bestemmingsplan GPA dg 2 West, incl bijlagen.pdf
Tekst van het document
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Inhoudsopgave
Vaststellingsbesluit
5
Toelichting
7
Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Ruimtelijke en functionele aspecten planontwikkeling 2.3 Ruimtelijke en functionele aspecten bestaande functies 2.4 Verkeersafwikkeling en parkeren 2.5 Water 2.6 Energie en duurzaamheid
10 10 11 14 15 15 16
Hoofdstuk 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De planregels en bestemmingen
17 17 17
Hoofdstuk 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte 4.2 Verkeerstechnische uitvoerbaarheid 4.3 Economische uitvoerbaarheid 4.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.5 Handhaving
22 22 23 25 26 28
Hoofdstuk 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.2 Functioneel gebruik
30 30 38
Hoofdstuk 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid
41 41 41 43 48
Hoofdstuk 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 M.e.r.-beoordeling 7.2 Bodem 7.3 Water 7.4 Cultuurhistorie en archeologie 7.5 Geluid 7.6 Milieuzonering 7.7 Luchtkwaliteit 7.8 Externe veiligheid 7.9 Rekenschap 20 Ke-contour 7.10 Natuur 7.11 Duurzaam bouwen en energie 7.12 Schaduw
60 60 60 63 67 71 74 76 77 78 80 85 85
Bijlagen bij de toelichting
87
2
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Bijlage 1
Onderzoek verkeer en milieu
88
Bijlage 2
M.e.r.-beoordelingsnotitie
152
Bijlage 3
Besluit geen milieueffectrapport of m.e.r.-beoordeling
179
Bijlage 4
Quick scan bodemkwalieit
182
Bijlage 5
Instemming Hoogheemraadschap Waterhuishoudingsplan
319
Bijlage 6
Archeologisch bureauonderzoek
323
Bijlage 7
Onderzoek stikstofdepositie
344
Bijlage 8
Quick scan ecologie
448
Bijlage 9
Soortgericht onderzoek ecologie
483
Bijlage 10
Besluit hogere grenswaarden
518
Bijlage 11
Bezonningsstudie
523
Regels
553
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
554 554 563
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Bestemmingsregels Bedrijf - 1 Bedrijf - 2 Bedrijf - 3 Groen Natuur Verkeer Water Wonen Wonen - Lintbebouwing Waterstaat - Waterkering
564 564 567 571 575 576 578 580 582 586 592
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
593 593 594 596 598 600 601 602
Hoofdstuk 4 Artikel 20 Artikel 21
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
603 603 604
Bijlage regels
605
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
606
Bijlage 2
Raamovereenkomst Rijnland-GPA
617
3
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
4
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Vaststellingsbesluit
5
Vaststellingsbesluit BP GPA 2 West: Z22-050490 P.M.
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding en doelstelling
Het bestemmingsplan is het belangrijkste publiekrechtelijk instrument om doelstellingen te realiseren. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) behoudt het bestemmingsplan de belangrijke rol in het ruimtelijk planstelsel. Het bestemmingsplan is en blijft een belangrijk – zo niet het belangrijkste –normstellende instrumentarium voor het ruimtelijk beleid. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het bestemmingsplan, mits digitaal en (minimaal) als ontwerp ter inzage gelegd, van rechtswege de status van omgevingsplan krijgen. Tot 7 december 2017 gold voor deelgebied 2 een bestemmingsplan dat in december 2007 onherroepelijk was geworden na uitspraak door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie paragraaf 1.3). Uit de Wet ruimtelijke ordening volgt dat het bestemmingsplan 10 jaar na dato (dus per december 2017) 'verouderd' zou zijn en daarom geactualiseerd diende te worden conform de voorgeschreven 'standaarden ruimtelijke ordening' en digitaliseringsvereisten. Omdat het voorliggende bestemmingsplan niet tijdig gereed zou zijn is op 7 december 2017 een beheersverordening vastgesteld, welke uitgaat van de bestaande situatie. Deze beheersverordening was ter overbrugging tussen het tot 7 december 2017 geldende bestemmingsplan en het voorliggende bestemmingsplan.
Met het voorliggende bestemmingsplan wordt beoogd om voor de westelijke helft van deelgebied 2 weer een actueel planologisch kader te bieden voor de ontwikkeling van het deelgebied. Daarbij is de wens om rekening te houden met enkele beleidsmatige ontwikkelingen die sinds de vaststelling van het voorheen geldende bestemmingsplan hebben plaatsgevonden, met name als gevolg van de Structuurvisie Green Park Aalsmeer 2016 (zie hoofdstuk 6 van deze toelichting). Het doel van het bestemmingsplan is om de beoogde herontwikkeling van de westelijke helft van deelgebied 2 planologisch mogelijk te maken en, daar waar nodig, flexibiliteit toe te passen. Voor het aangrenzende lint langs de Aalsmeerderweg gaat het in dit bestemmingsplan om het conserveren en beheren van de bestaande situatie en eventueel consolideren van het bestaande juridisch-planologisch kader. Het gemeentelijk beleid is erop gericht toe te werken naar grotere uniformiteit en daardoor meer rechtsgelijkheid van de bestemmingsplannen. Voor de oostelijke helft van deelgebied 2 wordt ook een nieuw bestemmingsplan voorbereid. Doordat de oostelijke helft een andere thematische invulling zal krijgen dan het voorliggende bestemmingsplan is besloten om voor de beide helften een separaat bestemmingsplan in procedure te brengen.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het gebied van het bestemmingsplan (hierna: plangebied) is gelegen in het noorden van de gemeente Aalsmeer en heeft betrekking op een deel van de Oosteinderpoelpolder. Het plangebied wordt globaal begrensd door:
in het noorden: de Hoge Dijk; in het oosten: de westelijke grenzen van de kadastrale percelen B5701 (Oosteinderweg 236) en B5702 (Aalsmeerderweg 183); in het zuiden: de buitenste rand van het woonlint ten noorden van de Aalsmeerderweg; in het westen: de watergang ten oosten van de Burgemeester Brouwersweg (N201). Tezamen vormen deze plangrenzen de westelijke helft van deelgebied 2 van bedrijventerrein Green Park Aalsmeer met het aangrenzende woonlint. De grenzen van het voorliggende bestemmingsplan sluiten grotendeels aan op omliggende geldende bestemmingsplannen, zoals de bestemmingsplannen 'Landelijk Gebied Oost' en 'Oosteinderweg 2020'.
7
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Afbeelding: Globale begrenzing plangebied indicatief weergegeven (bron: https://earth.google.com/)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot aan het moment dat het voorliggende bestemmingsplan in werking is getreden is binnen het plangebied het volgende planregime van kracht:
De beheersverordening “Green Park Aalsmeer 2017”, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer op 7 december 2017; Paraplubestemmingsplan 'Kamerverhuurbedrijf Aalsmeer', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer op 2 december 2021 . De beheersverordening heeft betrekking op de N201, de deelgebieden 2, 4 en 6 van Green Park Aalsmeer, het terrein van Royal FloraHolland en het aangrenzende woonlint van de Aalsmeerderweg. Met de beheersverordening is ter plaatse van de westelijke helft van deelgebied 2 (tijdelijk) uitgegaan van de bestaande situatie, in afwachting van het voorliggende bestemmingsplan. Het paraplubestemmingsplan wordt verder buiten beschouwing gelaten aangezien in het voorliggende bestemmingsplan geen kamerverhuurbedrijven mogelijk zijn gemaakt. Voordat de beheersverordening was vastgesteld golden de volgende bestemmingsplannen:
8
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Het bestemmingsplan “N201-zone”, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer op 14 februari 2002 en gedeeltelijk goedgekeurd door gedeputeerde staten van Noord-Holland op 27 januari 2004 en 28 november 2006. Het gehele bestemmingsplan is op 5 december 2007 na uitspraak door de Raad van State onherroepelijk geworden; Op 27 januari 2005 heeft de gemeenteraad een 1e herziening vastgesteld voor de N201-zone. De provincie heeft de 1e herziening op 23 augustus 2005 en 28 november 2006 goedgekeurd. De 1e herziening is eveneens op 5 december 2007 onherroepelijk geworden na uitspraak door de Raad van State. Dit bestemmingsplan en de herziening hadden betrekking op de N201, de voormalige glastuinbouwgronden en de aangrenzende woonlinten van de Aalsmeerderweg en de Hornweg. Met het bestemmingsplan en de herziening werd beoogd om de aanleg van de N201 mogelijk te maken, alsmede de ontwikkeling van het aangrenzende bedrijvenpark Green Park Aalsmeer. Voor de gronden ter plaatse van het bedrijvenpark gold een uit te werken bestemming. Na de vaststelling van het bestemmingsplan en de herziening is het bestemmingsplan “Parapluherziening Schipholcontouren” op 2 november 2006 vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer. Dit parapluplan is in werking getreden op 9 april 2007.
Met dit bestemmingsplan zijn alle voorheen vigerende bestemmingsplannen in de gemeente Aalsmeer in een keer in overeenstemming gebracht met de regelgeving die voortvloeit uit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Tenslotte is het bestemmingsplan “Partiële herziening N201-zone-Schiphol parkeren” op 9 februari 2017 vastgesteld door de raad van de gemeente Aalsmeer. Met dit bestemmingsplan is beoogd om het gebruik van 'Schipholparkeren' in enkele deelgebieden buiten zone 3 van het Luchthavenindelingbesluit uit te sluiten, met uitzondering van bestaande bedrijven die legaal Schipholparkeren aanbieden.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk twee worden de uitgangspunten van het ruimtegebruik voor de komende tien jaar gegeven. Hoofdstuk drie bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Om een indruk te krijgen wat met het bestemmingsplan wordt beoogd en hoe het juridisch vertaald wordt, is het lezen van deze hoofdstukken voldoende. Hoofdstuk vijf tot en met zeven geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de planopzet. In hoofdstuk vijf wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders. In het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.
9
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Hoofdstuk 2 2.1
VISIE PLANGEBIED
Uitgangspunten
Zoals reeds gememoreerd in hoofdstuk 1 van deze toelichting, is het doel van het bestemmingsplan om een juridisch actueel kader te bieden voor de herontwikkeling van de westelijke helft van deelgebied 2 van bedrijventerrein Green Park Aalsmeer. De herontwikkeling van deelgebied 2 was al mogelijk gemaakt in het voorheen geldende bestemmingsplan “N201-zone”, met dien verstande dat er uit werd gegaan van bedrijfspercelen en er een bouwverbod gold zolang er geen uitwerkingsplan voor de betreffende gronden is vastgesteld. De voortzetting van het beleid om de westelijke helft van deelgebied 2 te herontwikkelen past in het vigerende beleid van de diverse overheden (zie hoofdstuk 6). Voor de lintbebouwing ten noorden van de Aalsmeerderweg en twee bestaande woningen aan de Hoge Dijk (Oosteinderweg 230 en 232) is sprake van consoliderend bestemmen doordat uit wordt gegaan van het feitelijke gebruik als woning (alsmede de bestemming die is gehanteerd in de beheersverordening). De bestemmingswijze is daarbij gebaseerd op die van overige woonpercelen in de omgeving van het plangebied. De vestiging van nieuwe bedrijven in een woonlint is niet wenselijk en daardoor uitgesloten, met uitzondering van aan huis geboden beroepen en bedrijven. Bij de percelen Aalsmeerderweg 171-173 en 179 is rekening gehouden met de bestaande bedrijfsactiviteiten die achter de lintbebouwing zijn gevestigd.
Conform het gemeentelijk lintenbeleid is daarbij voor de bedrijfsactiviteiten wel een zogenaamde uitsterfregeling toegepast, wat inhoudt dat het gebruik door toepassing van een wijzigingsbevoegdheid planologisch kan worden opgeheven indien het de betreffende bedrijfsactiviteiten in de praktijk langer dan een half jaar zijn beëindigd. Bedrijven in een woonnlint zijn namelijk niet wenselijk maar doordat het een bestaande legale situatie betreft is het gebruik positief bestemd. Door de uitsterfregeling heeft de gemeente de mogelijkheid om het ongewenste gebruik na beëindiging op te kunnen heffen om zo te voorkomen dat dergelijke bedrijfsactiviteiten in de toekomst weer zullen plaatsvinden.
2.1.1
Wijzigingen naar aanleiding van beleid
Het beleid voor het plangebied komt tot uitdrukking in algemene beleidskader zoals beschreven in hoofdstuk 6 van deze toelichting. Daarbij is met name het beleid van belang dat is neergelegd in de Structuurvisie Green Park Aalsmeer 2016, de Strategie Werklocaties Aalsmeer en de Provinciale Omgevingsverordening. Uitgangspunt in het genoemde beleid is dat het plangebied onderdeel is van Green Park Aalsmeer en is aangewezen als locatie voor nieuwe bedrijfskavels. Het huidige beleid voor de locatie komt overeen met het beleid dat gold ten tijde van het voorheen geldende bestemmingsplan. In dat bestemmingsplan is ook uitgegaan van bedrijven. Het voorliggende bestemmingsplan gaat nu conform de Structuurvisie Green Park Aalsmeer 2016 en de Strategie Werklocaties Aalsmeer voor het plangebied uit van kavels voor gemengde bedrijvigheid met bijbehorende functies. De bedrijfskavels zullen worden ontsloten via een gefaseerd aan te leggen beugelweg (Samoaweg) vanaf de Aalsmeerderweg. Functioneel gezien is het nu voorliggende bestemmingsplan in planologisch opzicht dus consoliderend. De voortzetting van het beleid om de westelijke helft van deelgebied 2 te herontwikkelen tot bedrijventerrein past, gelet op hoofdstuk 6, in het vigerende beleid van de diverse overheden. In het plangebied bevinden zich enkele bestaande bedrijfspercelen waar geen relevante herontwikkeling wordt voorzien.
Deze percelen zijn daarom conserverend bestemd, dat wil zeggen dat er uit is gegaan van de huidige situatie. Het gaat om het perceel Oosteinderweg 222A-B en het perceel achter/bij Oosteinderweg 230. Het consoliderend bestemmen van deze percelen strookt met het gemeentelijk beleid en het beleid van de diverse andere overheden. Specifiek voor woonbebouwing in de linten heeft de gemeenteraad de beleidsnota "Ruimtelijke beoordeling bouwen in de Linten van Aalsmeer" vastgesteld. Deze beleidsnota geeft regels voor de gewenste bebouwingsmassa en verschijningsvorm van de woningen langs een aantal linten binnen de gemeente (zie verder subparagraaf 6.4.8). Het bestemmingsplan is hiermee in overeenstemming gebracht. Daarnaast zijn binnen de woonbestemmingen de regels met betrekking tot dakkapellen,
10
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West erkers en het vestigen van bed and breakfast uit de 'Beleidsregels planologische afwijkingen' verwerkt.
2.1.2
Wijziging naar aanleiding van relevante wet- en regelgeving
Op 1 januari 2018 is het Luchthavenindelingbesluit gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet onder andere toe op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. De regels in het bestemmingsplan zijn aangepast conform de nieuwe wetgeving waarbij ook enkele nieuwe woningen mogelijk zijn gemaakt. Deze nieuwe woningen voldoen aan het Luchthavenindelingbesluit (zie paragraaf 6.2.3). Per 1 november 2014 zijn de regels met betrekking tot vergunningsvrij bouwen gewijzigd in het Besluit omgevingsrecht. De nieuwe regeling staat niet langer geïsoleerd van de bebouwingregeling in het bestemmingsplan en is van invloed op de wijze van bestemmen en het toebedelen van erfbebouwing. Tot slot is de meest recente Provinciale Omgevingsverordening, zoals de Provincie Noord-Holland heeft vastgesteld op 22 oktober 20020 en in november 2020 in werking is getreden, verwerkt in de regels van het bestemmingsplan.
2.2
Ruimtelijke en functionele aspecten planontwikkeling
Binnen het plangebied van het bestemmingsplan en gedurende de wettelijke looptijd van het bestemmingsplan zal de westelijke helft van deelgebied 2 worden herontwikkeld voor wat betreft het deel tussen de Hoge Dijk, het polderlint ten noorden van de Aalsmeerderweg en de N201. Het te herontwikkelen deel van het plangebied bevindt zich ter plaatse van een voormalig glastuinbouwgebied. Hier hebben zich in de loop der tijd al enkele niet-agrarische bedrijven gevestigd, zoals een beletteringen reclamebedrijf en opslagruimtes voor aannemersbedrijven. De percelen in het te herontwikkelen deel van het plangebied worden in de periode 2022 tot en met 2027 herontwikkeld. Voor het te herontwikkelen deel van het plangebied is vanwege de omvang en de ligging gezocht naar een logische en efficiënte indeling. Mede bepalend daarbij zijn geluid en verkeer:
Voor de regio Amstelland-Meerlanden is in de periode van 2016-2030 een ruimtevraag van 135 tot 180 ha aan nieuwe bedrijventerreinen. Green Park Aalsmeer maakt volgens de regionale afspraken onderdeel uit van het harde planaanbod om in de regionale behoefte aan bedrijventerreinen te voorzien (zie ook hoofdstuk 6). Het plangebied ligt geheel in de invloedssfeer van Schiphol. Het beperkt de ruimtelijke mogelijkheden en heeft een grote invloed op de leefbaarheid in het gebied. Het plangebied ligt geheel binnen de zone waar in beginsel geen geluidsgevoelige bestemmingen zijn toegestaan, tenzij het bestaande geluidsgevoelige bestemmingen betreft, compensatie van eerder gesloopte woningen of opvulling van open gaten in het woonlint. Gelet op deze beperking zijn geluidsgevoelige bestemmingen als wonen, onderwijs en kinderdagverblijf niet aan de orde in de westelijke helft van deelgebied 2. Mede gelet op de behoefte aan bedrijfskavels (zie hiervoor) is de westelijke helft van deelgebied 2 geschikt voor een invulling met bedrijfskavels. Alleen binnen enkele open gaten in het woonlint van de Aalsmeerderwefg zullen in totaal maximaal 3 nieuwe woningen worden gerealiseerd. De ontsluiting van het te ontwikkelen deel van het plangebied vindt plaats vanuit de zuidwesthoek van de Aalsmeerderweg. Ten zuidwesten van Aalsmeerderweg 147 wordt een nieuwe aansluiting op de Aalsmeerderweg gemaakt.
De bedrijfsstraat in de vorm van een beugelweg zal in fases worden aangelegd en uiteindelijk geheel doorlopen in de oostelijke helft van deelgebied 2. Daar krijgt de beugelweg, Samoaweg genaamd, ook een aansluiting op de Aalsmeerderweg (tussen de huisnummers 193 en 201). Bestaande ontsluitingswegen vanaf de Aalsmeerderweg naar het gebied achter de woonkavels en de in de oostelijke helft van deelgebied 2 gelegen aansluiting vanaf de Aalsmeerderweg op de ventweg van de Machineweg komen te vervallen ten behoeve van een veilige en logische verkeersafwikkeling. Door het verkeer uitsluitend nog via de nieuwe beugelweg te laten verlopen wordt de druk op het bestaande lint verminderd, wordt sluipverkeer tegengegaan en wordt de doorstroming en verkeersveiligheid van de Aalsmeerderweg verbeterd.
11
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
De toekomstige kavels mogen, afhankelijk van de locatie, worden gebruikt voor bedrijven in maximaal categorie 3.2. In de nabijheid van de woningen aan de Aalsmeerderweg, de Hoge Dijk en de Oosteinderweg zijn lagere categorieën toegestaan om overlast voor omwonenden te voorkomen. Verder zijn bedrijfsactiviteiten met een zeer grote verkeersaantrekkende werking uitgesloten in het plangebied (zie verder de uitleg in (sub)paragrafen 2.2.2, 2.4 en 4.2). Aan de zijde van de Aalsmeerderweg is verder een watergang met een ecologische oever als bufferzone voorzien terwijl op het talud van de Hoge Dijk een ecologische zone komt. De nieuwe functies en voorzieningen zullen hierna kort worden toegelicht.
2.2.1
Beugelweg
Ter ontsluiting van deelgebied 2 is een beugelweg voorzien die op twee punten aan zal sluiten op de Aalsmeerderweg (waarvan één in het plangebied van het naastgelegen en in voorbereiding zijnde bestemmingsplan voor deelgebied 2 Oost). De situering van de beugelweg ligt inmiddels vast, evenals de naam (Samoaweg). De aansluiting van de Samoaweg aan de westzijde van het plangebied zal zijn gelegen tegenover Aalsmeerderweg 142-144 en ten zuidwesten van Aalsmeerderweg 147. Voor de beugelweg zal een snelheidsregime gelden van maximaal 30 km/u. De beugelweg met bijbehorende openbare ruimte is bestemd als 'Verkeer'. De beugelweg wordt gefaseerd aangelegd. Gestart wordt met het westelijk deel waarna in een later stadium ook het oostelijk deel zal worden vastgelegd. Voor het oostelijk deel is eerst een planologische procedure nodig. Er zal daardoor in het begin sprake zijn van een tijdelijke situatie waarbij de helft van de beugelweg is aangelegd. Ontsluiting van de bedrijfskavels in het plangebied van dit bestemmingsplan zullen tot aan de aanleg en ingebruikname van het oostelijk deel van de beugelweg dus uitsluitend gebruik kunnen maken van het westelijk deel van de beugelweg.
2.2.2
Bedrijven
Aalsmeer kenmerkt zich als een ondernemersgemeente op het gebied van onder meer glastuinbouwgelieerde bedrijvigheid, watersport en jachtbouw. Aalsmeer bevindt zich in een gunstige economische uitgangspositie. De gemeente ligt in een gebied met veel economische activiteiten, een hoge vestigingsdruk van bedrijven en een groot consumentenpotentieel. In het grootste deel van het plangebied zijn nieuwe bedrijfskavels mogelijk gemaakt. Het totaal bruto vloeroppervlak dat ter plaatse van de nieuwe bedrijfskavels mag worden gebouwd bedraagt 35.000 m². Deze omvang sluit aan bij hetgeen dat is onderzocht in het verkeersonderzoek (zie subparagraaf 4.2). Naast bedrijven zijn ook bijbehorende functies als niet-zelfstandige kantoren, productiegebonden detailhandel, internetwinkels zonder fysiek bezoekmogelijkheid, verkeer (ontsluitingswegen), groen en water toegestaan. Zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan in dit deel van deelgebied 2. Voor de bedrijfskavels geldt dat bedrijven tot maximaal categorie 3.2 als bedoeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, waarbij in de nabijheid van de woningen in beginsel alleen lagere categorieën zijn toegestaan.
Om te voorkomen dat er als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan teveel goederen- en/of personenverkeer over de bestaande lokale wegen zal gaan rijden is bovendien vastgelegd dat bedrijfsactiviteiten met een zeer grote verkeersaantrekkende werking zijn uitgesloten in het plangebied. Het gaat daarbij om functies die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een verkeersindicie van 3 hebben gekregen voor wat betreft goederenvervoer (G) of personenvervoer (P). Ten aanzien van de nieuwe bedrijfskavels is onderscheid te maken in de zone ten noorden van de beugelweg Samoaweg en de zone tussen de Samoaweg en de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg:
Zone ten noorden van de Samoaweg: de te bebouwen delen van de bedrijfskavels in deze zone mogen voor maximaal 70% worden bebouwd zodat er onbebouwde ruimte beschikbaar blijft voor opslag en parkeren op eigen terrein. Daarnaast dien een zone van circa 25 meter vanaf de kruin van de Hoge Dijk vrij te blijven van bebouwing vanwege de bescherming van de dijk. Gebouwen binnen
12
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West de bebouwingsstrook (bouwvlak) onderaan het talud van de dijk mogen maximaal 9 meter hoog worden. Een hogere bouwhoogte wordt vanwege het zicht vanuit de lintbebouwing aan de Oosteinderweg niet wenselijk geacht. De bedrijfskavels in de zone ten noorden van de Samoaweg zijn bestemd als 'Bedrijf - 2'. Zone tussen de Samaoweg en de lintbebouwing: de bedrijfskavels in deze zone zijn bestemd als 'Bedrijf - 3' en zullen net als de hiervoor beschreven bedrijfskavels niet volledig worden bebouwd. De bedrijfsgebouwen komen op een afstand van minimaal 20 meter van het evenwijdig aan de Aalsmeerderweg gelegen deel van de Samoaweg. Deze 20 meter dient vrij te blijven van gebouwen. Door de zone van 20 meter vanaf de Samoaweg vrij te houden van gebouwen zal deze zone in de praktijk naar verwachting vooral worden gebruikt voor parkeren en opslag. De delen van de bedrijfskavels vanaf 20 meter van de voorste perceelgrens tot aan de achterste perceelgrens (het bouwvlak) mag worden bebouwd met hoofdgebouwen maar wel met inachtneming van bebouwingspercentages en/of afstandsmaten: 1. De eerste strook van het bouwvlak (met een diepte van 20 meter) mag voor maximaal 65% per bouwperceel worden bebouwd met (hoofd)gebouwen/gebouwdelen. De maximum bouwhoogte van de (hoofd)gebouwen/gebouwdelen in deze strook bedraagt 15 meter.
Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gebouwen ten behoeve van ondersteunende functies zoals kantoorruimtes, kantines en gebouwde parkeervoorzieningen. 2. De zone na 20 meter binnen het bouwvlak tot aan de achterperceelgrenzen mag volledig worden bebouwd met hoofdgebouwen, rekening houdend met vrije ruimtes tussen de gebouwen. Hoofdgebouwen dienen namelijk op minimaal 3 meter afstand tot eventuele zijdelingse bouwperceelgrenzen te worden gebouwd. Hoofdgebouwen op naastgelegen bouwpercelen mogen eventueel ook aan maximaal één zijde aaneen worden gebouwd. Hoofdgebouwen en overige gebouwen op deze delen van de bedrijfskavels mogen maximaal 12 meter hoog worden. In dit deel van het bouwvlak zijn geen laad- en losvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan, met uitzondering van eventuele inpandige parkeervoorzieningen.
Om te voorkomen dat de kavels in de bestemmingen 'Bedrijf - 2' en 'Bedrijf - 3' een te grote omvang krijgen is bepaald dat een bouwperceel in de bestemmingen een oppervlak van niet meer dan 6.500 m² mag hebben. Deze maximale omvang is gebaseerd op de volgende 3 uitgangspunten: 1. De vraag uit de markt: Deelgebied 2 West bevindt zich perifeer in Green Park Aalsmeer. De doorgaande infrastructuur bevindt zich namelijk op grote afstand van het deelgebied. Het aantrekken van bedrijven richt zich met name op lokale bedrijven met een relatief geringe grootte. 2. De lengte- / diepteverhouding: De diepte van de kavels, een gevolg van de positie van de beugelweg aan de voorzijde en de waterkering/watergang aan de achterzijde, leidt tot een specifieke kavelbreedte en zodoende tot een kavelgrootte. De kavels zijn dan ook circa 0,5 ha. 3. Geen grote logistieke bedrijven gewenst: De geringe kavelgrootte en afstand tot de doorgaande infrastructuur maakt het deelgebied ongeschikt voor het ontwikkelen van grote logistieke kavels. Dit type kavel is mogelijk gemaakt in de overige deelgebieden. De bedrijfskavels in de bestemmingen 'Bedrijf - 2' en 'Bedrijf - 3' zullen via de nieuw aan te leggen beugelweg worden aangesloten op de Aalsmeerderweg. De situering van de gefaseerd aan te leggen beugelweg ligt vast (zie subparagraaf 2.2.1).
Parkeren voor de bedrijven vindt volledig plaats op eigen terrein waarbij uit wordt gegaan van de specifieke parkeernormen die tot op heden ook zijn toegepast in de bestemmingsplannen voor de andere deelgebieden van Green Park Aalsmeer. Bij de bedrijfskavels tussen de Samaoweg en de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg zijn parkeervoorzieningen niet toegestaan in het deel van het bouwvlak waar een maximum bouwhoogte van 12 meter geldt, met uitzondering van eventuele inpandige parkeervoorzieningen.
13
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
2.2.3
Watergang met ecologische oever
Tussen de nieuwe bedrijfskavels en de lintbebouwing aan de Aalsmeerderweg wordt een watergang aangelegd en, aan de zijde van de bedrijfskavels, een ecologische oever. De watergang zorgt voor een ruimtelijke scheiding tussen de woonpercelen en de bedrijfskavels. Ook zal de watergang bijdragen aan de opgave om voldoende waterberging te realiseren. De watergang is bestemd als 'Water'. De aan te leggen watergang komt aan de westzijde in verbinding te staan met de al bestaande watergang langs de N201. Aan de oostzijde zal de watergang worden verbonden met de Machinetocht. In de oostelijke helft van deelgebied 2 komt de watergang meer noordwaarts te liggen, langs de Samoaweg. De ecologische oever a bevindt zich aan de zijde van de bedrijfskavels. Deze oever maakt onderdeel uit van een ecologische verbinding richting het groen en water langs de N201. De ecologische oever is bestemd als 'Natuur'. Ter hoogte van de ecologische oever bevindt zich een voormalige bloemenschuur van een bedrijf (Aalsmeerderweg 157A). Dit bestaande bedrijfsgebouw is van belang als verblijfplaats voor huismussen. Binnen de bestemming 'Natuur' is daarom ook rekening gehouden met behoud van deze bedrijfsbebouwing.
2.2.4
Ecologische zone talud Hoge Dijk
Het talud van de Hoge Dijk krijgt een zo groen mogelijke invulling, ter compensatie van het groen dat deels zal verdwijnen als gevolg van de herontwikkeling. Onderaan het talud is een ecologische zone voorzien. Vanwege de al aanwezige bedrijfskavels zal deze zone (nog niet volledig aaneengesloten kunnen zijn. Het talud van de Hoge Dijk is bestemd als 'Groen', met uitzondering van de bestaande bedrijfskavels die via de Hoge Dijk worden ontsloten. De ecologische zone is aangeduid als 'specifieke vorm van groen ecologische zone'. Alleen het deel van de ecologische zone ten zuidoosten van de bedrijfskavel Oosteinderweg 222A-B is gelegen binnen de aangrenzende bestemming ('Bedrijf - 2') en daarbij aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - ecologische zone'. Ter bescherming van de als ecologische zone aangeduide gronden zijn bepaalde vorm van gebruik en bouwwerken op de betreffende uitgesloten.
2.2.5
Woningen (nieuw)
Ter plaatse van enkele open gaten in de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg zullen maximaal drie nieuwe woningen worden gerealiseerd. Zo komt er een nieuwe woning tussen Aalsmeerderweg 149 en 153 terwijl de strook tussen de Samoaweg en Aalsmeerderweg 147 ook zal worden bebouwd met één of twee woningen. De nieuwe woningen in het lint krijgen de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' met regels die aansluiten op het daarvoor opgestelde specifieke lintenbeleid.
2.3
Ruimtelijke en functionele aspecten bestaande functies
Binnen het plangebied komen de volgende bestaande functies voor die volgens een vaste systematiek zijn bestemd.
2.3.1
Bedrijven
Voor twee bedrijfspercelen langs de Hoge Dijk wordt uitgegaan van de bestaande situatie. Het gaat om het perceel Oosteinderweg 222A-B en het perceel achter/bij Oosteinderweg 230. Voor deze percelen is uitgegaan van de huidige bebouwing. Eventuele uitbreiding is mogelijk maar slechts onder bepaalde voorwaarden.
14
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
De bestaande bedrijfspercelen zijn bestemd als 'Bedrijf - 1'.Ook voor de bestaande bedrijven is milieuzonering toegepast waardoor, afhankelijk van de ligging ten opzichte van woningen, bepaalde milieucategorieën zijn toegestaan. Daarnaast zijn parkeernormen opgenomen om te voorkomen dat er elders parkeeroverlast ontstaat.
2.3.2
Wonen
Wonen vindt momenteel al plaats in het lint van de Aalsmeerderweg en op twee woonpercelen aan de Hoge Dijk (Oosteinderweg 230-232). De bestaande woningen in de linten hebben de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' met regels die aansluiten op het daarvoor opgestelde specifieke lintenbeleid. Voor de twee woonpercelen langs de Hoge Dijk geldt dat deze geen onderdeel uitmaken van lintbebouwing. Voor deze twee percelen is daarom uitgegaan van de bestemming 'Wonen'. De regels zijn afgestemd om vergelijkbare bestemmingen in andere Aalsmeerse bestemmingsplannen.
2.3.3
Verkeer
De Hoge Dijk is een weg voor bestemmingsverkeer. De functie van deze weg zal niet veranderen. De weg is bestemd als 'Verkeer'.
2.3.4
Groen
De groenstrook langs de watergang langs de N201 en een deel van de groenzone achter het woonperceel Oosteinderweg 232 blijven behouden. Deze bestaande groenstroken zijn bestemd als 'Groen'.
2.4
Verkeersafwikkeling en parkeren
Het plangebied is gelegen tussen de Hoge Dijk, de Aalsmeerdweg en de N201. De bestaande woningen zijn gesitueerd aan het lint van de Aalsmeerderweg of de Hoge Dijk, waar zij ook op ontsluiten. De bedrijfskavels in het te herontwikkelen deel van het plangebied zullen ontsluiten op de nieuw aan te leggen beugelweg Samoaweg. Deze Samoaweg zal op twee plekken worden aangesloten op de Aalsmeerderweg. De twee bestaande bedrijven zullen via de Hoge Dijk ontsloten blijven. Om te voorkomen dat er als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan teveel goederen- en/of personenverkeer over de bestaande lokale wegen (Aalsmeerderweg, Hoge Dijk en/of Machineweg) zal gaan rijden is vastgelegd dat bedrijfsactiviteiten met een zeer grote verkeersaantrekkende werking zijn uitgesloten in het plangebied. Hierbij is gebruik gemaakt van de bij de regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waarin per functie via een kwalitatieve index is aangegeven wat de potentieel verkeersaantrekkende werking zal zijn. Functies die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een verkeersindicie van 3 hebben gekregen voor wat betreft goederenvervoer (G) of personenvervoer (P) zijn niet wenselijk op de bestaande lokale wegen en daarom niet toegestaan. In de Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016 staan de richtlijnen voor het aantal parkeerplaatsen per categorie.
In de bestemmingen is uitgegaan van de parkeernormen uit het gemeentelijk parkeerbeleid (dan wel de opvolger daarvan) door een dynamische verwijzing. Alleen voor de bedrijfskavels zijn specifieke parkeernormen opgenomen vanwege de praktijkervaring binnen bedrijventerrein Green Park Aalsmeer.
2.5
Water
In het plangebied is momenteel alleen water aanwezig langs de N201 en direct langs de rijweg van de Aalsmeerderweg.
15
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de westelijke helft deelgebied 2 mogelijk maar deze herontwikkeling was ook al mogelijk in het voorheen geldende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan staat in planologische zin geen substantiële toename van verharding toe. In feitelijk opzicht zal er als gevolg van de herontwikkeling van de westelijke helft van deelgebied 2 wel een toename van verharding gaan plaatsvinden omdat een deel van de gronden in deelgebied 2 op dit moment onverhard is. In het verleden zijn voor Green Park Aalsmeer afspraken gemaakt met het Hoogheemraadschap Rijnland om te voorkomen dat het waterbergend vermogen binnen Green Park Aalsmeer afneemt. De wateropgave is daarbij vastgelegd op 11% waterberging voor het bedrijventerrein Green Park Aalsmeer (inclusief de N201). Conform de wens van het Hoogheemraadschap dient in elk deelgebied minimaal 8% waterberging aanwezig te zijn, waarbij de resterende 3% elders binnen de grenzen van Green Park Aalsmeer gerealiseerd kan worden (waarbij rekening dient te worden gehouden met de aanwezige peilvakken). De waterhuishouding van het onderhavige plangebied is onderdeel van het waterplan zoals dat is vastgelegd in het rapport “Green Park Aalsmeer; Waterhuishouding en Riolering”, d.d. 2 oktober 2006. Dit plan heeft de instemming van het Hoogheemraadschap van Rijnland (d.d.
7 maart 2007, zie bijlage 5) en is op 5 oktober 2009 vergund door het Hoogheemraadschap van Rijnland onder raamvergunning V.46760. Op basis van deze raamvergunning wordt 4 weken vóór uitvoering van werkzaamheden schriftelijk met (detail)tekeningen en dwarsprofielen melding gedaan bij het Hoogheemraadschap. De uitvoering start niet eerder dan dat een schriftelijk “Verklaring van geen bezwaar” is ontvangen van het Hoogheemraadschap (zie bijlage 5). Gelet op de hiervoor genoemde afspraken is de verplichting om 11% van het totale oppervlak van deelgebied 2 met water te compenseren (met een ondergrens van 8% binnen het deelgebied) onderdeel van de toets door het Hoogheemraadschap.
2.6
Energie en duurzaamheid
De komende tijd zal de energietransitie voor het plangebied nader worden uitgewerkt. Bedrijfsgebouwen zijn nog niet verplicht aardgasvrij, maar dat kan veranderen in de planperiode. De gemeenten in de Metropool Amsterdam hebben gezamenlijk besloten dat alle nieuwbouwwoningen waarover het besluit tot bouw na 1 juli 2018 wordt genomen, worden opgeleverd zonder aardgasaansluiting. Ook de drie nieuwe woningen in het plangebied zullen dus gasloos worden opgeleverd. Het plangebied is in beginsel geschikt voor het gebruik van bodemenergie, maar bij veel vraag kan een vorm van ondergrondse ordening vereist zijn.
16
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Hoofdstuk 3 3.1
PLANOPZET
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch-planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van één of meerdere bestemmingsplannen voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt.
3.2
De planregels en bestemmingen
3.2.1
Hoofdstukindeling regels
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:
Hoofdstuk 1: inleidende regels; met daarin definities en de wijze van meten en berekenen en de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels; die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Ze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving wordt gegeven van de aan de grond toegekende functies. Per bestemming worden bouwregels gegeven, waarin voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bouwbepalingen worden geregeld. Hoofdstuk 3: algemene regels; deze hebben betrekking op in beginsel alle voorafgaande regels. Hierbij gaat het onder meer om de anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels algemene afwijkingsbevoegdheid. Hoofdstuk 4: overgang- en slotregels. De regels in hoofdstuk 1 en de algemene regels in hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de diverse bestemmingen.
3.2.2
Artikelsgewijze beschrijving regels en bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) Hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) Hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. 17
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De nieuwe bedrijfskavels zijn bestemd als 'Bedrijf - 2' of 'Bedrijf - 3'. Binnen deze bestemmingen en de bestemming 'Bedrijf - 1' zijn voor functies dan wel wijzigingen die een parkeervraag genereren specifieke parkeernormen opgenomen. Hiervoor wordt de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen afhankelijk gesteld van de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen. Voor de overige bestemmingen die een parkeervraag genereren (wonen) is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de woonbestemmingen is te herleiden uit de Nota Parkeernormen Aalsmeer. De voorwaardelijke verplichting verwijst naar de op moment van indiening geldende nota. Binnen een aantal bestemmingen is een stelsel van nadere eisen, zoals bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub d. Wro, opgenomen. In die gevallen kan Burgemeester en Wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen aan de te verlenen omgevingsvergunning verbinden. Bedrijf - 1 (artikel 3) Deze bestemming is toegepast bij de bestaande bedrijfspercelen langs de Hoge Dijk. Voor deze twee percelen is uitgegaan van de bestaande situatie, met name ten aanzien van de bebouwingssituatie (bouwvlak en bouwhoogtes). Eventuele uitbreiding van de gebouwen is alleen mogelijk door toepassing van een afwijkingsbevoegdheid.
Om de afwijkingsbevoegdheid te kunnen toepassen dient te worden voldaan aan de gestelde voorwaarden, zoals voldoende parkeergelegenheid. In de bestemming is vastgelegd dat alleen functies zijn toegestaan die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een verkeersindicie van 1 of 2 hebben gekregen voor wat betreft goederenvervoer (G) of personenvervoer (P). Dit om te voorkomen dat er als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan teveel goederen- en/of personenverkeer over de bestaande lokale wegen (Aalsmeerderweg, Hoge Dijk en/of Machineweg) zal gaan rijden. Bedrijf - 2 (artikel 4) De gronden ten noorden van de Samoaweg zullen worden uitgegeven als bedrijfskavel. Het gaat daarbij om bedrijven die tot maximaal categorie 3.2 behoren (dan wel een bedrijf dat tot een hogere categorie behoort maar zich in de praktijk als maximaal categorie 3.2 gedraagt). In de omgeving van woningen zijn lagere categorieën toegestaan dan categorie 3.2. Binnen de bestemming zijn ook bijbehorende functies als parkeren en toegangswegen toegestaan, alsmede niet-zelfstandige kantoren (kantoren ten behoeve van de bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf), productiegebonden detailhandel (verkoop van ter plaatse geproduceerde producten) en handel via internet.
In de bestemming is vastgelegd dat alleen functies zijn toegestaan die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een verkeersindicie van 1 of 2 hebben gekregen voor wat betreft goederenvervoer (G) of personenvervoer (P). Dit om te voorkomen dat er als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan teveel goederen- en/of personenverkeer over de bestaande lokale wegen (Aalsmeerderweg, Hoge Dijk en/of Machineweg) zal gaan rijden. De bedrijfsgebouwen zijn alleen toegestaan in het bouwvlak waarbij per bouwperceel als bedoeld in artikel 1 een maximum bebouwingspercentage geldt van 70%. In het talud van de Hoge Dijk is geen bouwvlak toegepast zodat hier geen gebouwen zijn toegestaan. Binnen het bouwvlak geldt een maximum bouwhoogte zoals aangeduid op de verbeelding en er gelden minimale afstanden tot de bouwperceelgrenzen. Om te voorkomen dat de kavels een te grote omvang krijgen is vastgelegd dat een bouwperceel een oppervlak van niet meer dan 6.500 m² mag hebben. Het totaal bruto vloeroppervlak binnen deze bestemming mag niet meer dan 10.000 m² bedragen. Dit vanwege het gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlak waar in het verkeersonderzoek voor deelgebied 2 van uit is gegaan. Op een deel van de bedrijfskavels zal een ecologische zone worden aangelegd, ter compensatie van groen dat als gevolg van de herontwikkeling van deelgebied 2 West verloren gaat.
Ter plaatse van deze ecologische zones zijn geen bouwwerken of andere voorzieningen toegestaan. Bedrijf - 3 (artikel 5) De gronden tussen de Samoaweg en de nieuw aan te leggen watergang zullen ook worden uitgegeven als bedrijfskavel. Het gaat daarbij om bedrijven die tot maximaal categorie 3.2 behoren (dan wel een bedrijf dat tot een hogere categorie behoort maar zich in de praktijk als maximaal categorie 3.2 18
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West gedraagt). In de omgeving van de twee woningen onderaan de Hoge Dijk (Oosteinderweg 230 en 232) zijn lagere categorieën toegestaan dan categorie 3.2. Binnen de bestemming zijn ook bijbehorende functies als parkeren en toegangswegen toegestaan, alsmede niet-zelfstandige kantoren (kantoren ten behoeve van de bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf), productiegebonden detailhandel (verkoop van ter plaatse geproduceerde producten) en handel via internet. In de bestemming is ook vastgelegd dat alleen functies zijn toegestaan die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een verkeersindicie van 1 of 2 hebben gekregen voor wat betreft goederenvervoer (G) of personenvervoer (P). Dit om te voorkomen dat er als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan teveel goederen- en/of personenverkeer over de bestaande lokale wegen (Aalsmeerderweg, Hoge Dijk en/of Machineweg) zal gaan rijden. Voor laad- en losvoorzieningen en (niet-inpandige) parkeervoorzieningen gelden enkele beperkingen doordat deze niet op het achterste deel van de bedrijfspercelen zijn toegestaan (dus aan de zijde van de Aalsmeerderweg).
De bedrijfsgebouwen zijn toegestaan in het bouwvlak waarbij per bouwperceel als bedoeld in artikel 1 een maximum bebouwingspercentage geldt van 65% in de eerste zone (met een diepte van 20 meter vanaf de voorste bouwgrens) en 100% voor de rest van het bouwvlak. Daarbij dient aan minimaal één zijde per bouwperceel rekening te worden gehouden met een afstand van minimaal 3 meter tot de zijdelingse bouwperceelgrens. Binnen het bouwvlak geldt een maximum bouwhoogte zoals aangeduid op de verbeelding. Om te voorkomen dat de kavels een te grote omvang krijgen is vastgelegd dat een bouwperceel een oppervlak van niet meer dan 6.500 m² mag hebben. Het totaal bruto vloeroppervlak binnen de bestemming mag niet meer dan 25.000 m² bedragen. Dit vanwege het gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlak waar in het verkeersonderzoek voor deelgebied 2 van uit is gegaan. Groen (artikel 6) In het plangebied is op een aantal plekken een groenbestemming toegepast. Het gaat daarbij om de bestaande groenstrook langs de watergang die evenwijdig aan de N201 loopt en om de bestaande en te behouden groenzone achter het woonperceel Oosteinderweg 232. Ook heeft een groot deel van het talud van de Hoge Dijk een groenbestemming gekregen. Binnen de groenbestemming zijn naast groenvoorzieningen en ecologische zones wel voet- en fietspaden toegestaan maar geen rijwegen en parkeerplaatsen.
Voet- en fietspaden en ook nutsvoorzieningen zijn uitgesloten ter plaatse van de als 'specifieke vorm van groen - ecologische zones' aangeduide gronden. Natuur (artikel 7) De strook tussen de bouwvlakken in de bestemming 'Bedrijf - 3' en de nieuwe watergang zullen als ecologische oever c.q. verbindingszone gaan fungeren. Deze gronden zijn daarom zodanig bestemd dat het gebruik als ecologische oever en verbindingszone is gewaarborgd. De voormalige bloemenschuur op het terrein van Aalsmeerderweg 157A fungeert als verblijfplaats voor huismussen. Omdat sloop van deze bedrijfsbebouwing op dit moment (nog) niet aan de orde is, is binnen de bestemming rekening gehouden met het bedrijfsmatige gebruik en het bestaande bedrijfsgebouw. Het bedrijfsmatige gebruik kan zodoende ter plaatse van de als 'bedrijf' aangeduide gronden worden voortgezet. Verkeer (artikel 8) Deze bestemming heeft betrekking op de diverse (openbare) verkeersgronden in het plangebied. Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan maar wel bouwwerken geen gebouwen zijnde. Water (artikel 9) De watergang aan de westzijde van het plangebied en de nieuw aan te leggen watergang tussen de bedrijfskavels en de lintbebouwing zijn uitsluitend bestemd voor water en bijbehorende functies (zoals bruggen en groenvoorzieningen langs de oevers).
Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan maar wel bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het gebruik als aanlegplaats of ligplaats is expliciet verboden. Wonen (artikel 10) De twee kavels met bestaande woningen langs de Hoge Dijk maken geen onderdeel uit van de linten in
19
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West Aalsmeer en zijn daarom bestemd als 'Wonen'. De huidige gebouwen zijn aangegeven door middel van bouwvlakken. Per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan. Door middel van de aangeduide maximale goot- en bouwhoogte is bepaald hoe hoog de woningen mogen worden. Ook zijn er bouwregels opgenomen voor beperkte uitbreidingen in vorm van dakkapellen. Deze bouwregels zijn afgestemd op woonbestemmingen in andere bestemmingsplannen. Bij woningen zijn onder voorwaarden aan-huis-gebonden-activiteiten toegestaan en worden regels gegeven voor erfbebouwing. Wonen - Lintbebouwing (artikel 11) Binnen deze bestemming zijn de bestaande woningen in het lint van de Aalsmeerderweg toegestaan. Woningen langs linten zijn gespecificeerd en de regels zijn gebaseerd op het Aalsmeerse lintenbeleid. Woningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd in overeenstemming met de aangeduide maximale goot- en bouwhoogte. Het aantal woningen mag daarbij niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie, tenzij dit door middel van een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - extra woningen' is aangegeven. Vanwege de richtafstand tussen bedrijfskavels en gevoelige functies zijn de achtererven geen erf zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het gaat om voor bewoning gebruikte bijbehorende bouwwerken.
Op de achtererven zijn zodoende geen vergunningsvrije uitbouwen of andere voor bewoning bedoelde bijgebouwen (mantelzorg) toegestaan. Bij woningen zijn onder voorwaarden aan-huis-gebonden-activiteiten toegestaan en worden regels gegeven voor erfbebouwing. Dubbelbestemmingen (artikel 12) Als dubbelbestemming is opgenomen Waterstaat - Waterkering. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 13) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 14) In dit artikel wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Ook zijn in het artikel regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen en is bepaald welke afstand er geldt ten aanzien van watergangen. Bestaande gebouwen die qua maatvoering afwijken van het bepaalde in de bestemmingen in hoofdstuk 2 zijn onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Algemene gebruiksregels (artikel 15) In dit artikel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene verbod om gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, zijn er een aantal specifieke gebruiksverboden opgenomen. Tevens zijn de regels ten behoeve van voldoende waterberging opgenomen.
Algemene aanduidingsregels (artikel 16) Binnen de gebiedsaanduiding 'geluidszone - industrie' liggen de gronden binnen de invloed van een gezoneerd industrieterrein (Schiphol). Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige gebouwen toegestaan tenzij de geluidsbelasting voldoen aan een geldende of verkregen hogere grenswaarde. Verder is aangegeven waar de gronden binnen de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones (Luchtvaartverkeerzones LIB) voor bedoeld zijn. Afhankelijk van welk artikel uit het Luchthavenindelingbesluit van toepassing is gelden beperkingen voor bouwen en gebruik.
20
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Algemene afwijkingsregels (artikel 17) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Algemene wijzigingsregels (artikel 18) In dit artikel is een bevoegdheid opgenomen om bepaalde bestemmingen, bouwvlakken en/of maatvoeringsvlakken in beperkte mate te wijzigen. De wijzigingsbevoegdheid is afgestemd op het exploitatieplan (zie subparagraaf 4.3.2). Algemene procedureregels (artikel 19) In dit artikel staat aangegeven in welke procedures er gelden in geval van het toepassen van de nadere eisenregeling in de bestemmingen van hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 20 Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 21) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.
21
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
Hoofdstuk 4 4.1
UIT VOERBAARHEID
Actuele regionale behoefte
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking 2.0' die per 1 juli 2017 in werking is getreden. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor het voorliggende bestemmingsplan is van belang dat het bestemmingsplan 'N201-zone' dat gold voor de inwerkingtreding van de beheersverordening (zie volgende alinea) voor deelgebied 2 voorzag in een uitwerkingsverplichting en daarmee een planologisch onbenutte mogelijkheid bood. Onbenutte planologische mogelijkheden mogen worden opgenomen in een nieuw bestemmingsplan, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in de artikel 3.1.6. tweede lid van het Bro genoemde voorwaarden (zie onder meer ABRvS 1 juli 2015, zaaknummer 201401417/1/R1.
De bedrijfskavels zijn ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan planologisch gezien daardoor niet nieuw waardoor het aantonen van de behoefte niet noodzakelijk zou zijn. Sinds 2017 geldt de beheersverordening 'Green Park Aalsmeer 2017'. Deze beheersverordening is vastgesteld omdat het voorgaande bestemmingsplan ouder dan 10 jaar dreigde te worden en er daardoor geen leges meer zouden kunnen worden geheven. De beheersverordening is te beschouwen als een tijdelijke overbrugging tussen bestemmingsplan 'N201-zone' en het nu voorliggende bestemmingsplan. In vergelijking met de nu geldende beheersverordening zijn de in het het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakte bedrijfskavels functioneel gezien al wel mogelijk (aangezien de gronden een bedrijfsbestemming hebben) maar gebouwen zijn grotendeels niet mogelijk aangezien er uit is gegaan van bestaande bedrijfsbebouwing. In het navolgende zal daarom volledigheidshalve toch in worden gegaan op de behoefte aan bedrijfskavels binnen de regio. De MRA behoort binnen Nederland tot de economisch goed presterende regio's. Zowel in bevolking als in banen wordt op langere termijn een groei verwacht die op of boven die voor Nederland als geheel ligt.
Ten aanzien van de regio Amstelland-Meerlanden is aangegeven dat deze regio zich binnen de MRA onderscheidt dankzij haar goede bereikbaarheid en internationale aantrekkingskracht op burgers en bedrijven. De Mainport Schiphol en de Greenport Aalsmeer zijn belangrijke economische trekkers en bieden o.a. kansen aan de sectoren Logistiek en Agrofood. Ook in de zakelijke dienstverlening is de regio sterk. Voor de regio Amstelland-Meerlanden is voor de periode van 2016-2030 een ruimtevraag van 135 tot 180 ha voorzien. Als alle harde planaanbod van 307 ha wordt gerealiseerd en rekening wordt gehouden met circa 10 ha vervangingsvraag dan is er sprake van een overaanbod van circa 115 tot 160 ha. Zowel Green Park Aalsmeer als Royal FloraHolland maken met respectievelijk 54,5 ha en 20 ha onderdeel uit van het harde planaanbod waarvoor regionale afstemming niet meer nodig is. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet daarmee voor een gedeelte in de behoefte aan bedrijventerreinen en voldoet voor wat betreft de bedrijfskavels aan het Besluit ruimtelijke ordening.
22
Green Park Aalsmeer deelgebied 2 West
4.2
Verkeerstechnische uitvoerbaarheid
Het verkeer van en naar het te realiseren deelgebied 2 krijgt grotendeels een lokale functie. Een goede bereikbaarheid en verkeersafwikkeling is ook in dat geval echter wel van belang. Deze goede bereikbaarheid en verkeersafwikkeling is in beginsel aanwezig doordat het plangebied zich in de directe nabijheid van de provinciale weg N201 bevindt. Deze weg speelt een belangrijke rol in zowel de huidige als de toekomstige ontsluiting van Green Park Aalsmeer, inclusief de ontsluiting van deelgebied 2. Green Park Aalsmeer is via de N201 direct aangesloten op de rijksweg A2. De op- en afritten van de N201 zijn vanuit deelgebied 2 via de Aalsmeerderweg-Machineweg-Middenweg of via de Aalsmeerderweg-verbindingsweg-Middenweg te bereiken. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de westelijke helft deelgebied 2 mogelijk maar herontwikkeling was ook al mogelijk in het voorheen geldende bestemmingsplan. Omdat voor het overige deel geen wezenlijk andere ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt staat het voorliggende bestemmingsplan in planologische zin geen substantiële toename van het verkeer toe. In feitelijk opzicht zal er als gevolg van de herontwikkeling van de westelijke helft van deelgebied 2 echter wel een toename van het verkeer gaan ontstaan aangezien de gronden in deelgebied 2 momenteel deels braakliggend zijn of een ander gebruik kennen.
In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek noodzakelijk om de verkeersgevolgen van deelgebied 2, maar ook de rest van Green Park Aalsmeer, inzichtelijk te maken. Door Goudappel is daarom een actualisatie van het verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (kenmerk: 008880.20210712R1.03, d.d. 7 februari 2022, zie bijlage 1). In het onderzoek is rekening gehouden met de huidige inzichten voor de invulling van de verschillende deelgebieden van Green Park Aalsmeer (inclusief deelgebied 2), de ontwikkelingen in de omgeving en het recente regionale verkeersmodel (NHZ 3.0). Voor deelgebied 2 is voor de toekomstige situatie uitgegaan van een programma van 45.000 m² gemengde bedrijven, 2.500 m² detailhandel, 31 woningen, 5.500 m² dienstverlening en 800 m² horeca.
Effecten verkeersintensiteiten Ten behoeve van de verkeerskundige analyse zijn twee situaties berekend met behulp van het verkeersmodel. Het betreft: 1. De autonome situatie 2035 conform de vigerende ruimtelijke plannen; 2. De plansituatie 2035 conform de meest recente beoogde invulling (inclusief deelgebied 2). Uit de verkeersberekeningen komt naar voren dat de effecten als gevolg van de beoogde invulling relatief beperkt zijn. De grootste toename is te verwachten op de Middenweg. Hier neemt de verkeersintensiteit toe met 1.300 tot 2.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze toename is met name het gevolg van de gewijzigde invulling van de deelgebieden 2, 4 en 5. Relatief gezien gaat het om een intensiteitstoename van circa 20 % tot 25 %. Verder is op het noordelijk deel van de Machineweg een toename van de verkeersintensiteiten te verwachten met 800 motorvoertuigen per etmaal (+14%). Deze toename is een direct gevolg van de gewijzigde invulling van deelgebied 2. Het verkeer gerelateerd aan de N201 rijdt daarbij deels via de Middenweg en de Machineweg naar dit gebied. De gewijzigde verkeersstromen als gevolg van de nieuwe invulling kunnen effect hebben op de verkeersafwikkeling op kruispuntniveau. In het verkeersonderzoek is daarom ook gekeken naar de verkeersafwikkeling van de maatgevende kruispunten.
Verkeersafwikkeling Voor de maatgevende kruispunten is onderzocht of het verkeer afgewikkeld kan worden met de beoogde inrichting. Dit betreft de locaties waar als gevolg van de gewijzigde invulling de grootste verkeerseffecten optreden. De verkeersafwikkeling is inzichtelijk gemaakt voor de volgende locaties: