CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 2 april 2024, gemeente aalsmeer29.966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - 1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend van 2 april 2024 0.1 1 2 3 4 5

6

7

Afsprakenlijst oordeelsvormende commissie Ruimte van 2 april 2024 AFSPRAKENLIJST Oordeelsvormende Commissie Ruimte 02-04-2024 Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Vaststelling van de agenda Agenda Oordeelsvormende commissie R 02-04-2024 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365 ws1 en 365 ws2 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is het vaststellen van een nieuw (postzegel-)plan ter plaatse van Oosteinderweg 357 en 365. Hierbij worden twee bestaande ligplaatsen voor Woonarken van de planverbeelding geschrapt en twee nieuwe ligplaatsen bestemd. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 18 april 2024. 20240227 Getekend raadsvoorstel Oosteinderweg 357 ws e.v. RAADSBESLUIT Oosteinderweg 357ws e.v.

Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws,359ws,365ws1 en 365ws2_Regels.Pdf Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2_Toelichting.Pdf Bijlage 1_Verkennend Bodemonderzoek Bijlage 2_Archeologisch onderzoek Bijlage 3_akoestisch onderzoek_wegverkeer Bijlage 4_akoestisch onderzoek_activiteitenbesluit Bijlage 5__akoestisch onderzoek_zoneadvies Omgevingsdienst Bijlage 6_akoesisch onderzoek_cumulatie Bijlage 7_verkennend ecologisch onderzoek Bijlage 8_Stikstofdepositie Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2_Verbeelding 20240227 Getekend besluit Hgw inzake Oosteinderweg 357 ws - 359 ws - 365 ws1 en 365 ws2 Bijlage 1_akoestisch onderzoek_wegverkeer Bijlage 2_akoestisch onderzoek_activiteitenbesluit Bijlage 3__akoestisch onderzoek_zoneadvies Omgevingsdienst Bijlage 4_akoesisch onderzoek_cumulatie 20240326 MEMO 11 beantwoording technische vragen fractie GroenLinks inzake BP Oosteinderweg 357ws-359ws-365ws1-365ws2 Integraal Huisvestingsplan onderwijs Aalsmeer 2024-2039 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is om, samen met gemeente en schoolbesturen, kinder-opvangorganisaties en de ESA, te komen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak voor bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen en biedt het houvast voor het maken van lange termijn keuzes.

Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 18 april 2024. 20240227 Getekend raadsvoorstel IHP 2024-2039 Raadsbesluit IHP 2024-2039 20240326 Memo 09 Beantwoording schriftelijke vragen Groen Links_IHP 2024-2039 20240326 Integraal Huisvestingsplan onderwijs Aalsmeer 2024-2039 Vaststellen bestemmingsplan Waterfront, wijzigen begrenzing Beschermd Dorpsgezicht

8 9

Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het vaststellen van het bestemmingsplan Waterfront zorgt voor actualisering en digitalisering van het nu geldende analoge bestemmingsplan, vertaalt het de verleende omgevingsvergunning van het project ‘Waterfront’ en een aantal nadien verleende vergunningen en verankert het de gewijzigde ligging van het beschermd dorpsgezicht. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 18 april 2024. 20240116 Getekend raadsvoorstel BP Waterfront 20240115 Raadsbesluit BP Waterfront nota van beantwoording geanonimiseerd definitief Staat van Wijzigingen Waterfront regels ontwerpbestemmingsplan Waterfront Regels Bijlage 1 - LIB Toetshoogten Regels Bijlage 2 - LIB Radarhoogten Regels Bijlage 3 - LIB Vogelbeperking toelichting ontwerpbestemmingsplan Waterfront bijlage 1 Geluidonderzoek bijlage 2 Waardestelling dorpsgezicht Plassenlint verbeelding ontwerpbestemmingsplan Waterfront 20240320 raadsbrief behandeling bestemmingsplan Waterfront 2024, 2 april, besluitvorming Plassenlint Vragenkwartier Sluiting

AFSPRAKENLIJST OORDEELSVORMENDE COMMISSIE RUIMTE D.D. 2 APRIL 2024 Aanwezig: Voorzitter: de heer D.G. van der Zwaag Griffier: de heer O.F. Matheijsen CDA: de heren M.P. Buskermolen, P.F. van den Nouland, D. van Willegen, G.J.H. Winkels en B.P. Adema VVD: de dames E.S.I. Mijwaart, M. Vleghaar en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J.G.E. Bouwmeester en J. de Vries Absoluut Aalsmeer: mevrouw G. Holtrop en de heer W.T.J.M. Koster D66: mevrouw M.J. Geisler en de heren S.J.R. de Vries en J. van der Tol GroenLinks: mevrouw P. Lakerveld en de heren R.P. Fransen FlorAalsmeer: mevrouw J. Keessen en de heer D.J. Biesheuvel Portefeuillehouders: de heren L.B. Kabout, W. Kikkert en S.A.S. Spaargaren

Agenda punt 1.

Onderwerp Opening door de voorzitter, de heer D.G. van der Zwaag

2.

Vaststelling van de agenda

Afspraak

Mevrouw Keessen geeft aan dat de fractie FlorAalsmeer op 21 maart jl. noch een reactie noch een bevestiging van de agendacommissie heeft ontvangen met betrekking tot het agenderen van het bestemmingsplan Waterfront. De voorzitter geeft aan dat de agendacommissie zowel na

informatie vanuit het college als na inwinnen van juridisch advies geen beletsel zag om het onderwerp te agenderen. Voor zover het ontbreken van enige reactie vanuit de agendacommissie geeft hij aan dat dit een aandachtspunt zal zijn. De agenda wordt conform vastgesteld. 3.

Actieve informatie uit het college

Er is geen actieve informatie vanuit het college.

4.

Mededelingen vanuit de fracties

De heer Fransen geeft aan dat de fractie GroenLinks een moment mist waarop de raad kaders mee kan geven aan het college over het zwembad. De voorzitter doet een appèl aan het college om de raad mee te laten denken hierover.

5.

Vaststellen bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de raadsvergadering van 1804-2024 als akkoordstuk

Toezegging: 6.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Aalsmeer 2024-2039 Portefeuillehouder:

Door naar de raadsvergadering van 1804-2024 als akkoordstuk

Toezegging: 7.

Vaststellen bestemmingsplan Waterfront, wijzigen begrenzing Beschermd Dorpsgezicht Portefeuillehouder: L.B. Kabout Toezegging: 1.Het college zegt toe met de omwonenden in gesprek te gaan om de mogelijke bestaande overlast te beperken of weg te nemen en te garanderen dat dit ook zal

Door naar de raadsvergadering van 1804-2024 als behandelstuk op verzoek van Absoluut Aalsmeer

gebeuren bij iedere toekomstige aanpassing van het Waterfront. 2.De portefeuillehouder nodigt de heer Koster uit voor een toelichting op de technische zaken (straatmeubilair, -verlichting). 8.

Vragenkwartier

Er zijn geen vragen ingediend voor het vragenkwartier

9.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 20.55 uur

AGENDA VOOR VERGADERING VAN DE COMMISSIE RUIMTE op dinsdag 2 april 2024, 20.00 uur OORDEELSVORMEND Doel van oordeelsvormende bespreking is dat de raadsfracties de voor- en nadelen van het voorgestelde raadsbesluit hebben verkend en afgewogen en dat het inzichtelijk is voor de commissie aan welke voorwaarden het besluit moet voldoen voor een fractie om hier mee in te kunnen stemmen.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Griffier: O.F. Matheijsen

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen vanuit de fracties

5.

Vaststellen bestemmingsplan Oosteinderweg 357 ws, 359 ws, 365 ws1 en 365 ws 2 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is het vaststellen van een nieuw (postzegel-)plan ter plaatse van Oosteinderweg 357 en 365. Hierbij worden twee bestaande ligplaatsen voor Woonarken van de planverbeelding geschrapt en twee nieuwe ligplaatsen bestemd.

20.05

Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 18 april 2024. 20.15

6.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Aalsmeer Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit voorstel is om, samen met gemeente en schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en de ESA, te komen tot een meer planmatige en doelmatige aanpak voor bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen en biedt het houvast voor het maken van lange termijn keuzes. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 18 april 2024.

20.30

7.

Vaststellen bestemmingsplan Waterfront en wijziging begrenzing Beschermd Dorpsgezicht Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het vaststellen van het bestemmingsplan Waterfront zorgt voor actualisering en digitalisering van het nu geldende analoge bestemmingsplan, vertaalt het de verleende omgevingsvergunning van het project ‘Waterfront’ en een aantal nadien verleende vergunningen en verankert het de gewijzigde ligging van het beschermd dorpsgezicht. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 18 april 2024.

21.15

8.

Vragenkwartier

21.30

9.

Sluiting

Signed By: Kabout, L.B. (Bart) <bart.kabout@aalsmeer.nl> 28/02/2024 12:10:54 CET ID: 3958fa38-88f1-4bfb-ab78-7a09b8bdafed Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

Signed By: Simonse, P. (Petra) <petra.simonse@aalsmeer.nl> 27/02/2024 18:04:13 CET ID: 3958fa38-88f1-4bfb-ab78-7a09b8bdafed Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z23-098081

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Esther van der Klis (020) 5404308 e.van.der.klis@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling

27 februari 2024 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365 ws2 Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

gelet op artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet omgevingswet en artikel 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening: a) het bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 met bijbehorende toelichting en bijlagen als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0538.14E-VG01 ongewijzigd vast te stellen; b) te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond die is ontleend aan de Topografie BGT met datum 9 november 2023; Samenvatting

Het voorstel betreft de vaststelling van een nieuw (postzegel-)plan ter plaatse van Oosteinderweg 357 en 365. Hierbij worden twee bestaande ligplaatsen voor woonarken van de planverbeelding geschrapt en twee nieuwe ligplaatsen bestemd. Doel

Het doel van de nieuwe planregeling is om de verplaatsing van twee bestaande arken grenzend aan het aan de Oosteinderweg 357 gevestigde bedrijf naar het naastgelegen perceel mogelijk te maken. Prestatie

Om de voorgenomen verplaatsing van de arken mogelijk te maken, dient een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld. De nieuwe ligplaatsen passen niet binnen het geldende bestemmingsplan. Voorgeschiedenis en context

Burgemeester en wethouders hebben een ontwerpbestemmingsplan met ingang van 1 december 2023 tot en met 11 januari 2024 ter inzage gelegd met de mogelijkheid voor een ieder zienswijzen in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

De verplaatsing van de bestaande ligplaatsen voor woonarken voor permanente bewoning Oosteinderweg 357ws en Oosteinderweg 359ws naar het naastgelegen perceel aan de Oosteinderweg 365 kan worden uitgevoerd in overeenstemming met het beleid voor woonarken. De nieuwe ligplaatsen zijn daarnaast vanuit akoestisch perspectief een verbetering voor de

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

(toekomstige) bewoners, aangezien de geluidbelasting van de in de nabijheid gelegen bedrijven op de nieuwe plek aanzienlijk minder is. Keuzemogelijkheden/alternatieven

Een belangrijk uitgangspunt van het beleid voor woonarken is dat het aantal ligplaatsen niet toeneemt. Daarom worden met het onderhavige plan tegelijkertijd met de bestemming van de nieuwe ligplaatsen de bestaande ligplaatsen van de planverbeelding verwijderd. Participatie

Vanwege de geringe impact van het initiatief op de omgeving is afgezien van inspraak over een voorontwerp van het bestemmingsplan. Het is primair aan de initiatiefnemer de omgeving bij zijn plannen te betrekken. Gedurende de termijn van ter inzagelegging kon een ieder een zienswijze indienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Kantekeningen en risico’s

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat het ontwerp van het bestemmingsplan voor die datum ter inzage is gelegd, is op grond van artikel 4.6 lid 2 van de Invoerings wet Omgevingswet het oude recht (de Wro) van toepassing. Het vastgestelde plan maakt onder deel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Financiën

De kosten voor de gemeente zijn verzekerd door middel van leges. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Het vastgestelde bestemmingsplannen wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tegen het vastgestelde plan staat rechtstreeks beroep open bij de Raad van State. Als het bestemmingsplan onherroepelijk is, kan vergunning verleend worden voor het innemen van de nieuwe ligplaatsen. Evaluatie

Er is geen evaluatie va dit besluit voorzien. Het bestemmingsplan zal worden meegenomen in de transitie naar het definitieve omgevingsplan. Duurzaamheidsaspecten

De toelichting van het bestemmingsplan voorziet in een motivering van duurzaamheidsgerelateerde thema’s zoals water, bodem en geluid. Het plan stelt regels om bepaalde waarden op het gebied van archeologie, ecologie, cultuurhistorie, natuur en landschap te beschermen voor toekomstige generaties. Daarnaast streeft de gemeente Aalsmeer naar een flexibele planregeling waardoor de gebruikers, (binnen het maatschappelijke aanvaardbare) kunnen bewegen. Bijlagen

1. 2.

Raadsbesluit Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 (toelichting met bijlagen, planregels en planverbeelding)

De secretaris,

De voorzitter,

Pagina

drs. Sj. Vellenga

3 van 3

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 27 februari 2024, zaaknummer Z23-098081; gelet op artikel artikel 4.6, lid 2 van de Wet; Invoeringswet omgevingswet en artikel 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening

Besluit

1.

2.

het bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2 met bijbehorende toelichting en bijlagen als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0538.14E-VG01 ongewijzigd vast te stellen; te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond die is ontleend aan de Topografie BGT met datum 9 november 2023

Aldus besloten in de openbare vergadering van 18 april 2024. De plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

REGELS

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Tuin Artikel 4 Water Artikel 5 Water - Permanent Wonen Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 en 3 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Geluidszone - Industrie 50 dB(A) Artikel 10 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2 Artikel 11 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a Artikel 12 Luchtvaartverkeerszone LIB artikel 2.2.3 Artikel 13 Algemene afwijkingsregels Artikel 14 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 15 overgangsrecht Artikel 16 slotregel

3 4 12 13 14 17 19 22 25 26 27 29 30 31 32 33 34 35 36 37

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Oosteinderweg 357ws, 359ws, 365ws1 en 365ws2" van de gemeente Aalsmeer; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.14E-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf: het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming

is. Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aan- en uitbouw: een gebouw aan een hoofdgebouw waarmee het in verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aanlegplaats: een gedeelte van het water door een vaartuig, niet zijnde woonark of woonboot, ingenomen of bestemd om door een vaartuig te worden ingenomen; 1.7 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.8 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.9 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen,

detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.12 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.13 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.14 belemmerde strook: geprojecteerde zone ter weerszijde van de leiding ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding(en). Op deze gronden is het oprichten van bebouwing en het uitvoeren van een aantal werkzaamheden niet zondermeer toegestaan.

De belemmerde strook dient in principe obstakelvrij te blijven; 1.15 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals dat rechtmatig aanwezig is op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.16 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.17 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.19 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij platte daken; 1.20 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.22 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.23 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een

zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.24 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.25 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.26 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.27 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.28 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.29 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.30 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.31 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.32 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht

ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.33 erfafscheiding: een scheiding tussen erven, tuinen en/of openbare ruimten in de vorm van een bouwwerk, dan wel beplanting; 1.34 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw. De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.35 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.36 geluidgevoelige functies: bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.37 geluidgevoelige gebouwen: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.38 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.39 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.40 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q.

het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.41 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.42 hoofdverblijf: het verblijf waar iemand woont, zijnde het woonadres zoals bedoeld wordt in de Wet basisregistratie personen; 1.43 huishouden: een vaste groep personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd samen te leven; 1.44 kajuitboot: elk vaartuig dat is voorzien van een opbouw en/of inbouw, die een hoogte heeft van meer dan 1,60 meter, gemeten vanaf het diepste punt van het scheepsvlak, niet bedoeld voor bewoning; 1.45 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.46 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.47 langzaam verkeer: fiets-, ruiter- en/of

voetverkeer of vaarverkeer, niet zijnde snelvaren;

1.48 ligplaats: een gedeelte van het water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.49 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.50 natuur- en landschapsontwikkeling: ingrepen teneinde natuurlijke processen in gang te zetten, die de natuurlijke en landschappelijke waarden dienen te versterken; 1.51 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; 1.52 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water; 1.53 oever: aan het water grenzende strook land bestaande uit een oevertalud en een horizontaal gebleven oever; 1.54 oevergebruik: Het gebruik van de oever ten behoeve van de buitenruimte bij een woonark en entree tot de woonark.

1.55 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.56 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.57 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.58 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.59 overkapping: een bouwwerk dat geen gebouw is, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een gesloten wand; 1.60 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het

bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil. 1.61 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, woonark, recreatieverblijf of recreatiewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet basisregistratie personen noopt tot inschrijving van bewoners(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Aalsmeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.62 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.63 pleziervaartuig: een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie; 1.64 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.65 reclame-uiting: een op enige

wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.66 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.67 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.68 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.69 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.70 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag;

1.71 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.72 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.73 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.74 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen.

Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.75 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.76 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.77 weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.78 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.79 woonark: drijvend object, in algemene zin niet bestemd of ingericht om te varen,

doorgaans bestaande uit een onderschip of een betonbak met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning, zowel ten behoeve van permanente bewoning als niet-permanente bewoning; 1.80 woonark voor niet-permanente bewoning gelijk aan woonarken voor permanente bewoning, met dien verstande dat er geen sprake is van een permanent verblijf, maar van recreatief gebruik, dat periodiek dient als verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben en uitsluitend tussen de voorgeschreven periode, zoals bepaald in de Ligplaatsenverordening Aalsmeer;

1.81 woonark voor permanente bewoning woonarken die uitsluitend of hoofdzakelijk als woning worden gebezigd of tot woning worden bestemd en dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding en daardoor is aan te merken als wooneenheid (niet zijnde een bijzondere woonvorm) dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding, dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in woonark is ondergebracht; 1.82 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden;

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de hoogte van een woonark vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het woonark, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.10 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel. 2.11 de lengte en breedte van een woonark Tussen de langste lengte en de langste breedte (buitenkant bak) exclusief overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden e.d.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3

Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Tuin (T) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. oever behorende bij de op de planverbeelding aangrenzende ligplaatsen voor woonarken; b. oevergebruik; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en oevervoorzieningen; d. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; e. bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken'; met daaraan ondergeschikt: f. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; g. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bijbehorende bouwwerken bij woonarken Voor het oprichten van bijgebouwen bij woonarken gelden de volgende regels: a. binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 40 m2; b. binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' is per woonark 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2; c.

binnen de aanduidingen 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' is, voor zover deze aanduidingen grenzen aan de bestemming 'Water - Verblijfsrecreatie' per woonark voor niet-permanente bewoning 1 zelfstandig bijbehorend bouwwerk toegestaan met een oppervlakte van niet meer dan 6 m2; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. de afstand van het zelfstandige bijhorend bouwwerk tot de oeverlijn mag niet minder dan 2 meter bedragen. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen te worden opgericht binnen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen woonarken' en 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken'; b. per woonark is maximaal één aanlegplaats toegestaan; c. de maximale oppervlakte van voorzieningen voor woonarken, met uitzondering van de loopplank bedraagt, per woonark 15 m²; d. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 1 meter; e. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 1 meter, gemeten vanaf het waterpeil.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de waterhuishouding; b. de brandveiligheid en rampenbestrijding; c. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend bebouwingsbeeld en de landschappelijke inrichting en inpassing; d. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; c. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; d. voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. als opslag-, laad- en/of losplaats ten behoeve van handelsdoeleinden; g.

het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen, graven, vergroten of herprofileren van watergangen en waterpartijen; b. het aanleggen van dammen, dijken of andere taluds, of het vergraven dan wel ontgraven van bestaande dammen, dijken en taluds c. het ontginnen, verlagen van de bodem, afgraven, ophogen of egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; d. het permanent opslaan van goederen. e. het aanbrengen van drainagesystemen, tenzij het de vervanging van een bestaande drainage betreft; f. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; g. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houden constructies, installaties of apparatuur. 3.5.2 Toegestane werkzaamheden Het in lid 19.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. noodzakelijk zijn in verband met het op de betreffende bestemming gerichte beheer of gebruik van de gronden;

c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning of krachtens een in het kader van de Natuurbeschermingswet vastgesteld beheersplan; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 3.5.3 Voorwaarden voor omgevingsvergunning De in lid 19.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door die werken of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de in 19.1 genoemde doeleinden dan wel waarden van deze gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind, gelet op: a. het belang dat met de ingreep is gediend; b. het waterhuishoudkundig belang (kwantitatief en kwalitatief), met het oog op de waterhuishoudkundige doelstellingen van het betrokken gebied.

Artikel 4

Water

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; b. water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer; c. de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden; d. (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen; e. bruggen en landhoofden; f. verkeer op het water; g. aanlegplaatsen; met de daarbij behorende: h. bouwwerken; i. al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud; j. keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding; met daaraan ondergeschikte: k. openbare nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen (aanleg)steigers en gebouwen zijnde; b. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van het bijzondere gebruik, als bedoeld in artikel 4.1 onder i. en k. van deze planregels; andere gebouwen zijn niet toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen (aanleg)steigers en gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen; b.

de hoogte van andere bouwwerken, geen (aanleg)steigers en gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen; c. bootoverkappingen zijn niet toegestaan. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. doorvaart; d. de waterhuishouding; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; g. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;

h. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Aanleg- en ligplaatsen Op de gronden als bedoeld in 4.1 van dit artikel is het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats ten behoeve van pleziervaartuigen, uitgezonderd kajuitboten, mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemmingen 'Tuin'; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als tijdelijke aanlegplaats zoals aangewezen in de Algemene Plaatselijke Verordening Aalsmeer; c. de regels onder c. tot en met f. vinden toepassing met inachtneming van een vrije doorvaartbreedte van minimaal 4,5 meter. 4.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1., eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats voor bedrijfsschepen c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats ten behoeve van kajuitboten d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats ten behoeve van pleziervaartuigen in afwijking van artikel 4.4.1 onder a,b en c; e.

het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van permanente bewoning; f. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken voor niet-permanente bewoning.

Artikel 5

Water - Permanent Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Permanent Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een ligplaats ten behoeve van één woonark voor permanente bewoning, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woonark; b. water; c. waterberging; d. waterhuishouding; met de daarbij behorende: e. voorzieningen van algemeen nut; f. voorzieningen voor woonarken; g. aanlegplaatsen; h. erf- en terreinafscheidingen. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen van woonarken geldt de volgende bepaling: a. woonarken dienen minimaal volledig binnen het bestemmingsvlak gelegen te zijn dan wel het bestemmingsvlak volledig te benutten; b. de woonark mag maximaal 18x6x5 meter bedragen (lxbxh); c. de woonark grenzend aan een bestemmingsvlak 'Tuin' met een aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken' mag maximaal 15x5x4,5 meter bedragen (lxbxh); d. de afstand tot de naastgelegen woonarken dient aan alle zijden tenminste 5 meter te zijn; e. de maximale afstand van de woonark tot de insteek van het water bedraagt 1 meter; 5.3 Voorwaarden m.b.t.

het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 5.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor bouwen kan slechts worden verleend indien voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de vigerende Nota Parkeernormen Aalsmeer. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.3.3 Afwijken van de regels Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden

gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 23.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 5.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 23.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 5.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 5.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 23.2 onder e. sub IV bij vervanging van de bestaande ark indien: a. er zwaarwegende gronden zijn om af te wijken van de voorgeschreven maatvoering; b. de maximaal afwijkende afmetingen van de woonark niet meer te bedragen dan de afwijkende afmetingen, zoals opgenomen in bijlage 2; c.

de afwijkende afmeting ruimtelijk inpasbaar zijn indien deze woonark grenst een bestemmingsvlak 'Tuin' met een aanduiding 'specifieke vorm van tuin - bijgebouwen 1 woonarken'. 5.5 Specifieke gebruiksregels 5.5.1 Aan-huis-gebonden beroep en of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 5.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; c.

het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens anders dan woonarken;

d. voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. als opslag-, laad- en/of losplaats ten behoeve van handelsdoeleinden; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2 en 3

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1, 2 en 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Zie voor een overzicht van de archeologische gebieden in Aalsmeer de bij de plantoelichting behorende bijlage 4. 6.2 Bouwregels Op de in lid 29.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'waarde archeologie 2' de bodemingrepen daardoor tot een maximale diepte van 0,40 meter reiken én het bouwwerk een oppervlakte van maximaal 50 m2 bedraagt; b. ter plaatse van de aanduiding 'waarde archeologie 3' de bodemingrepen daardoor tot een maximale diepte van 0,40 meter reiken én het bouwwerk een oppervlakte van maximaal 500 m2 bedraagt; c. het bepaalde onder a. tot en met c. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 29.2 lid a. tot en met c. voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 6.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder 29.4.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

6.3.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.4.2 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologie 1, 2 en 3' bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g.

het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. voor de onder a t/m h genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen: I. dieper dan 40 cm én groter dan 50 m2 binnen de aanduiding 'waarde archeologie 2'; II. dieper dan 40 cm én groter dan 500 m2 binnen de aanduiding 'waarde archeologie 3'. 6.4.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 29.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 6.4.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 29.4.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.

6.4.4 Voorwaarden Indien uit het onder 29.4.3 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4.5 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 29.4.2 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt een archeologische deskundige om advies gevraagd.

6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan met toepassing van artikel 3.6 lid 1, sub a Wro te wijzigen door de bestemming 'Waarde-Archeologie' te wijzigen in een ander regime, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat in de betreffende gronden een hogere of lagere archeologische verwachting aanwezig is. 6.6 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de inrichting van de gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van deze bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Algemene regels ten aanzien van bestaande maten a. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die meer bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als maximaal toelaatbaar worden aangehouden; b. de op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan bestaande afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die minder bedragen dan in de bestemmingsregels is voorgeschreven, mogen als minimaal toelaatbaar worden aangehouden; c. het bepaalde onder a. en b. van deze planregels is uitsluitend van toepassing op bouwwerken die zijn gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. voorts is in geval van herbouw het bepaalde onder a. en b. van dit artikel slechts van toepassing indien de herbouw geschiedt op dezelfde plaats en de afwijking van de bestemmingsregels niet wordt vergroot; e. het bepaalde onder a. t/m d. geldt niet voor woonarken. 8.2 Toegelaten overschrijdingen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bestemmings-, bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=c3559490-e5bf-4597-9902-d1c4f7d119d9