CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 17 januari 2023, gemeente aalsmeer31.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

pagina

24.3.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 24.3.3 Afwijken van de regels Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 24.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 24.3.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 23.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien.

24.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 24.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 24.2 onder d sub IV bij vervanging van de bestaande ark indien: a. er dienen zwaarwegende gronden zijn om af te wijken van de voorgeschreven maatvoering; b. de maximaal afwijkende afmetingen van de woonark dient niet meer te bedragen dan de afwijkende afmetingen van woonark op Oosteinderweg 377a ws3 zoals opgenomen in artikel onder 24.2 e. III. 24.5 Specifieke gebruiksregels 24.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een woonark voor permanente bewoning; b. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning; c. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor recreatief nachtverblijf; d. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens anders dan woonarken; e.

voor het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; g. als opslag-, laad- en/of losplaats ten behoeve van handelsdoeleinden; h. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

Artikel 25

Wonen

25.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; b. tuinen en erven; met de daarbij behorende: c. bouwwerken; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de bestemming; f. groenvoorzieningen. 25.2 Bouwregels 25.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding is één woning toegestaan; b. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. de inhoud van de woningen aan de Mr. Jac. Takkade en woningen die niet direct ontsloten worden op de openbare weg mag niet meer dan 450 m3 bedragen; e. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; f. bij woningen mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: I.

voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw, de afstand tot de zijkant van het dak meer dan 1 meter en de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; II. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; III.de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; IV. de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; V. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten. h. gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; i. de regels onder a. tot en met h. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels. 25.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a.

behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels; b. de regels onder a. vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels. 25.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; c. de regels onder a. vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels. 25.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 25.4 Voorwaarden m.b.t.

het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 25.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 25.4.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 25.4.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 25.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of:

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid. 25.4.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 25.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 25.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 25.5 Specifieke gebruiksregels 25.5.1 Aan-huis-gebonden beroep en of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e.

het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 25.5.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; b. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; c. het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; d. het gebruik ten behoeve van het kamperen; e. het gebruik ten behoeve van detailhandel; f. het gebruik ten behoeve van horeca; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

Artikel 26

Wonen - Lintbebouwing

26.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woongebouwen, al dan niet in combinatie met uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf; b. tuinen en erven; alsmede: c. ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel' is het bestaande detailhandelbedrijf toegestaan; d. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijf' is bedrijfsuitoefening toegestaan overeenkomstig de bedrijfscategorieën 1 en 2 als aangegeven in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 van deze planregels, met uitzondering van: I. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; II. bedrijfsactiviteiten die vallen onder het besluit externe veiligheid inrichtingen; III.groothandelsbedrijven; e. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' is laagdynamische opslag toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte' is een praktijkruimte toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding 'tuinbouw' is de uitoefening van een tuinbouwbedrijf toegestaan; met de daarbij behorende: h. bouwwerken; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. openbare nutsvoorzieningen; l. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen ten dienste van de woonbestemming en de achtergelegen agrarische percelen.

26.2 Bouwregels 26.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 26.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 26.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het aantal bestaande woningen zoals aanwezig op het moment van terinzageligging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vermeerderd; b. oorspronkelijke hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd; c. per bouwperceel mag maximaal één woning worden gerealiseerd bij een minimale perceelsbreedte van 25 meter of indien de perceelbreedte minimaal 40 meter bedraagt maximaal twee aanéén gebouwde woningen; d. de maximum bouwdiepte van een oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 15 meter; e. de voorgevelbreedte van het oorspronkelijk hoofdgebouw mag niet meer dan 12 meter bedragen en van een twee-onder-een-kapwoning niet meer dan 10 meter per woning; f. de voorgevelbreedte van het hoofdgebouw bij een perceelsbreedte vanaf 30 meter mag niet meer bedragen dan 15 meter; g. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in dan wel niet meer dan 5 meter achter de naar de openbare weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd;

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

h. de goot- en bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' mag niet worden overschreden; i. de maximale goothoogte mag per dakvlak voor maximaal 30% worden doorsneden; j. de dakhelling van een hoofdgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken; k. de afstand van het oorspronkelijk hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient niet minder dan 3 meter te bedragen bij elke vrijstaande zijgevel; l. de afstand van een hoofdgebouw tot bedrijfsbebouwing bedraagt tenminste 14 meter; m. bij woningen met een kap mag een dakkapel worden gerealiseerd, met dien verstande dat: I. voor zover gelegen op het dakvlak aan de straatzijde of op het dakvlak aan de zijde van de zijtuin, de dakkapel niet breder mag zijn dan de helft van de breedte van het dakvlak van het hoofdgebouw, de afstand tot de zijkant van het dak meer dan 1 meter en de hoogte, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer dan 1,5 meter mag bedragen; II. voor zover gelegen op het dakvlak aan de achtertuinzijde, de zijkanten van de dakkapel op meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; III.de bovenzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter onder de noklijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; IV.

de onderzijde van de dakkapel ten minste 0,5 meter en niet meer dan 1 meter boven de gootlijn van het dakvlak wordt gerealiseerd; V. per dakvlak meerdere dakkapellen zijn toegestaan indien de dakkapellen op dezelfde bouwlaag worden gerealiseerd en deze dakkapellen tezamen voldoen aan de hiervoor opgenomen breedte- of afstandsmaten; j. gebouwde parkeervoorzieningen onder het hoofdgebouw zijn niet toegestaan; k. de regels onder a. tot en met j. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels. 26.2.3 Bedrijfsgebouwen ten behoeve van tuinbouw Binnen het kader van de bestemmingsomschrijving als gegeven onder 26.1 onder g. gelden ter plaatse van de aanduiding 'tuinbouw' de volgende regels: a. het bestaande bedrijfsgebouw, zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, is toegestaan; b. herbouw met dezelfde afmetingen is toegestaan. 26.2.4 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken van het hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. behoudens vergunningvrije bouwwerken conform de thans geldende regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen, zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Indien de regelgeving ten aanzien van vergunningvrij bouwen gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels; b.

de regel onder a. vindt toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels. 26.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van gemetselde penanten in het voorerfgebied mag niet meer dan 2 meter bedragen;

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

c. de breedte en bouwhoogte van een toegangspoort in het voorerfgebied die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelscheiding, of die geplaatst wordt tussen een groene erfafscheiding, mag niet meer bedragen dan 4 respectievelijk 2 meter; d. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; e. per woonperceel is één (duiker)brug toegestaan; f. de breedte van (duiker)bruggen ten behoeve van een in- of uitrit naar of van een perceel met de bestemming 'Wonen - Lintbebouwing' mag maximaal 4 meter bedragen; g. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 6 meter; h. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; i. de regel onder a. tot en met h. vinden toepassing met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.1 van deze planregels. 26.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de sociale veiligheid; b. de verkeersveiligheid; c. de waterhuishouding; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding; e. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, en de landschappelijke inrichting; f. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 26.4 Voorwaarden m.b.t.

het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 26.4.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform het thans geldend beleid 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging van deze regels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 26.4.2 Laden en of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 26.4.3 Afwijken parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 26.4.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a.

de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft, of: b. met de verwezenlijking van het bouwplan een bijzonder gemeentelijk belang is gemoeid.

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

26.4.4 Afwijken van de regels voor laden en of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 26.4.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 26.4.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 26.5 Afwijken van de bouwregels 26.5.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.2.2 van dit artikel voor het toestaan van een grotere voorgevelbreedte ingeval een blokje tweekappers wordt vervangen door één vrijstaande woning met dien verstande dat de voorgevelbreedte maximaal 15 meter mag bedragen en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens in ieder geval 3 meter. 26.5.2 Erkers Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.2.2 ten behoeve van bouwen van een aan- en/of uitbouw aan de voorgevel (erker), met dien verstande dat: a.

deze afwijkingsbevoegdheid alleen mag worden toegepast indien de diepte van de betreffende voortuin 2,5 meter of meer bedraagt; b. de maximum diepte van de erker 1 meter bedraagt; c. de maximum breedte van de erker 3/5 deel van de voorgevelbreedte van de woning bedraagt; d. de bouwhoogte van de erker niet hoger is dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van de woning; e. de erker bedoeld is om de woonkamer of de keuken te vergroten. 26.6 Specifieke gebruiksregels 26.6.1 Aan-huis-gebonden beroep en of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf niet groter is dan 30% van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame; e. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; f. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; g. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen.

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

26.6.2 Bedrijf Ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijf' is het specifieke gebruik door een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 26.6.1 onder b. en d. niet van toepassing is. 26.6.3 Detailhandel Ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel' is het gebruik door het detailhandelbedrijf dat op het moment van tervisielegging van dit bestemmingsplan als zodanig aanwezig was toegestaan. 26.6.4 Laag dynamische opslag Ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' is het specifieke gebruik door een bedrijf dat is gericht op de laagdynamische opslag van goederen anders dan ten behoeve van de agrarische bedrijfsuitoefening toegestaan, met dien verstande dat: a. de opslag uitsluitend mag plaatsvinden binnen de bedrijfsgebouwen zoals die ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan aanwezig waren; b. extramurale opslag, alsmede opslag van brand- en explosiegevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, gasflessen en verf, niet is toegestaan; c. het ter plaatse verhandelen van goederen niet is toegestaan. 26.6.5 Tuinbouw Ter plaatse van de functieaanduiding 'tuinbouw' is het specifieke gebruik door het tuinbouwbedrijf dat op het moment van tervisielegging van dit bestemmingsplan als zodanig aanwezig was toegestaan.

26.6.6 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden en bouwwerken, strijdig met de bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning; a. het plaatsen of geplaatst hebben van onderkomens; b. het opslaan van goederen, stoffen, producten of materialen en materieel, waarvan de aanwezigheid voor de realisering of handhaving van de in lid 1 genoemde bestemming niet noodzakelijk is, dan wel kan worden geacht noodzakelijk te zijn; c. het gebruik ten behoeve van het kamperen; d. het gebruik ten behoeve van detailhandel met uitzondering van artikel 26.6.3; e. het gebruik ten behoeve van horeca; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting. 26.7 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.1 van dit artikel voor het vestigen van een bed and breakfast accommodatie in het hoofdgebouw indien voldaan wordt aan de regels voor bed and breakfast uit het thans geldende beleid 'Beleidsregels planologische afwijkingen gemeente Aalsmeer'. 26.8 Wijzigingsbevoegdheid 26.8.1 Nieuwe woning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd extra woningen toe te staan ten opzichte van het bepaalde in 26.2.2 sub a, met dien verstande dat: a.

bij een vrijstaande woning de perceelsbreedte minimaal 25 meter dient te bedragen;

vastgesteld regels Oosteinderweg 2020

pagina

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=28873d83-ad80-4f90-97c8-129cb92f5ca0