Agendabundel
Tekst van het document
een bestemmingsplan of inpassingsplan is vastgesteld en de termijn voor de bekendmaking van het bestemmingsplan of inpassingsplan na de vaststelling ingevolge artikel 3.8, derde, vierde of zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag niet is overschreden; of e. een bestemmingsplan of inpassingsplan na vaststelling is bekendgemaakt, en het bestemmingsplan of inpassingsplan op het tijdstip van het nemen van de beslissing op de aanvraag nog niet in werking is getreden of in beroep is vernietigd.
2.
In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.
Paragraaf 6.2.8 Bijbehorend bouwwerk bouwen Subparagraaf 6.2.8.1 Algemene regels bijbehorend bouwwerk bouwen Artikel 6.104 Toepassingsbereik
45
1.
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van bijbehorende bouwwerken.
2.
Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het bouwen van een woonschip. Hierop is paragraaf 6.2.3 van toepassing; b. het bouwen van een woonwagen. Hierop is paragraaf 6.2.5 van toepassing; c. het bouwen van een recreatief nachtverblijf. Hierop is subparagraaf 6.2.10.2 van toepassing.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
Artikel 6.105 Vergunningplicht en verbod bijbehorend bouwwerk
46
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen of te veranderen, met uitzondering van de bijbehorende bouwwerken in de subparagrafen 6.2.8.2 tot en met 6.2.8.7, 6.2.8.9 en paragraaf 6.2.9.
2.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 is het verboden een bijbehorend bouwwerk te bouwen bij een woonwagen, woonschip of woonark.
Artikel 6.106 Algemene regels bijbehorend bouwwerk 1.
Het bijbehorend bouwwerk of het veranderen hiervan ligt aan of bij, of is een uitbreiding van, een hoofdgebouw.
2.
Onder een hoofdgebouw bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die omgevingsvergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden.
3.
Voor de bijbehorende bouwwerken in de subparagrafen 6.2.8.2 tot en met 6.2.8.7, 6.2.8.9 en paragraaf 6.2.9 is geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit benodigd, indien deze voldoen aan de algemene regels in die betreffende subparagrafen en paragraaf.
4.
Voor de bijbehorende bouwwerken in de subparagrafen 6.2.8.2 tot en met 6.2.8.7, 6.2.8.9 en paragraaf 6.2.9 die niet voldoen aan de algemene regels in die betreffende subparagrafen en paragraaf gelden de volgende beoordelingsregels voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk: a. ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, veranderen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk; b. de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk wordt alleen verleend als: 1. het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit, met dien verstande dat: I. of sprake is van een onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit beoordeeld wordt volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; II.
het bevoegd gezag, ondanks een afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit, van oordeel kan zijn dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend; III. voor zover in de beleidsregels, bedoeld onder I, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk te doen aan een goede omgevingskwaliteit; IV. aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk voorschriften kunnen worden verbonden die nodig zijn met het oog op het belang van een goede omgevingskwaliteit; V. het bevoegd gezag voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies inwint bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit over of voldaan wordt aan de beoordelingsregels onder I, tenzij in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt, of is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van door de gemeentelijke adviescommissie;
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
2.
47
5.
wordt voldaan aan de beoordelingsregels ten aanzien van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, zoals opgenomen in artikel 6.36, waarbij 'hoofdgebouw' wordt gelezen als 'bijbehorend bouwwerk', met dien verstande dat: I. de aanvraagvereisten in artikel 6.31 van toepassing zijn; II. een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 6.37 aan de omgevingsvergunning kan worden verbonden.
Ten aanzien van de omgevingsvergunning voor de bijbehorende bouwwerken bedoeld in het vierde lid, zijn de aanvraagvereisten in artikel 6.30 van toepassing, waarbij ‘hoofdgebouw’ wordt gelezen als ‘bijbehorend bouwwerk’.
Artikel 6.107 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen 1.
Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in deze paragraaf bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is het deel dat op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Subparagraaf 6.2.8.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen in het achtererfgebied Artikel 6.108 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied.
Artikel 6.109 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.110 Algemene regels bijbehorend bouwwerk bouwen in het achtererfgebied 1.
Bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied staat het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding op de grond.
2.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding niet hoger dan; a. 5 meter; b. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en c. het hoofdgebouw.
3.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw en voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding hoger is dan 3 m: a. wordt deze voorzien van een schuin dak; b. is de dakvoet niet hoger dan 3 meter; en c. wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.
4.
Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
5.
De totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: a. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50 % van dat bebouwingsgebied; b. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en c. bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
6.
Het bijbehorend bouwwerk biedt alleen verblijfsgebied in de eerste bouwlaag.
7.
Het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte.
8.
In afwijking van lid 7 is een dakterras bouwen op een bijbehorend bouwwerk bij een woning in het achtererfgebied toegestaan als wordt voldaan aan artikel 6.139.
Subparagraaf 6.2.8.3 Berging of overkapping bouwen in het voorerfgebied Artikel 6.111 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een berging of overkapping in het voorerfgebied.
Artikel 6.112 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.113 Algemene regels berging of overkapping bouwen in het voorerfgebied 1.
Een berging of overkapping staat op de grond.
2.
Een berging of overkapping wordt alleen bij een woning gebouwd.
3.
Er wordt maximaal 1 berging of overkapping per woning gebouwd.
4.
De oppervlakte van een berging of overkapping is maximaal 10 m2.
5.
De bouwhoogte van een berging of overkapping is maximaal 2 meter.
6.
De naar het openbaar gebied gerichte kant van een berging of overkapping bedraagt niet meer dan 2/3 van de voorgevel of zijgevel van het hoofdgebouw.
7.
De langste zijde van de berging of overkapping wordt haaks op de voorgevel van de woning gebouwd.
8.
De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied is niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied.
Subparagraaf 6.2.8.4 Erker bouwen aan de voorgevel of aan de zijgevel Artikel 6.114 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een erker aan de voorgevel of aan een zijgevel.
48
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
Artikel 6.115 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.116 Algemene regels erker bouwen aan de voorgevel 1.
Een erker wordt bij een woning gebouwd.
2.
Een erker wordt alleen gebouwd aan een hoofdgebouw.
3.
Een erker is niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.
4.
Een erker aan de voorgevel is niet breder dan maximaal 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning.
5.
De diepte van een erker is maximaal 1 meter waarbij een strook van minimaal 1 meter tot openbaar toegankelijk gebied onbebouwd blijft.
6.
De borstwering van de erker, het gedeelte van een muur tussen de vloer en de onderkant van het kozijn, is tussen de 0,45 meter en de 0,75 meter hoog.
7.
De kozijnen staan op de borstwering en zijn gevuld met helder glas.
8.
Het dak van de erker mag als balkon of dakterras worden ingericht.
9.
De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied is niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied.
Artikel 6.117 Algemene regels erker bouwen aan de zijgevel 1.
Een erker wordt bij een woning gebouwd.
2.
Een erker wordt alleen gebouwd aan een hoofdgebouw.
3.
Een erker is niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.
4.
Een erker aan de zijgevel is niet breder dan maximaal 3/5 deel van de oorspronkelijke gevelbreedte waar tegenaan wordt gebouwd.
5.
De diepte van de erker is maximaal 1 meter waarbij een strook van minimaal 1 meter tot openbaar toegankelijk gebied onbebouwd blijft.
6.
De borstwering van de erker, het gedeelte van een muur tussen de vloer en de onderkant van het kozijn, is tussen de 0,45 meter en de 0,75 meter hoog.
7.
De kozijnen staan op de borstwering en zijn gevuld met helder glas.
8.
Het dak van de erker mag als balkon of dakterras worden ingericht als de erker gericht is naar het openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 6.118 Erker niet toegestaan Een erker wordt niet gebouwd als er in hetzelfde gevelvlak een entreeportaal is of wordt gerealiseerd.
Subparagraaf 6.2.8.5 Entreeportaal bouwen
49
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Artikel 6.119 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een entreeportaal.
Concept
Artikel 6.120 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.121 Algemene regels entreeportaal bouwen 1.
Een entreeportaal wordt opgericht ter plaatse van en aansluitend op de toegang van een hoofdgebouw.
2.
De oppervlakte van een entreeportaal is maximaal 5 m².
3.
Een entreeportaal is niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw.
4.
Bij het bouwen van een entreeportaal blijft een strook van minimaal 1 meter tot openbaar gebied onbebouwd.
5.
De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied is niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied.
Artikel 6.122 Entreeportaal niet toegestaan Een entreeportaal wordt niet gebouwd als er in hetzelfde gevelvlak een erker is of wordt gerealiseerd.
Subparagraaf 6.2.8.6 Dakkapel bouwen Artikel 6.123 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een dakkapel.
Artikel 6.124 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.125 Algemene regels dakkapel bouwen
50
1.
Een dakkapel wordt voorzien van een plat dak.
2.
Een dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 meter.
3.
De onderzijde van een dakkapel ligt meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet.
4.
De bovenzijde van van een dakkapel ligt meer dan 0,5 meter onder de daknok.
5.
De zijkanten van een dakkapel liggen meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak.
6.
Per dakvlak is één dakkapel toegestaan.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Subparagraaf 6.2.8.7 Dakkaper bouwen Artikel 6.126 Toepassingsbereik
Concept
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van dakkaper bij een woning.
Artikel 6.127 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.128 Algemene regels dakkaper bouwen bij een woning 1.
Een dakkaper wordt alleen geplaatst op een woning met een dakhelling van 35o of minder.
2.
De verhoging van de nok ten opzichte van de bestaande nok is maximaal 1,75 meter.
3.
De dakhelling van de dakkaper is gelijk aan de dakhelling van de woning.
4.
De onderkant van de dakkaper heeft een afstand tot de bestaande/ huidige goot van minimaal de lengte van 3 dakpannen.
5.
Tussen de onderkant van het kozijn van de dakkaper en het dakvlak is geen borstwering aanwezig.
6.
Een dakkaper op een tussenwoning wordt gebouwd over de volledige breedte van de woning.
7.
Een dakkaper op een hoekwoning sluit aan op de woningscheidende wand met de naastgelegen woning.
8.
Een dakkaper op een hoekwoning en vrijstaande woning wordt gerealiseerd op ten minste 1 meter afstand van de kopgevel.
Subparagraaf 6.2.8.8 Dakopbouw bouwen Artikel 6.129 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van dakopbouw bij een woning.
Artikel 6.130 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.131 Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen dakopbouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een dakopbouw te bouwen of te veranderen.
Artikel 6.132 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een dakopbouw worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten;
51
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
b.
Concept
c. d.
een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 2. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 3. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: 1. tekeningen van het bouwwerk waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.
Artikel 6.133 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen dakopbouw [Gereserveerd]
Artikel 6.134 Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een dakopbouw 1.
De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een dakopbouw wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.
3.
Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
4.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
5.
Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een dakopbouw kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.
Artikel 6.135 Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 1.
Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.131 schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.134.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.
Artikel 6.136 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen dakopbouw tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een dakopbouw alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een dakopbouw.
52
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Subparagraaf 6.2.8.9 Dakterras bouwen Artikel 6.137 Toepassingsbereik
Concept
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van een dakterras.
Artikel 6.138 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat;; b. het waarborgen van het stedenbouwkundig ensemble; c. het waarborgen van het straat- en bebouwingsbeeld; d. het herkenbaar houden van de hiërarchie tussen het hoofd- en bijgebouw; en e. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende erven.
Artikel 6.139 Algemene regels dakterras bouwen op een bijbehorend bouwwerk bij een woning in het achtererfgebied 1.
Het dakterras wordt gebouwd op een bijbehorend bouwwerk aan een woning dat is gelegen in het achtererfgebied.
2.
Het dakterras wordt gebouwd tot een afstand van maximaal 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw.
3.
Het dakterras is bereikbaar via een deur op de eerste verdieping van de woning.
4.
Het dakterras is voorzien van een hekwerk met een hoogte van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de bovenkant van het dak.
Paragraaf 6.2.9 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg buiten de bebouwde kom Artikel 6.140 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen of veranderen van een bijbehorend bouwwerk voor mantelzorg buiten de bebouwde kom.
Artikel 6.141 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn ook gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de gezondheid; b. het bieden van ruimte aan aanvullende bebouwing op het gebouwerf, anders dan het hoofdgebouw.
Artikel 6.142 Mantelzorg - functioneel verbonden met het hoofdgebouw Bij toepassing van deze paragraaf wordt huisvesting in verband met mantelzorg bij een woning aangemerkt als 'functioneel verbonden met het hoofdgebouw' als bedoeld in de definitie van een bijbehorend bouwwerk.
Artikel 6.143 Algemene regels bijbehorend bouwwerk voor mantelzorg bouwen 1.
Het bijbehorend bouwwerk staat op de grond.
2.
Het bijbehorend bouwwerk is of wordt gebouwd in het achtererfgebied.
3.
Het bijbehorend bouwwerk is in zijn geheel of in delen verplaatsbaar.
4.
De oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk is maximaal 100 m2.
5.
Het bijbehorend bouwwerk ligt buiten de bebouwde kom.
Paragraaf 6.2.10 Andere gebouwen bouwen
53
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Subparagraaf 6.2.10.1 Het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk
Concept
Artikel 6.144 Toepassingsbereik
54
1.
De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk.
2.
De regels in deze subparagraaf zijn niet van toepassing op: a. het bouwen van een recreatief nachtverblijf dat niet vergunningplichtig is. Hierop is subparagraaf 6.2.10.2 van toepassing; b. het bouwen van een hoofdgebouw. Hierop is paragraaf 6.2.2 van toepassing; c. het bouwen van een woonschip. Hierop is paragraaf 6.2.3 van toepassing; d. het bouwen van een woonark. Hierop is paragraaf 6.2.4 van toepassing; e. het bouwen van een woonwagen. Hierop is paragraaf 6.2.5 van toepassing; f. het bouwen van een bedrijfswoning. Hierop is paragraaf 6.2.7 van toepassing; g. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk. Hierop is paragraaf 6.2.8 van toepassing; h. het veranderen van een hoofdgebouw, waarbij het volume niet toeneemt. Hierop is paragraaf 6.2.11 van toepassing.
Artikel 6.145 Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk te bouwen of te veranderen.
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het bouwen of veranderen van een recreatief nachtverblijf, mits wordt voldaan aan de regels zoals opgenomen in artikel 6.154.
Artikel 6.146 Aanvraagvereisten bouwen ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het gebouw ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g.
gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
j.
voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
Concept
Artikel 6.147 Aanvraagvereisten in verband met beoordeling bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie 1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 6.151, derde tot en met vijfde lid, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende maatregel wordt getroffen; en c. als sprake is van overschrijding van de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een onderbouwing dat de overschrijding niet leidt tot een risico voor de gezondheid bij het gebruik van de bodemgevoelige locatie.
2.
in aanvulling op het eerste lid, onder a wordt bij de aanwezigheid van asbestverdacht bouwof sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem, het resultaat van een onderzoek verstrekt dat is verricht overeenkomstig NEN 5897 als sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal;
3.
in aanvulling op het eerste lid, wordt op locaties binnen de 'locatie uitgebreid bodemonderzoek bouwen bodemgevoelige gebouwen' een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving uitgevoerd, ook als op grond van een vooronderzoek bodem als bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving geen verdenking bestaat op de aanwezigheid van een specifieke verontreiniging van de bodem;
4.
het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving als uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, blijkt dat de locatie onverdacht is of de gerezen verdenkingen een verkennend onderzoek als bedoeld in het derde lid niet rechtvaardigen;
5.
de resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in: a. PDF-formaat; en b. ook in het XML-formaat volgens SIKB0101, voor zover het gaat om gegevens die zich daarvoor lenen.
Artikel 6.148 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk.
Artikel 6.149 Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk
55
1.
De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept 56
3.
Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
4.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
5.
Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.
Artikel 6.150 Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 1.
Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.145 schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.149.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.
Artikel 6.151 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties 1.
Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt de omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk alleen verleend als: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; b. als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt genomen als de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem wel wordt overschreden; en c. het bevoegd gezag van oordeel is dat er geen verontreiniging van de bodem is, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw; of d. het bevoegd gezag van oordeel is dat er een verontreiniging van de bodem is, anders dan bedoeld onder b, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw, maar aannemelijk is dat met een of meer maatregelen de bodem of het gebouw toch geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel.
2.
Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt onder een sanerende of andere beschermende maatregel verstaan: a. sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving of afdeling 1.3 van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d - Bodem Aalsmeer; of b. sanering waarop artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet van toepassing is en waarmee een vergelijkbaar saneringsresultaat wordt bereikt als bij toepassing onder a.
3.
Voor het overschrijden van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem is sprake als: a. voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA, bij het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. bij de aanwezigheid van PFAS in meer dan 25 m3 bodemvolume een of meer van de volgende waarden worden overschreden waarbij het gaat om de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie: 1. 59 µg/kg ds bij PFOS; 2. 60 µg/kg ds bij PFOA of een mengsel van PFAS; of 3. 59 µg/kg ds bij overige PFAS.
4.
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, is ook sprake van overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem bij 25m3 of minder bodemvolume als asbest
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
aanwezig is en de gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA, bij het Besluit activiteiten leefomgeving.
Concept
5.
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, is ook sprake van overschrijding van de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem als lood aanwezig is en: a. de gemeten waarde zonder bodemtypecorrectie meer dan 370 mg/kg ds is ongeacht het bodemvolume; en b. het gaat om een tuin of andere buitenruimte bij een woning, kinderdagverblijf of school.
Artikel 6.152 Vergunningvoorschriften met betrekking tot een bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1.
Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van de artikel 6.151, eerste lid, wordt ook het voorschrift verbonden dat voordat het gebouw of gedeelte daarvan in gebruik wordt genomen: a. een of meer sanerende maatregelen zijn genomen; en b. het bevoegd gezag ten minste een week voor het in gebruik nemen wordt geïnformeerd over de manier waarop er een of meer sanerende maatregelen zijn genomen.
2.
Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van de artikel 6.151, eerste lid, onder b, kan het voorschrift worden verbonden dat: a. voldoende ventilatievoorzieningen in het gebouw worden aangebracht; b. een dampdichte laag wordt aangebracht; c. een afdeklaag wordt aangebracht; of d. de grond wordt ontgraven.
3.
Als aan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie een voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt verbonden, wordt ook het voorschrift verbonden dat ten minste een week voordat het gebouw of een gedeelte daarvan in gebruik wordt genomen het bevoegd gezag wordt geïnformeerd over de manier waarop de maatregelen of voorzieningen zijn genomen of aangebracht.
Subparagraaf 6.2.10.2 Recreatief nachtverblijf bouwen of veranderen Artikel 6.153 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een recreatief nachtverblijf dat geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk is.
Artikel 6.154 Algemene regels bouwen van een recreatief nachtverblijf 1.
Een recreatief nachtverblijf staat op de grond.
2.
Een recreatief nachtverblijf is niet hoger dan 5 meter.
3.
De oppervlakte van een recreatief nachtverblijf is maximaal 70 m2.
4.
Een recreatief nachtverblijf bouwen, veranderen of in stand houden is alleen toegestaan op locaties waar het gebruik ten behoeve van recreatief nachtverblijf of verblijfsrecreatie is toegestaan.
Paragraaf 6.2.11 Veranderen van bouwwerken Artikel 6.155 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het veranderen van een bouwwerk.
Artikel 6.156 Aanwijzen vergunningplichtige gevallen veranderen van een bouwwerk 1.
57
Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk te veranderen.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. het veranderen van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de regels gesteld in de artikelen 6.157, 6.158 en 6.159.
Concept
Artikel 6.157 Algemene regels veranderen van een bouwwerk 1.
Door het veranderen van een bouwwerk wordt het bebouwde oppervlakte niet groter.
2.
Door het veranderen van een bouwwerk wordt het bouwvolume niet groter.
3.
Er is geen sprake van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.
Artikel 6.158 Algemene regels wijziging van een bestaand kozijn of gevelopening of indeling van een dakkapel in de voorgevel of zijgevel grenzend aan openbaar gebied 1.
Het bestaande kozijn of de gevelopening of indeling van een bestaande dakkapel wordt niet vergroot.
2.
De in het eerste lid genoemde verbod op het vergroten van een bestaande dakkapel geldt niet voor zover deze niet afwijkt van de genoemde algemene bouwregels voor een dakkapel in artikel 6.125
Artikel 6.159 Algemene regels dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke voorziening bouwen in een (plat) dak 1.
De constructie van een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke voorziening steekt niet meer dan 0,6 meter uit buiten het dakvlak, respectievelijk het platte dak.
2.
De zijkanten, onder- en bovenzijde van een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke voorziening liggen meer dan 0,5 meter van de randen van het dakvlak of het platte dak.
Paragraaf 6.2.12 Bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen Subparagraaf 6.2.12.1 Algemene bepalingen bouwen bouwwerk, geen gebouw zijnde Artikel 6.160 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
Artikel 6.161 Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen bouwwerk, geen gebouw zijnde 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk, geen gebouw zijnde te bouwen of te veranderen.
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat voldoet aan de regels in de subparagrafen 6.2.12.2 tot en met 6.2.12.16, met uitzondering van het verbod in artikel 6.166; b. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is.
Artikel 6.162 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 2. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 3. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;
58
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
c. d.
Concept
e.
de hoogte van het bouwwerk, geen gebouw zijnde ten opzichte van het peil; voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: 1. tekeningen van het bouwwerk waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan.
Artikel 6.163 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen bouwwerk, geen gebouwen zijnde tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een bouwwerk, geen gebouwen zijnde alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
Artikel 6.164 Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een bouwwerk, geen gebouw zijnde 1.
De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.
3.
Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
4.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
5.
Aan een omgevingsvergunning voor voor het bouwen of veranderen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.
Artikel 6.165 Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit 1.
Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.161, eerste lid, schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.164.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van een beoordeling door de gemeentelijke adviescommissie.
Artikel 6.166 Verbod bouwwerk, geen gebouw zijnde bij woonschepen en woonarken bouwen Het is verboden om een bouwwerk, geen gebouw zijnde, te bouwen of te veranderen op de oever bij een woonschip of ark, tenzij in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan anders is bepaald.
59
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Subparagraaf 6.2.12.2 Erf- of perceelafscheiding bouwen
Concept
Artikel 6.167 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen van: a. een erf- of perceelafscheiding; b. een penant; en c. een toegangspoort.
Artikel 6.168 Oogmerken De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. het benadrukken van de grens tussen publieke en private ruimte en private ruimte onderling; b. het bevorderen van de sociale veiligheid; c. het behouden van de openheid van het voorerf; en d. het waarborgen van voldoende privacy.
Artikel 6.169 Algemene regels erf- of perceelafscheiding bouwen 1.
De bouwhoogte van een erf- of perceelafscheiding is maximaal: a. voor zover gelegen in het voorerfgebied: 1 meter; of b. voor zover gelegen in het achtererfgebied: 2 meter.
2.
De erf- of perceelafscheiding staat op een gebouwerf of perceel waarop al een hoofdgebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.
Artikel 6.170 Algemene regels erf- of perceelafscheiding bij bedrijfsgebouwen bouwen [Gereserveerd]
Artikel 6.171 Algemene regels erf- of perceelafscheiding bij woningen in het voorerfgebied en achtererfgebied grenzend aan openbaar toegankelijk gebied bouwen In afwijking van artikel 6.169, eerste lid, is de bouwhoogte van erf- of perceelafscheiding bij woningen, in het voorerfgebied en achtererfgebied grenzend aan openbaar toegankelijk gebied, maximaal 2 meter ten opzichte van het aansluitend terrein, mits: a. de erf- of perceelafscheiding in het voorerfgebied voor in totaal 50% van de gehele erfafscheiding bestaat uit een transparant rasterwerk, dat open van structuur is en zich leent voor begroeiing; b. voor erf- en perceelafscheidingen die gebouwd worden in het voorerfgebied, de diepte van het voorerfgebied ten opzichte van de voorgevel minimaal 2,5 meter is.
Artikel 6.172 Algemene regels penanten en toegangspoorten bij woningen in het voorerfgebied en achtererfgebied grenzend aan openbaar toegankelijk gebied bouwen 1.
Penanten en toegangspoorten worden alleen gebouwd bij: a. vrijstaande woningen; b. twee-onder-een kap woningen; c. hoekwoningen.
2.
De bouwhoogte van een penant of toegangspoort is maximaal 2 meter ten opzichte van het aansluitend terrein.
3.
Een toegangspoort: a. maakt onderdeel uit van de erf- of perceelafscheiding; of b. wordt geplaatst tussen groenvoorzieningen.
4.
De breedte van een toegangspoort is maximaal 4 meter.
Subparagraaf 6.2.12.3 Palen en masten bouwen Artikel 6.173 Toepassingsbereik 1.
60
Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen of veranderen van palen en masten.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
2.
Deze subparagraaf is niet van toepassing op het bouwen van: a. palen en masten voor of met een antenne-installatie; b. palen en masten voor de verlichting van straten of wegen; c. lichtmasten voor terreinverlichting binnen de activiteit sport in de buitenlucht; en d. lichtmasten voor terreinverlichting van bedrijven.
Artikel 6.174 Algemene regels palen en masten bouwen 1.
de bouwhoogte is maximaal: a. 6 meter bij een woning; b. 10 meter bij een ander hoofdgebouw; en c. 10 meter voor palen en masten ten behoeve van het algemeen nut.
2.
het aantal palen en masten per perceel is maximaal: a. bij een woning: 1; en b. bij een ander hoofdgebouw: 3.
Subparagraaf 6.2.12.4 Lichtmast bouwen Artikel 6.175 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.5 Zwembad, zwemvijver, whirlpool of jacuzzi bouwen Artikel 6.176 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver bij een woning in het achtererfgebied.
Artikel 6.177 Algemene regels zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver 1.
Een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver, wordt gebouwd in het achtererfgebied.
2.
De oppervlakte van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver is maximaal 50 m2.
3.
De gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 50% van het achtererfgebied.
4.
Een zwembad of zwemvijver steekt niet meer dan 0,5 meter boven het aansluitende terrein uit.
5.
Een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel een zwemvijver wordt niet voorzien van een overkapping.
Subparagraaf 6.2.12.6 Transformatorbox bouwen Artikel 6.178 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.7 Terrasafscheiding bouwen Artikel 6.179 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.8 Kunstwerk of kunstobject bouwen
61
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Artikel 6.180 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.9 Gereedschapskist op volkstuinen bouwen
Concept
Artikel 6.181 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.10 Ballenvanger bouwen Artikel 6.182 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.11 Tribune bouwen Artikel 6.183 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.12 Sport- of speeltoestel bouwen Artikel 6.184 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen of veranderen van een sport- of speeltoestel dat niet bestemd is voor particulier gebruik.
Artikel 6.185 Algemene regels sport- of speeltoestel bouwen 1.
De bouwhoogte van een sport- of speeltoestel is maximaal 4 meter.
2.
Het sport- of speeltoestel functioneert alleen met behulp van zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens.
Subparagraaf 6.2.12.13 Paardenbak bouwen Artikel 6.186 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.14 Windturbine bouwen Artikel 6.187 Gereserveerd [Gereserveerd]
Subparagraaf 6.2.12.15 Steiger bouwen Artikel 6.188 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het bouwen van een privésteiger bij een woning.
Artikel 6.189 Algemene regels steiger bouwen bij woningen
62
1.
Per woonperceel wordt maximaal één steiger gebouwd.
2.
De breedte van een steiger bedraagt maximaal 1 meter.
3.
De lengte van een steiger bedraagt maximaal 15 meter.
4.
De steiger wordt evenwijdig aan de oeverlijn gerealiseerd.
5.
De vrije doorvaart bij een in gebruik genomen steiger blijft ten minste 2 meter.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)