Agendabundel
Tekst van het document
3
Stand van zaken per deel-opdracht (1/3) ID
Onderzoeksonderwerp
Stand van zaken
1.
Nut en noodzaak huidige reserves
Gereed en reeds in de gemeenteraad besproken. De uiteindelijke verwerking van de financiële opbrengsten geschiedt in de jaarrekening 2020. De reserve Buitenruimte maakt onderdeel uit van deelvraag 2.
2.
Onderzoek aansluiting door raad vastgestelde beleids-/ beeldkwaliteitsniveau van SMART onderbouwde beheersplannen voor: 1. openbare ruimte (wegen, civieltechnische kunstwerken, groen, water, riolering) en 2. gebouwen. Hierbij onderscheid maken tussen jaarlijks onderhoud ten laste van exploitatie en niet-jaarlijks (groot) onderhoud waarvoor voorzieningen gewenst zijn. Uitwerken 3 scenario’s (TCO-principe) en overdracht taken naar inwoners/organisaties.
Er is een notitie opgeleverd met daarin een drietal scenario’s. In de Kadernota 2021 zullen een aantal uitwerkingen van deze scenario’s worden geëffectueerd.
Prioriteitstelling en financiële effecten projecten, inclusief grexen, in combinatie met omvorming naar regievoering, kaderstelling en beperkte controle
Een rapportage is inmiddels door een extern bureau in concept gedeeld.
Methodiek en volledigheid kostprijsberekening kostendekkende heffingen c.a.
Op onderdelen heeft een uitwerking plaatsgevonden. Een extern bureau wordt thans geselecteerd. Einde Q1 2021 vindt afronding van deze deelopdracht plaats.
3.
4.
Een besluitvormingsdocument is in voorbereiding.
Een besluitvormingsdocument is in voorbereiding.
4
Stand van zaken per deel-opdracht (2/3) ID
Onderzoeksonderwerp
Stand van zaken
5.
Subsidiëring: creatieve vormen van subsidiëring
Een extern bureau is ingehuurd voor de uitvoering van deze deelopdracht. Deze deelopdracht is gecombineerd met de deelopdracht 8, waarbij een overzicht van subsidies en al bestaande flexibele budgetten/ vormen wordt gecreëerd. Interviews met betrokken ambtenaren en gesubsidieerde instellingen vinden plaats in december/januari. Er is sprake van uitloop naar februari 2021 ten opzichte van initiële planning.
6.
Gemeentelijke inkopen exclusief sociaal domein
Naast het niet indexeren van inkoopbudgetten voor 2021, zal een nog uit te voeren spendanalyse in 2021 mogelijkheden laten zien die worden aanbevolen om te effectueren in de lijn. Het voorstel is om de spendanalyse (gepland in najaar 2021) in Q1 uit te voeren en aanbevelingen te vertalen naar scenario’s.
7.
Sociaal domein: bezuinigingsmogelijkheden maar ook overschrijdingen zelf oplossen/absorberen
Voor het onderdeel Jeugdzorg is thans de (concept) rapportage jeugdzorg van een extern bureau afgerond. Deze (concept) rapportage bevat bouwstenen voor de uiteindelijke beantwoording van de deelopdracht. Vanuit de andere domeinen (Wmo en participatie) dienen nog suggesties aan te leveren. In de staf sociaal is afgesproken dat de 3 portefeuillehouders aangeven welke ingrediënten (suggesties) zij nodig hebben om een keuze te kunnen voorleggen. Er is sprake van uitloop ten opzichte van initiële planning (tweede helft 2021).
5
Stand van zaken per deel-opdracht (3/3) ID
Onderzoeksonderwerp
Stand van zaken
8.
Gemeentelijke activiteiten zonder maatschappelijk effect en/of meetbare resultaten
Deze deelopdracht is gecombineerd met de deelopdracht 5 en deels in deelopdracht 4. Van in ieder geval 4 programma’s uit de begroting worden maatschappelijke effecten en resultaten in beeld gebracht.
9.
Gefaseerde besparing gemeentelijke organisatie (maatwerk)
De output ten aanzien van lijnactiviteiten dient nog te worden doorvertaald naar de Aalsmeerse opgaven. Dit zal in Q1 2021 geschieden. Ten aanzien van de overhead is afgesproken dat deze op 11 december 2021 wordt aangeleverd door de directeur bedrijfsvoering AA, in lijn met de initiatieven die op het gebied van Bedrijfsvoering lopen.
10.
Invoering (nieuwe) gemeentelijke belastingen en heffingen
Een eerste verkenning liet zien dat specialistische expertise benodigd is om een aantal keuzevarianten uit te werken. Een extern bureau is gevraagd hieraan gevolg te geven. In Q1 2021 zal hun rapportage worden opgeleverd en een besluitvormingsdocument worden opgesteld.
6
Kosteninzicht *) ID
Onderzoeksonderwerp
Stand van zaken (20-1-2021)
1.
Nut en noodzaak huidige reserves
Niet van toepassing
2.
Onderhoud openbare ruimte en gebouwen
Niet van toepassing
3.
Prioritering en effecten projecten en grexen
Inhuur extern bureau, bedrag 30.100 EUR
4.
Kostprijsberekeningen heffingen
Inhuur extern bureau (offertebedrag <20.000 EUR excl. BTW)
5.
Creatieve vormen van subsidiëring
Inhuur extern bureau ad 19.900 EUR (excl. BTW). Opdrachten 5 en 8 zijn gecombineerd.
6.
Inkoop (exclusief sociaal domein)
Niet van toepassing
7.
Sociaal domein
Extern bureau was reeds ingehuurd. Kosten gaan niet ten laste van budget RAP Raad maar transformatiebudget sociaal domein. Aanvullende inhuur is nog nader te bepalen.
8.
Activiteiten zonder maatschappelijk effect/resultaat
Inhuur extern bureau ad 19.900 EUR (excl. BTW). Opdrachten 8 en 5 zijn gecombineerd.
9.
Gefaseerde besparing gemeentelijke organisatie (“maatwerk”)
Niet van toepassing
10.
Nieuwe gemeentelijke belastingen & heffingen
Inhuur extern bureau, bedrag onbekend
X.
Begeleidingskosten uitvoering RAP Raad motie
Inhuur externe begeleiding 80.000 EUR
*) bij de 1e bestuursrapportage 2021 zal de begroting bijgesteld worden ten aanzien van de kosten voor de motie RAP-raad.
7
Planning, exclusief besluitvormingsdocumenten, richting Kadernota Sept/okt 2020 ID
Deel-opdracht
1.
Nut en noodzaak huidige reserves
2.
Onderhoud openbare ruimte en gebouwen
3.
Prioritering en effecten projecten en grexen
4.
Kostprijsberekeningen heffingen
5.
Creatieve vormen van subsidiëring
6.
Inkoop (exclusief sociaal domein)
7.
Sociaal domein
8.
Activiteiten zonder maatschapp.effect/resultaat
9.
Gefaseerde besparing gem. organisatie
10.
Nieuwe gem.belastingen & heffingen
X
Ambtelijke Stuurgroep RAP-Raad
XX
Voortgang rapporteren aan college B&W
Voortgangsbijeenkomst ambtelijke stuurgroep
37 t/m 44
Nov 2020 45
46
47
Dec 2020 48
49
50
51
52
Jan 2021 53
1
2
3
Feb 2021 4
5
Gereed 15 september
Gereed eind november Gereed 1 december Q1 2021 Q1 2021 (januari 2021) Is meegenomen in begroting 2021 ( actie 1), overige is gereed uiterlijk per Q1 2021 Tweede helft 2021 Gekoppeld aan deel-opdracht 5 (gereed Q1 2021) Gereed 1 november
Bedrijfsvoering gereed 16 december Q1 2021
Agendapunt B&W Aalsmeer
8
6
7
7 Evaluatie project Waterveiligheid 1 Evaluatie project Waterveiligheid vaarseizoen 2020.docx
Evaluatie project waterveiligheid vaarseizoen 2020 Aanleiding Veiligheid op het water is benoemd als thema in het integraal veiligheidsbeleid 2019-2022. Daarnaast is er door Stichting Aalsmeer Westeinder Promotie en Stichting Westeinder Zeil Wedstrijden aandacht gevraagd voor de overlast op het water. In het Collegeprogramma 20182022 staat vermeld dat de komende periode extra aandacht wordt besteed aan veiligheid op het water (met name in preventie) en dat de handhavers letten op de veiligheid op straat en het water. Voor de start van het vaarseizoen 2020 is er door de projectgroep waterveiligheid1 een maatregelenpakket opgesteld vanwege de aanhoudende overlast van te hard varen, geluidsoverlast door harde muziek, alcoholgebruik, feesten door jongeren en afval in het water. Het doel van het maatregelenpakket is een veilig gebruik van de Westeinderplassen en het terugdringen van overlastgevend gedrag. De gebruikers van de Westeinderplassen dienen zich (meer) bewust te worden van de veiligheid op het water en hun eigen verantwoordelijkheid daarin. Er is primair ingezet op voorlichting (preventieve aanpak) en daarnaast op de aanwezigheid van handhaving en politie op het water (repressieve aanpak).
De maatregelen van de preventieve aanpak bestaan onder andere uit: Een campagne Veilig Varen en alcoholpreventie waaronder het opstellen en verspreiden van een flyer en het plaatsen van borden met gedragsregels Samenwerking met de partners Organiseren van een voorlichtingsbijeenkomst/informeren van partners/belanghebbenden De maatregelen van de repressieve aanpak bestaan onder andere uit: Inzet politie en handhaving Samenwerking en informatiedeling politie en handhaving Aanpak overtreders Het plaatsen van borden en het organiseren van een campagne/voorlichtingsbijeenkomst waren door de projectleden benoemd als voornaamste prioriteiten uit het maatregelenpakket. Aanvullend was extra inzet vanuit handhaving en politie gewenst. Doel evaluatie Er is dit jaar voor het eerst gewerkt met een maatregelenpakket in samenwerking met de partners. Daarnaast was er dit jaar meer personele inzet vanuit handhaving (openbare ruimte) en is de samenwerking tussen handhaving en politie geïntensiveerd. Het doel van de evaluatie is om: In beeld te krijgen of het maatregelenpakket effect heeft gehad. In beeld te krijgen of de extra inzet vanuit handhaving en politie effect heeft gehad. Verbeterpunten in beeld te krijgen voor het volgende vaarseizoen in 2021 (voor zowel het maatregelenpakket als de inrichting van de projectgroep).
Methode Eind september heeft er een evaluatieoverleg plaatsgevonden met de projectleden over het effect van het maatregelenpakket op dit vaarseizoen t.o.v. de voorgaande jaren. Naast de overleggen met de projectgroepleden heeft er tijdens de zomerperiode wekelijks een overleg plaatsgevonden tussen de gemeente (OOV), politie en handhaving met betrekking tot de inzet en samenwerking. Voor het repressieve deel (inzet en samenwerking politie en handhaving) is input gevraagd bij de teamchef van de lokale politie-eenheid en de teamleider handhaving. Aanvullend is in beeld gebracht wie, naast de huidige projectleden, belanghebbenden/partners zijn voor de aanpak van de overlast. Verder is gedurende het seizoen naar voren gekomen dat er meerdere projecten actueel zijn binnen de gemeente waarbij raakvlakken zijn met het project waterveiligheid (te denken valt aan o.a. de visie Westeinderplassen). Bovenstaande onderdelen zijn meegenomen in de evaluatie. 1 De projectgroep is een samenwerkingsverband met de partners Politie, Brandweer, voorzitter Stichting Aalsmeer Westeinder
Promotie, voorzitter Stichting Westeinder Zeil Wedstrijden, Handhaving, Evenementencoördinator, Communicatie en Openbare Orde en Veiligheid.
De evaluatie Voorafgaand aan het vaarseizoen is de projectgroep geconfronteerd met de coronamaatregelen waardoor de uitvoering anders is verlopen dan gepland. De evenementen zijn afgelast, de informatiebijeenkomst en de geplande controles zijn niet doorgegaan en het communicatieplan is pas aan het eind van het vaarseizoen ingezet. De projectleden hebben aangegeven dat er door de goede weersomstandigheden en de coronacrisis meer is gerecreëerd op en rondom het water. Er werd ook meer overlast ervaren ten opzichte van de voorgaande jaren. De overlast had vooral betrekking op het te hard varen in de omgeving van zwemmende kinderen, geluidsoverlast en het niet houden aan de coronamaatregelen (het niet voldoende afstand houden). Preventie Vanuit preventie is er op verschillende manieren aandacht gevraagd voor sociaal gedrag op het water. Er zijn borden met gedragsregels geplaatst op de (belangrijke) vaarwegen. De projectgroep heeft een flyer ontworpen en in verschillende vormen verspreid (o.a. bij jachthavens, omwonenden aan (belangrijke) vaarwegen en in de lokale krant). Er is een social media campagne gestart op Facebook en Instagram. Waterveiligheid is als onderdeel toegevoegd aan de gemeentelijke website.
De projectleden zijn tevreden over het communicatieplan en de verspreiding van de flyer echter dient het communicatieplan volgend jaar voorafgaand aan het seizoen gestart te worden en dient de flyer breder verspreid te worden. Daarnaast is er positief gereageerd op de intensivering van het aantal ophaalmomenten van afval tijdens het hoogseizoen. Een aantal maatregelen is dit jaar niet ten uitvoering gebracht maar zijn wel besproken t.b.v. het komende vaarseizoen (o.a. de samenwerking met het team Natuur- en MilieuEducatie voor een actie op het water met schoolkinderen t.b.v. zwerfafval en samenwerkingsafspraken tussen handhaving en team beheer). Politie en handhaving geven aan dat er dit jaar beduidend meer personele inzet is geweest dan in de voorgaande jaren. De extra inzet van personeel en materieel heeft ertoe geleid dat er, op den duur, minder overlast werd ervaren op de momenten dat zij op het water waren. Echter nam de overlast, met name in de nachtelijke uren en in de weekenden, bij afwezigheid van de diensten weer toe. De extra inzet is als positief ervaren door de projectleden maar er is nog steeds overlast van geluid en te hard varen. Het is een groot gebied en gebleken is dat personen WhatsAppgroepen gebruiken om elkaar te informeren over de aanwezigheid van politie en handhaving op het water.
De projectleden geven aan dat het gedrag op het water voornamelijk te maken lijkt te hebben met de normen en waarden van de recreanten, zowel jong als oud. Politie en handhaving (repressie) Voor de afdeling handhaving zijn er extra financiële middelen ter beschikking gesteld voor capaciteit op het water. Voor de uitbreiding van het aantal fte domein II boa’s2 is er door twee boa’s een opleidingstraject gevolgd. Echter door de coronamaatregelen hebben zij geen examen kunnen afleggen en moest er teruggevallen worden op de bestaande domein II boa’s. Daarnaast was er vanwege de coronamaatregelen een gewijzigde taakstelling van toepassing op de boa’s en was extra inzet benodigd op het land. De domein II boa’s zijn het gehele vaarseizoen ingepland voor aanwezigheid op het water (donderdag tot en met zondag). Omdat er zo goed als elke avond een boot van de Handhaving op het water was, heeft dit bijgedragen aan de zichtbaarheid en contactenmomenten met recreanten. Handhaving heeft aangegeven dat dit jaar de inzet op warme dagen nog te laag was. Voor extra inzet en zichtbaarheid op het water is er een tweede handhavingsboot (de oude boswachtersboot) ter beschikking gesteld aan het team handhaving. Gebleken is dat er aanpassingen nodig zijn. Nagegaan wordt welke aanpassingen er nodig zijn.
2 Handhavers specifiek gericht op water en natuur.
Er is op bestuurlijk niveau aandacht gevraagd voor extra politie-inzet op het water. Dit heeft geleid tot meer politie-inzet op het water, het werken in combidiensten en het opleiden van twee extra schippers t.b.v. de inzet voor het vaarseizoen 2021. Tijdens dit vaarseizoen is de samenwerking tussen handhaving en politie geïntensiveerd ten opzichte van de voorgaande jaren. Er is meer zicht op de overlast en meer samenhang in de aanpak. Doordat politie en handhaving een aantal keer ieder met een eigen boot op het water waren werd het mogelijk om op meerdere plaatsen aanwezig te zijn. Verder is er dit jaar voor het eerst een aantal keer gebruik gemaakt van combidiensten. De aanpak van de overlast is uitgevoerd binnen de huidige mogelijkheden van de APV. Er is door de gemeente opvolging gegeven aan incidenten d.m.v. contact met de organisator of ouders (nazorg van incidenten). De tijdelijke aanwijzing voor het verbod van geluidsoverlast binnen de noodverordening is als positief ervaren door handhaving en politie. Dit is een tijdelijke maatregel geweest vanwege de coronamaatregelen. Projectgroep en participatie De projectgroep heeft een maatregelenpakket opgesteld zodat er een beter beeld is van de benodigde acties. Er dient beter gecommuniceerd te worden en de (on)mogelijkheden van de verschillende partners dient bekend te zijn bij de projectleden.
Gebleken is dat niet alle partners/belanghebbenden zijn aangehaakt en/of betrokken bij het project. Dit jaar is de adviseur Openbare Orde en Veiligheid Jeugd aangesloten bij de projectgroep en ook Buurtwerk (jongerenwerk) is aan het eind van het seizoen aangesloten. Buurtwerk heeft de boot van de scouting gebruikt om ook op het water in contact te komen met jongeren. Daarnaast heeft Buurtwerk een quiz voor jongeren georganiseerd over de vaarregels op de Westeinderplassen en zij hebben de flyer verspreid onder de jongeren en op social media. De aanwezigheid van Buurtwerk op het water is als zeer positief ervaren. Financiën De financiering van dit project is niet geborgd in de begroting. Er is incidenteel geld beschikbaar gesteld voor extra handhaving voor de jaren 2020 en 2021. De incidentele kosten t.b.v. de voorlichting zijn voor het jaar 2020 betaald uit het budget van Openbare Orde en Veiligheid. Voor het 2021 zijn deze middelen ook beschikbaar uit dit budget. Conclusie en advies Het maatregelenpakket voorziet in de behoefte die er is om de overlast op het water te verminderen. Er is dit vaarseizoen meer ingezet aan personeel en middelen vanuit handhaving, Openbare Orde en Veiligheid en de politie dan in de voorgaande jaren.
Door de extra aanwezigheid van handhaving en politie op het water zijn er meer personen aangesproken, is er een groter gebied bereikt en was er door de zichtbaarheid minder overlast op de momenten dat handhaving en/of politie aanwezig was op het water. Geconcludeerd kan worden dat het maatregelenpakket en de extra inzet vanuit politie en handhaving op basis van sfeerbeelden vanuit de projectgroepleden effect heeft gehad. De mate van het effect van de maatregelen voor dit vaarseizoen t.o.v. de voorgaande jaren is lastig aan te geven omdat het een afwijkend jaar betreft, het effect niet meetbaar is op basis van cijfers3 en er dit jaar voor het eerst is gewerkt met een maatregelenpakket. Om volgend jaar een beter beeld te krijgen van de effecten is het van belang de samenwerking met partners/belanghebbenden uit te breiden en de cijfers over 2021 te vergelijken met 2020. Het advies is om de aanpak door middel van het maatregelenpakket in het komende vaarseizoen van 2021 voort te zetten en de aanbevelingen hierin mee te nemen.
3 Vaarseizoen 2020 was een afwijkend jaar vanwege de coronamaatregelen en een intensiever gebruik van de
Westeinderplassen. Handhaving heeft dit jaar extra gestuurd op de registratie van overlastmeldingen. De overlastmeldingen over 2019 zijn niet te achterhalen vanwege een technische storing in het systeem en een onvolledige registratie. Er is dit jaar meer gewaarschuwd door team handhaving en de politie maar gesprekken en waarschuwingen zijn niet vastgelegd in de systemen. Hierdoor zijn de registraties onvolledig.
Aanbevelingen
-
-
-
-
-
-
-
Preventie Voorafgaand aan het vaarseizoen de communicatiecampagne opstarten en zorgen voor een brede verspreiding van de flyer. Onderzoeken mogelijkheden voor het organiseren van evenementen/activiteiten voor jeugd. Ervaringen uitwisselen met andere gemeenten met vergelijkbare problematiek op het water. Politie en handhaving (repressie en preventie) Verder intensiveren van de samenwerking tussen politie en handhaving (wekelijkse afstemming personele inzet en informatiedeling) en werkafspraken maken voorafgaand aan het vaarseizoen. Onderzoeken mogelijkheden van regionale samenwerking op het gebied van handhaving. Met politie in overleg gaan om een plan op te stellen voor de aanpak van overlast op het water. Met politie in overleg gaan om aandacht te vragen voor het verbeteren van het proces overlastmelden (landelijke meldkamer) en de registratie daarvan. In vaarseizoen 2021 blijven sturen op de registratie van overlastmeldingen en waarschuwingen. De cijfers over vaarseizoen 2020 te vergelijken met de cijfers over het vaarseizoen 2021 en deze mee te nemen in de evaluatie over vaarseizoen 2021. Projectgroep en participatie Voortzetten uitvoering van maatregelenpakket in 2021 met de aanvulling dat voorafgaand aan het seizoen de maatregelen en acties toegewezen worden aan actiehouders. Voorstel is om hiervoor een draaiboek op te stellen.
De projectgroep dient zich te richten op de preventieve maatregelen en voorlichting. Ten behoeve van de preventieve aanpak is het van belang dat Buurtwerk voorafgaand aan de start van het vaarseizoen een rol krijgt binnen de projectgroep. Politie en handhaving dienen zich te richten op de repressieve maatregelen met aanvullend preventieve acties. Uitbreiden samenwerking met partners/belanghebbenden en intensiveren van de participatie. Onderzoeken op welke wijze er meer samengewerkt kan worden met partners/belanghebbenden en hoe zij geïnformeerd kunnen worden. Aanpassen huidige overlegstructuur i.v.m. de projectgroepsgrootte en gebruik van een draaiboek. Intensiveren interne samenwerking binnen de gemeente ten behoeve van een integrale aanpak.
8 Wijzigingen Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Aalsmeer 1 Dossier 212 voorblad.pdf
2.Commissie Maatschappij en Bestuur Dossiernummer
212
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
11 februari 2021
Agendapunt
8
Omschrijving
Wijzigingen Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Aalsmeer
Geagendeerd
Vergaderdatum
2.Commissie Maatschappij en
11 februari 2021
Bestuur
1 RAADSVOORSTEL APV Aalsmeer.docx
RAADSVOORSTEL
Raadsvoorstel nr
Z21-002558
Datum B&W-besluit
Portefeuillehouder
19 januari 2021
Afdeling
Burgemeester
Veiligheid en Handhaving
Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)
J. Roodnat 0629520599 j.roodnat@amstelveen.nl
Voor de vergadering van raad d.d.
4 maart 2021 Behandelen in de raadscommissie op
Maatschappij en Bestuur
11 februari 2021
Onderwerp
Wijzigingen Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Aalsmeer Gevraagd besluit
De voorgestelde wijzigingen van de APV van de gemeente Aalsmeer conform het wijzigingsbesluit van 19 januari 2021 vast te stellen. WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
1. Actueel houden van de APV; 2. Het college de mogelijkheid geven om bepaalde gebieden aan te wijzen waar het verboden wordt om lachgas te gebruiken. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
1. In lijn met het jaarlijkse voorstel van de VNG wijzigen van de APV; 2. Op advies van de politie en handhaving, opnemen van een verbodsbepaling ten behoeve van het gebruik van lachgas. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
Bevolking, bestuur en veiligheid Aanleiding
Ad 1 Actuele APV Jaarlijks wordt door de VNG een voorstel gedaan voor het actualiseren van de APV. Aanleiding hiertoe is ontwikkeling in wetgeving, nieuwe jurisprudentie, nieuwe inzichten, etc. Dit heeft onder andere geleid tot het opnemen van een artikel 2:68 om het gevaar voor heling te voorkomen. De overige wijzigingen betreffen voor het merendeel redactionele verbeteringen of correcties in verwijzingen. Ad 2 Lachgas Recreatief gebruik van lachgas leidt tot schade aan de volksgezondheid en samenleving en vormt een probleem in Nederland. Voorgesteld wordt om vooruitlopend op de toevoeging van lachgas aan de Opiumwet een verbodsbepaling op te nemen in de APV waardoor het college bepaalde gebieden binnen de gemeente aan kan wijzen waar het verboden is om lachgas te gebruiken. Argumenten
In de bijgevoegde ‘was/ wordt tabel’ treft u een artikelsgewijze toelichting op de voorgestelde wijzigingen/ toevoeging van de APV.
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 3
Kanttekeningen
Lachgas Gelet op de gezondheidsrisico’s rond het oneigenlijk gebruik van lachgas is het kabinetsvoornemen om in 2021 lachgas toe te voegen aan de Opiumwet. Hierdoor zal zowel bezit als handel landelijk verboden zijn. Het voorgestelde artikel vult deze landelijke wetgeving aan door gebruik te verbieden. Financiën
N.v.t. Communicatie
De wijzigingen zullen, na besluitvorming, gepubliceerd worden. Procedure
De wijzigingen zullen, na besluitvorming, gepubliceerd worden en treden de dag na publicatie in werking. Bijlagen
Wijzigingsbesluit APV Was/ wordt tabel Toelichting De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie
Het voorstel aan de raad is
Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen
Aanvaarde amendementen / moties
Pagina
3 van 3
RAADSBESLUIT Besluit
de voorgestelde wijzigingen van de APV van de gemeente Aalsmeer conform het wijzigingsbesluit van 19 januari 2021 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 maart 2021. De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte
1 Was wordt tabel.docx
Bijlage bij Wijziging APV Was/wordt tabellen In de tabel wordt eerst aangegeven welk artikel(onderdeel) wijzigt met daarbij een verwijzing naar het bijbehorende wijzigingsbesluit. In de linkerkolom (“WAS”) staat de bestaande tekst, waarbij de woorden en leestekens die wijzigen zijn onderstreept. In de rechterkolom (“WORDT”) staat de voorgestelde nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens zijn vetgedrukt. Onder elke voorgestelde wijziging staat een korte toelichting, soms voor een aantal artikelen samen. Was/ wordt lijst ten behoeve van de wijzigingen APV Aalsmeer Was Wordt Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg, achtste lid (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) 8. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
8. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Wordt Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, vijfde lid (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 2:24 Begripsbepaling, eerste lid, onder b (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
1b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder h van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
1b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;
Toelichting Correctie van de verwijzing naar artikel 160 van de Gemeentewet Was Wordt Artikel 2:25 Evenement, achtste lid én tiende lid (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) 8. In aanvulling op artikel 1:8 van deze verordening kan een vergunning voor vechtsportwedstrijden en gala's geweigerd worden als de natuurlijke personen
8. In aanvulling op artikel 1:8 van deze verordening kan een vergunning voor vechtsportwedstrijden en gala’s geweigerd worden als de natuurlijke personen
1
die het evenement organiseren van slecht levensgedrag zijn.
die het evenement organiseren in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.
10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting - Achtste lid: Aanpassing gelijk aan de formulering van slecht levensgedrag in artikel 2:28, derde lid, onder b - Tiende lid: Redactionele verbetering Was Wordt Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting, derde lid, onder b én zesde lid (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) 3b. de exploitant van de openbare inrichting in enig opzicht van slecht levensgedrag is; 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.
3b. de exploitant of de leidinggevende van de openbare inrichting in enig opzicht van slecht levensgedrag is; 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.
Toelichting - Derde lid, onder b: toevoeging van “leidinggevende”, waardoor een vergunning geheel of gedeeltelijk geweigerd kan worden als de leidinggevende (niet alleen de exploitant) in enig opzicht van slecht levensgedrag is. In de Drank- en Horecawet geldt deze eis reeds voor leidinggevende. Met deze wijziging wordt hierbij aangesloten. - Zesde lid: Redactionele verbetering Was Wordt Artikel 2:29 Sluitingstijd, tiende lid (artikel 1, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) 10. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
10. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 2:39 Speelgelegenheden, vierde lid (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Was Wordt Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal, derde lid (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
2
lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Toelichting Redactionele verbetering, evenals in lid 1 en 2 van dit artikel wordt ook ‘ een daarbij behorend erf’ benoemd. Toelichting Redactionele verbetering Nieuwe tekst Artikel 2:48a Lachgasverbod (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) 1. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 2. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het eerste lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Toelichting Recreatief gebruik van lachgas leidt tot schade aan de volksgezondheid en samenleving en vormt een probleem in Nederland. Voorgesteld wordt om vooruitlopend op de toevoeging van Lachgas aan de Opiumwet een verbodsbepaling op te nemen in de APV waardoor het college bepaalde gebieden binnen de gemeente aan kan wijzen waar het verboden is om lachgas te gebruiken. Dit is een aanvulling op de beoogde wijziging van de Opiumwet, waarin zowel handel als bezit wordt verboden.
Was Wordt Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister, vierde lid (Artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Nieuwe tekst Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1o. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2o. van een verandering van de onder 1o bedoelde adressen; 3o. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4o. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is. Toelichting
3
Het Wetboek van Strafrecht bevat enkele bepalingen die de bestrijding van heling op het oog hebben. De bestuurlijke aanpak van heling binnen de gemeente kan een belangrijke aanvulling vormen op het strafrechtelijk optreden. Om deze aanpak te versterken wordt dit artikel opgenomen met voorschriften die in het algemeen het gevaar voor heling beogen te voorkomen. Onder a, ten eerste Artikel 437ter, tweede lid, van het WvSr legt de handelaar de verplichting op de burgemeester of door hem aangewezen ambtenaren tevoren schriftelijk in kennis te stellen als hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt. De wetgever heeft afgezien van een regeling om de uitoefening van het opkopersbedrijf aan een voorafgaande toelating door het gemeentebestuur te binden. De aanmeldingsplicht is in onderdeel a, sub 1e, nader uitgewerkt. Onder a. ten tweede en derde Als zich wijzigingen in het adres of beroep van de handelaar voordoen, dient de burgemeester hiervan in kennis te worden gesteld. De politie kan hierdoor de registratie van de handelaren actueel houden. Onder a, ten vierde Hier spelen onder meer de omstandigheden waaronder het goed aan de handelaar wordt aangeboden en diens wetenschap zelf een rol. De inhoud van deze bepaling ligt dicht tegen die van artikel 437bis, eerste lid, van het WvSr aan. Hier is het echter de ondernemer die het initiatief moet nemen.
Deze bepaling kan niet in strijd worden geacht met de artikelen 160 en 161 van het WvSv. Onder b In artikel 437, eerste lid, onder c, van het WvSr wordt aan de daartoe aangewezen ambtenaar de bevoegdheid gegeven om inzage te hebben in het inkoopregister. De bevoegdheid tot inzage in het verkoopregister is niet aangegeven in het WvSr, zodat een regeling in de APV noodzakelijk is. Door de bevoegdheid tot inzage van het verkoopregister bij de daartoe aangewezen ambtenaar te leggen, kan deze ambtenaar zowel het inkoop als het verkoopregister inzien. Onder d Bij een regeling tot effectieve helingbestrijding mag een bepaling betreffende de vervreemding van door opkoop verkregen goederen niet ontbreken. Artikel 2:68, onder d, voorziet hierin. De bepaling sluit nauw aan op hetgeen bepaald is in artikel 437, eerste lid, onder d en f, van het WvSr. Daar is de handelaar of een voor hem handelend persoon die in strijd met een schriftelijke last van de burgemeester (of een vanwege hem gegeven last) bepaalde goederen vervreemdt, of niet in bewaring geeft, of die niet voldoet aan de daarbij gegeven aanwijzingen, strafbaar gesteld. In onderdeel d is gekozen voor een termijn van drie dagen, zodat de bedrijfsvoering van de handelaren niet al te zeer wordt belemmerd.
Was
Wordt
Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder, eerste lid, onder a (Artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) 1. De exploitant en/of de beheerder: 1. De exploitant en/of de beheerder: a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit a. staat niet onder curatele; de ouderlijke macht of de voogdij; Toelichting Door de inwerkingtreding van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregel (Stb. 2014/131) is niet langer sprake van ontheffing of ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij, maar van beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij. Dit deel uit artikel 3:5, eerste lid, onder a, is daarom geschrapt. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. (Voor de Drank- en Horecawet was één van de weigeringsgronden destijds ook dat degene die de vergunning aanvraagt niet uit het ouderlijk gezag mag zijn gezet. Dit vereiste is in 2015 vervallen.) Was Wordt Artikel 3:13 Weigeringsgronden, eerste lid (Artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit)
4
1.
De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien: a. de exploitant en/of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; d. het maximum aantal vergunningen, zoals bedoeld in artikel 3:4, derde en vierde lid, is bereikt.
1.
De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, geweigerd indien: a. de exploitant en/of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde; d. het maximum aantal vergunningen, zoals bedoeld in artikel 3:4, derde en vierde lid, is bereikt.
Toelichting De in het eerste lid genoemde weigeringsgronden dienen als aanvulling op de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8. Dat is in de aanhef tot uitdrukking gebracht.
Was
Wordt
Artikel 5:1 Begripsbepalingen (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in onder al, van het Reglement verkeersregels en artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; rolstoelen; Toelichting Redactionele verbetering Was Wordt Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke, vijfde lid (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 5.6 Kampeermiddelen e.a., vierde lid (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen, vierde lid (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Wordt Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen, zesde lid (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 5.14 Begripsbepaling, tweede lid, onder b (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
2b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
2b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22 van deze Verordening;
Toelichting Correctie van de verwijzing naar artikel 160 van de Gemeentewet Was Wordt Artikel 5.15 Ventverbod, derde lid (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) 3. Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 5.17 Begripsbepaling, tweede lid, onder a (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
6
2a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
2a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Toelichting Correctie van de verwijzing naar artikel 160 van de Gemeentewet Was Wordt Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden, vierde lid (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 5.32 Crossterreinen, eerste lid (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben
1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Toelichting Om (geluids-)overlast veroorzaakt door recreatief (dus niet ter voorbereiding op wedstrijden) crossen tegen te gaan, wordt voorgesteld om het crossen buiten wedstrijdverband aan het eerst lid van dit artikel toe te voegen. Was Wordt Artikel 5.36 Verboden plaatsen, vierde lid (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting Redactionele verbetering Was Artikel 6:1 Strafbepaling, tweede lid (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
2. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een
7
omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:12, eerste lid, en artikel 4:11, eerste lid. Toelichting In het vijfde lid van artikel 2:10 staat geen verbod. Hetzelfde geldt voor de verwijzing naar artikel 2:11. De tekst is daarom verduidelijkt door het verbod te duiden als omgevingsvergunningplichtige activiteit.
8
1 wijzigingsbesluit APV.docx
Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Aalsmeer
Zaaknummer: Z21-002574
De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 januari 2021; gelet op APV wijzigingen op het gebied van de openbare orde en veiligheid; gezien het raadsvoorstel van 4 maart 2021; besluiten: Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Aalsmeer wordt als volgt gewijzigd: A. In de artikelen 2:10, achtste lid, 2:29, tiende lid, 5:2, vijfde lid, 5:6, vierde lid, 5:8, vierde lid, 5:15, derde lid en 5:36, vierde lid wordt ‘Op de ontheffing’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een ontheffing’. B. In de artikelen 2.11, vijfde lid, 2.39, vierde lid, 5.13, zesde lid en 5.18, vierde lid wordt ‘Op de vergunning’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vergunning’. C. In artikel 2.24, eerste lid, onder b en artikel 5.17, tweede lid, onder a wordt ‘onder h van de Gemeentewet’ vervangen door ‘onder g van de Gemeentewet. D. Artikel 2.25 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het achtste lid wordt ‘slecht levensgedrag’ vervangen door ‘in enig opzicht van slecht levensgedrag’. 2. In het tiende lid wordt ‘Op de vergunning’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vergunning’. E. Artikel 2.28 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid, onder b wordt ‘de exploitant’ vervangen door ‘de exploitant of de leidinggevende’. 2. In het zesde lid wordt ‘op de vergunning’ vervangen door ‘op de aanvraag om een vergunning’.
Pagina
2 van 3
F. In artikel 2:42, derde lid wordt na ‘in de woning of het lokaal’ ingevoegd ‘of een daarbij behorend erf’. G. Na artikel 2.48 wordt het volgende artikel toegevoegd: Artikel 2:48a Lachgasverbod 1.
2.
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het eerste lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
H. In artikel 2.67, vierde lid wordt ‘Op de vrijstelling’ vervangen door ‘Op de aanvraag om een vrijstelling’. I. Na artikel 2:67 wordt het vervallen artikel 2:68 vervangen door: De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1o. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2o. van een verandering van de onder 1o bedoelde adressen; 3o. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4o. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
J. In artikel 3:5, eerste lid onder a wordt “staat niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij” vervangen door “staat niet onder curatele”.
K. In artikel 3:13, eerste lid wordt “De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien” vervangen door “De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, geweigerd indien”.
Pagina
3 van 3
L. In artikel 5:1, aanhef en onder a, wordt ‘voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;’ vervangen door ‘voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen;’ M. In artikel 5.14, tweede lid, onder b wordt ‘onder h van de Gemeentewet of artikel 5:22’ vervangen door ‘onder g van de Gemeentewet of artikel 5:22 van deze verordening. N. In artikel 5.32, eerste lid wordt na ‘met een motorvoertuig of een bromfiets’ ingevoegd ‘te crossen buiten wedstrijdverband’.
O. Artikel 6:1, tweede lid wordt als volgt gewijzigd: In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:12, eerste lid, en artikel 4:11, tweede lid.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 maart 2021.
De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte
1 Toelichting wijziging APV.docx
Bijlage bij Wijziging APV Aalsmeer Toelichting Algemeen Het besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Aalsmeer kent twee soorten wijzigingen: 1. 2.
noodzakelijke wijzigingen op het gebied van openbare orde en veiligheid met het doel om effectiever op te kunnen treden; wijzigingen naar aanleiding van de herziening van de Model APV vanuit de VNG. Elk jaar publiceert de VNG een aanpassing waarin het overgrote deel tekstueel of wetstechnisch van aard is. Aanleiding voor de aanpassingen van het Model zijn ontwikkelingen in de rechtspraak, wetswijzigingen en tips, verzoeken en opmerkingen van gemeenten.
Zie ook de onderstaande artikelsgewijze toelichting: Artikel I, onderdelen A, B, D, F, H, J, K, L, M, N en O In deze onderdelen worden geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen gedaan die grotendeels voor zich spreken, zodat zij geen afzonderlijke toelichting behoeven. Artikel I, onderdeel C In dit onderdeel is de verwijzing naar landelijke wetgeving aangepast. Artikel I, onderdeel E In dit onderdeel wordt de weigeringsgrond van slecht naleefgedrag ook van toepassing op de leidinggevende van de openbare inrichting, waardoor een vergunning geheel of gedeeltelijk geweigerd kan worden als de leidinggevende (niet alleen de exploitant) in enig opzicht van slecht levensgedrag is. In de Drank- en Horecawet geldt deze eis reeds voor leidinggevenden. Met deze wijziging wordt hierbij aangesloten. Artikel I, onderdeel G Recreatief gebruik van lachgas leidt tot schade aan de volksgezondheid en samenleving en vormt een probleem in Nederland. Met de toevoeging van dit nieuwe artikel wordt vooruitlopend op de toevoeging van lachgas aan de Opiumwet een verbodsbepaling opgenomen in de APV, waarmee het college bepaalde gebieden binnen de gemeente aan kan wijzen waar het verboden is om lachgas te gebruiken. Dit is een aanvulling op de beoogde wijziging van de Opiumwet, waarin zowel handel als bezit wordt verboden.
Artikel I, onderdeel I Het Wetboek van Strafrecht bevat enkele bepalingen die de bestrijding van heling op het oog hebben. De bestuurlijke aanpak van heling binnen de gemeente kan een belangrijke aanvulling vormen op het strafrechtelijk optreden. Om deze aanpak te versterken wordt dit artikel opgenomen met voorschriften die in het algemeen het gevaar voor heling beogen te voorkomen. Onder a, ten eerste Artikel 437ter, tweede lid, van het WvSr legt de handelaar de verplichting op de burgemeester of door hem aangewezen ambtenaren tevoren schriftelijk in kennis te stellen als hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt. De wetgever heeft afgezien van een regeling om de uitoefening van het opkopersbedrijf aan een voorafgaande toelating door het gemeentebestuur te binden. De aanmeldingsplicht is in onderdeel a, sub 1e, nader uitgewerkt. Onder a. ten tweede en derde Als zich wijzigingen in het adres of beroep van de handelaar voordoen, dient de burgemeester hiervan in kennis te worden gesteld. De politie kan hierdoor de registratie van de handelaren actueel houden. Onder a, ten vierde Hier spelen onder meer de omstandigheden waaronder het goed aan de handelaar wordt aangeboden en diens wetenschap zelf een rol. De inhoud van deze bepaling ligt dicht tegen die van artikel 437bis, eerste lid, van het WvSr aan. Hier is het echter de ondernemer die het initiatief
1
moet nemen. Deze bepaling kan niet in strijd worden geacht met de artikelen 160 en 161 van het WvSv. Onder b In artikel 437, eerste lid, onder c, van het WvSr wordt aan de daartoe aangewezen ambtenaar de bevoegdheid gegeven om inzage te hebben in het inkoopregister. De bevoegdheid tot inzage in het verkoopregister is niet aangegeven in het WvSr, zodat een regeling in de APV noodzakelijk is. Door de bevoegdheid tot inzage van het verkoopregister bij de daartoe aangewezen ambtenaar te leggen, kan deze ambtenaar zowel het inkoop als het verkoopregister inzien. Onder d Bij een regeling tot effectieve helingbestrijding mag een bepaling betreffende de vervreemding van door opkoop verkregen goederen niet ontbreken. Artikel 2:68, onder d, voorziet hierin. De bepaling sluit nauw aan op hetgeen bepaald is in artikel 437, eerste lid, onder d en f, van het WvSr. Daar is de handelaar of een voor hem handelend persoon die in strijd met een schriftelijke last van de burgemeester (of een vanwege hem gegeven last) bepaalde goederen vervreemdt, of niet in bewaring geeft, of die niet voldoet aan de daarbij gegeven aanwijzingen, strafbaar gesteld. In onderdeel d is gekozen voor een termijn van drie dagen, zodat de bedrijfsvoering van de handelaren niet al te zeer wordt belemmerd.
Artikel I, onderdeel J Door wijziging van landelijke wetgeving is een onderdeel van dit artikel niet langer van toepassing. Artikel I, onderdeel N Door de toevoeging wordt geluidsoverlast door crossen buiten wedstrijdverband ook tegengegaan.
2