Agendabundel
Tekst van het document
Bij (de uitvoering van) het onderhavige plan en de beoogde ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met het beleid en de Waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR). Het onderhavige plangebied ligt niet binnen de beschermingszones van een waterkering. Elke demping van water dient voor 100% te worden gecompenseerd binnen het peilgebied. Bij een toename van verharding met meer dan 500 m2 dient binnen het betreffende peilgebied 15% van het extra verhard oppervlak als open water te worden gecompenseerd. Het gaat om bestaande gebouwen en daarmee is er geen toename van verhard oppervlak. Grondwater Het maaiveld wordt niet verlaagd, en het grondwaterpeil ligt doorgaans 1 meter onder maaiveld. Aangezien er bij de nieuwbouw tevens geen (semi)verdiepte delen worden gerealiseerd die nabij de grondwaterstand zitten, is het grondwater geen aandachtspunt of belemmering voor het onderhavige plan. Conclusie Met het onderhavige plan is er geen sprake van functies en activiteiten die, per saldo, leiden tot een aantasting van de waterhuishouding. Het aspect water is geen belemmering voor het onderhavige TAM omgevingsplan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
26
4 Klimaatadaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland voor 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Een van de onderdelen is het benutten van meekoppelkansen bij andere grote ruimtelijke opgaven, zoals nieuwbouw, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De inzet van dit Deltaplan is om bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de kansen voor een klimaatbestendige inrichting te gebruiken. Klimaatverandering kan leiden tot schade en slachtoffers, met als uiteindelijk gevolg verslechtering van de economische concurrentiepositie. Voorbeelden hiervan zijn overstromingen en wateroverlast door extreme buien, hittestress, droogte en andere weersomstandigheden (bijvoorbeeld harde wind of een toename van blikseminslag). Het is daarom van belang dat de effecten die door klimaatverandering kunnen optreden bij een ruimtelijke ontwikkeling in het proces wordt meegewogen, zodat in een vroeg stadium maatregelen kunnen worden getroffen om veiligheid te borgen en eventuele schade te beperken. <0000>
<0000>
Overige gemeentelijke beleidsdocumenten die het toetsingskader bepalen zijn: De Agenda en actieplan klimaatadaptatie Aalsmeer 20212026: hierin staat beschreven hoe Aalsmeer zich kan voorbereiden op en aanpassen aan het veranderende klimaat. Hierin staat onder andere dat de gemeente Aalsmeer nieuwe integrale gebiedsontwikkelingen een bui van 70 mm/uur leidend is. Deze hoeveelheden water moeten kunnen worden afgevoerd zonder dat overlast ontstaat. GRP Aalsmeer 20212026: het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de periode 20212026 omvat de rioleringszorg voor Aalsmeer.
Nationale maatlat klimaatadaptatie NoordHolland en de Metropoolregio Amsterdam hebben een bouwopgave van zo’n 325.000 woningen tot 2050. De opgave is deze nieuwbouwlocaties zo te realiseren dat zij voorbereid zijn op de steeds extremere weersomstandigheden: het risico op hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen ten gevolge van de wereldwijde klimaatverandering. Om richting te geven aan deze opgave is een Basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw opgesteld voor de Metropoolregio Amsterdam en de provincie NoordHolland. Het basisveiligheidsniveau bestaat uit uitgangspunten en doelvoorschriften voor nieuwbouw (gebiedsontwikkeling) op de thema’s wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuur inclusief bouwen. Het beschrijft een totaalpakket aan doelvoorschriften waar nieuwbouw binnen de Metropoolregio Amsterdam en provincie NoordHolland aan zou moeten voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie De basis van regelgeving voor klimaatadaptatie is het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. De stresstesten, risicodialogen en de uitvoeringsagenda’s zijn hier onderdeel van.
Relevantie plangebied Het voorliggende TAMomgevingsplan maakt 3 nieuwe woningen, klein aannemingsbedrijf, ateliers, skischool, dansschool en een fitnesscentrum mogelijk in bestaande gebouwen. Het aspect klimaat speelt daarom geen rol in het TAM omgevingsplan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
27
5 Duurzaamheid en energie De kaders duurzaamheid Aalsmeer zijn vastgesteld door de gemeenteraad in december 2016. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Aalsmeer streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die er worden gemaakt. Hierbij zijn drie focusgebieden benoemd: 1. Aalsmeer is fossielonafhankelijk in 2040; 2. Aalsmeer heeft een circulaire economie in 2040; 3. en iedereen kan meedoen in Aalsmeer (inclusieve samenleving). Belangrijk aandachtspunt is bij nieuwbouw en renovatie dat energiegebruik zoveel mogelijk gereduceerd wordt door o.a. isolatie en efficiënt inzetten van installaties. Daarnaast is aandacht voor duurzame energieopwek gewenst. Dit wordt binnen het Bouwbesluit getoetst. De gemeente hecht er aan dat voor bewoners de mogelijkheid wordt geboden zelf verdergaande maatregelen te treffen waarmee energieneutraliteit te bereiken is. Voor projecten wordt aanbevolen het aanbrengen van zonnepanelen en zonwering mee te ontwerpen in gebouwen. De Wet VET, juli 2018, maakt dat voor klein verbruikersaansluitingen geen aansluiting meer op het aardgasnet mogelijk is. Binnen het plangebied zijn voor toepassing van bodemenergie geen belemmeringen voorzien. Het (wijzigings)besluit Bodemenergie en de Waterwet vormen bij toepassing van bodemenergie het wettelijk kader. Een collectieve WKO kan eventueel bijdragen aan het behalen van de ambitie fossielonafhankelijk.
Voor alle nieuwbouw gelden vanaf 1 januari 2021 de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Relevantie plangebied Het gaat hier om bestaande gebouwen waar het gebruik planologisch, maar niet feitelijk, wordt gewijzigd. Er kunnen daarom geen duurzaamheidsmaatregelen worden afgedwongen.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
28
6 Natuur Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Doel van deze wet is onder andere de bescherming van soorten en leefgebieden als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Omgevingswet beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen voor de andere soorten. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het gaat hier om bestaande panden waarbij het feitelijk gebruik wordt gelegaliseerd. Er is daarom geen onderzoek naar beschermde diersoorten en planten nodig.
Er is een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Hieruit blijkt dat de stikstofuitstoot niet zal toenemen.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
29
7 Archeologie en cultureel erfgoed Archeologie Volgens het vigerende (tijdeljke) omgevingsplan is er alleen archeologisch onderzoek nodig wanneer er sprake is van een ontgraving. Het gaat om wijziging van het gebruik van bestaande panden. Dat betekent dat er geen grond wordt ontgraven. De vigerende dubbelbestemming archeologie wordt overgenomen in het TAM omgevingsplan. Cultuurhistorie Na de droogmaking van de Oosteinderpoel is de Aalsmeerderweg aangelegd in1866. De Aalsmeerderweg heeft van de linten het breedste wegprofiel. De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat naast de weg de spoorlijn AalsmeerBovenkerk was gelegen. Het baanvak AalsmeerOost, dat voor het goederenvervoer niet meer nodig was, werd in 1951 opgebroken en gesloten. Het spoorlijntje AalsmeerAalsmeeroost werd in 1972 gesloten. Op het voormalige spoorlijn tracé ligt nu een vrij liggend fietspad. Langs deze weg liggen (aan beide zijden) diverse (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die nog herinneren aan de vroegere agrarische functie van dit gebied. Steeds meer agrarische bedrijven maken plaats voor andere vormen van bedrijvigheid, of woonbebouwing (waaronder de nieuwe woonwijk NieuwOosteinde). Het gebied gelegen tussen de Kerkweg en de Legmeerdijk kenmerkt zich door delen waar nog geen gesloten lint aanwezig is.
Op een aantal locaties steekt de bedrijfsbebouwing door het lint heen, waardoor het woonlint wordt onderbroken. Het Oosteinderweggebied betreft veengronden met een strokenverkaveling uit de 17de eeuw. De menselijke ingrepen en het gebruik van de percelen kenmerken de cultuurgronden van het Bovenland. Het ophogen van veengronden met de zogeheten ‘toemaak’ is niet zeldzaam. Het opvaren van gronden is kenmerkend voor het landgebruik/behoud van de veengronden ten noorden en zuiden van Aalsmeer. De opgevaren gronden zijn door de hogere ligging, strookvormige verkaveling en het contrast met de omliggende polders duidelijk herkenbaar. De samenhang met de oorspronkelijke ontginningsas; de huidige Oosteinderweg, is goed herkenbaar, evenals de samenhang met de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Het gebied van de nietverveende en hogere landen (Bovenlanden) rond de oude ontginningslinten van de Uiterweg en de (verdwenen) Westeinderdijk, tussen de kleine en de grote poel, zijn onderscheidende deelgebieden met een hoge cultuurhistorische waarde. Het Uiterweggebied is reeds in een vroeg stadium verkaveld. De ontginningen hebben plaatsgevonden vanaf opgehoogde kaden, waarlangs ook de woningen zijn gesitueerd. Loodrecht op de parallel aan de vroegere oever van de Haarlemmermeer lopende kaden liggen smalle, langgerekte kavels, met daartussen sloten voor de ontwatering.
Door het baggeren van de sloten en afkalving van de randen, zijn relatief brede sloten ontstaan. De vele kopsloten tussen Ringvaart en Uiterweg enerzijds en tussen de poelen en de Uiterweg anderzijds vormen een kenmerkende landjesstructuur. Deze structuur is ook duidelijk aanwezig in het plangebied. Binnen de ‘kamstructuur’ van water en land zijn in het omliggende plassengebied ook enkele doorgaande waterverbindingen aanwezig tussen de poelen en Ringvaart. Het gebied van Schinkeldijkje wordt op de kaart aangeduid als Veenpolderlandschap. Als gevolg van de ontginningen in het veengebied ontstonden in de 11e eeuw de veenweidegebieden. De ontwatering vond plaats door veenstromen. In verschillende veengebieden is veen afgegraven en ontstonden veenplassen. Het gebruik van de veenpolders is met name grasland. Veel NoordHollandse polders zijn ingericht als vaarpolders vandaar de aanwezigheid van trekvaarten. Door de voortdurende bodemdaling legde men dijken aan. De bewoning werd tot aan de dijk opgezocht; zo ontstonden de dijkdorpen. Rondom Zaandam is het industrieel erfgoed kenmerkend voor dit type landschap. De vechtplassen vormen het grootste afgegraven veengebied in Nederland. In de Eilandspolder is de veenstructuur met veenstroompjes erg goed waarneembaar. Het eilandenrijk, plasjesland en slotenland zijn alle drie grote veenpolders.
Eilandenrijk, plasjesland en slotenland zijn verschillende karakters van het waterland. Het eilandenrijk wordt omgeven door droogmakerijen, plasjes land is rijk aan plassen en slotenland is een aaneenschakeling van slootjes en landerijen. Relevantie plangebied Archeologie en cultuurhistorie zijn geen belemmeringen voor het voorliggende TAM omgevingsplan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
30
8 Geluid De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt, voor spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen, zijn grondslag in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Omgevingswet, met betrekking tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn standaardwaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies opgenomen. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om af te wijken. Voor deze waarden van de geluidsbelasting geldt dat deze lager dienen te zijn dan de grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Van alle te legaliseren functies is alleen de dansschool de functie die geluid produceert door gebruik te maken van muziek. De activiteiten van de dansschool vinden inpandig plaats. Daarnaast ligt de dichtsbijzijnde woning op ca 30 meter afstand. Het betreft gemengd gebied, wat betekent dat de richtafstand 10 meter is. De woning ligt dus op een grotere afstand dan de richtafstand. Indien er wordt voldaan aan de richtafstand mag men uitgaan van een aanvaardbaar woon en leefklimaat en is er geen akoestisch onderzoek vereist. Hornweg 97a ligt op een te korte afstand van bestaande bedrijven en een bedrijvenbestemming waar bedrijven met milieucategorie 3.2 mogelijk zijn.
Er is daarom akoestisch onderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat er afgeweken kan worden van de richtafstanden. Geluidsonderzoek Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van Hornweg 97a (zie bijlage 1). Het doel van het akoestisch onderzoek is om de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken. De locatie Hornweg 97a is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de gemeenteweg Hornweg en de provinciale weg Burgemeester Brouwerweg. Daarnaast ligt het deel op een bedrijventerrein en moet worden nagegaan wat de geluidsbelasting van de bestaande bedrijven is op de woning. Wegverkeer Uit de resultaten volgt dat het geluid door gemeentewegen op de grens van het bouwvlak ten hoogste 46 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 Lden. Berekend volgens de rekenvoorschriften uit de Wet geluidhinder bedraagt het geluid door de provinciale weg N201 op de grens van het bouwvlak ten hoogste 48 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Bedrijven Het plangebied valt binnen de richtafstanden volgens de VNG hindercontouren (editie 2009) van de twee naastgelegen bedrijven (Hornweg 95 en Hornweg 101kwek). Momenteel zijn hier geen bedrijven gevestigd en de realisatie van de woning zal dus geen belemmering veroorzaken op huidig gebruik.
Om ruimte te houden voor categorie 2 bedrijven is bij de bepaling van het gecumuleerde en gezamenlijke geluid rekening gehouden met geluid van 55 dB(A) ten gevolge van elk bedrijf bij de gevels van de beoogde woning. Geluid van de luchtvaart Het geluid van luchtvaart op de beoogde woning bedraagt tussen de 60 en 61 dB. Gecumuleerde en gezamenlijke geluidbelasting Het hoogst berekende gecumuleerde geluid bij de beoogde woning bedraagt 68 dB, wat de beoordeling “slecht” volgens de methode Miedema oplevert. Aangezien het hier gaat om een bestaande legale woning onder het overgangsrecht (dus geen nieuwe ontwikkeling) wordt het geluid als aanvaardbaar beschouwd. Het hoogst berekende gezamenlijke geluid bij de beoogde woning bedraagt 63 dB. Zowel het gecumuleerde als het gezamenlijke geluid wordt hoofdzakelijk bepaald door het geluid van luchtvaart.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
31
Conclusie Het onderdeel geluid is geen belemmering voor dit TAM omgevingsplan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
32
9 Schaduwwerking Het gaat om bestaande gebouwen waarvoor het gebruik wordt gewijzigd. Er is daarmee geen sprake van (nieuwe) schaduwwerking.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
33
10 Luchtkwaliteit In de artikel 5.54 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is opgenomen wanneer er sprake is van NIBM bijdragen. Daar is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. Plangebied Het onderhavige plan omvat 3.woningen. Met dit aantal woningen zal het plan niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Dit kan worden geconstateerd op grond van de artikel 5.54 Besluit kwaliteit leefomgeving. De huidige luchtkwaliteit ter plaatse van de onderhavige locatie is ruim voldoende zodat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie Er is ten aanzien van het onderhavige plan sprake van 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met NIBM bijdragen wordt voldaan aan de eisen van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Er is bij het plan geen relevant effect op de luchtkwaliteit.
Tevens is de huidige luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied ruim voldoende. De luchtkwaliteit, of een geringe verandering daarvan, vormt geen belemmering voor het onderhavige TAM omgevingsplan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
34
11 Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat om de risico's van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Onder omgevingsveiligheid vallen ook de risico's door luchthavens en windturbines. In paragraaf 5.1.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de algemene bepalingen met betrekking tot het waarborgen van de veiligheid opgenomen. Hieruit volgt dat in een omgevingsplan voor risico's van branden, rampen en crises, rekening wordt gehouden met het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn drie aspecten van belang, het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden en het groepsrisico (GR). Plangebied Met dit TAMomgevingsplan worden 3 kwetsbare mogelijk gemaakt in bestaande gebouwen. Kwetsbare gebouwen moeten worden beschermd tegen externe veiligheidsrisico’s. In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico. Het plangebied ligt ook niet in een aandachtsgebied van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De betreffende percelen vallen in zone 5 van het LIB.
Verantwoording hierover is terug te vinden in paragraaf 3.2.4. Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering voor het voorliggende TAM omgevingsplan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
35
12 Verkeer en parkeren Oosteinderweg 261e Het betreft hier een bestaand pand waarvoor in het verleden een omgevingsvergunning is verleend voor 5 appartementen. Met dit TAM omgevingsplan worden 2 extra appartementen toegevoegd, waar een bepaalde parkeervraag en een lichte toename van verkeersbewegingen bij hoort. Het gaat hierbij om 3 parkeerplaatsen en om 14 (7 per woning) verkeersbewegingen per etmaal. De 3 extra benodigde parkeerplaatsen zijn te vinden in de openbare ruimte aan de Pontweg. De lichte toename van 14 verkeersbewegingen per etmaal op de Oosteinderweg levert geen probleem op. Schinkeldijkje 16N, 16R en 16K Het betreft hier een bestaand bedrijfsverzamelgebouw. Volgens de staat van bedrijfsactiviteiten zijn er bedrijven mogelijk die een grotere parkeervraag hebben dan de nieuwe functies (Dansschool, skischool en fitnesscentrum) en die nog niet aanwezig zijn. Op basis hiervan zouden er dus al voldoende beschikbare parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Daarnaast zijn de meeste aanwezige bedrijven alleen aanwezig tijdens kantooruren. De activiteiten van de functies die worden toegevoegd met dit TAM omgevingsplan vinden vooral plaats in de avonduren en in het weekend. Dit betekent dat de parkeervraag van de nieuwe functies opgevangen kunnen worden door dubbelgebruik.
Aalsmeerderweg 230A Het betreft hier het gebruik van een bestaande oude kas voor ateliers binnen de bestemming wonen. De nieuwe functie 'ateliers' heeft een groter parkeervraag dan in de huidige siutatie. Het gebruik is vergelijkbaar met een bedrijfsfunctie (arbeidsextensief) waarbij de parkeervraag 1 parkeerplaats per 100 m2 bvo is. De oude kas is ca 2100 m2. Dat betekent een extra parkeervraag van 21 parkeerplaatsen die beschikbaar zijn op het bijbehorende perceel. Aalsmeerderweg 175 Het betreft hier een klein aannemingsbedrijf in het bijgebouw bij een woning in het lint. De parkeervraag (3 parkeerplaatsen/ 1 parkeerplaats per 100 m2 bvo) die bij de nieuwe functie hoort kan worden opgevangen op eigen terrein. De lichte toename van het extra verkeer (7 mvt/etmaal) kan op een verkeersveilige manier worden afgewikkeld op de Aalsmeerderweg. Hornweg 97A. Dit betreft een woning die onder het overgangsrecht valt en daarmee legaal is. De benodigde parkeerplaats van 2 parkeerplaatsen kan worden opgevangen op eigen terrein. De lichte toename van het extra verkeer (7 mvt/etmaal) kan op een verkeersveilige manier worden afgewikkeld op de Aalsmeerderweg.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
36
HOOFDSTUK 4 FINANCIELE HAALBAARHEID
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
37
1 Financieel economische haalbaarheid Het uitvoeren van het project heeft geen financiële gevolgen voor de gemeente. De financiële verantwoordelijkheid voor het project en het daarbij horende risico wordt volledig gedragen door de eigenaren. De economische uitvoerbaarheid van het plan is hiermee verzekerd.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
38
2 Kostenverhaal Ingevolge artikel 8.13 Omgevingsbesluit is hier geen sprake van een aangewezen kostenverhaalsactiviteit. Dit betekent dat er geen kosten verhaald moeten worden en er is daarom geen anterieure overeenkomst gesloten met de eigenaren op grond van artikel 13.13 lid 1 Omgevingswet.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
39
3 Nadeelcompensatie Oosteinderweg 261e Het gaat hierbij om een bestaand gebouw waarbij de bouwmassa hetzelfde blijft. Er worden 2 extra appartementen mogelijk gemaakt in het bestaande gebouw. Er is daarmee geen sprake van directe nadeelcompensatie. Indirecte nadeelcompensatie gaat over vermindering van waarde van omliggende woningen en bedrijven. En het gaat dan om schade die boven het normaal maatschappelijk risico van 4% van de wozwaarde uitkomt. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: <0000> Geluidstoename (verkeer) <0000> Schaduwvorming (hoge gebouwen) <0000> Uitzichtverlies <0000> Lichthinder <0000> Privacy vermindering De aspecten schaduwvorming, lichthinder, privacy vermindering en uitzichtverlies spelen hier geen rol aangezien het gaat om een bestaand gebouw. Geluidstoename door 14 extra verkeersbewegingen per etmaal op de Oosteinderweg is verwaarloosbaar. Er is daarmee geen sprake van nadeelcompensatie door het toevoegen van 2 appartementen in het bestaande woongebouw. Schinkeldijkje 16N, 16R en 16K Het gaat hierbij om een bestaand gebouw waarbij de bouwmassa hetzelfde blijft. Er worden 3 extra functies mogelijk gemaakt in de 2 bestaande bedrijfsverzamelgebouwen (totaal ca 400 m2 bvo). Er is daarmee geen sprake van directe nadeelcompensatie. Indirecte nadeelcompensatie gaat over vermindering van waarde van omliggende woningen en bedrijven.
En het gaat dan om schade die boven het normaal maatschappelijk risico van 4% van de wozwaarde uitkomt. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: <0000> Geluidstoename (verkeer) <0000> Schaduwvorming (hoge gebouwen) <0000> Uitzichtverlies <0000> Lichthinder <0000> Privacy vermindering <0000> omzetverlies in het geval van een bedrijf De aspecten schaduwvorming, lichthinder, privacy vermindering en uitzichtverlies spelen hier geen rol aangezien het gaat om een bestaand gebouw. Deze nieuwe functies hebben geen invloed op de omzet van bestaande bedrijven in de bedrijfsverzamelgebouwen en daarmee is er geen sprake van omzetverlies. Geluidstoename door ca 66 extra verkeersbewegingen per etmaal (gemiddeld voor deze functies 23 mvt/etmaal per 100 m2 bvo minus 6,5 mvt/etmaal gemiddeld voor een bedrijfsverzamegebouw per 100 m2 bvo) op het Schinkeldijkje is verwaarloosbaar. Zeker gezien er parallel aan de ventweg Schinkeldijkje er een provinciale weg ligt met een grote geluidsbelasting. Er is daarmee geen sprake van nadeelcompensatie door het toevoegen van 3 nieuwe functies in de 2 bestaande bedrijfsverzamelgebouwen. Aalsmeerderweg 230A Het gaat hierbij om een bestaand gebouw waarbij de bouwmassa hetzelfde blijft. Er worden ateliers mogelijk gemaakt in het bestaande gebouw. Er is daarmee geen sprake van directe nadeelcompensatie.
Indirecte nadeelcompensatie gaat over vermindering van waarde van omliggende woningen en bedrijven. En het gaat dan om schade die boven het normaal maatschappelijk risico van 4% van de wozwaarde uitkomt. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: <0000> Geluidstoename (verkeer) <0000> Schaduwvorming (hoge gebouwen) <0000> Uitzichtverlies <0000> Lichthinder <0000> Privacy vermindering De aspecten schaduwvorming, lichthinder, privacy vermindering en uitzichtverlies spelen hier geen rol aangezien het gaat om een bestaand gebouw. Er is sprake van ca 10 ateliers met gemiddels 20 verkeersbewegingen per etmaal. Geluidstoename door ca 20 extra verkeersbewegingen per etmaal
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
40
op de Aalsmeerderweg is verwaarloosbaar. Er is daarmee geen sprake van nadeelcompensatie door het toevoegen van de functie ateliers in het bestaande woongebouw. Aalsmeerderweg 175 Het gaat hierbij om een bestaand gebouw waarbij de bouwmassa hetzelfde blijft. Er wordt een klein aanemingsbedrijf mogelijk gemaakt in het bestaande gebouw. Er is daarmee geen sprake van directe nadeelcompensatie. Indirecte nadeelcompensatie gaat over vermindering van waarde van omliggende woningen en bedrijven. En het gaat dan om schade die boven het normaal maatschappelijk risico van 4% van de wozwaarde uitkomt. Hierbij spelen de volgende aspecten een rol: <0000> Geluidstoename (verkeer) <0000> Schaduwvorming (hoge gebouwen) <0000> Uitzichtverlies <0000> Lichthinder <0000> Privacy vermindering De aspecten schaduwvorming, lichthinder, privacy vermindering en uitzichtverlies spelen hier geen rol aangezien het gaat om een bestaand gebouw. Geluidstoename door 7 extra verkeersbewegingen per etmaal (2,4 mtv/etmaal per 100 m2 bvo) op de Aalsmeerderweg is verwaarloosbaar. Er is daarmee geen sprake van nadeelcompensatie door het toevoegen van een klein aannemingsbedrijf in het bestaande woongebouw. Hornweg 97A. De afstand van Hornweg 97a ten opzichte van de bestemming bedrijf wijkt af van de bijbehorende richtafstanden.
Er moet daarom worden nagegaan of er daardoor sprake is van nadeelcompensatie voor de eigenaren van de nabj gelegen grond. Er is daarom voor Hornweg 97a een risicoanalyse nadeelcompensatie uitgevoerd (zie bijlage 4). Hieruit komt dat er in principe geen sprake is van nadeelcompensatie. Alleen weet men nog niet of het overgangsrecht onder de Wro gelijk is aan het overgangsrecht onder de Omgevingswet. Er zijn hierover nog geen uitspraken. In het geval het overgangsrecht niet hetzelfde is als onder de Wro is er sprake van nadeelcompensatie (worstcasescenario). In dit worstcasescenario kan dat leiden tot een nadeelcompensatie van € 137.600,=.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
41
4 Juridische haalbaarheid Het voorliggende TAMomgevingsplan voldoet aan alle wet en regelgeving en er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het voorligende plan is daarmee een juridisch haalbaar plan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
42
HOOFDSTUK 5 HOOFDSTUK 5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
43
1 Participatie Het concept ontwerp TAM omgevingsplan heeft voor participatie ter inzage gelegen van 13 juni t/m 24 juli 2025. Er zijn geen reacties ontvangen.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
44
2 Vooroverleg In het kader van het vooroverleg is het concept ontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 19 mei 2025. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen 3 weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van NoordHolland 2. Hoogheemraadschap van Rijnland 3. Waternet 4. Brandweer Amstelland De instanties onder 2 t/m 3 hebben niet gereageerd of te kennen gegeven, dat zij geen opmerkingen hebben, dan wel dat het ontwerp onderwerpen raken waarbij deze instanties belang hebben. Instanties 1 en 4 hadden geen opmerkingen op het plan.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
45
3 Vaststellingsprocedure 3.1 Zienswijzen Het ontwerp TAMomgevingsplan heeft ter inzage gelegen van 10 oktobet tot en met 20 november 2025. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
46
HOOFDSTUK 6 CONCLUSIE Het plan voldoet aan de instructieregels van het Rijk en de Provincie, de visie en beleid van het Rijk, Waterschappen, Provincie en de gemeente. Verder voldoet het aan alle milieuaspecten. Het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
47
Motivatie TAM omgevingsplan hfd 22E Verzamelplan Aalsmeer deel 2
48
Akoestisch onderzoek functiewijziging Hornweg 97A in Aalsmeer 21 augustus 2025
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Verantwoording Titel
Akoestisch onderzoek functiewijziging Hornweg 97A in Aalsmeer
Opdrachtgever
Gemeente Aalsmeer
Projectleider
Jean-Pierre van Mulken
Auteur(s)
Jo-anne Drost – Kragt en Katherine Mesdag
Tweede lezer
Jean-Pierre van Mulken
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Aantal pagina’s
26 (exclusief bijlagen)
Datum
21 augustus 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/26
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Inhoud 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 5
1.2
Ligging plangebied en voorgenomen ontwikkeling ............................................................ 5
Uitgangspunten ......................................................................................................................... 6 2.1
Documenten, tekeningen en overige data ......................................................................... 6
2.2
Rekenmodel ....................................................................................................................... 6
Geluid van wegverkeer .............................................................................................................. 7 3.1
Beoordelingskader wegverkeer .......................................................................................... 7
3.1.1
4
Overgangsbepalingen geluid bij provinciale wegen zonder gpp’s .............................. 8
3.2
Verkeersgegevens ............................................................................................................. 8
3.3
Rekenmethode ................................................................................................................... 8
3.4
Resultaten wegverkeer ...................................................................................................... 9
3.4.1
Geluid van gemeentewegen ....................................................................................... 9
3.4.2
Geluid van provinciale weg volgens Wgh ................................................................... 9
Geluid van bedrijven ................................................................................................................ 10 4.1
Hindercontouren VNG publicatie editie 2009 ................................................................... 10
4.2
Beoordelingskader bedrijven ............................................................................................ 11
5
Geluid van luchtvaart ............................................................................................................... 12
6
Gecumuleerd en gezamenlijk geluid ....................................................................................... 13 6.1
Gecumuleerd geluid ......................................................................................................... 13
6.1.1 6.2
Gezamenlijk geluid ........................................................................................................... 14
6.2.1 7
Resultaten gecumuleerd geluid ................................................................................ 13
Resultaten gezamenlijk geluid .................................................................................. 14
Samenvatting en conclusies .................................................................................................... 15 7.1
Geluid van wegverkeer .................................................................................................... 15
7.2
Geluid van bedrijven ........................................................................................................ 15
7.3
Geluid van luchtvaart ....................................................................................................... 15
7.4
Gecumuleerd en gezamenlijk geluid ................................................................................ 15
3/26
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Bijlage 1
Algemene begrippenlijst
Bijlage 2
Figuren rekenmodel
Bijlage 3
Invoergegevens rekenmodel
Bijlage 4
Rekenresultaten gemeentewegen
Bijlage 5
Rekenresultaten provinciale weg Whg
Bijlage 6
Rekenresultaten provinciale weg Ow
Bijlage 7
Rekenresultaten gecumuleerd en gezamenlijk geluid
4/26
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Het voornemen is om de functie van de het perceel aan de Hornweg 97A in Aalsmeer om te zetten van bedrijf naar wonen. Voor deze functiewijziging is een akoestisch onderzoek naar de omliggende bedrijven, wegverkeer en luchtvaart benodigd. De gemeente Aalsmeer heeft aan TAUW opdracht verleend om dit akoestisch onderzoek uit te voeren. Het doel van het onderzoek is om het geluid vanwege de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken.
1.2
Ligging plangebied en voorgenomen ontwikkeling
De functiewijziging betreft het perceel aan de Hornweg 97A in Aalsmeer. Dit terrein bevindt zich op bedrijventerrein Green Park in Aalsmeer. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied in de omgeving weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging plangebied (aangegeven met +)
De algemene uitgangspunten die bij het onderzoek zijn gehanteerd zijn opgenomen in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het geluid ten gevolge van wegverkeer. Hoofdstuk 4 beschouwd het geluid door bedrijven en hoofdstuk 5 maakt het geluid door luchtvaart inzichtelijk. Hoofdstuk 6 behandeld het gecumuleerd en gezamenlijk geluid en tot slot worden in hoofdstuk 7 een samenvatting en conclusies gegeven.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
2 Uitgangspunten 2.1
Documenten, tekeningen en overige data
Voor het onderzoek zijn de volgende gegevens toegepast:
Verkeersgegevens van de gemeentewegen en de N201 voor het prognosejaar 2030, zoals aangeleverd door de gemeente Aalsmeer op 10 juni 2025 Gevoerd overleg relevante bedrijven gemeente Amstelveen
Tekening plangebied zoals aangeleverd door de gemeente Aalsmeer op 26 mei 2025 Geluidbeleid bij nieuwe ontwikkelingen Aalsmeer, vastgesteld op 3 april 2025 Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) ten behoeve van gebouwen in de naaste
omgeving TOP10NL Basisregistratie Topografie (BRT) ten behoeve van bodemgebieden in de naaste omgeving
2.2
Rekenmodel
Van het plangebied en de directe omgeving zijn twee rekenmodellen opgesteld met behulp van het programma Geomilieu versie V2024.2 revisie 1. In de rekenmodellen is uitgegaan van de volgende rekenparameters:
Bodemfactor grasland, begroeiing en andere zachte bodemgebieden: 1,0 (akoestisch zacht) Bodemfactor model: 0,0 (akoestisch hard) Bodemfactor erf: 0,5 (akoestisch hard/zacht)
Bodemfactor plangebied: 0,3 (akoestisch hard met zachte elementen) Zichthoek: 2 graden Maximale reflectiediepte: 1
Meteorologische correcties: standaard Luchtdemping: standaard Geometrische uitbreiding: standaard
Voor een weergave van de rekenmodellen wordt verwezen naar de figuren in bijlage 2 van dit rapport. De invoergegevens van het rekenmodel zijn weergegeven in bijlage 3 van het rapport.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
3 Geluid van wegverkeer Hornweg 97A ligt in het aandachtsgebied van de gemeentelijke wegen Hornweg en Middenweg en de provinciale weg N201 en de op- en afritten daarvan. Het geluid bij de beoogde woning ten gevolge van deze wegen is in dit onderzoek bepaald.
3.1
Beoordelingskader wegverkeer
Bij het realiseren van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied dient het bevoegd gezag het geluid op de geluidgevoelige gebouwen te beoordelen. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn standaard- en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw opgenomen. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort. In tabel 3.1 staan de standaard- en grenswaarden die bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de relevante geluidbronsoorten gelden. Tabel 3.1 Standaard- en grenswaarden op een geluidgevoelig gebouw door relevante geluidbronsoorten Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde
(tabel 5.78t Bkl)
(tabel 5.78u Bkl)
Rijkswegen, provinciale wegen
50 Lden
60 Lden
Gemeentewegen, waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Wanneer het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid aanvaardbaar. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde vindt een bestuurlijke afweging plaats, waarbij een aantal eisen geldt. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op een geluidgevoelig gebouw toestaan in het geval dat:
Er geen geluidbeperkende maatregelen getroffen kunnen worden waarmee aan de standaardwaarde voldaan kan worden (artikel 5.78u, lid 1a Bkl) De overschrijding van de standaardwaarde zoveel als mogelijk is beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen (artikel 5.78u, lid 1 onder b Bkl) Bij bovenstaande eisen geluidbeperkende maatregelen overweegt die financieel doelmatig zijn en tegen het treffen van de betreffende maatregelen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan (artikel 5.78u, lid 2 Bkl) Het gecumuleerde geluid is beoordeeld (artikel 5.78ac Bkl) Het gezamenlijk geluid is bepaald (artikel 5.78ad Bkl) Het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij het overwegen van geluidbeperkende maatregelen is betrokken (artikel 5.78ab lid 1 Bkl)
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
3.1.1 Overgangsbepalingen geluid bij provinciale wegen zonder gpp’s Voor zover bekend zijn ten tijden van dit onderzoek voor de N201 nog geen geluidproductieplafonds (gpp’s) vastgesteld. Volgens artikel 3.6 Aanvullingswet geluid geldt bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen nog het beoordelingskader Wet geluidhinder (Wgh). Volgens de Wgh is de voorkeursgrenswaarde van geluid veroorzaakt door wegverkeer bij nieuwe ontwikkelingen 48 dB. Als de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, stelt het bevoegd gezag een hogere waarde Wgh vast. De maximaal toelaatbare waarde volgens de Wgh in stedelijke gebieden is 63 dB. Buiten de stedelijke gebieden is de maximaal toelaatbare waarde 53 dB. In dit onderzoek is het geluid ten gevolge van de provinciale weg zowel berekend volgens de Wgh en als volgens de Omgevingswet. De berekening volgens de Wgh is gebruikt voor de beoordeling van het geluid ten gevolge van de provinciale weg. De berekening volgens de Omgevingswet is gebruikt om het gecumuleerde en gezamenlijke geluid te bepalen.
3.2
Verkeersgegevens
De etmaalintensiteiten van het verkeer op de gemeentewegen Middenweg en Hornweg en de provinciale weg N201 zijn aangeleverd door de gemeente Aalsmeer op 10 juni 2025. De verkeersgegevens gelden voor het prognosejaar 2030 en betreffen de intensiteiten voor een gemiddelde werkdag. Voor de omrekening van werkdag naar weekdag is in overleg met de gemeente een factor 0,9 aangehouden. Voor het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van het prognosejaar 2035. Om tot de verkeersgegevens voor het prognosejaar 2035 te komen, is voor de gemeentewegen in overleg met de gemeente uitgegaan van een autonome groei van 1 % per jaar. De gehanteerde verkeersgegevens zijn weergegeven in bijlage 3. Voor alle in het onderzoek betrokken wegen is een referentiewegdek toegepast. Voor de gemeentewegen geldt een maximumsnelheid van 50 km per uur. De snelheid van de Hornweg wordt in de toekomst verlaagd naar 30 km/uur. Hiervoor is echter nog geen onherroepelijk verkeersbesluit genomen. Daarom is ook voor de Hornweg uitgegaan van een snelheid van 50 km/uur. Op de provinciale weg N201 is de maximumsnelheid 80 km/uur. Het geluid is berekend op de grens van het beoogde bouwvlak op een hoogte van 2,0 m (begane grond) en 5,0 m (1e verdieping).
3.3
Rekenmethode
Het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege de gemeentewegen is uitgevoerd conform bijlage IVe (meet- en rekenmethode geluid wegen) van de Omgevingsregeling. Aangezien voor de N201 nog geen geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, is de geluidbelasting in eerste instantie berekend volgens de oude systematiek en is gebruik gemaakt van de RMG2012. Daarnaast is de geluidbelasting van de provinciale weg ook volgens de Omgevingsregeling berekend om de resultaten te kunnen toetsen aan het geluidbeleid van de gemeente Aalsmeer en om het gecumuleerde en gezamenlijke geluid te kunnen bepalen. Er is hierbij geen rekening gehouden met een plafondcorrectie voor de provinciale weg, omdat er gerekend is met de verkeersgegevens voor 2035 en de gpp’s uiterlijk in december 2026 worden vastgesteld. In dit onderzoek is dus al rekening gehouden met de toename van verkeer, zonder de plafondcorrectie toe te passen.
Kenmerk
3.4
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Resultaten wegverkeer
In deze paragraaf worden de resultaten van het geluid ten gevolge van de gemeentewegen afzonderlijk weergegeven van de resultaten van het geluid ten gevolge van de provinciale weg. De volledige rekenresultaten zijn terug te vinden in bijlage 4 en 5. De rekenresultaten voor de provinciale weg volgens de omgevingswet, die voor de cumulatieberekeningen zijn gebruikt, zijn opgenomen in bijlage 6. 3.4.1 Geluid van gemeentewegen Uit de resultaten volgt dat het geluid door gemeentewegen op de grens van het bouwvlak ten hoogste 46 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 Lden. In figuur 3.1 zijn de resultaten visueel weergegeven.
Figuur 3.1 Geluidbelasting gemeentewegen op 2 en 5 meter hoogte op de grens van het bouwvlak (groen: voldoet aan standaardwaarde, oranje: voldoet aan grenswaarde, rood: grenswaarde wordt overschreden)
3.4.2 Geluid van provinciale weg volgens Wgh Omdat voor de N201 nog geen gpp’s zijn vastgesteld, gelden hiervoor nog de regels uit de Wet geluidhinder. Uit de resultaten volgt dat het geluid door de provinciale weg N201 op de grens van het bouwvlak ten hoogste 48 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In figuur 3.2 zijn de resultaten visueel weergegeven.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Figuur 3.2 Geluidbelasting provinciale weg N201 op 2 en 5 m hoogte op de grens van het bouwvlak (groen: voldoet aan voorkeursgrenswaarde, oranje: voldoet aan maximaal toelaatbare waarde, rood: maximaal toelaatbare waarde wordt overschreden)
4 Geluid van bedrijven Het pand is gelegen op een bedrijventerrein (gemengd gebied) en onderzocht dient te worden of de omzetting geen belemmering vormt voor de omringende bedrijfsactiviteiten en of het geluid van deze activiteiten bij maximale planologische invulling niet leidt tot een onaanvaardbaar hoge geluidbelasting (afweging ETFAL). In eerste instantie zijn de hindercontouren uit de VNG publicatie editie 2009 hiervoor gebruikt. Als het plangebied buiten de richtafstanden volgens de VNG publicatie ligt, is de verwachting dat de omzetting geen belemmering vormt voor de omringende bedrijfsactiviteiten en dat het geluid van deze activiteiten bij de woning aanvaardbaar is.
4.1
Hindercontouren VNG publicatie editie 2009
Rondom het plangebied liggen zover ons bekend de volgende inrichtingen die mogelijk een invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Het betreft groothandels en distributiecentra (Zwitserlandstraat 1-3), Van der Meulen Metaalbewerking B.V. (Hollandweg 24), Jordy de Groot Houtconstructies (Hollandweg 27) en Hornweg 95 en 101kwek, waar momenteel geen bedrijven zijn gevestigd, maar bedrijfsactiviteiten tot categorie 2 mogelijk zijn. Voor het plangebied is voor deze adressen conform het stappenplan uit de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering (editie 2009) een toetsing uitgevoerd voor het hinderaspect geluid.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Hieruit volgt het volgende: De groothandels en distributiecentra aan Zwitserlandstraat 1 tot 3 (Paardekooper Horti B.V. en Dillewijn Zwapak B.V.) zijn groothandels in bloemen en planten. Dit zijn categorie 2 bedrijven met een richtafstand van 10 meter voor geluid in gemengd gebied. Het plangebied ligt 20 meter van de groothandels af en daarmee buiten de richtafstand. Verder liggen de maatgevende bronnen (laden en lossen van vrachtwagens) aan de andere kant van de hal. De hal zorgt dus voor afscherming van de woning en zorgt ervoor dat de woning geen overlast zal ervaren van de bedrijvigheid en ook geen belemmering zal vormen voor de bedrijfsvoering Van der Meulen Metaalbewerking B.V. is een constructiewerkplaats en smederij in een
gesloten gebouw. Het exacte productie oppervlak is bij ons niet bekend. In dit onderzoek is daarom worstcase uitgegaan van een categorie 3.2 bedrijf met een richtafstand van 50 meter in gemengd gebied. Het plangebied ligt ongeveer 85 meter van het metaalverwerkingsbedrijf en dus buiten de richtafstand. Verder ligt de dichtstbijzijnde bestaande woning op ongeveer 30 meter van het metaalverwerkingsbedrijf. De dichtstbijzijnde woning zal dus eerder beperkingen voor de bedrijfsvoering veroorzaken dan de beoogde woning aan Hornweg 97A
Jordy de Groot Houtconstructies is een timmerwerkfabriek waar artikelen van hout worden vervaardigd. Het is dus een categorie 3.2 bedrijf met een richtafstand van 50 meter in gemengd gebied. Het plangebied ligt ongeveer 85 meter van het timmerbedrijf en dus buiten de richtafstand. Verder ligt de dichtstbijzijnde bestaande woning op ongeveer 30 meter van het timmerbedrijf. De dichtstbijzijnde woning zal dus eerder beperkingen voor de bedrijfsvoering veroorzaken dan de beoogde woning aan Hornweg 97A
Bij Hornweg 95 en Hornweg 101kwek zijn momenteel geen bedrijven gevestigd, maar volgens de vergunning kunnen zich hier categorie 2 bedrijven vestigen. Voor categorie 2 bedrijven geldt een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De afstand tussen de beoogde woning en het perceel van Hornweg 95 is ongeveer 3 meter en de afstand tussen de beoogde woning en het perceel van Hornweg 101kwek is ongeveer 4,5 meter. De richtafstand overlapt dus met het plangebied
4.2
Beoordelingskader bedrijven
Aangezien de richtafstanden voor mogelijke bedrijven bij Hornweg 95 en Hornweg 101kwek overlappen met het plangebied, maar zich hier op het moment nog geen bedrijven bevinden, wordt op de gevels van de beoogde woning uitgegaan van het maximaal toegestane geluid ten gevolge van activiteiten bij een woning op een bedrijventerrein volgens het omgevingsplan van de gemeente Aalsmeer. Dit is op dit moment de maximale planologische invulling voor deze bedrijfskavels. In tabel 4.1 zijn deze maximaal toegestane geluidwaardes samengevat. Tabel 4.1 Toegestaan geluid ten gevolge van activiteiten op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een bedrijventerrein volgens Omgevingsplan Aalsmeer Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
(7:00-19:00 uur)
(19:00-23:00 uur)
(23:00-7:00 uur)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax
75 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Omdat er in de huidige situatie geen bedrijven gevestigd zijn bij Hornweg 95 en Hornweg 101kwek, kan in de huidige situatie aan de waardes uit tabel 4.1 worden voldaan. Toekomstige bedrijven die zich bij Hornweg 95 of Hornweg 101kwek vestigen, zullen hun activiteiten zodanig moeten inrichten zodat aan de waardes uit tabel 4.1 kan worden voldaan. Voor een categorie 2 bedrijf zou dat mogelijk moeten zijn. Bij het berekenen van het gecumuleerde en gezamenlijke geluid is uitgegaan van een belasting van 55 dB(A) ten gevolge van Hornweg 95 op de west- en de zuidgevel. Ten gevolge van Hornweg 101kwek is uitgegaan van een belasting van 55 dB(A) op de oostgevel en 52 dB(A) op de zuidgevel (de zuidgevel ligt afgeschermd ten opzichte van de bedrijfskavel). Bij de noordgevel is voor zowel Hornweg 95 als Hornweg 101kwek uitgegaan van een belasting van 52 dB(A). Dit leidt, voor de berekening van het gecumuleerde geluid, tot een maximale belasting van 55 dB(A) voor de noord-, oost- en westgevel en een belasting van 57 dB(A) voor de zuidgevel ten gevolge van activiteiten (industrielawaai).
5 Geluid van luchtvaart Het plangebied is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van Schiphol. Een uitsnede uit de kaart ‘Geluid van vliegverkeer’ van de Atlas Leefomgeving is voor de Hornweg 97a weergegeven in figuur 5.1.
Figuur 5.1 Geluid van vliegverkeer bij Hornweg 97a (blauwe bolletje)
Hieruit blijkt dat de geluidbelasting vanwege vliegverkeer op dit perceel tussen de 60 en 61 dB bedraagt. Bij de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting en het gezamenlijke geluid is gerekend met een geluidbelasting vanwege luchtvaart van 61 dB.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
6 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht om, bij het vaststellen van een geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde, het gecumuleerde en gezamenlijke geluid in beeld te brengen. Er wordt geen geluidbelasting hoger dan de standaardwaarde toegestaan als de gecumuleerde geluidbelasting leidt tot (naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders) onaanvaardbare geluidhinder. In dit hoofdstuk volgt een samenvatting van de resultaten van het gecumuleerd en het gezamenlijk geluid. De volledige rekenresultaten van het gecumuleerde en gezamenlijke geluid op de gevels van Hornweg 97A is terug te vinden in bijlage 7.
6.1
Gecumuleerd geluid
Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. De berekening van het cumuleren van geluid houdt rekening met de verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluid. Het gecumuleerde geluid wordt berekend door eerst het geluid door de geluidbronsoorten en andere geluidbronnen om te rekenen naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt. De rekenregels hiervoor zijn:
Wegen L*VL = 1,00 LVL + 0,00 Spoorwegen L*RL = 0,0192 LRL2 - 1,3715 LRL + 65,05 Industrieterreinen L*IL = 0,0146 LIL2 - 0,5802 LIL + 45,024
Windturbines L*WT = 0,0388 LWT2 - 2,063 LWT + 67,673 Schietbanen L*SG = 1,00 LSG+ 0,00 Luchtvaart L*LL = - 0,0095 LLL2 + 2,165 LLL - 17,489
Volgens het overgangsrecht in artikel 17.3 van de Omgevingsregeling (overgangsrecht: rekenformule luchtvaartgeluid bij berekenen gecumuleerd geluid) is de bovenstaande formule voor het berekenen van het gecumuleerde geluid door luchtvaart nog niet van kracht. Tot een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip zal onderstaande formule worden gebruikt om luchtvaartgeluid om te rekenen naar het geluid door wegen:
L*LL = 0,98 LLL + 7,03
6.1.1
Resultaten gecumuleerd geluid
De gecumuleerde geluidbelasting is maximaal 68 dB (60 dB zonder rekening te houden met het geluid van luchtvaart). Om de geluidbelasting te beoordelen is gebruikgemaakt van de kwalificatie zoals in tabel 6.1 is opgenomen. Hierin wordt een correlatie tussen de geluidhinder en de hoogte van de geluidbelasting gemaakt.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Tabel 6.1 Beoordeling van de omgevingskwaliteit afhankelijk van de geluidbelasting (methode Miedema) Geluidklasse
Beoordeling
< 45 dB
Zeer goed
46 – 50 dB
Goed
51 – 55 dB
Redelijk
56 – 60 dB
Matig
61 – 65 dB
Tamelijk slecht
66 – 70 dB
Slecht
> 71 dB
Zeer slecht
Het geluid van luchtvaart is op deze locatie bepalend en zorgt ervoor dat de beoordeling van het gecumuleerde geluid “slecht” is. Wanneer bij de bepaling van het gecumuleerde geluid geen rekening wordt gehouden met het vliegtuiggeluid, geldt een beoordeling “matig” voor het plangebied. Bevoegd gezag moet beoordelen of dit aanvaardbaar is en in hoeverre hiermee sprake is van ETFAL, maar in het ontwerp van de beoogde woning zal hoe dan ook nagedacht moeten worden over de aanwezige geluidbelasting. In hoofdstuk 6.2 wordt daarom het gezamenlijk geluid inzichtelijk gemaakt.
6.2
Gezamenlijk geluid
Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid van de verschillende bronsoorten. Het gezamenlijk geluid is nodig om de benodigde geluidwering van de gevel te bepalen. Dit is nodig om de binnenwaarde van een geluidgevoelig gebouw te borgen. 6.2.1 Resultaten gezamenlijk geluid De gezamenlijke geluidbelasting is maximaal 63 dB. Het geluid van luchtvaart is bepalend voor het gezamenlijk geluid.
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
7 Samenvatting en conclusies Het voornemen is om de functie van de het perceel aan de Hornweg 97A in Aalsmeer om te zetten van bedrijf naar wonen. Voor deze functiewijziging is een akoestisch onderzoek naar de omliggende bedrijven, wegverkeer en luchtvaart benodigd. De gemeente Aalsmeer heeft aan TAUW opdracht verleend een akoestisch onderzoek uit te voeren. Het doel van het onderzoek is om het geluid vanwege de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken. De nieuw te realiseren woonbestemming ligt op bedrijventerrein Green Park in Aalsmeer en is gelegen in het geluidaandachtsgebied van de gemeentewegen Middenweg en Hornweg en de provinciale weg N201. Daarnaast is er sprake van luchtvaartlawaai.
7.1
Geluid van wegverkeer
Uit de resultaten volgt dat het geluid door gemeentewegen op de grens van het bouwvlak ten hoogste 46 dB bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 Lden. Berekend volgens de rekenvoorschriften uit de Wet geluidhinder bedraagt het geluid door de provinciale weg N201 op de grens van het bouwvlak ten hoogste 48 dB. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
7.2
Geluid van bedrijven
Het plangebied valt binnen de richtafstanden volgens de VNG hindercontouren (editie 2009) van de twee naastgelegen bedrijven (Hornweg 95 en Hornweg 101kwek). Momenteel zijn hier geen bedrijven gevestigd en de realisatie van de woning zal dus geen belemmering veroorzaken op huidig gebruik. Om ruimte te houden voor categorie 2 bedrijven is bij de bepaling van het gecumuleerde en gezamenlijke geluid rekening gehouden met geluid van 55 dB(A) ten gevolge van elk bedrijf bij de gevels van de beoogde woning.
7.3
Geluid van luchtvaart
Het geluid van luchtvaart op de beoogde woning bedraagt tussen de 60 en 61 dB.
7.4
Gecumuleerd en gezamenlijk geluid
Het hoogst berekende gecumuleerde geluid bij de beoogde woning bedraagt 68 dB, wat de beoordeling “slecht” volgens de methode Miedema oplevert. Het hoogst berekende gezamenlijke geluid bij de beoogde woning bedraagt 63 dB. Zowel het gecumuleerde als het gezamenlijke geluid wordt bepaald door het geluid van luchtvaart.
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Algemene begrippenlijst
Kenmerk
R001-1302484JHK-V01-nyi-NL
Begrip
Omschrijving
Avondperiode
De beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur.
BBT
'Beste' omvat de meest doeltreffende technieken voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu. Dit om emissies van een bedrijf te voorkomen. Als dit niet mogelijk is, moet het bedrijf de emissie zoveel mogelijk beperken. 'Beschikbare' omvat technieken die technisch en economisch haalbaar zijn voor die bedrijfstak, en die bedrijven kunnen toepassen. De techniek moet redelijkerwijs in Nederland of in een ander land verkrijgbaar zijn. Het begrip 'technieken' is ruim. Hieronder vallen de toegepaste technieken, ontwerp, bouw en ontmanteling van de installatie en onderhoud en bedrijfsvoering van de installatie.
Beoordelingspunt
De plaats waar het geluidniveau wordt bepaald.
Bronvermogen (Lwr)
Het immissierelevante geluidvermogenniveau van een denkbeeldige monopool, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluidniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidbron.
Contour (geluidcontour)
Een lijn die de geluidniveaus van gelijke waarden met elkaar verbindt.
Dagperiode
De beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur.
Directe hinder
Activiteiten die hoofdzakelijk op de locatie van het terrein van een bedrijf plaatsvinden of in de onmiddellijke nabijheid daarvan.
Equivalent geluidniveau (LAeq)
Het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredend geluid.
Etmaalwaarde (Letmaal)
De hoogste van de volgende drie waarden van het equivalente geluidniveau c.q. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: 1.
De waarde in de dagperiode (07.00-19.00 uur)
2.
De met 5 dB(A) verhoogde waarde over de avondperiode (19.00-23.00
3.
De met 10 dB(A) verhoogde waarde over de nachtperiode (23.00-07.00
uur)
uur) Gecumuleerd geluid
Het energetische gesommeerde geluid van verschillende geluidbronnen tezamen op de gevel waarbij rekening wordt gehouden met verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluid.
Geluidaandachtsgebied
Een geluidaandachtsgebied is het gebied langs een weg, spoorweg of rond industrieterrein waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Dit wordt bepaald volgens de regels uit bijlage IVc van de Omgevingsregeling.