CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan GPA DG2 Oost def

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 5 maart 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Green Park Aalsmeer, deelgebied 2 Oost43.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De grootste omzetstijging zal naar verwachting gerealiseerd worden bij supermarkten vlakbij grootschalige woningbouwontwikkelingen. Op basis van kengetallen is voor de toevoeging van 345 m² wvo bij de supermarkt in het plangebied een omzet van maximaal € 2,7 miljoen nodig. Omgerekend is dit een omzeteffect van 2,9%. De benodigde extra omzet voor de supermarkt in het plangebied wordt (op termijn) deels behaald door extra bestedingen vanwege inwonersgroei en zal deels van bestaande supermarkten moeten komen. Dit temeer omdat de koopkrachtbinding in het verzorgingsgebied al hoog is (inwoners doen momenteel vrijwel geheel boodschappen bij de bestaande supermarkten in de gemeente en nauwelijks elders). Stec Groep kijkt daarom naar het effect van de uitbreiding van de supermarkt op de vloerproductiviteit van de bestaande supermarkten in de gemeente. In de autonome situatie blijkt uit het distributieplanologisch onderzoek dat de vloerproductiviteit circa 0,8% boven landelijk niveau ligt in 2030. Als gevolg van de uitbreiding van de supermarkt in het plangebied daalt de vloerproductiviteit in het verzorgingsgebied naar € 7.878 in 2030. De gemiddelde vloerproductiviteit komt daardoor in 2030 circa 2% lager te liggen dan het landelijk gemiddelde van de afgelopen vijf jaar (€ 8.037). Dit taxeert Stec Groep als een gezonde situatie.

De oorzaak ligt grotendeels in het sterk bovengemiddelde supermarktaanbod in de gemeente (40% boven landelijk gemiddelde). Voor de supermarkten in de directe omgeving (de wijk Nieuw-Oosteinde) is berekend dat de vloerproductiviteit circa 8% onder het landelijk niveau komt te liggen. Bij een dergelijke vloerproductiviteit liggen er risico's op verminderend functioneren van de bestaande supermarkten. Daarbij geldt de sterke nuance dat is gerekend met een beperkt scenario voor woningbouwontwikkeling. Mocht het volledige beoogde woningbouwprogramma worden gerealiseerd dan komt de vloerproductiviteit boven het landelijk gemiddeld niveau te liggen. Uitgangssituatie bestaande structuur sterk, geen onaanvaardbare ruimtelijke effecten verwacht: om de ruimtelijke effecten verder te kunnen duiden is de uitgangssituatie van de bestaande supermarkten in de directe omgeving bekeken. Daarbij is het volgende geconstateerd: 1. Winkelcentrum Nieuw-Oosteinde: In dit winkelcentrum zijn supermarkten Albert Heijn en Aldi gevestigd, aangevuld met diverse speciaalzaken zoals een bakker, slijter, drogist en voorzieningen zoals een apotheek, verloskundigenpraktijk, zonnestudio en diverse horecazaken. Winkelcentrum Nieuw-Oosteinde heeft daarmee sterke meerwaarde voor de consument ten opzichte van de locatie in het plangebied waar een dergelijke concentratie van voorzieningen niet is.

Er is in het winkelcentrum sprake van een sterke combinatie van een full-service supermarkt en hard discounter. Uit diverse onderzoeken (zoals Deloitte, 2019, 2020) blijkt dat consumenten boodschappen doen bij meerdere supermarkten (primaire en secundaire supermarkten). Door de combinatie is winkelcentrum Nieuw-Oosteinde een aantrekkelijk winkelcluster voor dagelijkse boodschappen waar de bezoeker in één bezoek haar boodschappen kan doen. Momenteel is er geen leegstand is in het winkelcentrum en functioneert deze naar behoren. Gelet op de omzeteffecten en de sterke uitgangspositie van winkelcentrum Nieuw-Oosteinde is sluiting van een supermarkt op deze locatie als gevolg van het initiatief in het plangebied (en daarmee verlies van een trekker voor het winkelcentrum) niet aan de orde. Dit geldt in het bijzonder omdat het initiatief in het plangebied een uitbreiding van een bestaande supermarkt is, welke momenteel al onderdeel is van de

22

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost concurrentieverhoudingen. Er is daardoor geen sprake van een nieuwe toetreder en nieuwe formule in de gemeente welke forse inzet dient te plegen om nieuwe consumenten te binden. Bovendien bedienen Aldi en in mindere mate Albert Heijn een eigen doelgroep en segmentering. Ook voor de omliggende voorzieningen in het winkelcentrum verwacht Stec Groep dat er volop potentie is om gezond te kunnen blijven renderen, dit vanwege de sterke toestroom van inwoners richting supermarkten (circa 10.000-12.500 bezoeken per supermarkt per week). Er worden dan ook geen ruimtelijke effecten (cq. leegstand) in winkelcentrum Nieuw-Oosteinde verwacht. Onaanvaardbare ruimtelijke effecten zijn daardoor ook niet aan de orde. Wel zal het bezoekersaantal mogelijk licht afnemen, gelet op het omzeteffect is dit indicatief 2,5%. Ook dan blijft er echter voldoende bestaansrecht voor de huidige voorzieningen. 2. Food-Plus: Deze Poolse supermarkt is solitair gelegen tegen het zuidwesten van de wijk Nieuw-Oosteinde. De Poolse supermarkt bedient geheel een eigen doelgroep en concurreert naar verwachting in beperkte mate met supermarkt Hoogvliet. De verwachting is dan ook niet dat sluiting van deze supermarkt als gevolg van de uitbreiding van Hoogvliet aan de orde is.

Mocht sluiting wel plaatsvinden, dan heeft dit geen negatieve uitstralingseffecten op omliggende voorzieningen omdat het een solitaire vestiging betreft. Onaanvaardbare ruimtelijk effecten zijn ook hier niet te verwachten. Bovendien is transformatie van de locatie bij leegstand naar bijvoorbeeld een woonfunctie zeer kansrijk en haalbaar. Duurzame ontwrichting niet aan de orde: In de ruimtelijke ordening dient op basis van ruimtelijk relevante argumenten beoordeeld te worden of nieuwe initiatieven resulteren in duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur. Hierbij gaat het om het directe consumentenbelang op lange termijn en niet om een verslechterde concurrentiepositie voor individuele bedrijven. Als door een nieuwe winkel in een verzorgingsgebied dus een andere winkel verdwijnt, dan is de variatie in het aanbod per saldo gelijk gebleven of misschien zelfs wel verbeterd, als modern aanbod verouderd aanbod vervangt. Bij duurzame ontwrichting gaat het dus om het directe consumentenbelang op lange termijn en niet om een verslechterde concurrentiepositie voor individuele bedrijven. Essentieel is dat de consument moet blijven beschikken over een voldoende voorzieningenniveau op het gebied van de eerste levensbehoeften op aanvaardbare afstand van de eigen woning.

Stec Groep concludeert dat (in het onwaarschijnlijke geval dat) wanneer een supermarkt in de gemeente Aalsmeer als gevolg van de uitbreiding van supermarkt Hoogvliet toch besluit om te stoppen, er ruim voldoende keuzemogelijkheden zijn voor supermarkten en dagelijkse voorzieningen op korte afstand van de woning. Duurzame ontwrichting en verlies van voorzieningen voor eerste levensbehoeften op aanvaardbare afstand van de eigen woning zijn niet aan de orde. Uitbreiding Hoogvliet schuurt tegen gemeentelijke en provinciale beleidskaders: Zowel het provinciaal als het gemeentelijk beleid zet in op concentratie van detailhandel in de bestaande centra en winkelgebieden en voorkomen van versnippering van aanbod. De uitbreiding van Hoogvliet vindt plaats op een solitaire locatie; op de locatie zelf zijn naast de supermarkt enkel een kapsalon en pizzeria aanwezig. Hoewel het initiatief geen nieuwvestiging betreft, maar uitbreiding van een bestaande supermarktlocatie die al vele jaren bestaat, speelt de uitbreiding niet in op de beleidsuitgangspunten om de bestaande hoofdwinkelstructuur te versterken. Wel geldt dat er geen nieuwe winkelconcentratie wordt gerealiseerd. Er is sprake van bestendiging van de bestaande situatie.

Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de uitbreiding geen ruimtelijk onaanvaardbare effecten heeft op de bestaande winkelstructuur en deze daardoor niet onevenredig onder druk zet. Wel worden richting de toekomst toenemende risico's gezien bij verdere initiatieven voor uitbreiding of nieuwvestiging van supermarkten in de gemeente. Dit temeer omdat het huidig supermarktaanbod al ruim is (40% boven landelijk gemiddelde), kwantitatieve marktruimte ontbreekt en er nauwelijks rek zit voor toenemende koopkrachtbinding en -toevloeiing (het bestedingspotentieel wordt al sterk benut). Verdere uitbreiding dient enkel gestoeld te zijn op substantiële woningbouwontwikkeling dan wel optimalisering/modernisering van de bestaande voorraad (maar wel in beperkte mate, geen grootschalige uitbreidingen). In aanvulling op de laddertoets van Stec Groep geldt dat nadien door Bureau Ginder een onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van een tweede supermarkt in Kudelstaart. Zoals uit het voorgaande blijkt constateert Stec Groep dat uitbreiding van supermarkten in Aalsmeer alleen mogelijk is wanneer er sprake van substantiële woninguitbreiding. Het onderzoeksrapport van Bureau Ginder sluit hier goed op 23

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost aan. Het rapport geeft ook aan dat een tweede supermarkt in Kudelstaart alleen mogelijk is bij een groei van het aantal inwoners: 10.680 in 2035 en 11.090 in 2040. Bij de berekening van de mogelijkheden voor een tweede supermarkt in Kudelstaart is Bureau Ginder uitgegaan van een koopkracht binding van 75-80% en een toevloeiing van 17-18%. De toevloeiing is voornamelijk uit de Kwakel en Aalsmeer-Zuid. De koopkrachtbinding wordt bepaald door het aanbod in Kudelstaart. De uitbreiding van de Hoogvliet heeft naar verwachting nauwelijks invloed op deze cijfers.

4.1.3

Bedrijfsverzamelgebouwen

De MRA behoort binnen Nederland tot de economisch goed presterende regio's. Zowel in bevolking als in banen wordt op langere termijn een groei verwacht die op of boven die voor Nederland als geheel ligt. Ten aanzien van de regio Amstelland-Meerlanden is aangegeven dat deze regio zich binnen de MRA onderscheidt dankzij haar goede bereikbaarheid en internationale aantrekkingskracht op burgers en bedrijven. De Mainport Schiphol en de Greenport Aalsmeer zijn belangrijke economische trekkers en bieden o.a. kansen aan de sectoren Logistiek en Agrofood. Ook in de zakelijke dienstverlening is de regio sterk. Voor de regio Amstelland-Meerlanden is voor de periode van 2016-2030 een ruimtevraag van 135 tot 180 ha voorzien. Als alle harde planaanbod van 307 ha wordt gerealiseerd en rekening wordt gehouden met circa 10 ha vervangingsvraag dan is er sprake van een overaanbod van circa 115 tot 160 ha. Zowel Green Park Aalsmeer als Royal FloraHolland maken met respectievelijk 54,5 ha en 20 ha onderdeel uit van het harde planaanbod waarvoor regionale afstemming niet meer nodig is. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet daarmee voor een gedeelte in de behoefte aan bedrijventerreinen en voldoet voor wat betreft de bedrijfskavels aan het Besluit ruimtelijke ordening.

4.2

Verkeerstechnische uitvoerbaarheid

Het verkeer van en naar het te realiseren deelgebied 2 krijgt grotendeels een lokale functie. Een goede bereikbaarheid en verkeersafwikkeling is ook in dat geval echter wel van belang. Deze goede bereikbaarheid en verkeersafwikkeling is in beginsel aanwezig doordat het plangebied zich in de directe nabijheid van de provinciale weg N201 bevindt. Deze weg speelt een belangrijke rol in zowel de huidige als de toekomstige ontsluiting van Green Park Aalsmeer, inclusief de ontsluiting van deelgebied 2. Green Park Aalsmeer is via de N201 direct aangesloten op de rijksweg A2. De op- en afritten van de N201 zijn vanuit deelgebied 2 via de Aalsmeerderweg-Machineweg-Middenweg of via de Aalsmeerderweg-verbindingsweg te bereiken. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de oostelijke helft deelgebied 2 mogelijk maar herontwikkeling was ook al mogelijk in het voorheen geldende bestemmingsplan. Omdat voor het overige deel geen wezenlijk andere ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt staat het voorliggende bestemmingsplan in planologische zin geen substantiële toename van het verkeer toe. In feitelijk opzicht zal er als gevolg van de herontwikkeling van de oostelijke helft van deelgebied 2 echter wel een toename van het verkeer gaan ontstaan aangezien de gronden in deelgebied 2 momenteel deels braakliggend zijn of een ander gebruik kennen.

In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek noodzakelijk om de verkeersgevolgen van deelgebied 2, maar ook de rest van Green Park Aalsmeer, inzichtelijk te maken. Door Goudappel is daarom een actualiserend verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (kenmerk: 008880.20210712R1.03, d.d. 7 februari 2022, zie bijlage 2). In het onderzoek is rekening gehouden met de huidige inzichten voor de invulling van de verschillende deelgebieden van Green Park Aalsmeer (inclusief deelgebied 2), de ontwikkelingen in de omgeving en het recente regionale verkeersmodel. Voor deelgebied 2 is voor de toekomstige situatie uitgegaan van een programma van 45.000 m² gemengde bedrijven, 2.500 m² detailhandel, 30 terug te bouwen woningen, 5.500 m² dienstverlening en 800 m² horeca.

Effecten verkeersintensiteiten

24

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Ten behoeve van de verkeerskundige analyse zijn twee situaties berekend met behulp van het verkeersmodel. Het betreft: 1. De autonome situatie 2035 conform de vigerende ruimtelijke plannen; 2. De plansituatie 2035 conform de meest recente beoogde invulling (inclusief deelgebied 2). Uit de verkeersberekeningen komt naar voren dat de effecten als gevolg van de beoogde invulling relatief beperkt zijn. De grootste toename is te verwachten op de Middenweg. Hier neemt de verkeersintensiteit toe met 1.300 tot 2.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze toename is met name het gevolg van de gewijzigde invulling van de deelgebieden 2, 4 en 5. Relatief gezien gaat het om een intensiteitstoename van circa 20 % tot 25 %. Verder is op het noordelijk deel van de Machineweg een toename van de verkeersintensiteiten te verwachten met 800 motorvoertuigen per etmaal (+13%). Deze toename is een direct gevolg van de gewijzigde invulling van deelgebied 2. Het verkeer gerelateerd aan de N201 rijdt daarbij deels via de Middenweg en de Machineweg naar dit gebied. Op de Aalsmeerderweg neemt het verkeer juist af met 200 motorvoertuigen per etmaal (-3%). De gewijzigde verkeersstromen als gevolg van de nieuwe invulling kunnen effect hebben op de verkeersafwikkeling op kruispuntniveau. In het verkeersonderzoek is daarom ook gekeken naar de verkeersafwikkeling van de maatgevende kruispunten.

Verkeersafwikkeling Voor de maatgevende kruispunten is onderzocht of het verkeer afgewikkeld kan worden met de beoogde inrichting. Dit betreft de locaties waar als gevolg van de gewijzigde invulling de grootste verkeerseffecten optreden. De verkeersafwikkeling is inzichtelijk gemaakt voor de volgende locaties: De aansluiting van de Middenweg op de N201 west (locatie 1). De aansluiting van de Middenweg op de N201 oost (locatie 2). De aansluiting van de Catharina Amalialaan op de Machineweg (locatie 3). De aansluiting van de Aalsmeerderweg op de Machineweg (locatie 4).

25

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Afbeelding: onderzochte kruispunten

Uit de kruispuntanalyses blijkt dat in de plansituatie voor deze locaties geen knelpunten optreden. Met de beoogde inrichting kan het verkeer goed worden afgewikkeld in het prognosejaar 2035. In het verkeersmodel is naast de ontwikkelingen in Green Park een groot aantal andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio opgenomen. Eén van deze ontwikkelingen is onder andere het Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BATZ). Naar de toekomst toe neemt de verkeersdruk op en rond de N201 daarvoor verder toe. De verkeersafwikkeling en doorstroming op de N201 blijft daarbij een aandachtspunt.

Beperken verkeersaantrekk ende werking Alhoewel uit het verkeersonderzoek blijkt dat er als gevolg van de herontwikkeling tot Green Park Aalsmeer geen knelpunten in de verkeersafwikkeling zullen optreden, is in het bestemmingsplan rekening gehouden met het feit dat het verkeer van en naar deelgebied 2 (West en Oost) in alle gevallen gebruik zal maken van de Aalsmeerderweg. Deze polderweg is daarmee niet alleen van belang voor de ontsluiting van deelgebied 2 maar het is ook een weg waar diverse (bestaande) woningen langs staan. Een deel van de bewoners aan de Aalsmeerderweg maakt zich zorgen om de toekomstige verkeersdruk op de Aalsmeerderweg. De gemeente heeft daarom besloten om binnen deelgebied 2 geen bedrijven toe te staan die potentieel een zeer grote verkeersaantrekkende werking hebben, ondanks dat dat volgens het verkeersonderzoek niet noodzakelijk is. Voor het uitsluiten van bedrijven die potentieel een zeer grote verkeersaantrekkende werking hebben is gebruik gemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze is gebaseerd op de zogenaamde VNG-Bedrijvenlijst. In de laatste kolom van de lijst (alsmede de Staat van Bedrijfsactiviteiten) zijn de aanduidingen verkeer, visueel, bodem en lucht vermeld. Deze indices fungeren als een hulpmiddel bij de beantwoording op de vraag of een functie op een bepaalde

26

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost locatie gewenst is. De verkeersaantrekkende werking van een functie kan van belang zijn voor de toelaatbaarheid van een functie op een bepaalde locatie. Dit vertaalt zich niet in vaste afstanden, maar in een kwalitatieve index: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Bij deze indexering is een onderscheid gemaakt tussen personenvervoer met de letter P en goederenvervoer, met de letter G. De index voor verkeersaantrekkende werking is van belang in combinatie met de verkeersontsluiting van een plangebied. Zoals gezegd zal al het verkeer van en naar deelgebied 2 via de Aalsmeerderweg rijden. Bedrijven met een verkeersindex 3 (zowel personenvervoer als goederenvervoer) worden door de gemeente om die reden niet aanvaardbaar geacht. In de betreffende bedrijfsbestemmingen is daarom vastgelegd dat alleen functies zijn toegestaan die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een verkeersindicie van 1 of 2 hebben gekregen voor wat betreft goederenvervoer (G) of personenvervoer (P).

4.3

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient de toelichting van een bestemmingsplan vergezeld te gaan van een beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, in het bijzonder die van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van het voorheen geldende planregime.

4.3.1

Financieel-economische haalbaarheid

Voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied is een grondexploitatie opgesteld. De grondexploitatie is dekkend.

4.3.2

Exploitatieplan

De gemeente is op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om bij het mogelijk maken van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, een exploitatieplan vast te stellen ten behoeve van het verhalen van de door de gemeente te maken kosten, tenzij voorafgaand aan de vaststelling van de bestemmingswijziging een overeenkomst tot stand is gekomen waarin dit kostenverhaal is verzekerd. Voorliggend project voorziet onder meer in in de (terug)bouw van 30 woningen, enkele bedrijfsverzamelgebouwen, de verplaatsing en uitbreiding van detailhandel en de aanleg van een beugelweg. Op grond van artikel 6.2.1 sub b van het Bro betreft het derhalve een bouwplan waarvoor in principe een exploitatieplan dient te worden opgesteld. De gemeente heeft een groot deel van de gronden in eigendom en met de initiatiefnemers, ten behoeve van onderhavige grondexploitatie, een anterieure overeenkomst gesloten waarin de kosten voor de grondexploitatie worden verhaald op aanvrager. Het is niet nodig een tijdvak of fasering of regels danwel een uitwerking van regels publiekrechtelijk op te leggen. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk.

4.3.3

Planschade

'Planschade', is de schade die iemand lijdt doordat hij of zij in een planologisch nadeliger situatie is gekomen als gevolg tussen de nieuwe (onvoorziene) planologische situatie en de bestaande/ oude situatie. In het voorliggende nieuwe bestemmingsplan is uitgegaan van de (terug)bouw van 30 woningen, enkele bedrijfsverzamelgebouwen, de verplaatsing en uitbreiding van detailhandel en de aanleg van een

27

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost beugelweg. Het gebruik als bedrijfskavels en toegangswegen is ook al mogelijk in de momenteel geldende beheersverordening 'Green Park Aalsmeer 2017' en eerder in het tot eind 2017 geldende bestemmingsplan 'N201-zone'. In de beheersverordening zijn weliswaar alleen gebouwen toegestaan op plekken waar in 2017 al een gebouw aanwezig was maar in het voorgaande bestemmingsplan waren gebouwen na uitwerking van de uit te werken bestemming in beginsel al mogelijk ter plaatse van de nieuwe kavels. Daarnaast zijn de plannen voor Green Park Aalsmeer al decennia bekend doordat de gemeente hier vanaf de jaren '90 in diverse beleidsstukken rekening mee heeft gehouden. De kans op planschade wordt daarom in het algemeen beschouwd niet aannemelijk geacht. Voor de beoogde herontwikkeling, welke als planontwikkeling is beschreven in subparagraaf 2.2 van deze toelichting, is in de grondexploitatie rekening gehouden met het verhaal van eventueel aan derden te betalen tegemoetkomingen in schade als bedoeld in afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening en andere nadeelcompensatie.

4.4

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.4.1

Inspraak

In het voorheen geldende bestemmingsplan en in de Structuurvisie Green Park Aalsmeer is al uitgegaan van een herontwikkeling naar bedrijvenpark Green Park Aalsmeer met enkele voorzieningen. De herontwikkeling waar in het voorliggende bestemmingsplan van uit is gegaan is daardoor niet nieuw. Het houden van inspraak over het voorontwerpbestemmingsplan heeft daardoor geen directe toegevoegde waarde. Er is daarom afgezien van inspraak op het voorontwerp van dit bestemmingsplan. Wel kunnen burgers en bedrijven tijdens de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan reageren (zie paragraaf 4.4.3).

4.4.2

Bro-partners

In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op in augustus 2021. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen vier weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; 2. Hoogheemraadschap van Rijnland; 3. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat West-Nederland Noord; 4. Steunpunt Monumenten en Archeologie (MOOI Noord-Holland); 5. Kamer van Koophandel voor Amsterdam e.o.; 6. Gasunie; 7. Liander; 8. PWN Noord-Holland; 9. Luchthaven Schiphol Group; 10. Brandweer Amstelland. De instanties welke staan vermeld onder 2 t/m 6 en 8 t/m 9 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instantie onder 7 heeft aangegeven geen aanleiding te zien voor inhoudelijke reactie. De instantie welke staat vermeld onder 1 en 10 hebben inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. Provincie Opmerking: De provincie constateert dat op een paar plekken een bouwhoogte mogelijk gemaakt van 15

28

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost meter. De maximale bouwhoogte volgens de webapplicatie LIB Schiphol is op deze plekken 11,3 m +NAP. Het maaiveld ligt ter plekken op ongeveer -3,7 meter onder NAP, dus het zou net moeten passen. De provincie wijst er op dat er rekening mee moet worden gehouden dat voor een tijdelijke bouwkraan een ontheffing moet worden aangevraagd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Reactie gemeente: Bij een hoogte van het maaiveld van 3,7 m – NAP voldoet een maximum bouwhoogte van 15 meter exact aan de maximum bouwhoogte als bedoeld in het LIB. Overigens ligt het maaiveld in de praktijk vaak nog iets lager dan 3,7 m – NAP aangezien het gemiddeld maaiveldniveau 4,12 m – NAP bedraagt. Voor tijdelijke bouwkranen zal een ontheffing moeten worden aangevraagd door de uitvoerder van de bouwwerkzaamheden. Opmerking: Bij een ruimtelijke ontwikkeling in de LIB zones rond Schiphol moet rekenschap worden gegeven van de mogelijke gevaren van de nabijheid van de luchthaven. Nu wordt in de toelichting wel een aanzet gegeven, maar de paragraaf wordt al snel afgesloten met "P.M.". Met deze afsluiting kan de provincie niet akkoord gaan. Dat moet eerst verder worden uitgewerkt. Reactie gemeente: De betreffende paragraaf was nog niet volledig maar is inmiddels aangepast. Brandweer Opmerking: De brandweer heeft geen opmerkingen ten aanzien van externe veiligheid.

Wel zijn er enkele aandachtspunten ten aanzien van (a) bereikbaarheid en bluswater en (b) bestrijdbaarheid bouwwerken/plangebied: a. Uitgangspunt voor hulpverlening is dat het plangebied goed bereikbaar is voor de hulpdiensten en dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn. Informatie hierover staat in de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en in het Bouwbesluit 2012. Verzocht wordt om te zijner tijd de nadere uitwerking van de bereikbaarheid van het plan voor de hulpdiensten en de bluswatervoorziening met de brandweer af te (laten) stemmen. b. Bij de ontwikkeling van het plangebied kan sprake zijn van bouwkundige en installatietechnische voorzieningen die relevant zijn voor de (brand)veiligheid en/of voor een mogelijke inzet van de hulpdiensten. Bijvoorbeeld systemen voor duurzame energie (zonnepanelen, energie opslag systemen). Als hier sprake van is, dan is het verzoek om te zijner tijd bij de uitwerking van dergelijke voorzieningen de brandweer te (laten) betrekken. Reactie gemeente: Bij de herontwikkeling van het plangebied zal rekening worden gehouden met het toepassen van de door de brandweer genoemde aandachtspunten.

Omdat de bouwplannen voor het plangebied en de herinrichtingsplannen voor de openbare ruimte nog nader worden uitgewerkt is nu helaas nog niet met zekerheid aan te geven welke maatregelen er op het gebied van (a) bereikbaarheid en bluswater en (b) bestrijdbaarheid bouwwerken/plangebied zullen worden toegepast, hoe deze maatregelen precies worden vormgegeven en waar deze maatregelen eventueel in het plangebied zullen worden toegepast. De brandweer zal tijdig worden betrokken bij de nadere uitwerking van de plannen.

4.4.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 15 september tot en met 26 oktober 2023 voor een ieder ter inzage gelegen. Op 25 september 2023 is een informatieavond voor omwonenden en andere belanghebbenden gehouden. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder de gelegenheid gekregen om schriftelijk zienswijzen kenbaar te maken. Gedurende deze periode zijn er 5 zienswijzen ingediend. De binnengekomen zienswijzen zijn beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen, welke onderdeel uitmaakt van het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan.

29

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

4.5

Handhaving

4.5.1

Uitvoerings- en handhavingsbeleid

Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.

Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering.

Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen.

Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de

30

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad.

4.5.2

Handhavingsopgave

Voor deze paragraaf is het van belang of er momenteel strijdige en illegale functies aanwezig zijn. Dat is voor zover bekend niet het geval.

31

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Hoofdstuk 5

BESCHRIJVING HUIDIGE SIT UAT IE PLANGEBIED

5.1

Ruimtelijke karakteristiek

5.1.1

Het plangebied in groter verband

Het plangebied is gelegen in het noorden van de gemeente Aalsmeer. Het beslaat de oostelijk helft van deelgebied 2 van bedrijventerrein Green Park Aalsmeer (GPA). Dit bedrijventerrein bestaat uit verschillende deelgebieden en heeft een totale omvang van circa 100 hectare. In de afgelopen jaren hebben zich, verspreid over het bedrijventerrein, al verschillende bedrijven op GPA gevestigd en een deel van de weginfrastructuur is aangelegd. De aanwezige bedrijven zijn gericht op de sierteeltsector maar niet-sierteeltgerelateerde bedrijven komen ook voor. Momenteel is circa 1/3 van het bedrijventerrein in gebruik. De resterende gronden worden in de komende jaren uitgegeven en/of ontwikkeld.

Afbeelding: Deelgebied 2 in groter verband (bron: https://earth.google.com/)

Het is de bedoeling dat de Middenweg in de toekomst volledig als gebiedontsluitingsweg van bedrijventerrein GPA gaat fungeren doordat deze weg aansluit op op- en afrit U15 van de provinciale weg N201. De Middenweg kent nu nog een deels slingerend verloop maar is ter hoogte van deelgebied 7 alleen tussen de Machineweg en de Braziliëlaan volledig conform het beoogde profiel. Het gedeelte van de Middenweg ten westen van de aansluiting met de Braziliëlaan zal in een later stadium recht worden getrokken en geherprofilieerd. Deelgebied 2 ligt aan de noordoostkant van het bedrijventerrein GPA, tussen de Hoge Dijk, de Machineweg, de bebouwing te noorden van de Aalsmeerderweg en de Burgemeester Brouwerweg (N201). Voor de westelijke helft van deelgebied 2 wordt een separaat bestemmingsplan opgesteld dat hoofdzakelijk uitgaat van nieuwe bedrijfskavels. Aan het noorden grenst het plangebied aan de Hoge Dijk. Deze dijk vormt de begrenzing van de droogmakerij waarbinnen het bedrijventerrein GPA zich bevindt. Aan de andere zijde van de de dijk bevindt zich een deel van de bovenlanden langs de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Nabij het

32

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost plangebied gaat het specifiek om het bebouwingslint direct langs de Oosteinderweg. Het bebouwingslint is circa 50 meter diep en er vindt hoofdzakelijk wonen plaats in de vorm van vrijstaande en dubbele woonhuizen met bijgebouwen. Het gebied ten oosten van het plangebied wordt begrensd door de Machineweg. De Machineweg is een polderweg. Achter de Machineweg bevinden zich ter hoogte van het plangebied versnipperde bedrijvigheid en oude teeltgronden.

5.1.2

Beschrijving deelgebieden

Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan omvat globaal de volgende drie gebiedsdelen: 1. de Hoge Dijk; 2. het gebied tussen de Hoge Dijk en de polderlinten van de Aalsmeerderweg en de Machineweg; 3. het polderlint van de Aalsmeerderweg en de Machineweg. De genoemde gebiedsdelen zijn zowel qua ruimtelijke functie als uitstraling duidelijk van elkaar te onderscheiden.

33

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost Afbeelding: Kenmerkende gebiedsdelen (bron: https://earth.google.com/)

De Hoge Dijk In het noorden van het plangebied bevindt zich de regionale waterkering Hoge Dijk. Bovenop de dijk bevindt zich een smal wegtracé met enkele in- en uitritten op de (achterzijdes van de) kavels aan de noordelijk gelegen Oosteinderweg en de (voorzijdes van de lager gelegen) kavels ten zuiden van de Hoge Dijk. De Hoge Dijk is aan de oostzijde het plangebied aangesloten op de Machineweg maar aan de westkant doodlopend voor autoverkeer. Ter plaatse van het plangebied is daardoor alleen sprake van bestemmingsverkeer (gemotoriseerd verkeer), fietsers en wandelaars. De Hoge Dijk is gedeeld particulier eigendom met recht van overpad.

Afbeelding: de Hoge Dijk met links de achterzijde van de kavels van de Oosteinderweg en rechts de lager gelegen kavels langs de Hoge Dijk (bron: www.google.nl/maps)

Het gebied tussen de Hoge Dijk en de polderlinten Aalsmeerderweg en Machineweg Het gebied tussen de Hoge Dijk en het polderlint Aalsmeerderweg betreft een voormalig glastuinbouwgebied met diepe percelen achter het polderlint van de Aalsmeerderweg. Een deel van de kassen is in de afgelopen jaren gesloopt en het gebied is inmiddels deels braakliggend. Slechts enkele percelen zijn nog bebouwd met kassen. Deze kassen zijn veelal in gebruik voor de stalling van voertuigen. De nog in gebruik zijnde percelen met kassen worden ontsloten via de Hoge Dijk.

Afbeelding: braakliggende percelen en enkele nog met kassen bebouwde percelen. gezien vanaf de Hoge Dijk (bron: www.google.nl/maps)

34

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Aan de noordwestzijde van het gebied is één woning aanwezig (Oosteinderweg 236). Deze woning wordt ook ontsloten via de Hoge Dijk. Het zuidoosten van het plangebied is in gebruik als terrein voor supermarkt Hoogvliet. Het gebouw waarin de supermarkt is gevestigd is bijna volledig éénlaags, met uitzondering van de tweelaagse entree. De supermarkt heeft een omvang van circa 1.600 m². Het terrein rondom het supermarktgebouw is in gebruik voor parkeren en laden en lossen. Ook zijn er nog twee units aanwezig met een pizzeria en een kapsalon.

Afbeelding: de supermarkt en het parkeerterrein (bron: www.google.nl/maps)

Een deel van het noordelijke polderlint van de Aalsmeerderweg en het polderlint ten oosten van de ventweg langs de Machineweg De Aalsmeerderweg is ontstaan na de droogmaking van de Oosteinderpolder en de aanleg vond plaats in 1866. Aalsmeerderweg heeft van de linten het breedste wegprofiel. De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat naast de weg de spoorlijn Aalsmeer-Bovenkerk was gelegen. Het baanvak Aalsmeer-Oost, dat voor het goederenvervoer niet meer nodig was, werd in 1951 opgebroken en gesloten. Het spoorlijntje Aalsmeer-Aalsmeer-oost werd in 1972 gesloten. Op het voormalige spoorlijn tracé ligt nu een vrijliggend fietspad. Langs deze weg liggen (aan beide zijden) diverse (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die nog herinneren aan de vroegere agrarische functie van dit gebied. Een deel van de lintbebouwing ten noorden van deze weg is onderdeel van het plangebied. Het gaat daarbij om de percelen Aalsmeerderweg 183 t/m 211. De percelen zijn allemaal bebouwd met vrijstaande woningen of twee-aaneengebouwde woningen. Deze woningen vormen een woonlint langs de Aalsmeerderweg. Alle woningen zijn een- tot tweelaags met een kap. De gronden naast en achter de woningen zijn in gebruik als tuin en/of erf en deels bebouwd met bijgebouwen.

35

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Afbeelding: enkele woningen. gezien vanaf de Aalsmeerderweg (bron: www.google.nl/maps)

Het perceel tussen Aalsmeerderweg 205 en 209 is in gebruik als toegang naar de supermarkt van Hoogvliet.

De Machineweg is evenals de Aalsmeerderweg een rechte polderweg. Deze polderweg is gelegen ten oosten van de Machinetocht. Deze watergang speelt een belangrijke rol in de afvoer van water naar het poldergemaal ten noorden van het plangebied (Machineweg 2a). Ter hoogte van het plangebied wordt de westelijke oever van de Machinetocht gevormd door een ventweg van de Machineweg, met daarlangs voornamelijk twee aanééngebouwde woningen en enkele vrijstaande woningen en drie aanééngebouwde woningen. De ventweg is bereikbaar via de Aalsmeerderweg.

Afbeelding: enkele woningen. gezien vanaf de Machineweg (bron: www.google.nl/maps)

36

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

5.1.3

Gebiedswaarden

De gebiedswaarden komen voort uit de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Dit kan zijn als gevolg van natuurlijke invloeden of menselijk ingrijpen en bieden inzicht in de verschillende perioden uit het verleden. De waarden worden ingezet ter verrijking van de ruimtelijke kwaliteiten en het uitdragen van de plaatselijke identiteit. De waarden zijn uit te splitsen in landschappelijke-, cultuurhistorische-, archeologische- of aardkundige waarden. De Globale Cultuurhistorische Analyse, 'Gebroken landen, geheelde gronden' (zie paragraaf 6.4.12) geeft inzicht in de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Op basis van de historische ontwikkelingen is in Aalsmeer onderscheid te maken in de Bovenlanden (veengebieden) en de droogmakerijen (polderlandschap). Dit onderscheid is in hoge mate bepalend voor de ruimtelijke structuur en geleding van Aalsmeer en is te herleiden tot de geomorfologie (bodemgesteldheid, waterhuishouding, hoogteligging) en ontginningsstructuur. Aalsmeer kent van oudsher een intensief en pluriform grondgebruik, veroorzaakt door de verscheidenheid in bodemopbouw, waterhuishouding en de grondslag voor het ontstaan van nederzettingen. Ondanks de menselijke ingrepen (ontginningen, veranderingen in de waterhuishouding en intensief grondgebruik) zijn de kenmerken van een hoogwaardige landschap en structuur nog steeds aanwezig en herkenbaar.

De stedelijke en landschappelijke opbouw en ruimtelijke structuur kunnen als document van een langdurige en boeiende geschiedenis worden aangeduid. Tot de Bovenlanden behoren de veengronden hoofdzakelijk aan de noordzijde van Aalsmeer. Het Aalsmeerse veengebied werd al sinds 1000 na Christus ontgonnen. Er werden sloten gegraven om de afwatering te bevorderen en hoger gelegen kaden aangelegd om de verbinding met de buitenwereld te verbeteren en droge voeten te houden. De daarbij verkregen kaden dienden als voetpaden waarlangs, op een verhoogd gedeelte, de woningen werden gebouwd. Zo ontstonden langgerekte lintdorpen, waarvan de ten noorden van het plangebied gelegen Oosteinderweg een voorbeeld is. Loodrecht op dit bewoningslint ontstonden smalle, langgerekte kavels, met daartussen sloten voor de ontwatering. Als gevolg van het zakkende veen moesten steeds meer afwateringsslootjes richting de nog niet drooggelegde Haarlemmermeer en de (Oosteinder)Poel aangelegd worden. Door het uitbaggeren van deze sloten en afkalving van de randen, zijn hier in de loop der tijd relatief brede sloten ontstaan.

37

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost Afbeelding: kaartbeeld Oosteinderpoel voor de inpoldering in 1865 (bron: www.topotijdreis.nl)

Het plangebied maakt onderdeel uit van de Oosteinderpoelpolder. De Oosteinderpoelpolder was tot aan de inpoldering in 1865 een meer dat vanaf de 14de eeuw was ontstaan tussen Oosteinderweg en de Legmeerdijk door het afgraven van turf (veen). Turf was indertijd een belangrijke brandstof voor woningen. Door ontgravingen en inklinking van het veen zakte de bodem waardoor steeds meer natte moerasgebieden ontstonden die als gevolg van storm tot grotere meren uitgroeiden. De Oosteinderpoelpolder werd vanaf 1865 drooggelegd door middel van een stoomgemaal dat het water uit de polder bij de Pontweg afvoerde naar het water van de Ringvaart. Na de droogmaking werd de polder ingericht door de aanleg van kaarsrechte (polder)wegen als de Aalsmeerderweg en de Machineweg. De Machinegweg, welke in het verlengde van het oorspronkelijke stoomgemaal lag, werd vernoemd naar het stoomgemaal. De lange kavels werden gebruikt voor agrarische doeleinden, eerst als weiland en vanaf 1920 voor kassen.

Afbeelding: kaartbeeld Oosteinderpoelpolder rond 1890 (bron: www.topotijdreis.nl)

De ontstaansgeschiedenis geeft inzicht in de waardering van verschillende kernkwaliteiten.

Landschappelijke en natuurlijke waarden Volgens de Geomorfologische kaart wordt het plangebied gekenmerkt als vlakte van getijafzetting. De noordelijke rand is onderdeel van een ontgonnen veenvlakte met petgaten. Uit de gegevens van de Regiegroep Natura 2000 Nederland blijkt dat er in en direct rond Aalsmeer geen Natura 2000 gebieden aanwezig zijn. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Botshol (circa 9 kilometer) en Nieuwkoopse Plassen en De Haeck (circa 12 kilometer). Uit de provinciale Omgevingsverordening blijkt verder dat er geen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) aanwezig is in het plangebied van het bestemmingsplan. Wel zijn enkele stroken tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder aangewezen als NatuurNetwerk Nederland maar deze stroken bevinden zich op meer dan 230 meter. Het deel van de Hoge Dijk ten westen van de N201 is

38

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost aangewezen als ecologische verbindingszone. In het plangebied zijn geen gronden met natuurlijke en/of landschappelijke waarden op regionaal, provinciaal of landelijk niveau aanwezig. Er hoeft in het bestemmingsplan daarom geen specifieke rekening te worden gehouden met natuurlijke en landschappelijke waarden.

Cultuurhistorische waarden De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geeft een overzicht van waardevolle landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren: landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als molens, militaire structuren en historische dijken. Het plangebied is gelegen in een zone die behoort tot het droogmakerijlandschap. Een droogmakerij is een bemalen gebied (polder) dat van oorsprong een meer, een ander groot open water of grasland was Het droogmakerijlandschap wordt in dit geval gevormd door de Noorder Legmeerpolder, de Oosteinderpoelpolder en de Zuiderlegmeerpolder. De droogmakerijen zijn in de loop der tijd verdicht met een verzameling van woonbebouwing, bedrijven(terreinen) en kassen. De hoofdrichtingen van de polders zijn nog zichtbaar in de verstedelijking. Ook vormen de polders een contrast met de hoger gelegen dijken en bovenlanden. Binnen het plangebied zijn met uitzondering van de polderweg Aalsmeerderweg weinig restanten zichtbaar die refereren aan de ligging in een droogmakerijlandschap. Het plangebied is in het verleden grotendeels in gebruik geweest als glastuinbouwgebied. Wel is de verkavelingsopzet van diepe percelen op de meeste percelen nog zichtbaar. Het gebied is als geheel echter van lage cultuurhistorische waarde.

Binnen het plangebied bevinden zich geen rijks of provinciale monumenten in de zin van de Erfgoedwet. Het woonhuis 'Rozenoord' op Aalsmeerderweg 201 uit 1917 is aangewezen als gemeentelijk monument, net als het gemaal (Machineweg 2a) met de net buiten het plangebied gelegen voormalige machinistenwoning 't Polderhuis' (Machineweg 2).

Archeologische waarden In de op 24 juni 2010 vastgestelde gemeentelijke 'Beleidsnota Archeologie' en de bijbehorende 'Archeologiekaart' heeft de gemeente uiteen gezet op welke wijze zij verantwoordelijkheid neemt voor het eigen bodemarchief. Voor het plangebied geldt een (geringe) archeologische verwachtingswaarde. In een gebied met een dergelijke verwachting is het bij plannen groter dan 10.000 m² en bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld in het kader van ruimtelijke planvorming verplicht om archeologisch verkennend onderzoek te verrichten. Het doel van het onderzoek is het vaststellen of er sprake is van archeologische vondsten en of de ontwikkelingen nadelige gevolgen hebben voor de bescherming en het behoud van dit archeologisch erfgoed.

39

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Afbeelding: Uitsnede beleidskaart Archeologie gemeente Aalsmeer

5.2

Functioneel gebruik

5.2.1

Bedrijven

In het plangebied bevindt zich het volgende bedrijf: Interschouw aan Oosteinderweg 246a Daarnaast fungeren Aalsmeerderweg 191 en Hogedijk 236 als (al dan niet openbare) parkeergelegenheden.

5.2.2

Detailhandel, horeca en dienstverlening

In het plangebied bevindt zich op Aalsmeerderweg 207 een supermarkt van Hoogvliet die al enkele decennia op deze plek is gevestigd. De supermarkt is gelegen achter de linten van de Aalsmeerderweg en de Machineweg en bereikbaar via een toegangsweg tussen de woonpercelen Aalsmeerderweg 205 en 209. Aangrenzend aan het supermarktgebouw, direct ten noordoosten, staan twee units waar momenteel een pizzeria en een kapsalon in zijn gevestigd (Aalsmeerderweg 207 A-B). Bij de uitbreiding van de supermarkt is in 2007 ook het parkeerterrein uitgebreid. Aan de Machineweg 12 is een kinderdagverblijf met buitenverblijf gevestigd.

40

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

De detailhandelsbedrijven en dienstverlenende functies zijn: Solidoe aan Machineweg 12; Hoogvliet aan Aalsmeerderweg 207; Pizzeria Pavarotti aan Aalsmeerderweg 207a; J&S Hairstyling en Haarstudio MNE aan Aalsmeerderweg 207b. 5.2.3

Wonen

In het plangebied bevinden zich grondgebonden eengezinswoningen. De woningen vormen een deel van het woonlint ten noorden van de Aalsmeerderweg en het woonlint ten westen van de Machineweg. Ook bevindt zich een woning aan de noordwestzijde van het plangebied, ten zuiden van de Hoge Dijk (Oosteinderweg 236). In het plangebied bevinden zich verder enkele achterpercelen van grondgebonden eengezinswoningen in de woonlinten van de Aalsmeerderweg en de Machineweg. Op de achterpercelen bevinden zich verder geen woningen maar alleen bijgebouwen (zonder woonfunctie).

5.2.4

Verkeer en vervoer

Ontsluiting Het plangebied wordt primair ontsloten door de Aalsmeerderweg en secundair door de Hoge Dijk en de (nu nog doodlopende) ventweg langs de Machineweg. De Aalsmeerderweg is aan de westzijde verbonden met de Noordvork, welke onderdeel uitmaakt van de lokale infrastructuur van Aalsmeer. Aan de oostzijde zijn zowel de Aalsmeerderweg als de Hoge Dijk aangetakt op de Machineweg. Deze weg is weer direct verbonden met de buiten het plangebied gelegen gebiedsontsluitingswegen Middenweg en Legmeerdijk (N231). De Middenweg en de Legmeerdijk staan beide in directe verbinding met de Burgemeester Brouwersweg (N201), welke Aalsmeer verbindt met de rijkswegen A4 en A5. Het langzaam verkeer wordt net als het gemotoriseerd verkeer primair ontsloten via de Aalsmeerderweg en secundair via de Hoge Dijk en de ventweg van de Machineweg. Ten behoeve van de functies aan de Machineweg is ter hoogte van de huisnummers 16-18 een voetgangersbrug over het water van de Machinetocht.

Parkeren Over het algemeen vindt het parkeren bij woningen plaats op eigen terrein. Alleen op de ventweg van de Machineweg wordt op een deel van de rijbaan langsgeparkeerd. Aan het einde van de doodlopende ventweg bevinden zich enkele dwarsparkeerplaatsen. Bedrijven parkeren ook op het eigen terrein. Het terrein rondom het supermarktgebouw en de twee units worden gebruikt voor parkeren van auto's en fietsen.

5.2.5

Natuur en groen

Binnen het plangebied is voornamelijk braakliggend terrein aanwezig in de vorm van voormalig agrarisch gebied. Openbare groenvoorzieningen ontbreken, evenals (beschermde) natuurgebieden.

5.2.6

Water

In het plangebied bevindt zich een deel van de smalle watergang langs de Aalsmeerderweg. De Hoge Dijk fungeert als regionale waterkering. Het gemaal van de Oosteinderpoelpolder bevindt zich in uiterste noordoosten van het plangebied. Het omliggende terrein is in gebruik als opslag door Rijnland.

41

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

5.2.7

Kabels en leidingen

In het plangebied zelf bevindt zich geen planologisch relevante verbinding of leiding. Langs het tracé van de Aalsmeerderweg en de ventweg van de Machineweg lopen kabels en leidingen (gas, water, elektra) ten behoeve van de huisaansluitingen. Deze nutsleidingen zijn in beginsel niet planologische relevant.

42

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost

Hoofdstuk 6 6.1

BELEIDSKADER

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.

6.2

Rijksbeleid

Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan.

6.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 15 september 2020 vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op het behouden van het groeipontenieel en past binnen de NOVI.

6.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De inwerkingtreding van de Amvb heeft gefaseerd plaatsgevonden. Op 1 oktober 2012 is nog een aantal onderwerpen toegevoegd waaronder de Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Vertrouwen in medeoverheden is de basis voor het decentraliseren van beslissingsbevoegdheid. Om die reden bevat de SVIR een beperkter aantal nationale belangen dan voorheen en bevat de Amvb Ruimte minder regels dan eerder was voorgenomen. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale ruimtelijke belangen die via wet- en regelgeving aan andere overheden opgedragen worden door hen goed worden behartigd. Waar de Amvb Ruimte bepalingen bevat aangaande gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk er vanuit dat deze doorwerking krijgen. Het Rijk zal de bestemmingsplannen dan ook niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of

43

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het voorliggende bestemmingsplan. De betreffende onderwerpen zijn namelijk niet aan de orde in of nabij het plangebied.

6.2.3

Luchthavenindelingbesluit Schiphol

Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.

De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan en van drie woningen in de lintbebouwing gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke-contour (zone 5) gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw.

In het landelijk gebied is in het LIB een verbod op nieuwe woningbouwlocaties verankerd (art. 2.2.1d lid 1). Daarnaast motiveren gemeenten in de toelichting op haar besluit de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (art. 2.2.1d lid 2). Dit zogenaamde 'rekenschap geven' is nader geborgd in de Provinciale Omgevingsverordening van Noord-Holland. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een

44

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost toets bouwhoogte van 10 (hoek Hoge Dijk-Machineweg) tot 11,3 meter (groot deel van het plangebied). Voor de toetshoogtes radar geldt een hoogte van 33 oplopend tot 35 meter. In onderhavig bestemmingsplan worden, mede gelet op het gemiddeld maaiveldniveau van 4,12 m – NAP, geen bouwhoogtes bij recht toegestaan die boven deze radar- of toetshoogten uitkomen. Bij de eventuele toepassing van de algemene afwijkingsbevoegdheid dient rekening te worden gehouden met de radar- en toetshoogten

Afbeelding: maatgevende bouwhoogtes ter hoogte van het plangebied (bron: www.https://lib-schiphol.nl/)

Voor het plangebied gelden tevens beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Het gehele plangebied ligt namelijk binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. In dit bestemmingsplan worden 31 nieuwe (geluidgevoelige) woningen mogelijk gemaakt binnen zone 4 van het LIB. Deze 31 woningen vallen onder de uitzonderingen die binnen zone 4 van het LIB van toepassing: De beoogde herontwikkeling van deelgebied 2 betreft een herstructurering van bestaand stedelijk gebied (voormalig glastuinbouwgebied). Bij een dergelijke herstructurering mogen nieuwe woningen worden gerealiseerd mits dit niet leidt tot een toename met meer dan 25 woningen en indien dit niet leidt tot een toename van de capaciteit van andere geluidgevoelige gebouwen binnen dit gebied. Het betreft in dit geval onder meer een appartementengebouw met een 24-tal woningen. Het appartementengebouw zal worden gebouwd met geluidsafschermende voorzieningen. De gemeente is er op gericht om gaten in de woonlinten op te vullen met woningen. Het verplaatsen van bedrijvigheid in de linten slaat immers gaten in de linten. Aan de Machineweg en de Aalsmeerderweg worden zodoende een 3-tal woningen teruggebouwd in de gaten van de woonlinten. De woningen worden grondgebonden en passen zodoende in de schaal van de overige woningen in de linten.

Voor de realisatie van de N201 en het bedrijvenpark Green Park Aalsmeer is een eerder stadium een 30-tal woningen gesloopt. De 3 resterende woningen zijn ter vervanging van een deel van de 45

Green Park Aalsmeer deelgebied 2 Oost gesloopte woningen. De nieuwe grondgebonden woningen zijn van gelijke aard en gelijke schaal als de eerder gesloopte grondgebonden woningen. Daarnaast ligt het plangebied binnen de 20 Ke-zone. Voor woningbouw binnen deze zone geldt dat rekenschap nodig is (zie paragraaf 7.9). Tenslotte ligt het plangebied volledig binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan. Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=c7460ae9-77b5-4c94-a771-0e10b24c95ce