jaar. De realisatie van de in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk gemaakte nieuwe ligplaatsen "Oosteinderweg 365 ws1 en Oosteinderweg 365 ws2 is in handen van de eigenaar van de gronden. Het is niet gebleken dat deze over onvoldoende middelen beschikt om de beoogde ligplaatsen daadwerkelijk te realiseren. 4.2.2 Verhaal van kosten Om gemaakte kosten te verhalen dient de gemeenteraad ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. (Zie artikel 6.2.1. Bro). Het voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen waarvoor op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening kostenverhaal verplicht is.

Ligplaatsen voor woonschepen zijn geen bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 16 van 39

Voor het opstellen van het bestemmingsplan staan dekkende fondsen uit de algemene middelen van de gemeente ter beschikking.

4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Inspraak De mogelijkheden die het onderhavige plan biedt hebben een geringe impact op de in de omgeving gelegen gronden. Bovendien betreft het een door belanghebbenden zelf gewenste verplaatsing van reeds in het gebied aanwezige functie. Daarom hebben burgemeester en wethouders besloten op grond van artikel 2 lid 1 van de Algemene inspraak- en Participatieverordening Aalsmeer 2010 af te zien van inspraak over dit plan. 4.3.2 Bro-partners In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan: provincie Noord-Holland Hoogheemraadschap Rijnland Van beide partners is een reactie ontvangen. Van provincie Noord-Holland is bij bericht van 17 november 2023 een reactie op het plan ontvangen. Daarin bevestigt de provincie dat de ontwikkeling niet in strijd is met de instructieregels van de Omgevingsverordening NH2020. Het Hoogheemradschap Rijnland heeft per bericht van 23 november 2023 een positief advies op het plan afgegeven. In het advies is aangegeven dat voor de voorgenomen activiteiten geen watervergunning benodigd is.

Het Hoogheemraadschap Rijnland wijst erop dat wel gehandeld dient te worden conform regel 7 (Botenhuizen en plaatsgebonden drijvende objecten) van de Uitvoeringsregels op grond van de keur van het Hoogheemraadschap Rijnland voor handelingen in het watersysteem. Uit het vooroverleg blijkt dat er voor de relevante wettelijke overlegpartners geen belemmeringen bestaan voor de beoogde ontwikkeling. 4.3.3 Zienswijzen Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor een ieder om te reageren. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 1 december 2023 tot en met 11 januari 2024 ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor een ieder om een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.

4.4 Juridische uitvoerbaarheid De huidige eigenaar van de twee bestaande arken heeft deze verkocht aan de eigenaar van het perceel waar de arken komen te liggen. Deze zal de woonarken en de bij de ligplaats behorende gronden zelf verhuren dan wel verpachten. Er behoeft daarom niet te worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in het licht van eigendomsverwerving of het toepassen van het instrument van onteigening van onroerende zaken als bedoeld in de Onteigeningswet. Het bestemmingsplan is voorts in overeenstemming met de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht en is uitvoerbaar voor het verlenen va een omgevingsvergunning.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 17 van 39

4.5 Handhaving Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.

Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering.

Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. <0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 18 van 39

<0000>

De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid.

In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. Uit voorliggend bestemmingsplan volgt vooralsnog geen opgave voor handhaving. Wel is aandachtspunt de afwijkende maatvoering van de bestaande woonark 359 ws. Deze is in de bijlage als bedoeld in artikel 23 onder f, onder III van het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" opgenomen met een afwijkende maatvoering van 19 x 6,5 x 4,3 meter. Bij vervanging of verplaatsing komt de afwijkende maat te vervallen en moet de woonark voldoen aan de maatvoering zoals voorgeschreven in de hoofdregel. Dit is bekend bij initiatiefnemers en reeds is een wijziging van de ligplaats vergunning aangevraagd en verleend voor het vooruitlopend op de verplaatsing in overeenstemming brengen van de afmetingen van de woonark gelegen op het adres Oosteinderweg 359 ws met de maatvoering die op grond van het woonarkenbeleid maximaal mogelijk is.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 19 van 39

HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 6.

5.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 5.2.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven.

Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. a b c d

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd:

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 20 van 39

e f g

Combineren boven enkelvoudig; Kenmerken & identiteit; Afwentelen voorkomen.

Relevantie plangebied De Novi kent geen directe gevolgen voor het onderhavige plan. Het plan ziet op een verplaatsing over een relatief korte afstand van bestaande rechten en functies. Omdat in samenhang met deze planontwikkeling de bestaande rechten op de oorspronkelijke locatie van de ligplaats worden geschrapt, worden er per saldo geen nieuwe functies toegevoegd en is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijkerwijze nadelige effecten heeft voor de rijksbelangen. 5.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden. De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het gaat om een nadere motiveringseis die in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen ten behoeve van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.

Bij elke nieuwe stedelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkeling standaard te motiveren met behulp van twee opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Relevantie plangebied. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Het gaat om een nadere motiveringseis die in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen ten behoeve van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op deze manier zou de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut kunnen worden. Bij elke nieuwe stedelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Deze motivering borgt dat er tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, eerste lid, Bro) luidt als volgt: "Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen".

Relevantie plangebied In de Handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat één of enkele woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling (zie ondermeer ABRvS 18 december 2013, zaaknummer 201302867/1/R4 (Weststellingerwerf). Het onderhavige plan beoogt de verplaatsing van een bestaande ligplaats op een naburig perceel mogelijk te maken. Om te waarborgen dat het aantal ligplaatsen in zijn totaliteit niet toeneemt, worden de oorspronkelijke ligplaatsen geschrapt. Ligplaatsen voor woonschepen worden niet aangemerkt als nieuwe verstedelijking. In dit geval gaat het bovendien om de verplaatsing van een bestaande ligplaats en is dus geen sprake van het toevoegen van

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 21 van 39

nieuwe functies of een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het onderhavige plan is daarmee in lijn met het rijksbeleid.

5.3 Provinciaal beleid Hieronder volgt het beleid van de provincie, waar indien relevant voor het plangebied met dit beleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 5.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland In de "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt: a Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c Het vergroten van de biodiversiteit van Noord-Holland.

Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities: d Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten; e Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). f Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt; g De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord-Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord-Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap.

Relevantie plangebied Het onderhavige plan beoogt de verplaatsing van een bestaande ligplaats voor een woonark op een ander perceel mogelijk te maken. Ligplaatsen voor woonschepen worden niet aangemerkt als nieuwe verstedelijking. In dit geval gaat het bovendien om de verplaatsing van een bestaande ligplaats en is dus geen sprake van het toevoegen van nieuwe functies. Om te waarborgen dat het aantal ligplaatsen in zijn totaliteit niet toeneemt wordt de oorspronkelijke ligplaats geschrapt. Vanuit de Omgevingsvisie bestaan er geen belemmeringen voor de beoogde herontwikkeling.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 22 van 39

5.3.2 Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en is intussen een aantal maal herzien. Door middel van de Omgevingsverordening 2020 is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Relevantie plangebied Op grond van de Omgevingsverordening is het perceel waar de ark komt te liggen gelegen in het werkingsgebied "MRA landelijk gebied" (artikel 6.9 Omgevingsverordening NH 2020) en het werkingsgebied "Landelijk gebied"(artikel 6.10 Omgevingsverordening NH2020). Een ruimtelijk plan in het werkingsgebied “MRA landelijk gebied” mag niet voorzien in kleinschalige woningbouwontwikkelingen, behoudens enkele uitzonderingen. Ligplaatsen voor woonarken worden niet aangemerkt als woningbouwontwikkeling. In dit geval gaat het bovendien om het verplaatsen van bestaande ligplaatsen en worden er in die zin ook geen woningen toegevoegd. Het initiatief is daarom in overeenstemming met het verbod op kleinschalige woningbouwontwikkelingen, zoals neergelegd in artikel 6.9 van de Omgevingsverordening NH2020.

Wel dient vanwege de ligging in werkingsgebied "Landelijk gebied" op grond van artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 rekening gehouden te worden met de ruimtelijke kwaliteitseis voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen in het landelijke gebied. Deze eis is nader uitgewerkt in artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020. In de volgende paragraaf wordt hierop ingegaan. 5.3.3 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De ruimtelijke kwaliteitseis uit artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 regelt de juridische doorwerking van de Leidraad landschap en Cultuurhistorie. In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie worden de provinciale belangen beschreven ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied dient rekening gehouden te worden met de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en de toepasselijke provinciale structuren. Voor de Oosteinderweg en omgeving zijn het ensemble Aalsmeer-Uithoorn en de provinciale structuren (Bebouwings)linten en Stelling van Amsterdam van toepassing. Het ensemble Aalsmeer-Uithoorn bevat een complex samenstel van droogmakerijenlandschap en veenpolderlandschap met plassen, ontginningslinten en restanten van veenontginingslandschap (veenbovenlanden).

Als gevolg van de nabijheid van Schiphol ontwikkelde zich rondom de bloemenveiling van Aalsmeer een 'landschap" van kassen en logistieke bedrijvigheid. De as Amsterdamse Bos-Westeinderplassen verbindt Amsterdam met het Groene Hart. De provinciale weg N201 loopt dwars door het ensemble, evenals de Stelling van Amsterdam. De dynamiek in dit gebied met de aanwezigheid van de bloemenveiling en de luchthaven Schiphol is een bedreiging voor de landschappelijke kwaliteit. De maat van de bedrijfsontwikkeling leidt ertoe dat historische structuren ruimtelijk hun betekenis verliezen. De algemene ambitie volgens de Leidraad voor dit ensemble is om ruimtelijke ontwikkelingen: <0000> bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek; <0000> bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid; en <0000> helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. De ambities en bijbehorende ontwikkelprincipes zijn vertrekpunt bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit.

vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 23 van 39

Relevantie plangebied Het plangebied ligt binnen het oorspronkelijke veenpolderlandschap tussen Aalsmeer en Amsterdam. Dit landschap bestaat uit een samenstel van de veenbovenlaag met ontginningslinten en het grote open water van de (uitgeveende) Westeinderplassen en de Nieuwe Meer. De Oosteinderweg is zon typisch ontginningslint. Hier liggen tuinderijen op de restanten veenbovenland en petgaten. De bovenlanden tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart van de Haarlemmermeer kenmerken zich door smalle, veelal met bebouwing en beplanting verdichte kavels met enkele doorzichten haaks op de ontginnginsassen naar de achterliggende ringvaart. Het ontginningslint van de Oosteinderweg is de ruimtelijke drager voor de orthogonale opbouw van de Oosteinderpoelpolder, Volgens de Leidraad is de ruimtelijke kwaliteit in dit gebied gebaat bij het versterken van de groene en recreatieve zone Amsterdamse Bos - Bovenlanden - Aalsmeer - pontje Rijnsburg. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten aansluiten bij de kleinschaligheid van het historische bebouwingslint. Deze wordt gekenmerkt door smalle kavels, een sloot langs het lint met overwegend groene (niet verharde) erven met bescheiden beschoeiingen en een enkele brug bij elk kavel. Het dempen van sloten en meerdere bruggen per kavel is ongewenst en dient te worden voorkomen.

Het onderhavige plan ziet op de verplaatsing van twee bestaande ligplaatsen achter op het terrein van Jongkind naar een naburig perceel. Feitelijk is er daarom geen sprake van een nieuwe ontwikkeling. Woonarken zijn van oudsher aanwezig in dit gebied en maken onderdeel uit van de identiteit van de waterrijke boven landen. In de huidige situatie bevinden de woonarken zich op de kopse kant van het terrein van Jongkind. Daarmee vormen ze feitelijk een massieve scheiding tussen het bedrijventerrein en het achtergelegen water. De locatie van de nieuwe ligplaatsen is verder terug richting de Oosteinderweg midden in het overgangsgebied tussen de lintbebouwing met de meer intensieve bedrijfsbebouwing daarachter. Op de nieuwe locatie worden de beide ligplaatsen in de lengterichting parallel aan de bestaande watergang gerealiseerd. De ligplaatsen liggen bovendien niet direct in de watergang maar worden geprojecteerd in een inham binnen de oeverlijn. Op deze wijze voegen ze zich in de kenmerkende verkavelingstructuur van lange en smalle percelen haaks op het ontginningslint en belemmeren ze niet het doorzicht vanaf de weg over het water verder naar de achtergelegen gebieden. Het onderhavige plan voldoet daarom aan de ambities en ontwikkelprincipes van de leidraad Landschap en Cultuurhistorie en voor dit gebied.

Vanwege artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 zijn er geen belemmeringen.

5.4 Gemeentelijk beleid Hieronder volgt een uiteenzetting van het beleid van de gemeente voor zover dat relevant is voor het onderhavige plan en plangebied. 5.4.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 Het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente is neergelegd in de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente op 26 november 2009. De Gebiedsvisie heeft de status van structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ingevolge de gebiedsvisie dient het ruimtelijke beleid van de gemeente gericht te zijn op een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van economie, wonen en recreatie met als voorwaarde het behoud van de leefbaarheid, het dorpse karakter, de bereikbaarheid en het op peil brengen van voorzieningen. De gemeente Aalsmeer heeft voor de “Gebiedsvisie Aalsmeer 2020” een uitvoeringsparagraaf en een uitvoeringsagenda opgesteld. Deze uitvoeringsparagraaf en uitvoeringsagenda geven een integraal overzicht van alle uitgewerkte onderwerpen uit vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 24 van 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=9627c3e5-b946-4095-9292-06b3b98f2b92