Agendabundel
Tekst van het document
zin van de wegenverkeerswetgeving plaatsvinden.
Pagina 119 van 141
Pagina 120 van 141
Pagina 121 van 141
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden Veel gemeenten worden in toenemende mate geconfronteerd met het bezoek van motorcrossers aan natuurgebieden, met als gevolg klachten over geluidhinder, schade aan de flora, verstoring van wild e.d. Verder worden natuurgebieden, parken e.d. steeds vaker door ruiters en fietsers/mountainbikers bezocht. Het komt nogal eens voor dat ruiters en fietsers/mountainbikers de speciaal voor hen aangewezen ruiter- of fietspaden verlaten. Deze gedraging levert gevaar en hinder op voor wandelaars en berokkent vaak ook schade aan flora en fauna. Bij de vraag, welke maatregelen mogelijk zijn tegen het motorcrossen in natuurgebieden, zal men een onderscheid moeten maken tussen het zgn. “wilde crossen” (op wegen en paden en “off the road”) en het crossen op daartoe speciaal gebruikte motorterreinen. Op het crossen op motorterreinen is artikel 5:33 van de APV van toepassing.
Pagina 122 van 141
Pagina 123 van 141
Pagina 124 van 141
Pagina 125 van 141
Lid 6 Lex silencio positivo Gezien de belangen die hier wordt geschermd: de rust en recreatie in natuurgebieden, lijkt het niet bijzonder wenselijk om hier een ontheffing van rechtswege in het leven te roepen en is daarvan afgezien. AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN Artikel 5:34 Verbod vuur te stoken
Pagina 126 van 141
. Het verdient aanbeveling om
Pagina 127 van 141
De aanvullende werking van artikel 5:34 APV Benadrukt wordt dat voor het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen altijd een ontheffing nodig is op grond van artikel 10.63, tweede lid, Wet milieubeheer. Het college kan een ontheffing verlenen, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet. Met andere woorden, het college kan een ontheffing weigeren op grond van milieu-hygiënische argumenten. Bij het verbranden van afvalstoffen zijn echter vaak openbare orde- en veiligheidsaspecten van belang. Artikel 10.63, tweede lid, van de Wet milieubeheer biedt geen mogelijkheid om de ontheffing te weigeren, indien de openbare orde en veiligheid in het geding is. Bovendien kunnen de voorschriften verbonden aan een dergelijke ontheffing alleen dienen ter bescherming van het belang van het milieu. Artikel 5:34 vult daarom voor wat betreft deze aspecten de Wet milieubeheer aan. Voor artikel 5:34 APV betekent dit concreet het volgende. Artikel 5:34, tweede lid, APV biedt de mogelijkheid om - naast de ontheffing op grond van de Wet milieubeheer - een ontheffing te verlenen, waarin de aspecten van openbare orde en veiligheid worden geregeld. Er ligt dus een ander motief ten grondslag aan de APV dan aan de Wet milieubeheer.
Tevens wordt het college de mogelijkheid geboden om aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die het belang van de openbare orde en veiligheid beogen te beschermen. De weigeringsgronden worden genoemd in vierde lid.
Pagina 128 van 141
AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS Artikel 5:35 Begripsbepaling Volgens de Wet op de lijkbezorging kunnen verstrooiingen door of op last van de houder van een crematorium of de houder van een plaats van bijzetting alleen plaatsvinden op het terrein dat daartoe permanent is bestemd. Ook blijft de mogelijkheid bestaan dat de as op open zee verstrooid wordt. Zie verder voor een uitgebreide toelichting Ledenbrief 97/232 omtrent het verstrooien van crematie-as. Artikel 5:36 Verboden plaatsen As-verstrooiing is om uiteenlopende redenen niet op alle plaatsen even wenselijk. Dit geldt zeker voor plaatsen waar de as niet of nauwelijks in de bodem kan worden opgenomen en door de wind
Pagina 129 van 141
kan gaan dwarrelen. Dit speelt met name een rol op stoepen, straten, pleinen en dergelijke. Daarom is er een verbod opgenomen voor het verstrooien van as op de verharde delen van de weg. Gezien de mogelijke overlast die as-verstrooiing op straten en dergelijke op kan leveren voor derden en de kans op het snelle verwaaien van de as, is het overigens niet waarschijnlijk dat nabestaanden de verharde delen van de weg zullen uitkiezen als plaats om de as te verstrooien. Het verbod zal dus naar verwachting geen wezenlijke beperking opleveren voor nabestaanden. Als burgemeester en wethouders een vergunning hebben verleend voor een permanent voor asverstrooiing bestemd terrein, dan zal dat terrein vrijwel altijd op een begraafplaats of bij het crematorium liggen. Doorgaans is voor gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria rond de mogelijkheden voor as-verstrooiing het een en ander geregeld in beheersverordeningen. De regelingen daarin maken deel uit van het algehele beleid rond de begraafplaats. Het openstellen van de begraafplaats en het crematoriumterrein voor incidentele verstrooiing zou daarin verstorend kunnen werken. De begraafplaats en het crematoriumterrein zijn expliciete voorbeelden van terreinen waar het vanuit een oogpunt van beheer bezwaarlijk kan zijn om incidenteel as te verstrooien. Zo zijn er wellicht meer.
Onder “volgende plaatsen” kan de gemeente, uiteraard gemotiveerd, plaatsen invullen waarvan zij zegt dat het niet wenselijk is dat daar as wordt verstrooid, hieronder begrepen het openbare water of delen daarvan. Het is mogelijk dat het op bepaalde terreinen (vanwege daar te houden evenementen bijvoorbeeld) slechts tijdelijk onwenselijk is om as te verstrooien. Daarom is een mogelijkheid opgenomen voor burgemeester en wethouders om in die gevallen een terrein tijdelijk, in verband met die bijzondere omstandigheden, te onttrekken aan de mogelijkheid om er as op te verstrooien. Artikel 5:37 Hinder of overlast Het verstrooien van as is een emotionele gebeurtenis. Zowel voor nabestaanden als voor omstanders die ermee worden geconfronteerd. Het is daarom van belang dat omstanders geen hinder ondervinden van de activiteit op zich en van de as die na de activiteit wordt achtergelaten. Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Pagina 130 van 141
Pagina 131 van 141
Pagina 132 van 141
Pagina 133 van 141
Artikel 6:1 Strafbepaling Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad op overtreding van zijn verordeningen straf stellen. Deze straf mag niet zwaarder zijn dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) zijn de maxima van de zes boetecategorieën opgenomen. Het maximum van een boete van de eerste categorie bedraagt € 410 en van de tweede categorie € 4100. Het is overigens uiteindelijk de strafrechter die de soort en de maat van de straf in een concreet geval bepaalt, tot de grens van de door de gemeenteraad gekozen boetecategorie. Hierbij dient de rechter op grond van artikel 24 WvSr rekening te houden met de draagkracht van de verdachte. Het algemeen geldende minimum van de geldboete bedraagt € 3 (artikel 23, tweede lid, WvSr). De Gemeentewet heeft aan de gemeenteraad de keuze gelaten op overtreding van verordeningen geldboete te stellen van de eerste óf de tweede categorie. De gemeenteraad heeft daarbij de ruimte om binnen de verordening onderscheid te maken naar bepalingen waar bij overtreding een straf van de eerste dan wel van de tweede categorie op staat. Uiteraard kan in de APV ook worden
Pagina 134 van 141
gekozen voor een enkele strafmaat. De gemeente verliest dan echter de mogelijkheid om scheiding aan te brengen tussen lichte en zwaardere overtredingen. Het is niet mogelijk om van de indeling in boetecategorieën af te wijken, bijvoorbeeld door een maximumboete van € 1000 te stellen. Strafbaarheid rechtspersonen Op grond van artikel 91 jo. artikel 51 WvSr. vallen ook rechtspersonen onder de werking van gemeentelijke strafbepalingen. Bij veroordeling van een rechtspersoon kan de rechter een geldboete opleggen tot ten hoogste het bedrag van de naasthogere categorie “indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat” (artikel 23, zevende en achtste lid WvSr). Dat betekent dat voor overtredingen van de APV door een rechtspersoon de rechter de mogelijkheid heeft een boete van de derde categorie op te leggen € 8200).
Pagina 135 van 141 Artikel 6:2 Toezichthouders In dit artikel – en eventueel krachtens dit artikel, door het college dan wel door de burgemeester – worden de toezichthouders aangewezen. Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens
wettelijk voorschrift belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift (artikel 5:11 van de Awb). De basis voor deze aanwijzingsbevoegdheid wordt gevonden in hoofdstuk 5 van de Awb. Daarin zijn algemene regels gegeven voor de bestuursrechtelijke handhaving van algemeen geldende rechtsregels en individueel geldende voorschriften.
Pagina 136 van 141
Pagina 137 van 141
Pagina 138 van 141
Pagina 139 van 141
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Algemeen Het is soms noodzakelijk dat personen die belast zijn met het toezicht op de naleving dan wel de opsporing van overtredingen van de APV bepaalde plaatsen kunnen betreden. In artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht is deze bevoegdheid aan toezichthouders toegekend voor alle plaatsen, met uitzondering van het binnen treden van woningen zonder toestemming van de bewoners. De woning geniet extra bescherming op basis van artikel 12 van de Grondwet, dat het zogenaamde ‘huisrecht’ regelt. Het betreden van de woning zonder toestemming van de bewoner is daarom met veel waarborgen omkleed. Op het betreden van een woning met toestemming van de bewoner zijn deze waarborgen niet van toepassing, al gelden daar wel de, zij het wat beperktere, vormvoorschriften van de Algemene wet op het binnentreden (hierna: Awbi).
Pagina 140 van 141
Pagina 141 van 141
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
In artikel 6:4 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt, is de datum waarop de oude verordening vervalt. Artikel 6:5 Overgangsbepaling Van belang is in de overgangsbepalingen aan te geven of bestaande vergunningen, ontheffingen, enz. al dan niet hun rechtskracht blijven behouden na de inwerkingtreding van deze verordening. Op aanvragen om een besluit, ingediend onder de oude verordening, wordt volgens de Algemene wet bestuursrecht beslist overeenkomstig de nieuwe verordening (toetsing ex nunc). Op bezwaarschriften ingediend tegen besluiten genomen onder het oude recht, wordt eveneens besloten krachtens deze verordening met dien verstande dat de bezwaarde niet in een nadeliger positie mag komen dan hij onder het oude recht zou hebben gehad (verbod van reformatio in peius). Artikel 6:6 Inwerkingtreding Op de inwerkingtreding van verordeningen is de regeling van artikel 142 van de Gemeentewet van toepassing. Deze houdt in dat alle verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor is aangewezen. De APV is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding waarvan straf is gesteld.
Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Van belang is dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143 Gemeentewet). In verband met artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is het uiteraard niet mogelijk aan de bepalingen van een strafverordening terugwerkende kracht te verlenen. Artikel 6:7 Citeertitel Deze bepaling is geformuleerd overeenkomstig aanbeveling 75 van de “100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever” (VNG, 2011).
1 Toelichting wijziging APV na verwijdering colours.docx
Toelichting Wijziging APV Algemeen Het wijzigingsbesluit kent drie soorten wijzigingen: 1. 2. 3.
Noodzakelijke inhoudelijke wijzigingen op het gebied van openbare orde en veiligheid met het doel om effectiever op te kunnen treden; Tekstuele wijzigingen Inkorten van de toelichting APV
Zie ook de onderstaande artikelsgewijze toelichting: Artikel I, onderdeel A Correctie gelet op de vervanging van de Drank- en Horecawet door de Alcoholwet. Artikel I, onderdeel B De gemeenteraad verleent vrijstelling van het verbod bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet ten aanzien van het horecabedrijf vervatte verbod en het in artikel 14, eerste lid, vervatte verbod ten behoeve van proeverijen in slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld. Deze vrijstelling is gebaseerd op artikel 25e van de Alcoholwet. De proeverijen moeten voldoen aan de eisen die het Alcoholbesluit daaraan stelt Artikel I, onderdeel C In de praktijk is gebleken dat door de huidige formulering van het artikel bewijs de nodige problemen gaf. Er moet aangetoond worden dat het daadwerkelijk om lachgas gaat voordat opgetreden kan worden tegen het gebruik. Door het artikel uit te breiding zoals nu wordt voorgesteld kan sneller tot handhaving over worden gegaan bij constatering van gebruik in de aangewezen gebieden Artikel I, onderdeel D Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om, na overleg met de officier van justitie, een gebied binnen de gemeente aan te wijzen waarin de officier van justitie het bevel kan geven over te gaan tot preventief fouilleren.
Dit kan noodzakelijk zijn bij een gebied waarin de openbare orde ernstig wordt vestoord of ernstige vrees voor het ontstaan hiervan bestaat door de aanwezigheid van wapens. Artikel I, onderdeel E Door deze wijziging wordt de mogelijkheid een verhuurder van een woning, bij overlast of hinder vanuit of bij de verhuurde woning, aan te kunnen schrijven uitgebreid. Momenteel is het aanschrijven van een verhuurder alleen mogelijk als deze de woning/ het behorende erf verhuurd aan personen die niet met een adres ingeschreven staan in Aalsmeer. Deze uitbereiding is in lijn met de recente uitbereiding van artikel 151d van de Gemeentewet. Woonoverlast, ook bij kort verhuur, kan door deze wijziging effectiever bestreden worden. Artikel I, onderdeel F Een verordening als de APV kan onoverkomelijk ambtelijk of juridisch ingewikkeld zijn beschreven. Het doel van deze toelichting is om de regelgeving op een duidelijke en overzichtelijke wijze uit te leggen aan belanghebbenden. Van belang is dat het duidelijk is wat er bedoeld wordt met de bepalingen benoemd in de APV en dat de achterliggende redenering helder is beschreven. Geconcludeerd is dat de toelichting op deze verordening te uitgebreid en te juridisch van aard is gelet op het doel hiervan. Bijgevoegd treft u de voorgestelde aangepaste toelichting.
Geacht wordt dat deze hierdoor duidelijker, overzichtelijk en begrijpelijker wordt voor de belanghebbende.
1
1 was wordt tabel na verwijdering colours.docx
In de tabel wordt eerst aangegeven welk artikel(onderdeel) wijzigt met daarbij een verwijzing naar het bijbehorende wijzigingsbesluit. In de linkerkolom (“WAS”) staat de bestaande tekst, waarbij de woorden en leestekens die wijzigen zijn onderstreept. In de rechterkolom (“WORDT”) staat de voorgestelde nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens zijn vetgedrukt. Onder elke voorgestelde wijziging staat de bijbehorende wijziging van de toelichting. Was/ wordt lijst ten behoeve van de wijzigingen APV Aalsmeer Was Artikel 2.24 begripsomschrijving, eerste lid, onder d (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen
d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen
Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting bij dit artikel Was Artikel 2.34 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) -
Wordt Artikel 2.34 Proeverijen Het is slijtlokaliteiten, zoals bedoeld in de Alcoholwet, toegestaan proeverijen te organiseren. Toelichting: De gemeenteraad verleent vrijstelling van het in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet ten aanzien van het horecabedrijf vervatte verbod en het in artikel 14, eerste lid, vervatte verbod ten behoeve van proeverijnen en slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld. Deze vrijstelling is gebaseerd op artikel 25e van de Alcoholwet. De proeverijen moeten voldoen aan de eisen die het Alcoholbesluit daaraan stelt.
Artikel 2.48 Verboden drankgebruik, tweede lid, onder a en b (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet
b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Toelichting
b. een andere plaats dan een horecabedrijf bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Geen aanpassing huidige toelichting bij dit artikel Was Artikel 2:48a Lachgasverbod, eerste lid (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
1
1. het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het College ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
1. het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het College ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas), of daarop gelijkende waar, recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
-
Toelichting
Was Artikel 2.76 Veiligheidsrisicogebieden (artikel 1, onderdeel G van het wijzigingsbesluit)
Op basis van dit artikel is het verboden om, in door het college aan te wijzen gebieden, lachgas of daarop gelijkende waar te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. Dit artikel bestrijdt de overlast die veroorzaakt wordt door het gebruik van lachgas of daarop gelijkende waar. Wordt
Vervallen
De burgemeester kan, overeenkomstig artikel 151a van de Gemeentewet, bij verstoringen van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en de daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Vervallen
Toelichting: Deze bepaling strekt tot uitvoering van artikel 151b Gemeentewet, op grond waarvan de burgemeester bij verordening de bevoegdheid krijgt om bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied aan te wijzen als veiligheidsrisico-gebied. De burgemeester brengt een gebiedsaanwijzing zo spoedig mogelijk ter kennis van de gemeenteraad en de officier van justitie. In een veiligheidsrisicogebied kan de politie op last van de officier van justitie wapen- en munitiecontroles uitvoeren op verpakkingen van goederen, op vervoermiddelen en aan de kleding van personen. De officier van justitie vermeldt in het bevel op grond van welke feiten en omstandigheden hij van zijn bevoegdheid gebruik wil maken. Het bevel is maximaal twaalf uur van kracht. Kenmerkend voor het fouilleren in een veiligheidsrisicogebied is dat er ten aanzien van de te controleren personen geen sprake hoeft te zijn van concrete verdenking van wapenbezit, of van het
2
plegen van een strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt. De burgemeester trekt de aanwijzing in als de verstoring van de openbare orde of de vrees voor de veiligheid van personen in het gebied niet meer aanwezig is. Was Wordt Artikel 2.79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet, eerste lid (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) 1. Degene die een woning of een bij die woning 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met geeft draagt er zorg voor dat door gedragingen in of een adres in de gemeente in de basisregistratie vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of veroorzaakt. dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting Was Wordt Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder, tweede lid, onder c (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) c.
binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: ▪
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
c. binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: ▪
bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting
3
1.6 Uitvoering motie van 11 november 2021 "Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022" 1 RDV uitvoering Motie Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022.docx
RAADSVOORSTEL
Raadsvoorstel nr Datum B&W-besluit
Portefeuillehouder
7 december 2021
Burgemeester
Directie, Services/Gemeentebelastingen Amstelland Afdeling
Voor de vergadering van raad d.d.
Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)
27 januari 2022
Eelke Freerkstra, Vincent Roodenburg 06 2825 1864, 020 540 4779
Behandelen in de raadscommissie op
Ruimte en Economie
11 januari 2022
Onderwerp
Uitvoering motie van 11 november 2021 "Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022" Gevraagd besluit
1. In te stemmen met het voorstel tot uitvoering van de motie ""Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022". 2. De kosten voor de eenmalige belastingkorting van circa € 1.320.00 en circa € 10.000 aan uitvoeringskosten te dekken uit de algemene reserve en dit te verwerken in de 1e bestuursrapportage 2022; 3. De 1e wijziging op de Verordening afvalstoffenheffing 2022 vast te stellen. WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
Een juiste juridische en maatschappelijke uitvoering van de motie van 11 november 2021 tot een “Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022” van € 96. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Voor de directe verrekening op het aanslagbiljet 2022, van de teruggave van € 96,- voor huishoudens, een extra artikel in de Verordening afvalstoffenheffing 2022 op te nemen. Hierdoor is voor een ieder duidelijk wanneer deze recht heeft op verrekening van de “Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022” ad € 96,- op het te betalen bedrag aan belastingen voor belastingjaar 2022. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
In de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2022 zijn de uitgangspunten voor de lokale heffingen geformuleerd. Aanleiding
Op 11 november 2021 is met een motie door de raad Aalsmeer besloten tot nadere uitvoering van de motie Aalsmeers belastingplafond 2019-2022 van 01 november 2018 tot een “Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022”. Hierbij is voorgesteld voor huishoudens een éénmalige belastingkorting van € 96,- toe te passen op het te betalen bedrag aan belastingen 2022. Argumenten
Met dit voorstel wordt uitvoering gegeven aan de op 11 november 2021 aangenomen motie tot nadere uitvoering van de motie Aalsmeers belastingplafond 2019-2022 van 01 november 2018. Kanttekeningen
In het preadvies is door het college aangegeven dat deze neutraal staat tegenover dit amendement,
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 3
omdat het de uitvoering van een eerder unaniem aangenomen motie betreft. In het preadvies is voldoende ingegaan op mogelijke consequenties en kantekeningen. Financiën
De kosten voor de eenmalige belastingkorting circa € 1.320.00 en circa € 10.000 aan uitvoeringskosten te dekken uit de algemene reserve, dit wordt verwerkt in de eerste bestuursrapportage van 2022; Communicatie
Voor een juiste uitvoering van de “Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022” van € 96,wordt een extra artikel opgenomen in de “Verordening Afvalstoffenheffing 2022”. Hiervoor is toegevoegd een artikel 4a Compensatie woonlasten 2022. Door de compensatie aan de afvalstoffenheffing te koppelen krijgen alle betalende bewoners van woningen de korting rechtstreeks verrekend op het aanslagbiljet. Deze wijze van verrekenen is gelijk aan de uitvoering in belastingjaar 2019 voor de uitvoering van de motie van 01 november 2018 “Aalsmeers belastingplafond 2019-2022”. Procedure
Na besluitvorming wordt de bijgevoegde 1ste wijziging op de verordeningen afvalstoffenheffing 2022 zo spoedig mogelijk bekend gemaakt. Op basis hiervan kan de teruggave regel ad € 96,direct worden meegenomen op het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen 2022. Deze zal op het aanslagbiljet vermeld worden als "Compensatie gemeentelijke belastingen 2022". Bijlagen
1e wijziging op de verordeningen afvalstoffenheffing 2022 De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie
Het voorstel aan de raad is
Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen
Aanvaarde amendementen / moties
Pagina
3 van 3
RAADSBESLUIT Besluit
1.
In te stemmen met het voorstel tot uitvoering van de motie ""Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022". 2. De kosten voor de eenmalige belastingkorting van circa € 1.320.00 en circa € 10.000 aan uitvoeringskosten te dekken uit de algemene reserve en dit te verwerken in de 1e bestuursrapportage 2022; 3. De 1e wijziging op de Verordening afvalstoffenheffing 2022 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 2022. De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte
1 1ste wijziging op de Verordening afvalstoffenheffing 2022.docx
1ste wijziging op de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2022 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) Vastgesteld door Onderwerp
Gemeente Aalsmeer 1ste wijziging op de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2022 1ste wijziging Verordening afvalstoffenheffing 2022
Opmerkingen m.b.t. de regeling Deze regeling wijzigt de Verordening afvalstoffenheffing 2022 van 02 december 2021.
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Gemeentewet, artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b
Wet milieubeheer artikel 15.33
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum inwerkingtreding
1-1-2022
Terugwerkende kracht
Betreft
Ontstaansbron: Inwerkingtreding: Voorstel datum ondertekening; datum ondertekening; Staten bron bekendmaking bron bekendmaking
Wijziging regeling
Artikel I Aan de Verordening afvalstoffenheffing 2022 wordt toegevoegd onderstaande artikel. Artikel 4a Compensatie woonlasten 2022 1. Degenen die op 01 januari van het belastingjaar 2022 belastingplichtige is voor de afvalstoffenheffing en wordt aangeslagen voor de belastingen zoals bedoeld onder artikel 4 lid 1 of lid 2 van deze verordening krijgt op het te betalen bedrag éénmaal een vermindering van € 96,2.
Indien het te betalen bedrag na kwijtschelding negatief wordt of als het te betalen bedrag lager is dan de éénmalige vermindering van € 96,- wordt geen bedrag aan compensatie terugbetaald. Het doel van de Compensatie woonlasten 2022 is alleen diegene te compenseren die daadwerkelijk afvalstoffenheffing betalen zoals vermeld onder artikel 4 lid 1 en lid 2 van deze verordening.
Artikel II Deze verordening wordt aangehaald als “1ste wijziging Verordening afvalstoffenheffing 2022”. Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 januari 2022. De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte
1 20211111 M21-27 Motie Eenmalige belastingkorting voor huishouden in 2022 -VVD-D66 - aangenomen.pdf