Agendabundel
Tekst van het document
Omdat de bouwvrijstelling voor de gevolgen voor de stikstofdepositie van de sloop- en aanleg- c.q. bouwfase is komen te vervallen, moet voor die werkzaamheden toch de gevolgen voor de stikstofdepositie inzichtelijk worden gemaakt. Door S&W Bouwkundig Ingenieurs is de te verwachten stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen verplaatsing van de twee ligplaatsen en het gebruik van de nieuwe ligplaatsen onderzocht. Daarbij is gebruik gemaakt van de AERIUS Calculator. Het rapport (met kenmerk 2230674 d.d. 24 april 2023, zie bijlage 8) is bijgevoegd in de bijlage bij deze plantoelichting. Uit de berekeningen volgt dat er geen sprake is van stikstofdepositie. Dit geldt zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase. soortenbescherming Op basis van het verkennende onderzoek kunnen de meeste soorten die volgens de verspreidingsgegevens voor kunnen komen in het plangebied, uitgesloten worden. In het plangebied zijn wel mogelijk meerdere geschikte verblijfplaatsen voor broedvogels en vleermuizen aanwezig. Door middel van mitigerende effecten kan een negatief effect op de beschermde soorten worden voorkomen. Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen zijn voor het onderhavige plan.
6.8 Verkeer en parkeren Indien een ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer- en parkeer situatie te worden beoordeeld. Relevantie plangebied Het onderhavige plan ziet op de verplaatsing van twee bestaande ligplaatsen naar een naburig perceel. De oorspronkelijke ligplaatsen Oosteinderweg 57ws en Oosteinderweg 59ws worden verwijderd. Er komen geen nieuwe functies op de betreffende locatie terug. De beoogde ontwikkeling genereert derhalve geen extra verkeer. Er wordt immers geen nieuwe verkeersaantrekkende functie mogelijk gemaakt. De ontsluiting van de nieuwe ligplaatsen Oosteinderweg 365 ws1 en Oosteinderweg 365 ws2 geschiedt via de bestaande ontsluiting van het terrein. In de parkeerbehoefte van de ligplaatsen, die op grond van de Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016 geraamd wordt op twee parkeerplaatsen per ligplaats, wordt op eigen erf voorzien.
vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 38 van 39
Geconcludeerd wordt dat er vanwege de aspecten verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor onderhavig plan.
6.9 Belangen van derden De locatie van de nieuwe ligplaatsen is langs de bestaande watergang in de zone voor bedrijfsbebouwing achter het lint van de Oosteinderweg. De ligplaatsen worden op geruime afstand ingericht ten opzichte van elkaar, en ten opzichte van de bestaande woningen in het lint. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van de privacy van derden of ongewenste schaduw werking op een naburig perceel. Geconcludeerd wordt dat het onderhavige plan geen belangen van derden schaadt.
6.10 M.e. r.-beoordeling De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen pof bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e. r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig <0000> het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of eer sprake is van een m.e.r.-plicht. Het besluit is dan m.e.r.-beoordelingsplichtig. <0000> voor een plan in kolom 3 'plannen' geldt geen m.e.r.-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; <0000> het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D.
Er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r (als er sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; <0000> de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.. In dit geval geldt er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Relevantie plangebied Het besluit om onderhavig bestemmingsplan vast te stellen valt niet onder één van de in het besluit m.e.r. genoemde activiteiten. Het gaat slechts om de verplaatsing van twee bestaande ligplaatsen. Er geen aanleiding voor een m.e.r-beoordeling of een plan m.e.r..
vastgesteld toelichting bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 39 van 39
Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A3908-06/BJO/rap1 19-05-2023
Opdrachtgever
: : : :
Architektenburo R.J. Pannekoek B.V. Dhr. R. J. Pannekoek Hadleystraat 55, 1431 SL Aalsmeer
Goedkeuring
Functie
Datum
De heer B. de Jong (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
19-05-2023
Mevrouw P. Mulder (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
19-05-2023
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 6
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 7
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 8
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 9
2.6
BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................. 9
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 10
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 11
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12 3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 13 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 13
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 15
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 16
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 18
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 19
3.7
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 19
3.8
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 20
4.
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 21
BIJLAGEN 1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Fotoreportage
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaat grond Certificaat grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 2 van 21
1.
INLEIDING
In opdracht van Architektenburo R.J. Pannekoek B.V. is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Oosteinderweg 365 te Aalsmeer.
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. In dit kader wenst de opdrachtgever inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 3 van 21
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 4 van 21
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 5 van 21
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Oosteinderweg 365
Postcode / Plaats
1432 AZ Aalsmeer
Gemeente
Aalsmeer
Provincie
Noord-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
114.796
Y
477.613
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,3 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Aalsmeer
Gemeentecode
AMR03
Sectie
G
Nummer
5926
Totaal
Ca. 1.180 m2
Bebouwd
Ca. 250 m2
Verharding
-
Alle richtingen
Rondom de locatie is sprake van diverse landbouwpercelen omringd door water, verscheidene tuinbouwkassen, bedrijfsruimten en woongelegenheid.
Oppervlaktes
Belendingen
#1 / #2 / #3
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening
25 meter buiten onderzoekgrenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: perceelloep.nl #2: ahn.arcgisonline.nl #3: maps.google.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 6 van 21
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Bronnen
Voormalig gebruik
De locatie is sinds het begin van de 20ste eeuw tot aan vandaag in gebruik als tuinbouwgrond. Het woonhuis is omstreeks 1930 gerealiseerd, waarna de schuren halverwege de jaren ’50 en begin jaren ’60 zijn verschenen. Deze schuren zijn door de jaren heen uitgebreid en weer ingekort, waardoor er een kans is dat hiervan nog resten te zien zijn in het bodembestand. In de directe omgeving van het perceel vindt tot op heden glastuinbouw plaats.
Potentiële bronnen
De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB’s) als gevolg van tuinbouw.
Huidig gebruik
Tegenwoordig wordt het onderzoeksgebied gebruikt als tuinbouwgrond en opslag van tuinbouwapparatuur.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Het onderzoeksgebied wordt ontwikkeld tot woonbestemming.
#1 / #2 / #3
#3
Conclusie De potentiële bron van bodemverontreiniging betreft de mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen (OCB’s) als gevolg van tuinbouw. #1: Topotijdreis.nl #2: Bodemloket.nl #3: Informatie verkregen van de opdrachtgever
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 7 van 21
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1 / #2
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Zonekaart
Industrie
Bodemfunctie
Wonen
Toplaag
Industrie
Diepe laag
Industrie
Oorspronkelijk maaiveld
Industrie
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0 - 0,5 m-mv): Industrie Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv): Industrie Diepe ondergrond (>2 m-mv): Industrie
Achtergrondconcentratieniveau PFAS (ACN kaart)
De onderzoekslocatie is op de ACN-kaart ingedeeld als stedelijk / industrie. Hoewel de classificatie geldt is grond/bagger met betrekking tot PFAS vrij toepasbaar. Nabij de onderzoekslocatie is in 2018 onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van PFAS in de bodem (kenmerk 17HB0552, d.d. 19-032018). Hierbij wordt nabij het onderzoeksgebied licht verhoogde concentraties aan PFAS aangetroffen. De onderzoekslocatie ligt direct buiten het baggerverspreidingsgebied, welke verdacht is op verhoogde concentraties PFAS.
#3 / #4
Conclusie De bodem is niet asbestverdacht. Ten aanzien van de bodemkwaliteit komt de grond in aanmerking als zijnde klasse ‘industrie’. De locatie is niet verdacht op het voorkomen van sterk verhoogde gehalten met PFAS. #1: Omgevingsdienst Noordzeekanaal gebied; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2) #2: Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., kenmerk 09K189, d.d. 14-03-2013. #3: PFAS ACN kaart Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (gisviewer.odnzkg.nl) #4: Aanvullend grondonderzoek baggerverspreidingsgebied in de gemeente Aalsmeer, HB Adviesbureau B.V., kenmerk 17HB0552, d.d. 19-03-2018.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 8 van 21
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal) Grondwater (lokaal)
0,0 - 1,0 m-mv
Veen
1,0 - 2,0 m-mv
Veen/zand
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,5 m-mv
#1 / #2
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de Oosteinderweg richting de plas ten noorden zal stromen en derhalve noordelijk gericht is. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Bodemvreemde lagen
0,0 - 10,0 m-mv
Deklaag
10,0 - 70,0 m-mv
1e watervoerend pakket
70,0 - 80,0 m-mv
1e afsluitende laag
Stromingsrichting 1e WVP
Oostelijk
Op de locatie zijn geen gedempte sloten of opgehoogde terreindelen aanwezig.
Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen sprake van een ophogingslaag of afwijkende bodemopbouw. #1: Dinoloket.nl #2: Archief IDDS
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 9 van 21
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Ter plaatse van de onderzoekslocatie is in het verleden voor zover bekend één verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door het Centraal Bodemkundig Bureau (kenmerk 5027321, d.d. 11.08.1999). Tijdens dit onderzoek zijn twee verdachte puntlocaties onderzocht op het voorkomen van verontreiniging in de bodem. Deellocatie A betreft een bestrijdingsmiddelenopslag en deellocatie B een bovengrondse HBO tank (de locatie van deze tank ligt niet in het huidige onderzoeksgebied). Bij het booronderzoek zijn lichte bijmengingen met koolas en puin aangetroffen. Enkel ter plaatse van deellocatie A overschrijdt de parameter EOX de achtergrondwaarde. De locatie is derhalve als voldoende onderzocht geacht.
#1 / #2
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het bodemrapport van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, zie bijlage 2.
#1 / #3 / #4
Ter plaatse van Oosteinderweg 371c is in 2001 een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd door ZV Eemnes BV (kenmerk BO 0711_5, d.d. 01-02-2001). Hierbij zijn in de bovengrond plaatselijk sterke verontreinigingen met koper, lood en zink aangetroffen. Het blijkt hier te gaan om een geval van ernstige bodemverontreiniging, met een beschikking van de Provincie NoordHolland (d.d. 03-08-2007). Onbekend is of het geval hierna gesaneerd is. Daarnaast zijn er lichte verhogingen aangetroffen voor EOX in de grond en arseen chroom in het grondwater. Ter plaatse van Oosteinderweg 357 is in 2003 een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd door BK Ingenieurs BV (kenmerk NZ035800762, d.d. 05-03-2003). Hierbij zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met koper, kwik, lood, zink, EOX en PAK aangetroffen. In de ondergrond ligt de minerale olie boven de achtergrondwaarde en in het grondwater liggen de minerale olie en naftaleen boven de streefwaarde. De locatie is hiermee als voldoende onderzocht geacht. Conclusie Ter plaatse van het onderzoeksgebied kunnen verontreinigingen in verschillende mate in de bodem worden verwacht. #1: Omgevingsrapportage Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (opgenomen in bijlage 2) #2: Rapport verkennend milieukundig bodemonderzoek locatie Oosteinderweg 365 te Aalsmeer, kenmerk 5027321, d.d. 11-08-1999.
#3: Inventariserend bodemonderzoek Small BV te Aalsmeer, Milieutechniek ZVS Eemnes BV, kenmerk BO 0711_5, d.d. 01-02-2001. #4: Oriënterend onderzoek Oosteinderweg 357, BK Ingenieurs BV, kenmerk NZ035800762, d.d. 05-03-2003.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 10 van 21
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 14-04-2023 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. Ter illustratie is in bijlage 2 een fotoreportage opgenomen.
2.9
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Afwijking
Omschrijving
Reden afwijking
Geen
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 11 van 21
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek kunnen verontreinigingen in de bodem niet worden uitgesloten. Rondom en op het perceel heeft (glas)tuinbouw plaatsgevonden. Dit maakt de bovengrond verdacht op bestrijdingsmiddelen (OCB).
Hypothese
Verdacht
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Oosteinderweg 365 te Aalsmeer Kenmerk rapportage: A3908-06/BJO/rap1
Pagina 12 van 21