Agendabundel
Tekst van het document
3.2.2
Artikelsgewijze beschrijving regels en bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) Hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) Hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. 13
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De nieuwe bedrijfskavels zijn bestemd als 'Bedrijf - 2'. Binnen deze bestemming zijn voor functies dan wel wijzigingen die een parkeervraag genereren specifieke parkeernormen opgenomen. Hiervoor wordt de afgifte van een omgevingsvergunning voor bouwen afhankelijk gesteld van de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen. Binnen een aantal bestemmingen is een stelsel van nadere eisen, zoals bedoeld in artikel 3.6 lid 1 sub d. Wro, opgenomen. In die gevallen kan Burgemeester en Wethouders ten aanzien van in het plan omschreven onderwerpen of onderdelen nadere eisen aan de te verlenen omgevingsvergunning verbinden. Bedrijf - 1 (artikel 3) Deze bestemming is toegepast bij de bestaande bedrijfspercelen langs de verbindingsweg tussen Middenweg en Aalsmeerderweg. Voor deze twee percelen is uitgegaan van de bestaande situatie, met name ten aanzien van de bebouwingssituatie (bouwvlak en bouwhoogtes). Wel is rekening gehouden met een concrete uitbreiding van het bestaande bedrijfsgebouw op het perceel Middenweg 1. Overige uitbreiding van de gebouwen is niet mogelijk via het voorliggende bestemmingsplan. Bedrijf - 2 (artikel 4) Deze bestemming is toegepast voor de nieuwe en recente bedrijfskavels in deelgebied 4, waarbij ook rekening is gehouden met het bestaande gebruik als Schipholparkeren op een perceel langs de Middenweg.
De nieuwe bedrijfskavels mogen voor maximaal 70% per bouwperceel worden bebouwd met bedrijfsgebouwen, tenzij er toepassing wordt gegeven aan een afwijkingsbevoegdheid om het maximum bebouwingspercentage te verruimen naar 80%. Het totaal bruto vloeroppervlak binnen de bestemming mag, ook na eventuele toepassing van de afwijkingsbevoegdheid, niet meer dan 47.000 m² bedragen. Bedrijf - 3 (artikel 5) Deze bestemming heeft betrekking op het zuidelijk deel van perceel Middenweg 7, welke nu en straks wordt gebruikt voor Schipholparkeren. Binnen deze bestemming zijn ook gebouwen toegestaan zodat een intensivering van de gronden mogelijk is tot maximaal 2.820 parkeerplaatsen. Gebouwen mogen binnen deze bestemming tot aan een zijdelingse bouwperceelgrens worden gebouwd. Gemengd (artikel 6) Door het gemengde gebruik van de zone achter de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg is in het bestemmingsplan ook uitgegaan van een gemengde bestemming. Binnen deze bestemming zijn zowel groenvoorzieningen, water als tuinen en erven toegestaan. Ook is rekening gehouden met enkele bestaande bedrijven die gehandhaafd blijven. Binnen de bestemming zijn in beginsel alleen bestaande bedrijfsgebouwen en bestaande bedrijven toegestaan. Nieuwe bedrijven zijn wel mogelijk maar alleen na toepassing van een afwijkingsbevoegdheid.
Voorwaarden daarbij is dat de bedrijven tot maximaal milieucategorie 1 behoren en dat er voldoende parkeergelegenheid is. Vanwege de richtafstand tussen de als 'Bedrijf - 1', 'Bedrijf - 2' en 'Bedrijf - 3' bestemde bedrijfskavels en gevoelige functies zijn eventuele binnen de bestemming 'Gemengd' gelegen achtererven van de woningen aan de Alsmeerderweg geen erf zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het gaat om voor bewoning gebruikte bijbehorende bouwwerken. Op de achtererven zijn zodoende geen vergunningsvrije uitbouwen of andere voor bewoning bedoelde bijgebouwen (mantelzorg) toegestaan. Vanwege het gemeentelijk lintenbeleid is in de bestemming een uitsterfregeling voor de bestaande bedrijven opgenomen. Dat betekent dat het toegestane gebruik als bedrijf kan worden geschrapt als de activiteiten van het betreffende bedrijf zijn beëindigd en niet op korte termijn zullen worden voortgezet. Verkeer (artikel 7) Onder de verkeersbestemming zijn gebracht de verkeerswegen ten dienste van gemotoriseerd verkeer, fiets- en voetpaden, alsmede geluidwerende voorzieningen. In dit specifieke geval gaat het om de beugelweg van deelgebied 4 (Andorraweg).
14
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Wonen - Lintbebouwing (artikel 9) Deze bestemming is toegepast bij een tweetal stroken achter Aalsmeerderweg 94 en achter Aalsmeerderweg 132 en 134 en bij enkele bestaande ontsluitingswegen van (positief) bestemde bedrijven in de bufferzoe (zie de uitleg bij de bestemming 'Gemengd'. Binnen de bestemming 'Wonen Lintbebouwing' zijn woonpercelen in het lint van de Aalsmeerderweg toegestaan. Woningen langs linten zijn gespecificeerd en de regels zijn conform het lintenbeleid. Woningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd in overeenstemming met de aangeduide maximale goot- en bouwhoogte. Bij woningen zijn onder voorwaarden aan-huis-gebonden-activiteiten toegestaan en worden regels gegeven voor erfbebouwing. Omdat er ter plaatse van de stroken achter Aalsmeerderweg 94 en achter Aalsmeerderweg 132 en 134 geen bouwvlak is toegepast mogen hier uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd. Waarde - Archeologie (artikel 10) Een deel van de gronden in/bij de lintbebouwing van de Aalsmeerderweg zijn conform het geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied Oost" dubbelbestemd ter bescherming van de archeologische waarden.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel (artikel 11) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 12) In dit artikel wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Ook zijn in het artikel regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen en is bepaald welke afstand er geldt ten aanzien van watergangen. Bestaande gebouwen die qua maatvoering afwijken van het bepaalde in de bestemmingen in hoofdstuk 2 zijn onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Algemene gebruiksregels (artikel 13) In dit artikel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene verbod om gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, zijn er een aantal specifieke gebruiksverboden opgenomen. Tevens zijn de regels ten behoeve van voldoende waterberging opgenomen.
Algemene aanduidingsregels (artikel 14) Binnen de gebiedsaanduiding 'geluidszone - industrie' liggen de gronden binnen de invloed van een gezoneerd industrieterrein (Schiphol) liggen. Hierbinnen zijn geen geluidsgevoelige gebouwen toegestaan tenzij de geluidsbelasting voldoen aan een geldende of verkregen hogere grenswaarde. Verder is aangegeven waar de gronden binnen de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones (Luchtvaartverkeerzones LIB) voor bedoeld zijn. Afhankelijk van welk artikel uit het Luchthavenindelingbesluit van toepassing is gelden beperkingen voor bouwen en gebruik. Algemene afwijkingsregels (artikel 15) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Algemene procedureregels (artikel 16) In dit artikel staat aangegeven in welke procedures er gelden in geval van het toepassen van de nadere eisenregeling in de bestemmingen van hoofdstuk 2.
15
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 17 Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 18) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.
16
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Hoofdstuk 4 4.1
UIT VOERBAARHEID
Actuele regionale behoefte
In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking 2.0' die per 1 juli 2017 in werking is getreden. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor het voorliggende bestemmingsplan is van belang dat het bestemmingsplan 'N201-zone' dat gold voor de inwerkingtreding van de beheersverordening (zie volgende alinea) voor deelgebied 4 voorzag in een uitwerkingsverplichting en daarmee een planologisch onbenutte mogelijkheid bood. Onbenutte planologische mogelijkheden mogen worden opgenomen in een nieuw bestemmingsplan, zonder dat hoeft te worden voldaan aan de in de artikel 3.1.6. tweede lid van het Bro genoemde voorwaarden (zie onder meer ABRvS 1 juli 2015, zaaknummer 201401417/1/R1.
De bedrijfskavels zijn ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan planologisch gezien daardoor niet nieuw waardoor het aantonen van de behoefte niet noodzakelijk zou zijn. Sinds 2017 geldt de beheersverordening 'Green Park Aalsmeer 2017'. Deze beheersverordening is vastgesteld omdat het voorgaande bestemmingsplan ouder dan 10 jaar dreigde te worden en er daardoor geen leges meer zouden kunnen worden geheven. De beheersverordening is te beschouwen als een tijdelijke overbrugging tussen bestemmingsplan 'N201-zone' en het nu voorliggende bestemmingsplan. In vergelijking met de nu geldende beheersverordening zijn de in het het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakte bedrijfskavels functioneel gezien al wel mogelijk (aangezien de gronden een bedrijfsbestemming hebben) maar gebouwen zijn grotendeels niet mogelijk aangezien er uit is gegaan van bestaande bedrijfsbebouwing. In het navolgende zal daarom volledigheidshalve toch in worden gegaan op de behoefte aan bedrijfskavels binnen de regio. De MRA behoort binnen Nederland tot de economisch goed presterende regio's. Zowel in bevolking als in banen wordt op langere termijn een groei verwacht die op of boven die voor Nederland als geheel ligt.
Ten aanzien van de regio Amstelland-Meerlanden is aangegeven dat deze regio zich binnen de MRA onderscheidt dankzij haar goede bereikbaarheid en internationale aantrekkingskracht op burgers en bedrijven. De Mainport Schiphol en de Greenport Aalsmeer zijn belangrijke economische trekkers en bieden o.a. kansen aan de sectoren Logistiek en Agrofood. Ook in de zakelijke dienstverlening is de regio sterk. Voor de regio Amstelland-Meerlanden is voor de periode van 2016-2030 een ruimtevraag van 135 tot 180 ha voorzien. Als alle harde planaanbod van 307 ha wordt gerealiseerd en rekening wordt gehouden met circa 10 ha vervangingsvraag dan is er sprake van een overaanbod van circa 115 tot 160 ha. Zowel Green Park Aalsmeer als Royal FloraHolland maken met respectievelijk 54,5 ha en 20 ha onderdeel uit van het harde planaanbod waarvoor regionale afstemming niet meer nodig is. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet daarmee voor een gedeelte in de behoefte aan bedrijventerreinen en voldoet voor wat betreft de bedrijfskavels aan het Besluit ruimtelijke ordening.
17
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
4.2
Verkeerstechnische uitvoerbaarheid
Het verkeer van en naar het te realiseren deelgebied 4 krijgt grotendeels een lokale functie. Een goede bereikbaarheid is evengoed wel van belang. Deze goede bereikbaarheid is in beginsel aanwezig doordat het plangebied zich in de directe nabijheid van de provinciale weg N201 bevindt. Deze weg speelt een belangrijke rol in zowel de huidige als de toekomstige ontsluiting van Green Park Aalsmeer, inclusief de ontsluiting van deelgebied 2. Green Park Aalsmeer is via de N201 direct aangesloten op de rijksweg A2. De op- en afritten van de N201 zijn vanuit deelgebied 4 direct via de Middenweg te bereiken. Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van deelgebied 4 mogelijk maar herontwikkeling was ook al mogelijk in het voorheen geldende bestemmingsplan. Omdat voor het overige deel geen wezenlijk andere ontwikkelingen mogelijk zijn gemaakt staat het voorliggende bestemmingsplan in planologische zin geen substantiële toename van het verkeer toe. In feitelijk opzicht zal er als gevolg van de herontwikkeling van deelgebied 4 echter wel een toename van het verkeer gaan ontstaan aangezien de gronden in deelgebied 4 momenteel deels niet in gebruik zijn. In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek noodzakelijk om de verkeersgevolgen van deelgebied 4 maar ook de rest van Green Park Aalsmeer inzichtelijk te maken.
Door Goudappel is daarom een actualisatie van het verkeerskundig onderzoek uitgevoerd (kenmerk: 008880.20210712R1.03, d.d. 7 februari 2022, zie bijlage 2). In het onderzoek is rekening gehouden met de huidige inzichten voor de invulling van de verschillende deelgebieden van Green Park Aalsmeer (inclusief deelgebied 4), de ontwikkelingen in de omgeving en het recente regionale verkeersmodel (NHZ 3.0). Voor deelgebied 4 is voor de toekomstige situatie uitgegaan van een programma van 26.000 m² logistiek, 21.000 m² specialistische handel, 15.000 m² te handhaven bedrijven met uitbreiding, 2.820 parkeerplaatsen voor Schipholparkeren en 13.500 m² kantoren.
Effecten verkeersintensiteiten Ten behoeve van de verkeerskundige analyse zijn twee situaties berekend met behulp van het verkeersmodel. Het betreft: 1. De autonome situatie 2035 conform de vigerende ruimtelijke plannen; 2. De plansituatie 2035 conform de meest recente beoogde invulling (inclusief deelgebied 2). Uit de verkeersberekeningen komt naar voren dat de effecten als gevolg van de beoogde invulling relatief beperkt zijn. De grootste toename is te verwachten op de Middenweg. Hier neemt de verkeersintensiteit toe met 1.300 tot 2.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze toename is met name het gevolg van de gewijzigde invulling van de deelgebieden 2, 4 en 5. Relatief gezien gaat het om een intensiteitstoename van circa 20 % tot 25 %. Verder is op het noordelijk deel van de Machineweg een toename van de verkeersintensiteiten te verwachten met 800 motorvoertuigen per etmaal (+14%). Deze toename is een direct gevolg van de gewijzigde invulling van deelgebied 2. Het verkeer gerelateerd aan de N201 rijdt daarbij deels via de Middenweg en de Machineweg naar dit gebied. Op de Aalsmeerderweg neemt het verkeer juist af met 200 motorvoertuigen per etmaal (-3%). De gewijzigde verkeersstromen als gevolg van de nieuwe invulling kunnen effect hebben op de verkeersafwikkeling op kruispuntniveau.
In het verkeersonderzoek is daarom ook gekeken naar de verkeersafwikkeling van de maatgevende kruispunten.
Verkeersafwikkeling Voor de maatgevende kruispunten is onderzocht of het verkeer afgewikkeld kan worden met de beoogde inrichting. Dit betreft de locaties waar als gevolg van de gewijzigde invulling de grootste verkeerseffecten optreden. De verkeersafwikkeling is inzichtelijk gemaakt voor de volgende locaties: De aansluiting van de Middenweg op de N201 west (locatie 1).
18
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 De aansluiting van de Middenweg op de N201 oost (locatie 2). De aansluiting van de Catharina Amalialaan op de Machineweg (locatie 3). De aansluiting van de Aalsmeerderweg op de Machineweg (locatie 4).
Afbeelding: onderzochte kruispunten
Uit de kruispuntanalyses blijkt dat in de plansituatie voor deze locaties geen knelpunten optreden. Met de beoogde inrichting kan het verkeer goed worden afgewikkeld in het prognosejaar 2035. Uit het regionaal verkeersmodel komt de verkeersafwikkeling op het kruispunt N201-N231 naar voren als knelpunt, met name tijdens de maatgevende avondspitsperiode. Door dit knelpunt op de verkeersafwikkeling ontstaat in de avondspitsperiode een ongewenste route van het verkeer tussen Bedrijventerrein Amstelveen Zuid en de N201 via de Legmeerdijk, Machineweg en Middenweg. Dit omdat het verkeer het kruispunt N201-N231 vermijdt. Het betreffende knelpunt ten aanzien van de verkeersafwikkeling is echter niet direct gerelateerd aan de gewijzigde invulling voor Greenpark. Dit betreft een knelpunt dat separaat opgepakt zal worden. Hiervoor dient nader onderzoek plaats te vinden en waar nodig dienen er maatregelen te worden getroffen moeten voor de inrichting van het kruispunt. Naar verwachting kan worden volstaan met een aanpassing van de regeling van de verkeerslichten op de kruising zodat er geen fysieke aanpassing van het kruispunt nodig is. Omdat het een kruispunt van twee provinciale wegen betreft zal nadere afstemming met de provincie plaats moeten vinden.
Verkeerseffecten gewijzigde invulling deelgebied 4 Na de uitvoering van het hiervoor beschreven verkeersonderzoek uit 2022 is gebleken dat er voor deelgebied 4 sprake is van een gewijzigde invulling (meer bruto vloeroppervlak). Door Goudappel is
19
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 gekeken naar de verkeerseffecten van deze gewijzigde invulling (kenmerk: 017272.20240227.B1.01, d.d. 27 februari 2024, zie bijlage 3). Daaruit blijkt dat als gevolg van de gewijzigde invulling er circa 250 extra ritten per etmaal van en naar deelgebied 4 zullen ontstaan (125 ritten heen en 125 ritten terug). met een vergelijkbare verkeersverdeling zoals ook opgenomen in het eerdere onderzoek. De ontsluiting van deelgebied 4 vindt plaats via de Middenweg waarna het grootste deel van het verkeer gebruik zal maken van de N201. Op de Middenweg bedraagt de verkeersintensiteit tussen deelgebied 4 en de N201 circa 8.800 motorvoertuigen per etmaal. De toevoeging van de extra ritten zal naar verwachting niet leiden tot een relevante wijziging in de verkeersstromen en de verkeersafwikkeling.
4.3
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dient de toelichting van een bestemmingsplan vergezeld te gaan van een beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, in het bijzonder die van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van het voorheen geldende planregime.
4.3.1
Financieel-economische haalbaarheid
Voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied is een grondexploitatie opgesteld. De grondexploitatie is dekkend.
4.3.2
Exploitatieplan
De gemeente is op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om bij het mogelijk maken van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, een exploitatieplan vast te stellen ten behoeve van het verhalen van de door de gemeente te maken kosten, tenzij voorafgaand aan de vaststelling van de bestemmingswijziging een overeenkomst tot stand is gekomen waarin dit kostenverhaal is verzekerd. Voorliggend project voorziet onder meer in in de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen, de verdere aanleg van een beugelweg en beperkte uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw. Op grond van artikel 6.2.1 sub b van het Bro betreft het derhalve een bouwplan waarvoor in principe een exploitatieplan dient te worden opgesteld. De gemeente heeft een groot deel van de gronden in eigendom. Met alle overige relevante eigenaren is ten behoeve van de onderhavige grondexploitatie, een anterieure overeenkomst gesloten waarin de kosten voor de grondexploitatie worden verhaald op aanvragers. Het is niet nodig een tijdvak of fasering of regels danwel een uitwerking van regels publiekrechtelijk op te leggen. Hiermee is het verhaal van kosten anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is derhalve niet noodzakelijk.
4.3.3
Planschade
'Planschade', is de schade die iemand lijdt doordat hij of zij in een planologisch nadeliger situatie is gekomen als gevolg tussen de nieuwe (onvoorziene) planologische situatie en de bestaande/ oude situatie. In het voorliggende nieuwe bestemmingsplan is uitgegaan van bedrijfskavels en een beugelweg. Het gebruik als bedrijfskavels en toegangswegen is ook al mogelijk in de momenteel geldende beheersverordening 'Green Park Aalsmeer 2017' en eerder in het tot eind 2017 geldende bestemmingsplan 'N201-zone'. In de beheersverordening zijn weliswaar alleen gebouwen toegestaan op plekken waar in 2017 al een gebouw aanwezig was maar in het voorgaande bestemmingsplan waren gebouwen na uitwerking van de uit te werken bestemming in beginsel al mogelijk ter plaatse van de nieuwe bedrijfskavels. Daarnaast zijn de plannen voor Green Park Aalsmeer al decennia bekend doordat de gemeente hier vanaf de jaren '90 in diverse beleidsstukken rekening mee heeft gehouden. De kans
20
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 op planschade wordt daarom in het algemeen beschouwd niet aannemelijk geacht. Voor de beoogde herontwikkeling, welke als planontwikkeling is beschreven in subparagraaf 2.2 van deze toelichting, is in de grondexploitatie rekening gehouden met het verhaal van eventueel aan derden te betalen tegemoetkomingen in schade als bedoeld in afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening en andere nadeelcompensatie.
4.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
4.4.1
Inspraak
In het voorheen geldende bestemmingsplan en in de Structuurvisie Green Park Aalsmeer is al uitgegaan van een herontwikkeling naar bedrijvenpark Green Park Aalsmeer met enkele voorzieningen. De herontwikkeling waar in het voorliggende bestemmingsplan van uit is gegaan is daardoor niet nieuw. Het houden van inspraak over het voorontwerpbestemmingsplan heeft daardoor geen directe toegevoegde waarde. Er is daarom afgezien van inspraak op het voorontwerp van dit bestemmingsplan. Wel konden burgers en bedrijven tijdens de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan reageren (zie paragraaf 4.4.3). Tijdens de periode van ter visie legging is ook een informatieavond georganiseerd.
4.4.2
Bro-partners
In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 30 juli 2021. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen vier weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; 2. Hoogheemraadschap van Rijnland; 3. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat West-Nederland Noord; 4. Steunpunt Monumenten en Archeologie (MOOI Noord-Holland); 5. Kamer van Koophandel voor Amsterdam e.o.; 6. Gasunie; 7. Liander; 8. PWN Noord-Holland; 9. Luchthaven Schiphol Group; 10. Brandweer Amstelland. De instanties welke staan vermeld onder 2 t/m 6 en 8 t/m 9 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instanties onder 1 en 7 hebben aangegeven geen aanleiding te zien voor inhoudelijke reactie. De instantie welke staat vermeld onder 10 heeft inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan: Opmerking: De brandweer heeft geen opmerkingen ten aanzien van externe veiligheid.
Wel zijn er enkele aandachtspunten ten aanzien van (a) bereikbaarheid en bluswater en (b) bestrijdbaarheid bouwwerken: a. Uitgangspunt voor hulpverlening is dat het plangebied goed bereikbaar is voor de hulpdiensten en dat er voldoende bluswatervoorzieningen zijn. Informatie hierover staat in de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en in het Bouwbesluit 2012 (en vanaf 2023 de Omgevingswet). Verzocht wordt om te zijner tijd de nadere uitwerking van de bereikbaarheid van het plan voor de hulpdiensten en de bluswatervoorziening met de brandweer af te (laten) stemmen. b. Bij de ontwikkeling van de bebouwing in het plangebied aspecten aan de orde komen die relevant
21
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 zijn voor de (brand)veiligheid en/of voor een mogelijke (repressieve) inzet van de hulpverlening. Bijvoorbeeld grote brandcompartimenten, systemen voor duurzame energie en/of specifieke voorzieningen voor brandweeroptreden zoals toetredingsvoorzieningen, brandweerpanelen of droge blusleidingen). Verzocht wordt om de de brandweer te betrekken bij de uitwerking van dergelijke ontwikkelingen. Reactie gemeente: Bij de herontwikkeling van het plangebied zal rekening worden gehouden met het toepassen van de door de brandweer genoemde aandachtspunten. Omdat de bouwplannen voor het plangebied en de herinrichtingsplannen voor de openbare ruimte nog nader worden uitgewerkt is nu helaas nog niet met zekerheid aan te geven welke maatregelen er op het gebied van (a) bereikbaarheid en bluswater en (b) bestrijdbaarheid bouwwerken zullen worden toegepast, hoe deze maatregelen precies worden vormgegeven en waar deze maatregelen eventueel in het plangebied zullen worden toegepast. De brandweer zal tijdig worden betrokken bij de nadere uitwerking van de plannen. 4.4.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 8 december 2023 tot en met 18 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Op 11 december 2023 is een informatieavond voor omwonenden en andere belanghebbenden gehouden. Gedurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder de gelegenheid gekregen om schriftelijk zienswijzen kenbaar te maken. Gedurende deze periode is er 1 zienswijze ingediend. De binnengekomen zienswijze is beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen, welke onderdeel uitmaakt van het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan.
4.5
Handhaving
4.5.1
Uitvoerings- en handhavingsbeleid
Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.
Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings- (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings- als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en
22
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings- en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken.
De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad.
4.5.2
Handhavingsopgave
Voor deze paragraaf is het van belang of er momenteel in het plangebied strijdige en illegale functies aanwezig zijn. Dat is voor zover bekend niet het geval.
23
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Hoofdstuk 5
BESCHRIJVING HUIDIGE SIT UAT IE PLANGEBIED
5.1
Ruimtelijke karakteristiek
5.1.1
Het plangebied in groter verband
Het plangebied is gelegen in het noorden van de gemeente Aalsmeer. Het beslaat het grootste deel van deelgebied 4 van bedrijventerrein Green Park Aalsmeer (GPA). Dit bedrijventerrein bestaat uit verschillende deelgebieden en heeft een totale omvang van circa 100 hectare. In de afgelopen jaren hebben zich, verspreid over het bedrijventerrein, al verschillende bedrijven op GPA gevestigd en een deel van de weginfrastructuur is aangelegd. Een deel van de aanwezige bedrijven is gericht op de sierteeltsector maar niet-sierteeltgerelateerde bedrijven komen ook voor. Momenteel is circa 1/3 van het bedrijventerrein in gebruik. De resterende gronden worden in de komende jaren uitgegeven en/of ontwikkeld.
Afbeelding: Deelgebied 4 in groter verband (bron: https://earth.google.com/)
Het is de bedoeling dat de Middenweg in de toekomst volledig als gebiedontsluitingsweg van bedrijventerrein GPA gaat fungeren doordat deze weg aansluit op op- en afrit U15 van de provinciale weg N201. De Middenweg kent nu nog een deels slingerend verloop maar is ter hoogte van de deelgebieden 5 en 7 tussen de Machineweg en de N201 al volledig conform het beoogde profiel. Het gedeelte van de Middenweg ten westen van de N201 zal in een later stadium recht worden getrokken en geherprofilieerd. Deelgebied 4 ligt centraal op het bedrijventerrein GPA, tussen de de Aalsmeerderweg, de Burgemeester Brouwerweg (N201), de Middenweg en de verbindingsweg tussen de Middenweg en de Aalsmeerderweg. Iets ten noorden van het plangebied ligt de Hoge Dijk. Deze dijk vormt de begrenzing van de droogmakerij waarbinnen het bedrijventerrein GPA zich bevindt. Aan de andere zijde van de de dijk bevindt zich een deel van de bovenlanden langs de Ringvaart van de Haarlemmermeer. Direct ten noorden van het plangebied loopt de Aalsmeerderweg. Deze rechte polderweg met bebouwingslint ligt tussen de diverse deelgebieden van het bedrijventerrein. Het bebouwingslint wordt voornamelijk gebruikt
24
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 voor wonen in vorm van vrijstaande en dubbele woonhuizen met bijgebouwen. Een deel van de bijgebouwen achter de woongebouwen heeft nog een bedrijfsmatige functie. Het gebied ten oosten van het plangebied wordt begrensd door de N201 met daarachter deelgebied 5 van het bedrijventerrein. Deelgebied 5 vormt samen met een gedeelte van deelgebied 7 en een strook van deelgebied 4 het centrumgebied Green Square. Direct ten zuiden van het plangebied ligt de gebiedsontsluitingsweg Middenweg met de bijbehorende groen- en waterstructuur. Aan de overzijde van deze weg bevindt zich deelgebied 6 met daarin het karrenterrein van Royal FloraHolland. Het gebied ten westen van het plangebied wordt tenslotte gevormd door deelgebied 3. Direct ten westen van de verbindingsweg tussen de Middenweg en de Aalsmeerderweg is in dat deelgebied een waterpoel met groenstroken aangelegd.
5.1.2
Beschrijving deelgebieden
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan omvat globaal de volgende twee gebiedsdelen: 1. het gebied tussen het toekomstige tracé van de Middenweg en de toekomstige bufferzone ten zuiden van de Aalsmeerderweg; 2. de achterste gedeeltes van het zuidelijke polderlint van de Aalsmeerderweg en de de toekomstige bufferzone. De genoemde gebiedsdelen zijn zowel qua ruimtelijke functie als uitstraling in de meeste gevallen duidelijk van elkaar te onderscheiden.
25
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Afbeelding: Kenmerkende gebiedsdelen (bron: https://earth.google.com/)
Het gebied tussen het toekomstige tracé van de Middenweg en de toekomstige bufferzone ten zuiden van de Aalsmeerderweg Het grootste gebiedsdeel in het plangebied betreft een voormalig glastuinbouwgebied met diepe, langgerekte percelen achter het polderlint van de Aalsmeerderweg. De percelen lopen door tot aan de Middenweg. De meeste kassen zijn in de afgelopen jaren gesloopt en het gebied is in gebruik door enkele bedrijfsfuncties. Aan de westkant van het gebied zijn enkele wat oudere bedrijfsgebouwen aanwezig, terwijl aan de oostkant in 2022 en 2023 nieuwe bedrijfsgebouwen zijn gerealiseerd (o.a. een nieuw distributiecentrum voor Intratuin). De overige percelen zijn braakliggend of in gebruik ten behoeve van Schipholparkeren.
26
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Afbeelding: Het gebied tussen het toekomstige tracé van de Middenweg en het polderlint Aalsmeerderweg . gezien vanaf de N201 me rechts het distributiecentrum van Intratuin(bron: www.google.nl/maps)
De percelen die nog in gebruik zijn hebben in de meeste gevallen een ontsluiting via de Middenweg.
De achterste gedeeltes van het zuidelijke polderlint van de Aalsmeerderweg en de de toekomstige bufferzone De Aalsmeerderweg is één van de polderlinten van Aalsmeer. De Aalsmeerderweg is ontstaan na de droogmaking van de Oosteinderpolder en de aanleg vond plaats in 1866. Aalsmeerderweg heeft van de linten het breedste wegprofiel. De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat naast de weg de spoorlijn Aalsmeer-Bovenkerk was gelegen. Het baanvak Aalsmeer-Oost, dat voor het goederenvervoer niet meer nodig was, werd in 1951 opgebroken en gesloten. Het spoorlijntje Aalsmeer-Aalsmeer-oost werd in 1972 gesloten. Op het voormalige spoorlijn tracé ligt nu een vrijliggend fietspad. Langs deze weg liggen (aan beide zijden) diverse (voormalige) agrarische bedrijfswoningen die nog herinneren aan de vroegere agrarische functie van dit gebied. Een deel van de lintbebouwing ten zuiden van deze weg grenst aan het plangebied waarbij de achterste delen van de percelen zich in het plangebied bevinden. Deze delen zijn in gebruik als tuin of erf en enkele percelen zijn bebouwd met schuren en (voormalige) kleinschalige bedrijfsgebouwen. Achter een deel van de percelen is al een watergang met een gedeeltelijke groene grondwal aanwezig, als onderdeel van de bufferzone tussen de woonbebouwing en en het toekomstige bedrijventerrein.
5.1.3
Gebiedswaarden
De gebiedswaarden komen voort uit de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Dit kan zijn als gevolg van natuurlijke invloeden of menselijk ingrijpen en bieden inzicht in de verschillende perioden uit het verleden. De waarden worden ingezet ter verrijking van de ruimtelijke kwaliteiten en het uitdragen van de plaatselijke identiteit. De waarden zijn uit te splitsen in landschappelijke-, cultuurhistorische-, archeologische- of aardkundige waarden. De Globale Cultuurhistorische Analyse, 'Gebroken landen, geheelde gronden' (zie paragraaf 6.4.10) geeft inzicht in de ontstaansgeschiedenis van het plangebied. Op basis van de historische ontwikkelingen is in Aalsmeer onderscheid te maken in de Bovenlanden (veengebieden) en de droogmakerijen (polderlandschap). Dit onderscheid is in hoge mate bepalend voor de ruimtelijke structuur en geleding van Aalsmeer en is te herleiden tot de geomorfologie (bodemgesteldheid, waterhuishouding, hoogteligging) en ontginningsstructuur. Aalsmeer kent van oudsher een intensief en pluriform grondgebruik, veroorzaakt door de
27
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 verscheidenheid in bodemopbouw, waterhuishouding en de grondslag voor het ontstaan van nederzettingen. Ondanks de menselijke ingrepen (ontginningen, veranderingen in de waterhuishouding en intensief grondgebruik) zijn de kenmerken van een hoogwaardige landschap en structuur nog steeds aanwezig en herkenbaar. De stedelijke en landschappelijke opbouw en ruimtelijke structuur kunnen als document van een langdurige en boeiende geschiedenis worden aangeduid. Tot de Bovenlanden behoren de veengronden hoofdzakelijk aan de noordzijde van Aalsmeer. Het Aalsmeerse veengebied werd al sinds 1000 na Christus ontgonnen. Er werden sloten gegraven om de afwatering te bevorderen en hoger gelegen kaden aangelegd om de verbinding met de buitenwereld te verbeteren en droge voeten te houden. De daarbij verkregen kaden dienden als voetpaden waarlangs, op een verhoogd gedeelte, de woningen werden gebouwd. Zo ontstonden langgerekte lintdorpen, waarvan de ten noorden van het plangebied gelegen Oosteinderweg een voorbeeld is. Loodrecht op dit bewoningslint ontstonden smalle, langgerekte kavels, met daartussen sloten voor de ontwatering. Als gevolg van het zakkende veen moesten steeds meer afwateringsslootjes richting de nog niet drooggelegde Haarlemmermeer en de (Oosteinder)Poel aangelegd worden.
Door het uitbaggeren van deze sloten en afkalving van de randen, zijn hier in de loop der tijd relatief brede sloten ontstaan.
Afbeelding: kaartbeeld Oosteinderpoel voor de inpoldering in 1865 (bron: www.topotijdreis.nl)
Het plangebied maakt onderdeel uit van de Oosteinderpoelpolder. De Oosteinderpoelpolder was tot aan de inpoldering in 1865 een meer dat vanaf de 14de eeuw was ontstaan tussen Oosteinderweg en de Legmeerdijk door het afgraven van turf (veen). Turf was indertijd een belangrijke brandstof voor woningen. Door ontgravingen en inklinking van het veen zakte de bodem waardoor steeds meer natte moerasgebieden ontstonden die als gevolg van storm tot grotere meren uitgroeiden. De Oosteinderpoelpolder werd vanaf 1865 drooggelegd door middel van een stoomgemaal dat het water uit de polder bij de Pontweg afvoerde naar het water van de Ringvaart. Na de droogmaking werd de polder ingericht door de aanleg van kaarsrechte (polder)wegen als de Aalsmeerderweg en de Machineweg. De Machinegweg, welke in het verlengde van het oorspronkelijke stoomgemaal lag, werd vernoemd naar het stoomgemaal. De lange kavels werden gebruikt voor agrarische doeleinden, eerst als weiland en vanaf 1920 voor kassen.
28
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Afbeelding: kaartbeeld Oosteinderpoelpolder rond 1890 (bron: www.topotijdreis.nl)
De ontstaansgeschiedenis geeft inzicht in de waardering van verschillende kernkwaliteiten.
Landschappelijke en natuurlijke waarden Volgens de Geomorfologische kaart wordt het plangebied gekenmerkt als vlakte van getijafzetting. Uit de gegevens van de Regiegroep Natura 2000 Nederland blijkt dat er in en direct rond Aalsmeer geen Natura 2000 gebieden aanwezig zijn. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Botshol (circa 8 kilometer) en Nieuwkoopse Plassen en De Haeck (circa 12 kilometer). Uit de provinciale Omgevingsverordening blijkt verder dat er geen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) aanwezig is in het plangebied van het bestemmingsplan. Wel zijn enkele stroken tussen de Oosteinderweg en de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder aangewezen als NatuurNetwerk Nederland maar deze stroken bevinden zich op ruime afstand. Het deel van de Hoge Dijk ten westen van de N201 is aangewezen als ecologische verbindingszone. Deze verbindingszone bevindt zich op meer dan 200 meter afstand. In het plangebied zijn geen gronden met natuurlijke en/of landschappelijke waarden op regionaal, provinciaal of landelijk niveau aanwezig. Er hoeft in het bestemmingsplan daarom geen specifieke rekening te worden gehouden met natuurlijke en landschappelijke waarden.
Cultuurhistorische waarden De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland geeft een overzicht van waardevolle landschappelijke en cultuurhistorische elementen en structuren: landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als molens, militaire structuren en historische dijken. Het plangebied is gelegen in een zone die behoort tot het droogmakerijlandschap. Een droogmakerij is een bemalen gebied (polder) dat van oorsprong een meer, een ander groot open water of grasland was Het droogmakerijlandschap wordt in dit geval gevormd door de Noorder Legmeerpolder, de
29
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 Oosteinderpoelpolder en de Zuiderlegmeerpolder. De droogmakerijen zijn in de loop der tijd verdicht met een verzameling van woonbebouwing, bedrijven(terreinen) en kassen. De hoofdrichtingen van de polders zijn nog zichtbaar in de verstedelijking. Ook vormen de polders een contrast met de hoger gelegen dijken en bovenlanden. Binnen het plangebied zijn met uitzondering van de aangrenzende polderweg Aalsmeerderweg weinig restanten zichtbaar die refereren aan de ligging in een droogmakerijlandschap. Het plangebied is in het verleden grotendeels in gebruik geweest als glastuinbouwgebied. Wel is de verkavelingsopzet van diepe percelen op de meeste percelen nog zichtbaar. Het gebied is als geheel echter van lage cultuurhistorische waarde. Binnen het plangebied bevinden zich geen rijks of provinciale monumenten in de zin van de Erfgoedwet. Er is in en nabij het plangebied ook geen sprake van een gemeentelijk monument.
Archeologische waarden In de op 24 juni 2010 vastgestelde gemeentelijke 'Beleidsnota Archeologie' en de bijbehorende 'Archeologiekaart' heeft de gemeente uiteen gezet op welke wijze zij verantwoordelijkheid neemt voor het eigen bodemarchief. Voor het plangebied geldt een (geringe) archeologische verwachtingswaarde. In een gebied met een dergelijke verwachting is het bij plannen groter dan 10.000 m² en bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld in het kader van ruimtelijke planvorming verplicht om archeologisch verkennend onderzoek te verrichten. Het doel van het onderzoek is het vaststellen of er sprake is van archeologische vondsten en of de ontwikkelingen nadelige gevolgen hebben voor de bescherming en het behoud van dit archeologisch erfgoed.
30
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Afbeelding: Uitsnede beleidskaart Archeologie gemeente Aalsmeer
5.2
Functioneel gebruik
5.2.1
Bedrijven
In het plangebied bevinden zich momenteel de volgende bedrijven: “W. Plomp vleesverwerkingsbedrijf aan Aalsmeerderweg 74 (vleesverwerking) "Autlolania” aan Aalsmeerderweg 76 (autohandelaar); "Premium Import Japan" aan de Aalsmeerderweg 82 (autodealer) "Packwalk Hondenuitlaatservice" aan de Aalsmeerderweg 94 (hondenuitlaatservice/dierentrainer); “Hops Car Company BV” aan de Aalsmeerderweg 98B (autobedrijf); "Boomstam-tafels.com" aan de Aalsmeerderweg 98-G (meubelmaker en showroom); "Kiko auto's" aan de Aalsmeerderweg 100-2 (autohandelaar); "Loodgietersbedrijf A. Meijer" aan de Aalsmeerderweg 102 (loodgieter); "Transvorm Systeem Design B.V." aan de Aalsmeerderweg 116A (meubelmaker); “Jac. Kooij en Zn. B.V.” aan de Middenweg 1 (staalconstructiebedrijf); “Twinpack B.V.” aan de Middenweg 5 (groothandelsbedrijf emballage); “Sky-Park/QuickParking” aan de Middenweg 7 (Schipholparkeren); "Parkos" aan de Middenweg 11 (Schipholparkeren); “Intratuin Groencentrum b.v.” aan de Andorraweg 1 (distributiecentrum); “Kanjers Vastgoed” aan de Andorraweg 2 (distributiecentrum); "SQLBrander.nl B.V." aan de Andorraweg 8 (databasebeheerbedrijf).
31
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Deze bedrijven zijn conform het geldende planologische regime en/of vergunningen in het plangebied gevestigd. Het gebruik als vleesverwerkingsbedrijf ter plaatse van Aalsmeerderweg 76 is beëindigd zodat hier geen sprake meer is van bedrijfsactiviteiten.
5.2.2
Agrarisch
In het plangebied bevindt zich een tweetal stroken achter Aalsmeerderweg 94 en achter Aalsmeerderweg 132-134 waarop in het verleden tuinlandbouw heeft plaatsgevonden. De betreffende stroken zijn inmiddels niet meer in gebruik alstuinlandbouw maar onderdeel van de tuinen en erven van de woningen op de Aalsmeerderweg.
5.2.3
Wonen
In het plangebied bevinden zich enkele achterpercelen van grondgebonden eengezinswoningen in het woonlint van de Aalsmeerderweg. Op de achterpercelen bevinden zich verder geen woningen maar alleen bijgebouwen (zonder woonfunctie) en (voormalige) bedrijfsgebouwen (zie paragraaf 5.2.1).
5.2.4
Verkeer en vervoer
Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten via de Middenweg. De Middenweg is een gebiedsontsluitingsweg die aan de westzijde is verbonden met de Noordvork, welke samen met de Middenweg onderdeel uitmaakt van de lokale infrastructuur van Aalsmeer. Aan de oostzijde van het plangebied staat de Middenweg in directe verbinding met de Burgemeester Brouwersweg (N201), welke Aalsmeer verbindt met de rijkswegen A4 en A5. Het langzaam verkeer wordt net als het gemotoriseerd verkeer ontsloten via de Middenweg.
Parkeren Het parkeren vindt volledig plaats op eigen terrein.
5.2.5
Natuur en groen
Binnen het plangebied is voornamelijk braakliggend terrein aanwezig in de vorm van voormalig agrarisch gebied. Openbare groenvoorzieningen ontbreken, evenals (beschermde) natuurgebieden.
5.2.6
Water
Het plangebied is gelegen in de Oosteinderpoelpolder. Deze polder is een droogmakerij met een gemiddeld maaiveldniveau van 4,12 m – NAP. In het peilgebied wordt een peil gehanteerd van 5,0/5,1 meter – NAP. Een goed waterbeheer (met name het waterkwantiteitsbeheer) is een belangrijke randvoorwaarde voor de verschillende functies in de polder. Doordat het plan deels uitgaat van een herontwikkeling van de locatie zullen er in waterhuishoudkundige zin enkele aanpassingen gaan plaatsvinden. In en nabij het plangebied bevinden zich enkele watergangen langs de Middenweg en ter plaatse van de toekomstige bufferzone. Binnen de plangrenzen bevindt zich geen waterkering en het plangebied is evenmin gelegen in de beschermingszone van een waterkering.
32
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
5.2.7
Kabels en leidingen
In het plangebied bevindt zich geen planologisch relevante verbinding of leiding.
33
Green Park Aalsmeer deelgebied 4
Hoofdstuk 6 6.1
BELEIDSKADER
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.
6.2
Rijksbeleid
Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan.
6.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 15 september 2020 vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op het behouden van het groeipontenieel en past binnen de NOVI.
6.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Deze Amvb was gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De inwerkingtreding van de Amvb heeft gefaseerd plaatsgevonden. Op 1 oktober 2012 is nog een aantal onderwerpen toegevoegd waaronder de Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Vertrouwen in medeoverheden is de basis voor het decentraliseren van beslissingsbevoegdheid. Om die reden bevat de SVIR een beperkter aantal nationale belangen dan voorheen en bevat de Amvb Ruimte minder regels dan eerder was voorgenomen. Het Rijk gaat er vanuit dat de nationale ruimtelijke belangen die via wet- en regelgeving aan andere overheden opgedragen worden door hen goed worden behartigd. Waar de Amvb Ruimte bepalingen bevat aangaande gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk er vanuit dat deze doorwerking krijgen. Het Rijk zal de bestemmingsplannen dan ook niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of
34
Green Park Aalsmeer deelgebied 4 bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het voorliggende bestemmingsplan. De betreffende onderwerpen zijn namelijk niet aan de orde in of nabij het plangebied.
6.2.3
Luchthavenindelingbesluit Schiphol
Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.
De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De genoemde beperkingen betreffen: de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenverkeer; de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft wel de grens van 25 woningen per bouwplan en van drie woningen in de lintbebouwing gehandhaafd. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke-contour (zone 5) gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw.
In het landelijk gebied is in het LIB een verbod op nieuwe woningbouwlocaties verankerd (art. 2.2.1d lid 1). Daarnaast motiveren gemeenten in de toelichting op haar besluit de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen (art. 2.2.1d lid 2). Dit zogenaamde 'rekenschap geven' is nader geborgd in de Provinciale Omgevingsverordening van Noord-Holland. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt geheel binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB en grotendeels binnen het beperkingengebied voor (beperkt) kwetsbare objecten.
35