CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan GPA DG2 Oost def

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 5 maart 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Green Park Aalsmeer, deelgebied 2 Oost43.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

In het bestemmingsplan is dit vertaald doordat bedrijven die tot categorie 3.1 behoren op minimaal 30 meter afstand van de grens van de geluidsgevoelige functies aan de zijde van de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg of de Machineweg zijn toegestaan. Deze afstand is conform de in de VNG handreiking aangegeven richtafstand voor een gemengd gebied. In de tussengelegen zone zijn bedrijven tot maximaal categorie 2 of maximaal categorie 1 toegestaan. Voor dergelijke bedrijven geldt in gemengd gebied een richtafstand van respectievelijk 10 en 0 meter. De nieuwe bedrijfskavels (bestemd als Gemengd - 2) voldoen aan deze richtafstanden. Bij een deel van de (gemengde) bedrijfskavels is het daarbij wel zo dat de richtafstand voldoet voor wat betreft de woningen in de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg of Machineweg. De achtererven van deze woningen zijn op kortere afstand gelegen. Om te voorkomen dat de afstand van de woningen tot de perceelsgrenzen van de (gemengde) bedrijfskavels minder wordt is in het bestemmingsplan op een deel van de achtererven van de woningen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – voor bewoning bedoelde bijbehorende bouwwerken’ opgenomen.

In de regels is bepaald dat het gebied ter plaatse van deze aanduiding geen erf is zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover het gaat om voor bewoning gebruikte bijbehorende (vergunningsvrije) bouwwerken. Door deze strook vrij te houden van voor bewoning te gebruiken bijbehorende bouwwerken (zoals aan- en uitbouwen of bijgebouwen voor mantelzorg) zal er geen hinder als gevolg van de bedrijven op geluidsgevoelige functies ontstaan. Afwijken van de toegestane categorieën door activiteiten die tot een hogere categorie behoren is alleen mogelijk indien de betreffende bedrijfsactiviteiten zich gedragen als een ter plaatse toegestane bedrijfscategorie. Voor de overige niet-woonfuncties in het plangebied, zoals de supermarkt en horeca, geldt dat deze zijn te beschouwen als functies die tot maximaal milieucategorie 2 behoren. Deze functies zijn gebruikelijk in een woonomgeving en daarmee aanvaardbaar. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele mogelijk overlastgevende functies, zoals het rioolgemaal bij Machineweg 2. Een rioolgemaal behoort normaal gesproken tot milieucategorie 2 waardoor er bij een rustige woonwijk sprake is van een richtafstand van 30 meter. Deze richtafstand mag vanwege het gemengde karakter van het plangebied met één stap worden verkleind zodat de richtafstand 10 meter bedraagt.

De nieuwe woningen in het plangebied liggen op minimaal 50 meter afstand en voldoend daarmee ruimschoots aan de richtafstand.

81

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

7.7

Luchtkwaliteit

7.7.1

Beleid en regelgeving

Sinds 15 november 2007 zijn de hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 Wm geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSL-projecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.

Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m³; voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m³ voor de jaargemiddelde concentratie; de 24-uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Met het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' - zoals een school of kinderopvang - in de nabijheid van provinciale wegen (binnen 50 meter) en rijkswegen (binnen 300 meter) beperkt. Dat geldt voor nieuwe situaties en bestaande situaties die worden uitgebreid, waarbij sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor NO2 of PM10. Binnen dit bestemmingsplan bevinden zich geen gevoelige bestemmingen.

Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m³. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen. In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig.

82

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

7.7.2

Relevantie plangebied

Door Goudappel is via een onderzoek nagegaan of er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen (kenmerk: 008880.20210712R1.03, d.d. 7 februari 2022, zie bijlage 2). Het onderzoek is uitgevoerd in combinatie met een verkeersanalyse. Uit het onderzoek blijkt dat er geen normoverschrijdingen plaats zullen vinden. De plannen dragen bovendien 'niet in betekenende mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor het uitvoeren van de beoogde plannen.

7.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de risico's die derden lopen als gevolg van bepaalde activiteiten. In Aalsmeer gaat het met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en door buisleidingen.

7.8.1

Beleid en regelgeving

Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen in de omgeving van het bedrijf. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang.

Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties. Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming.

Besluit externe veiligheid transportroutes Op 1 april 2015 is de Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen inwerking getreden. Deze wet vervangt de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Het doel van Basisnet is om gevaarlijke stoffen te kunnen vervoeren tussen de belangrijkste industriële plaatsen in Nederland en in het buitenland en de risico's voor omwonenden langs de routes binnen de wettelijke grenzen te houden. Het systeem Basisnet heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over grote vaarwegen, spoorwegen en autowegen.

83

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel.

7.8.2

Relevantie plangebied

Gebruik, opslag en productie van gevaarlijke stoffen Direct ten oosten van deelgebied 2 bevindt zich een inrichting die valt onder het vuurwerkbesluit, namelijk Machineweg 3. Door AVIV is daarom onderzoek externe veiligheid uitgevoerd (projectnummer 173431, d.d 24 augustus 2017, zie bijlage 9). Uit het onderzoek blijkt dat het een winkel betreft met onder andere verkoop van consumentenvuurwerk met een opslag tot maximaal 10 ton. Conform het vuurwerkbesluit geldt vanaf de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats een veiligheidsafstand in voorwaartse richting van ten minste 8 m tot (geprojecteerde) beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten bevinden. De afstand tot deelgebied 2 is groter dan 50 m. Deze inrichting vormt daarmee geen belemmering voor het bestemmingsplan.

Route gevaarlijke stoffen Op 17 februari 2011 heeft de gemeenteraad besloten het vervoer van gevaarlijk stoffen vooral via provinciale wegen te laten verlopen. Door deze te voorzien van routeringsborden worden de gemeentelijke wegen uitgesloten van het vervoer gevaarlijke stoffen. Vervoer gevaarlijke stoffen vindt plaats over de provinciale wegen Legmeerdijk, Bosrandweg en Burgemeester Kasteleinweg. Alle overige wegen binnen de gemeente zijn verboden voor transport van gevaarlijke stoffen, tenzij daarvoor ontheffing wordt verleend. De N201 is deels verboden als route voor gevaarlijke stoffen voor het vervoer van o.a. LPG en propaan (gevaarlijke goederen, die aanleiding kunnen geven tot een (zeer) grote explosie, en het vrijkomen van een grote hoeveelheid giftige stoffen), dit vanwege de Waterwolftunnel. (categorie C tunnel). Het overige deel van de N201 mag wel worden gebruikt voor vervoer van o.a. LPG en propaan. Vanwege het groepsrisico geldt er in het algemeen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen een veiligheidszone van 200 meter vanuit de as van de betreffende vervoerslijn. Het plangebied ligt op meer dan 200 meter afstand van wegdelen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zodat het vervoer van gevaarlijke stoffen geen risico vormt voor het onderhavige plangebied.

Hoofd-aardgastransportleiding Er bevinden zich in of in de nabijheid van het plangebied geen transportleidingen die van invloed op het plangebied van het bestemmingsplan zouden kunnen zijn.

7.9

Rekenschap 20 Ke-contour

Het plangebied is gelegen binnen de 20 Ke-contour (LIB-5). Het 20 Ke-gebied is een planologische afwegingsruimte die voortvloeit uit de inmiddels vervallen Nota Ruimte. De regels binnen deze zone zijn erop gericht om enerzijds voldoende ruimte te laten voor de ontwikkeling van de mainport Schiphol en anderzijds om (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk te maken. Het uitgangspunt is dat er zo min mogelijk over dichtbebouwd stedelijk gebied wordt gevlogen. Gelet hierop moet terughoudendheid betracht worden wat betreft woningbouwmogelijkheden op plaatsen waar dat uit een oogpunt van geluid en externe veiligheidsrisico's minder wenselijk is. In het plangebied worden ten opzichte van de huidige situatie 30 nieuwe woningen toegestaan. Deze

84

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost woningen zijn ter vervanging van eerder gesloopte woningen. Conform de Provinciale Omgevingsverordening dient daarbij rekenschap te worden gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid en externe veiligheidsrisico vanwege het luchtverkeer. Ook dienen de redenen te worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen.

7.9.1

Ligging en situatie

De geluidsbelasting ter hoogte van het plangebied wordt vooral bepaald door startende en landende vliegtuigen van en naar de Aalsmeerbaan. Opstijgende vliegtuigen starten in zuidelijke richting, maken vervolgens een bocht en vliegen ter hoogte van het plangebied verder in zuidelijke of oostelijke richting. Landende vliegtuigen komen in een rechte lijn aanvliegen, in het verlengde van de baan. De feitelijk optredende geluidbelasting in de omgeving van Schiphol worden voortdurend gemeten. De feitelijke geluidsbelasting vanwege de aanvliegroute van de Aalsmeerbaan ter plaatse van de dichtstbijzinde meetpost (meetpunt 40 Oosteinderweg/N201) bedroeg in 2021 tussen de 66 en 96 dB(A) waarbij het merendeel van de metingen tussen 74 en 78(A) lagen. De geluidsbelastingen vanwege het vliegverkeer zullen in de toekomst veranderen. Enerzijds kan het luchtverkeer toenemen en stiller worden door moderne technieken, anderzijds kunnen vliegroutes worden gewijzigd. Bovendien wordt een nieuw stelsel, het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS) ingevoerd waarmee de afgelopen jaren al werd geëxperimenteerd. De gevolgen van mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn op dit moment niet bekend. Tenslotte geldt dat het plangebied vanwege de ligging binnen de 20 Ke-contour is gelegen in een gebied met een verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de grond.

De kans op een vliegtuigongeval binnen het plangebied is echter klein te noemen aangezien de woningen niet direct in het verlengde van de Aalsmeerbaan zijn gelegen.

7.9.2

Overwegingen

Geluid Er zijn geen wettelijke kaders voor de beoordeling van luchtvaartgeluid. De wettelijke mogelijkheden worden begrensd door de LIB 4 zone. De LIB 4 zone heeft tot doel om ernstige hinder en ernstige slaapverstoring door luchtvaartgeluid te voorkomen, omdat dit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten van inwoners en gebruikers van dit gebied. De buitengrens van de LIB 4 zone is aangewezen op basis van de berekende 58 dB(A) Lden contour. Binnen de LIB 4 zone / boven de 58 dB(A) Lden wordt het geluidniveau zodanig hinderlijk geacht dat woningbouw daar niet of slechts onder beperkte voorwaarden wenselijk wordt geacht. De 58 dB(A) Lden staat niet gelijk aan de feitelijke geluidmetingen. In het kader van het gelijkwaardigheidsbeginsel (op grond van de Wet luchtvaart en het Luchthavenverkeersbesluit) wordt tevens gekeken naar de 48 dB(A) Lden en 40 dB(A) Lnight contouren. Boven de 48(A) Lden is de kans dat hinder wordt ervaren groot. Boven het niveau van 40 dB(A) Lnight kan ernstige slaapverstoring optreden. De feitelijk optredende geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 62 dB(A) Lden. Bij deze niveaus kunnen bewoners overdag geluidhinder ondervinden. Daar staat echter tegenover dat de Aalsmeerbaan normaal gesproken 's nachts (23:00-07:00) niet wordt gebruikt waardoor er geen sprake is van slaapverstoring.

De geluidsbelastingen ter plaatse van het plangebied worden daarom aanvaardbaar geacht. Een gemengd woonwerkmilieu onder de rook van Schiphol gaat met een hogere geluidbelasting gepaard dan in een rustige woonwijk die niet in de nabijheid van Schiphol is gelegen. Derhalve kan in het plangebied ook een hogere geluidbelasting als aanvaardbaar gezien worden. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de maximaal aanvaardbare cumulatieve geluidsbelasting 68-69 dB bedraagt. Gelet op de aanwezige geluidsbronnen en de veroorzaakte geluidsbelastingen is luchtvaartgeluid bepalend voor de cumulatie. De gecumuleerde geluidsbelasting is te kwalificeren als slecht.

85

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Hierbij wordt opgemerkt dat geluidhinder een subjectieve ervaring is. De één vindt een bepaald geluidsniveau hinderlijk, de ander niet. Verder is bij het ervaren van hinder ook maatgevend in hoeverre geluid geaccepteerd wordt. De acceptatie van geluid wordt vergroot indien aspirant-bewoners van tevoren bewust zijn van de te verwachten geluidbelasting. Externe veiligheid De kans op een vliegtuigongeval binnen het plangebied is klein te noemen. Het plangebied ligt niet direct in het verlengde van de baan. In de omgeving zijn verder geen gevaarlijke of ontplofbare objecten aanwezig waardoor een vervolgschade (kettingreactie of domino-effect) zou kunnen ontstaan. Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten lopen. De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen zijn zowel ten aanzien van vliegtuigen (technische veiligheid), maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van de luchthaven werken en voor reizigers. De overheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen.

7.9.3

Noodzaak woningbouw

Zoals bekend is de druk op de regionale woningmarkt groot. Het aantal woningen in het plangebied is weliswaar beperkt maar met de woningen wordt niet alleen (in beperkte mate) voorzien in de woningbehoefte. Door een deel van de nieuwe woningen worden ook open gaten in de lintbebouwing opgevuld. De lintbebouwing is cultuurhistorisch en ruimtelijk gezien belangrijk voor de structuur in Aalsmeer. Het opvullen van de open gaten is stedenbouwkundig gezien zeer wenselijk omdat daarmee het polderlint van de Aalsmeerderweg verder wordt versterkt. Voor de overige woningen geldt dat deze woningen ter compensatie van eerder gesloopte woningen zijn.

7.10

Natuur

7.10.1 Beleid en regelgeving Wet natuurbescherming De op 1 januari 2017 in werking getreden Wet natuurbescherming (Wnb) dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. Wanneer geen specifieke natuurbescherming in de Europese regelgeving is voorzien worden op rijksniveau regels vastgelegd, zodat een consistent, samenhangend en transparant stelsel van regels op het gebied van natuur ontstaat.

- Gebiedsbescherming Net als onder de hiervoor geldende wetgeving (Natuurbeschermingswet 1998) zijn in de Wnb gebieden aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur (Natura 2000-gebieden). Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied (externe werking) moet worden onderzocht of de ontwikkeling de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Indien het bestemmingsplan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van een Natura 2000-gebied verslechtert of een significant verstorend effect heeft (dit wordt de verslechterings- en verstoringstoets genoemd) dient een vergunning op grond van de Wnb te worden aangevraagd. Het bevoegd gezag voor deze vergunning is Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het Natura 2000-gebied is gelegen. Indien het plan mogelijk significante negatieve gevolgen heeft voor deze gebieden dient bovendien een passende beoordeling te worden gemaakt. Significant negatieve gevolgen treden op als de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied worden aangetast. Is dit het geval, dan kan alleen een vergunning worden verkregen indien wordt voldaan aan de zogenaamde ADC-criteria. Dat wil

86

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost zeggen dat voor het plan geen alternatieven zijn, sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en is voorzien in compenserende maatregelen.

- Soortenbescherming De Wnb beschermt net als de hiervoor geldende wet- en regelgeving (o.a. Flora- en faunawet) vele in het wild en van nature in Nederland voorkomende dieren. De wet kent verschillende beschermingsregimes voor diverse soorten. De Wnb bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde diersoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Voor van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels geldt dat het verboden is om nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen. Ook is het verboden om vogels te verstoren, tenzij de verstoring geen wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding van de soort. Voor algemene soorten, geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen of beheer en onderhoud en op grond van de Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb. Voor overige soorten is geen ontheffing nodig indien de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) of de provincie een gedragscode heeft goedgekeurd voor het uitvoeren van de werkzaamheden. De gemeente Amsterdam heeft een gedragscode opgesteld die de minister van (destijds) LNV heeft goedgekeurd.

Hoewel de gedragscode zijn basis vindt in de Flora- en faunawet, die inmiddels is vervallen, is de werking van de gedragscode door de staatssecretaris van Economische Zaken ambtshalve verlengd. Bij naleving van deze gedragscode geldt dan ook een vrijstelling voor de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Ontheffingen mogen slechts worden verleend wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat, geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan en de ontheffing nodig is met het oog op in de Wnb bepaalde belangen. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wnb aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg staat. Dit zal zich voordoen wanneer de uitvoering van het bestemmingsplan tot ingrepen noodzaakt waarvoor geen vrijstelling geldt of geen ontheffing op grond van de Wnb kan worden verleend.

Natuurbeheerplan 2019 Provincie Noord-Holland Het Natuurbeheerplan beschrijft waar in Noord-Holland natuur is en kan komen, welk soort natuur en beheer daar gewenst is en voor welke locaties, agrarische collectieven, grondeigenaren en natuurbeherende organisaties subsidie voor natuurbeheer kunnen aanvragen. Het Natuurbeheerplan bevat de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Natuurverbindingen. De natuurdoelen strekken verder dan enkel de gronden die zijn aangewezen als NNN. Het is dus niet zo dat een Natuurbeheerplan de daadwerkelijke natuurwaarden vastlegt. Een Natuurbeheerplan heeft geen planologische werking zoals de Omgevigsverordening van de provincie. De natuur- en beheerdoelen buiten het NNN worden behaald door middel van bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer. Dit is gericht op de verbetering van leefgebieden. Er wordt onderscheid gemaakt in vijf typen leefgebieden.

7.10.2 Relevantie plangebied Gebiedsbescherming In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied bevindt zich geen natuurbeschermingsgebied als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Op grotere afstand bevinden zich wel enkele gebieden die zijn aangewezen in het kader van Natura 2000. Het gaat om Botshol (op circa 9 kilometer) en Nieuwkoopse Plassen & de Haeck (op circa 12 kilometer). Vanwege de aanwezigheid van

87

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost bijzondere natuurwaarden hebben deze gebieden een Europese beschermingsstatus gekregen. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt weliswaar op ruime afstand van deze gebieden maar de herontwikkeling zou eventueel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Door Cauberg-Huygen is daarom een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd om na te gaan of er in de aanleg en/of gebruiksfase relevante stikstofemissie op voor stikstof gevoelige habitats in de maatgevende Natura 2000-gebieden plaatsvindt (referentie 07524-54406-06, d.d. 28 novembert 2023, zie bijlage 13). Dit onderzoek is gedaan voor alle nog te ontwikkelen deelgebieden in Green Park Aalsmeer, inclusief deelgebied 2 Oost. Er is daarbij gebruik gemaakt van de verkeersintensiteiten zoals deze door Goudappel zijn berekend in het kader van het verkeersonderzoek (zie paragraaf 4.2 en bijlage 2). Uit de rekenresultaten blijkt dat de hoogst berekende waarde van de stikstofdepositie 0,10 mol/ha/jaar bedraagt ter plaatse van het Natura 2000-gebied 'Botshol'. Omdat de berekende stikstofdepositie groter is dan 0,00 mol/ha/jaar zijn significante effecten niet op voorhand uitgesloten. Daarom is nader onderzocht of het beoogde gebruik leidt tot een lagere stikstofdepositie dan in het huidige gebruik, de zogenaamde referentiesituatie.

Om aan te kunnen tonen dat er geen negatieve effecten zijn, is een vergelijking tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie opgesteld. De stikstofdepositie in de toekomstige situatie is vergeleken met de effecten vanwege het huidige gebruik van het plangebied (referentiesituatie). Als gevolg van de herontwikkeling van de nog te ontwikkelen gebieden zullen enkele bedrijven verdwijnen of deze zijn onlangs verdwenen. Op basis van een verschilberekening is de stikstofdepositie van de huidige plansituatie vergeleken met het beoogde bestemmingsplan. Uit deze verschilberekening blijkt dat in twee Natura 2000-gebieden nog sprake is van een zeer beperkte toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. Het betreft 0,02 mol/ha/jaar in het Natura 2000-gebied ‘Coepelduynen’ en 0,01 mol/ha/jaar in ‘Oostelijke Vechtplassen’. De toename van de stikstofdepositie bij deze op relatief grote afstand gelegen Natura 2000-gebieden is een gevolg van zogenaamde randeffecten. Randeffecten zijn effecten die bij een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de beoogde situatie kunnen ontstaan, waarbij in de beoogde situatie emissiepunten op andere plekken zijn gelegen ten opzichte van bronnen uit de huidige situatie.

Indien dat het geval is, kan het zijn dat randeffecten optreden op of rond de stikstofgevoelige habitats die rond de 25 km van de emissiepunten liggen. In deze zone worden in de verschilberekening depositie toe- of afnames berekend doordat de maximale rekenafstand van 25 km van de emissiepunten wordt gehanteerd. De emissiepunten uit de referentiesituatie hebben dan geen of een gedeeltelijke overlap met de emissiepunten uit de beoogde situatie. Uit de toepassing van de Aerius Calculator blijkt dat er in dit geval sprake is van randeffecten. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 4.2 en bijlage VIII van het rapport. Er is daarmee aangetoond dat er ter plaatse van de overschrijdingen in de berekeningen sprake is van randeffecten en geen sprake is van een daadwerkelijke overschrijdingen. De Wet natuurbescherming vormt derhalve geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan aangezien de doorgerekende plannen niet leiden tot significante effecten op de Natura 2000-gebieden.

Soortenbescherming Door Arcadis zijn de afgelopen jaren diverse quick scans naar beschermde soorten uitgevoerd voor diverse percelen in deelgebied 2 Oost. De laatste quick scan is uit 2021 (referentie D10026725:20, d.d. 30 maart 2021, zie bijlage 10). Uit de quick scans blijkt dat de aanwezigheid van enkele beschermde soorten niet op voorhand kan worden uitgesloten. Het gaat daarbij mogelijk om broedvogels met jaarrond beschermde nesten (buizerd, sperwer, havik, ransuil) in de bossage direct ten westen van het plangebied, verblijfplaatsen van vleermuizen in de gebouwen ten noorden van Aalsmeerderweg 183 en 207 en een vliegroute en/of foerageergebied in het opgaande groen ter hoogte van Aalsmeerderweg 183.

88

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Afbeelding: het globaal met rode lijn aangegeven onderzoeksgebied met het potentieel jaarrond beschermd nest van buizerd, sperwer, havik of ransuil (gele stip), de gebouwen met potentiële verblijfsfunctie van vleermuizen(groen omkaderd) en de groenstructuur met mogelijk essentiële vliegroute en foerageergebied (oranje lijn).

Voor het plangebied is daarom nader onderzoek naar beschermde soorten uitgevoerd (referentie D10034415:10, d.d. 21 juni 2021, zie bijlage 11). Uit het soortgerichte onderzoek zoals opgenomen in het activiteitenplan het volgende: Roofvogels en ransuil: Aanwezigheid van nestplaatsen van roofvogels en ransuil is uitgesloten. Vleermuizen: In totaal zijn drie vleermuissoorten waargenomen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis: 1. Ter hoogte van de bosschages rondom Oosteinderweg 230, 236 en het opgaand groen ter hoogte Aalsmeerderweg 183 foerageren circa 10-20 gewone dwergvleermuizen, zie de navolgende afbeelding. Voornamelijk foerageergebied buiten deelplan 2 oost wordt frequent gebruikt en is daarom aangemerkt als essentieel foerageergebied. Het opgaand groen ter hoogte van Aalsmeerderweg 183 wordt ook gebruikt als lijnvormig element waarlangs gevlogen en gefoerageerd wordt. Door het frequente gebruik van deze vliegroute is geconcludeerd dat dit een essentiële verbinding vormt tussen verblijfplaats en foerageergebied. Gelet op de grootte van deze groep dieren gaat het hier vermoedelijk om een kraamkolonie. De verblijfplaats is niet vastgesteld maar gelet op de beweging langs het opgaand groen wordt verwacht dat in één van de woningen aan de Aalsmeerderweg verblijft wordt.

Ten noordoosten, westen en zuiden van het onderzoeksgebied is een enkele keer een tijdelijk foeragerend individu waargenomen. Bij de gebouwen in het onderzoeksgebied is geen verblijfplaatsindicerend gedrag waargenomen. Op basis van het vleermuizenonderzoek is aanwezigheid van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis ter plaatse van de herontwikkeling uitgesloten. 2. De laatvlieger is een enkele keer foeragerend waargenomen ter hoogte van het opgaand groen van Aalsmeerderweg 183. In de omgeving ten westen van dit perceel zijn enkele foeragerende laatvliegers waargenomen. Deze individuen maken tijdens het foerageren gebruik van het open terrein en de bosschage. Ook zijn enkele laatvliegers ter hoogte van Machineweg 12 en

89

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost Alsmeerderweg 202 foeragerend waargenomen. Ter hoogte van Aalsmeerderweg 202 zijn frequent foeragerende laatvliegers waargenomen. Verwacht wordt dat hier een verblijfplaats aanwezig is. Bij de gebouwen in het onderzoeksgebied is geen verblijfplaatsindicerend gedrag waargenomen. Op basis van het vleermuizenonderzoek is aanwezigheid van verblijfplaatsen van laatvlieger ter plaatse van de herontwikkeling uitgesloten. 3. De rosse vleermuis is een enkele keer hoogovervliegende waargenomen. Deze individuen hadden geen binding met deelplan 2 oost. Aanwezigheid van functies binnen deelplan 2 oost is daarom uitgesloten. 4. Andere vleermuissoorten (zoals ruige dwergvleermuis, meervleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis) zijn niet waargenomen. Hierop gelet is aanwezigheid van essentiele functies binnen het onderzoeksgebied uitgesloten.

Afbeelding: bevindingen vleermuizenonderzoek

Het verwijderen van het opgaande groen ter hoogte van Aalsmeerderweg 183 leidt tot aantasting van foerageergebied en vliegroute van vermoedelijk een kraamkolonie gewone dwergvleermuizen maar de bosschages in de omgeving, ter hoogte van Oosteinderweg 230 en 236, vormen ook functioneel foerageergebied. Gelet op dit foerageergebied in de directe omgeving zijn alternatieven aanwezig. Negatieve effecten op foerageergebied, als gevolg van het verwijderen van opgaand groen ter hoogte van Aalsmeerderweg 183, is daarom te verwaarlozen. Het opgaand groen vormt echter wel een essentiële verbinding tussen een verblijfplaats en het foerageergebied. Indien dit opgaand groen verwijderd wordt verdwijnt de vliegroute waardoor het foerageergebied minder goed te bereiken is. Gelet op de nieuwe situatie worden binnen het plangebied echter verschillende lijnvormige elementen gerealiseerd zoals gebouwen en bomenrijen. Hier kunnen gewone dwergvleermuizen ook gebruik van maken wanneer ze zich door het gebied bewegen. Daarom wordt er vanuit gegaan dat het verlies van de vliegroute, ter hoogte van Aalsmeerderweg 183, alleen gedurende de realisatiefase merkbaar is. Gedurende de realisatiefase zal deze groep dieren mogelijk uitwijken naar de omgeving waar mogelijk minder

90

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost geschikte foerageermogelijkheden aanwezig zijn. Dit kan tot gevolg hebben dat de huidige kraamverblijfplaats verlaten wordt. Gelet op het voorgaande vinden er in beginsel negatieve effecten plaats op een essentiële vliegroute van gewone dwergvleermuis. Deze negatieve effecten leiden tot conflict met artikel 3.5 lid 2 van de Wet natuurbescherming (Wnb). In het kader van de Wnb dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen om negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingreep zo goed als mogelijk te voorkomen. Ten behoeve van de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Wnb te voorkomen is een activiteitenplan opgesteld. Ten aanzien van de mitigerende maatregelen gaat het om het voorkomen van kunstlicht tussen een half uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsopkomst, het verplanten van de struiken buiten het plangebied of ter hoogte van de bestaande vliegroute een alternatieve vliegroute te realiseren, bijvoorbeeld met zogenaamde vleermuisschermen met een totale hoogte van minimaal 3 meter. De onderzoeksgegevens zoals hiervoor beschreven zijn nog steeds actueel aangezien er in de tussentijd verstorende sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden waardoor kolonisatie van soorten niet heeft plaatsgevonden (zie de oplegnotitie met referentie D10061831:25, d.d. 17 juli 2023, bijlage 12).

Om herkolonisatie van beschermde soorten te voorkomen zullen enkele maatregelen worden uitgevoerd, zoals maaien buiten de broedperiode van vogels en het tegengaan van plasvorming.

7.11

Duurzaam bouwen en energie

De kaders duurzaamheid Aalsmeer zijn vastgesteld door de gemeenteraad in december 2016. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Aalsmeer streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die er worden gemaakt. Hierbij zijn drie focusgebieden benoemd: 1. Aalsmeer is fossielonafhankelijk in 2040; 2. Aalsmeer heeft een circulaire economie in 2040; 3. en iedereen kan meedoen in Aalsmeer (inclusieve samenleving). Belangrijk aandachtspunt is bij nieuwbouw en renovatie dat energiegebruik zoveel mogelijk gereduceerd wordt door o.a. isolatie en efficiënt inzetten van installaties. Daarnaast is aandacht voor duurzame energie-opwek gewenst. Dit wordt binnen het Bouwbesluit getoetst. De gemeente hecht er aan dat voor bewoners de mogelijkheid wordt geboden zelf verdergaande maatregelen te treffen waarmee energieneutraliteit te bereiken is. Voor projecten wordt aanbevolen het aanbrengen van zonnepanelen en zonwering mee te ontwerpen in gebouwen. De Wet VET, juli 2018, maakt dat voor klein verbruikersaansluitingen geen aansluiting meer op het aardgasnet mogelijk is. Binnen het plangebied zijn voor toepassing van bodemenergie geen belemmeringen voorzien. Het (wijzigings)besluit Bodemenergie en de Waterwet vormen bij toepassing van bodemenergie het wettelijk kader. Een collectieve WKO kan eventueel bijdragen aan het behalen van de ambitie fossielonafhankelijk.

De gemeente Aalsmeer stimuleert daarnaast het realiseren van duurzame en energiezuinige gebouwen door middel van de gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR). GPR-gebouw is een digitaal instrument dat ontwerpgegevens omzet in prestatiegetallen per module. De gemeente stelt haar licentie beschikbaar aan ontwikkelaars waarmee deze op basis van voorlopig ontwerp kunnen toetsen waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Het thema milieu van de GPR voldoet aan de indieningsvereisten die op grond van de omgevingsvergunning worden gesteld bij het indienen van een bouwaanvraag volgens artikel 5.9 het eerste en tweede lid van het Bouwbesluit 2012. Aanvrager van een vergunning voor het bouwen moet met een berekening aangeven wat het duurzaamheidgehalte van het te realiseren bouwwerk is. Voor alle nieuwbouw gelden vanaf 1 januari 2021 de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De gemeente zoekt graag met ontwikkelaars naar meer opties waarmee gebouwen geheel energieneutraal worden gebouwd. Gedacht wordt hierbij aan extra

91

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost isolatie en/of warmte terugwininstallaties in douchewaterretour, energiezuinige systemen, warmte koude opslag gecombineerd met lage temperatuurverwarming en/of nabij gelegen warmtenet, en het benutten van de zon als energiebron door mee ontworpen zonnepanelen, zonneboiler. Bij voorkeur worden meer opties in de bouwaanvraag meegenomen zodat hierop toegezien kan worden.

7.12

Schaduw

De nieuwe bedrijfsmatige kavels bevinden zich in de nabijheid van bestaande woningen aan de Machineweg en Aalsmeerderweg. Vanwege de beoogde bouwvolumes kunnen er schaduweffecten optreden in de omgeving. Er is daarom door de Bezonningsingenieur.nl een bezonningsonderzoek uitgevoerd voor de woningen Machineweg 14-38 en Aalsmeerderweg 201-211 (rapportnummer 2310-Z01, d.d. 2 februari 2023, zie bijlage 14). Daaruit blijkt dat de mogelijke nieuwbouw bij de meeste woningen in de omgeving niet tot een relevante vermindering van schaduw leidt: In de bestaande situatie is op grote delen van de dag op de voorgevels van Machineweg 14-38 bezonning mogelijk tussen 21 september en 21 maart. Als gevolg van de nieuwbouw is er ter plaatse van de achtergevels van Machineweg 14-38 tussen 21 september en 21 maart beperkte invloed in de middag. Dit is vanaf de eerste verdieping en hoger. Op de percelen aan de Aalsmeerderweg is geen invloed. Tussen 21 april en 21 augustus is eveneens in de bestaande situatie op grote delen van de dag op de voorgevels van Machineweg 14-38 bezonning mogelijk. In de nieuwe situatie is ter plaatse van de achtergevels beperkte invloed vanaf de avond op 21 april. Deze neemt geleidelijk af tot 21 juni waarbij dan nauwelijks nog sprake is van invloed. Via de voorgevels van Aalsmeerderweg 201-211 is gedurende een groot deel van de dag bezonning mogelijk.

Ter plaatse van de achtergevels van Aalsmeerderweg 201-211 neemt de invloed geleidelijk toe van 21 april tot 21 juni en daarna navenant af tot 21 augustus. In alle onderzochte woningen blijkt ruimschoots meer dan 2 uur bezonning mogelijk in zowel de bestaande als geplande situatie. Dit betekent dat ruimschoots wordt voldaan aan de lichte TNO-bezonningsnorm (ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in het midden van de vensterbank aan de binnenkant raam). Er blijkt alleen sprake van afnames in de woningen met adressen Machineweg 14, Machineweg 16, Machineweg 28, Machineweg 30 en Machineweg 32. Deze afnames zijn met ten hoogste 14% beperkt te noemen. Omdat bestaande bebouwing wordt gesloopt en nieuwe bebouwing verder weg komt te staan zal de bezonningsduur bij Machineweg 18 en Machineweg 24 licht toenemen. Noemenswaardig is nog dat Machineweg 16 als school is vergund en nu deels als woning wordt gebruikt. Het klaslokaal aan de straatzijde is beoordeeld omdat hier gewoond wordt en de lichte TNO-bezonningsnorm hier strikt genomen op van toepassing is. Op basis van de afbeeldingen in bijlage 1 van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat op vrijwel de hele zuid oostgevel waar de 3 voormalige lokalen zijn georiënteerd meer dan 2 uur bezonning mogelijk is in beide situaties.

De nieuwbouw zal gelet op het onderzoek niet leiden tot onevenredige vermindering van bezonning op de percelen van Machineweg 14 t/m 38 en Aalsmeerderweg 201 t/m 211. Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat ten opzichte van het uitgevoerde bezonningsonderzoek er inmiddels voor de nieuwbouw achter Machineweg 14-16 uit wordt gegaan van een lagere bouwhoogte (4,5 meter in plaats van 9 meter en deels 9 meter in plaats van 12 meter). Deze verlaging van de bouwhoogtes heeft een positief effect op de achtergevels van de woningen aan de Machineweg.

92

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Bijlagen bij de toelichting

93

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Bijlage 1 Laddertoets detailhandel

94

Laddertoets uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer

Stec Groep aan de gemeente Aalsmeer

Martijn Exterkate Augustus 2021

2

Laddertoets uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer 21.129

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2

2

2.3 2.4 2.5

3

Plan uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer ..................................................... 3 Leeswijzer ................................................................................................. 3

Uitgangspunten 2.1 2.2

4

Ladder als motiveringsvereiste............................................................... 4 Het verzorgingsgebied voor supermarkt Hoogvliet is de gemeente Aalsmeer ................................................................................. 5 Huidige structuur en supermarktaanbod ............................................... 6 Trends en ontwikkelingen onder supermarkten.................................... 9 Provinciaal en lokaal beleid................................................................... 11

Behoefte en ruimtelijke effecten 3.1 3.2

3

12

Gezonde marktsituatie supermarkten komende tien jaar................... 12 Onaanvaardbare ruimtelijk effecten niet aan de orde ........................ 15

Laddertoets uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer 21.129

3

1 Inleiding 1.1 Plan uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer Supermarkt Hoogvliet in Aalsmeer wil zijn bestaande terrein aan de Aalsmeerderweg herinrichten en daarbij supermarktmeters toevoegen. Door diverse woningbouwontwikkelingen in Aalsmeer 1 ontstaat er extra behoefte aan supermarktmeters en Hoogvliet wil haar supermarkt moderniseren en de parkeersituatie verbeteren. Bovendien wil de gemeente Aalsmeer het gebied een extra kwaliteitsimpuls geven en duurzaam versterken met een gemengd programma van onder meer 24 appartementen, diverse bedrijfshallen/kantoorruimten en een hotelontwikkeling. Stec Groep is in 2017 gevraagd een toets op te stellen in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: Ladder) voor de uitbreiding van supermarktmeters. Gelet op de verstreken tijdsperiode, veranderende trends en ontwikkelingen bij supermarkten en lokale supermarktontwikkelingen (zoals nieuwvestiging Lidl Stationsweg en uitbreiding Albert Heijn Kudelstraat) is het noodzakelijk deze Laddertoets te actualiseren met recente onderzoeksgegevens. De vestiging van Hoogvliet ligt tegen het noordwesten van de wijk Nieuw-Oosteinde in Aalsmeer op Greenpark Aalsmeer. De locatie ligt net ten oosten van de N201 aan de Aalsmeerderweg. Het ligt op zeven autominuten van het centrum van Aalsmeer en vier autominuten van winkelcentrum Nieuw-Oosteinde.

Het huidig winkelvloeroppervlak (wvo) van de betreffende Hoogvliet is nu 1.355 m² is. In nieuwe situatie beslaat Hoogvliet ca. 1.700 m² wvo 2 (2.250 m² bvo). De totale vergroting van het winkelvloeroppervlak beslaat daarmee 345 m² wvo, oftewel een toename van 25%. Bij de supermarkt worden drie dagwinkels beoogd. Momenteel zijn er twee dagwinkels op locatie gevestigd, namelijk een kapsalon en pizzeria. Gezamenlijk hebben zij een omvang van 80 m² wvo (195 m² bvo). In de plannen wordt uitgegaan van een totaaloppervlak van 255 m² bvo voor de drie dagwinkels opgenomen. Dit is een beperkte toename van 60 m² bvo (één extra dagwinkel) ten opzichte van de huidige situatie

1.2 Leeswijzer We doorlopen de Ladder zoals vereist in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening: • We zetten in hoofdstuk 2 de uitgangspunten vanuit de Ladder en het planinitiatief op een rijtje. We gaan hierbij achtereenvolgens in op de Laddersystematiek en bepalen het relevante ruimtelijke verzorgingsgebied waarbinnen mogelijke ruimtelijke effecten zich kunnen voordoen. • In hoofdstuk 3 bepalen we vervolgens de behoefte aan het plan (kwantitatief dan wel kwalitatief) en confronteren deze met het beschikbare (plan)aanbod. We baseren ons hierbij op bestaande landelijke onderzoeken en ramingen aangevuld met specifieke marktonderzoeken. • Ten slotte bespreken we de mogelijke ruimtelijke effecten die het plan met zich meebrengt. We gaan hierbij onder andere in op mogelijke leegstandseffecten en de effecten op de markt voor dagelijkse voorzieningen binnen het relevante verzorgingsgebied.

Zoals de Oosteinderdriehoek, Tuinen van Aalsmeer e.o., Tv-studios Aalsmeer, Westereinderhagen en De Scheg (Amstelveen) Op basis van een omrekenformule bvo (brutovloeroppervlak) naar wvo (winkelvloeroppervlak) van 0,75; gebaseerd op een benchmark van Stec Groep naar de bvo/wvo verhouding onder 600 supermarkten.

1 2

Laddertoets uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer 21.129

4

2 Uitgangspunten 2.1 Ladder als motiveringsvereiste De Ladder is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. In de toelichting van het bestemmingsplan dient dan een motivering voor de Ladder te zijn opgenomen. Sinds 1 juli 2017 is de Laddersystematiek in het Besluit ruimtelijk ordening (Bro) gewijzigd. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De Ladder is alleen van toepassing op een plan dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Is dit het geval dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied is een uitgebreidere motivering vereist waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien.

Om de vereisten van de Ladder te bepalen gaan we hierna achtereenvolgens in op de vraag (1) of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en (2) of de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied is gelegen. Beoogde uitbreiding maakt een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling mogelijk Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (NSO), dan is een plan Ladderplichtig. Een stedelijke ontwikkeling wordt in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijk voorzieningen’. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgesteld, jurisprudentie geeft meer duidelijkheid. Bij wonen geldt bijvoorbeeld dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij een woningbouwlocatie vanaf 12 woningen. Voor andere stedelijke voorzieningen volgt uit jurisprudentie dat van een nieuwe stedelijke ontwikkeling sprake is bij uitbreiding van 400 m2 tot 500 m2 bvo. Gezien de beoogde uitbreiding van 650 m² bvo en 345 m² wvo bestempelen we de uitbreiding van supermarkt Hoogvliet als een stedelijke ontwikkeling. De uitbreiding is bovendien een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt dan binnen het huidige planologische regime mogelijk is, of als er een functiewijziging van zodanige aard en omvang plaatsvindt dat om die reden sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De uitbreiding van Hoogvliet leidt tot een toename van de bebouwingsmogelijkheden. Bovendien staan de huidige planregels in de vigerende beheersverordening 3 op de beoogde locatie niet volledige supermarktontwikkeling toe. Op het perceel rust deels de bestemming ‘Detailhandel’ en deels ‘Bedrijf’.

3

Zie: ruimtelijkeplannen.nl, beheersverordening ‘Green Park Aalsmeer 2017’.

Laddertoets uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer 21.129

5

Figuur 1: Huidige planologische situatie beheersverordening (links) en beoogde ontwikkeling (rechts)

Uitbreiding Hoogvliet is een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied (BSG) is extra motivering vereist. Daarom checken we hier of het plan een ontwikkeling binnen BSG betreft. Artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het plangebied heeft momenteel de bestemming ‘Detailhandel’ en ‘Bedrijf’ waarin is voorzien van mogelijkheden voor stedelijke functies. De planlocatie is bovendien onderdeel van Green Park Aalsmeer en daarmee omringt door stedelijke functies als bedrijven, detailhandel en woningen. De planlocatie is daarmee al onderdeel van een samenstel van bebouwing en valt binnen het bestaande stedelijk gebied. Een extra afweging van alternatieven binnen BSG is daarmee niet noodzakelijk.

2.2 Het verzorgingsgebied voor supermarkt Hoogvliet is de gemeente Aalsmeer Om de behoefte aan en de mogelijke effecten van de beoogde supermarkten te bepalen is het van belang het verzorgingsgebied goed in beeld te brengen. Binnen dit gebied maken consumenten een afweging tussen het toekomstige en het al aanwezige supermarktaanbod. Het verzorgingsgebied is daarmee ook gelijk het gebied waarbinnen mogelijke effecten te verwachten zijn. We bepalen het verzorgingsgebied voor de beoogde supermarkten op basis van het koopstromenonderzoek Randstad 2018 en de reikwijdte van het voorliggende plan. Deze reikwijdte wordt bepaald door de betreffende formule, het winkelvloeroppervlak dat wordt mogelijk gemaakt en de locatie van de supermarkt. Inwoners gemeente Aalsmeer zijn voor hun dagelijkse inkopen lokaal georiënteerd Uit het koopstromenonderzoek Randstad 2018 (I&O Research) blijkt een koopkrachtbinding van ca. 86% voor dagelijkse artikelen in de gemeente Aalsmeer. Dit ligt hoger de door I&O Research opgestelde benchmark voor gemeenten met een vergelijkbaar inwonersaantal (ca. 82%). Dit betekent dat inwoners van de gemeente Aalsmeer een relatief groot deel van hun dagelijkse inkopen, waaronder supermarktaankopen, in de eigen gemeente doen. Inwoners van de gemeente Aalsmeer zijn kortom voor hun dagelijkse inkopen sterk lokaal georiënteerd.

Uit het koopstromenonderzoek blijkt verder dat er een beperkte toevloeiing is voor dagelijkse bestedingen uit met name de randgemeenten Haarlemmermeer (3%), Uithoorn (3%) en Amsterdam (2%). De koopkrachtbinding voor supermarkten ligt doorgaans hoger dan de dagelijkse branche zijn geheel (waaronder drogisterijen en speciaalzaken). Immers, consumenten kiezen voor supermarktbestedingen vaak de dichtstbijzijnde winkel met het meest complete aanbod. Gelet op de verzorgingsstructuur in Aalsmeer verwachten we een binding aan ‘eigen’ supermarkten van 95%. Bezoekers Hoogvliet komen hoofdzakelijk uit de wijk Nieuw-Oosteinde en de kern Aalsmeer Een (full service) supermarkt bedient een marktgebied binnen een straal van circa 2 kilometer, afhankelijk van de formule (van discounter tot full-service) en soort winkelgebied (van buurtsupermarkt tot XLformule). Dit blijkt uit consumentenonderzoek van Deloitte (2018, 2019, 2020). Als we kijken naar de

Laddertoets uitbreiding Hoogvliet Aalsmeer 21.129

6

reikwijdte van Hoogvliet in Nieuw-Oosteinde (zie figuur 3), dan zien we dat qua woongebied geheel NieuwOosteinde en een deel van Oost-Aalsmeer binnen een straal van 2 kilometer valt. Het primaire verzorgingsgebied voor de supermarkt is Nieuw-Oosteinde, hier komen de meeste bezoekers vandaan zo blijkt uit gegevens van de Hoogvliet zelf. De bovenlokale aantrekkingskracht is naar verwachting beperkt. We hanteren op basis van koopkrachtbinding, formule en locatie de gemeente Aalsmeer als het relevante verzorgingsgebied voor de Hoogvliet supermarkt. Figuur 2: Straal van 2 kilometer rondom Hoogvliet Aalsmeerderweg

Bron: Stec Groep, 2021.

2.3 Huidige structuur en supermarktaanbod We gaan in onderstaande tekst allereerst in op de huidige winkelstructuur voor dagelijkse artikelen in de gemeente Aalsmeer. Vervolgens beschrijven we de aanwezige supermarkten in het verzorgingsgebied. Centrum Aalsmeer belangrijke aankooplocatie voor dagelijkse artikelen Gemeente Aalsmeer telt anno 2020 (meest recente telling) 53 dagelijkse winkels van in totaal ruim 15.400 m² wvo. Het totaal aantal supermarkten ligt op op 11 met een totaaloppervlak van ruim 12.270 m² wvo. Het totaaloppervlak niet-dagelijkse winkels ligt op 95.340 m², waarvan ruim de helft (55.600 m² wvo) tuincentrum Het Oosten beslaat. Centrum Aalsmeer is de belangrijkste aankooplocatie voor dagelijkse artikelen (ruim één derde van het aanbod). Het dagelijks aanbod is verder verdeeld over centrum Kudelstraat, Nieuw-Oosteinde en Opheliaplaza. Ook er enig verspreid dagelijks aanbod, waaronder supermarkt Hoogvliet aan de Aalsmeerderweg. Ook voor niet-dagelijks aanbod is centrum Aalsmeer, naast tuincentrum Het Oosten, de belangrijkste aankooplocatie. De winkelleegstand ligt gemeente-breed op een niveau van 1,5% (wvo) en 6,9% (verkooppunten). In aantal verkooppunten ligt dit iets boven een gezond frictieniveau (5-6%). Op winkelgebiedsniveau is de winkelleegstand het hoogst in centrum Aalsmeer met 9,0% (wvo) en 8,6% (verkooppunten) en bovendien boven frictieniveau.

Met uitzondering van Opheliaplaza (5,4% en 7,0% leegstand) is in de overige winkelgebieden geen leegstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=c7460ae9-77b5-4c94-a771-0e10b24c95ce