CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 28 oktober 2021, gemeente aalsmeer19.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En ik heb inderdaad ook gezien dat wij het streven naar een beheerkwaliteit of een onderhoudskwaliteit op kwaliteitsniveau A in sommige stukken, en daar is best wel wat extra geld voor beschikbaar gesteld. Dus ik vraag me inderdaad af waar het geld dan blijft. Daarnaast vraag ik me af of we het voor de bezoekers doen die ons dorp bezoeken of dat we het voor onze inwoners doen. Ik denk dat het in eerste plaats voor onze inwoners moeten doen. Dus het is niet zo zeer een visitekaartje, maar het is denk ik echt noodzaak dat we gewoon goed naar ons onderhoud kijken. En dan heeft de wethouder het over weer en zon en regen, natuurlijk. Maar dat betekent meer onderhoud en een goed plan, waar we het al eerder over hebben gehad. Ik zou heel graag de uitslagen willen zien van de beleid schouw. Er zou een beleidsschouw uitgevoerd zijn in begin … De voorzitter: Mevrouw Van Hilst, als ik u even mag onderbreken. U kunt verduidelijkingsvragen stellen naar aanleiding van de vragen van het CDA. Maar dit begint enigszins de vorm aan te nemen van een debat en dat is niet de bedoeling bij het vragenkwartier. Dan wil ik u toch vragen om hier nog nadere vragen over in te dienen. Dus ik geef u nog even een richtlijn mee, richt u zich op de vragen die gesteld zijn en daarop de verduidelijkingsvragen naar aanleiding van dit onderwerp. Mevrouw Van Hilst: Duidelijk.

Mag ik een vraag aan de wethouder stellen? Naar aanleiding van de vragen van het CDA ook. Ik zou heel graag willen zien of de resultaten van de beleidsschouw er al zijn die in begin januari 2021 toegezegd zouden zijn. Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog andere vragen? Zo niet, dan tot slot de wethouder. Mevrouw Alink: Ja, de kosten voor het extra onderhoud ga ik vanuit op dit moment dat die gewoon voor rekening zijn, want we hebben een contract afgesloten met de Meerlanden, er zijn altijd marges waarbinnen wij opereren. Mocht dat anders zijn, dan hoort u dat. Ten aanzien van de schouw, die vindt in oktober plaats. Die heeft nog niet plaatsgevonden, in oktober. Dus misschien dat in januari iets anders is gezegd, maar in oktober vindt de schouw plaats. Volgens mij waren dat de twee vragen die nog gesteld waren. De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder. Ik was stiekem even in gesprek met de griffier, maar u stelde nog een vraag aan mevrouw Harte. Dus ik geef mevrouw Harte nog even het woord. Mevrouw Alink: ik kan me niet voorstellen dat ik een vraag aan mevrouw Harte heb gesteld. Maar misschien had ik een zin met een vraagteken erachter.

Pagina 12 van 14

Mevrouw Harte: Voor mij was de vraag ook niet helemaal duidelijk. Alleen het antwoord wat we net kregen over de kosten, u zei op een gegeven moment van: de kosten voor het extra onderhoud neem ik aan dat we niet hoeven te betalen. Maar mijn vraag was: het onderhoud wat niet is uitgevoerd, wordt dat in mindering gebracht? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Alink: Oké, goed. Nee, want we gaan het inhalen. Het onderhoud wordt gewoon versneld ingehaald en zal in november klaar zijn. Dus er is nu achterstallig onderhoud, maar we zijn ons stinkende best aan het doen om het allemaal weg te halen, zodat het weer op Bkwaliteit is. En nu we het toch even over B-kwaliteit hebben, voorzitter, mag ik misschien even zeggen dat we ook stukken op kwaliteit A hebben. Maar dat is alleen maar bij de winkelcentra. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk. En daarmee zijn we aan het einde gekomen van het vragenkwartier, waar u een verduidelijkingsvraag kunt stellen zonder dat het een debat wordt. Mocht u nog verdere vragen hebben, dan kunt u dat schriftelijk indienen bij het college. Voordat we gaan afsluiten. Rb-13

Uitreiking van de certificaten aan de deelnemers van de workshop Politiek Actief De voorzitter: Wij zijn aangekomen bij de deelnemers van Politiek Actief. En mag ik u vragen even naar het midden te komen? Ja, u komt even in de belangstelling te staan, het is verschrikkelijk, ik weet het. Maar u heeft niet zomaar iets afgelegd, probeer een beetje de anderhalve meter in acht te nemen. De 25e wordt die opgeheven. Zou ik de bodes mogen vragen in tegenstelling tot wat we daarstraks hebben afgesproken om de bloemen naar ons toe te brengen en die vast in de handen te doen van onze deelnemers. Of breng ze vast hiernaartoe. En sta mij toe ondertussen een aantal woorden tot u te wenden, want er zijn aardig wat deelnemers. Vlak voor de zomer hadden we een groep en zo na de zomer ook. Hartstikke leuk dat jullie hebben meegedaan, ik ga jullie namen ook even noemen. Anne-Maria, en ik dacht een hele eenvoudige achternaam, totdat ik dacht van: wat staat hier nou? Maar dat is denk ik de meisjesnaam, Janatassio. Komt dat zo in de richting? Een schitterende naam, prachtig. Yvette Koehler. Kees Eikelenboom. Jacqueline Maarsen. Jeroen Aarts. Patricia Hutters. Eva van den Haak. En Richard Stoffer. Heb ik iedereen gehad, niemand overgeslagen. Dan wil ik toch even een klein beetje plagen, ik vind het namelijk ontzettend leuk dat vooral Patricia Hutters ook heeft meegedaan.

Want misschien weet u dat, misschien niet, maar sinds deze zomer is Patricia mijn nieuwe secretaresse. En ik vind het buitengewoon leuk dat je de interesse toont om ook van deze zijde onze raadsleden daarvan kennis te nemen. Het geeft wat meer inzicht in deze raad en dan kunnen we ze nog beter bedienen. Dus hartstikke leuk dat je meedoet. Overigens, de cursus Politiek Actief is een klein inkijkje in het reilen en zeilen in een gemeente. Het is wel lekenbestuur, maar het is goed om kennis te hebben van de verschillende bestuursorganen, het democratisch systeem. Ik hoop dat jullie daarvan genoten hebben, dat het jullie interesse heeft aangewakkerd. En ik wil u vooral uitnodigen dat als het naar meer smaakt om deel te nemen aan de politiek. Of ik zeg altijd maar zo: bent u het er niet mee eens, heeft u een hoop te zeuren, ga dan vooral het zelf doen en neem deel aan de politiek. Dan kunt u het vast beter. Mag ik van u allen een groot applaus voor deze deelnemers? Een grote bos bloemen. En bij het vertrek zal er ook nog een diploma worden uitgereikt. Maar dat vraagt nu om iets te veel administratieve handelingen met ook nog die anderhalve meter in acht genomen. En als u even wil blijven staan, dan maken wij met de mobiel nog een kleine foto. Hartstikke leuk. Nogmaals dank dat u heeft meegedaan.

En u wordt van harte uitgenodigd om beneden, met inachtneming nog van die anderhalve meter, met elkaar een drankje te drinken. Dus ga niet weg. Dat geldt overigens ook voor de raadsleden, u wordt van harte uitgenodigd.

Rb-14

Sluiting De voorzitter: En daarmee sluiten wij de raadsvergadering.

Pagina 13 van 14

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2021.

, voorzitter

, griffier

Pagina 14 van 14

1.4 Vaststelling van de Lijst Ingekomen Stukken 1 20211028 Vastgestelde Lijst Ingekomen Stukken 15 september tm 26 oktober 2021.pdf

1.5.1 Raadsvoorstel Z21-078341 1 20211028 Getekend rbsl inzake bekrachtigen geheimhouding van aan de raad overlegde stukken door de TCTD.pdf

2 HAMERSTUK: Bestuursverklaring Tozo 1 Dossier 252 voorblad.pdf

3.Raad (besluitvormend) Dossiernummer

252

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

28 oktober 2021

Agendapunt

2

Omschrijving

HAMERSTUK: Bestuursverklaring Tozo

Geagendeerd

Vergaderdatum

3.Raad (besluitvormend)

28 oktober 2021

1 20211028 Getekend rbsl inzake bestuursverklaring Tozo.pdf

1 20211029 Getekende bestuursverklaring TOZO 1.pdf

3 HAMERSTUK: Verlenging Rekenkamer Aalsmeer 1 20211028 Getekend rbsl inzake verlenging rekenkamerfunctie Aalsmeer.pdf

4 HAMERSTUK: Toestemmingsbesluit raad gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (GR OD NZKG) in het kader van fusie Weesp-Amsterdam. 1 Dossier 249 voorblad.pdf

3.Raad (besluitvormend) Dossiernummer

249

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

28 oktober 2021

Agendapunt

4

Omschrijving

HAMERSTUK: Toestemmingsbesluit raad gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (GR OD NZKG) in het kader van fusie Weesp-Amsterdam.

Geagendeerd

Vergaderdatum

3.Raad (besluitvormend)

28 oktober 2021

1 20211028 Getekend rbsl inzake toestemmingsbesluit raad gewijzigde GR OD NZKG in het kader van fusie Weesp-Amsterdam.pdf

1 Bijlage bij Toestemmingsbesluit wijzigingGemeenschappelijke Regeling OD NZKG 2021.pdf

Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021

1 | 16

Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn, Weesp en Zaanstad en gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, Overwegende dat het Rijk, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2009 in een package deal, welke wettelijk is vastgelegd, afspraken hebben gemaakt over de uitvoering van een basistakenpakket door verscheidene omgevingsdiensten; Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer en Zaanstad in december 2011 een bestuursopdracht hebben vastgesteld om te komen tot een voorstel voor de oprichting van een Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied; het Rijk en het Interprovinciaal Overleg in maart en april 2012 afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop de taken voortvloeiend uit het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 door zogeheten landsdelige omgevingsdiensten worden uitgevoerd; De gemeente Amsterdam en de gemeente Weesp per 24 maart 2022 naar verwachting zullen gaan fuseren op grond van het wetsvoorstel Herindeling van de gemeenten Amsterdam en Weesp; In genoemd wetsvoorstel is vastgelegd dat

wijzigingen in de indeling in regio’s van de wettelijk geregelde samenwerkingsverbanden al per 1 januari 2022 ingaan; Tot 24 maart 2022 Weesp een zelfstandige gemeente blijft en dat dit tot gevolg heeft dat Weesp wettelijk verplicht is om in de periode van 1 januari tot 24 maart 2022 deel dient te nemen aan de wettelijke geregelde samenwerkingsverbanden; Naar aanleiding van diverse wetswijzigingen technische aanpassingen op de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2016 worden doorgevoerd; Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; de toestemming van provinciale staten van Noord-Holland en de toestemmingen van de raden van Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn, Weesp, en Zaanstad ex artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021 Hoofdstuk 1:

Algemene bepalingen

2 | 16

Artikel 1: Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 4; b. ambtenaren: ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet; c. Amstellandgemeenten: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn; d. basistakenpakket het basistakenpakket voor omgevingsdiensten, versie 2.3 van 25 mei 2011, behorende bij de “package deal” gesloten door het Rijk, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2009; e. BRZO-taken de taken waarover het Rijk en het Interprovinciaal Overleg in maart en april 2012 afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop de taken voortvloeiend uit het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 door zogeheten landsdelige omgevingsdiensten worden uitgevoerd; f. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en gedeputeerde staten van Noord-Holland; g. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 4; h. directeur: de secretaris van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 26; i. gemeenten: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn en Zaanstad; j Omgevingsdienst: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 3; k. provincie: de provincie Noord-Holland; l.

regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021, en m. vertegenwoordigende organen: de raden van de gemeenten en provinciale staten van Noord-Holland. Artikel 2: Belang De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de colleges bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten. Voorts wordt de regeling getroffen ter behartiging van de taken voortvloeiend uit het Besluit risico’s zware ongevallen 1999. Hoofdstuk 2:

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Afdeling 1: Instelling en taken Artikel 3: Instelling 1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ingesteld genaamd Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. 2. De Omgevingsdienst is gevestigd te Zaandam. Artikel 4: Bestuur Het bestuur van de Omgevingsdienst bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

3 | 16

Afdeling 2: Algemeen bestuur Artikel 5: Hoofdschap Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de Omgevingsdienst. Artikel 6: Samenstelling 1. De colleges wijzen uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan, met dien verstande dat de colleges van Amsterdam, Haarlemmermeer en Noord-Holland ieder twee leden van het algemeen bestuur uit hun midden aanwijzen. 2. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt wethouder of burgemeester respectievelijk gedeputeerde of commissaris van de Koning te zijn. 3. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid blijft aan tot het college dat hem heeft aangewezen in zijn opvolging heeft voorzien. 4. De colleges wijzen uit hun midden ieder één plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. Het plaatsvervangend lid vervangt het lid, bedoeld in het eerste lid, bij afwezigheid. Hetgeen in deze regeling bepaald is omtrent het lid van een algemeen bestuur, is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid. 5. Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst IJmond kan uit zijn midden een vertegenwoordiger aanwijzen die een adviserende stem heeft in het algemeen bestuur. Artikel 7: Meervoudig stemrecht 1. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door gedeputeerde staten van de provincie NoordHolland hebben ieder tien stemmen. 2.

De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam hebben ieder vijftien stemmen. 3. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer hebben ieder acht stemmen. 4. Het lid van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft negen stemmen. 5. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de Amstellandgemeenten ieder vijf stemmen hebben. Artikel 8: Reglement van orde Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Artikel 9: Vergaderingen 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als het daartoe besloten heeft. 2. Voorts vergadert het algemeen bestuur indien de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoekt. Artikel 10: Oproeping 1. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 2. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare

4 | 16

kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 23, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. Artikel 11: Quorum 1. De vergadering van het algemeen bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 2. Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 12: Immuniteit De leden van het bestuur van het openbaar lichaam en andere personen die deelnemen aan de beraadslaging kunnen niet in rechte worden vervolgd of aangesproken voor dan wel worden verplicht getuigenis af te leggen als bedoeld in artikel 165, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering over hetgeen zij in de vergadering van het algemeen bestuur hebben gezegd of aan het algemeen bestuur schriftelijk hebben overlegd. Artikel 13: Vergaderorde 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 2. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. 3. Hij kan het algemeen bestuur voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel 14: Belangenverstrengeling 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht neemt een lid van het algemeen bestuur niet deel aan een stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. 2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje. 3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

5 | 16

Artikel 15: Stemming 1. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; b. in een vergadering als bedoeld in artikel 11, tweede lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 11, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. Artikel 16: Besluitvorming 1. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, met inachtneming van artikel 7. 2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje. Artikel 17: Stemwijze 1. De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen geschiedt bij gesloten en ongetekende stembriefjes. 2. Indien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden. 3.

Staken bij de stemming, bedoeld in het tweede lid, de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot. 4. De overige stemmingen geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt. In dat geval geschieden zij mondeling. 5. Bij hoofdelijke oproeping is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. 6. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, is het aangenomen. 7. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen, behoudens bij stemming over personen, het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. 8. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een ingevolge het zevende lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. 9. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit het algemeen bestuur bestaat, of hun plaatsvervangers, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht. Artikel 18: Ambtelijke bijstand Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt verleend aan de leden van het algemeen bestuur. Artikel 19: Openbaarheid vergaderingen 1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.

De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

6 | 16

2. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het algemeen bestuur anders beslist. Artikel 20: Besluitvorming in besloten vergadering 1. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen, ter zake van de begroting, de wijzigingen daarvan en de jaarrekening. 2. In een besloten vergadering kan evenmin worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen, over het ontslag van leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter. 3. In een besloten vergadering kan geen besluit worden genomen ter zake van: a. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden en het aangaan van rekeningcourantovereenkomsten; b. het kopen, ruilen, vervreemden, bezwaren en verpanden van eigendommen; c. het doen van een uitgaaf voordat de begroting of de begrotingswijziging waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd. Artikel 21: Ontslag De colleges kunnen ieder het door hen in het algemeen bestuur aangewezen lid te allen tijde ontslaan wanneer dit lid het vertrouwen van het betreffende college niet langer bezit.

Afdeling 3: Dagelijks bestuur Artikel 22: Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vier andere door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden, waarbij de leden aangewezen door de colleges van Amsterdam, Haarlemmermeer, Zaanstad en een vertegenwoordiger namens de Amstellandgemeenten, alsmede het lid aangewezen door gedeputeerde staten van Noord-Holland in elk geval zitting hebben. 2. Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 3. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het aanwijzen van een nieuw lid in het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet. Artikel 23: Vergaderingen 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste één lid daar de voorzitter om verzoekt. 2. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 3. Ieder lid heeft één stem. 4. Het dagelijks bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen. 5.

Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Artikel 24: Ontslag Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit.

7 | 16

Afdeling 4: Voorzitter Artikel 25: Aanwijzing 1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. 2. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslag verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 3. Uit de andere leden als bedoeld in artikel 22, eerste lid, wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen door het algemeen bestuur. Het tweede lid is niet van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter.

Afdeling 5: Secretaris Artikel 26: Benoeming, schorsing en ontslag 1. De secretaris wordt door het dagelijks bestuur benoemd. 2. De bevoegdheid tot schorsing of ontslag van de secretaris berust bij het dagelijks bestuur. Artikel 27: Taak 1. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter ter zijde bij de uitoefening van hun taak. Hij is aanwezig in de vergadering van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Hij ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan, mede. 2. De secretaris staat, als directeur, aan het hoofd van de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst. 3. Het dagelijks bestuur stelt in de organisatieverordening nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheid van de secretaris. Artikel 28: Vervanging 1. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de secretaris. 2. Artikel 26, tweede lid, en artikel 27 zijn van overeenkomstige toepassing op degene die de secretaris vervangt.

Afdeling 6: Ombudsfunctie Artikel 29: Ombudsfunctie Onverminderd het bepaalde in artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman is de Nationale ombudsman als bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman bevoegd verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht te behandelen.

Afdeling 7: Bestuurscommissies Artikel 30: Instellen Het algemeen bestuur is bevoegd een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen in te stellen.

8 | 16

Hoofdstuk 3:

Bevoegdheden van de Omgevingsdienst

Afdeling 1: Bevoegdheden van het bestuur Artikel 31: Overdracht bevoegdheden Aan het bestuur van de Omgevingsdienst worden geen bevoegdheden overgedragen. Artikel 32: Mandaatverlening 1. De colleges kunnen aan het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de secretaris mandaat verlenen ter uitvoering van de bevoegdheden van het betreffende college, voor zover deze binnen het belang van deze regeling vallen. Onverminderd het bepaalde in artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht moet de secretaris instemmen met de mandaatverlening door het betreffende college. 2. Gedeputeerde staten van de provincie en de colleges van de gemeenten verplichten zich er voor zorg te dragen dat namens hun bestuur ten minste de bevoegdheden noodzakelijk voor de uitvoering van het basistakenpakket en de VTH-taken voor BRZO- en RIE4-bedrijven aan het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de secretaris in mandaat worden opgedragen. 3. De krachtens dit artikel genomen mandaatbesluiten worden overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bekendgemaakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Voorts worden de mandaatbesluiten opgenomen in een register. Artikel 33: Privaatrechtelijke bevoegdheden 1.

De privaatrechtelijke bevoegdheden van de Omgevingsdienst worden ingekaderd door de begroting, en nader ingevuld in onder meer het directiereglement en het treasurystatuut. Bij de ter inzagelegging van de ontwerpbegroting wordt melding gemaakt van voorgenomen rechtshandelingen die een bedrag van € 2,5 miljoen te boven gaan. 2. Het algemeen bestuur kan slechts bij vijf zesde meerderheid besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Artikel 34: Treffen gemeenschappelijke regeling 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter zijn bevoegd een gemeenschappelijke regeling te treffen met het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter van een ander openbaar lichaam in de zin van artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor zover dit binnen het belang van de regeling valt, als bedoeld in artikel 2. 2. Het dagelijks bestuur of de voorzitter gaat niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan na verkregen toestemming van het algemeen bestuur. De toestemming kan slechts onthouden worden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3.

Onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling. 4. Het algemeen bestuur neemt de besluiten als bedoeld in dit artikel in afwijking van artikel 16, eerste lid, met een vijf zesde meerderheid. Artikel 35: Dienstverleningshandvest 1. Het dagelijks bestuur stelt een dienstverleningshandvest vast, dat geldt als algemene voorwaarden voor de dienstverlening aan deelnemers en derden. In het dienstverleningshandvest worden in elk

9 | 16

geval opgenomen: a. de basistaken die voor elke deelnemer structureel door de Omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd; b. de voorwaarden voor wijziging van het onder a bedoelde takenpakket, alsmede voor uitoefening van andere incidentele taken; c. de aansprakelijkheid, verzekering en geschillen met betrekking tot de taakuitoefening; d. de jaarlijkse vaststelling van de productcatalogus, welke de kwaliteit van de op te leveren producten bevat, en e. een voorziening in geval van niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen. 2. Het dagelijks bestuur stelt het dienstverleningshandvest, bedoeld in het eerste lid, niet vast dan nadat het algemeen bestuur de gelegenheid heeft gekregen zijn wensen en bedenkingen inzake het dienstverleningshandvest aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken. Artikel 36: Uitvoeringsovereenkomst De Omgevingsdienst zal meerjarige, jaarlijks te actualiseren, uitvoeringsovereenkomsten sluiten met de provincie en de gemeenten met betrekking tot de uit te voeren taken, zowel structurele als incidentele taken, de financiële vergoeding daarvoor en eventuele aanvullende afspraken daaromtrent. Bij de uitvoeringsovereenkomst kan niet worden afgeweken van het in artikel 35 bedoelde dienstverleningshandvest, tenzij het dagelijks bestuur hier met vijf zesde meerderheid mee instemt.

Afdeling 2: Bevoegdheden algemeen bestuur Artikel 37: Algemene bevoegdheden 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 57 van de Wet gemeenschappelijke regelingen berusten alle bevoegdheden tot regeling en bestuur van de Omgevingsdienst bij het algemeen bestuur, voor zover deze niet bij of krachtens de wet, algemene maatregel van bestuur of deze regeling zijn toegekend aan het dagelijks bestuur of de voorzitter. 2. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van verordeningen binnen de bevoegdheden van de Omgevingsdienst. Artikel 38: Overdracht van bevoegdheden 1. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of aan een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 30 bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen deze overdracht verzet. 2. Het algemeen bestuur kan in elk geval niet overdragen de bevoegdheid tot: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van regels met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden van de Omgevingsdienst; d. het vaststellen van regels met betrekking tot de controle op de administratie en het beheer van vermogenswaarden van de Omgevingsdienst; en e. de bevoegdheden, bedoeld in artikel 30 en 33, tweede lid. Artikel 39: Inlichtingen en verantwoording 1.

Een lid van het algemeen bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van dat college worden gevraagd.

10 | 16

2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen. 5. Het algemeen bestuur geeft de vertegenwoordigende organen mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen.

Afdeling 3: Bevoegdheden van het dagelijks bestuur Artikel 40: Bevoegdheid 1. Het dagelijks bestuur is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst; d. ambtenaren in dienst te nemen, te schorsen en te ontslaan; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Omgevingsdienst te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 33, tweede lid; f. de inkomsten, uitgaven en het vermogen van de Omgevingsdienst te beheren, en g. te besluiten namens de Omgevingsdienst, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 2. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Artikel 41: Mandaat en overdracht 1.

Het dagelijks bestuur kan mandaat en volmacht, machtiging verlenen aan een of meer leden van het dagelijks bestuur. 2. Het dagelijks bestuur kan tevens mandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de directeur, voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen mandatering verzet. Het dagelijks bestuur kan de directeur toestaan ondermandaat en ondervolmacht te verlenen. 3. Het algemeen bestuur kan, op voordracht van het dagelijks bestuur, bevoegdheden van het dagelijks bestuur overdragen aan een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 30. Artikel 42: Inlichtingen en verantwoording 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen voor zover het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen.

11 | 16

4. In aanvulling op het tweede en derde lid geeft het dagelijks bestuur het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Afdeling 4: De taken en bevoegdheden van de voorzitter Artikel 43: Taken 1. De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van de Omgevingsdienst. 2. Hij heeft de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 3. Hij ondertekent alle stukken welke van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. Artikel 44: Vertegenwoordigingsbevoegdheid De voorzitter vertegenwoordigt de Omgevingsdienst in en buiten rechte. Indien de voorzitter aan een ander machtiging verleent tot vertegenwoordiging, behoeft deze machtiging de instemming van het dagelijks bestuur. Artikel 45: Inlichtingen en verantwoording 1. De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur. 2. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen voor zover het verstrekken daarvan niet in strijd is met het openbaar belang. 3. De voorzitter geeft de vertegenwoordigende organen mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. Hoofdstuk 4:

Financiën van de Omgevingsdienst

Afdeling 1: Inleidende bepalingen Artikel 46: Kostentoerekening De kosten over het lopende kalenderjaar worden bij de gemeenten onderscheidenlijk de provincies in rekening gebracht op basis van de door het algemeen bestuur voor het betreffende jaar, bij de begroting, vastgestelde uitgangspunten. Artikel 47: Inrichting 1. De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig artikel 190 van de Provinciewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2. Op de administratie en controle is hoofdstuk XIV van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 48: Garantstelling De gemeenten en de provincie zullen er steeds zorg voor dragen, overeenkomstig de systematiek voor kostentoedeling, dat de Omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, onverminderd het bepaalde in artikel 1:1, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

12 | 16

Afdeling 2: De begroting Artikel 49: Begroting 1. Voor alle aan de Omgevingsdienst opgedragen taken brengt het algemeen bestuur jaarlijks op de begroting de bedragen die het daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de van de gemeenten of de provincies te ontvangen bijdragen en andere financiële middelen die naar verwachting kunnen worden aangewend. 2. De begroting bevat mede een bedrag voor onvoorziene uitgaven. 3. De begroting moet in evenwicht zijn. Hiervan kan worden afgeweken indien aannemelijk is dat het evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal zijn gebracht. 4. Ten laste van de Omgevingsdienst kunnen slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht. 5. Het begrotingsjaar is het kalenderjaar. Artikel 49a: Kadernota Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders ter informatie aan de vertegenwoordigende organen. Artikel 50: Ontwerpbegroting 1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de vertegenwoordigende organen. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.

Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving. 3. De vertegenwoordigende organen kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze tijdig aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten onderscheidenlijk de provincie of waarbij de wijziging uitsluitend is gebaseerd op wijziging van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 36. Artikel 51: Vaststelling begroting 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 16, eerste lid, wordt de begroting met vijf zesde meerderheid vastgesteld. 2. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 3.

Het algemeen bestuur zendt, zo nodig, de begroting aan de vertegenwoordigende organen, die ter zake bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. 4. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met inachtneming van het vierde lid. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten onderscheidenlijk de provincie of waarbij de wijziging

13 | 16

uitsluitend is gebaseerd op wijziging van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 36.

Afdeling 3: Jaarrekening Artikel 51a: Voorlopige jaarrekening Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar na afloop aan dat waarvoor de jaarrekening dient, de voorlopige jaarrekening ter informatie aan de vertegenwoordigende organen. Artikel 52: Jaarrekening en jaarverslag 1. Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. 2. De in het eerste lid bedoelde stukken liggen, zodra zij aan het algemeen bestuur zijn overgelegd, voor een ieder ter inzage en zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop ze betrekking hebben. De jaarrekening betreft alle baten en lasten van de Omgevingsdienst. 4. Indien het algemeen bestuur tot het standpunt komt dat onrechtmatige totstandkoming van in de jaarrekening opgenomen baten, lasten of balansmutaties aan de vaststelling van de jaarrekening in de weg staat, brengt hij dit terstond ter kennis van het dagelijks bestuur met vermelding van de gerezen bedenkingen. 5.

Het dagelijks bestuur zendt het algemeen bestuur binnen twee maanden na ontvangst van het standpunt, bedoeld in het vierde lid, een voorstel voor een indemniteitsbesluit, vergezeld van een reactie op de bij het algemeen bestuur gerezen bedenkingen. 6. Indien het dagelijks bestuur een voorstel voor een indemniteitsbesluit heeft gedaan, stelt het algemeen bestuur de jaarrekening niet vast dan nadat hij heeft besloten over het voorstel. 7. De leden van het dagelijks bestuur nemen niet deel aan stemmingen over besluiten als bedoeld in het derde, vierde en zesde lid. Hun plaatsvervangers zijn wel stemgerechtigd. 8. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer. 9. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 5:

Toetreding, uittreding, wijziging, opheffing

Artikel 53: Toetreding 1. Een bestuursorgaan kan een verzoek tot toetreding ter kennis brengen van het algemeen bestuur. 2. Toetreding kan geschieden nadat ten minste vijf zesde van de colleges, alsmede het bestuursorgaan dat wenst toe te treden hiertoe hebben besloten. 3. Een college kan pas instemming verlenen na verkregen toestemming van het vertegenwoordigend orgaan als bedoeld in artikel 51, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 4. Het toetredingsbesluit regelt wanneer de toetreding in werking treedt. Artikel 59 is van overeenkomstige toepassing.

14 | 16

Artikel 54: Uittreding 1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk. 2. Artikel 53 is van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, waarbij de kosten van de uittreding worden doorbelast naar de uittredende partij. Het besluit wordt met vijf zesde meerderheid vastgesteld. Artikel 55: Wijziging 1. Het dagelijks bestuur en de colleges kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel aan de colleges. 3. Artikel 53 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 56: Opheffing en liquidatie 1. Het dagelijks bestuur en de colleges kunnen een voorstel tot opheffing van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2. Het algemeen bestuur zendt het voorstel aan de colleges. 3. Artikel 53 en artikel 54, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6:

Archief

Artikel 57: Archief 1. Het bestuur van de Omgevingsdienst is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. Overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van de Omgevingsdienst. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Omgevingsdienst. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het bestuur van de Omgevingsdienst wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats van een van de gemeenten of de provincie aan. 5. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur van de Omgevingsdienst, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit toezicht stelt het algemeen bestuur een verordening vast. 6. De archivaris wordt door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. 7.

In afwijking van het vorige lid kan het dagelijks bestuur ook de archivaris van de gemeente onderscheidenlijk de provincie als bedoeld in het vierde lid aanwijzen als archivaris van de Omgevingsdienst.

Hoofdstuk 7:

Slotbepalingen

Artikel 58: Duur van de regeling De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

15 | 16

Artikel 59: Inwerkingtreding Deze regeling wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de dag waarop deze regeling overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regelingen is bekendgemaakt. Artikel 60: Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021. Artikel 61: Overgangsbepaling 1. De volgende voor 1 januari 2016 door het algemeen bestuur genomen besluiten worden vanaf 1 januari 2016 geacht te zijn genomen door het dagelijks bestuur, overeenkomstig de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen: a. benoeming van de secretaris, bedoeld in artikel 26, eerste lid; b. instructie of bestuursreglement, bedoeld in artikel 27, derde lid; c. de vervanging van de secretaris, bedoeld in artikel 28, eerste lid; d. het dienstverleningshandvest, bedoeld in artikel 35; e. de rechtspositionele regelingen en besluiten, bedoeld in artikel 37, tweede lid, en f. de verordening omtrent de ambtelijke organisatie, bedoeld in artikel 37, derde lid. 2. De artikelen waarnaar in het eerste lid wordt verwezen, zijn de artikelen zoals deze luidden voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling op 1 januari 2016. 3.

In afwijking van artikel 1 onder i van deze regeling wordt voor de duur van 1 januari 2022 tot 24 maart 2022 onder “gemeenten” ook gemeente Weesp verstaan. Vanaf 24 maart 2022 is de gemeente Weesp opgeheven, is het grondgebied van de gemeente Weesp toegevoegd aan Amsterdam en is de gemeente Amsterdam de rechtsopvolger van de gemeente Weesp. Hiermee komt de deelname van de gemeente Weesp aan deze regeling van rechtswege te vervallen. 4. In afwijking van artikel 7 van deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2022 tot 24 maart 2022, de volgende stemverhouding in het algemeen bestuur: a. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door gedeputeerde staten van de provincie NoordHolland hebben ieder tien stemmen. b. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam hebben ieder veertien stemmen. c. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer hebben ieder acht stemmen. d. Het lid van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft negen stemmen. e. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de Amstellandgemeenten ieder vijf stemmen hebben. f.

Het lid van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Weesp heeft één stem.

16 | 16

5.0 Interpellatiedebat over de informatievoorziening van het college aan de raad 1 Aanvraag interpellatie def.docx

Aanvraag interpellatiedebat over de informatievoorziening van het college aan de raad Aan de voorzitter van de gemeenteraad, dhr. G.E. Oude Kotte Geachte voorzitter, de fractie van Absoluut Aalsmeer verzoekt de gemeenteraad een interpellatie toe te staan in de raadsvergadering van 28 oktober 2021 over de informatievoorziening van het college aan de gemeenteraad. De aanleiding voor dit verzoek is als volgt: • •

•

•

Het college heeft op 21 september 2021 schriftelijk antwoord gegeven op onze vraag over het buiten beschouwing laten van stukken (zie bijlage). Op onze vraag waarom bepaalde beleidsdocumenten (de aanwijzing van het Plassenlint als beschermd dorpsgezicht) buiten beschouwing zijn gelaten en niet bij de stukken zijn gevoegd (voor de raadsbehandeling van het definitief ontwerp van het Waterfront) antwoordt het college o.a. dat “…de stukken openbaar zijn en voor een ieder raadpleegbaar. In die zin was er geen aanleiding om de stukken toe te voegen. En van de raad mag verwacht worden dat hij zelf op de hoogte is van zijn eigen beleidskaders.” Het is deze laatste passage die aanleiding is voor dit interpellatieverzoek, dat gaat over het principe van informatievoorziening van het college aan de gemeenteraad. In een gesprek met de voorzitter van de raad hebben wij onze verwondering over deze uitspraak en houding van het college geuit. Ondanks de toezegging dat dit een vervolg zou krijgen en herhaaldelijke pogingen van onze kant een reactie te krijgen, heeft het college haar beantwoording niet aangepast.

Artikel 169 lid 2 van de Gemeentewet luidt; " Zij ( het college en alle leden afzonderlijk) geven de raad alle informatie die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft." Het college moet niet alleen inlichtingen verstrekken op verzoek van een raadslid (passieve informatieplicht), maar ook uit zichzelf moet het college alle inlichtingen verstrekken die de raad voor de uitoefening van haar taak nodig heeft (actieve informatieplicht).

Met deze interpellatie wil de fractie van Absoluut Aalsmeer opheldering krijgen over de informatievoorziening vanuit het college en communicatie tussen de gemeenteraad en het college. Vragen: 1. Waarom is er ondanks herhaaldelijk contact waarbij u gelegenheid heeft gehad om deze misser te herstellen geen reactie van het college gekomen? 2. Kunt ons vertellen of u de beantwoording goed gelezen hebt. Meent u werkelijk wat daar staat? Zo ja, wat vindt u daar zelf van? 3. Kunnen wij hieruit concluderen dat het college de informatieplicht zoals omschreven in de Gemeentewet niet behoeft na te komen?

Judith Keessen Absoluut Aalsmeer

1 20210921 Memo 73 Beantwoording schriftelijke vragen n.a.v. brief bewoners naast Watertoren aan de Raad.pdf

5.1 Startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1 1 Dossier 250 voorblad.pdf

3.Raad (besluitvormend) Dossiernummer

250

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

28 oktober 2021

Agendapunt

5.1

Omschrijving

Startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1

Geagendeerd

Vergaderdatum

3.Raad (besluitvormend)

28 oktober 2021

1 20211028 Getekend rbsl inzake startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1.pdf

1 20210824 NvB inspraakreacties Oosteindedriehoek definitief geanonimiseerd.doc

Nota van Beantwoording Ontvangen inspraakreacties en reacties in het kader van het vooroverleg met beantwoording van deze reacties op de concept startnotitie Oosteindedriehoek, deelgebied 1

Aalsmeer, 24 augustus 2021

Z-2018/047519; D21-xxxx

Wijze van beantwoording De nota van beantwoording wordt gehanteerd voor de beantwoording van inspraakreacties en zienswijzen op afwijkingen van omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen, voor de beantwoording van participatiereacties op nota’s van uitgangspunten en randvoorwaarden locatieontwikkeling, via vragen op het participatieplatform participatie.aalsmeer.nl en op concept startnotities. De ingediende inspraakreacties worden hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de inspraakreacties die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De inspraakreacties zijn in hun geheel beoordeeld. De ontvangen inspraakreacties worden per indiener puntsgewijs behandeld. Links staat naast de nummering een beknopte opsomming van de punten uit de reactie en in de kolom daarnaast vindt per punt de beantwoording plaats. In de rechterkolom wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het voorstel met indien van toepassing een korte toelichting daarop. Dezelfde of soortgelijke reacties over een bepaald onderwerp worden per onderwerp toegelicht in de bijlage. In de beantwoording wordt dan verwezen naar het onderwerp in de bijlage. Alle indieners ontvangen het totaaloverzicht inclusief eventuele bijlage. Op deze wijze wordt de beantwoording van de reacties overzichtelijk en transparant.

Voorliggende Nota van Beantwoording is in een drietal onderdelen als volgt opgebouwd: A

vragen gesteld op participatie.aalsmeer.nl

B

formeel binnengekomen inspraakreacties binnen de gestelde termijn van 18 juni t/m 15 juli 2021

C

binnengekomen reacties van instanties in het kader van het vooroverleg

Nota van Beantwoording – ontwerp startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1

datum: 24 augustus 2021

blz. 2

A vragen gesteld op participatie.aalsmeer.nl Vragen gesteld op participatie.aalsmeer.nl

Beantwoording vragen per punt

1.

Vraagsteller woont op de Legmeerdijk en volgens de kaart komt buurt 2 tegenover hun woning te liggen. Op de tekening ziet vraagsteller hoogbouw. Vraag is, hoeveel verdiepingen is deze hoogbouw?

1.

De appartementen langs de Legmeerdijk kunnen 6 tot 7 bouwlagen worden, gemeten vanaf de onderkant (teen) van het talud van de Legmeerdijk.

2.

Wat zijn de initiële ideeën over de hoogte van de verwachte hoogbouw in dit nieuwbouwproject? Zijn daar ook (regionaal/wettelijk) maximale hoogtes voor bepaald? Zijn er plannen om zicht op hoogbouw (vanaf Legmeerdijk/Westwijk) te verminderen, bijvoorbeeld met hoge bomen (populieren/etc.)?

2.

Afhankelijk van de buurt zullen de appartementen 3 tot 4 bouwlagen Nee betreffen (buurt 1 en 3) en 6 tot 7 bouwlagen gemeten vanaf de onderkant (teen) van de Legmeerdijk (buurt 2 en 3, langs de Legmeerdijk) Er zijn geen regionale dan wel wettelijke hoogtes bepaald. Deze zullen wel in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Doel is om langs de Legmeerdijk onderaan het talud (tussen groen met bomen en water) bebouwing met een hoogte van 6-7 bouwlagen mogelijk te maken, vergelijkbaar met bebouwing langs de Beneluxbaan. (Amstelveen) Verdere uitwerking vindt nog plaats in het stedenbouwkundig verkavelingsplan.

3.

Mijn vraag is, hoe hoog zijn de flatjes in fase 2 en hoe hoog zijn de huizen in fase 3? Hoeveel ruimte zit er tussen de Legmeerdijk bewoners en de nieuwe wijk fase 2 en 3? Hoe breed is de sloot tussen de bewoners en de Legmeerdijk?

3.

In buurt 2 zijn appartementen voorzien in 6 tot 7 bouwlagen, in buurt 3 zijn naast eengezinswoningen (2 lagen met een kap dan wel 3 bouwlagen) ook enkele gebouwen met appartementenblokjes voorzien (3 tot 4 bouwlagen) met langs de Legmeerdijk de mogelijkheid voor hogere appartementenblokken (6 tot 7 bouwlagen) Hoeveel ruimte tussen woonbebouwing Legmeerdijk (Amstelveenzijde) en de nieuwe wijk is nog afhankelijk van het ontwerpproces. Een definitief antwoord op deze vraag kan pas worden gegeven nadat er overeenstemming is bereikt over het stedenbouwkundig verkavelingsplan. De breedte van de Middentocht tussen de bewoners Legmeerdijk blijft qua breedte gehandhaafd.

4.

Hoi, Ik vraag mij af hoeveel parkeerplekken er per woning 4. gerealiseerd worden? De parkeerdruk in nieuw oosteinde is hoog namelijk.

Nota van Beantwoording – ontwerp startnotitie Oosteindedriehoek deelgebied 1

Planaanpassing Nee

Nee

Voor het nieuw te ontwikkelen woongebied Oosteindedriehoek Nee deelgebied 1 geldt momenteel de door de gemeenteraad vastgestelde Nota Parkeernormen Aalsmeer 2016. Bezien zal worden –mede afhankelijk van het woningbouwprogramma met kleinere woningen- in hoeverre deze parkeernormen ook gaan gelden voor dit plangebied. De Mobiliteitsagenda Aalsmeer wordt momenteel opgesteld. Deze zal in de Raad van december worden vastgesteld. Met nieuwe manieren van mobiliteit die op ons af komen en kleinere woningen die worden gebouwd, waarvoor een lagere parkeernorm op zijn plaats is, volgt naar verwachting een actualisatie van de huidige Nota Parkeernormen in de Mobiliteitsagenda Aalsmeer. Voor alsnog houden we vast aan de door de gemeenteraad vastgestelde Nota parkeernormen uit 2016. datum: 24 augustus 2021

blz. 3

5.

Op welke manier worden we op de hoogte gehouden van de evt inschrijvingen/lotingen van woningen? Hoe komen we in aanmerking voor een woning in dit deel gebied? Op basis waarvan word er straks een selectie gemaakt of je wel of niet een kans maakt?

5.

Op de site www.thuisinoosteinde.nl die door de gezamenlijke Nee ontwikkelende partijen online is gezet kunt u uw interesse in een woning kenbaar maken en kunt u zich inschrijven voor de nieuwsbrief. Het is nog niet mogelijk u in te schrijven voor specifieke woningen. Voor koopwoningen en vrije sector huurwoningen moeten de gemeente en ontwikkelaars nog afspraken maken over de voorwaarden waaronder de verdeling van deze woningen plaats gaat vinden. Sociale huurwoningen zullen naar verwachting via WoningNet worden verhuurd. Het is nog niet mogelijk u in te schrijven voor een woning. Indien u op zoek bent naar een sociale huurwoning adviseren wij u om u wel in te schrijven bij WoningNet. De huur- en koopprijzen zijn nog niet bekend.

6.

Wat zijn de twee gele vlakken (Midden en bij Vlinderweg)?

6.

Het gele vlak bij de Vlinderweg gelegen in het te realiseren buurtpark voor zowel de inwoners van Nieuw Oosteinde als de nieuwe bewoners van Oosteindedriehoek kan een nog nader in te vullen functie zijn. Hierover gaan we graag in een later stadium als de concrete inrichting van dit buurtpark aan de orde komt in gesprek met huidige en toekomstige bewoners rondom dit buurtpark. het gele vlak het in Midden -gelegen in buurt 3- is de locatie voor een basisschool met aanvullende maatschappelijke voorzieningen, zoals kinderdagverblijf en naschoolse opvang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=c39c0402-9806-447b-9d4c-78bc581f1cb8