Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - 1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend van 17 januari 2023
0.1
Afsprakenlijst gecombineerde oordeelsvormende commissie Ruimte en Maatschappij en Bestuur AFSPRAKENLIJST Gecombineerde oordeelsvormende Commissie Ruimte en Maatschappij en Bestuur 17-01-2023.pdf
1 2
Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Vaststelling van de agenda Agenda Oordeelsvormende commissie M&B en R 17-01-2023 na beeldvormende commissie.doc
3 4
Mededelingen van het college Herstelbesluit bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van het herstelbesluit is uitvoering te geven aan de uitspraak van de Raad van State van 13 juli 2022 door het gebrek in het bestreden vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ te herstellen door het vaststellen van een andere planregeling ter plaatse van het perceel Oosteinderweg 66a. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 2 februari 2023.
20221129 B&W besluit inzake herstelbesluit bestemmingsplan Oosteinderweg 2020.pdf Raadsvoorstel Herstelbesluit BP Oosteinderweg 2020.docx 20230109 Planregels NL.IMRO.0358.14-VG03_Oosteinderweg 2020.pdf Inhoudsopgave bijlagen regels.Pdf.pdf Bijlage 1 Regels Staat van Bedrijfsactiviteiten.pdf Bijlage 2 Regels Lijst afwijkende maatvoering woonarken.pdf Bijlage 3 Regels Rekenmethode molenbiotoop.pdf Plantoelichting BP Oosteinderweg 2020.Pdf.pdf Inhoudsopgave bijlagen toelichting.Pdf.pdf Bijlage 1 Nota van Inspraak en Vooroverleg anoniem.pdf Bijlage 2 Toelichting Wezenlijke kenmerken en waarden.pdf Bijlage 3 Toelichting Omschrijving beschermd dorpsgezicht .pdf Bijlage 4 Toelichting Archeologische waardevolle gebieden.pdf Bijlage 5 Toelichting LIB art 2.2.2.pdf Bijlage 6 Toelichting LIB art 2.2.2a.pdf Bijlage 7 Toelichting LIB art 2.2.3.pdf Bijlage 8 Printversie toelichting BP Oosteinderweg 2020.Pdf.pdf Bijlage 9 Printversie 20230109 Planregels NL.IMRO.0358.14-VG03_Oosteinderweg 2020.pdf Bijlage 10 Printversie NL.IMRO.0358.14.VG02 BLAD 1 na uitspraak RvS.pdf Bijlage 10 Printversie NL.IMRO.0358.14-VG01-20210331 BLAD1.pdf Bijlage 11 Printversie NL.IMRO.0358.14-VG01-20210331 BLAD2.pdf Bijlage 11 Printversie NL.IMRO.0358.14-VG02 BLAD2 na uitspraak RVS.pdf Bijlage 12 Printversie NL.IMRO.0358.14-VG01-20210331 BLAD3.pdf Bijlage 12 Printversie NL.IMRO.0358.14-VG02 BLAD3 na uitspraak RvS.pdf
Bijlage 13 Uitspraak RvS Bestemmingsplan Oosteinderweg 2020_220713.pdf Bijlage 13 plantoelichting Uitspraak RvS Bestemmingsplan Oosteinderweg 2020.pdf Planverbeelding BP Oosteinderweg 2020 blad 1.pdf Planverbeelding BP Oosteinderweg 2020 blad 2.pdf
Planverbeelding BP Oosteinderweg 2020 tpv huisnr. 66a.pdf 20230110 Memo 01 Beantwoording aanvullende vragen over herstelbesluit BP Oosteinderweg 2020 uit de gecomb. cie R en M&B van 20-12-2022.pdf 20230115 Nagekomen inspreekreactie omwonenden Oosteinderweg 66.pdf 5
Second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage Portefeuillehouder: L.B. Kabout Tijdens de oordeelsvormende commissie Ruimte van 13 september 2022 is door de commissie gevraagd om een second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage. De rapportage second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage ligt nu voor ter bespreking door de commissie. Zodoende is er eerst alle gelegenheid voor het stellen van vragen over dit onderwerp. Daarna volgt een eventuele schorsing en vervolgens het oordeelsvormende deel in twee termijnen. Voorgesteld wordt het onderwerp Bestemmingsplan Westeinderhage te agenderen voor de raadsvergadering van 2 februari 2023. 20230111 Raadsbrief inzake second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage.pdf P2236R01D1 Second Opinion ontsluiting Westeinderhage Kudelstaart.pdf
6
Luchtvaartzaken Dit is een terugkerend agendapunt. Het doel van dit agendapunt is dat fracties of de portefeuillehouder Schiphol onderwerpen beeldvormend ter bespreking kunnen aandragen op het gebied van Schiphol en overlast van het vliegverkeer. Onderwerpen vooraf aanmelden bij de griffie 20230112 Memo 02 raad position paper Schiphol.pdf
7 8
Vragenkwartier Sluiting
AFSPRAKENLIJST GECOMBINEERDE OORDEELSVORMENDE COMMISSIE RUIMTE EN MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR D.D. 17 JANUARI 2023 OORDEELSVORMENDE COMMISSIE R EN M&B Aanwezig: Voorzitter: de heer D.G. van der Zwaag Griffier: de heer O.F. Matheijsen Leden: AA : de dames C. van Hilst-Dekker, G. Holtrop, J. Keessen, D.M. Prent Bouten en L.J. Lucke en de heren D.J. Biesheuvel en W.T.J.M. Koster CDA : de dames T. van der Meer en A.M. Harte-Fokker en de heren M.P. Buskermolen, P.F. van den Nouland, D. van Willegen, G.J.H. Winkels en B.P. Adema VVD : de dames M. Vleghaar, E.S.I. Mijwaart en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J.G.E. Bouwmeester, J. de Vries en E.P. Abbenhuës D66 : mevrouw M.J. Geisler en de heren S.J.R. de Vries en J. van der Tol GroenLinks : mevrouw P. Lakerveld en de heer R.P. Fransen PvdA : mevrouw L. Eveleens-van Andel en de heren J.H. Buisma en F.A. Nisters Portefeuillehouders: de heren D. Kuin, L.B. Kabout, R.K. van Rijn en W. Kikkert Tijd 20.00
Agenda punt 1.
Onderwerp Opening door de voorzitter, de heer D.G. van der Zwaag
20.02
2.
Vaststelling van de agenda
Afspraak
De heer Van den Nouland (CDA) verzoekt het onderwerp ‘Luchtvaart-
zaken’ van de agenda te halen omdat de fractie meer tijd nodig heeft om de notitie te bespreken. De overige fracties kunnen zich hierin vinden. De heer Fransen (GL) vraagt wel aandacht voor het tijdig afhandelen van de subsidieaanvraag van RBV. Tevens wordt voorgesteld het onderwerp ‘Regionale samenwerking’ toe te voegen aan de agenda. Met inachtneming van bovenstaande wordt de agenda gewijzigd vastgesteld,
20.05
3.
Mededelingen van het college
Er zijn geen mededelingen van het college.
4.
Herstelbesluit bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ Portefeuillehouder: L.B. Kabout
Door naar de raadsvergadering van 0202-2023 als behandelstuk
Toezegging: 1.De reactie op de inspreekreactie, welke maandag 16 januari 2023 is ontvangen, wordt toegestuurd aan de raadsleden; 2.Inschatting wordt gemaakt inzake: a.mogelijke consequenties (planschade) bij het niet accorderen van het gevraagde besluit wordt gedeeld met de gemeenteraad; b.kosten voor gemeente bij verder procederen door omwonenden. 20.45
5.
Second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage Portefeuillehouder: L.B. Kabout
De commissie heeft zich nog geen oordeel kunnen vormen over de second opinion.
Insprekers zijn de heren Philippa en Kok. Toezegging: 1.De commissie kan op een later moment in gesprek met de verkeerskundige die het rapport heeft opgesteld, zowel op de inhoud als op het proces van de Second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage. 2.Door het college vindt nog een check plaats op de status van de second opinion in relatie tot het bestemmingsplan Westeinderhage,
Na afronding van toezegging 2 zal het volledige pakket Bestemmingsplan Westeinderhage met bijlagen, worden voorgelegd aan de agendacommissie.
21.40
6.
Luchtvaartzaken
Dit agendapunt is van de agenda gehaald.
7.
Vragenkwartier
Er zijn geen vragen ingediend voor het vragenkwartier
8.
Regionale samenwerking
Er zijn geen mededelingen inzake de regionale samenwerking.
9.
Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 21.40 uur
2 Vaststelling van de agenda 1 Agenda Oordeelsvormende commissie M&B en R 17-01-2023 na beeldvormende commissie.doc
AGENDA VOOR DE GECOMBINEERDE VERGADERING VAN DE COMMISSIE RUIMTE EN MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op dinsdag 17 januari 2023, 20.00 uur OORDEELSVORMEND Doel van oordeelsvormende bespreking is dat de raadsfracties de voor- en nadelen van het voorgestelde raadsbesluit hebben verkend en afgewogen en dat het inzichtelijk is voor de commissie aan welke voorwaarden het besluit moet voldoen voor een fractie om hier mee in te kunnen stemmen.
Tijd 20.00
Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Ruimte, de heer D.G. van der Zwaag Griffier: O.F. Matheijsen
20.02
2.
Vaststelling van de agenda
3.
Mededelingen van het college
4.
Herstelbesluit bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ Portefeuillehouder: L.B. Kabout Het doel van het herstelbesluit is uitvoering te geven aan de uitspraak van de Raad van State van 13 juli 2022 door het gebrek in het bestreden vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ te herstellen door het vaststellen van een andere planregeling ter plaatse van het perceel Oosteinderweg 66a.
20.05
Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 2 februari 2023. 20.35
5.
Second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage Portefeuillehouder: L.B. Kabout Tijdens de oordeelsvormende commissie Ruimte van 13 september 2022 is door de commissie gevraagd om een second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage. De rapportage second opinion verkeersonderzoek ontsluiting Westeinderhage ligt nu voor ter bespreking door de commissie. Zodoende is er eerst alle gelegenheid voor het stellen van vragen over dit onderwerp. Daarna volgt een eventuele schorsing en vervolgens het oordeelsvormende deel in twee termijnen. Voorgesteld wordt het onderwerp Bestemmingsplan Westeinderhage te agenderen voor de raadsvergadering van 2 februari 2023.
21.35
6.
Luchtvaartzaken Dit is een terugkerend agendapunt. Het doel van dit agendapunt is dat fracties of de portefeuillehouder Schiphol onderwerpen beeldvormend ter bespreking kunnen aandragen op het gebied van Schiphol en overlast van het vliegverkeer. Onderwerpen vooraf aanmelden bij de griffie Wethouder Kuin bereidt een gespreksnotitie voor inzake Schiphol; deze notitie wordt na 10 januari 2023 toegevoegd aan de vergaderstukken.
22.35
7.
Vragenkwartier
22.50
8.
Sluiting
4 Herstelbesluit bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' 1 20221129 B&W besluit inzake herstelbesluit bestemmingsplan Oosteinderweg 2020.pdf
1 Raadsvoorstel Herstelbesluit BP Oosteinderweg 2020.docx
RAADSVOORSTEL
Raadsvoorstel nr Datum B&W-besluit
Portefeuillehouder
29 november 2022
Afdeling
wethouder mr. L.B. Kabout
Stedelijke Ontwikkeling
Behandelend ambtenaar (voor technische vragen) Voor de vergadering van raad d.d.
2 februari 2023
Ramses Luijendijk 4183 r.luijendijk@amstelveen.nl
Ruimte en Economie 3 (beeldvormend) en 17 januari 2023
Behandelen in de raadscommissie op
Onderwerp
Herstelbesluit bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' Gevraagd besluit
1. 2.
3.
4.
Kennis te nemen van de uitspraak van de Raad van State op het beroep tegen het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’; het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0358.14-VG03 voor zover betrekking hebbend op de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – dierenopvang’ voor het perceel Oosteinderweg 66a vast te stellen; te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 27 oktober 2017; op grond van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen.
WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
Uitvoering geven aan de uitspraak van de Raad van State d.d. 13 juli 2022 door het gebrek in het bestreden vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ te herstellen door het vaststellen van een andere planregeling ter plaatse van het perceel Oosteinderweg 66a. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Het nemen van een herstelbesluit over het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’, voor zover betrekking hebbend op de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – dierenopvang’ voor het perceel Oosteinderweg 66a, door uw gemeenteraad. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
Programma 5: Ruimtelijke Ordening Aanleiding
Op 4 maart 2021 heeft uw gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ gewijzigd vastgesteld. Hiertegen zijn beroepschriften ingediend. De Raad van State heeft uitspraak gedaan in de beroepen tegen het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’. Eén van de beroepschriften is gegrond verklaard. De Raad van State was van mening dat uw gemeenteraad in haar besluit onvoldoende heeft gemotiveerd dat met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch –
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 4
dierenopvang’ op het perceel Oosteinderweg 66a een goed woon- en leefklimaat voor omliggende woningen geborgd was. Gevolg van de uitspraak is dat een functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - dierenopvang’ op het perceel Oosteinderweg 66a (die eenmalig voorkomt) is vernietigd wegens een motiveringsgebrek. Het bestemmingsplan, met uitzondering van deze functieaanduiding, is door deze uitspraak onherroepelijk geworden. De Raad van State draagt uw gemeenteraad op ten aanzien van het vernietigde deel binnen 20 weken een nieuw besluit te nemen. Dit is een termijn van orde. Argumenten
Ad. 2 Herstelbesluit bestemmingsplan De functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - dierenopvang’ op het perceel Oosteinderweg 66a voorziet in de mogelijkheid een dierenopvang te realiseren. Deze aanduiding vloeide voort uit de voorgaande bestemming, de vergunde hondenkennel en de wens van de eigenaar deze functie/mogelijkheid te handhaven. Uw gemeenteraad heeft in haar vaststellingsbesluit van 4 maart 2021 ten aanzien van deze functieaanduiding de richtafstanden van de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ aangehouden. Daarin is voor geluid een richtafstand van 100 meter vermeld buiten stedelijk gebied. In ‘gemengd gebied’ geldt een richtafstand van 50 meter. Uw raad heeft zich terecht op het standpunt mogen stellen dat gelet op de aanwezige bedrijvigheid in de omgeving het hier om ‘gemengd gebied’ gaat. In verband daarmee heeft uw raad verder het standpunt mogen innemen dat als gewaarborgd is dat de afstand tot het dichtstbijzijnde bouwvlak met een woonbestemming op een ander perceel minimaal deze 50 meter bedraagt, in zoverre sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. In het meest ongunstige geval bedraagt de afstand tot het dichtstbijzijnde bouwvlak met een woonbestemming ongeveer 45 meter. Uitgaande van de VNG-brochure is een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden in dat geval niet gewaarborgd.
In overleg met de eigenaar zijn twee oplossingen voorgelegd op welke wijze dit motiveringsgebrek hersteld kan worden: 1. Motiveren dat het gebruik als dierenopvang binnen de vastgestelde omvang en locatie van de functieaanduiding voor omwonenden een goed woon- en leefklimaat zal garanderen; 2. De functieaanduiding voor wat betreft omvang en locatie aanpassen zodat zal worden voldaan aan de richtafstand van 50 meter uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’. In de huidige situatie wordt geen dierenopvang bedreven. Bij de motivering moet dus worden uitgegaan van een maximale invulling met standaard voorkomende werkzaamheden voor een dierenopvang. Er dient hierbij ook onderzoek naar potentiele hinder te worden gedaan. In overleg heeft de eigenaar aangegeven voorkeur te hebben voor oplossing 2. Hierbij wordt de noordelijke begrenzing van het aanduidingsvlak verschoven waardoor de afstand van de functieaanduiding tot het dichtstbijzijnde bouwvlak met woonbestemming minimaal 50 meter bedraagt. Het herstelbesluit heeft alleen betrekking op de planverbeelding voor zover het gaat om de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - dierenopvang’. Hiermee kan een goed woon- en leefklimaat worden geborgd en kan worden voldaan aan de uitspraak. Ad.
3 Wettelijke procedure en ter inzagelegging Het bestemmingsplan is conform de verplichte standaarden van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 opgesteld. Op grond van artikel 1.2.4. van het Bro moet in het vaststellingsbesluit ook bepaald worden van welke ondergrond gebruik is gemaakt. Voor het voorliggende bestemmingsplan is dat de ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van 27 oktober 2017. Ad. 4 Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld Het bestemmingsplan voor Oosteinderweg 2020, voorzover betrekking hebbend op het te herstellen onderdeel, maakt geen bouwwerken mogelijk die behoren tot de categorieën van bouwwerken
Pagina
3 van 4
waarvoor in het Besluit ruimtelijke ordening een exploitatieplan is voorgeschreven. In dit geval kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. Een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening geldt derhalve niet als voorwaarde voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Kanttekeningen
Geen Financiën
De uitspraak van de Raad van State heeft tot gevolg dat uw raad aan de appellant van het beroep dat gegrond is verklaard het griffierecht (a €180,-) voldoet. Voor deze kosten evenals de kosten voor dit herstelbesluit zijn geen aanvullende middelen benodigd. Communicatie
Het herstelde vaststellingsbesluit zal kenbaar worden gemaakt aan de partijen die betrokken zijn bij het gegrond verklaarde beroep tegen het bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020’. Het besluit zal ter inzage worden gelegd. Hiervan zal kennis worden gegeven in het digitale Gemeenteblad. Eveneens zal dit worden gepubliceerd in de Nieuwe Meerbode. Het herstelde bestemmingsplan zal digitaal beschikbaar worden gesteld via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) en de gemeentelijke viewer RO-Publiceer. Procedure
De Raad van State heeft de gemeenteraad met toepassing van art. 8.72 lid 4 opgedragen binnen 20 weken na de datum van de uitspraak een nieuw besluit te nemen over het vernietigde onderdeel van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’. Gezien de gegeven termijn, is het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure in afdeling 3.4 Awb niet nodig. Het besluit dient op wettelijk voorgeschreven wijze bekend te worden gemaakt. Tegen dit besluit staat beroep open. Het beroep kan alleen worden gericht tegen de in het bestemmingsplan herstelde onderdeel. Bijlagen
- Uitspraak Raad van State d.d. 13 juni 2022 (als bijlage 13 van de plantoelichting) - Bestemmingsplanverbeelding ter plaatse van Oosteinderweg 66a (oud en nieuw); - Bestemminsplanverbeelding (alleen digitaal) *; - Bestemmingsplanregels (alleen digitaal) *; - Bestemmingsplantoelichting (alleen digitaal) *; - Bijlagen bij toelichting (alleen digitaal) *. * De regels, toelichting, bijlagen en planverbeelding (m.u.v. de herstelde aanduiding) zijn hetzelfde als destijds door uw raad op 4 maart 2021 zijn vastgesteld. Deze stukken liggen nu niet opnieuw ter besluitvorming voor.
De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
BEHANDELING RAAD
Pagina
4 van 4
Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie
Het voorstel aan de raad is
Aanvaarde amendementen / moties
Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen
RAADSBESLUIT Besluit
1. 2.
3.
4.
Kennis te nemen van de uitspraak van de Raad van State op het beroep tegen het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’; het bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0358.14-VG03 voor zover betrekking hebbend op de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – dierenopvang’ voor het perceel Oosteinderweg 66a vast te stellen; te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 27 oktober 2017; op grond van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 februari 2023. De griffier,
De voorzitter,
O. van Kolck
mr. G.E. Oude Kotte
1 20230109 Planregels NL.IMRO.0358.14-VG03_Oosteinderweg 2020.pdf
REGELS
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch - Tuinbouw Artikel 4 Bedrijf Artikel 5 Bedrijf - Nutsvoorzieningen Artikel 6 Bedrijf - Scheepswerf 1 Artikel 7 Bedrijf - Scheepswerf 2 Artikel 8 Gemengd 1 Artikel 9 Gemengd 2 Artikel 10 Groen Artikel 11 Horeca Artikel 12 Kantoor Artikel 13 Maatschappelijk Artikel 14 Maatschappelijk - Dierenopvang Artikel 15 Natuur Artikel 16 Recreatie Artikel 17 Recreatie - Jachthaven Artikel 18 Sport - Zwembad Artikel 19 Tuin Artikel 20 Verkeer Artikel 21 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 22 Water Artikel 23 Water - Permanent Wonen Artikel 24 Water - Verblijfsrecreatie Artikel 25 Wonen Artikel 26 Wonen - Lintbebouwing Artikel 27 Leiding-Gas Artikel 28 Leiding - Water Artikel 29 Waarde - Archeologie 1, 2 en 3 Artikel 30 Waarde - Cultuurhistorie Gemeente Artikel 31 Waterstaat - Waterkering Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 32 Anti-dubbeltelregel Artikel 33 Algemene bouwregels Artikel 34 Geluidszone - Industrie 50 dB(A) Artikel 35 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.1 Artikel 36 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2 Artikel 37 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a Artikel 38 Luchtvaartverkeerszone LIB artikel 2.2.3 Artikel 39 Veiligheidszone - Leiding Artikel 40 Vrijwaringszone - Molenbiotoop Artikel 41 Algemene afwijkingsregels Artikel 42 Overige
regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 43 overgangsrecht Artikel 44 slotregel
3 4 15 17 18 23 27 28 30 33 35 37 39 42 45 48 50 53 57 61 63 66 68 69 72 75 78 81 87 89 91 94 96 97 98 99 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Oosteinderweg 2020" van de gemeente Aalsmeer; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.14-VG03 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf: het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aan- en uitbouw: een gebouw aan een hoofdgebouw waarmee het in verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aanlegplaats: een gedeelte van het water door een vaartuig, niet zijnde woonark of woonboot, ingenomen of bestemd om door een vaartuig te worden ingenomen; 1.7 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.8 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van en/of fokken met dieren, met dien verstande dat onder meer: a. een paardenhouderij, manege, kennel en dierenasiel niet worden aangemerkt als een agrarisch bedrijf; b. een paardenfokkerij en het houden van paarden voor de melkproductie wordt aangemerkt als agrarisch bedrijf. 1.9 agrarische bedrijfsvoering, grondgebonden: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt; 1.10 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.11 archeologische waarde:
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.12 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.16 belemmerde strook: geprojecteerde zone ter weerszijde van de leiding ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding(en).
Op deze gronden is het oprichten van bebouwing en het uitvoeren van een aantal werkzaamheden niet zondermeer toegestaan. De belemmerde strook dient in principe obstakelvrij te blijven; 1.17 beschermd stads-dorpsgezicht: aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht zoals bedoeld in de Erfgoedwet en de Erfgoedverordening van de gemeente Aalsmeer; 1.18 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals dat rechtmatig aanwezig is op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.21 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.22 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij platte daken; 1.23 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
1.24 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.25 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.26 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.28 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.29 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.30 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.31 dagrecreatie extensief: recreatief buiten verblijven, uitgezonderd recreatief nachtverblijf, dat in
hoofdzaak gericht is op natuur- en landschapsbeleving (voor derden), zoals wandelen, fietsen en paardrijden, waarbij in het algemeen het verlangen naar rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is; 1.32 dagrecreatie intensief: recreatief buiten verblijven, uitgezonderd recreatief nachtverblijf, al dan niet doorgebracht in onderkomens, die na afloop van het verblijf tezamen met de andere meegebrachte voorwerpen, worden verwijderd, waarbij in het algemeen gebruik wordt gemaakt van een min of meer geconcentreerd voorzieningenpakket en waar het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid relatief groot kan zijn; 1.33 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.34 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.35 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.36 detailhandel:
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.37 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming en omvat niet meer dan 10% van het bruto vloer oppervlak tot een maximum van 100 m2. Verkoop bij cateringbedrijven en groothandels in de volgende branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur, te weten: dagelijkse goederen (kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) zijn uitgesloten op de bedrijventerreinen. Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn; 1.38 detailhandel perifeer: winkelformules die vanwege de omvang en de aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben, zoals bouwmarkten, tuincentra en wooninrichtingszaken.
Het verkopen van (gemotoriseerde) voertuigen zoals scooters, scootmobielen en fietsen wordt hier ook onder begrepen; 1.39 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.40 dierenpension: een bedrijf dat gericht is op de tijdelijke opvang en verzorging van paarden, niet zijnde manege activiteiten, honden katten en andere kleine huisdieren; 1.41 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.42 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.43 erfafscheiding: een scheiding tussen erven, tuinen en/of openbare ruimten in de vorm van een bouwwerk, dan wel beplanting; 1.44 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.
De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.45 evenement: een voor publiek toegankelijke gebeurtenis in de openbare ruimte, op of aan de weg, binnen gebouwen of op het openbare water met uitzondering van manifestaties, betogingen, jaar- en weekmarkten; 1.46 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
1.47 geluidgevoelige functies: bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.48 geluidgevoelige gebouwen: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.49 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.50 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.51 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.52 groothandelsbedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.
1.53 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.54 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.55 hoofdverblijf: het verblijf waar iemand woont, zijnde het woonadres zoals bedoeld wordt in de Wet basisregistratie personen; 1.56 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.57 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken.
Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.58 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
1.59 horeca 4, dancings, discotheken, nachtclubs: een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcohol en niet alcohol-houdende dranken, zoals een dancing of discotheek; 1.60 horeca 5, hotel: een bedrijf, dat is gericht op het verschaffen van logies en het daarmee verband houdende ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en al dan niet, ondergeschikt daaraan, ruimte biedt voor vergaderingen en cursussen; 1.61 huishouden: een vaste groep personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd samen te leven; 1.62 jachthaven: haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren, afgemeerd houden of stallen van pleziervaartuigen alsmede voor kleinschalig onderhoud en ondergeschikte reparatiewerkzaamheden; 1.63 kajuitboot: elk vaartuig dat is voorzien van een opbouw en/of inbouw, die een hoogte heeft van meer dan 1,60 meter, gemeten vanaf het diepste punt van het scheepsvlak, niet bedoeld voor bewoning; 1.64 kampeermiddel: <0000> een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; <0000> enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, <0000> één en
ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.65 kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk, dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension, een woning of een tuinhuis; b. het plaatsen danwel geplaatst houden van kampeermiddelen; een en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.66 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.67 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van onder meer vruchten, bloemen of planten; 1.68 kruin: het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.69 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
1.70 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.71 kwetsbaar object, beperkt: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.72 Laagdynamische opslag: opslag van goederen - en daarbij behorende kleinschalige onderhoud- en reparatiewerkzaamheden - dat geen momentane toeloop van personen of milieuhinder met zich meebrengt en daarmee een geringe verkeersaantrekkende werking heeft die in ieder geval niet groter is dan een verkeersindex van 1 voor personen- danwel goederenvervoer conform Lijst 1 van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 danwel opslag dat naar aard en invloed op de omgeving hieraan gelijkwaardig is; 1.73 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.74 langzaam verkeer: fiets-, ruiter- en/of voetverkeer of vaarverkeer, niet zijnde snelvaren; 1.75 ligplaats: een gedeelte van het water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of
woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.76 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.77 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.78 manege: een bedrijf, uitsluitend of in hoofdzaak gericht op het geven van paardrijlessen, het verzorgen, africhten c.q. trainen van paarden en het beoefenen van de ruitersport met een publieke recreatieve- en sportfunctie, al dan niet gecombineerd met het fokken en de verkoop van paarden; 1.79 natuur- en landschapsontwikkeling: ingrepen teneinde natuurlijke processen in gang te zetten, die de natuurlijke en landschappelijke waarden dienen te versterken; 1.80 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; 1.81 nutsvoorzieningen:
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water; 1.82 oever: aan het water grenzende strook land bestaande uit een oevertalud en een horizontaal gebleven oever; 1.83 oevergebruik: Het gebruik van de oever ten behoeve van de buitenruimte bij een woonark en entree tot de woonark. 1.84 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.85 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.86 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.87 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.88 overkapping: een bouwwerk dat geen gebouw is, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een gesloten wand; 1.89 paarden, hobbymatig: het houden van paarden waarbij een winstoogmerk ontbreekt en het houden
van een beperkt aantal paarden (maximaal 5) strekt ter persoonlijk gebruik van de paarden door de bewoners van het betrokken perceel; 1.90 paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van bouwkundige voorzieningen, zoals een omheining en lichtmasten; 1.91 paardenhouderij: het bedrijfsgericht houden van paarden, uitsluitend of in hoofdzaak gericht op het verzorgen, africhten c.q. trainen van en rijden met paarden, zonder publieke recreatieveof sportfunctie, zoals een pensionstalling of manege; 1.92 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil. 1.93 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, woonark, recreatieverblijf of recreatiewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet basisregistratie personen noopt tot inschrijving van bewoners(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Aalsmeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.94 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.95 pleziervaartuig: een vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie; 1.96 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.97 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen.
Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.98 recreatie: op het grondgebied van de gemeente Aalsmeer gerelateerde activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding; 1.99 recreatief medegebruik: vormen van recreatie waarbij gronden met een niet recreatieve bestemming mede gebruikt worden voor recreatieve activiteiten; 1.100 recreatief nachtverblijf: recreatie in ruimten welke zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.101 recreatiewoning: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat naar de aard en inrichting is bestemd voor recreatief nachtverblijf daaronder niet begrepen trekkershutten; 1.102 sanitair gebouw: gebouw ten behoeve van sanitaire voorzieningen zoals wasgelegenheden en toiletten; 1.103 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.104 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.105 straatmeubilair: de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemen- of plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.106 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.107 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.108 toeristisch bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van toeristen en bezoekers; 1.109 tuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, door gebruik te maken van kassen en/of van open (onbebouwde) grond; 1.110 tuincentrum: een bedrijf dat binnen een ruimte of op een terrein,
al dan niet overdekt, planten en het basisassortiment aan tuinartikelen uit voorraad aan particulieren aanbiedt. Het basisassortiment bestaat uit tuinartikelen die direct dienen voor de aanleg, de inrichting en het onderhoud van tuinen. 1.111 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.112 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.113 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.114 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.115 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen. Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd);
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
<0000> <0000>
gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties);
1.116 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.117 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.118 weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.119 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.120 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast het huishouden dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouden in het gebouw is ondergebracht; 1.121 woonark: drijvend object, in algemene zin niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans bestaande uit een onderschip of een betonbak met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning, zowel ten behoeve van
permanente bewoning als niet-permanente bewoning; 1.122 woonark voor niet-permanente bewoning gelijk aan woonarken voor permanente bewoning, met dien verstande dat er geen sprake is van een permanent verblijf, maar van recreatief gebruik, dat periodiek dient als verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben en uitsluitend tussen de voorgeschreven periode, zoals bepaald in de Ligplaatsenverordening Aalsmeer; 1.123 woonark voor permanente bewoning woonarken die uitsluitend of hoofdzakelijk als woning worden gebezigd of tot woning worden bestemd en dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding en daardoor is aan te merken als wooneenheid (niet zijnde een bijzondere woonvorm) dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding, dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in woonark is ondergebracht; 1.124 woongebouw: een hoofdgebouw dat één of meer woningen bevat; 1.125 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de hoogte van een woonark vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het woonark, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de ashoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 de oppervlakte van een recreatiekavel de oppervlakte van het kadastrale perceel, of de percelen, exclusief de oppervlakte water; 2.10 vloeroppervlakte: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijgebouwen, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.11 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.12 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.13 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten
loodrecht vanaf de gevel. 2.14 de lengte en breedte van een woonark
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Tussen de langste lengte en de langste breedte (buitenkant bak) exclusief overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden e.d.
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
Artikel 3
Agrarisch - Tuinbouw
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch - Tuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een tuinbouwbedrijf; b. de tuinbouwgronden; c. de ontwikkeling en het beheer van natuur en landschap waaronder de natuurverbindingen; d. de bedrijfsgebouwen die voor de agrarische bedrijfsuitoefening nodig zijn; alsmede: e. ter plaatse van de functieaanduiding 'recreatie' zijn recreatiekavels voor dagrecreatie toegestaan; f. ter plaatse van de functieaanduiding 'tuincentrum' is een tuincentrum toegestaan; g. ter plaatse van de bouwaanduiding 'kas' zijn tuinbouwkassen toegestaan; h. ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' is laagdynamische opslag toegestaan; i. ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeerterrein' is een parkeervoorziening toegestaan; j. ter plaatse van de functieaanduiding 'dierenopvang' is een dierenopvang en -verzorging honden, katten en andere kleine huisdieren, zoals een dierenasiel of dierenpension toegestaan. met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; l. erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen ten behoeve van de bereikbaarheid van de agrarische bedrijfspercelen, laad- en losvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen voor het agrarisch gebruik of de binnen de hoofdbestemming aangeduide opslagfunctie, horecafunctie of tuincentrum; m.
groenvoorzieningen, waterlopen, waterhuishoudkundige voorzieningen, bruggen en openbare nutsvoorzieningen; n. (giet-)waterbassins en overige waterberging; o. natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. kassen; b. andere agrarische bedrijfsgebouwen, waaronder opslagruimten en bedrijfsgebonden kantoorruimten; c. gebouwen en andere bouwwerken voor bijzonder gebruik, als bedoeld in artikel 3.1 onder e. tot en met i. van deze planregels; d. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2.2 Kassen Voor het bouwen van kassen gelden de volgende regels: a. kassen mogen uitsluitend op het bouwvlak als aangegeven op de planverbeelding worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen kassen tevens buiten het bouwvlak worden geplaatst, doch uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'kas; c. de maximale goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter;
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
d. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage'; e. kassen dienen te zijn voorzien van een kap, waarvan de helling niet minder dan 15 graden en niet meer dan 50 graden mag bedragen. 3.2.3 Andere bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 6 en 9 meter; c. het bebouwingspercentage bedraagt 100%, tenzij anders is aangeduid met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage'; d. bedrijfsgebouwen dienen te zijn voorzien van een kap waarvan de helling van minimaal 15 graden en maximaal 50 graden mag bedragen; e. bedrijfgebouwen dienen op minimaal 2 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden geplaatst. 3.2.4 Recreatiekavels Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'recreatiekavels' gelden de volgende regels: a. per recreatiekavel met een oppervlakte van 1.000 m2 of meer, mag ten hoogste één gebouw worden opgericht, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 3 meter en 6 vierkante meter mag bedragen; b.
per recreatiekavel met een oppervlak van 100 m2 of meer, mag ten hoogste één bergkist worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte en de oppervlakte niet meer dan respectievelijk 1 meter en 2 vierkante meter mag bedragen; c. andere bouwwerken, waaronder overkappingen en gebouwde erf- en terreinafscheidingen, zijn niet toegestaan. 3.2.5 Opslag Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' gelden de regels als gegeven in artikel 3.2.3 en 3.2.8 van deze planregels. 3.2.6 Tuincentrum Voor het bouwen op de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'tuincentrum' gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen dienen gebouwd te worden als gegeven in artikel 3.2.3 a tot en met d.; b. bedrijfgebouwen dienen op minimaal 5 meter van de zijdelingse perceelgrens te worden geplaatst; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen gebouwd te worden als gegeven in 3.2.8 van deze planregels. 3.2.7 Dierenopvang Voor het bouwen ten behoeve van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - dierenopvang' gelden op de gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van dierenopvang - dierenopvang' de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. de oppervlakte van de bedrijfgebouwen mag niet meer bedragen dan 160m2; c. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; d.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen gebouwd te worden als gegeven in 3.2.8 van deze planregels. 3.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
vastgesteld regels Oosteinderweg 2020
pagina
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen bouwwerken die geen gebouw zijn, met uitzondering van schoorstenen, tevens buiten het bouwvlak worden gerealiseerd, uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'kas'; c. gebouwde erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan; d. de bouwhoogte van (giet-)waterbassins bedraagt ten hoogste 5 meter; e. de bouwhoogte van verlichtingsarmatuur en lichtmasten bedraagt niet meer dan 8 meter; f. de bouwhoogte van watersilo's en (koel)torens bedraagt niet meer dan 10 meter; g. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter. 3.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 3.3.1 Watercompensatie In het geval door de bouw van gebouwen en bouwwerken danwel het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden op een bouwperceel meer dan 500 m² extra verhard oppervlak zal ontstaan ten opzichte van de situatie bij vaststelling van dit plan, dan dient - voordat de overschrijding plaatsvindt - 15% van het totaal aan toename van verharding te worden gecompenseerd met open water dat in verbinding staat met oppervlaktewater in hetzelfde peilvak.