CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 11 juli 2024, gemeente aalsmeer29.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daar zit onze zorg dat de ambities die Amsterdam heeft zo groot zijn dat zij de regio nodig hebben om die ambities te vervullen. Daar zouden wij graag het gesprek met elkaar over willen aangaan. Dat het niet zo kan zijn dat de ambities die Amsterdam heeft uiteindelijk bij ons worden neerlegd. Want, die zijn heel groot en die vinden wij zorgelijk. Als wij kijken naar wat er allemaal in die agenda staat, dan zijn dat zulke overkoepelende zaken dat ik best begrijp dat dat het heel goed en handig is als vanuit de MRA discussie wordt gevoerd in Den Haag, maar als ik kijk op een kleiner niveau waar het Aalsmeer aangaat dan raakt dat bijna niets behalve dat Pagina 11 van 15

wij ruimte moeten bieden voor bedrijven en recreatie. En daar zit gewoon onze zorg en daar zouden wij het graag inhoudelijk wat meer over willen hebben dat we ook vooruitkijken van wat zouden de implicaties kunnen zijn van die ambities en dat we daar in ieder geval al een beetje rekening mee houden. We hebben een college die zitting heeft in allerlei platforms. We hebben twee raadsleden die dat ook doen. Er is inderdaad een werkgroep verbonden partijen. Maar, ik denk dat er gewoon meer behoefte is aan informatie en dat we ook met elkaar het besluit kunnen nemen. We moeten vooruit gaan denken waardoor we veel meer kunnen acteren op hetgeen aan ons wordt voorgelegd. Dus, dat is eigenlijk wat wij bedoelen. Dank u wel. De voorzitter: Dus, als ik daar een vraag aan mag koppelen dan is het: deelt u deze zorgen? Mevrouw Keessen: Dat vind ik een hele goede. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Ja, dan wordt het mij iets duidelijker voorzitter. Ik heb het idee dat we die mogelijkheid op zich hebben om in de commissies al over die zeg maar de club buitenland te praten en daar zou dit wat mij betreft zo in kunnen schuiven en dan moeten we op zijn hoogst even met de griffier in het overleg van welke manier we dat dan doen. Want, we zijn als club nog niet zo heel erg goed om vrije onderwerpen te bespreken.

Dus, als we dat nu in een vorm kunnen gieten dan ben ik daar prima voor de vinden. De heer Koster: Kan ik reageren voorzitter? De voorzitter: De heer Koster. De heer Koster: Ja, mevrouw Keessen, ik heb u toch echt horen zeggen dat u zich niet vertegenwoordigd voelt als partij in deze raad. Ja, nou en dat trek ik me dan persoonlijk aan. Wat de afvaardiging betreft vanuit deze gemeente in MRA verband zit ook de burgemeester in het overleg van burgemeesters in MRA verband. Eigenlijk hoor ik een pleidooi om in het overleg van de verbonden partijen waar de MRA ook gewoon op de agenda staat, nog dieper op de materie in te gaan en ook inhoudelijk daar een discussie te voeren. Dat lijkt me gewoon juist in een informele setting met elkaar, waar je alle informatie tot je kunt krijgen die je wenst en met elkaar het gesprek over aangaan van de liefhebbers in deze raad die daarover willen praten, dan heb je daartoe alle gelegenheid in dat overleg van de verbonden partijen. Daarna komt het altijd nog in commissieverband in de commissievergaderingen terug in deze raad, met uiteindelijk als er besluitvorming gevraagd wordt, een officiële setting in de raadsvergadering. Dus, ik denk dat u alle gelegenheid heeft en alle platforms kunt gebruiken zoals dat gebeurt.

En, de laatste vergaderingen van de commissie verbonden partijen waren zowel de burgemeester als de portefeuillehouders aanwezig die op alle niveaus vanuit hun eigen gremia waaraan ze deelnemen toelichting hebben gegeven over waarmee ze bezig zijn en wat er allemaal speelt. Dus ja, ik vind het persoonlijk een zeer informatief overleg waar alle ruimte is om met elkaar van gedachte te wisselen. De voorzitter: Ja, misschien goed om even daaraan toe te voegen als vertegenwoordigers van de raad moet u natuurlijk een gemiddelde meenemen vanuit de raad en vaak is het informatie halen in plaats van daar zenden. Dat doen we op een later stadium. Dus, dat maakt zo een bijeenkomst ook ingewikkeld om scherpstelling namens fracties te doen of überhaupt namens een gemeenteraad. Je haalt daar op en de gedachte is dan zodat je een betere vertaalslag hier kunt maken met elkaar. Nou, wij doen dat in de commissie verbonden partijen of commissie Buitenland zoals we hem ook wel noemen en daar kun je een inhoudelijk gesprek met elkaar

Pagina 12 van 15

voeren en inderdaad daarna nog op de commissie. Nog even een aanvulling op de heer Koster. Wenst u er nog op te reageren mevrouw Keessen? Mevrouw Keessen: Ja, een hele korte reactie richting de heer Koster. Ja, ik vind het jammer dat u het persoonlijk opvat, want dat is niet persoonlijk bedoeld. In het algemeen, het is eigenlijk al wat de voorzitter net zei, voelen wij ons, wij hebben een andere ideologie, dus wij voelen ons niet vertegenwoordigd en dat is in het algemeen over dit onderwerp. Dat is iets wat u zich niet persoonlijk zou moeten aanrekenen. Dank u wel. De voorzitter: Dank voor die verduidelijking. Dan gaan wij door in de rij naar D66. De heer S.J.R. de Vries: Ja, met deze laatste toevoeging van FlorAalsmeer, dat moet ik nog even laten begaan, want ik heb net als de heer Koster het wel degelijk als een persoonlijk punt gevonden. Wij zijn de vertegenwoordigers van deze hele raad. Wij doen er moeite voor. Wij proberen ook iedereen niet alleen op te halen qua informatie, maar met name goed in te lichten wat wij allemaal in deze gremia bespreken. Als dan iemand zegt dat die zich niet vertegenwoordigd voelt door deze persoon, ja, dan voel ik dat wel degelijk als een persoonlijke aanspraak. Maar goed, met de toelichting die nu gegeven wordt, zal ik me niet persoonlijk aantrekken.

Ik wil echter wel zeggen, en eigenlijk heeft de heer Koster al heel veel gesproken over hetgeen ik ook zou willen aanbrengen, maar we kunnen wel iedere keer weer over de zin en onzin van een MRA gaan hebben en ik doe dat met alle liefde hoor trouwens, want het is een boeiend onderwerp, maar elke keer als het woordje MRA op een agendapunt hier voorkomt, hebben wij het weer over de zin en onzin van MRA. Dat wordt op een gegeven moment ook gewoon wel een beetje een stopwoordje of een stop-onderwerp heb ik het idee. Ik wil ook best zeggen van nou laten we eens per jaar daar over het nut en noodzaak van MRA gaangaan vergaderen in het verband van commissie Buitenland, de commissie verbonden partijen. Prima, maar laten we voorkomen dat we elke keer als het woord MRA op de agenda staat het weer over nut en noodzaak van de MRA gaan hebben. We doen allemaal goed ons best. We krijgen heel veel informatie. De MRA helpt ons als gemeente Aalsmeer groter te zijn dan dat we daadwerkelijk zijn. Het is niet een vehikel van de stad Amsterdam zelf, het is juist voor de AM-regio zou ik zeggen, wat toch de tweede economie van Noord-Holland is met voorsprong na Amsterdam een heel belangrijk overlegorgaan. We hebben het nodig. We moeten het dus hier hebben over hoe wij ons goed vertegenwoordigen in dat overleg, niet of dat overleg verder nog nodig is. Maar, als er kritiek is graag. Kom bij me langs.

Ook een-op-een. Drink een kopje koffie. Laten we het op de agenda zetten van de commissie verbonden partijen. Kunnen we het in de commissie ook nog weer een keer over hebben, maar alsjeblieft niet iedere keer. Als het gaat over de tramlijn die we niet behandeld zouden hebben. Nou, de heer Koster heeft het ook al aangegeven. Het stond zowel op de agenda van de commissie verbonden partijen als in de commissie twee dagen later. Daar is niet op gereageerd. Ik heb die commissie nog even na zitten kijken vanwege het voorbereiden van mijn uitgebreide betoog. Daar is het, heb ik expres nog even naar kijken, daar is het niet ter sprake gebracht, terwijl het wel op de agenda stond. Dus, we moeten niet nu hier op het ogenblik in de raadzaal geponeerd worden dat dat nooit besproken is, dat we daar geen kans voor hebben gehad en weet ik veel allemaal. Dat u het er niet mee eens bent, prima, maar laten we het dan wel op de plaats bespreken waar het op de agenda als eerste op de agenda komt in commissieverband wat gemaakt is over dit soort dingen te discussiëren en niet op het laatste moment vlak voor de stemming om te zeggen zo van ja, maar eigenlijk wil ik toch iets anders. Dat is mijn bij bijdrage voor nu even. Dank voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. We gaan naar het CDA, de heer Van den Nouland. De heer Van den Nouland: Ja dank u wel voorzitter.

Namens het CDA heb ik nu toch even de, excuus, wil ik toch de heer Koster en de heer De Vries mijn complimenten overbrengen voor de manier waarop zij dit dossier beheersen. Dat wil ik gewoon even zeggen, omdat ik die kritiek Pagina 13 van 15

van FlorAalsmeer totaal niet steun. Uw laatste woorden mijnheer De Vries, dat is precies hoe het gegaan is. Ik kan er ook niks anders van maken. Maar, beiden mijn complimenten namens het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Nog even naar Absoluut Aalsmeer. De VVD. FlorAalsmeer tot slot. Mevrouw Keessen: Ja dank u wel voorzitter. Toch nog wel een laatste reactie. Ja, ik ben eigenlijk heel erg blij dat er een soort van discussie nu ontstond. Het is wel jammer dat mensen zich bepaalde dingen persoonlijk aantrekken. En als laatste aan de heer De Vries. We nemen een besluit in de raad en dat is vanavond. Ik begreep in uw betoog dat u langs de fracties bent gegaan met uw zienswijze. Of, u zei dat in ieder geval wel. Wij hebben alleen maar de mail ontvangen en wij hebben daar geen toelichting op gekregen, alleen een ultimatum dat we voor zondagavond moesten reageren. Wij hebben besloten ons besluit kenbaar te maken vanavond in de raad waar het hoort. Dank u wel. De voorzitter: Dames en heren, over besluiten gesproken. Volgens mij hebben we niks meer nodig om tot besluitvorming te komen en is er best wel veel gezegd en gesproken, maar ik zie nog een laatste nabrander bij de heer De Vries. Aan u het slotwoord. De heer S.J.R. de Vries: Ja dank voorzitter. Ja, nee, omdat de suggestie nu voorzitter toch weer gewekt wordt dat wij in gebreke zouden zijn geweest.

We hebben precies gehandeld zoals we hebben aangekondigd. We hebben het uitgebreid in twee vergaderingen besproken. Er is door ons vervolgens een brief opgesteld waarin ook de extra opmerkingen die door GroenLinks destijds zijn ingebracht zijn meegenomen. We hebben de brief aan alle fracties toegestuurd inderdaad per e-mail, maar ook weer met uitgebreide toelichting met het verzoek om vier à vijf dagen later eventueel te reageren schriftelijk dan wel mondeling. We hebben van de VVD een reactie gekregen. Die is verwerkt in een brief. Van de overige fracties zijn geen reacties binnengekomen en dat is de reden waarom de finale versie is opgesteld zoals die is opgesteld en volgens mij ieder geval een grote meerderheid achter zich heeft staan. En, het bedroeft me zeer dat er kennelijk toch iets in de procedure niet goed lijkt te zijn gegaan volgens een van deze fracties hier in deze raad. Maar, dit is mijn uitslag en daar hou ik het bij denk ik. De voorzitter: En hier moet u het mee doen. Goed. Volgens mij wel voldoende om tot besluitvorming te komen dames en heren. Besluit is iets aangepast. Dat ga ik voorlezen. Het besluit klinkt als volgt.

Als gemeente Aalsmeer, zowel gemeenteraad als het college, de MRA te informeren dat belangrijke zaken voor Aalsmeer waaronder het doortrekken van de Uithoornlijn naar de gemeente Aalsmeer, de bereikbaarheid via de N231 in de beleving en de bescherming van de inwoners van de gemeente Aalsmeer onvoldoende naar voren worden gebracht en voor het overige de wensen en de opvattingen van de gezamenlijke AmstellandMeerlanden gemeenten ten aanzien van de tachtig procent versie van de MRA-agenda 20252028 te onderschrijven. Wie is voor dit voorstel? Dat is eenieder met uitzondering van FlorAalsmeer. Daarmee is het voorstel aangenomen. Rb-15

Sluiting De voorzitter: Na deze beschouwing zijn wij ook aan het einde gekomen van deze raadsvergadering. Ik nodig de raads- en commissieleden nog van harte uit voor een drankje beneden en om negen uur zal ook de bij u bekende warme versnapering nog rondgaan. Ik wens u een hele fijne avond. We sluiten de vergadering.

Pagina 14 van 15

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 juli 2024.

, voorzitter

, griffier

Pagina 15 van 15

{{signer1}} 14/05/2024 20:58:40 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: f26cef74-2af4-4586-a6ab-3ca39fce76e6

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 14/05/2024 20:53:15 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: f26cef74-2af4-4586-a6ab-3ca39fce76e6 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z23-044883

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

F. Hoekstra 020-5404817 f.hoekstra@amstelveen.nl SoSa

14 mei 2024 wethouder W. Kikkert

Onderwerp

Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

het college toestemming te geven voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland (GR OGZ), conform de eerder aan de raad voorgelegde conceptregeling (d.d. 24 november 2023). Samenvatting

Op grond van de op 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) dienen alle Gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2024 aan de gewijzigde wet te voldoen. De gemeenteraad van Aalsmeer heeft op 24 november 2023 (Z23-090647) besloten geen zienswijze in te dienen op de conceptregeling van de Gemeenschappelijke regeling OGZ Amstelland. Ook de gemeenteraden van drie van andere deelnemende gemeenten (Amstelveen, Diemen, Uithoorn) hebben geen zienswijze ingediend op de concept regeling. In Ouder-Amstel heeft op moment van schrijven de zienswijzeprocedure nog niet plaatsgevonden. Hun gemeenteraad besluit hier eind mei over. We gaan er in dit schrijven vanuit dat daar ook geen zienswijzen zullen worden ingediend. Mocht dit t.z.t. wel het geval zijn, dan zullen we hierover nader berichten. De conceptregeling ligt nu ongewijzigd voor, in de vorm van het bijgevoegde concept besluit B en W. Omdat raden eerder al de mogelijkheid hadden om inhoudelijk te reageren (in de zienswijze procedure) heeft de raad nu enkel de mogelijkheid tot het verlenen van toestemming of niet. Toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of algemeen belang. Bij een positief besluit van de gemeente raden van de deelnemende gemeenten kan de GR definitief worden gewijzigd in lijn met de hiervoor geldende wetgeving. Doel

De GR OGZ zodanig aanpassen dat deze voldoet aan de aangepaste Wet op de GR en dit realiseren voor de wettelijk gestelde termijn van 1 juli 2024. Prestatie

De GR OGZ zodanig aanpassen dat deze voldoet aan de aangepaste Wet op de GR en dit realiseren voor de wettelijk gestelde termijn van 1 juli 2024. Voorgeschiedenis en context

Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) gewijzigd. Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen geïmplementeerd te worden. Ook de Gemeenschappelijke Regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland (GR OGZ) moet worden gewijzigd. De GR OGZ is een gemeenschappelijke regeling met Aalsmeer,

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. De GR OGZ is een collegeregeling. Het bestuur van de GR OGZ bestaat uit de wethouders zorg van de deelnemende gemeenten. Het doel van de GR OGZ is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of specifieke groepen daarbinnen, het voorkomen en tijdig opsporen van ziekten onder de bevolking en het bevorderen van de openbare gezondheidszorg. De GGD Amsterdam voert voor de GR OGZ Amstelland alle taken op grond van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) uit. Hieronder vallen o.a. de gezondheidsbevorderingstaken, gezondheidsmonitor, medische milieukunde, technische hygiënezorg, infectieziektebestrijding en de jeugdgezondheidszorg (JGZ), inclusief het uitvoeren van het Rijksvaccinatieprogramma. De nieuwe Wet op de GR stelt dat een aanpassing in de GR eerst ter zienswijze moet worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten. 24 november 2023 is dat in de gemeenteraad Aalsmeer gebeurd. Door uw raad zijn geen zienswijzen ingediend. Ook de gemeenteraden van andere de deelnemende gemeenten hebben geen zienswijzen ingediend. Er zijn daarom geen aanpassingen gedaan in het concept. Na de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen, moet de concept GR nu opnieuw langs de raden voor vaststelling.

De raden wordt verzocht de colleges toestemming te geven de nieuwe GR OGZ te wijzigen en te publiceren aan de hand van het bijgevoegde concept BESLUIT B en W. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) gewijzigd. Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen (GR-en) geïmplementeerd te worden. Keuzemogelijkheden/alternatieven

Alle wettelijke aanpassingen zijn doorgevoerd in de concept GR OGZ, zoals verwoord in het bijgevoegde concept collegebesluit. Op enkele onderdelen waar er keuzemogelijkheden waren, is hiervoor aangesloten bij de reguliere werkprocessen. De raad kan geen voorstellen meer doen ten aanzien van inhoudelijke wijzigingen, dat kon in de zienswijze procedure in 2023. De raad heeft nu de mogelijkheid tot het verlenen van toestemming of niet. Toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of algemeen belang. Participatie

Niet van toepassing Kanttekeningen en risico’s

Niet van toepassing Financiën

Niet van toepassing Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

•

Nadat elke deelnemende raad in Amsterdam-Amstelland toestemming heeft gegeven aan het college tot wijziging van de GR, besluit elk college in de eerstvolgende vergadering de GR te wijzigen.

•

Nadat elk college het besluit tot wijziging van de regeling heeft genomen kan overeenkomstig de bepalingen in de Wgr de gewijzigde GR worden bekendgemaakt, waarna de gewijzigde regeling in werking treedt.

Evaluatie

Pagina

3 van 3

In de nieuwe GR OGZ is een artikel opgenomen over evaluatie. Hierover zat nog geen artikel in de oude GR. Er is opgenomen dat de regeling tenminste eens per zes jaar wordt geëvalueerd en dat het bestuur besluit over de precieze invulling van de evaluatie, die zowel kan gaan over het proces als over de inhoud van de samenwerking die in deze regeling is vastgesteld. Duurzaamheidsaspecten

Niet van toepassing Bijlagen

Bijlage 1 – concept BESLUIT B en W wijziging GR OGZ Amstelland 2024 Aalsmeer

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}} 11/07/2024 21:52:38 CEST

Signed By: Matheijsen, O.F. (Onno) <onno.matheijsen@aalsmeer. ID: a8455762-c36d-4aa9-826e-358a4535dbcc Auth: Scribble

{{signer2}} 11/07/2024 22:15:03 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: a8455762-c36d-4aa9-826e-358a4535dbcc Auth: Scribble

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 14 mei 2024, zaaknummer Z24-044883; gelet op de Wet Gemeenschappelijke Regelingen;

Besluit

het college toestemming te geven voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland (GR OGZ), conform de eerder gepresenteerde conceptregeling (d.d. 24 november 2023) Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 juli 2024. de plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

{{signer1}}

B E SLU IT B en W

{{signer2}}

{{signer3}}

{{signer4}}

Besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, OuderAmstel en Uithoorn tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 2022 Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en gelet op artikel 160, eerste lid, onder C van de Gemeentewet; overwegende dat -

de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd met als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te vergroten;

-

om die reden gewenst is de tekst van de Gemeenschappelijke regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland (GR OGZ) te wijzigen;

-

alle Amstellandgemeenten akkoord zijn gegaan met de conceptregeling.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

besluiten

Dat de tekst van de Gemeenschappelijke regeling Openbare Gezondheidszorg Amstelland (GR OGZ) komt als volgt te luiden:

Intitulé Gemeenschappelijke regeling Openbare gezondheidszorg Amstelland De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder- Amstel en Uithoorn, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; overwegende dat, -

-

-

de colleges voor de taken op grond van de Wet publieke gezondheid verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van openbare gezondheidszorgtaken en de instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) in hun gemeenten; gezamenlijke uitvoering van openbare gezondheidszorgtaken gewenst is met het oog op borging van de kwaliteit en versterking van de continuïteit; het gewenst is om de openbare gezondheidszorgtaken gezamenlijk uit te voeren op een schaal die qua gebied samenvalt met de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland; voornoemde colleges hun taken op het gebied van de openbare gezondheidszorg willen doen uitvoeren door de GGD Amsterdam; [.docx] F010a/ICT

Pagina

-

2 van 11

de gemeente Amsterdam, als publiekrechtelijk rechtspersoon verantwoordelijk voor de GGD Amsterdam, bereid is om bedoelde openbare gezondheidszorgtaken duurzaam voor de overige gemeenten in het werkgebied van de Veiligheidsregio te verrichten blijkens een afzonderlijk convenant terzake;

gelet op de Wet publieke gezondheid, hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, en de toestemming van de raden van Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, OuderAmstel en Uithoorn; besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling gewijzigd vast te stellen: Gemeenschappelijke regeling Openbare gezondheidszorg Amstelland

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: regeling: de Gemeenschappelijke regeling Openbare gezondheidszorg Amstelland; bedrijfsvoeringsorganisatie: de bedrijfsvoeringsorganisatie Openbare gezondheidszorg Amstelland, bedoeld in artikel 2; gemeente: een gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders aan deze regeling deelneemt, te weten de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn; college: een college van burgemeester en wethouders dat aan deze regeling deelneemt; raad: een raad van de gemeente; wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; GGD: de geneeskundige en gezondheidsdienst van de gemeente Amsterdam; gezamenlijk takenpakket: de taken die door de GGD in het kader van de wet standaard worden uitgevoerd voor alle colleges, zoals beschreven in Productbeschrijvingen openbare gezondheidszorg Regio Amstelland; aanvullend takenpakket: de taken die door de GGD op basis van aanvullende afspraken worden uitgevoerd voor één of meerdere colleges; begroting: stukken die voor enig begrotingsjaar inzicht geven in de geraamde kosten, inhoud en omvang van elke productgroep van het (gezamenlijke en aanvullende) takenpakket, inclusief een meerjarenraming voor de drie jaren volgend op het desbetreffende begrotingsjaar; rekening: het stuk waarin de GGD over het afgelopen begrotingsjaar verantwoording

aflegt over en verslag doet van de realisatie van de prestatieafspraken die gelden in het kader van het vastgestelde (gezamenlijk en aanvullend) takenpakket.

Hoofdstuk 2 De bedrijfsvoeringsorganisatie Artikel 2 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd: “Openbare gezondheidszorg Amstelland”. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Amstelveen. 3. Het werkgebied van de bedrijfsvoeringsorganisatie omvat het grondgebied van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn.

Pagina

3 van 11

Hoofdstuk 3 Belang, doel en taken Artikel 3 Belang en doel 1. De bedrijfsvoeringsorganisatie is opgericht in het belang van de bescherming, bevordering en bewaking van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het werkgebied van de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 2, derde lid. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie heeft tot doel: het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking; het bevorderen van de openbare geestelijke gezondheidszorg; alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin van het woord verband houdt. Artikel 4 Taken 1. Ten behoeve van het in artikel 3 omschreven belang en doel dragen de colleges de volgende taken over aan de bedrijfsvoeringsorganisatie: a. het bevorderen van gezamenlijk overleg van de colleges inzake de uitvoering van volksgezondheidstaken, welke aan de colleges zijn opgedragen; b. het doen uitvoeren van de gemeentelijke taken bij of krachtens de Wet publieke gezondheid en de uitvoering van een deel van de taken op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 door de GGD, voor zover deze taken behoren tot het gezamenlijk en aanvullend takenpakket; c. al die taken ten aanzien waarvan de colleges unaniem hebben besloten dat deze tot het gezamenlijke takenpakket dienen te worden gerekend. 2.

3.

De colleges kunnen in overleg met het bestuur en in het kader van het in artikel 3 omschreven belang, afzonderlijk aan de bedrijfsvoeringsorganisatie de uitvoering van aanvullende taken opdragen. Hiertoe behoeft deze regeling niet gewijzigd te worden. Voor zover nodig en mogelijk voert het lichaam de toevertrouwde taken uit in samenwerking en overleg met plaatselijke en regionale diensten en instellingen die daarvoor in aanmerking komen.

Hoofdstuk 4 Het bestuur Samenstelling Artikel 5 1. De colleges wijzen elk uit hun midden één lid aan voor het bestuur. 2. Daarnaast wijzen de colleges elk uit hun midden één plaatsvervangend lid aan voor het bestuur. Artikel 6 1. De leden van het bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van het college. Bij de aanvang van elke zittingsperiode vindt de aanwijzing plaats in de eerste vergadering van het college in nieuwe samenstelling. 2. De leden van het bestuur treden af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het bestuur in functie treden. 3. De leden van het bestuur treden af op het moment van verlies van het lidmaatschap van het college dat hen heeft aangewezen.

Pagina

4.

5.

4 van 11

Het lid dat ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreden opengevallen plaats tot lid van het bestuur is aangewezen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats diegene is benoemd, zou hebben moeten aftreden. De leden van het bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de leden van het bestuur, alsmede het college dat hen heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte.

Werkwijze Artikel 7 Het bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als het daartoe besloten heeft, dan wel als de voorzitter of een vijfde van de leden van het bestuur daartoe heeft verzocht. Artikel 8 1. Het bestuur vergadert in het openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. 2. Bij het nemen van besluiten door het bestuur brengen de leden voor het college dat zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die college van een gemeente vertegenwoordigen met een inwoneraantal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van drie stemmen. 3. Wanneer de stemmen ten aanzien van een specifiek onderwerp staken, wordt daarover in een volgende vergadering opnieuw gestemd. Staken de stemmen in de volgende vergadering wederom, dan is het voorstel niet aangenomen. 4. Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers aangehouden. 5.

In een besloten vergadering van het bestuur kan niet beraadslaagd worden noch een besluit worden genomen over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c. het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen of onderlinge waarborgmaatschappijen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan. 6. In een besloten vergadering van het bestuur kan geen besluit worden genomen over het doen van een uitgave voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgave is geraamd, is goedgekeurd. 7. Tenzij het bestuur anders besluit worden door het bestuur geen andere besluiten ter zienswijze aan de raden voorgelegd dan de wettelijk verplichte besluiten en de besluiten die in deze regeling worden genoemd. Artikel 9 1. Het bestuur stelt voor de vergaderingen een reglement van orde vast. 2. Dit reglement, alsmede een wijziging hiervan, wordt aan de colleges toegezonden. 3. De directeur van de GGD of diens vervanger woont als adviseur de vergaderingen van het bestuur bij, tenzij het bestuur anders beslist.

Pagina

5 van 11

Bevoegdheden Artikel 10 1. De colleges besluiten op voorstel van het bestuur over de omvang en inhoud van het takenpakket. Het bestuur stelt de kosten vast die daaraan gekoppeld zijn. 2. Het telkenjare te nemen besluit omtrent het takenpakket wordt periodiek en voortschrijdend ingericht voor een periode van vier jaar, te beginnen vanaf 31 december 2013. Het bestuur is bevoegd te besluiten over de oprichting van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperatieve en andere verenigingen of onderlinge waarborgmaatschappijen. Voorgaande besluiten moeten worden geacht bijzonder te zijn aangewezen voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur te brengen. Inlichtingen en verantwoording Artikel 11 1. Een lid van het bestuur geeft aan de raad van de gemeente waarvan het college hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door de raad, of een of meer leden daarvan, worden verlangd. De inlichtingen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden verstrekt. Op gelijke wijze dient het lid het college dat hem heeft aangewezen inlichtingen te verschaffen. 2.

Een lid van het bestuur legt aan het college uit wiens midden deze is aangewezen, op de in dat college gebruikelijke wijze verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. 3. Een lid van het bestuur legt aan de raad van de gemeente waarvan het college hem heeft aangewezen, op de in die raad gebruikelijke wijze, verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. 4. Indien een lid van het bestuur niet meer het vertrouwen geniet van het college uit wiens midden deze is aangewezen, kan deze hem als zodanig ontslaan. Artikel 12 1. Het bestuur, geeft aan de raden en de colleges van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het bestuur verstrekt aan de raden en de colleges alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden of colleges worden verlangd. 3. Het reglement van orde van het bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de twee vorige leden bepaalde.

Artikel 13 Inwoners van de gemeenten waarvan het college deelneemt aan deze regeling en overige belanghebbenden worden op de in de betreffende gemeente gebruikelijke wijze betrokken bij die besluiten van het bestuur die aan de raden van de gemeenten waarvan de colleges deelnemen worden voorgelegd, uitgezonderd het besluit tot vaststelling van de begroting zoals bedoeld in artikel 16.

Hoofdstuk 5 De voorzitter Artikel 14 1. Het bestuur wijst uit de bestuursleden een voorzitter aan. 2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het bestuur.

Pagina

3. 4.

6 van 11

De voorzitter tekent alle stukken die van het bestuur uitgaan. Voorts is de voorzitter, naast het leiden van de vergaderingen belast met het terstond ter tafel brengen van alle tot bestuur gerichte brieven en andere stukken.

Hoofdstuk 6 De regiosecretaris Artikel 15 1. Het bestuur wordt ambtelijk ondersteund door de regiosecretaris Amstelland. 2. De regiosecretaris medeondertekent alle stukken die van het bestuur uitgaan. 3. De regiosecretaris bereidt de vergaderingen van het bestuur voor en notuleert de bijeenkomsten, tenzij het bestuur anders beslist.

Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen Begroting van de bedrijfsvoeringsorganisatie Artikel 16 Het bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. Artikel 17 Zienswijzeprocedure en vaststelling begroting 1. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste twaalf weken voordat deze wordt vastgesteld toe aan de raden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. 3. De raden kunnen bij het bestuur binnen twaalf weken nadat deze aan hen is aangeboden hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 4. Het bestuur stelt de raden voorafgaande aan de vaststelling van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Daarnaast stelt het bestuur een ontwerpmeerjarenbegroting op voor de aansluitende periode van drie jaar. 6. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.

Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten, vergezeld van de zienswijzen bedoeld in het derde lid. 8. Het eerste, derde, vierde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op alleen die besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij wijziging wordt gebracht in de hoogte van de bijdragen van de deelnemende colleges. Het vijfde en zevende lid zijn ook van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en dat in dit geval inzending aan gedeputeerde staten binnen twee weken na vaststelling plaatsvindt. Artikel 18 Jaarrekening 1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het bestuur zendt voor 30 april van het jaar volgende op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, een voorlopige jaarrekening aan de raden.

Pagina

3.

7 van 11

Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

Verdeling van de kosten Artikel 19 De kosten die worden gemaakt in verband met de uitvoering van het gezamenlijke takenpakket en voor de instandhouding van de bedrijfsvoeringsorganisatie, worden naar evenredigheid van het aantal inwoners verdeeld over de colleges. De uitvoering van de aanvullende taken worden per college afgesproken en bekostigd. Artikel 20 Huisvesting 1. De GGD exploiteert de JGZ-locaties in de gemeenten Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn, Ouder-Amstel en Diemen. 2. Binnen de begroting is budget opgenomen voor de exploitatie en beheer van de JGZ – locaties. 3. Binnen de exploitatie vallen alleen de kosten voor de JGZ-activiteiten van de GGD, zoals de GGD die uitvoert voor de colleges. 4. Het bestuur stelt een spreidingsplan en een algemeen programma van eisen voor een JGZ-locatie vast. 5. Voor onderhoud dat niet voor rekening komt van de verhuurder en vernieuwing van JGZ locaties wordt een bestemmingsreserve vastgesteld van 5 % van de totale omzet van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 6. Indien aanspraak gedaan wordt op de bestemmingsreserve wordt deze binnen een jaar weer aangevuld worden tot 5 % van de totale omzet van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 7. Het bestuur is gemachtigd dit percentage aan te passen.

Hoofdstuk 8 Artikel 21 Algemene reserve 1. De algemene reserve van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt vastgesteld op maximaal 10% van de totale omzet van de gemeenten waarvan de colleges deelnemen in deze regeling. 2. Verandering van de hoogte van de algemene reserve kan alleen na goedkeuring door het bestuur. 3. Indien aanspraak gedaan wordt op de algemene reserve zal dat binnen een jaar weer aangevuld worden tot 10% van de totale omzet van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Artikel 22 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, spant het bestuur zich in om een en ander minnelijk met elkaar op te lossen. 2. Indien een minnelijke oplossing niet wordt bereikt, wordt het geschil voorgelegd aan een onafhankelijke arbiter of commissie van arbiters die een bindend advies uitbrengt. 3. De arbiter of commissie, bedoeld in het tweede lid, wordt door de partijen bij het geschil gezamenlijk benoemd en krijgt een door partijen in gezamenlijkheid geformuleerde opdracht.

Pagina

4.

5.

8 van 11

Slechts in geval partijen het bij een geschil niet eens kunnen worden over de benoeming van de arbiter of commissie, bedoeld in het tweede lid, dan wel de opdracht of in het geval partijen van mening zijn dat de arbitrage, bedoeld in het tweede lid, inhoudelijk of qua proces niet voldeed aan daaraan gestelde eisen wordt de beslissing van gedeputeerde staten, bedoeld in het eerste lid, ingeroepen. Elke partij draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedures betreffende dit artikel. Eventuele gezamenlijke kosten zullen gelijkelijk worden verdeeld.

Artikel 23 Archief 1. Het bestuur is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. Overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen regeling, draagt het bestuur zorg voor de archiefbescheiden. Het bestuur deelt voornoemde regeling mee aan gedeputeerde staten. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de zorg voor de archiefbescheiden, bedoeld in het tweede lid, komen ten laste van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats van de gemeente Amstelveen aangewezen. 5. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit toezicht stelt het bestuur een regeling vast. Het bestuur deelt voornoemde regeling mee aan de colleges. 6. De archivaris wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. 7.

In afwijking van het zesde lid kan het bestuur de archivaris van de gemeente Amstelveen, in overeenstemming met het college van die gemeente, aanwijzen als archivaris van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Hoofdstuk 9 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 24 Toetreding 1. Een college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente dan de gemeenten bedoeld in artikel 1, onder c, kan een verzoek tot toetreding indienen bij het bestuur. 2. Het bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de colleges. 3. Toetreding tot de regeling is slechts mogelijk indien de colleges, die op dat moment deelnemen, en het college dat wenst toe te treden daartoe unaniem besluiten met toestemming van hun raden en daaraan voorafgaand de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. 4. Het bestuur kan voorwaarden verbinden aan de toetreding, voordat over de toetreding wordt besloten. 5. In het geval aan een toetreding voorwaarden worden verbonden als bedoeld in het vierde lid, worden de raden eerst in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen te geven over de betreffende voorwaarden. 6. Onverminderd het bepaalde in het derde lid, gaat toetreding in op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop alle colleges hebben ingestemd met het besluit tot toetreding, tenzij de colleges, bedoeld in het derde lid, unaniem tot een andere datum hebben besloten.

Pagina

9 van 11

Artikel 25 Uittreding 1. Een college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten kan besluiten tot uittreding, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2. Een college zendt, na zienswijze en toestemming van de raad, het besluit tot uittreding aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur het besluit heeft ontvangen. 3. Het bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept- uittredingsplan. 4. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 5. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaren na het nemen van het besluit tot uittreding, tenzij de colleges unaniem een andere op- zegtermijn overeen komen. Artikel 25a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.

Het het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de secretaris. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast.

Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 25b en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico- opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.

Pagina

10 van 11

Artikel 25b Te vergoeden kosten 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door de bedrijfsvoeringsorganisatie die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de bedrijfsvoeringsorganisatie die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 4. De bedrijfsvoeringsorganisatie brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 25a, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 25a, achtste lid, anders is vastgelegd. 5. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 6.

De raming en berekening van de kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding, bedoeld in artikel 25, vijfde lid. 7. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 25c Verplichtingen uittreder 1. De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van de bedrijfsvoeringsorganisatie die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie die als gevolg van de uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beëindigd dienen te worden. Artikel 26 Wijziging 1.

Een voorstel aan de colleges tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het bestuur of door ten minste twee van de colleges. 2. De colleges dienen, nadat hun raden in de gelegenheid zijn gesteld zienswijze te geven op de voorgenomen wijziging en verkregen toestemming van hun raden in de zin van artikel 1, tweede en derde lid van de wet, unaniem te besluiten tot wijziging van deze regeling. 3. De wijziging van de regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de colleges bekend is gemaakt op de in iedere gemeente gebruikelijke wijze.

Pagina

11 van 11

Artikel 27 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van alle colleges. 2. Het bestuur stelt, de raden van de gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast en regelt de vereffening van het vermogen. 3. Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie blijft, zo nodig, na het tijdstip van de beëindiging in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

Hoofdstuk 10 Inwerkingtreding en slotbepalingen Artikel 28 Evaluatie 1. Deze regeling wordt tenminste eens in de zes jaar geëvalueerd. 2. Het bestuur besluit over de precieze invulling van de evaluatie, die zowel kan zien op het proces als de inhoud van de samenwerking die in deze regeling is vastgelegd. Artikel 29 Inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag nadat deze op de artikel 26 eerste lid van de wet voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. 2. Het college van Amstelveen maakt de regeling in alle gemeenten waarvan de colleges deelnemen aan deze regeling bekend in het door het betreffende gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. 3. De bedrijfsvoeringsorganisatie voegt in het daarvoor bestemde register de gegevens bedoeld in artikel 26, tweede lid van de wet, toe. Artikel 30 De toetredende colleges moeten uiterlijk een maand na de dag van het inwerkingtreden van deze regeling de leden in het bestuur hebben aangewezen. Artikel 31 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Openbare gezondheidszorg Amstelland.

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 juli 2024.

De secretaris, drs. Sj. Vellenga

De burgemeester, mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}} 14/05/2024 20:58:50 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 7cb3a101-f4c9-46e3-8a6c-1c102c110664

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 14/05/2024 20:52:50 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 7cb3a101-f4c9-46e3-8a6c-1c102c110664 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z24-045334

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

S. de Weerd-van Velzen 06 18 06 12 73 s.de.weerd@amstelveen.nl Jeugd en Onderwijs

25 april 2024 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD Amsterdam-Amstelland Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

Het college toestemming te geven voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD Amsterdam-Amstelland, conform de eerder aan de raad gepresenteerde conceptregeling (d.d. 24 november 2023) en bijgevoegd concept collegebesluit. Samenvatting

Op grond van de op 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) dienen alle gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2024 aan de gewijzigde wet te voldoen. De gemeenteraad van Aalsmeer heeft op 24 november 2023 besloten geen zienswijze in te dienen op de conceptregeling van de gemeenschappelijke regeling GGD Amsterdam-Amstelland. Ook de andere gemeenteraden van de Amstellandgemeenten en de gemeente Amsterdam hebben geen zienswijze ingediend waarmee de conceptregeling nu ongewijzigd voorligt. Bij een positief besluit kan de GR definitief worden gewijzigd in lijn met de hiervoor geldende wetgeving. Als onderdeel van de wijzigingen treden de gemeenteraden uit als oneigenlijk deelnemer. Doel

De GR GGD zodanig aanpassen dat deze voldoet aan de aangepaste Wet op de GR en dit realiseren voor de wettelijk gestelde termijn van 1 juli 2024. Prestatie

De GR GGD zodanig aanpassen dat deze voldoet aan de aangepaste Wet op de GR en dit realiseren voor de wettelijk gestelde termijn van 1 juli 2024. Voorgeschiedenis en context

Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) gewijzigd. Deze wetswijziging dient voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen geïmplementeerd te worden. Ook de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst AmsterdamAmstelland (GR GGD) moet worden gewijzigd. In deze gemeenschappelijke regeling zijn Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld voor de regio Amsterdam-Amstelland bestuurlijk ondergebracht. De GR GGD bevat naast Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld ook de Regioaanpak ‘Veiligheid voor Elkaar’ (2020-2025) gericht op het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling (vastgesteld door de verschillende gemeenteraden in 2020). Hiernaast besluiten de leden van deze GR ook over de opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, verzorgd door de Blijf Groep. Gemeente Amsterdam (directie OJZD) is ambtelijk opdrachtgever namens het bestuur van de GR en de GGD is ambtelijk opdrachtnemer, die de uitvoering heeft ondergebracht bij Veilig Thuis en het Centrum Seksueel Geweld.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 4

Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Eén van de wijzigingen betreft het uittreden van de raden van de AmsterdamAmstellandgemeenten uit de GR, vanwege oneigenlijk deelnemerschap van de gemeenteraden. Deze wijziging is slechts een formaliteit, omdat er in de uitvoering van de GR al aan de sinds 2015 geldende Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) wordt gehouden, maar dit klaarblijkelijk niet in de GR is aangepast. Bij het ingaan van de gewijzigde GR zal de raad uittreden als deelnemer van de regeling en wordt de regeling, als bedoeld, formeel een collegeregeling. Toelichting wijzigingen in de regeling Daarnaast worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: •

Algemeen: begripsbepalingen in de GR zijn op elkaar aangesloten en waar nodig zijn artikelen vernummerd vanwege de invoeging/toevoeging van artikelen of artikelleden;

•

Aanhef en overwegingen zijn geactualiseerd naar collegeregeling (in plaats van een gemengde regeling) en aangevuld met de noodzaak tot wijziging in verband met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen;

•

Artikel 2: aangepast aan de geactualiseerde begripsbepalingen.

•

Artikel 4: er is een vijfde lid toegevoegd wat de mogelijkheid creëert dat afzonderlijke colleges, binnen de in artikel 3 vermelde belangen, kunnen besluiten taken aan het algemeen bestuur in mandaat op te dragen, zonder dat daarvoor de GR gewijzigd hoeft te worden. Hiermee is flexibiliteit gecreëerd;

•

Artikel 5: de samenstelling van het algemeen bestuur is aangepast vanwege de (wettelijk noodzakelijke) overgang naar een collegeregeling (er zijn immers geen raadsbevoegdheden ingebracht in de GR GGD Amsterdam-Amstelland) en de terminologie is gewijzigd om meer helderheid te creëren;

•

Artikel 6: zie hiervoor bij artikel 5;

•

Artikel 8: de terminologie is gewijzigd om meer helderheid te creëren, maar uitgangspunten die voorheen golden (bijv stemverhoudingen in algemeen bestuur (AB) om recht te doen aan het verschil in inwonersaantal tussen de afzonderlijke gemeenten) zijn gelijk gebleven;

•

Artikel 8: toegevoegd lid 8 om aan de plicht van artikel 31a Wgr te voldoen dat dergelijke besluiten alleen na wensen en bedenkingen van de raad genomen mogen worden;

•

Artikel 8: toegevoegd lid 9 , naar aanleiding van de gewijzigde Wgr (artikel 10, lid 5 Wg) is gekozen om voorafgaande aan het vaststellen door het AB van meerjarenbeleidsplannen zoals de regioaanpak en plannen van vergelijkbare strekking en inhoud eerst zienswijze te vragen aan de raden;

•

Artikel 9 toegevoegd: hiermee wordt voldaan aan de plicht uit de Wgr om een bepaling over de wijze waarop inwoners en belanghebbenden kunnen participeren op te nemen in de GR (artikel 10 lid 7 Wgr). Er is gekozen het AB te laten bepalen op ten aanzien van welke besluiten participatie wordt ingezet. Dit gebeurt op de in de betreffende gemeenten gebruikelijke wijze (omdat sprake is van gemandateerde taken) hierbij hoeft niet afdeling 3.4 van de Awb in acht genomen te worden (daarmee is meer vrijheid tot het invullen van de termijnen);

•

Artikel 11 en 12: de terminologie is kloppend gemaakt;

Pagina

•

3 van 4

Artikel 14: in lijn met de Wgr gebracht. Het Dagelijks Bestuur (DB) mag nooit groter zijn dan 3 personen bij een GR met 6 deelnemers;

•

Artikel 15: toegevoegd lid 3 om te expliciteren dat er geen besluiten van het DB aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd. Anders dan het algemeen bestuur (zie artikel 8, negende lid), neemt het dagelijks bestuur/de voorzitter niet zelfstandig besluiten die dusdanige impact hebben dat, voorafgaand aan het nemen ervan, de raden om zienswijze gevraagd hoeft te worden;

•

Artikel 20: toegevoegd lid 4 om te expliciteren dat er geen besluiten van de voorzitter aan de raden ter zienswijze worden voorgelegd. Anders dan het algemeen bestuur (zie artikel 8, negende lid), neemt het dagelijks bestuur/de voorzitter niet zelfstandig besluiten die dusdanige impact hebben dat, voorafgaand aan het nemen ervan, de raden om zienswijze gevraagd hoeft te worden;

•

Artikel 27 en 28: genoemde termijnen zijn aangepast aan de nieuwe termijnen in de Wgr;

•

Artikel 28: toegevoegd lid 4 om te voldoen aan de nieuwe wettelijke plicht dat het DB de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van het oordeel over de zienswijze op de begroting en de conclusies die daaraan verbonden zijn (art 10 lid 6 Wgr);

•

Artikel 34: in lid 3 toegevoegd de gewijzigde procedure voor toetreding ingevolge artikel 1 Wgr;

•

Artikel 35, 35a, 35b en 35c: de uittredingsprocedure is aangepast aan de gewijzigde Wgr (artikel 9 Wgr) waarin wordt bepaald dat duidelijk is onder welke voorwaarden kan worden uitgetreden en wat de gevolgen van uittreding zijn, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de GGD Amsterdam-Amstelland en de gemeenten waarvan de colleges deelnemen;

•

Artikel 37: toegevoegd een bepaling over evaluatie van de regeling naar aanleiding van de wijziging van de Wgr. Gekozen is om het AB te laten bepalen binnen welke termijn en waarover wordt geëvalueerd;

•

Artikel 38: bekendmaking aangepast aan de gewijzigde bepalingen in de Wgr.

Keuzemogelijkheden/alternatieven

Alle wettelijke aanpassingen zijn doorgevoerd in de bijgevoegde concept GR GGD en op enkele onderdelen waar er keuzemogelijkheden waren is hiervoor aangesloten bij de reguliere werkprocessen. De raad kan geen voorstellen meer doen ten aanzien van inhoudelijke wijzigingen, dat kon in de zienswijze procedure in 2023. De raad heeft nu de mogelijkheid tot het verlenen van toestemming of niet. Toestemming kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht of algemeen belang. Participatie

Niet van toepassing Kanttekeningen en risico’s

Niet van toepassing Financiën

Niet van toepassing

Pagina

4 van 4

Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

•

Nadat elke deelnemende raad in Amsterdam-Amstelland toestemming heeft gegeven aan het college tot wijziging van de GR, besluit elk college in de eerstvolgende vergadering de GR te wijzigen.

•

Nadat elk college het besluit tot wijziging van de regeling heeft genomen kan overeenkomstig de bepalingen in de Wgr de gewijzigde GR worden bekendgemaakt, waarna de gewijzigde regeling in werking treedt.

Evaluatie

In de nieuwe GR is een artikel opgenomen over evaluatie. Hierover zat nog geen artikel in de oude GR. Er is opgenomen dat de regeling periodiek wordt geëvalueerd en dat het bestuur besluit over de precieze invulling van de evaluatie, die zowel kan gaan over het proces als over de inhoud van de samenwerking die in deze regeling is vastgesteld. Duurzaamheidsaspecten

Niet van toepassing Bijlagen

• •

Bijlage 1: Artikelsgewijze toelichting wijziging GR GGD Amsterdam-Amstelland Bijlage 2: Besluit B en W - Conceptbesluit wijziging GR GGD Amsterdam-Amstelland

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

{{signer1}} 11/07/2024 21:52:29 CEST

Signed By: Matheijsen, O.F. (Onno) <onno.matheijsen@aalsmeer. ID: dc677716-4dc6-47e6-b374-9568064f3f6b Auth: Scribble

{{signer2}} 11/07/2024 22:15:16 CEST

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=ea3188a4-9540-48e1-a376-8ef5201004ce