CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 8 juni 2023, gemeente aalsmeer25.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het feit dat er minimaal 36 sociale huurwoningen in dit project verdwenen zijn, dat interesseert kennelijk niemand wat, behalve de Partij van de Arbeid. Uiteraard. GroenLinks had ik daar wel op ingeschat. Maar dat geeft aan wie er welkom is in Aalsmeer. Dat is niet die leraar. Die gaat maar ergens anders wonen. Dat is niet die verpleegkundige. Die gaat maar ergens anders wonen. Het is een treurige constatering. Als je als inwoner inspreekt om je zorgen te uiten, dan komen we over twee jaar bij u terug. Waarvan akte. Je zal maar op deze club gestemd hebben. De voorzitter: Volgens mij zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn en denk ik dat we er klaar voor zijn om naar de stemming te gaan toch met elkaar. We hebben vier besluiten te nemen. Eerst volgt het amendement, dan het besluit, dan de meest verstrekkende motie, die is van de PvdA en dan die van Absoluut Aalsmeer en VVD. Het amendement Ontsluiting Westeinderhage wordt voorgesteld om het besluit aan te passen, met dien verstande dat de tekst kan zijn dat de ontsluiting aan het Geerland dan wordt vervangen door de oorspronkelijke aansluiting op de Gravin Aleidstraat. Wie is er voor dit amendement? GroenLinks en PvdA. Daarmee is het amendement verworpen. Dan de motie Woningbouwproject Westeinderhage. Excuses, ik ga helemaal in mijn eigen lijstje op. We gaan naar het besluit. Het bestemmingsplan dat voorligt.

Bestemmingsplan Kudelstaart-Westeinderhage en het beeldkwaliteitsplan. Wie is er voor dit besluit? Dat is eenieder, met uitzondering van GroenLinks. Daarmee is het besluit aangenomen. Dan gaan we nu toch over naar de moties. Motie Woningbouwproject Westeinderhage. Verzoekt het college om naast de voorgestelde ontsluiting in het bestemmingsplan Westeinderhage ook te ontsluiten op de oorspronkelijke plek in de startnotitie. Een ontsluiting naar de Herenweg te creëren bij de hoek Gaffelstraat-Mastweg. Wie is er voor deze motie? GroenLinks, PvdA. Daarmee is de motie verworpen. Gaan we tot slot naar de motie Monitoring verkeersafwikkeling Westeinderhage. Daarbij wordt het college opgedragen de verkeerssituatie op de Bilderdammerweg na oplevering van de wijk Westeinderhage te monitoren. De raad hier een jaar na oplevering over de berichten. Twee jaar na oplevering van de wijk een evaluatie aan de raad te doen toekomen. Nu alvast te anticiperen en na te denken over een mogelijke oplossing om tussentijds of na de monitoringsperiode van twee jaar bij te kunnen sturen. Wie is er voor deze motie? Dat zijn alle partijen, met uitzondering van GroenLinks en PvdA. Daarmee is de motie aangenomen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het agendapunt. Een groot besluit over een bestemmingsplan in Kudelstaart over veel woningen. Dat hebben we met

Pagina 14 van 16

elkaar tot een goed einde weten te brengen qua ordentelijke besluitvorming. Daarvoor dank ik u hartelijk. Rb-5

Vragenkwartier De voorzitter: Dat maakt dat wij bij het vragenkwartier aankomen. Daarvoor zijn door de PvdA vragen ingediend. Ik geef u dan ook graag het woord. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Op 23 maart 2023 jongstleden werden in de bekendmakingen aangekondigd dat er een vergunning verleend was voor het kappen van zestien bomen aan de Lunalaan, ten behoeve van de woningbouw genaamd Tuinen van Hornmeer. Op eerste gezicht lijkt het kappen van de bomen aan de overkant van een sloot, aan een doorgaande weg, weinig verband te houden met de bouw van woningen in een ander deel van de Hornmeer. De Partij van de Arbeid Aalsmeer heeft daarom de volgende vragen. Kan het college uitleg geven waarom zij de vergunning heeft afgegeven? Wat is de connectie tussen de Lunalaan en het bouwproject Tuinen van Hornmeer? Is er gesproken over een herplantingsplicht? De voorzitter: We vragen het college om antwoorden. Wethouder Kabout. De heer Kabout: Het duurde even. Dank u wel, voorzitter. De vragen. Even kijken hoor. De eerste vraag, waarom de vergunning is afgegeven? Dat is niet het geval. In week 12 is de aanvraag voor de kap van zestien bomen ten behoeve van woningbouwproject Tuinen van Hornmeer gepubliceerd. De publicatie betreft alleen de kapaanvraag. Er is nog geen vergunning verleend. Dat is antwoord op vraag één. Vraag twee. Connectie tussen Lunalaan en de Tuinen van Hornmeer.

Er is inderdaad geen connectie tussen de Lunalaan en de Tuinen van Hornmeer. Echter, het is zo dat ze zich op hetzelfde kadastrale perceel bevinden en daardoor is dat misgegaan initieel bij de aanvraag, die publicatie ervan. Bij de publicatie van de kapaanvraag is de Lunalaan vermeld in plaats van de Meervalstraat. Op 30 maart 2023 is dat toen meteen gerectificeerd. Dat bericht heeft ook gewoon in de krant gestaan, de week daarna. Heeft u toen een aantal weken geleden ook kunnen lezen. Ik kan, als u wil, de rectificatie hier nog voorlezen, maar die is toen gepubliceerd. Dat is het antwoord op vraag twee. Antwoord op vraag drie. Is er gesproken over een herplantingsplicht? Ja, dat is het geval. De te kappen bomen worden gecompenseerd. Dat is ook opgenomen in het projecten De Tuinen van Hornmeer. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog aanvullende vragen van de PvdA? De heer Buisma: Nee, helder. Vandaar ook de vraag van, het lijkt weinig verband te hebben. Dat heeft het niet. Dank u wel.

Rb-6

Sluiting De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van deze raadsvergadering. Ik nodig de fracties nog uit om beneden in het souterrain nog even na te praten. Voor vanavond wens ik iedereen nog een hele fijne avond.

Pagina 15 van 16

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juni 2023.

, voorzitter

, griffier

Pagina 16 van 16

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Lokale wet- en regelgeving

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Aalsmeer Geldend van 10-05-2017 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2017

Intitulé Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Aalsmeer Z-2017/007107 De raad van gemeente Aalsmeer, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Aalsmeer. Deze regeling vervangt de Financiële verordening gemeente Aalsmeer, vastgesteld door de raad op 9 februari 2017. Deze regeling geldt met inachtneming van de centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen. De regelgeving die op deze regelgeving is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) is het Treasurystatuut Aalsmeer 2016.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: -

administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

-

inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;

-

overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin de gemeente deelneemt.

Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Programma-indeling De raad stelt, op voordracht van het college, bij aanvang van iedere raadsperiode de programma-indeling vast. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

1/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken In de programmabegroting en programmarekening wordt per programma een overzicht gegeven van de toedeling van lasten en baten naar taakvelden.

Artikel 4. Kaders begroting Het college biedt uiterlijk in de laatste vergadering voor het zomerreces aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

2.

De raad autoriseert investeringskredieten via de begroting, of door expliciete besluitvorming via aparte kredietvoorstellen.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1.

Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse rapportages over de voortgang van de uitvoering van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. De rapportages geven een prognose van de verwachte einduitkomst van het jaar.

2.

In de tussentijdse rapportages worden (verwachte) afwijkingen op de geraamde baten en de lasten van taakvelden en gevoteerde investeringskredieten groter dan € 40.000,00 toegelicht, alsmede lagere financiële afwijkingen en inhoudelijke afwijkingen die bestuurlijk relevant zijn.

Artikel 7. Informatieplicht Onverminderd artikel 169, tweede lid van de gemeentewet geldt voor het college een actieve informatieplicht voor onderstaande gevallen: a.

wanneer aan het college bekend is dat de door de raad vastgestelde budgetten worden overschreden, in die zin dat er reden kan zijn tot bijsturing door de raad dan wel de overschrijding groter is dan 5% met een minimum van € 75.000,00;

b.

wanneer aan het college bekend is dat door de raad vastgestelde prestaties in betekenende mate niet worden gerealiseerd;

c.

wanneer aan het college bekend is dat door de raad vastgestelde realisatietermijnen, verbonden aan enig project van groot belang, niet zullen worden gehaald en de termijnoverschrijding naar verwachting meer dan 4 maanden zal bedragen dan wel een belangrijk project door toedoen van derden stagneert;

d.

wanneer aan het college bekend is dat de gemeente door derden aansprakelijk is gesteld voor een bedrag dat naar verwachting de € 75.000,00 overschrijdt;

e.

wanneer aan het college bekend is dat het risicoprofiel omtrent de realisatie van programmadoelstellingen, respectievelijk investeringswerken of grondexploitaties/locatieontwikkelingsprojecten een wezenlijke wijziging ondergaat.

Artikel 8. EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten, c.q. lagere overheden samen het collectieve aandeel van gemeenten, c.q. lagere overheden in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

2/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Hoofdstuk 3. Financieel beleid Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa 1.

Afschrijving vindt als regel lineair plaats. Via apart raadsbesluit kan in specifieke gevallen worden besloten tot annuïtaire afschrijving.

2.

Materiële en immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de afschrijvingstabel die wordt opgenomen in de jaarrekening. De afschrijvingstabel bevat ook een minimumbedrag voor te activeren investering. Wijziging van de tabel vindt plaats via raadsbesluit.

3.

Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

4.

Een saldo voor agio of disagio wordt direct ten laste van de exploitatie gebracht.

5.

Met inachtneming van artikel 53a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten worden in de toelichting op de balans opgenomen de financiële verplichtingen waaraan de gemeente voor toekomstige jaren is verbonden met een minimumbedrag van € 250.000,00.

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen 1.

2.

Voor de debiteuren sociale zekerheid wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd volgens de volgende berekeningswijze: a.

bij het bepalen van de hoogte van de voorziening wordt aangesloten op de landelijke CBS-codes die worden gehanteerd in het Registratiesysteem voor de klantendossiers;

b.

vorderingen boven de € 5.000,00 worden individueel beoordeeld, waarbij op basis van leeftijd en aflossingsbedragen de inbaarheid wordt bepaald.

Voor de overige debiteuren (inclusief belastingdebiteuren en begraafplaats) wordt afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten volgens de volgende percentages een voorziening wegens mogelijke oninbaarheid gevormd: a.

ouderdom vordering groter dan drie jaar wordt voor 100% oninbaar geschat;

b.

ouderdom vordering groter dan twee jaar en t/m drie jaar wordt voor 75% oninbaar geschat;

c.

ouderdom vordering groter dan 1 jaar en t/m twee jaar wordt voor 50% oninbaar geschat;

d.

ouderdom t/m 1 jaar wordt voor 0% oninbaar geschat;

e.

naast de ouderdomsbeoordeling wordt elke factuur groter dan € 25.000,00 individueel beoordeeld op mogelijke oninbaarheid en de hiermee samenhangende dotatie aan de voorziening.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen 1.

2.

Het college zorgt voor een actuele nota reserves en voorzieningen met een algemeen, meerjarig beleidskader inzake: a.

de vorming en besteding van reserves;

b.

de vorming en besteding van voorzieningen;

c.

de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen;

d.

het doel van de reserve/voorziening;

e.

een eventuele maximumstand van de reserve en/of looptijd van een reserve.

De raad stelt deze nota vast.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

3/13

05-12-2022 10:48

3.

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Gelet op de samenhang tussen reservepositie en weerstandscapaciteit zorgt het college in ieder geval voor afstemming met de in artikel 18 van deze verordening genoemde nota reserve- & risicobeleid. Deze afstemming kan ook het opstellen van één geïntegreerde nota inhouden.

Artikel 12. Kostprijsberekening 1.

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd.

2.

Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden bij het bepalen van de kostprijs in ieder geval betrokken de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), alsmede overige relevante kosten zoals vermeld en onderbouwd in de paragraaf lokale heffingen.

3.

Toerekening van de overheadkosten vindt plaats via de generiek verdeelsleutel "directe ambtelijke capaciteit". Daarbij wordt gebruik gemaakt van een in de begroting te vermelden overheadpercentage.

4.

Het college draagt zorg voor de vastlegging en consistente toepassing van overige grondslagen voor de kostentoerekening.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1.

Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.

2.

Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden tenminste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.

3.

Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

4.

Raadbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a.

leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

b.

een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;

c.

een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

d.

een bevoordeling van sociale werkplaatsen;

e.

een bevoordeling van onderwijsinstellingen;

f.

een bevoordeling van publieke media-instellingen; en

g.

een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, leges en retributies Het college doet de raad voorstellen tot vaststelling van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, leges en retributies. Als regel wordt in ieder geval een tariefvoorstel voorgelegd in samenhang met de begroting, https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

4/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

hetzij in dezelfde raadsvergadering, hetzij de maand daaropvolgend. Daarnaast kunnen ook op andere momenten tariefvoorstellen worden voorgelegd als daartoe aanleiding bestaat.

Artikel 15. Financieringsfunctie 1.

Het college zorgt voor een actueel treasurystatuut met een uitgewerkt kader voor de uitoefening van de financieringsfunctie.

2.

De raad stelt het treasurystatuut vast.

Hoofdstuk 4. Paragrafen Artikel 16. Lokale heffingen Met inachtneming van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft het college in de paragraaf "lokale heffingen" van de begroting een samenvattende schets van het vigerende beleidskader en relevante ontwikkelingen, inclusief inzicht in de opbouw van tarieven en daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten. In de paragraaf "lokale heffingen" in de jaarstukken geeft het college een verslag van de ontwikkeling van de lokale heffingen in relatie tot het vigerend beleidskader.

Artikel 17. Financiering. Met inachtneming van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft het college in de paragraaf "financiering" van de begroting een samenvattende schets van het vigerende beleidskader en relevante ontwikkelingen, alsmede inzicht in de rente-exploitatie en samenhangende rente(omslag)-berekeningen en gehanteerde rentepercentages. In de paragraaf "financiering" in de jaarstukken geeft het college een verslag van de ontwikkeling van financiering in het afgesloten jaar in relatie tot het vigerend beleidskader.

Artikel 18. Weerstandsvermogen & risicobeheersing 1.

Het college zorgt voor een actuele nota reserve- en risicobeleid met een algemeen, meerjarig beleidskader.

2.

De raad stelt deze nota vast.

3.

Gelet op de samenhang tussen reservepositie en weerstandscapaciteit zorgt het college in ieder geval voor afstemming met de in artikel 11 van deze verordening genoemde nota reserves en voorziening. Deze afstemming kan ook het opstellen van één geïntegreerde nota inhouden.

4.

Met inachtneming van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft het college in de paragraaf "weerstandsvermogen & risicobeheersing" van de begroting een samenvattende schets van het vigerende beleidskader en relevante ontwikkelingen. In de paragraaf "weerstandsvermogen & risicobeheersing" in de jaarstukken geeft het college een verslag van de ontwikkelingen in het afgesloten jaar in relatie tot het vigerend beleidskader.

Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen 1.

Het college zorgt voor een actueel meerjarig beleidskader betreffende de borging van de duurzame instandhouding van de gemeentelijke activa (gebouwen, riolen, (water)wegen, openbaar groen, kunstwerken, straatmeubilair, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties). Daartoe maakt het college naar behoefte, gebruik van een overkoepelende nota activabeleid en/of aparte nota's voor specifiek activacategorieën, zoals een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), een Beeldkwaliteitsplan en een nota Wegen.

2.

De raad stelt deze nota en/of nota's vast.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

5/13

05-12-2022 10:48

3.

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Met inachtneming van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft het college in de paragraaf "onderhoud kapitaalgoederen" van de begroting een samenvattende schets van het vigerende beleidskader en relevante ontwikkelingen. In de paragraaf "onderhoud kapitaalgoederen" in de jaarstukken geeft het college een verslag van de ontwikkelingen in het afgesloten jaar in relatie tot het vigerend beleidskader.

Artikel 20. Bedrijfsvoering Met inachtneming van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft het college in de paragraaf "bedrijfsvoering" van de begroting en de rekening een schets van de stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

Artikel 21. Verbonden partijen Met inachtneming van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft het college in de paragraaf "verbonden partijen" van de begroting en de rekening schets van de stand van zaken en ontwikkelingen ten aanzien van de verbonden partijen.

Artikel 22. Grondbeleid 1.

Het college legt vóór of gelijktijdig met de behandeling van de jaarstukken de actualiseringen van de gronden in exploitaties en overige locatieontwikkelingsprojecten voor, welke de raad vaststelt.

2.

Het college zorgt voor en besluit over een actuele grondprijzentabel.

3.

In de paragraaf "grondbeleid" van de begroting beschrijft het college het beleidskader. in de paragraaf "grondbeleid" in de jaarstukken geeft het college een verslag van de ontwikkelingen in het afgesloten jaar betreffende het grondbeleid in relatie tot het vigerend beleidskader.

Hoofdstuk 5. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 23. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.

het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeentelijke organisatie;

b.

het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

c.

het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

d.

het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

e.

het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en

f.

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Artikel 24. Financiële organisatie Het college draagt zorgt voor: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

6/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

a.

een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken binnen de gemeentelijke organisatie;

b.

een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;

c.

de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

d.

de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

e.

de te maken afspraken over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

f.

de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de taakvelden;

g.

het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

h.

het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en

i.

het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 25. Interne controle 1.

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.

2.

Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de twee jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Financiële verordening Aalsmeer, vastgesteld op 3 december 2015 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2017.

2.

Deze verordening is van toepassing op het begrotingsjaar 2017 en latere begrotingsjaren.

3.

Deze verordening wordt aangehaald als: "Financiële verordening Aalsmeer 2017".

Ondertekening https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

7/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 april 2017. De griffier, O. van Kolck De voorzitter, J.J. Nobel

MEMORIE VAN TOELICHTING Artikel 1. Begripsbepaling Het begrip administratie is gedefinieerd ten behoeve van artikel 23 van de verordening. De begrippen inkomsten, netto schuld per inwoner en onbenutte belastingcapaciteit zijn gedefinieerd ten behoeve van artikel 18 van de verordening. Hiervoor zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast voor de financiële kengetallen over de gemeentefinanciën. Tot slot is het begrip overheidsbedrijf gedefinieerd om in artikel 13 van de verordening nadere invulling te kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet voor het vaststellen van de hoogte van prijzen.

Artikel 2. Programma-indeling Dit artikel bepaalt dat de raad de programma indeling vaststelt op voordracht van het college. Daarmee bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele programma indeling moet worden herzien. In de meeste gevallen is dat niet raadzaam. Dit leidt namelijk tot discontinuïteit, hetgeen de vergelijkbaarheid in de tijd bemoeilijkt. Indien en voor zover de indeling de vorige raadsperiode goed is bevallen, kan deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken Aanvullend op hetgeen is geregeld in het BBV schrijft dit artikel voor, dat in de programmabegroting en de programmarekening per programma een specificatie van de ramingen wordt vermeld op het niveau van taakvelden. Op deze wijze wordt op bestuurlijke herkenbare, samenhangende grootheden inzicht geboden in de opbouw van de raming op programmaniveau. De taakvelden bieden daarvoor een landelijk gestandaardiseerde indeling, hetgeen kan bijdragen aan onderlinge vergelijkbaarheid

Artikel 4. Kaders begroting Artikel 4 van de financiële verordening bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen van de begroting een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. Aldus kan de gemeenteraad vooraf bestuurlijk richting geven aan het opstellen van de begroting en de meerjarenraming door het college. Dit sluit aan bij de bestaande praktijk. Deze nota heet in Aalsmeer de Lentenota.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten Artikel 5 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma's. Dit is de bestaande werkwijze en dat is in overeenstemming met het BBV. Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Ook uitgaven voor investeringen moeten worden geautoriseerd. Routinematige investeringen binnen de bestaande beleidskaders (going concern) lenen zich goed voor kredietvotering in het kader van de begrotingsbehandeling. Autorisatie van politiek belangrijke investeringen die buiten de bestaande beleidskaders vallen leent zich goed voor separate behandeling en besluitvorming, waarbij de raad de kredietvotering combineert met de behandeling van de inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

8/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Artikel 6. Tussentijdse rapportage Via tussentijdse rapportages wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de begroting van het lopende jaar. Er is sprake van twee tussentijdse rapportages conform de bestaande praktijk. Het tweede lid bevat een drempelbedrag voor afwijkingen ten opzichte van de begroting die het college in de tussenrapportages toelicht, met daarbij expliciet de vermelding, dat bestuurlijke relevante afwijkingen ook worden toegelicht als het drempelbedrag niet wordt overschreden.

Artikel 7. Informatieplicht Artikel 169 Gemeentewet bevat belangrijke regelgeving voor de informatieplicht van het college jegens de raad. Dit artikel verplicht onder meer het college om de raad vooraf in staat te stellen bedenkingen kenbaar te maken bij voorgenomen privaatrechtelijke rechtshandelingen met ingrijpende gevolgen voor de gemeente. Aanvullend hierop bevat artikel 7 van de financiële verordening een kader voor de actieve informatieplicht van het college bij overige actuele ontwikkelingen/afwijkingen. Deze actieve informatieplicht gaat verder dan de reguliere tussentijdse rapportages als bedoeld in artikel 6 en kan afzonderlijke acties vragen. De exacte wijze waarop dit gebeurt kan verschillen al naar gelang de aard en omvang van de afwijking.

Artikel 8. EMU-saldo Voor de gezamenlijke lagere overheden, dat wil zeggen de gemeenten, de provincies en de waterschappen, is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMUtekort van Nederland. Wordt dit aandeel in het EMU-tekort overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar de lagere overheden wordt doorvertaald. Maar het kan ook zijn, dat de overschrijding niet tot aanvullend beleid van het Rijk of Europa leidt. Binnen het plafond voor de gezamenlijke lagere overheden vindt als regel een verdere toedeling plaats naar gemeente, provincies en waterschappen. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een overschrijding van het toegestane EMUtekort voor alle gemeenten.

Als daarop actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Artikel 9. Waardering & afschrijving vaste activa en niet uit balans blijkende verplichtingen In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 9 invulling gegeven. Vanaf 1 januari 2017 is ook het activeren van investeringen met maatschappelijk nut verplicht en zijn de regels voor rentetoerekening aan investeringen uitgebreid. De nieuwe regels voor rentetoerekening kunnen leiden tot een frequentere aanpassing van de rekenrente die ook moet worden toegepast op annuïteiten. Tussentijdse renteaanpassingen op annuïteiten hebben ook impact op de afschrijvingscomponent, hetgeen de transparantie en stabiliteit van de begroting niet ten goede komt. De verordening bepaalt daarom, dat als regel lineaire afschrijving wordt toegepast, tenzij de raad apart anders besluit. Bij dit laatste kan worden gedacht aan gemeentelijke investeringen voor commerciële verhuur zoals (inpandige) NSO/BSO-voorzieningen in een schoolgebouw. Voor het overige stelt de raad afschrijvingsmethodieken en –termijnen, inclusief een minimumbedrag, vast via een afschrijvingstabel.

Ten slotte geeft de gemeenteraad via het laatste lid van dit artikel nader invulling aan artikel 53a BBV voor wat betreft de reikwijdte van de term "belangrijke financiële verplichtingen voor toekomstige jaren".

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

9/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen. Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen debiteuren sociale zekerheid en overige debiteuren (inclusief belastingdebiteuren en begraafplaats). De opgenomen bepaling legt vast op welke wijze gekomen wordt tot een onderbouwde voorziening.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen Het eerste lid bepaalt dat het college zorgt voor een actuele nota over de reserves en voorzieningen Met het vaststellen van deze nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en voorzieningen. Het onderhavige artikel in de verordening stelt inhoudelijke kaders voor dit beleidsonderdeel en benoemt de samenhang tussen reservepositie en weerstandscapaciteit.

Artikel 12. Kostprijsberekening Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b Gemeentewet en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt, en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten op een apart taakveld worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet meer doorberekend aan de taakvelden. Daarmee vervalt de mogelijkheid om de integrale kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op taakvelden van de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening in beeld te brengen. De kostprijzen moeten daarom extracomptabel worden berekend en vastgelegd. Dit laatste is verwoord in het eerste lid van artikel 12. Het tweede lid bepaalt, dat relevante kosten in de kostprijsberekening worden betrokken, waarbij expliciet de compensabele BTW wordt genoemd in aansluiting op artikel 22b Gemeentewet.

De concrete uitwerking via specificatie en onderbouwing wordt opgenomen in de paragraaf lokale heffingen. Het derde lid geeft de definitie van de kostenverdeelsleutel voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van rechten en heffingen waarmee de gemeente kosten in rekening brengt en voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijzen van goederen, werken en diensten die door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden geleverd. Het is ten slotte van belang dat in de gemeentelijke organisatie een deugdelijk stelsel van kostentoerekening voorhanden is, dat consistent wordt toegepast. Vanuit algemene uitgangspunten en grondslagen omvat dit ook een meer technische uitwerking tot in de haarvaten van de organisatie en de administratie. Het vierde lid van artikel 12 bepaalt ten aanzien hiervan dat het college zorgdraagt voor de vastlegging en toepassing van een dergelijk stelsel. Kaders voor de kostprijzen staan voor heffingen, rechten en leges in artikel 229b Gemeentewet en voor prijzen in de artikelen 25i, 25j en 25m van de Mededingingswet.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht. Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep. Belanghebbenden kunnen dan binnen uiterlijk zes weken na bekendmaking van het besluit een bezwaarschrift indienen bij de gemeente (Artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht).

De gemeente moet binnen zes weken een besluit nemen over het bezwaarschrift of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht is ingesteld - binnen twaalf weken, https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

10/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Bij afwijzing van de bezwaren kan de belanghebbende beroep instellen bij de bestuursrechter. Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen worden in het vierde lid opgesomd.

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). Het opgenomen artikel sluit aan bij de op dit moment geldende praktijk.

A rtikel 15. Financieringsfunctie Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 15 verwijst hiervoor naar een apart vast te stellen treasurystatuut. Dit sluit aan bij de bestaande praktijk. De laatste jaren is de landelijke regelgeving uitgebreid. Niet alleen door aanpassing van de Wet FIDO en het besluit RUDDO, maar vooral door de invoering van wet Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Mede daardoor kan voor de eigen regelgeving worden volstaan met een treasurystatuut.

Paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de artikelen 16 tot en met 21 aan wat er in de paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid ten minste moet staan. In de financiële verordening kan de raad bepalen dat hij ook over aanvullende zaken in de paragrafen wil worden geïnformeerd. Hoofdstuk 4 van de financiële verordening geeft hier invulling aan.

Artikel 16. Lokale heffingen In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 10 welke informatie de paragraaf lokale heffingen in elk geval moet bevatten. Onder verwijzing hiernaar sluit dit artikel aan bij de bestaande werkwijze.

Artikel 17. Financiering In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 13 welke informatie de paragraaf financiering in elk geval moet bevatten. Onder verwijzing hiernaar sluit dit artikel aan bij de bestaande werkwijze.

Artikel 18. Weerstandsvermogen & risicobeheersing In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 11 welke informatie de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval moet bevatten. Onder verwijzing hiernaar sluit dit artikel aan bij de bestaande werkwijze. Daartoe behoort tevens het beschikbaar hebben van een actuele kaderstellende nota, waarbij dit artikel het verband legt met de in artikel 11 voorgeschreven nota reserves en voorzieningen.

Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk geval moet bevatten. Onder verwijzing hiernaar sluit dit artikel aan bij de bestaande werkwijze. Daartoe behoort tevens het beschikbaar hebben van een actueel meerjarig https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

11/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

beleidskader. Borging van de duurzame instandhouding van de gemeentelijke fysieke infrastructuur is een pijler van een gezond financieel beleid. Dit bestrijkt een breed gebied, waartoe onder meer behoren de onderdelen wegen, riolen, gebouwen, groen. Het artikel maakt duidelijk dat dit actueel meerjarig beleidskader bestaat uit meerdere nota's. Deze door de raad vast te stellen nota's bevatten de kaders voor de onderliggende beheersinstrumenten, waarbij gedacht kan worden aan onderhoudsvoorzieningen en aan het recent ingestelde meerjarig uitvoeringsprogramma infra werken.

Artikel 20. Bedrijfsvoering In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 14 welke informatie de paragraaf bedrijfsvoering in elk geval moet bevatten.

Artikel 21. Verbonden partijen In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 15 welke informatie de paragraaf verbonden partijen in elk geval moet bevatten. In lijn met de bestaande gedragslijn sluit de verordening hierbij aan. De regelgeving in het BBV is afdoende.

Artikel 22. Grondbeleid In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 16 welke informatie de paragraaf grondbeleid in elk geval moet bevatten. De bepaling in de verordening sluit hierbij aan en bevat verder een bepaling over de periodieke algehele actualisering van grondexploitatie en de grondprijzentabel.

Artikel 23. Administratie Onder artikel 23 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging er van moeten voldoen.

Artikel 24. Financiële organisatie Artikel 24 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Artikel 24 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het college beleid en interne regels moet stellen. De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening.

Artikel 25. Interne controle De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Het eerste lid van artikel 25 draagt het college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen. Het tweede lid bepaalt dat jaarlijks wordt gecontroleerd of de administratie van waardepapieren e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Dit lid bepaalt tevens dat eens in de twee jaar wordt gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit.

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

12/13

05-12-2022 10:48

Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van d…

Artikel 26. Intrekken oude verordening en overgangsrecht Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden ingetrokken. Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar t en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken van het begrotingsjaar t-1. Hiervoor is in artikel 26 een overgangsbepaling opgenomen.

Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel De verordening is van toepassing op het begrotingsjaar 2017 en latere jaren en treedt daarom in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2017.

Vaststelling Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend (eerste lid artikel 75 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van de raad medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet). Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet (artikel 215 Gemeentewet).

Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR465712

13/13

Model Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) (nieuw model, november 2022) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 5, tweede lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 5, eerste lid. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 15, tweede lid. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief). Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; gelezen het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) [naam gemeente en eventueel jaartal]

Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. - overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. - rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van burgemeester en wethouders waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Paragraaf 2. Begroting en verantwoording Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van burgemeester en wethouders per programma vast: a. de taakvelden, en b. de beleidsindicatoren. Het voorstel van burgemeester en wethouders bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. [3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een nadere onderverdeling van de programma’s vast. ]

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf [grensbedrag] afzonderlijk gespecificeerd. Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming 1.

Burgemeester en wethouders bieden voor [datum] aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor [datum] vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van [[bedrag] OF [percentage van de totale lasten]] opgenomen. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per [programma OF programmaonderdeel OF taakveld]. [2. In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit welke onderdeel is van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld], als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.] 3. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 4.

Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het [programma OF programmaonderdeel OF taakveld] of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid. 5. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 6.

Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan [bedrag] informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. [7. Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan [bedrag] aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd bij de jaarrekening.]

Bijlage bij VNG ledenbrief, kenmerk 22/061, november 2022.

Artikel 6. Tussentijdse rapportages 1. Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste [aantal (bijvoorbeeld vier)] maanden en de eerste [aantal (bijvoorbeeld negen)] maanden van het lopende boekjaar. 2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar [taakvelden] OF [programmaonderdelen]; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en h. […]. 3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan [[bedrag] OF [percentage]] toegelicht. Artikel 7. Jaarstukken 1.

Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken bieden burgemeester en wethouders de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. [Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan aan de raad.] Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen [1.] In het kader van de actieve informatieplicht beslissen burgemeester en wethouders niet over: a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan [bedrag]; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan [bedrag], en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van burgemeester en wethouders te brengen. [2. Bij het aangaan van een verplichting groter dan [bedrag] initiëren burgemeester en wethouders een zienswijzeprocedure door de raad.] Artikel 9.

EMU-saldo Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteren burgemeester en wethouders aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van [percentage tussen 0 en 3%] van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan [bedrag] nader toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=f88eece6-655d-4900-aac5-bcb2ff05ad4f