CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 23 april 2024, gemeente aalsmeer21.572 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - 1a.Commissie Ruimte Beeldvormend van 23 april 2024 0.1 1 2 3 4 5

6

7

Afsprakenlijst beeldvormende commissie Ruimte van 23 april 2024 AFSPRAKENLIJST Beeldvormende Commissie Ruimte 23-04-2024 Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Vaststelling van de agenda Agenda Beeldvormende commissie Ruimte 23-04-2024 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Presentatie projecten Portefeuillehouders: L.B. Kabout en W. Kikkert De actuele ontwikkelingen bij de ruimtelijke woningbouwprojecten worden toegelicht. Vergaderorde: 1. 10 minuten presentatie 2. 20 minuten voor vragen van de commissieleden apr24_Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie_MK 230423_DEF_presentatie projecten aalsmeer raad Vaststelling bestemmingsplan 'Uiterweg 358' Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit onderwerp is het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2021 te wijzingen om een initiatief op het perceel Uiterweg 358 mogelijk te maken. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v.

de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20240409 Getekend RAADSVOORSTEL BP Uiterweg 358 RAADSBESLUIT BP Uiterweg 358 Planregels BP Uiterweg 358.Pdf Inhoudsopgave Bijlagen bij regels BP Uiterweg 358.Pdf Regels Bijlage 1 Te slopen bebouwing - Uiterweg 358 Regels Bijlage 2 LIB Toetshoogte Regels Bijlage 3 LIB Radarhoogte Regels Bijlage 4 LIB Vogelbeperking Plantoelichting BP Uiterweg 358.Pdf Inhoudsopgave Bijlagen bij Toelichting Uiterweg 358.Pdf Toelichting Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek - Uiterweg 358 Toelichting Bijlage 2 Vooronderzoek archeologie - Uiterweg 358 Toelichting Bijlage 3 Akoestish onderzoek - Uiterweg 358 Toelichting Bijlage 4 Quick scan soortbescherming Wet natuurbescherming Uiterweg 358 Toelichting Bijlage 5 Stikstofdepositieberekening Aalsmeer - Uiterweg 358-358A Planverbeelding NL.IMRO.0358.19F-VG01- Uiterweg 358 20240215 Vaststellen bestemmingsplan “Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024” Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit bestemmingsplan is het herstellen van omissies in de bestemmingsplannen Uiterweg-Plasoevers 2021 en Oosteinderweg 2020. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v.

de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20240402 Getekend raadsvoorstel Bestemmingsplan Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Raadsbesluit Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Regels Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Bijlagen bij regels Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Bijlage 1 - afwijkende maatvoering woonarken_Niet-permanente bewoning_U'weg2021 Bijlage 2 - afwijkende maatvoering woonarken_Permanente bewoning_U'weg2021 Bijlage 3 - afwijkende maatvoering woonarken_O'weg2020 (incl. 207 ws 1 en 2)

8

9

Toelichting Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Bijlagen bij toelichting Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Bijlage 1 - Nota van beantwoording en Staat van Wijzigingen Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Verbeelding Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Vaststellen bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024” Vaststellen bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024’ Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit bestemmingsplan is de gewenste doorwerking van het gemeentelijk Archeologisch en cultuurhistorisch beleid juridisch-planologisch te verankeren voor de hele gemeente in één bestemmingsplan. Vergaderorde: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v.

de beantwoording door de portefeuillehouder Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 20240409 Getekend raadvoorstel Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 (002) Raadsbesluit Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Regels Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Toelichting Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Bijlagen bij toelichting Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Bijlage 1 Beleidsnota Archeologie Bijlage 2 Beleidskaart Archeologie Bijlage 3 Erfgoedverordening 20240409 Bijlage 4 Nota van beantwoording en Staat van Wijzigingen Parapluplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Verbeelding Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Sluiting

AFSPRAKENLIJST BEELDVORMENDE COMMISSIE RUIMTE D.D. 23 APRIL 2024 Aanwezig: Voorzitter: de heer D.G. van der Zwaag Griffier: de heer O.F. Matheijsen CDA: de heren M.P. Buskermolen, D. van Willegen, G.J.H. Winkels en B.P. Adema VVD: de dames E.S.I. Mijwaart, M. Vleghaar en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J.G.E. Bouwmeester, J. de Vries en E.P. Abbenhuës Absoluut Aalsmeer: mevrouw G. Holtrop en de heer W.T.J.M. Koster D66: de heer S.J.R. de Vries GroenLinks: mevrouw P. Lakerveld en de heer R.P. Fransen PvdA: de heren J.H. Buisma en F.A. Nisters FlorAalsmeer: mevrouw J. Keessen Portefeuillehouders: de heren L.B. Kabout, W. Kikkert en S.A.S. Spaargaren

Agenda punt 1.

Onderwerp

Afspraak

Opening door de voorzitter, de heer D.G. van der Zwaag

2.

Vaststelling van de agenda

Vastgesteld

3.

Actieve informatie uit het college

Er is geen actieve informatie uit het college.

4.

Mededelingen vanuit de fracties

Er zijn geen mededelingen vanuit de fracties.

5.

Presentatie Projecten Portefeuillehouders: L.B. Kabout en W. Kikkert

De commissie acht het onderwerp voldoende besproken en de vragen afdoende beantwoord.

Toezegging: Wethouder Kikkert zegt toe de suggestie vanuit GroenLinks mee te nemen dat als de kans bestaat dat een project langer duurt uit te gaan van die vertraging. 6.

Vaststellen bestemmingsplan Uiterweg 358 Portefeuillehouder:

Door naar de raadsvergadering van 3005-2023 als behandelstuk

Toezegging: Onderstaande vragen vanuit de fractie FlorAalsmeer worden schriftelijk beantwoord: 1.Wat is het maximale gewicht voor verkeer op de Uiterweg en geldt dat voor de hele Uiterweg? 2.Zijn er in het verleden bouwrestricties meegegeven en wat behelzen die?; 3.Waarop is gebaseerd dat de Uiterweg dit kan verwerken, nog los van het gewicht, gezien de schade die er de laatste 5 jaar is aangebracht door vrachtverkeer? 7.

Vaststellen bestemmingsplan Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024 Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de raadsvergadering van 3005-2023 als akkoordstuk

Toezegging: 8.

Vaststellen bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 Portefeuillehouder: L.B. Kabout

Door naar de raadsvergadering van 3005-2023 als akkoordstuk

Toezegging: De portefeuillehouder zegt toe nog kritisch te kijken naar de juiste uitvoering van het archeologiebeleid, waaronder evaluatie en als je ergens op stuit hoe te handelen, en hierop schriftelijk terug te komen. 10.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 21.15 uur

AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE RUIMTE op dinsdag 23 april 2024, 20.00 uur BEELDVORMEND Fracties kunnen hun vragen indienen tot 12 uur op de vrijdag voor de vergadering. Het college beantwoordt de vragen op de dinsdag daarna. Het doel van een beeldvormende vergadering is dat alle deelnemers dezelfde informatie hebben over een voorstel.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Griffier: O.F. Matheijsen

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen vanuit de fracties

5.

Presentatie projecten Portefeuillehouders: L.B. Kabout en W. Kikkert De actuele ontwikkelingen bij de ruimtelijke woningbouwprojecten worden toegelicht.

20.05

Vergaderorde: 1. 10 minuten presentatie 2. 20 minuten voor vragen van de commissieleden 20.35

6.

Vaststellen bestemmingsplan Uiterweg 358 Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit onderwerp is het geldende bestemmingsplan ‘Uiterweg-Plasoevers 2021 te wijzingen om een initiatief op het perceel Uiterweg 358 mogelijk te maken. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

21.05

7.

Vaststellen bestemmingsplan ‘Veeg- en Herstelplan Aalsmeer 2024’. Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit bestemmingsplan is het herstellen van omissies in de bestemmingsplannen Uiterweg-Plasoevers 2021 en Oosteinderweg 2020.

Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel 21.35

8.

Vaststellen bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024’ Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van dit bestemmingsplan is de gewenste doorwerking van het gemeentelijk Archeologisch en cultuurhistorisch beleid juridisch-planologisch te verankeren voor de hele gemeente in één bestemmingsplan. Vergaderorde: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouder 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouder 4. Vrije gespreksronde waar fracties elkaar kunnen bevragen en van gedachten kunnen wisselen om een beeld te vormen van het voorstel

22.05

9.

Sluiting

Oplegnotitie Presentatie Beeldvormende Commissie Onderwerp

Presentatie ruimtelijke projecten

Portefeuillehouder

B. Kabout en W. Kikkert

Toelichting:

Graag nemen wij u mee in de actuele ontwikkelingen bij de ruimtelijke woningbouwprojecten in Aalsmeer. We lichten de voortgang en eventuele wijzigingen toe naar aanleiding van het vorige gesprek over dit onderwerp in september 2023. Vanzelfsprekend kijken we ook vooruit naar zaken en besluiten die deze periode aan de orde zullen komen. Spreker: Marjan Klein (ambtelijk opdrachtgever ruimtelijke projecten) Bijlage: Projectenpresentatie (ppt bestand)

Ruimtelijke woningbouwprojecten

Stedelijke Ontwikkeling 23 april 2024

Inhoud • Inleiding • Opgeleverde projecten • Projecten in uitvoering • Projecten in ontwikkeling • Overige initiatieven • Woningbouwoverzicht

2

Inleiding Inleiding

• Update ruimtelijke woningbouwprojecten • Veel projecten in ontwikkeling en uitvoering • Verdeling in segmenten

• Visies in ontwikkeling (relatie met projecten) • Verkeerscirculatieplan Q4 2024 • Parkeernota Q3-Q4 2024 • Woonvisie Q3 2024 • Woon-zorg-welzijn visie Q3 2024 • Gebiedsvisie Kudelstaart Q3 2024 • Visie Schinkelpolder Q3 2024 • Omgevingsvisie Q1 2025

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

3

Opgeleverde projecten

4

Opgeleverde projecten Parkmeer 8 zelfbouwkavels (dure koop), 17 middeldure koopappartementen(9 laag en 8 hoog) en 30.000 m2 bedrijventerrein Nog te gaan • Realisatie laatste zelfbouwwoningen • Oplevering/overdracht openbare ruimte Q2 2024

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

5

Projecten in uitvoering

6

Hornmeer - Meervalstraat Actieve grondexploitatie Programma • 80 woningen, waarvan 12 grondgebonden sociale koop en 1 app sociale huur, 30 middelduur koop en 37 dure koop Gereed • Bestemmingsplan (onherroepelijk) • Definitieve gunning aan Thunnissen Q3 2021 • Grondverkoop overeenkomst en levering grond • Omgevingsvergunning( voor zowel grondgebonden woningen als appartementen) onherroepelijk • Bouw gestart

Eerste paal

Nog te gaan • Q1 2025 woonrijp maken Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

7

Hornmeer - Roerdomplaan Actieve grondexploitatie Programma 61 huurappartementen, waarvan 30 sociale, 18

middeldure (zorg )huurwoningen, 13 dure (zorg)huurwoningen met zorgplint, 1e lijnzorg.

Ontwikkelaar heeft inspanningsverplichting vullen zorgplint. Gereed • Bestemmingsplan (onherroepelijk) • Publicatie grondlevering (Didamarrest) Overeenkomst grondverkoop Q4 2021 • Omgevingsvergunning (onherroepelijk) • Bouwrijp maken Nog te gaan • Q2 2024 start bouw • Zorgplint: interesse huisarts Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

8

Nieuw Calslagen Facilitair project In bijzonder (cultuur historisch) (kwetsbaar) gebied Programma • Totaal 15 dure koopwoningen Gereed • Omgevingsvergunningen alle 15 woningen verleend • Alle woningen inmiddels gerealiseerd Nog te gaan • Oplevering/overdracht openbare ruimte Q2 2024 • Planuitwerking en realisatie kunstwerk Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

9

Projecten in ontwikkeling

10

Bilderdammerweg 6-30 (Eigen Haard) Actieve grondexploitatie in voorbereiding (AGIV) Grond eigendom van gemeente (erfpacht) Programma Sloop van 12 sociale huurwoningen en realiseren nieuw programma (ca 25 sociaal en 8 middelduur)

•

Onderzoeken meekoppelkans ontsluiting achtergelegen perceel

Nog te gaan (sociale woningen) • Intentieovereenkomst Q2 2024 • Projectnota en grondexploitatie Q4 2024 • Sloop woningen Q4 2024 • Koopovereenkomst Q4 2024 • Omgevingsvergunning Q2 2025 • Start bouw Q3 2025 Nog te gaan (overige woningen) • Tam omgevingsplan in raad Q2 2025 • Tenderprocedure 2025-2026 • Omgevingsvergunning Q4 2027 Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022 • Start bouw 2028

11

Green Park – deelgebied 2 woningbouw Actieve grondexploitatie Programma • 24 appartementen (middelduur) • 7 grond gebonden woningen (vrije sector) Gereed • Ontwerp bestemmingsplan, ter visie 3e kwartaal 2023 • Bestemmingsplan deelgebied 2-Oost: 4e 14 maart 2024 • Start bouwrijp maken Nog te gaan • Start bouw appartementen 2024-2025 • Start bouw woningen na 2026 Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

12

Oosteindedriehoek 1/2 Facilitair project met deels actieve strategie Programma Divers woonprogramma (ca. 1.600 woningen) in 4 fasen. Stand van zaken • Startnotitie vastgesteld oktober 2021 • AOK op 21 december 2022 gesloten • Fase 1 (met consortium): 852 woningen, waarvan 214 sociaal, 257 midden en 381 dure woningen. Nu conform woonagenda 2020. Onderzoek naar optimalisatie/toevoegen goedkope woningen afgerond. Concreet maken in fase 2/3 irt parkeren. Vervolg herziening parkeernota (dit jaar). Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

13

Oosteindedriehoek 2/2 •

•

• •

Grondstrategie: WVG (gevestigd in 2022) Aankoopbesluit i.k.v. WVG: besluit college voor 2 percelen Q2 2023. Eindonderhandeling met grondeigenaren, mogelijk procedure tot onteigening Openen Grex: Q4 2023 Bestemmingsplan fase 1: Vaststelling 13 juli 23, voorlopige voorzieningen afgewezen, 2 beroepen ingediend bij RvS, zittingsdatum 20 juni 2024 Stedenbouwkundig plan Raad geïnformeerd Q4 2022 Verkeer: Rotonde Legmeerdijk: afstemming provincie

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

14

Ophelialaan 230/Thijselaan 2 (De Hoeksteen) Actieve grondexploitatie (eigen grond) Programma 22 woningen ggb koop, waarvan 7 sociaal (6 huur en 1 koop), 9 middelduur en 6 duur. Gereed • Startnotitie vastgesteld op 16 maart 2023 • Bestemmingsplan onherroepelijk in januari 2024 Nog te gaan • Tender 2024-2025 (incl. 6 sociale huurwoningen) • Koopovereenkomst 2025 • Omgevingsvergunning 2026 • Start bouw Q3 2026 Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

15

De Tuinen van Aalsmeer – Polderzoom

en Parkmeer (groen)

• •

In 2010 (globaal) bestemmingsplan Stommeerkade-Oost voor hele plangebied vastgesteld Vervolgens deelgebieden Polderzoom 1, Polderzoom2 en Parkmeer uitgewerkt, startnoties vastgesteld en gedetailleerde bestemmingsplannen opgesteld 16

De Tuinen van Aalsmeer – Polderzoom 1e fase Actieve grondexploitatie Programma 128 woningen, waarvan 51 app sociale huur, 37 grondgebonden sociale koop, 16 app middeldure huur en 24 grondgebonden middelduur koop Gereed • Zuid en Noord (We Build Homes) • Omgevingsvergunning 16 appartementen (Q1 2024) Nog te gaan • Start bouw Noordwest (16 middeldure koop appartementen) Q2 2024

17

De Tuinen van Aalsmeer – Polderzoom 2e fase Facilitair en actief Programma Totaal 121 woningen, waarvan 55 middelduur en 66 duur. 89 grondgebonden woningen, 8 benedenboven woningen en 24 appartementen Gereed • Exploitatieplan en bestemmingsplan onherroepelijk (2019) • Facilitair (fase I en II): 79 van de 84 woningen gerealiseerd • Actualisatie Exploitatieplan Q4 2023 Nog te gaan • Facilitair nog 5 ggb dure woningen te realiseren (particulier grondeigendom -> zelfbouw) • Actief (fase III, 24 appartementen (middelduur koop) en 13 dure grondgebonden woningen) nog geen overeenkomst met medegrondeigenaar. Streven is om minnelijk te verwerven. Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

18

De Tuinen van Aalsmeer Zwarteweg Deels actieve grondexploitatie, deels facilitair Programma • 136 appartementen, waarvan 15 sociale koop, 30 middeldure koop, 56 middeldure huur, 19 app dure huur en 16 app dure koop • 20 laagbouwwoningen (2^1-kap) dure koop Gereed • Bodemsanering • Ontwerp bestemmingsplan • Ontwerp exploitatieplan Nog te gaan • Grondverkoop / ontwikkelovereenkomst Vaststellen bestemmingsplan en exploitatieplan aangehouden vanwege verkeerscirculatieplan Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

19

Westeinderhage Facilitair project Programma • 267 woningen, waarvan 66 sociale woningen (30 ggb en 36 app, verdeeld in 34 huur en 32 koop), 78 middeldure woningen (40 ggb en 38 app) en 123 ggb dure woningen (conform woonagenda 2020) Gereed • Q4 2019 Startnotitie vastgesteld door Raad • Q4 2021 Anterieure Overeenkomst getekend • Q4 2021 Ontwerp Bestemmingsplan ter visie • Q1 2023 Bestemmingsplan vastgesteld Nog te gaan • Zitting RvS bestemmingsplan (22 mei 2024) • Aanvraag Omgevingsvergunning (Q4 2024*) Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022 • Start bouw (2025*)

20

Overige initiatieven

Van Cleeffkade / Studio’s Aalsmeer Facilitair initiatief (nog geen project) Transformatie van Studio’s Aalsmeer naar ca. 600 woningen met behoud van het monumentale veilinggebouw Programma • Ca. 600 appartementen Gereed • 2018 College akkoord met initiatief (PSU brief) • 2019 voorovereenkomst (niet getekend) • 2020 Ruimtelijk raamwerk herontwikkeling TV Studio’s Aalsmeer • 2022 Brief met bevestiging dat plan is opgeschort door initiatiefnemer Nog te gaan • Opstarten planproces, rekening houdend met o.a. Verkeerscirculatieplan.

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022

22

Overige kleine initiatieven Initiatieven vanaf 5 woningen

23

Woningbouwoverzicht en planning

Woningbouwoverzicht per 01/01/2024

Prijssegment *

(excl. Oosteindedriehoek fase 2&3)

Grondgebonden vs gestapeld *

(excl. Oosteindedriehoek fase 2&3)

Prijssegment *

(incl. Oosteindedriehoek fase 2&3)

Teamplan Projectmanagement, Planeconomie en Grondzaken 2021-2022 * Oosteindedriehoek fase 2&3 (in totaal 747 woningen) is een ‘hard’ plan, maar de verdeling in grondgebonden vs gestapeld en huur vs koop ligt nog niet vast.

25

RAA DSVOORST EL

Zaaknummer:

Z23-105377

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

R. Luijendijk 020 5404183 r.luijendijk@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling

2 april 2024 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Vaststelling bestemmingsplan 'Uiterweg 358' Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1) het bestemmingsplan 'Uiterweg 358' met bijbehorende toelichting en bijlagen als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0538.19F-VG01 ongewijzigd vast te stellen; 2) geen exploitatieplan vast te stellen; 3) te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond die is ontleend aan de Topografie BGT met datum 14 november 2024.

Samenvatting

Met dit bestemmingsplan wordt ter plaatse van Uiterweg 358 een initiatief mogelijk maakt om de oude woning slopen en een nieuwe woning te bouwen op een andere positie. De bedrijfsbestemming wordt daarnaast gewijzigd in een woonbestemming. Doel

Het doel is het vigerende bestemmingsplan “Uiterweg-Plasoevers 2021” te wijzigen om een initiatief op het perceel Uiterweg 358 mogelijk te maken. Prestatie

Om tot wijziging van het bestemmingsplan te komen dient de formele planprocedure te worden afgerond nadat het ontwerp ter inzage heeft gelegen. Op basis van dit vastgestelde bestemmingsplan kan een omgevingsvergunning worden verleend. Voorgeschiedenis en context

Het ontwerpbestemmingsplan is door ons college vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet in procedure gebracht en heeft met ingang van 15 december 2023 tot en met 25 januari 2024 ter inzage gelegen met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

1. Vaststellen bestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan beoogt buiten gebruik geraakte bedrijfsbebouwing te slopen en het verwijderen van de bedrijfsbestemming. Ter plaatse zal een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het woon- en leefmilieu plaatsvinden. Daarnaast wordt het geconstateerde strijdige woongebruik van de oude woning en bedrijfsschuur beëindigd. Het bestemmingsplan voorziet in een bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’ met een bouwvlak centraal op het perceel. De bestemming geeft de planologische grondslag voor de te verlenen omgevingsvergunning voor de nieuwe woning. Als voorwaardelijke verplichting is een sloopverplichting voor de aanwezige bedrijfsbebouwing opgenomen. Het plan past binnen [20240409 RAADSVOORSTEL BP Uiterweg 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

het geldende (boven)lokale beleid en regelgeving zoals de Omgevingsverordening van de Provincie, de Structuurvisie Uiterweg en de 2e herziening van het Lintenbeleid. De plantoelichting voorziet in een goede ruimtelijke onderbouwing. Aangezien het geen nieuwe ontwikkeling betreft is een vormvrije m.e.r- beoordeling niet aan de orde. 2. Geen exploitatieplan vaststellen Ingevolge de Wro dient uw raad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen (artikel 6.12). Het bestemmingsplan maakt geen bouwplan mogelijk dat behoort tot de categorieën van bouwwerken waarvoor in het Besluit ruimtelijke ordening een exploitatieplan is voorgeschreven. Op de locatie is immers al een woning toegestaan. 3. Topografische ondergrond Op grond van de wet- en regelgeving is bepaald dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient te worden aangegeven welke ondergrond voor de digitale verbeelding is gebruikt.

Keuzemogelijkheden/alternatieven

Het alternatief is het bestemmingsplan niet te wijzigen. Dat is echter niet de wens van initiatiefnemer. Daarnaast resteert een buiten gebruik geraakte bedrijfsbestemming en een strijdig woongebruik op het perceel. Participatie

Vanwege de geringe impact van het plan op de omgeving is geen participatie georganiseerd over een voorontwerp van het plan. Tegen het ontwerpplan is de mogelijkheid geboden een zienswijze te geven. Kantekeningen en risico’s

Doordat het ontwerpbestemmingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, kan de procedure onder de vorige wetgeving (Wro) wordt afgerond. Financiën

De kosten van de bestemmingsplanwijziging zijn gedekt via leges. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Indien u het bestemmingsplan vast stelt wordt dit gedurende zes weken ter inzage gelegd. Er staat tegen dit besluit rechtstreeks beroep open bij de Raad van State. Evaluatie

Er is geen evaluatie van dit besluit voorzien. Het bestemmingsplan zal worden meegenomen in de transitie naar het definitieve omgevingsplan. Duurzaamheidsaspecten

De toelichting van het bestemmingsplan voorziet naast de duurzaamheidsgerelateerde thema’s zoals water, bodem en geluid, in een duurzaamheidsparagraaf. Het bestemmingsplan stelt regels om bepaalde waarden op het gebied van archeologie, ecologie, cultuurhistorie, natuur en landschap, te beschermen voor toekomstige generaties. Daarnaast streeft de gemeente Aalsmeer naar een flexibele planregeling waardoor de gebruikers, binnen het maatschappelijk aanvaardbare, kunnen bewegen.

Pagina

3 van 3

Bijlagen

1. Raadsbesluit 2. Bestemmingsplan ‘Uiterweg 358’ (toelichting met bijlagen, regels, planverbeelding)

de secretaris,

de burgemeester,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 2 april 2024, zaaknummer Z23-105377; gelet op artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening;

Besluit

1) het bestemmingsplan 'Uiterweg 358' met bijbehorende toelichting en bijlagen als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0538.19F-VG01 ongewijzigd vast te stellen; 2) geen exploitatieplan vast te stellen; 3) te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond die is ontleend aan de Topografie BGT met datum 14 november 2024.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 30 mei 2024. De plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pa gina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

REGELS

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Uiterweg 358" van de gemeente Aalsmeer; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.19F-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsvlak: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen; 1.8 aanpijling: een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.9 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.10 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.11 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.12 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.14 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals dat rechtmatig aanwezig is op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de

regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.25 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken;

1.26 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.27 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.28 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.29 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.30 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.31 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.32 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.33 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander hoofdgebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw en die uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.34 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.35 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.36 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.37 hoofdverblijf: het verblijf waar iemand woont, zijnde het woonadres zoals bedoeld wordt in de Wet basisregistratie personen; 1.38 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan; 1.39 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren;

1.40 karakteristiek: panden, objecten en gronden die genomineerd zijn als Rijksmonument en welke voorbescherming genieten in het kader van de Monumentenwet; 1.41 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.42 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.43 ligplaats: een gedeelte van het water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.44 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.45 natuur- en landschapsontwikkeling: ingrepen teneinde natuurlijke processen in gang te zetten, die de natuurlijke en landschappelijke waarden dienen te versterken; 1.46 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; 1.47 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de

gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.48 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.49 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.50 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.51 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven;

c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil. 1.52 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, woonark, recreatieverblijf of recreatiewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet basisregistratie personen noopt tot inschrijving van bewoners(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Aalsmeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.53 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.54 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.55 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.56 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.57 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.58 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.59 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen.

Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.60 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.61 weg

alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.62 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.63 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht; 1.64 woongebouw: een hoofdgebouw dat één of meer woningen bevat; 1.65 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de hoogte van een woonark vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het woonark, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de oppervlakte van een recreatiekavel de oppervlakte van het kadastrale perceel, of de percelen, exclusief de oppervlakte water; 2.9 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijgebouwen, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.10 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.11 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.12 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3

Water 2

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen, waterplassen en recreatiewater; b. water als netwerk voor de waterhuishouding, waaronder waterberging, wateraanvoer en waterafvoer; c. de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen en de natuurwaarden; d. (dras)oevers en groenvoorzieningen langs de oevers, zoals rietkragen; e. bruggen en landhoofden; f. verkeer te water; g. aanlegplaatsen en steigers; met de daarbij behorende: h. bouwwerken; i. al dan niet gebouwde voorzieningen met het oog op het beheer en onderhoud; j. keermuren, oeverbeschoeiingen, duikers en andere bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 3.2.2 Bruggen Voor het bouwen van nieuwe bruggen is niet toegestaan. 3.2.3 Aanlegsteigers Het bouwen van steigers is uitsluitend toegestaan: a. op de gronden grenzend aan de bestemming 'Wonen-Lintbebouwing' zoals aangegeven op de planverbeelding, waarbij: I. er per woonperceel maximaal één steiger mag worden gebouwd; II.

de diepte van de steiger maximaal 15 meter, en de breedte maximaal 1 meter, mag bedragen; III.de steiger haaks hierop mag worden voorzien van een steiger met een lengte van maximaal 15 meter en een breedte van maximaal 1 meter; IV. er een vrije doorvaart bij een in gebruik genomen steiger van ten minste 4,5 meter gewaarborgd is. met dien verstande dat: b. een bestaande steiger die als zodanig aanwezig was op het moment van tervisielegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, mag worden herbouwd; c. het bouwen op een steiger niet is toegestaan. 3.2.4 Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan bruggen en aanlegsteigers, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen, (licht-)masten en kunstwerken mag niet meer dan 6 meter bedragen; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter bedragen.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de doorvaart; d. de waterhuishouding; e. de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; g. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; h. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluitingen op (structurele) groen- en waterelementen. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Aanleg- en ligplaatsen Op de gronden als bedoeld in 3.1 van dit artikel is het volgende specifieke gebruik toegestaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als aanlegplaats ten behoeve van pleziervaartuigen, uitgezonderd kajuitboten, mits dit plaatsvindt direct aangrenzend aan de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing'; b. de regel onder a. vindt toepassing met inachtneming van een vrije doorvaartbreedte van minimaal 4,5 meter. 3.4.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik ten behoeve van drijvende steigers en ander daarmee vergelijkbaar drijftuig; b.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden als ligplaats of aanlegsteiger voor bedrijfsschepen; c. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van permanente bewoning; d. het gebruiken of laten gebruiken als ligplaats voor woonarken ten behoeve van niet-permantente bewoning; e. het plaatsen of geplaatst hebben van objecten, zijnde voorwerpen of vaartuigen die in, op of boven water zijn aangebracht of afgemeerd en die niet behoren tot enig andere in dit artikel genoemde categorieën (woonarken, pleziervaartuigen en bedrijfsschepen).

Artikel 4

Wonen - Lintbebouwing

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf; b. tuinen en erven; met de daarbij behorende: c. bouwwerken; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen; f. ontsluitingen ten behoeve van het wonen; g. parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: 4.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 4.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is maximaal één vrijstaande woning toegestaan; b. oorspronkelijke hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; c. de maximum bouwdiepte van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 15 meter; d. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijke hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen; e. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; f. de maximale goothoogte mag per dakvlak voor maximaal 30% worden doorsneden; g. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen.

Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; h. de afstand van het oorspronkelijke hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient niet minder dan 3 meter te bedragen bij elke vrijstaande zijgevel; i. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: I. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw, de afstand tot de zijkant van het dak meer dan 1 meter en de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; II. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; III.de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; IV. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd;

V. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; j. gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 2 bijlage II Besluit omgevingsrecht zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan inritconstructies, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van gemetselde penanten in het voorerfgebied mag niet meer dan 2 meter bedragen; c. de breedte en bouwhoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelsscheiding, of die geplaatst wordt tussen een groene erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 4 respectievelijk 2 meter; d. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; e.

de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 4.4 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 4.4.1 Sloopverplichting Met betrekking tot de gronden die zijn bestemd als bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouwen, als bedoeld in artikel 4.2.2 van de planregels, pas verleend zodra vaststaat dat de voormalige woning en bedrijfsbebouwing in het plangebied, zoals is weergegeven in bijlage 1 van deze planregels is gesloopt. 4.4.2 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'.

Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze

regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 4.4.3 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 4.4.4 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 4.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 4.4.5 Afwijken van de regels voor laden en lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 4.4.3 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

4.4.6 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 4.5 Afwijken van de bouwregels 4.5.1 Ondergrondse parkeervoorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder j. voor het bouwen van parkeervoorzieningen onder het oorspronkelijke hoofdgebouw indien voldaan wordt aan: a. de thans geldende 'Nota Ruimtelijke beoordeling bouwen in de Linten van de gemeente Aalsmeer', paragraaf 4.5, en; b. het voorerfgebied niet in gebruik is of wordt genomen als parkeerterrein. 4.5.2 Erkers Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 ten behoeve van bouwen van een aan- en/of uitbouw aan de voorgevel (erker), met dien verstande dat: a. deze afwijkingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast indien de diepte van de betreffende voortuin 2,5 meter of meer bedraagt; b. de maximum diepte van de erker 1 meter bedraagt; c. de maximum breedte van de erker 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning bedraagt;

d. de bouwhoogte van de erker niet hoger is dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning; e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten. 4.6 Specifieke gebruiksregels 4.6.1 Aan-huis-gebonden beroep en of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-verbonden beroep en/of aan-huis-gebonden bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-verbonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 4.6.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken, strijdig met de bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c.

het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik van gronden en bebouwing als parkeergelegenheid voor reizigers die reizen vanaf de luchthaven Schiphol; e. het gebruik ten behoeve van het kamperen; f. het gebruik ten behoeve van detailhandel; g. het gebruik ten behoeve van horeca; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 4.7 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.6.2 onder g van dit artikel voor het vestigen van een bed and breakfast accommodatie in het hoofdgebouw indien voldaan wordt aan de regels voor bed and breakfast uit het thans geldende beleid 'Beleidsregels planologische afwijkingen gemeente Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 5

Waarde - Archeologie 2

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 5.2 Bouwregels Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'waarde archeologie 2' reiken de bodemingrepen niet verder dan een maximale diepte van 0,40 meter, tenzij de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 50 m2 bedraagt; b. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 5.2 onder a.

voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of; b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 5.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder 5.3.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voowaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.3.3 Beoordelingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.2 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgelegd. Alvorens een omgevingsvergunning te

verlenen wordt een provinciale archeoloog, archeologische deskundige om advies gevraagd.

of

een

hiermee

gelijk

te

stellen

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de als Waarde - Archeologie bestemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingvergunning is vereist, waartoe ook gerekend wordt woelen en draineren; c. het bebossen van gronden; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; g. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; h. het uitvoeren van heiwerken en/of het indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; i. voor de onder a t/m h genoemde werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig wanneer sprake is van grondbewerkingen dieper dan 40 cm, tenzij de oppervlakte van de werkzaamheden niet meer bedraagt dan 50 m2 binnen de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 2'.

5.4.2 Toegestane werkzaamheden Het onder 5.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. op archeologisch onderzoek gericht zijn; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. 5.4.3 Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kan worden verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord, of; c. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 5.4.4 Voorwaarden Indien uit het onder 5.4.3 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=3396b3f7-66f2-450b-8d3c-dce3a8aafed1