Agendabundel
Tekst van het document
2,56
geen
-
2,56
14
Procesonderst. besluitvorming Locatiemanager raadhuis Aalsmeer
1
Takenpakket huidige formatie wordt gecontinueerd
1
geen
-
1
1
-
Administratieve ondersteuning 15wethouderstaven**** Toezicht Meerlanden
-
Zie toelichting onder ****
0,3
-tactisch-operationele beheers-aangelegenheden op het raadhuis Aalsmeer: klein onderhoud, beheer vergader-/trouwlocaties Functionele aansturing bodes en bestuurssecretariaat Zie toelichting onder ****
0,30
-
-
Coördinatie en toezicht op uitvoering beheer openbare ruimte (groen en grijs) door de Meerlanden (DVO 1 en 2)
4
-
4
15
16
16
Totaal fte’s
1
18
18,63
Aalsmeer wenst deze taak over te hevelen vanuit de AA-organisatie naar de kernorganisatie Aalsmeer ofwel naar de Meerlanden.
3,65 5
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de totale formatie van de kernorganisatie Aalsmeer (incl. 4 fte voor toezicht op de Meerlanden) gaat bestaan uit: • • •
Formatie voor over te dragen taken uit de AA-organisatie: Formatie voor nieuwe taken binnen de kernorganisatie: Restant bestaande formatie 2 bestuursadviseurs (SD en FD) op pay-roll Aalsmeer: Totaal formatie kernorganisatie Aalsmeer:
18,63 fte 3,65 fte 0,95 fte 23,23 fte
Ter toelichting op de 0,95 fte bestaande formatie op de payroll Aalsmeer (2 fte bestuursadviseur FD en SD): in bovenstaand overzicht is die formatie gevuld met 1,05 fte voor nieuwe taken aan te vullen door Aalsmeer (kolom d). De 0,95 fte over te hevelen taken vanuit de AA-organisatie (kolom b) telt mee in het totaal van 18,63 fte in bovenstaand overzicht. Te overwegen is die 0,95 fte aan te wenden voor de advisering in de eigenaarsrol voor de 3 genoemde Verbonden Partijen (ESA, Meerlanden, Greenpark, zie functie nr. 7).
*Toelichting invulling functie bestuursadviseur Sociaal Domein (SD): Voorbeelden van mogelijke strategische advies taken van de bestuursadviseur: advisering ivm motie RAP Raad, samenstelling overdrachtsdossier tav SD, taskforce wonen-zorg, advisering onderwijsvoorzieningen Aalsmeer. Invulling van die taken dient periodiek in afstemming met de AA-organisatie te geschieden. De regionale aspecten van de strategische advisering op het terrein van jeugd blijven binnen de AA-organisatie. Aalsmeer en Amstelveen hebben een verschillend beeld tav de (on)mogelijkheden van het overdragen van overige adviestaken op het gebied van jeugd vanuit de AA-organisatie naar de kernorganisatie Aalsmeer. Afgesproken wordt dat de bestuursadviseur vanuit de kernorganisatie Aalsmeer een jaar ‘meeloopt’ met de adviseur jeugd binnen de AA-organisatie om gezamenlijk ervaring op te doen met de (on)mogelijkheden of (on)wenselijkheden van het afscheiden van strategische adviestaken van overige beleidsadvieswerkzaamheden in het jeugddomein. Na een jaar wordt die ervaring geëvalueerd. Een deel van de opgegeven bestaande formatie is gebaseerd op overheaddekking, een ander deel op de capaciteitsplanning 2021.
6
**Toelichting invulling 3 functies bestuursadviseurs Fysiek Domein (FD): - Schipholadvisering gesplitst obv formatie die in 2013 overkwam (0,4 fte). In 2021 is 1 fte beschikbaar voor Schipholadvisering voor Amstelveen en Aalsmeer. Obv de standaard verdeling is daarvan 25% toe te rekenen aan Aalsmeer. Advisering op het Schipholdossier is een prioritair thema voor Aalsmeer. Daarom is de oorspronkelijk overgedragen formatie (0,4 fte) opgenomen in kolom (b). In de kolom (c) is 0,2 fte nieuwe formatie toegevoegd om binnen de kernorganisatie voldoende capaciteit te creeren voor het advieswerk dat het Aalsmeerse bestuur vraagt. - T.a.v. de thema’s Greenport, Mobiliteit en Omgevingsvisie is uitgangspunt dat de trekkersrol van deze bestuurlijke opgaven wordt belegd bij de bestuursadviseurs Fysiek Domein. Zij werken samen met vakinhoudelijke beleidsmedewerkers binnen de AAorganisatie. De bestuursadviseurs zijn verantwoordelijk voor inhoudelijke overkoepelende advisering en procesgang van de totstandkoming van adviezen en nota’s op de aangegeven thema’s.
- Adviescapaciteit mobiliteit en Omgevingsvisie: ervan uitgaande dat dat werk is wat nu bij 1 fte adviseur Mobiliteit ligt en 1 fte adviseur RO-algemeen: obv standaard verdeling Aveen-Ameer 75%-25% is als bestaande formatie 0,25 fte opgenomen en nieuw 0,25 fte toegevoegd omdat Aalsmeer de advisering op strategische Aalsmeerse opgaven wil intensiveren. - Integrale advisering over de huisvesting van bijzondere doelgroepen (waaronder het programma arbeidsmigranten) is ingeschat op ca 2 dagen pw, 0,4 fte bestaand werk dat overgaat naar kernorganisatie. Binnen de AA-organisatie blijft de deeladvisering op vakinhoudelijke specialismen. - Adviescapaciteit staven: De secretarisrol voor de staf EZ/W&I is ondergebracht bij de relatiebeheerder bedrijven Aalsmeer. De secretarisrol voor de overige 7 staven in het FD is opgenomen bij de formatie voor één van de bestuursadviseurs FD. uitgaande van ca 1,5 uur pw inzet bestaand voor 8 staven binnen de AA-organisatie -> binnen AA-organisatie valt dan 0,35 fte bestaand werk weg. - Aalsmeer wil secretarisrol intensiveren: stel verdubbeling -> 0,35 fte nieuwe taken - Secretarisrol kan ook verdeeld worden over de 3 adviseurs, dan moeten ze wat schuiven in de 3 pakketten, maakt voor deze exercitie (hoeveel formatie overgaat vanuit de AA-organisatie naar de kernorganisatie en wat zijn nieuwe taken) niet uit.
***Toelichting functie beleidsadviseur sport, cultuur Aalsmeer:
-
-
De kernorganisatie Aalsmeer blijft gebruik maken van het subsidiebureau binnen de AA-organisatie (administratieve ondersteuning subsidieprocessen voor de subsidies t.a.v. sport en cultuur). Voorwaarde daarvoor is dat de kernorganisatie Aalsmeer aansluit bij de werkwijze van het subsidiebureau en dat toekomstig Aalsmeers subsidiebeleid ook uitvoerbaar is voor het subsidiebureau (bijv. aansluit bij de aanwezige capaciteit en automatisering). De juridische, financiële en inkoop-technische advisering aan de Aalsmeerse beleidsadviseur blijft gepositioneerd binnen de AAorganisatie. Met de verhuizing van de capaciteit voor sport en cultuur verhuist ook het trekkerschap t.a.v. het subsidiebeleid. M.a.w.: de AAorganisatie is vanaf dat moment niet meer verantwoordelijk voor de subsidieverordening Aalsmeer en het subsidiestelsel voor Aalsmeer als geheel. Die werkzaamheden waren en blijven belegd bij de beleidsadviseur Sport Aalsmeer.
7
****Toelichting administratieve ondersteuning wethouderstaven Werkzaamheden maken deel uit van secretarisfunctie van de 15 staven -> in diverse functies in bovenstaand formatieschema -
opgenomen (bestuursadviseur SD en FD, beleidsadviseur sport, cultuur, adviseur concernfinanciën, adviseur Veiligheidsdomein). Afgesproken is dat Amstelveen daarnaast 0,3 fte uit de bestaande formatie van de AA-organisatie overhevelt naar de kernorganisatie Aalsmeer. De kosten voor die formatie zullen worden afgetrokken van de dienstverleningsbijdrage. Aalsmeer wenst daarmee de administratieve ondersteuning van de wethouderstaven te versterken en voegt daaraan eveneens 0,3 fte uit eigen middelen toe.
8
Bijlage 1: omschrijving taken beleidsadviseur (ook van toepassing op beleidstaken voor sport en cultuur) Bij de functie van beleidsadviseur (beleidsadvies en beleidsrealisatie) gaat het om: - dagdagelijkse advisering college, in en om de staven heen en bijv. ook tijdens raadsvergaderingen of andere bestuurlijke overleggen - via het college ook adviseren en informeren van de gemeenteraad - de P&C cyclus uitvoeren en daarmee ook bijdragen aan de wettelijke plicht die de gemeente t.a.v. die cyclus heeft: begroting, jaarrekening, kadernota, tussentijdse verantwoording/burap, budgetoverheveling, rekening/verslag - facturen afhandelen en wel binnen de daarvoor geldende termijnen en met in acht neming van de vanwege rechtmatigheid vereiste zorgvuldigheid - afhandeling correspondentie/informatievragen - advisering over nieuwe wettelijk of beleidsontwikkelingen (bijv.
rijk, provincie, veiligheidsregio) en ook signaleren van kansen in de samenleving/omgeving/inhoud - mee opstellen van persberichten en andere media boodschappen - liaisons zijn voor of secretaris zijn van adviesorganen van het college en ook deze organen organiseren/instellen en de bezoldiging van adviseurs afwikkelen - organiseren van bijeenkomsten van besturen, bewoners, instellingen al dan niet met het gemeentebestuur erbij - afstemmen met gemeenten of andere overkoepelende bestuurlijke organen over samenwerking, over gezamenlijke uitvoering en dergelijke en soms ook die gezamenlijke uitvoering mee invulling geven - adviseren over complexe en/of niet in beleid geregelde uitvoeringszaken uit de gemeentelijke uitvoering, en ook signaleren of ophalen van beleidsrelevante signalen uit de uitvoering van onszelf en van anderen - wettelijke taken uitvoeren - het huren en organiseren van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed opdat dit vastgoed doelmatig en correct wordt gebruikt - financieel beheer plegen over de beschikbaar gestelde budgetten, en adviseren en verantwoorden t.a.v.
specifieke budgetten (denk aan SiSa, bijdrage andere overheden etc.), uitvoeren actieve informatieplicht - subsidie aanvragen namens de gemeente en/of andere soorten van derden financiering - advisering over bestuurlijke wensen van de gemeente - adviseren over afhandelen van moties, schriftelijke en mondelinge raadsvragen, amendementen, rekenkameronderzoeken, raadsenquêtes, toezeggingen, technische vragen, inlichtingen etc. - uitvoeren of doen uitvoeren (opdrachtverlening via subsidie of inkoop of inhuur, regievoeren) van staand beleid of bestuurlijke wensen van college of raad - subsidieprocessen doorlopen bij subsidie aanvragen, nadere regels opstellen, subsidieverordening opstellen - beleid opstellen, zorgen dragen voor (programma’s voor) uitvoering, monitoren, actualiseren - bijdragen aan projecten en adviezen van andere afdelingen waar deze raken aan de eigen portefeuille - rechtmatig en kostenefficiënt verlenen van subsidies dan wel inkopen van producten, structureel of incidenteel - opstellen, uitvoeren van en/ of regievoeren over verordeningen en regelingen - ad hoc zaken, bijvoorbeeld rondom Corona 9
Bijlage 2: Invulling taken adviseur Veiligheidsdomein en evenementencoördinatie 1) Taken adviseur veiligheidsdomein binnen de kernorganisatie Aalsmeer: a- Strategische advisering algemeen Zorgdragen juiste positionering gemeente en burgemeesters Regie voeren op de uitvoering van het beleid Vorm, inhoud en sturing geven aan div. projecten en bewaken voortgang en kwaliteit Strategisch adviseur van het management en bestuur Voorbereiden van politieke besluitvorming Richting geven aan kaderstellend beleid waarin het thema veiligheid van belang is, ook binnen andere domeinen Draagt (mede) zorg voor de voorbereiding van financiële bedrijfscyclusdocumenten Adviseren en ondersteunen van de gehele organisatie over veiligheidsaspecten als onderdeel van andere onderwerpen Afstemmen (strategisch) met interne en externe partners b- Deelname aan overleggen ivm strategische advisering Regionaal bestuurlijk overleg Veiligheidsbestuur Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland Portefeuillecontact Amstellandgemeenten Staf OOV burgemeester Aalsmeer (incl. secretariaat) Driehoek Uithoorn-Aalsmeer (incl. secretariaat) Regionale mensenhandeltafel (incl. secretariaat) Platform veilig ondernemen (OOV gerelateerd) c- Exclusieve onderwerpen: Integraal veiligheidsplan (IVP) incl. opstellen zonodig van actieplan met input vanuit AA-organisatie Waterveiligheid (incl.
niet OOV dossiers als watervisie, waterfront) Ondermijning (mensenhandel, woonfraude, hard-/softdrugs, Poolse supermarkten) Cybersafety Corona Arbeidsmigranten Algemene OM, justitie en politieaangelegenheden Alle financiële en beleidscyclusdocumenten Exclusieve dossiers (casuïstiek) direct bij burgemeester d- Deelname aan overige overleggen Teamoverleg OOV 10
-
Periodiek overleg politie-burgemeester Periodiek overleg politie-brandweer-burgemeester VNG landelijk OOV Liec landelijk hennep
e- Sparringpartner voor AA-organisatie (beleidsontwikkeling ligt primair bij AA-organisatie, inclusief raads- en collegevoorstellen) over Reguliere taken OOV Aanpak jeugdoverlast anders dan op water Verwarde personen Domeinen zorg en economische zaken Handhaving OOV (gebiedsverboden, sluiting, LOD’s niet in relatie tot ondermijning) Complexe woonoverlastzaken Detentie- en terugkeer Terugkeer BIJ Demonstraties (risicobijeenkomsten) Voor de uitvoering van deze taken binnen de AA-organisatie is 1 vte algemene adviescapaciteit op het terrein van OOV tbv Aalsmeer opgenomen. Daarnaast is het de bedoeling voor de taken op het gebied van ondermijning extra formatie aan te trekken uit de extra gelden die daarvoor vanuit het rijk beschikbaar zijn gesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende onderwerpen: -
Advisering beleid ondermijning HHK Aalsmeer Programma weerbare sierteeltsector Adviseur en coördinator regionale mensenhandeltafel Opstarten projecten, opleiding, etc. i.s.m. partners i.h.k.v. mensenhandel. Ondermijningsbeelden Riec signaal/fenomeenoverleg Poolse supermarkten Advisering nieuw Riec informatieplein Projectgroep ondermijning als vertegenwoordiger Aalsmeer
2) Kernactiviteiten evenementencoördinator
1 2
Regie voeren op en adviseren over (de uitvoering van) het evenementenbeleid. Vertalen van initiatieven uit de samenleving naar de uitvoering van het evenementen- en veiligheidsbeleid en de borging binnen alle relevante beleidsdomeinen. 11
3 4 5 6 7 8 9 10
11. 12.
Fungeren als aanspreekpunt voor organisatoren en andere belanghebbenden en intermediair tussen organisatoren en interne organisatie, bestuur en veiligheidspartners (visitekaartje maar ook trouble-shooter): Vuur & Licht, Feestweek, Pramenrace. Zorg dragen voor ontvankelijke aanvragen in samenspraak met organisatoren. Afstemmen van aanvragen waar nodig met in- en externe adviseurs. Netwerken en opbouwen van goede relaties met alle betrokken partijen bij de vergunningverlening. Opstellen evenementenbeleid en adviseren ten aanzien van de borging van het beleid in de processen betreffende de vergunning voor evenementen Signaleren, coördineren en bewaken van afspraken en termijnen met inachtneming van ieders eigen verantwoordelijkheid. Evalueren en rapporteren van en over risicovolle evenementen. Draagt zorg voor toetsing en verantwoording van behaalde resultaten. Afhandeling van klachten (voorkomen dat het signaal in de formele klachtenprocedure terecht komt). Gemeentelijk projectleider bij complexe evenementen(aanvragen).
12
Bijlage 3: Uitwerking taken adviseur concernfinanciën Taken adviseur concernfinanciën op hoofdlijn: 1. 2. 3. 4.
Verantwoordelijk voor proces en financiële advisering mbt documenten die ihkv de P&C-cyclus worden opgeleverd. Strategische financiële advisering aan college en directie Aalsmeer en aan directie Amstelveen. Gemeente-brede risicosignalering en vertaling daarvan naar financiële kaders en beleid. Opstellen van de liquiditeitsprognose advisering aan het college en de directie Aalsmeer over het aantrekken dan wel uitzetten van financiële middelen. 5. Secretaris staf Financiën (onderdeel 1 fte formatie) Voor de taken 1 t/4 houdt dat o.m. de volgende werkzaamheden in: - Verzamelen uit Lias, Een document van maken, - Schrijft voor Aalsmeer de paragraaf bedrijfsvoering, weerstandsvermogen etc. - Daar wat nodig de teksten redigeren en corrigeren ( in overleg met de adviseur) - Schrijft de benodigde bestuurlijke inleiding, de begeleidende bestuurlijke brieven (raads- en college brief/voorstel) - Schrijft deze ook voor de circulaire brieven en andere relevante financiële bestuurlijke ontwikkelingen. - Is de secretaris van de staf, - Woont alle relevante bestuurlijke overleggen bij (raad en commissie en evt andere) en rapporteert daarover aan de AA organisatie. - Checkt of alle genomen B & W besluiten in de P& C documenten opgenomen zijn. - Beheert alle nota's die voortvloeien uit de beheersverordeningen, op een zodanige manier dat de eenduidige werkwijze is geborgd.
- Actualiseert de financiële verordeningen en begeleid het bestuurlijke proces - Beoordeelt het MPG (grondexploitaties) de beheerplannen buitenruimte - Alle overige op het bureau voorkomende werkzaamheden
13
1 Bijlage_2_bij_bijlage_1_voorstel procesversnellers.pdf
Bijlage 2 bij voorstel procesversnellers d.d. 20 oktober 2021 Berekeningswijze reductie financiële bijdrage Aalsmeer in kosten AAorganisatie en frictiekosten
Verlaging bijdrage Aalsmeer voor basisdienstverlening Uitgangspunten a. Omvang formatie die over gaat van AA-organisatie naar kernorganisatie: 17,5 fte. b. Normbedrag per fte € 87.000 personeelskosten en € 24.000 overhead c. Bijdrage Aalsmeer voor dienstverlening bedrijfsvoering voor 23,5 + 1 (GS) fte kernorganisatie door AA-organisatie: € 18.000 per fte
Uitkomst Ad a + b: verlaging van € 1.942.500,- = afgerond € 1.943.000,= Ad c: verhoging van € 441.000,Per saldo: verlaging van € 1.501.500,- = afgerond 1.502.000,=
Daarmee wordt de bijdrage 2022 (excl. indexatie): a. basisbijdrage 2022 volgens begroting: € 16.957.000,=. b. verlaging: € 1.502.000,= c. resteert: € 15.455.000,=
Omvang frictiekosten ontvlechten taken uit AA- organisatie Uitgangspunten a. Het gegeven dat 17,5 fte van de AA-organisatie over gaat over naar de kernorganisatie Aalsmeer (en de resterende formatie nieuw werk is) b. De aanname dat ter waarde van 9,5 fte de bezetting mee over gaat c. De afspraak tussen de GS-en dat 1,0 fte wordt gecorrigeerd i.v.m. bemensing staven d. Het gegeven dat dus 9 fte als frictie resteert. e. Normbijdrage per fte € 87.000 personeelskosten en € 6.000 (24.000 – 18.000) aan gemiste dekking overhead. f. Geen correctie voor desintegratiekosten Uitkomst € 2.511.000 = afgerond € 2,5 mln. Te verdelen: Aalsmeer € 1,67 mln. en Amstelveen € 0,83 mln.
20.10.2021
1 Bijlage_2_Samenwerkingsovereenkomst AA 2022 -2026.pdf
Op weg naar nieuwe bestuursopdracht Samenwerking AA; procesversnelling
Memo Aan: BO AA/colleges Aalsmeer & Amstelveen Van: Ben Kokx & Huib de Vet, procesversnellers Datum: 18 oktober 2021 Betreft: codificatie van de samenwerkingsafspraken 2022 t/m 2026
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST AALSMEER – AMSTELVEEN 2022 T/M 2026 Overwegingen •
De colleges van Aalsmeer en Amstelveen stellen gezamenlijk vast dat het in het belang van beide gemeenten is om hun ambtelijke samenwerking te continueren en daarbij te kiezen voor een aanpassing van de vorm waarin en de condities waaronder dat gebeurt. Dit met als doel een werkbare basis onder de samenwerking voor de komende jaren te leggen. Het integrale voorstel van de procesversnellers d.d. 8 oktober 2021 vormt hiervoor de basis.
•
De colleges van Aalsmeer en Amstelveen stellen gezamenlijk vast dat o met de nieuwe afspraken de huidige samenwerking in AA in overwegende mate wordt gecontinueerd; o de huidige Centrumregeling een deugdelijk juridisch fundament onder de samenwerking legt en daarom in stand moet blijven, dit met inachtneming van een aanpassing van artikel 8, o nieuwe afspraken over de dienstverlening en kosten, de komende jaren meer stabiliteit en continuïteit moeten brengen in de samenwerking.
•
En stellen daarom onderhavige samenwerkingsovereenkomst vast.
•
Het huidige Dienst Verlenings Handvest komt hiermee te vervallen.
Algemene bepalingen 1. Deze samenwerkingsovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de Centrumregeling AA en is daarvan een nadere uitwerking. 2. Wijziging van deze overeenkomst is mogelijk binnen de kaders van de Centrumregeling AA, ingeval beide partijen daarover overeenstemming bereiken. De overeengekomen wijziging wordt schriftelijk vastgelegd en door beide partijen ondertekend. 3. Opzegging van deze samenwerkingsovereenkomst door een gemeente is niet mogelijk zonder uit de Centrumregeling te treden. 4. Deze overeenkomst is juridisch bindend van aard. Samenwerkingsovereenkomst Aalsmeer – Amstelveen, oktober 2021
Pagina 1 van 5
Op weg naar nieuwe bestuursopdracht Samenwerking AA; procesversnelling
Inhoud en vormgeving dienstverlening AA-organisatie aan Aalsmeer 1. Aalsmeer houdt een kernorganisatie in stand, waarvan zij zelf de organisatorische vormgeving en sturing kiest. Per 1 januari 2022 wordt deze ingericht conform B&W besluitvorming van resp. Amstelveen en Aalsmeer van 26 oktober 2021. 2. Eventuele uitbreiding of inkrimping van de kernorganisatie door Aalsmeer gedurende de periode 2022 t/m 2026 dient op een zodanige wijze te gebeuren dat er geen interferentie ontstaat met het basispakket dienstverlening van de AA-organisatie voor Aalsmeer en er geen extra coördinatielast of andere nadelige organisatorische of financiële gevolgen ontstaan voor de AA-organisatie. Dit tenzij beide gemeenten hierover gezamenlijk een ander besluit nemen. 3. In de dienstverlening van de AA-organisatie aan Aalsmeer wordt een onderscheid gemaakt tussen basisdienstverlening en additionele dienstverlening. 3.1. De basisdienstverlening blijft voor de periode 2022 t/m 2026 gelijk. De inhoudelijke opdracht wordt jaarlijks vastgelegd in de programmabegroting Aalsmeer en het uitvoeringsplan. Tussentijdse aanpassing (bezuinigen of intensiveren) van de omvang en kwaliteit van de dienstverlening en daarmee de hoogte van de vaste basisbijdrage van Aalsmeer is alleen mogelijk als beide gemeente daar overeenstemming over bereiken.
Indien een tussentijdse neerwaartse aanpassing van de basisdienstverlening leidt tot frictiekosten voor de AA-organisatie komen deze voor rekening van Aalsmeer. 3.2. Jaarlijks kan door Aalsmeer worden aangegeven welke aanvullende dienstverlening (incidenteel, projecten, bestuurlijke prioriteiten) van de AA-organisatie wordt gevraagd. De AA-organisatie verleent deze aanvullende diensten indien en voor zover beide gemeenten over de condities daarvoor overeenstemming bereiken. Aanpassing van de omvang en kwaliteit van de additionele dienstverlening binnen een lopend jaar is niet mogelijk, tenzij sprake is van urgente omstandigheden en beide gemeenten daarover overeenstemming bereiken. Eventuele frictiekosten voor de AA-organisatie die ontstaan door beëindiging van de additioneel afgesproken dienstverlening na ommekomst van de periode waarvoor deze is afgesproken, zijn voor rekening en risico van de AA-organisatie. 3.3. Voor alle beleids- en bestuursadviezen die vanuit de kernorganisatie Aalsmeer worden voorbereid, waarvoor geldt dat de uitvoering binnen de AA-organisatie wordt belegd, vindt door de AA-organisatie een uitvoeringstoets plaats alvorens de adviezen voor besluitvorming aan college of raad van Aalsmeer worden voorgelegd. De conclusie van de uitvoeringstoets en de daaraan te verbinden gevolgen wordt opgenomen in het college- of raadsvoorstel. 4.
Amstelveen organiseert de dienstverlening aan Aalsmeer ingaande 1 januari 2022 in de vorm van de tweede en derde schil, conform de collegebesluiten van Amstelveen en Aalsmeer van 26 oktober 2021 zoals vastgelegd in de voorstellen van de procesversnellers met bijlagen van 18 oktober 2021. Samenwerkingsovereenkomst Aalsmeer – Amstelveen, oktober 2021
Pagina 2 van 5
Op weg naar nieuwe bestuursopdracht Samenwerking AA; procesversnelling
Financiële afspraken 1. Voor de basisdienstverlening is Aalsmeer gedurende de periode 2022 t/m 2026 een vaste basisbijdrage verschuldigd. Deze jaarlijkse basisbijdrage is gebaseerd op de bijdrage die Aalsmeer volgens de opdrachtbrief 2021 voor 2022 van de AA-organisatie verschuldigd is ad € 16,957 mln. , onder aftrek van een bedrag voor de taken die de AA-organisatie per 1 januari 2022 beëindigt omdat Aalsmeer deze in de kernorganisatie uitvoert ad € 1,943 mln. en bijtelling van de vergoeding die Aalsmeer betaalt voor dienstverlening bedrijfsvoering vanuit de AA-organisatie voor de 24,5 fte van de kernorganisatie Aalsmeer ad € 18.000,= per fte, derhalve € 441.000,=. Deze aldus bepaalde vaste basisbijdrage voor de basisdienstverlening 2022 bedraagt € 15,455 mln. 2. De vaste basisbijdrage voor de basisdienstverlening wordt jaarlijks, voor het eerst ingaande 2022, geïndexeerd voor de loonontwikkeling sector gemeenten (weging 80%) en het prijsindexcijfer materiële overheidsconsumptie (weging 20%). 3. Incidentele voor- en nadelen op de bedrijfsvoering van de AA-organisatie zijn voor rekening en risico van de gemeente Amstelveen. Deze voor- en nadelen komen ten laste van het bedrijfsvoeringsfonds. De directie AA beheert dit fonds en beslist over de aanwending ervan. 4.
Noodzakelijk meerwerk in de taakuitvoering voor beide gemeenten, niet zijnde bedrijfsvoering, in een lopend of eerstvolgend begrotingsjaar wordt bekostigd uit een in te stellen egalisatiereserve met een omvang van € 2 mln. Aalsmeer en Amstelveen storten een bijdrage in deze reserve volgens de bestaande verdeelsleutel 25% - 75%. De GS-en van Amstelveen en Aalsmeer hebben het mandaat die reserve gezamenlijk te beheren en daar gelden aan te onttrekken tot 10% van de initiële omvang van deze reserve per claim. Over de praktische werkwijze hieromtrent maken zij nadere afspraken. Bij het ontbreken van overeenstemming over een claim tussen de GS-en en bij een hogere claim beslist het BO AA. 5. Bij de komst van nieuwe (wettelijke) taken of taakintensiveringen op de beleidsterreinen die onderdeel zijn van de basisdienstverlening, wordt de rijksbijdrage die Aalsmeer ontvangt toegevoegd aan de vaste basisbijdrage. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als beide gemeenten overeenstemming bereiken over een andere verdeling van bedoelde rijksbijdrage. Bij de komst van nieuwe (wettelijke) taken of taakintensiveringen op de beleidsterreinen die geen onderdeel zijn van de basisdienstverlening, beslist Aalsmeer over de uitvoering van deze nieuwe taak en aanwending van de daarvoor beschikbaar komende rijksbijdrage.
Ingeval nieuwe taken of taakintensiveringen deels behoren tot het werk van de kernorganisatie en deels tot de AA-organisatie, maken beide gemeenten afspraken over de verdeling van de daarvoor beschikbaar komende rijksbijdrage. Blijft overeenstemming hierover uit dat is de verdeling 75% Amstelveen, 25% Aalsmeer. 6. De frictiekosten die ontstaan in de AA-organisatie door inrichting van de kernorganisatie worden gefixeerd op € 2,5 mln. Aalsmeer betaalt 2/3de deel van deze kosten, in casu € 1,67
Samenwerkingsovereenkomst Aalsmeer – Amstelveen, oktober 2021
Pagina 3 van 5
Op weg naar nieuwe bestuursopdracht Samenwerking AA; procesversnelling
mln. in 2021 aan Amstelveen, die 1/3de van deze kosten (= € 0,83 mln.)voor zijn rekening neemt. 7. De in vervolg op de besluitvorming in beide colleges over de afwikkeling van het ICT-geschil voor de AA-organisatie ingestelde bestemmingsreserve digitale transformatie blijft na 2022 in stand zolang er in dit kader nog activiteiten uitgevoerd worden en er budget beschikbaar is. Wanneer de activiteiten afgerond zijn en er nog budget resteert wordt die restant tussen beide gemeenten verdeeld in de verhouding 75 – 25%.
Overleg en besluitvorming 1. Met het ondertekenen van deze samenwerkingsovereenkomst leggen de colleges van Aalsmeer en Amstelveen de kaders voor de samenwerking gedurende de periode 2022 t/m 2026 vast. 2. Bestuurlijk overleg over het verloop van de samenwerking vindt plaats in het Bestuurlijk Overleg AA, dat in beginsel twee maal per jaar bijeen komt. Het BO is een op overeenstemming gericht overleg. In het BO participeert één bestuurder van Aalsmeer en één bestuurder van Amstelveen, bijgestaan door hun resp. GS-en. De leden van het BO handelen met gezag en mandaat van hun college en zijn bevoegd besluiten over de samenwerking te nemen. 3. Jaarlijks stellen de beide GS het uitvoeringsplan op voor de dienstverlening van de AAorganisatie aan het bestuur van Aalsmeer voor het volgende jaar. Dit uitvoeringsplan is gebaseerd op de programmabegroting van Aalsmeer. Het BO stelt dit uitvoeringsplan in december/januari vast, passend in de reguliere P&C-cyclus van beide gemeenten. 4. Verantwoording over de aanwending van de bijdragen van Aalsmeer aan de AA-organisatie vindt plaats langs de P&C-cyclus van Amstelveen in de vorm van burap en jaarrekening. Beide documenten worden besproken in het BO.
De procesgang van de P&C-cyclus van Aalsmeer en Amstelveen wordt op elkaar afgestemd en de voortgang in de totstandkoming van deze P&C-documenten wordt periodiek besproken tussen de GS, concerncontroller en financieel adviseur Aalsmeer en directeur Bedrijfsvoering en financieel adviseur van de AA-organisatie. 5. De GS-en van Aalsmeer en Amstelveen zijn verantwoordelijk voor het functioneren van de samenwerking in de uitvoering en maken in dat kader nadere uitvoeringsafspraken over hun werkwijzen. Zij bespreken periodiek het verloop van de samenwerking, de inspanningen van beide gemeenten op een succesvol verloop ervan en spreken elkaar aan op het niet naleven van de afspraken. Zij zijn samen het hoogste beslisniveau over samenwerkingsissues, met als inzet deze samen op te lossen en zo de colleges te ontzorgen. Wanneer issues niet binnen de bestuurlijk afgesproken kaders door hen opgelost kunnen worden, leggen zij het betreffende issue, voorzien van een gezamenlijk voorstel voor aan het BO, dat vervolgens beslist.
Samenwerkingsovereenkomst Aalsmeer – Amstelveen, oktober 2021
Pagina 4 van 5
Op weg naar nieuwe bestuursopdracht Samenwerking AA; procesversnelling
Wijziging Centrumregeling 1. Artikel 8 van de Centrumregeling AA wordt vervangen door onderstaande tekst ‘Artikel 8, samenwerkingsovereenkomst ‘8. 1. De colleges leggen de kaders en inhoud van de samenwerkingsafspraken vast in een samenwerkingsovereenkomst, die zij gezamenlijk ondertekenen. 8.2. Deze samenwerkingsovereenkomst past binnen de kaders en grenzen van de Centrumregeling AA en is daarmee onlosmakelijk verbonden. Bij (kennelijk) tegenstrijdige bepalingen gaat de Centrumregeling voor op de samenwerkingsovereenkomst. 8.3. Opzegging van de samenwerkingsovereenkomst door een gemeente is niet mogelijk zonder uit de Centrumregeling te treden.’
Slotbepalingen 1. Deze samenwerkingsovereenkomst is aangegaan voor de periode 1 januari 2022 t/m 31 december 2026. 2. In de tweede helft van 2025 evalueren de colleges van Aalsmeer en Amstelveen gezamenlijk het verloop van afspraken uit deze samenwerkingsovereenkomst. Zij maken vóór 1 januari 2026 afspraken voor de periode 2027 t/m 2030, zodat deze vastliggen voordat er in het voorjaar van 2026, na de verkiezingen, nieuwe colleges aantreden. 3. Bij het uitblijven van overeenstemming over de afspraken voor de periode 2027 t/m 2030 vóór 1 januari 2026 blijft deze samenwerkingsovereenkomst ook na 1 januari 2027 geldig, tot het moment waarop beide colleges alsnog nieuwe afspraken hebben gemaakt. Deze nieuwe afspraken bevatten dan ook een afspraak over de ingangsdatum van deze nieuwe afspraken, welke ingangsdatum niet eerder kan liggen dan op 1 januari 2027.
Ondertekening Aalsmeer/Amstelveen
Samenwerkingsovereenkomst Aalsmeer – Amstelveen, oktober 2021
Pagina 5 van 5
1 Bijlage_3_Overzicht uitvoeringsafspraken samenwerking AA.docx
Overzicht uitvoeringsafspraken samenwerking AA In de samenwerkingsovereenkomst die de gemeenten Aalsmeer en Amstelveen sluiten ter bevestiging van hun nieuwe samenwerkingsafspraken voor de periode 2022 t/m 2026 ligt vast dat de beide gemeentesecretarissen op enkele onderdelen uitvoeringsafspraken maken. Deze uitvoeringsafspraken en uitvoeringsafspraken die opgenomen zijn in het voorstel van de procesversnellers d.d. 18 oktober 2021, maar gezien het uitvoeringsgerichte karakter niet in aanmerking komen om opgenomen te worden in de bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst, zijn vastgelegd in dit document. Dit document met onderlinge uitvoeringsafspraken is vastgesteld is door beide gemeentesecretarissen. A. Uitvoeringstoets beleids- en bestuursadviezen vanuit de kernorganisatie Aalsmeer De uitvoeringstoets voor alle beleids- en bestuursadviezen die vanuit de kernorganisatie Aalsmeer worden voorbereid waarvoor geldt dat de uitvoering binnen de AA-organisatie wordt belegd richt zich op twee aspecten, nl. • Past het advies in de werkwijze binnen de AA-organisatie of kan de AA-organisatie zich hieraan aanpassen? • Heeft de AA-organisatie voldoende capaciteit voor de uitvoering van het voorstel of besluit Aalsmeer deze capaciteit elders in te huren? De conclusie van de uitvoeringstoets en de daaraan te verbinden gevolgen worden opgenomen in het college- of raadsvoorstel.
Zo nodig vindt er voorafgaand overleg plaats tussen beide GS-en. B. Afspraken met betrekking tot de werking van het egalisatiefonds. 1. In de jaarlijkse voorbereiding van de Kadernota en Perspectiefnota wordt verwacht meerwerk voor het volgend jaar vanuit de kernorganisatie Aalsmeer en de organisatie AA opgehaald. Daartoe doorlopen we allereerst de volgende reguliere stappen: 1) De directie AA beoordeelt of het noodzakelijk is het werk waarvoor budget wordt geclaimd voor beide gemeenten uit te voeren, of dat onderscheid daarin tussen Amstelveen en Aalsmeer werkbaar is. 2) Vervolgens beoordeelt de directie of voor het aangedragen meerwerk financiering vanuit productbudgetten mogelijk is. Wanneer dat het geval, dat wil zeggen de dekkingsvraag is beantwoord,lijkt wordt de claim bestuurlijk voorgelegd. 3) Volgende stap is beoordeling of ‘nieuw voor oud’ voor dekking van de claim kan zorgen. Ook wanneer dat het geval is wordt dat bestuurlijk voorgelegd. 2. Na het doorlopen van de bovengenoemde reguliere stappen blijft een lijst met zgn. ‘AA-posten’ over. De vervolgstappen voor die claims zijn als volgt: 1) De GS-en zijn gemandateerd om gezamenlijk te besluiten claims tot een bedrag van 10% van de initiële omvang van de egalisatiereserve (ca € 200.000, - per claim) te financieren uit de egalisatiereserve.
2) Wanneer de GS-en geen overeenstemming hebben over bekostiging van deze claims uit de egalisatiereserve dan worden ze alsnog bestuurlijk voorgelegd. 3) Wanneer één van beide of beide gemeentebesturen die voorgelegde claim(s) niet willen bekostigen en de directie van de organisatie AA vindt de claim toch nodig, dan kan de directie de kosten tijdelijk financieren uit de egalisatiereserve, dit onder goedkeuring van beide besturen. 3. Structureel meerwerk wordt om handelingsruimte te houden maximaal twee jaar uit de egalisatiereserve gefinancierd en zo spoedig mogelijk structureel verwerkt in de begrotingen Amstelveen en Aalsmeer.
Pagina 1 van 2
C. Afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling advisering over financiën Aalsmeer: a) De inhoudelijke en cijfermatige informatie die nodig is voor de totstandkoming van de P&C-documenten wordt aangeleverd door de beleidsadviseurs en budgethouders op de verschillende taakvelden vanuit de AA-organisatie. b) Hoofd Financiën AA-organisatie is verantwoordelijk voor de aanlevering van cijfers en vakinhoudelijke toelichtingen daarbij vanuit de AA-organisatie aan Aalsmeer. c) De adviseur concernfinanciën, in dienst van kernorganisatie Aalsmeer, is verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van de P&C-documenten en de daarbij behorende financiële advisering, in samenspel met het hoofd Financiën van de AA-organisatie. d) Randvoorwaardelijk voor deze verantwoordelijkheids- en taakverdeling is nauwe samenwerking en samenspraak tussen de adviseur concernfinanciën en het hoofd Financiën AA-organisatie. e) Het hoofd Financiën AA-organisatie heeft een eigenstandige adviesrol richting college van B&W van Aalsmeer. D. Afspraken m.b.t.
het oplossen van problemen in de dienstverlening Bij problemen over de dienstverlening tussen de AA-organisatie en de kernorganisatie Aalsmeer wordt de volgende escalatieladder gehanteerd: (1) de medewerker van de kernorganisatie Aalsmeer of de AA-organisatie schaalt op naar de direct leidinggevende AA organisatie; (2) indien niet opgelost schaalt de GS van Aalsmeer of de direct leidinggevende AA-organisatie op naar de manager AA organisatie; (3) indien niet opgelost bespreken de GS-en het probleem samen en lossen het op of schalen gezamenlijk op naar het BO. E. Afspraken m.b.t. informatievoorziening over klachtafhandeling Om de kwaliteit van de uitvoering te bewaken hebben de klachtenfunctionarissen van de AA-organisatie 2 tot 3 x per jaar een gesprek met de GS van Aalsmeer om hem te informeren over de aard van de klachten die over de dienstverlening aan Aalsmeerse inwoners en ondernemers zijn ingediend en hoe die klachten binnen de AA-organisatie zijn afgehandeld. G. Overige afspraken 1. Medewerkers van de kernorganisatie Aalsmeer werken samen met medewerkers binnen de AA-organisatie. Er is geen sprake van opdrachtgeverschap van de medewerkers van de kernorganisatie Aalsmeer richting AA-organisatie en vice versa. 2. Het gebiedsmanagement Greenpark wordt gefinancierd uit de grondexploitatie Greenpark. De gebiedsmanager Greenpark is ook projectleider verbreding A9 Amstelveen.
Het gebiedsmanagement blijft volledig uitgevoerd worden vanuit de AAorganisatie. 3. Amstelveen draagt het toezicht op de uitvoering van het beheer van de openbare ruimte over naar de kernorganisatie Aalsmeer. In overleg tussen Amstelveen en Aalsmeer wordt hiervoor een uitwerkingsplan gemaakt. Streven is de overdracht zo spoedig mogelijk te realiseren. 4. De grondbank komt per 1 januari 2022 te vervallen in de basisdienstverlening 5. ESA: Aalsmeer wil onderzoeken of overdracht van de taken m.b.t. het beheer van vastgoed (sport e.a. gemeentelijk vastgoed) van de AA-organisatie naar de ESA mogelijk is. Indien beide gemeenten tot overeenstemming komen over die overdracht kan die in de loop van 2022 plaats vinden. Aldus vastgesteld door de gemeentesecretarissen van Aalsmeer en Amstelveen 20 oktober 2021
Pagina 2 van 2
1 Bijlage_4_Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveendec2021.docx
Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Aalsmeer en Amstelveen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
Overwegende dat de colleges van burgemeester en wethouders van Aalsmeer en Amstelveen het voornemen hebben uitgesproken hun uitvoeringskracht zo veel mogelijk te bundelen in één ambtelijke organisatie, geplaatst bij de gemeente Amstelveen; deze bundeling onverlet laat de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer, waarvan slechts de voorbereiding en uitvoering wordt opgedragen aan Amstelveen; deze bundeling onverlet laat dat bij de gemeente Aalsmeer enkele ambtenaren werkzaam blijven, waaronder de secretaris en de griffier; de raden van Aalsmeer en Amstelveen aan hun colleges van burgemeester en wethouders en burgemeesters voor het treffen van deze gemeenschappelijke regeling toestemming hebben verleend, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Gelet op hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen; de Gemeentewet; de Wet waardering onroerende zaken (artikel 30, zevende lid) afdeling 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht
Besluiten te treffen de Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
1
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. centrumgemeente:
de gemeente Amstelveen;
b. college:
het college van burgemeester en wethouders;
c.
de gemeente Aalsmeer;
gastgemeente:
d. gemeenten:
de centrumgemeente en de gastgemeente;
e. ambtenaren:
ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet of artikel 4 van de Gemeentewet, werkzaam bij de centrumgemeente onderscheidenlijk de gastgemeente;
f.
de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in
belastingambtenaar
artikel 232, tweede lid onder c, en artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet g. belastingdeurwaarder
de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder d, en artikel 231, tweede lid onder e, van de Gemeentewet;
h. heffingsambtenaar
de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder a, en artikel 231, tweede lid onder b, van de gemeentewet en als bedoeld in artikel 30 zevende lid en artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;
i.
invorderingsambtenaar
de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid, onder b en artikel 231, tweede lid, onder c, van de gemeentewet;
j.
kwijtscheldingsregels
de door de raden van de gemeente Aalsmeer vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, derde en vierde lid, van de gemeentewet;
k.
nadere regels
nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordeningen;
l.
regeling:
de Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen.
Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
2
Hoofdstuk 2: Centrumconstructie §1
Belang en centrumgemeente
Artikel 2 – Belang De regeling wordt getroffen ten behoeve van het vormen van een gemeenschappelijke ambtelijke organisatie die belast is met de uitvoering van de door de bestuursorganen van de gemeenten opgedragen taken.
Artikel 3 – Centrumgemeente De gemeente Amstelveen wordt aangewezen als centrumgemeente, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
§2
Taken en bevoegdheden
Artikel 4 – Bevoegdheden colleges 1. Het college van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om binnen de beleidskaders van de gastgemeente namens het college van de gastgemeente alle besluiten te nemen ter uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen, provinciale verordeningen en gemeentelijke verordeningen, de gastgemeente betreffende, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 2. Het college van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om namens het college van de gastgemeente alle besluiten te nemen ter uitvoering van de artikelen 230 tot en met 257 van de Gemeentewet in samenhang met de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken en door de raden van de gastgemeente vastgestelde belastingverordeningen. 3. Geen mandaat wordt verleend ter uitvoering van de wetten, genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid, van de gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Aalsmeer- Uithoorn. Dit artikel komt per 1-1-2015 te vervallen 4. Het college van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om namens het college van de gastgemeente alle feitelijke en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van het college van de gastgemeente. 5.
De bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid wordt niet opgedragen aan het college van de centrumgemeente. Het college van de centrumgemeente kan wel namens het college van de gastgemeente alle handelingen ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar verrichten.
Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
3
6. Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat worden opgedragen aan het college van de centrumgemeente, kan dit college ondermandaat verlenen aan medewerkers van de centrumgemeente. Artikel 5 – Overgedragen collegebevoegdheden 1. Het college van de centrumgemeente kan bepalen dat voor toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de invorderingswet 1990 voor de in artikel 232, tweede lid onder b, bedoelde ambtenaar een andere ambtenaar van de centrumgemeente in de plaats komt.
Artikel 6 – Bevoegdheden burgemeesters 1. De burgemeester van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om binnen de beleidskaders van de gastgemeente namens de burgemeester van de gastgemeente alle besluiten te nemen ter uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen, provinciale verordeningen en gemeentelijke verordeningen, de gastgemeente betreffende, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 2. Geen mandaat wordt verleend ter uitvoering van de wetten, genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid, van de gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsverband Aalsmeer- Uithoorn. Dit artikel komt per 1-1-2015 te vervallen 3. De burgemeester van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om namens de burgemeester van de gastgemeente alle feitelijke en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van het college van de gastgemeente. 4. De bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid wordt niet opgedragen aan de burgemeester van de centrumgemeente. De burgemeester van de centrumgemeente kan wel namens de burgemeester van de gastgemeente alle handelingen ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar verrichten. 5.
Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat worden opgedragen aan de burgemeester van de centrumgemeente, kan deze burgemeester ondermandaat verlenen aan medewerkers van de centrumgemeente.
Artikel 7 – Ambtelijke bevoegdheden 1. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder a Gemeentewet en artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken de door de centrumgemeente aangewezen heffingsambtenaar aan als heffingsambtenaar van zijn gemeente; 2. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder b Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen invorderingsambtenaar aan als invorderingsambtenaar van zijn gemeente; Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
4
3. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder c Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen belastingambtenaar aan als belastingambtenaar van zijn gemeente; 4. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder d Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen belastingdeurwaarder aan als belastingdeurwaarder van zijn gemeente; Artikel 8 – Dienstverleningshandvest In het dienstverleningshandvest, te sluiten door de colleges en de burgemeesters van de gemeenten, wordt nadere uitwerking gegeven aan deze regeling. In het dienstverleningshandvest worden in ieder geval geregeld: a.de uitvoeringskaders; b.de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de centrumgemeente moet voldoen; c.de verdeelsleutel en de wijze waarop de gastgemeente een financiële bijdrage levert in de kosten die de centrumgemeente maakt voor de uitvoering van de krachtens deze regeling opgedragen taken en bevoegdheden; d.de verplichtingen tussen de colleges onderscheidenlijk de burgemeesters van de gemeenten; e.de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieplichten, bedoeld in de artikelen 11, 12, 13 en 14; en f.de wijze waarop de colleges onderscheidenlijk de burgemeesters van de gemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden.
Dit artikel wordt per 1 januari 2022 vervangen door onderstaand nieuw artikel 8:
Artikel 8, Samenwerkingsovereenkomst 8. 1. De colleges leggen de kaders en inhoud van de samenwerkingsafspraken vast in een samenwerkingsovereenkomst, dat zij gezamenlijk ondertekenen. 8.2. Deze samenwerkingsovereenkomst past binnen de kaders en grenzen van de Centrumregeling AA en is daarmee onlosmakelijk verbonden. Bij (kennelijk) tegenstrijdige bepalingen gaat de Centrumregeling voor op de samenwerkingovereenkomst. 8.3. Opzegging van de samenwerkingsovereenkomst door een gemeente is niet mogelijk zonder uit de Centrumregeling te treden.
Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
5
§3.
Overleg
Artikel 9 – Bestuurlijk overleg 1. Het college van de centrumgemeente overlegt ten minste eenmaal per jaar met het college van de gastgemeente. De colleges van de gemeenten komen voorts bijeen wanneer één van de colleges dit, onder schriftelijke opgaaf van redenen, noodzakelijk acht. 2. Het extra bestuurlijk overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk binnen vijf werkdagen na het verzoek van één van de colleges belegd. 3. In het bestuurlijk overleg, bedoeld in het eerste lid, wordt gesproken over de harmonisatie van beleid en uitvoering van de gemeenten en het verloop van de samenwerking. 4. Het college van de centrumgemeente onderscheidenlijk het college van de gastgemeente kan zich in het overleg, bedoeld in het eerste lid, laten vertegenwoordigen door een of meerdere van zijn leden. 5. De secretarissen van de gemeenten zijn tijdens het bestuurlijk overleg, bedoeld in het eerste lid, aanwezig.
Artikel 10 – Ambtelijk overleg 1. De secretaris van de centrumgemeente overlegt ten minste viermaal per jaar met de secretaris van de gastgemeente over de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 8. 2. Bij het secretarissenoverleg, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste eenmaal per jaar ook de griffiers van de beide gemeenten uitgenodigd.
§4.
Informatie en verantwoording
Artikel 11 – Informatievoorziening colleges 1. Het college van de centrumgemeente geeft het college van de gastgemeente schriftelijk de door een of meer leden van het college van de gastgemeente gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 2. Het college van de centrumgemeente geeft het college van de gastgemeente alle inlichtingen die het college van de gastgemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het college van de centrumgemeente geeft het college van de gastgemeente vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, indien het college van de gastgemeente daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gastgemeente. In het laatste geval neemt het college van de centrumgemeente geen besluit dan nadat het college van de gastgemeente in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college van de centrumgemeente te brengen. Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
6
Artikel 12 – Informatievoorziening burgemeesters 1. De burgemeester van de centrumgemeente geeft de burgemeester van de gastgemeente schriftelijk de door de burgemeester van de gastgemeente gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. 2. De burgemeester van de centrumgemeente geeft de burgemeester van de gastgemeente alle inlichtingen die de burgemeester van de gastgemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. De burgemeester van de centrumgemeente geeft de burgemeester van de gastgemeente vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, indien de burgemeester van de gastgemeente daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gastgemeente. In het laatste geval neemt de burgemeester van de centrumgemeente geen besluit dan nadat de burgemeester van de gastgemeente in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de burgemeester van de centrumgemeente te brengen.
Artikel 13 – Informatievoorziening door gastgemeente 1. Het college van de gastgemeente geeft het college van de centrumgemeente alle inlichtingen die het college of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, bedoeld in artikel 4, nodig heeft. 2. De burgemeester van de gastgemeente geeft de burgemeester van de centrumgemeente alle inlichtingen die de burgemeester of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, bedoeld in artikel 6, nodig heeft.
Artikel 14 – Ambtelijke informatievoorziening De medewerkers van de centrumgemeente geven het college, de burgemeester en de medewerkers van de gastgemeente alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de hen opgedragen taken en bevoegdheden voor zover deze de gastgemeente betreffen en onverminderd de verantwoordelijkheden van het college onderscheidenlijk de burgemeester van de centrumgemeente krachtens de wet of deze regeling.
Artikel 15 – Overige informatievoorziening 1. De rekenkamer van de gastgemeente is bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur van de centrumgemeente te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht. 2. Het gemeentebestuur van de centrumgemeente verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamer van de gastgemeente ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig acht. Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
7
3. De artikelen 155a tot en met 155e zijn van overeenkomstige toepassing op ambtenaren of gewezen ambtenaren, in de zin van artikel 4 Gemeentewet, werkzaam door of vanwege het gemeentebestuur van de centrumgemeente aangesteld of daaraan ondergeschikt, wanneer de raad van de gastgemeente besluit een onderzoek in te stellen, als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet. 4. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van de rekenkamerfunctie, wanneer de raad van de gastgemeente overeenkomstig artikel 81oa van de Gemeentewet op een andere wijze heeft voorzien in de uitoefening van de rekenkamerfunctie.
Hoofdstuk 3: Uitvoering ambtelijke bevoegdheden Artikel 16: Heffingsambtenaar 1. De heffingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing van de gemeenten. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het college van de gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat gastcollege heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Artikel 17: Invorderingsambtenaar 1. De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering van de gemeenten. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de gastgemeente in acht en de nadere regels van het college van de gastgemeente in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels die dat gastcollege heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Artikel 18: Belastingambtenaar 1. De belastingambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet. Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
8
2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingambtenaar de nadere regels van het college van de gastgemeente in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van dat college ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Artikel 19: Belastingdeurwaarder 1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder. 2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van de gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat college heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Hoofdstuk 4: Geschillen
Artikel 20 – Deskundigenadvies 1. Onverminderd artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet-bindend deskundigenadvies. 2. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van het deskundigenadvies, bedoeld in het eerste lid, wordt het geschil besproken tussen afvaardigingen van de colleges van de gemeenten. 3. Indien het overleg, bedoeld in het tweede lid, niet tot een oplossing leidt, benoemen de colleges van de gemeenten elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. De colleges van de gemeenten treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. De colleges van de gemeenten zetten in hun opdracht aan de adviescommissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt. 4. De adviescommissie, bedoeld in het derde lid, regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan de colleges van de gemeenten. 5.
Na ontvangst van het advies, bedoeld in het vierde lid, treden de afvaardigingen, bedoeld in het tweede lid, nogmaals in overleg om te trachten, gelet op het advies van de adviescommissie, bedoeld in het vierde lid, tot een oplossing van het geschil te komen. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan het college van elk van de gemeenten het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voorleggen aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland. 6. De colleges van de gemeenten dragen de kosten van de werkzaamheden van de adviescommissie, bedoeld in het derde lid, evenredig.
Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen
9
Hoofdstuk 5: Wijziging, uittreding en opheffing
Artikel 21 – Wijziging van de regeling 1. Deze regeling kan door de colleges en de burgemeesters van de gemeenten worden gewijzigd, nadat zij hiertoe onderling overeenstemming hebben bereikt. 2. De colleges en de burgemeesters van de gemeenten besluiten omtrent de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3. Een wijziging van de centrumregeling is tot stand gekomen wanneer de colleges en de burgemeesters van de gemeenten op de wijze als vermeld in het tweede lid hiermee hebben ingestemd. 4. De wijziging van de regeling treedt, in werking op 1-1-2015. Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22 – Uittreding en opheffing 1. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten. 2. Opheffing is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste vijf jaar na het treffen van deze regeling. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat. 3. Indien een besluit tot opheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. 4. Het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid, voorziet in ieder geval in de verplichtingen van de gastgemeente tot deelneming in de financiële en in de personele gevolgen van de opheffing. 5. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. 6. Een besluit tot uittreding door het college en de burgemeester van één der gemeenten leidt eveneens tot opheffing van de regeling. Een besluit tot uittreding door het college en de burgemeester van één der gemeenten wordt niet genomen dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van de raad, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 7.
Het besluit tot uittreding treedt in werking op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.