CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 2 februari 2023, gemeente aalsmeer24.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Misschien nog het punt wat genoemd werd over capaciteit, er werd gevraagd hoe gaat het college dat dan aanpakken. Ik heb geprobeerd de vorige keer daarop uit te leggen dat dat juist, we zien natuurlijk veel dat het, even zwart-wit gezegd, of het is ieder voor zich, het is individualistisch, je lost het zelf op, of het is de overheid. Maar het is nou juist de kunst om ook Pagina 11 van 26

dat stuk daartussen en de samenleving en de vrijwilligers, hoe je dat juist meer ook in zijn kracht zet. Dat zijn ook die eerste en tweede uitgangspunten in de procesnotitie. Daar heb ik de vorige keer ook geprobeerd uit te leggen, maar goed dat zijn bij uitstek onderwerpen waar we verder mee met elkaar in gesprek gaan en aan de slag gaan. Wij kunnen niet zelf dat capaciteitsprobleem oplossen maar door het slimmer en in goede samenwerking met alle partijen met elkaar te organiseren, kunnen we daar denk ik wel met z’n allen winst behalen. Dus dat zou ik nog even op dat punt willen aangeven. Ik kijk ook nog even naar, nog een toevoeging? En dan de heer Kikkert ook nog een korte toevoeging geven. Dank u wel. De voorzitter: Ja, het stuk kent in die zin meerdere portefeuillehouders natuurlijk. Wethouder Kikkert, aan u het woord. De heer Kikkert: Ja, voorzitter. U heeft al duidelijk begrepen dat het stuk niet wordt aangepast en tegelijkertijd staat er een toezegging dat wij armoedebeleid meenemen in het stuk. Dus daar kunt u op vertrouwen, staat ook op band, dus dat aspect nemen we uiteraard mee. U heeft ook een relatie gelegd met woningbouw en de woningbouwopgave. Nu is het natuurlijk wel zo, en dat is ook wel een beetje de lastigheid, laat ik het ook maar zo benoemen, dat we natuurlijk gewoon afspraken hebben met projectontwikkelaars die we tot uitvoering gaan brengen.

Tegelijkertijd wil ik ook wel aangegeven dat we ook gaan kijken hoe we die wijken toekomstbestendig kunnen maken. En dat is een aspect, dat nemen we mee. Parallel aan dit proces gaat overigens ook de Woonzorgvisie opgesteld worden en daar gaat het natuurlijk ook over zorg en welzijn in de wijk. Dus in die zin nemen we dat mee. Overigens ook met de taskforce. De voorzitter: Volgens mij toezeggingen vanuit het college. Mevrouw Prent Bouten: Prima toezegging, voorzitter, ja. De alternatieven die worden aangegeven, of de mogelijkheden, prima. Ik denk dat de oproep is om te blijven kijken naar alternatieven en niet te blijven kijken naar wat we al hebben, de afspraken die al lopen. Maar meer naar andere mogelijkheden te blijven kijken. Maar als dat is wat u bedoelt, dan is het prima. De voorzitter: De wethouder. De heer Kikkert: Dat is wat ik bedoel met toekomstbestendig. Dan kijk je niet alleen naar wat je al hebt, maar kijk je vooral wat je nodig hebt. De voorzitter: Volgens mij is er ook niet direct behoefte dan aan een tweede termijn. Ik kijk nog even rond. Nee. Dan gaan we over naar stemming over de strategienota. Wie is er voor dit voorstel? Dat is eenieder, daarmee aangenomen. Rb-11

Effectuering besluit tot inbesteding nascheiding en verwerking fijn huishoudelijk restafval bij Omrin BV De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt, de effectuering van het besluit tot inbesteding rondom de nascheiding, dat we hier in de raad met elkaar hebben besloten en de verwerking van fijn huishoudelijk restafval bij Omrin NV te Heereveen. En de spreekvolgorde brengt ons bij D66. De heer De Vries: Ja, ik weet niet of het echt nodig is om een stemverklaring af te leggen, ik sta hier ook mogelijk geen stemverklaring. Ik heb wel een paar zinnen neergezet. Dit voorstel is het praktische gevolg van een eerder raadsbesluit van 25 januari 2022. Als zodanig zijn alle omstandigheden, voor- en nadelen al eerder besproken en terug te luisteren en terug te zien op de beraadslaging van die datum en daarom kunnen we akkoord gaan met het voorstel. De voorzitter: Het CDA, de heer Winkels.

Pagina 12 van 26

De heer Winkels: De heer voorzitter, u zei daarstraks dat u behoefte had aan krachtige beantwoordingen. Beter als wat de vorige spreker heeft kunnen zeggen, heeft gezegd, kunnen wij niet zijn. Dus wij gaan van harte akkoord. De voorzitter: Absoluut Aalsmeer, mevrouw Van Hilst Mevrouw Van Hilst-Dekker: Dank u, voorzitter. Aangezien het een formele afhandeling is van een reeds genomen besluit zijn wij ook kort en krachtig en kunnen we akkoord gaan. Dank u wel. De voorzitter: De VVD, mevrouw Vleghaar. Mevrouw Vleghaar: Dank u wel voorzitter, wij sluiten aan bij de andere partijen, wij zijn ook voor. De voorzitter: GroenLinks. De heer Fransen: Akkoord. De voorzitter: PvdA. De heer Buisma: Ja, die is dan weer de enige die een beetje gaat zeuren, dank u wel voorzitter, want in het voorstel lezen we dat op 12 juli door het college dit besloten is, om dit zo te gaan doen. Dus het is niet een logisch gevolg, het was een keuze wat we zouden kunnen gaan doen, we zouden naar een club in Rotterdam kunnen, het is Heerenveen geworden, daar vinden we als Partij van de Arbeid overigens wat van, om die afvalberg naar Heerenveen te rijden. Maar op 12 juli is door het college besloten om het op deze manier te doen en nu komt het in de raad. Voorzitter, normaal als je je huiswerk niet op tijd af hebt, dan krijg je een onvoldoende.

En dit college frommelt er even een voorstel doorheen en gaat ervan uit dat we als gemeenteraad wel akkoord gaan, want het is maar een formele afhandeling. Ja, dat is wat te kort door de bocht. Dus daar iets van een zinnetje of twee aan waarom het niet normaal door de commissie gegaan is maar dat we het nu op de laatste vergadering van het jaar moeten besluiten is misschien wel handig. De voorzitter: En u vraagt daarbij natuurlijk reactie aan het college, als ik dat zo vrij mag vertalen. Goed. U was de laatste in de rij, dus ik geef graag het woord aan het college. Wethouder Kikkert, aan u het woord. De heer Kikkert: Ja, gelukkig geeft u zelf aan dat u zeurt, dan hoef ik dat niet te doen. Dat in de eerste plaats. Ja kijk, het proces is gelopen zoals het gelopen is. Dat, echt de verklaring voor dit moment heb ik niet maar tegelijkertijd moet ik zeggen dat het misschien laat is maar niet te laat. De heer Buisma: Voorzitter. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Even als zeurpiet, maar als u geen verklaring heeft waarom u zo laat bent, dan zou ik het woord zeuren niet meer noemen. De voorzitter: De heer Kikkert, ik vraag u nogmaals om via de voorzitter te praten. Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja. Maar u gebruikt het woord zelf, daar haak ik op aan. Maar goed, kijk, we hebben ons uiterste best gedaan om dit voorstel voor elkaar te krijgen.

En dat is dit moment geworden.

Pagina 13 van 26

De voorzitter: Misschien vanuit technische overweging, het besluit resulteert wel degelijk uit de opvatting van de raad. Ik hecht er toch wel aan, besluitvorming, om dat even toe te voegen, het komt niet uit zomaar vanuit het niets, vanuit het college verschijnt het. Overigens is er een regeling, een wettelijke regeling, die bepaalt dat bepaalde ondertekeningen, mochten die vanuit het college volgen, de raad altijd voor zienswijze gehoord moet worden. Inherent kunt u daarin lezen, het is ook zaak aan het college, u gaat er als raad niet over, u geeft uw zienswijze. Dus om ordentelijk dualisme hier wel te hebben, u noemt het zeuren aan het college, u noemt uzelf zeuren richting het college. Ik vind het vooral een hele gezonde kritische vraag maar ik hecht er wel aan om ook de verhouding college raad in een goed daglicht te zetten. U trekt een verkeerde conclusie, mijns inziens. En het is mij als voorzitter ook wel gebleken om het juist aan deze agenda toe te voegen zodat u de ruimte heeft om daar uw zienswijze op te geven. Aangezien uw wens die op die nascheiding was en maar een heel klein aantal partijen dit zou kunnen verwerken en de keuze dus helaas wat dat betreft in de markt niet reuze is. Goed. De heer Buisma, wilt u nog hier wat aan toevoegen? Nee. Dan stel ik voor dat we overgaan tot stemming. Wie is er voor dit voorstel? Dat betekent dus geen zienswijze indienen.

Dat is eenieder? Ja dat is eenieder en daarmee vastgesteld. RB-12

Motie vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: Dat brengt ons bij de motie vreemd aan de orde van de dag, financiële steun Stichting Recht op Bescherming tegen Vliegtuighinder. Wij hebben daarvoor de indiening gehad door de heer Fransen, ik geef u dan ook als indiener eerst even het woord en misschien goed en dan moet u mij even aanspreken of u eerst een rondje in de raad wenst of reactie, of dat u eerst reactie van het college wenst. Dat is even aan u. De heer Fransen, aan u het woord. De heer Fransen: Ja, dank u wel voorzitter. Ik vind deze motie inmiddels persoonlijk moeilijk en het moeilijke vind ik dat het zo persoonlijk behandeld wordt. Dus dat vind ik ingewikkeld en dat vind ik ook wel jammer en daar doe ik zelf ook aan mee, dus daar beschuldig ik niemand van. Maar ik vind dat wel, even een woordje vooraf, dat vind ik een ingewikkelde. Waarom deze motie? Wij vinden het als indieners, PvdA en GroenLinks, te gek dat de Staat der Nederlanden toestaat wat er op dit moment boven ons hoofd gebeurt, herrie, uitstoot van allerlei troep, slaapverstoring en dat soort dingen. De Staat heeft wat ons betreft als taak om inwoners te beschermen in ons woongenot en dat hebben wij als gemeente jarenlang geprobeerd via allerlei overleggen.

We zijn overal naartoe gegaan, we hebben overal meegepraat en, om het even in mijn eigen woorden te zeggen, daar zijn we flink in het pak genaaid want er gebeurt niet veel. En nu lijkt er ons een mooi bot te worden toegeworpen in de vorm van een terugdringen van het aantal vluchten, van 500.000 naar 440.000 geloof ik. Maar dan zijn er allerlei sidelettertjes, het gaat al later in dan beloofd, het gaat maar deels in en het is maar tijdelijk. Daar kun je je niet echt rijk mee rekenen. Dan kun je ervoor kiezen om te blijven overleggen en te blijven constateren dat het je als gemeente, als inwoners niks oplevert. Wij kiezen ervoor om de stevige weg te volgen. De Stichting RBV, Recht op Bescherming tegen Vliegtuighinder, heeft de handschoen opgepakt en is een rechtszaak aan het starten, of gestart moet ik zeggen. Eigenlijk hadden we dat als gemeente Aalsmeer misschien wel moeten doen, dat was misschien wel gezonder en zuiverder geweest. Maar dat is nou eenmaal niet zo. Daar was ik zelf ook bij. Zij zijn daarmee bezig en de Stichting RBV heeft in de commissievergadering, van ik dacht 1 december maar die datum weet ik niet meer precies, gevraagd aan ons als gemeenteraad om een bedrag ter beschikking te stellen. De motie die we toen hadden, hebben we weer van stal gehaald en die hebben we ingediend.

En in het overleg wat er onderling tussen partijen geweest is, is aan de orde geweest van doet dat nou niet, deze motie. We willen allemaal wel graag dat geld ter beschikking stellen en laten we het via een subsidieregeling gewoon regelen via het college. Toen is mij medegedeeld door een aantal van de mensen waar ik overleg van had dat de wethouder daartoe bereid is. Dus mijn eerste vraag aan het college is, klopt het dat het college, c.q. de Schiphol-wethouder aan een aantal partijen, c.q. raadsleden heeft aangegeven bereid te zijn om uiterlijk in april 2023 via een subsidie op de een of andere manier het door RBV aan de raad gevraagde bedrag te helpen? Dus voordat we verdergaan en besluiten of het nodig is om

Pagina 14 van 26

de motie wel of niet in te dienen hebben we het antwoord op deze vraag wel nodig. Want stel dat de wethouder zegt, ja nee dat ga ik doen, dan is de motie niet nodig. De voorzitter: Ik denk dat moment, ik kijk even naar de andere fracties. Kunt u zich vinden daarin om eerst een reactie van de portefeuillehouder te vragen? Ja, in de officiële terminologie, daar wijst de griffie nog even op, is officieel is die als het ware ingediend, de motie maar of we hem in stemming brengen of niet, of van de agenda halen. Het is techniek, komt exact op hetzelfde neer. Ik denk ik help u even in de juiste bewoordingen. Wij vragen het de portefeuillehouder, wethouder Kuin. De heer Kuin: Ja, dank u wel voorzitter. Inderdaad, er is mij gevraagd of ik bereid ben om dat geld in de vorm van een subsidie aan RBV toe te kennen. En inderdaad, daar ben ik toe bereid maar, er is een maar bij, het moet wel een unaniem standpunt van de raad zijn. En dat hou ik vol, dat hebben wij met z’n allen afgesproken in het raadsprogramma en daar blijf ik achter staan. De voorzitter: Goed, de heer Fransen. De heer Fransen: Ja, daar heb ik dan een vraag op aan het college, want wie gaat er over de subsidieverlening? Dat is toch, als het binnen de beschikking is, het college? Dus ik weet even niet wat en ik weet even niet hoe moet de raad akkoord gaan met een subsidieverzoek.

Moeten we dan dat subsidieverzoek afwachten en hier gaan bespreken of zo? Terwijl dat normaal niet zo hoort. Wat bedoelt de wethouder met dit antwoord? De voorzitter: Precies, dat was de vraag waarnaar ik op zoek was. De portefeuillehouder, er is een vraag gesteld over de context van een subsidiebesluit en wat daarvoor nodig is. De wethouder. De heer Kuin: Ja, dank u voorzitter. Ik heb werkelijk geen idee wat daarvoor nodig is, maar wat ervoor nodig is komt op tafel en als dat betekent dat het college over de subsidie gaat, daar is het college dan wel goed voor. Ik denk dat daar wel gelden voor gevonden worden, creatief boekhouden, het hoeft niet morgen te gebeuren maar we hebben even de tijd. Dus we kunnen op zoek gaan naar geld. Maar het is, ergens moet er een vraag gesteld worden aan dit college. Willen jullie subsidie verlenen? Die vraag kan ik niet stellen. Als u hem wil stellen, stel hem gerust en anders is het een andere organisatie die die vraag moet stellen. De voorzitter: De heer Fransen. En dan denk ik dat het daarna goed is dat we ook een ronde even in de raad doen, mocht daar interesse voor zijn. De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel, dat is volgens mij helder. Volgens mij zegt de wethouder, ik probeer het even gewoon goed te begrijpen want anders hebben we eerdaags een misverstand.

Volgens mij zegt de wethouder, wij zijn als college bereid om dat geld ter beschikking te stellen, daar vinden we wel wat voor maar we hebben eerst een vraag nodig. Die zal volgens mij niet van ons moeten komen, maar van RBV. En die vraag, die heeft RBV aan ons gesteld, als raad en nu zegt het college eigenlijk, als diezelfde vraag van RBV nog een keer gesteld wordt maar dan aan ons, dan zien we hem als een subsidievraag en dan gaan we hem welwillend behandelen. Dat is volgens mij wat ik hoor. Ik wil het even helemaal scherp hebben. De voorzitter: Ik heb de portefeuillehouder daarbij horen zeggen dat het voor hem voorwaardelijk is dat de raad daarbij op één lijn zit. De heer Fransen: Maar de raad is daarin niet in beeld, in dat traject. Dus hoe moet dat dan? Dat is dan even mijn vraag. De voorzitter: De vraag die u stelt aan uw collega’s in de raad of aan de portefeuillehouder?

Pagina 15 van 26

De heer Fransen: Ja, want kennelijk is het nu zo dat de procedure bij een subsidie is dat we daar als raad ook iets van moeten zeggen. Dat is voor mij nieuw, maar als dat zo is dan is dat zo en dan weet ik niet of dat via een raadsvoorstel moet of hoe dan ook. Maar dan moet dat wel aan de raad worden voorgelegd, die vraag. En ik weet gewoon technisch niet hoe dat moet. Misschien kan de griffier die vraag beantwoorden, ik weet het niet. Maar ik weet daar het antwoord niet op. De voorzitter: Dit zou een mooie vraag zijn om uit te zetten in de organisatie voor een gedegen antwoord en eens terug te brengen naar de commissie om met elkaar over te praten. Die neem ik dan maar zelf even als schot voor de boeg. Ik kijk even rond. Zijn er fracties die naar aanleiding hiervan een inbreng willen doen? De heer Van den Nouland De heer Van den Nouland: Ja, dank u wel voorzitter. Zoals bekend, het CDA heeft in het verleden tegengestemd, tegen deze motie en dat is, we zijn gewoon principieel tegen rechtszaken voeren tegen de overheid. Als antwoord op uw vraag, er is natuurlijk heel veel overleg geweest de afgelopen week, we hebben er zelf ook bij gezeten.

Er is ook afgesproken dat we volgende week een informeel overleg hebben, daar beginnen we informeel zonder agenda, waarbij ik u echt van harte uitnodig om daarbij aan te schuiven, om te kijken of we de gezamenlijke doelstelling kunnen bereiken. En als we daar een vorm van unanimiteit kunnen bewerkstelligen, dan denk ik dat je een heel eind verder komt. Maar we moeten ergens starten met dat overleg. Dat overleg, dat heb ik gemist voordat die motie ingediend werd. Er heeft, in ieder geval met het CDA, geen enkel overleg plaatsgevonden over Schiphol. Ik denk de hoogste tijd is, gezien het raadsakkoord, dat wij met alle partijen, want we zien allemaal de ernst van de situatie in, er zijn vele belangen die met Schiphol te maken hebben, er zijn heel veel bewoners die heel veel last hebben van Schiphol. Er zijn ook heel veel bewoners die helemaal geen last hebben van Schiphol, er zijn heel veel partijen waarvoor Schiphol heel belangrijk is. Dus het is echt belangrijk dat wij als raad, en het liefst raadsbreed, duidelijke afspraken met elkaar kunnen maken en daarvoor nodig ik u van harte uit om aan te schuiven bij dat overleg. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Allereerst felicitaties voor deze welverdiende maidenspeech. Hoort ook in zo’n vergadering. Ik kijk even voor de inventarisatie of er nog anderen een bijdrage willen leveren. De heer De Vries.

De heer De Vries: Ja, dank voorzitter. We vragen iets meer tijd voor onze bijdrage dit keer, in tegenstelling tot voorgaande bespreking. Op 17 november heeft de stichting een presentatie gegeven in de Aalsmeerse gemeenteraad. Hierin werd aangegeven hoezeer de omwonenden van Schiphol, en met name die in Aalsmeer, getroffen worden door gezondheidsschade die direct is toe te rekenen aan Schiphol. En het gebrek aan regelgeving en handhaving vanuit de rijksoverheid op dit punt. Ook werd de dagvaarding van de stichting richting ministerie van Infrastructuur en Waterstaat toegelicht. De komende rechtszaak zal zich toespitsen op het niet naleven van een voldoende bescherming van de volksgezondheid, een van de fundamentele taken die een overheid heeft ten opzichte van zijn burgers. Wat betreft D66 Aalsmeer staat tenminste vast dat door het niet naleven van voorschriften voor en door de staat de gemeente Aalsmeer zowel direct als indirect benadeeld wordt bij het uitoefenen van haar taken op het gebied van volksgezondheid.

En dat de inwoners van Aalsmeer opdraaien voor het niet op juiste wijze uitvoeren van de taak die aan de staat is opgedragen, de staat tot nu toe niet heeft laten blijken open te staan voor de wensen zoals die herhaaldelijk door de gemeente Aalsmeer zijn overgebracht en dat de procedure klaarheid kan brengen in de rechten en plichten van zowel de staat als bijvoorbeeld die van de gemeente Aalsmeer en hun onderlinge verhoudingen. Op 10 december 2020 heeft de gemeenteraad van Aalsmeer unaniem de steun uitgesproken voor de Stichting RBV en de doelstellingen die de stichting nastreeft. Ook werd daarbij de oproep geplaatst richting college om regelmatig overleg te voeren met de stichting om af te stemmen hoe zij effectief voor de rechten van de inwoners van Aalsmeer kunnen en zullen opkomen. We worden nu gevraagd de motie te ondersteunen die door GroenLinks en PvdA wordt ingediend. Er wordt gevraagd per 1 april 2023 een dan vast te stellen bedrag aan de stichting uit te keren ter ondersteuning van de aankomende rechtszaak. We hebben de afgelopen weken met alle Pagina 16 van 26

fracties samen gezeten om te kijken op welke wijze we de stichting zouden kunnen ondersteunen. In het algemeen gesteld, dachten wij te hebben vastgesteld, als D66 zijnde, dat voor de bredere doelstelling van de stichting voldoende steun bestaat. De discussies leken zich met name af te spelen rond procedurele kwesties. Hierover leken de fracties onderling van mening te verschillen. Als gevolg hiervan is het niet gekomen tot een gezamenlijke tekst voor een gezamenlijk in te dienen motie. Iedere fractie heeft uiteraard de vrijheid om verder tot een eigen afweging te komen. Wij denken dat we de mening delen met enkele fracties, dat nog niet alle wegen bewandeld zijn om zonder motie vanuit de raad tot een vergelijkbaar resultaat te komen. Wanneer men let op de tekst van de motie van 10 december 2020 lijkt het ons een goed idee wanneer de portefeuillehouder namens het college in gesprek treedt met de stichting om te komen tot een oplossing waarmee alle partijen kunnen leven.

Bij dat gesprek kan wat ons betreft worden meegenomen dat de gehele raad al eerder unaniem heeft uitgesproken achter de doelstelling van de stichting te staan, dat de statuten van de stichting een algemeen belang ondersteunen waar de gemeente Aalsmeer ook zowel een belang als een taak heeft en dat er meerdere stichtingen, vergelijkbaar met de Stichting RBV, op dit moment al een financiële ondersteuning van de gemeente ontvangen, zoals af te lezen uit de jaarstukken van de gemeente over de afgelopen jaren. Al met al is onze conclusie dus dat we de motie niet zullen ondersteunen maar afwachten wat de gesprekken tussen de stichting en het college, die op zeer korte termijn zouden moeten plaatsvinden, op zullen brengen. Wij hebben goede hoop dat deze besprekingen een voor alle partijen gunstig en bevredigend resultaat zullen opbrengen. Voor wat betreft een verdere opstelling en ontwikkelingen inzake dit onderwerp zal D66 Aalsmeer richting voorjaar 2023 een latere mening vormen. Wij vertrouwen er voor nu op dat de richting die we als raad aan het college meegeven voldoende is. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Ik kijk even naar de andere partijen, nog behoefte? Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor steeds van iedereen dat ik te zacht praat, dus ik zal proberen iets harder te praten.

Ik heb niet een dergelijke tekst voorbereid zoals de heer De Vries van D66. Ik wilde het eigenlijk houden bij wat er gebeurd is de afgelopen twee weken, en dat was best veel. En vorige week dacht ik, na ook wat intern overleg te hebben gehad, ik denk dat het goed is als de partijen bij elkaar gaan zitten. Want het ging alle kanten op en al heel snel bleek in dat gesprek dat eigenlijk de neuzen wel dezelfde kant opstonden, het was alleen het zoeken naar de beste manier waarop we dat gezamenlijk doel konden bereiken. En sterker nog, in die gesprekken bleek ook dat we met elkaar wilden gaan zitten om de invulling te geven aan het raadsprogramma. Absoluut Aalsmeer heeft altijd, is altijd voor steun voor RBV geweest en wij hebben in eerdere momenten ook de motie gesteund. We zagen nu wel alleen een opening en een mogelijkheid om met elkaar veel verder te komen. En die hebben we aangegrepen. En deze route werd door iedereen omarmt, dus het leek ons dan niet meer dan logisch om die route mee te bewandelen. En nogmaals, het gezamenlijk optreden en gezamenlijk tot overeenstemming komen, was voor ons het allerbelangrijkste. Wij zullen dan ook de motie niet steunen. Wij zijn ervan overtuigd dat die subsidieroute mogelijk is. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouwmeester. De heer Bouwmeester: Ja, dank u voorzitter.

Ik heb een uitgebreid stuk voor me, maar er is al zoveel gezegd, dus ik zal het heel erg kort houden en me aansluiten bij vorige sprekers. We zijn de afgelopen weken achter de schermen heel druk in de weer geweest om er met zijn allen uit te komen en die weg willen we met z’n allen verder gaan bewandelen. Mocht de motie dus in stemming worden gebracht, dan houdt het op dit moment voor de VVD in dat we bij ons eerdere standpunt blijven en dat we niet voor zullen stemmen. Dank u. De voorzitter: Ja, even de heer Buisma en dan zal ik nog even daarna kort over de techniek van subsidiebeschikking toelichten. De heer Buisma.

Pagina 17 van 26

De heer Buisma: Voorzitter, gisteren heeft de Raad van State uitspraak gedaan over een bouwproject in Badhoevedorp, dat ging over zevenhonderd woningen. Die zaak is aangespannen door de KLM en KLM heeft gewonnen. Dus in Haarlemmermeer worden geen zevenhonderd woningen gebouwd omdat Schiphol wel procedeert. En wij in Aalsmeer, wij doen moeilijk over hoe we het voor mekaar krijgen dat een club geld krijgt. Daar besteden wij twee weken aan. Ja, zo maken we allemaal keuzes. Maar dat zijn niet de keuzes die de Partij van de Arbeid maakt. Wij hadden toch liever daar zevenhonderd woningen gezien, we hadden liever daadkracht gezien. En heel eerlijk, of we het nou met een motie doen of per postduif of regelen dat het voor paperclips gekocht wordt bij deze stichting, het zal me worst wezen. En als de wethouder zegt, ik heb een uitspraak van de raad nodig in unanimiteit, dan gaan we morgen bij elkaar zitten om dat voor mekaar te boksen. Maar om nou in de techniek te vervallen en of het met een subsidie kan, jongens asjeblieft. Alsjeblieft kunnen we nu gewoon met elkaar even afspreken hoe we dit gaan regelen? En ik geloof echt dat deze wethouder dat wil en ik geloof ook dat het college dat wil en ik geloof dat deze raad het wil. En ja, kunnen we dit niet gewoon gaan doen? De voorzitter: Goed. Sta mij toe even kort wat over de techniek wat toe te lichten. Mevrouw Keessen: Voorzitter.

De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Ja, ik wil toch even reageren op wat mijnheer Buisma zegt, want hij zegt gaan we nu eindelijk beslissen wat we met elkaar gaan doen. Dat hebben wij dus gedaan de afgelopen twee weken. U was er niet bij door omstandigheden. Maar goed, dan oordeelt u over iets, volgens mij zijn we er juist uitgekomen en een stap verder zelfs. De enige vraag is van de wethouder, of we dat unaniem willen ondersteunen. Dat is de vraag aan u. En ergens hoor ik u dat al zeggen, maar met een hele grote omweg. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Ik hoor net het CDA zeggen dat ze ons uitnodigen en dat ze GroenLinks van harte uitnodigen, maar dat is dus een open vraag. Op moment dat GroenLinks dus niet komt volgende week, is er geen unaniem besluit. De voorzitter: Sta mij toe even kort wat op de techniek te doen, dat helpt misschien wat in dit debat. Ik wil graag twee punten adresseren. De eerste is, u, als ik zo mag filteren, bent u allen in die zin voorstander van dat we met mekaar wel de handschoen oppakken en iets gaan doen. Dat is iets wat altijd hier volgens mij vooraan gestaan heeft en is het zoeken naar het middel hoe we het dan het beste met elkaar doen. En ik heb een groot deel van uw raad horen zeggen, het zou fijn zijn als wellicht de RBV en het college daar een weg in kunnen vinden.

De techniek maakt het zo, je kan natuurlijk niet zomaar subsidies uitreiken, daar heb je een kader voor. Maar het is wel mogelijk om op voorwaarde een eenmalige subsidie te geven, daarvoor is het wel nodig dat een RBV dat aanvraagt in deze als stichting, dat komt bij het college binnen en daar kan een gesprek met elkaar over bestaan en wellicht toekenning. Ik weet niet wat het betekent over hoogtes van bedragen of niet, maar daar zou een gesprek kunnen bestaan. Ik heb ook begrepen dus uit het gesprek hier dat wellicht dat gesprek er komt, ik zie in ieder geval geen bevestiging van de wethouder, dus dat zou een oproep van u kunnen zijn om het gesprek met RBV aan te gaan. Of u kunt RBV vragen het contact met het college te zoeken. Ik denk dat we een prima een weg daarin kunnen vinden met mekaar. Voorts hoor ik u ook zeggen, en daar bent u niet unaniem over, dat het goed zou zijn, dan hoor ik de heer Nouland zeggen, als we hier nog een keer een gesprek met elkaar over zouden hebben. Ik denk ook goed dat dat in de openbaarheid is, maar om dit met elkaar af te stemmen doen we niet in deze vergadering, dus ik wil u verzoeken om dat vraagstuk bij het presidium neer te leggen waar we met elkaar afspraken kunnen maken op welk moment we met elkaar hierover het gesprek kunnen aangaan. En we zouden dat gesprek met elkaar kunnen voeden met antwoorden op vragen die vanavond gesteld zijn.

Of hoe gaat dat met een subsidieregeling? Wie is er nou aan de bal? Wie Pagina 18 van 26

moet naar wie reageren? Wat vindt u daarvan als raad? Wat voor een houding moet het college daarin aannemen? En dat we dat gesprek wel met elkaar in de openbaarheid voeren en dat iedereen kenbaar kan maken wat hij of zij in deze weg de beste route vindt. Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen; Ja, ik wil toch even reageren en dan denk ik dat ik even spreek voor de heer Van den Nouland, dat gesprek van volgende week gaat niet hierover. Dat gaat over hoe we met elkaar invulling gaan geven aan het onderdeel Schiphol wat in het raadsprogramma staat. Dus dat staat los van dit vraagstuk over die motie. Dat moet dan een ander gesprek worden, maar we willen een aanzet geven om met elkaar piketpaaltjes te gaan slaan. De voorzitter: Dat is heel fijn, maar als u een oproep in deze raad doet om bij elkaar te komen, dan doet u dat in de openbaarheid. Dat wil ik wel even onderstrepen. Dus wenst u op korte termijn dit onderwerp samen te komen, dan zeg ik u, doe het in de openbaarheid want dat is de wijze waarop we hier met elkaar vergaderen in de structuur. Heeft u daar andere ideeën bij, want u als fracties vergadert natuurlijk ook, dan verzoek ik u dat op die tafels met elkaar te bespreken en niet hier in de gemeenteraad. Maar ik denk dat we zo wel tot een afronding en misschien wellicht concludering moeten komen, maar daarvoor wil ik vooral het woord aan de heer Fransen geven.

De heer Fransen: Ja dank u, voorzitter. Ik heb wel behoefte om even te reageren op wat ik gehoord heb, als dat mag. De voorzitter: Uiteraard. De heer Fransen: Het CDA geeft aan geen overleg gehad te hebben. Deze motie hebben wij in juni ingediend en op verzoek van fracties, onder andere van het CDA, hebben wij toen de motie teruggetrokken. Omdat er tijd nodig was om te overleggen. Ja, dus die vind ik eerlijk gezegd een beetje vreemd dat nu het verwijt naar ons komt, we zijn niet betrokken geweest. Voordat, u had gelijk met, nee dat was mijnheer De Vries die zei 17 november, sorry. U heeft gelijk dat u zegt, we hebben het er niet over gehad, maar wij hebben wel ongeveer twee weken voordat het in de commissie kwam via uw fractievoorzitter de fractie op de hoogte gesteld. En overigens ook van de anderen. Dus naar ons idee hebben we elke fractie op de hoogte gesteld. D66, die sprak wijze woorden, ik hoorde bij de heer De Vries we zijn het eigenlijk gewoon eens, dus dat komt goed. Volgens mij is dat, als ik het samenvat, wat ik hem hoorde zeggen, we zijn het eens, dus het komt wel goed. Ik hoor het CDA eigenlijk ook zeggen, we moeten erover praten om het eens te worden. Nou, waar worden we het dan over eens, volgens mij over die bijdrage. Dat hoor ik AA ook zeggen en de VVD zegt, daar sluit ik me bij aan. Dus dan vraag ik me even af.

De heer Van den Nouland: Mag ik daarop reageren? De voorzitter: Zeker, de heer Van den Nouland, interruptie. De heer Van den Nouland: Vindt u het goed als ik heel even reageren daarop? De heer Fransen: Dat is aan de voorzitter. De voorzitter: Jazeker. De heer Van den Nouland: Wij zijn het over eens dat wij een gezamenlijk plan moeten maken. Maar dat gezamenlijk plan, dat behelst meer als alleen een subsidie aan de RBV. En zo moet u dat zien. Het is niet alleen een rechtszaak tegen Schiphol, want dat heeft vele belangen, wat ik ook in mijn introductie zei, en daar moeten we natuurlijk ook rekening mee houden. Dus daarom gaat het gesprek verder als dat het gaat wat mij betreft ook over samenwerken met andere partijen. Het zijn natuurlijk veel meer belangengroepen in onze regio die hiermee te maken hebben. Dus daar gaat ook dat gesprek over. Het is gewoon een algemeen informeel

Pagina 19 van 26

gesprek, zonder agenda om eens te kijken van waar staan we. En dat is ook meer dan de subsidie van het RBV. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u. Ja, op zich best apart moet ik eerlijk zeggen, dat wij hier staan op de vergadering, uitgenodigd worden voor een overleg in de achterkamertjes. En ik ben het dus eigenlijk helemaal met de voorzitter eens dat dat in de openbaarheid hoort plaats te vinden. Dit gaat over Aalsmeer. Maar goed, ik zie wel of er een uitnodiging komt. Nu gaat het even over die steun en ik heb u niet horen zeggen dat u tegen die steun bent. Ik heb u in een eerdere bijeenkomst wel horen zeggen dat u ervoor bent om RBV te gaan steunen. Dus volgens mij als we dat hier met elkaar afspreken en uitspreken, dan heeft de wethouder het raadsbrede uitgangspunt wat hij wil hebben van, de raad wil dit en dan kan ik aan de subsidie gaan werken. Volgens mij is dat de vraag van die wethouder en volgens mij kan je dat uit dit rondje concluderen. Maar ik wil die vraag wel expliciet stellen. Kan de wethouder concluderen op dit moment dat hij met RBV in gesprek kan gaan om die subsidie te gaan verlenen. Want die vraag stelt hij. De voorzitter: Ik kijk nog even verder rond in de raad om vragen eventueel af te vangen richting het college nog.

De heer Van den Nouland, u wilde nog een bijdrage leveren? De heer Van den Nouland: Ik wil kort reageren, ik heb nooit een toezegging gedaan dat het CDA achter die subsidieaanvraag staat, ik heb het altijd in het midden gelaten. Wat ik wel aangegeven heb, dat we in het verleden wel tegen waren. Maar op dit moment in deze fase waar we nu in zitten heb ik nooit snoeihard gezegd, we zijn er voor of tegen. Want ik vind dat dat afhankelijk is van die andere piketpaaltjes waar we het met z’n allen over moeten hebben. De voorzitter: Daarmee is volgens mij ook uw vraag beantwoord, de heer Fransen, op dit moment als het gaat om de subsidie. De heer Fransen: Vanuit het CDA wel, ja. En vanuit de andere partijen nog niet. De voorzitter: Maar daarmee is in ieder geval niet meer unaniem en ik heb gehoord van alle partijen dat er ook de wens is om dit nader met elkaar te bepraten, de vorm is dan even nog de discussie. De heer Fransen: Maar dat betekent dus, als ik het even heel scherp stel, als er een onderwerp Schiphol aan de orde is en één raadslid is het er niet mee eens, dan gaat het niet door. Dan zijn we toch wel een rare vorm van democratie aan het organiseren met elkaar. Dus volgens mij werken wij hier zo dat op het moment dat je een meerderheid hebt, heb je een meerderheid en dan gaan wij onderling afspreken dat dat niet zo is.

Dat is toch gewoon tegen de wet? Om dat met elkaar af te gaan spreken. Dus ik vind die best bijzonder en nogmaals, oké dan heb ik u niet helemaal goed gehoord kennelijk in diverse overlegvormen, ik hoor nu andere partijen zeggen, wij zijn wel bereid om dat geld te geven. Dan is er dus een raad in ruime meerderheid voor het verlenen van dat geld, maar we gaan het niet doen als gemeente. Wat is dat voor een toestand zeg? Dat vraag ik u wel. Dat is een hele serieuze vraag en dan moeten we onszelf goed aankijken want dan zetten we onszelf gewoon klem. De voorzitter: Uw punt is helder maar ik kijk even rond. Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Ja, dank u voorzitter. Ik vind de discussie plotseling heel ingewikkeld worden en een beetje verwarrend ook. Volgens mij ging dit agendapunt over het eventueel wel of niet indienen van de motie. Waarbij de andere partijen heel duidelijk het geluid lieten horen dat wij voor een ander traject zijn. En dat traject is een subsidieverlening. En nu wordt er een beetje gedraaid, want er komt ook een ander voorstel op tafel, dat we op een ander moment over andere zaken met elkaar willen gaan praten. Dat wordt er nu bij gehaald en een beetje er ingesjoemeld. Dat is helemaal de bedoeling niet. De wethouder heeft heel duidelijk een vraag neergelegd, als iedereen voor is, unaniem, dan gaan wij dat traject gewoon uitzoeken en dan Pagina 20 van 26

gaan we dat met de RBV op poten zetten. Dat is de vraag. Maar laten we dat andere, dat vervolgtraject waarin we met elkaar gaan zitten om invulling te geven aan het raadsprogramma, er even buiten laten. Want dat maakt het erg verwarrend. Dus ik zou nu aan, inderdaad aan de wethouder willen vragen, of hij inderdaad van ons allemaal gehoord heeft dat wij deze route unaniem steunen. Dank u wel. De voorzitter: Wel eventjes, het CDA heeft aangegeven die route niet te steunen, maar graag eerst met elkaar het gesprek te hebben over het complete pakket mogelijke maatregelen in aanvulling op de … Mevrouw Keessen: Dan zou ik toch even een schorsing willen aanvragen, voorzitter. Om er heel eventjes met elkaar over te praten. De voorzitter: Dat is natuurlijk een hele goede tussenweg op dit moment in dit gesprek. Ik kijk even op de klok, we zijn nog vroeg. Zullen wij tien minuten met elkaar schorsen om te beginnen. Mocht u langer nodig hebben, dan hoor ik dat graag. Maar we schorsen even tien minuten, mevrouw Keessen, u bent initiatiefnemer, ik vraag aan u wat de schorsing oplevert. De heer Fransen: Voorzitter? De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Heb ik even een vraag aan mevrouw Keessen, met wie wil u overleggen? De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Nou, in principe met de woordvoerders Schiphol, maar in ieder geval zeker met het CDA. Dank u wel.

De voorzitter: Dat kunt u met elkaar afstemmen als we deze vergadering even schorsen. Loop even naar mekaar toe en we zien over tien minuten graag een reactie. We schorsen voor tien minuten. Schorsing De voorzitter: Wij heropenen de vergadering en ik geef het woord aan mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Na een goed gesprek is besloten, unaniem besloten dat wij niet voor een subsidieaanvraag gaan liggen en mocht de wethouder geld nodig hebben, tekort hebben, dan horen we dat graag van hem. Dank u wel. De voorzitter: Dat is de uitkomst van de schorsing. Ik kijk even naar de heer Fransen, wat dit betekent voor de motie. De heer Fransen: Wij zouden het mooier vinden als RBV, die hier een vraag gesteld heeft op 17 november, daar had de heer De Vries gelijk in, wij zouden het mooier vinden als wij als raad daar een antwoord op zouden geven. Want de vraag is aan de raad gesteld. Maar met deze second best-oplossing dat het college met deze opmerking van de raad van, ga je gang eigenlijk, want dat is in de zin, er komt een subsidieaanvraag en ga die gewoon welwillend behandelen. Dan denk ik dat dat een soort, wat ons betreft een soort second best is, waarbij het resultaat belangrijker is dan de methode.

En als het resultaat is dat er een subsidieaanvraag komt die hopelijk goed, of welwillend behandeld wordt en ze krijgen geld, dan zou ik daar zeer dankbaar voor zijn. Dus dat betekent voor dit moment dat de motie wat ons betreft van tafel. Maar kijk, ik moet ook even aan de PvdA vragen trouwens, want we dienen hem samen in. De voorzitter: De heer Buisma, wilt u daar nog op reageren?

Pagina 21 van 26

De heer Buisma: Het lijkt me dat de motie dan overbodig is. En daar ben ik heel blij mee. De voorzitter: Dan geef ik het woord nog even aan de wethouder. Wethouder Kuin. De heer Kuin: Ja, dank u wel voorzitter. Onnodig te zeggen dat ik blij ben met dit standpunt, gezamenlijk standpunt van de gemeenteraad. Wij zullen een uitnodiging doen uitgaan aan RBV om een eerste gesprek te voeren, het verkennende gesprek om te kijken waar de nood ligt. Maar dat kan ik waarschijnlijk nu al invullen, maar dat hoor ik graag van RBV. En ik kan u ook meegeven dat 17 januari, de piketpaaltjes, ik hoorde de heer Van den Nouland net even over piketpaaltjes, dat 17 januari op de agenda staat luchtvaartzaken en dat wij een aantal onderwerpen zullen gaan bespreken. Dat komt nog naar u toe, ik hoop nog voor Kerstmis. Maar zoals u weet heb ik even geen strategisch ambtenaar die dat allemaal keurig voor mij voorbereidt. Maar ik doe mijn uiterste best om dat voor Kerstmis nog naar u toe te doen komen, zodat wij daar 17 januari inhoudelijk een behoorlijke discussie kunnen gaan voeren. Niet alleen over hoe gaan we nu verder, maar hoe gaan we echt verder? Dat hoeft dan niet unaniem te zijn, want iedereen kan daar zijn eigen piketpaaltjes slaan, maar wat wel belangrijk is, is dat we met z’n allen wel blijven praten over Schiphol en dat we met z’n allen zorgen dat de geluidslijnen teruggedrongen worden.

De voorzitter: Ik denk, ik ga proberen een conclusie te trekken uit deze. Dat de motie in die zin wordt teruggetrokken, zoals dat dan juridisch heet, dat u met elkaar een stip op de horizon heeft gezet en aan het college heeft gevraagd om gesprekken met RBV aan te gaan om te kijken wat er richting april qua subsidiëring mogelijk is binnen de kaders die er gegeven zijn, dat het college u daarover zal rapporteren. Ik denk dat ik namens de portefeuillehouder spreek dat het contact vanuit het college zal worden gelegd, om het gesprek te openen. Dat is misschien wel naar aanleiding van dit gesprek de meest mooie weg ook. En dat we op 17 januari tegemoetkomen aan de oproep van het CDA om het gesprek ook breder te trekken dan enkel de richting van het procederen via RBV, wat het dan betekent, wat u als raad daarvan vindt en dat we daar dan met elkaar verder over praten. Ik denk dat dat een ronde conclusie is. Overigens vind ik het ook belangrijk om even toe te voegen dat u dit allen zeer aan het hart gaat, het is een groot vraagstuk, Schiphol, het treft ons allemaal en met elkaar als gemeentebestuur proberen we altijd weer de balans te vinden tussen enerzijds het terugdringen van de overlast die we hebben en anderzijds ook te luisteren naar de ondernemerswereld die daar hun brood van eten, waar veel inwoners ook werken.

Maar het meest mooie is dat om te doen zonder overlast en de natuur vraagt ook nog wel iets. Geen kleine opgave die voor ons ligt, dus daar hebben we ook gewoon tijd voor nodig om met elkaar over te praten. Mag ik hem zo afronden? Want dan ronden we dit agendapunt af. Rb-13

Vragenkwartier De voorzitter: En gaan we naar het laatste punt op de agenda, dat is het vragenkwartier. Daar zijn vragen ingediend door GroenLinks en PvdA inzake het verkeersonderzoek met betrekking tot bestemmingsplan Westeinderhage en ik zou graag de vragenstellers de gelegenheid willen geven om de vragen hier te stellen. Misschien goed om nog even in herinnering te roepen, dit is geen discussieronde met elkaar, maar mochten er andere partijen nog nadere vragen willen stellen naar aanleiding hiervan, kan dat natuurlijk altijd. Daartoe krijgt u straks de gelegenheid. De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. De Raad heeft in het kader van het vaststellen van het bestemmingsplan Westeinderhage gevraagd om een onafhankelijk verkeersonderzoek naar de vraag of de ontsluiting van Westeinderhage beter met een kruising of met een rotonde geregeld kan worden. Dit onderzoek is door het college in opdracht gegeven aan De Baan Verkeersadvies. De eerste versie van dit rapport is op 28 oktober jongstleden beschikbaar gesteld via de mail aan de stakeholders, met uitzondering van de gemeenteraad overigens, met toestemming van de gemeente. Van het onderzoek is op 24 november een tweede versie verschenen, waarbij de conclusies haaks op de conclusie van de eerste versie staan.

Tijdens een bespreking met de stakeholders op 1 december van het rapport is door de opdrachtgever aangegeven dat er nu Pagina 22 van 26

een derde versie komt. Deze versie is er op dit moment nog niet. Voorzitter, de eerste vraag, is het onderzoek onafhankelijk? Zo ja, welke van de drie versies dan? Die van 28 oktober, die van 24 november of degene die nog moet komen? En gaat u deze met de raad delen? Waarom en door wie is er gevraagd om een tweede versie? Waarom en door wie is er gevraagd om een derde versie? De bewoners hebben inmiddels de derde versie ontvangen en hebben de gelegenheid om tot 18 december, dat is aankomende zondag, te reageren. Komt er dan nu ook een vierde versie van dit rapport? Dan de vierde vraag, aan de wethouders Kuin en Kabout die gezamenlijk alle fracties bezocht hebben over dit onderwerp is aangegeven dat de raadsleden niet welkom waren bij de bespreking van 1 december en dat er geen vertegenwoordiging van de gemeente zou zijn. Klopt dit? En de laatste vraag, hoe verhoudt dit verkeersonderzoek zich tot het bestemmingsplanprocedure Westeinderhage? Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan het college, wethouder Kabout. De heer Kabout: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, even kijken, een aantal vragen. De eerste vraag over het onderzoek, of dat onderzoek onafhankelijk is.

Ja, er is hier in de commissie de vraag gesteld om, want aanvankelijk hadden we als college zelf u nadere uitleg gegeven, maar u heeft toen hier de vraag gesteld om daar een extern bureau voor in te schakelen, die ook met de mensen ter plekke, die ter plekke gaat kijken en ook met de mensen daar dat zou bespreken. En zo hebben wij dat uitgezet. Dan de tweede vraag A, welke versie van de drie gaan we met de raad delen? Dat wordt uiteraard de definitieve versie, die zullen we uiteraard met de raad delen. Dan B, waarom en door wie is er gevraagd om een tweede versie? Dat is heel simpel, de deskundige heeft ervoor gekozen om eerst een conceptversie te delen met omwonenden en de gemeente en gevraagd daarop te reageren. En daarna heeft hij een volgende versie gemaakt. Vraag C, waarom en door wie is gevraagd om een derde versie? Wederom, de deskundige heeft ervoor gekozen om ook die versie nog een keer open te stellen voor opmerkingen, vragen en die nog te verwerken. Dan vraag drie, komt hierna een vierde versie? Ja, dit is aan de deskundige. De deskundige moet zijn rapport afronden, of hij nog meer aanpassingen zal doen, daar gaan we achter komen.

Het is zo dat, wij hebben in ieder geval aangegeven richting deskundige, dat wij vanuit de gemeente graag het definitieve rapport begin volgende week met u zouden willen delen, zodat er nog ook gelegenheid is voor, voldoende gelegenheid voor u om het te bestuderen zodat u het in de commissievergadering half januari kan bespreken. Zoals dat ook via de agendacommissie is besproken. Zijn er dan nog meer, dan ben ik bij vier denk ik inmiddels. Ja, die vraag is een beetje onduidelijk, dat aan de wethouders iets is aangegeven. Maar in ieder geval, het gaat over of 1 december, wie daarbij aanwezig waren. Dat is in ieder geval de vraag, uw vraag is dat de deskundige heeft, ik kan hem denk ik wel beantwoorden. Uw vraag is hoe dat precies zat op 1 december, wie daarbij aanwezig mochten zijn? Ook dat heel simpel, de deskundige heeft ervoor gekozen om de omwonenden en de gemeenteambtenaar nogmaals uit te nodigen om de versie die hij toen had gemaakt nog een keer door te spreken. Dus daar waren bij de omwonenden, inclusief Dorpsraad, en dus ook de projectmanager van de gemeente en de verkeersambtenaar van de gemeente. Even kijken, dan de laatste… De heer Buisma: Voorzitter? De voorzitter: U krijg ik zo nog de gelegenheid om nog even hierop te reageren en aanvullende vragen te stellen. Noteer hem even.

De heer Kabout: Ja, en uw laatste vraag, hoe verhoudt dit verkeersonderzoek zich tot de bestemmingsplanprocedure? Ook dat antwoord is al bij u bekend volgens mij. U heeft, het college heeft het bestemmingsplan inclusief alle onderzoeken naar u toe gebracht. Het college heeft gezegd, wat ons betreft is dit gereed om besluiten te nemen. Alleen u heeft zelf gevraagd om daar nog een extra onderzoek aan toe te voegen en tot die tijd uw besluit nog even aan te houden. Dat is dus het antwoord. En het rapport is binnenkort beschikbaar en dan komt het nogmaals, het gehele, alle stukken van het bestemmingsplan inclusief dit stuk, komt dan nogmaals naar u toe en kunt u daar uw mening over geven. Tot zover, voorzitter.

Pagina 23 van 26

De voorzitter: Blijft u nog even staan, ik vermoed zomaar dat er een aanvullende vraag komt. De heer Buisma. De heer Buisma: Ja, naar aanleiding van vraag vier, was eigenlijk de vraag tijdens het bezoek bij alle fracties heeft u aangegeven dat de raadsleden niet welkom waren op dat gesprek van 1 december. De vraag is even of dat klopt. Dus dat even de eerste vraag. Wilt u dat ik ze allemaal even stel? Vindt u dat handig, voorzitter? De voorzitter: Dat hangt er even vanaf hoeveel er volgen, maar laten we een poging wagen alles in één keer te doen. De heer Buisma: En daarna alleen van vraag vijf, het oorspronkelijke verkeersonderzoek, een van de pijlers voor een bestemmingsplanprocedure is een verkeersonderzoek. Dat onderzoek stamt dan uit 2017 en wordt nu met een nieuw verkeersonderzoek, en dat inmiddels op versie vier zit, of versie drie zit, nu best wel aangetast. Dus de vraag is even, of dat niet een van de pijlers onder uw bestemmingsplanprocedure heeft weggeslagen. Dus dat is specifiek de vraag. De voorzitter: Twee vragen, de wethouder. De heer Fransen: Voorzitter, ik heb ook een aanvullende vraag. De voorzitter: Die krijgt u zo de gelegenheid. De heer Fransen: Oké De heer Kabout: Ja oké, dank u wel. Het punt of raadsleden daar niet welkom zouden zijn, dat is nogal een dramatische manier om dat te verwoorden.

Het is heel simpel, u heeft zelf gevraagd aan ons om een deskundige in te schakelen die ook met de mensen ter plekke gaat praten. En dat heeft hij gedaan. En hij heeft ervoor gekozen om dat nog een keer te doen en op meerdere momenten met mensen te praten en schriftelijk met ze contact te hebben. Ja, daar heeft hij voor gekozen, dat klopt. En het lijkt me niet gebruikelijk dat raadsleden tussentijds over allerlei conceptrapporten ook met deskundigen in gesprek gaan. Volgens mij hebben we de opdracht uitgevoerd zoals u dat gevraagd heeft en zodra het rapport definitief is komt het naar u toe en kunt u ervan vinden wat u wilt. Dus dat over dat punt. Het laatste punt van de verhouding met de bestemmingsplan, ja u doet daar allerlei voorbarige conclusies. Volgens mij, daar kunt u naar hartenlust uw mening over geven in de commissie, zodra dat stuk hier weer ligt. Nogmaals, wat het college betreft is het heel simpel, het college heeft het bestemmingsplan hiernaartoe gebracht inclusief de verkeersonderzoeken, inclusief ook de recente opmerking nog van Goudappel uit april 2022. Dus dat is het antwoord wat ik zojuist ook al gaf en of u vindt dat dit onderzoek daar nog weer nieuw licht op schijnt of niet, dat is nou precies het onderwerp waar u het januari met elkaar over kunt hebben in de commissie, lijkt mij. Tot zover, dank u wel.

De voorzitter: We hebben nog een laatste maal, zoals het reglement voorstaat, de gelegenheid om een aanvullende vraag vanuit de vragenstellende fractie … De heer Buisma: Ja, voorzitter, hier wil ik het toch … De voorzitter: Maar ik wil u nog even meegeven, pas op dat het geen debat wordt, u blijft nog steeds keurig binnen de kaders, laten we dat zo … De heer Buisma: Daarom, voorzitter, ik ga u toch het verzoek even doen om de vraag nogmaals te stellen. Want ik leg een juridisch vraagstuk hier neer. Als u mij vraagt om een mening over het bestemmingsplan Westeinderhage, is dat een andere. Ik vroeg u, raakt dit niet een van de pijlers van uw bestemmingsplanprocedure? Dat was de vraag en daar heb ik wel graag antwoord op.

Pagina 24 van 26

De voorzitter: De wethouder. De heer Kabout: Jazeker, ja precies die vraag heb ik volgens mij nu al meerdere keren beantwoord, ook in september al. Het college heeft het bestemmingsplan inclusief alle daarbij behorende onderzoeken al aangeleverd, heeft ook het standpunt ingenomen dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is, dat is de juridische toets die je doet op het moment dat je een bestemmingsplan in procedure brengt, moet je met behulp van alle onderzoeken ook aantonen dat het ook uitvoerbaar is. Dat is naar de mening van het college het geval en inderdaad, u heeft zelf gevraagd om op één specifiek punt in dat geheel nog een extra onderzoek te doen. En wat de consequenties daarvan zijn voor het plan, dat is bij uitstek het punt wat u kunt beoordelen en bespreken half januari. Dank u wel. De voorzitter: De heer Buisman, dat waren uw vragen. Ik kijk nog even verder rond in de raad of er andere vragen zijn. En ik zie de heer Fransen. De heer Fransen: Wij waren mede-indiener van de vragen, dus ik hoor nog in deze ronde denk ik. De voorzitter: Ik snap het, maar we beginnen met één fractie, officieel bent u nog niet één fractie, het zal misschien niet lang duren voordat dat het geval is, maar goed. Dus neemt u alle ruimte om uw eigen vragen te stellen. De heer Fransen: Ja, daar kan ik vanavond geen mededelingen over doen.

Ja kijk, deze vragen die ademen natuurlijk helemaal van, zonder dat we die vraag gesteld hebben, en helaas gaat de wethouder alleen in op de exacte vragen, maar hij kan natuurlijk wel aanvoelen dat we eigenlijk vragen, wat is dat voor een bureau? Ik ken het bureau helemaal niet, maar wat is dat voor een bureau? En is dat wel betrouwbaar waar dat bureau mee komt? Als je de eerste versie met een bepaalde conclusie komt en de tweede versie kom je met een min of meer lijnrecht daartegenover staande conclusie. Hoe betrouwbaar ben je dan als bureau en moeten wij daar ons beleid op gaan baseren? Moeten wij daarop gaan baseren? De vraag aan de wethouder is of hij daar ook op wil reflecteren. De voorzitter: De vraag aan de wethouder, kunt u daar kort op reflecteren? De heer Kabout: Nee, dat ga ik zeker niet doen, het is zo, wij hebben dit bureau ingeschakeld, dat bureau levert zijn werk aan, dat sturen we naar u toe. En in de commissie kunt u daar aangeven hoe u dat rapport, wat u daarvan vindt, heeft u alle ruimte dan toe. De voorzitter: Nog een laatste maal een vraag van de heer Fransen. De heer Fransen: Dat is geen vraag, maar een constatering. Ik constateer dat de wethouder gewoon geen antwoord wil geven op de vraag die ik stel. En ik vraag even aan u, voorzitter, of dat terecht is. De voorzitter: Dat is aan de wethouder. U stelt een vraag, u krijgt een antwoord.

We hebben geen debat met elkaar, dus meningen mag u bij u houden. U kunt naar aanleiding hiervan natuurlijk zelf concluderen dat u nog nadere vragen schriftelijk wilt stellen. Dat u een punt ter discussie wilt inbrengen, of misschien meeneemt in het debat bij de commissiebehandeling van Westeinderhage. De heer Fransen: Mag ik daar nog een korte reactie op geven? De voorzitter: U mag nog aan mij een vraag stellen. De heer Fransen: De vraag aan u is, is het correct dat in de vragenronde een wethouder zegt, hier ga ik niet op antwoorden. Is dat correct? En mag dat?

Pagina 25 van 26

De voorzitter: Helaas is het u allen toegeëigend om welbespraakt een lang of kort antwoord te geven en ook dit is toegestaan. Ik kan me voorstellen dat het niet alles tot tevredenheid leidt in de beantwoording, maar daarover kunnen we een nader moment met elkaar zoeken om wellicht het gesprek erover te voeren. Want het komt in de commissie van januari en volgens mij heeft u daar ook heel mooi de gelegenheid om hier nog op in te haken. Om wel even kort toe te geven mekaar, het zijn vragen naar aanleiding van een actualiteit. Die vragen heeft u gesteld als indiener. De vraag die u nu stelt is ook wel erg afgeleid van de primaire ingediende vragen. Dus we zouden ook kunnen stellen, uw vraag is eigenlijk niet toelaatbaar nu in deze vergadering. Maar goed, de portefeuillehouder heeft erop antwoord gegeven en ik denk dat het goed is dat we tot afronding komen van dit punt. Heeft u nog een, zijn er nog vragen tot slot? Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik zat al wanhopig te zwaaien. Even voor mijn duidelijkheid, of ik het goed gehoord heb, goed begrepen heb. Er is verzocht om een onafhankelijk onderzoek, nou hoor ik volgens mij u net zeggen dat bij de eerste versie, of dat de eerste versie is aangepast nadat er dus ambtelijk op gereageerd is. In hoeverre is het dan onafhankelijk? De voorzitter: Nee, dit is ook wel een verre afgeleide vraag.

Maar ik snap dat dit tot stof tot nadenken is, maar neemt u dat vooral mee in het debat waar het rapport ter discussie staat en daar kunt u zeker alle kritische vragen op afvuren. Ik snap dat u dat wilt maar we zijn aan het einde gekomen van dit agendapunt denk ik zo bij mekaar. Rb-14

Sluiting De voorzitter: Even tot slot, dames en heren. We gaan niet zomaar naar huis, u wordt verzocht vanuit de griffie om nog even naar het podium te gaan, gaan we nog een mooie kerstfoto met elkaar maken. Tot slot is er beneden ter afsluiting, omdat dit de laatste vergadering van het jaar is, ook nog een hapje en een drankje. En ik wil u twee complimenten maken. Een, dat u het vragenkwartier uitstekend heeft benut om elkaar te bevragen, maar twee, dat u rondom een zeer ingewikkeld onderwerp als Schiphol tijdens deze vergadering elkaar weet te vinden om gezamenlijk namens de gemeenschap hier stappen op te maken. En daarmee sluiten wij de laatste raadsvergadering van 2022. Heb mooie dagen en een mooie jaarwisseling. En doet u alstublieft voorzichtig, het is ongelooflijk glad buiten.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 februari 2023,

, voorzitter

, plv. griffier

Pagina 26 van 26

1.4 Vaststelling van de Lijst Ingekomen Stukken 1 20230202 Vastgestelde Lijst Ingekomen Stukken periode 13 december 2022 tm 31 januari 2023.pdf

1.5.1 Raadsvoorstel Z22-081688 1 20230202 Getekend raadsbesluit inzake bekrachtiging geheimhouding Memo raad inzake bouwprogramma Oosteindedriehoek.pdf

1.5.2 Raadsvoorstel Z21-012009 1 20230202 Getekend raadsbesluit inzake bekrachtiging geheimhouding bijlage 5 - Notitie toelichting grondexploitatie bij Startnotitie De Hoeksteen.pdf

1.5.3 Raadsvoorstel Z23-006719 1 20230202 Getekend raadsbesluit inzake bekrachtiging geheimhouding Presentaties Green Park Aalsmeer.pdf

1.5.4 Raadsvoorstel Z23-KOA 1 20230201 raadsvoorstel geheimhouding Raadsbrief voormalig kantoorpand ABN.docx

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

1 februari 2023

Afdeling

burgemeester

Kernorganisatie Aalsmeer

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen) Voor de vergadering van raad d.d.

drs. Sj. Vellenga, sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl

2 februari 2023

Onderwerp

Bekrachtiging geheimhouding Raadsbrief voormalig kantoorpand ABN Gevraagd besluit

Op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet ten aanzien van de raadsbrief inzake het voormalig kantoorpand ABN met als bijlage het vastgesteld verslag van de besloten raadsvergadering van 29 september 2022, de door het college op 1 februari 2023 opgelegde geheimhouding te bekrachtigen. WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

De raad een toelichting te geven over de misverstanden inzake de vergunningverlening voormalig kantoorpand ABN. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

We gaan de raad een vertrouwelijke raadsbrief sturen. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

Aanleiding

De inmiddels ingetrokken brief van de winkeliersvereniging Aalsmeer Centrum Argumenten

Middels de raadsbrief wordt de raad geïnformeerd over de misverstanden die zijn ontstaan rondom de vergunningverlening voormalig kantoorpand ABN. Met name de opmerkingen gemaakt tijdens de besloten raadsvergadering van 29 september 2022 moeten geheim blijven. Kanttekeningen

Geen Financiën

Geen financiële gevolgen Communicatie

Geen externe communicatie Procedure

Bijlagen

Bijlage 1 ‘Raadsbrief inzake voormalig kantoorpand ABN

Pagina

de secretaris,

de burgemeester,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

2 van 2

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

Op grond van artikel 25, derde lid van de Gemeentewet ten aanzien van de raadsbrief inzake het voormalig kantoorpand ABN met als bijlage het vastgesteld verslag van de besloten raadsvergadering van 29 september 2022, de door het college op 1 februari 2023 opgelegde geheimhouding te bekrachtigen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2023. De plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

2 Tijdelijke vervanging raadslid 1 20230202 Getekend raadsbesluit inzake tijdelijke vervanging raadslid M. van Diemen-Kreeft door A.M. Harte-Fokker.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=a5d1a524-cd15-4efc-876d-a1f2e00cf197