Agenda en actieplan klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026.pdf
Tekst van het document
Samenwerking als leidend principe Klimaatadaptatie in Aalsmeer is een maatschappelijke opgave, waarbij samenwerking onmisbaar is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Daarnaast zijn de verantwoordelijkheden en taken van de gemeente en andere partijen bepalend in hun handelingsperspectief. De gemeente is verantwoordelijk voor o.a. de riolering, de openbare orde en veiligheid en de bereikbaarheid. Andere verantwoordelijkheden liggen bij de waterschappen, de provincie, het rijk, de bedrijven, de inwoners zelf of andere instanties. Dubbel werk moet worden voorkomen, maar problemen mogen ook niet verergeren, omdat niemand zich verantwoordelijk voelt.
6.2 Ambities en richtlijnen Ambities en richtlijnen geven de gemeente en haar partners inhoudelijk richting voor een klimaatbestendig Aalsmeer. Deze ambities en richtlijnen gelden voor elk project vanaf vaststelling van dit beleid. Ze zijn het kompas voor de komende decennia. Indien de ambities onvertraagd navolging krijgen, is het resultaat dat Aalsmeer in 2050 volledig klimaatbestendig is ingericht.
37
Op 3 maart 2020 is een informatieve sessie met de gemeenteraad georganiseerd over klimaatadaptatie. De bijeenkomst vond plaats halverwege het klimaatadaptatieproces en heeft richting gegeven aan de prioritering en ambities voor de aanpak van klimaatadaptatie. Er is met de raad gesproken over:
De rol van de gemeente bij de klimaatopgaven (realiseren, reguleren, samenwerken, faciliteren) Welke opgaven en gebieden prioriteit hebben om aangepakt te worden Snelheid in de aanpak van klimaatadaptatie en de investeringsbehoefte (de financiële dekking)
Met stellingen is discussie gevoerd over de prioritering van de klimaatimpact in Aalsmeer. Per stelling is de discussie en de vertaling naar de strategie beschreven. Het tweede deel van de avond draaide om de ambitie en de kaders. Centraal stond wat de stip op de horizon moet zijn en hoe deze bereikt kan worden. De Raad wil inzetten op samenwerken en faciliteren. Het uitgangspunt is de opgave te realiseren binnen de huidige budgetten en rioolheffing. Juist het samenwerken met eigenaren en bedrijven is belangrijk voor het bereiken van klimaatbestendige resultaten, omdat Aalsmeer betrekkelijk weinig openbare ruimte heeft. Voor Aalsmeer is het belangrijk aan te sluiten bij de normeringen die in de hele regio worden toegepast. Daarom sluiten we aan bij de MRA normeringen, ook voor Aalsmeer. De input van deze informatieve raadssessie is vertaald in de ambitie en aanpak van dit voorliggende rapport. Deze ambities zijn gekoppeld aan de vier klimaattrends (wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen, ook wel waterveiligheid) en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige richtlijnen voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Daarbij dienden de richtlijnen voor klimaatbestendige nieuwbouw van de Metropool Regio Amsterdam als basis.
Naar aanleiding van de input van de raadsessie op 3 maart 2020 zijn tijdens de actiedialoog op 22 juni 2020 de ambities en richtlijnen aangescherpt tot de opgave voor Aalsmeer. De nieuwe richtlijnen voor het beperken van de wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming (waterveiligheid) voor nieuwbouw, bestaande openbare ruimte en privaat terrein zoals weergegeven in hoofdstuk 6.2 worden opgenomen in de actualisatie van de LIOR. Dit is een opmaat richting een Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR). 6.2.1.
Wateroverlast: inrichten voor op extreme buien Ambitie: bij een bui van 70 mm in één uur stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd.
Nieuwbouw: voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte in combinatie met het privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan
38
worden vastgehouden, geborgen en vertraagd afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. Het bereiken van de opgave is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen (privaat en openbaar). Openbare ruimte bestaande stad: bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur door een gebied/wijk verwerkt kan worden. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering geldt een bergingseis van 20 mm; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en private partijen. Privaat terrein: Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door wateroverlast vanuit hun eigen terrein. De gemeente streeft naar meer bergend of vertragend vermogen in de private ruimte ten opzichte van 2020. De gemeente ondersteunt dit met stimuleringsmaatregelen en door het geven van informatie. Eventueel maken kavelpaspoorten het mogelijk om maatregelen meer af te dwingen.
Figuur 6.3 Voorbeeld van een informatieblad over mogelijke maatregelen, in dit geval tegen wateroverlast
6.2.2. Hitte: beperken van de impact Ambitie: de hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht.
Om de ambitie te koppelen aan een exacte maximale gevoelstemperatuur is niet haalbaar. De temperaturen binnen en buiten de gebouwen lopen de komende jaren op. Zeker op doorgaande wegen, omdat positief te beïnvloeden is aanplant van bomen en het groen noodzakelijk. Echter, bomen moeten eerst nog groeien voor zij voldoende schaduw kunnen geven. De gemeente kiest ervoor om hitte te duiden in afstanden tot koelte, schaduw en groen. •
Nieuwbouw: bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m 2 zijn aanwezig op maximaal 300 m loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor 39
•
•
mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande flora en fauna en voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen flora en fauna. Openbare ruimte bestaande stad: bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad toetst de gemeente ontwerpen op schaduw, groen en hitte en zet de gemeente in op koele verblijfsplekken van minimaal 200 m 2 op maximaal 300 m afstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Privaat terrein: Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken. Voorbeelden zijn: het toevoegen van groen, het aanbrengen van een warmtewerend of verkoelend dak, aanbrengen van schaduw en koele plekken. De gemeente ondersteunt met informatievoorziening en communicatie.
6.2.3.
Droogte: vergroten sponswerking Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur.
•
•
•
Nieuwbouw: • Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de drietrapsstrategie gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. • Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over een levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. Openbare ruimte bestaande stad: Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte en bodemdaling structureel te beperken. Deze maatregelen moeten over de levensduur van 30 jaar kostenefficiënt zijn. Hierbij kan gedacht worden aan bergingsvoorzieningen om water vast te houden, maar ook lichtgewicht ophoogmaterialen voor het beperken van bodemdaling. Door het langer vasthouden en vertraagt afvoeren van hemelwater wordt het watersysteem ook minder afhankelijk van het inlaten van water in de polder. Inlaten van water in droge periode levert juist problemen op met de waterkwaliteit en kwantiteit. Privaat terrein: Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun bezit (zoals funderingen en beplanting) of voor het beperken van de gevolgen.
De gemeente ondersteunt met informatievoorziening en communicatie.
6.2.4. Overstroming: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen. De Veiligheidsregio is leidend bij gevolgbeperking van overstromingen. •
Nieuwbouw: Treffen van voorzieningen voor gevolgbeperking van overstromingen en inpassen van waterkeringen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting van gebieden; en moeten voldoen aan de door waterschappen gestelde eisen.
40
•
Openbare ruimte bestaande stad: Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad houdt de gemeente rekening met het nemen van maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperking. Privaat terrein: voor privaat terrein worden geen aanvullende ambities en/of richtlijnen opgesteld. Bewoners en bedrijven dienen vooral geïnformeerd te zijn over de risico’s op overstroming, te nemen maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperken en op welke manier evacuatie plaats vindt.
•
6.3 Toetsing ambities Tijdens het klimaatadaptatietraject zijn ambities geformuleerd. Met informatie uit stresstesten is onderzocht, in hoeverre Aalsmeer al aan deze ambities voldoet. Dit is gedaan voor wateroverlast en hitte, omdat hierover voldoende gedetailleerde informatie beschikbaar is. Voor hitte is een vertaling naar loopafstanden-naar-koelteplekken gemaakt en voor wateroverlast een vertaling naar kwetsbare wegen en kwetsbare gebouwen. Wateroverlast Ambitie: bij een bui van 70 mm van één uur stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water de gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd. Dit betekent dat er geen water in panden mag komen, en dat hoofdwegen tijdens een calamiteit blijven functioneren voor hulpdiensten (niet meer dan 20 cm water op de weg, zoals bepaald in de risicoanalyse). Bijgevoegde kaart laat zien op welke wegen er meer dan 20 cm water blijft staan en bij welke gebouwen er kans bestaat dat het water naar binnen stroomt, doordat het water tegen de gevel aan staat.
Als de maximale waterdiepte hoger is dan het vloerpeil bestaat een risico op instroom van regenwater en schade in het pand. De volgende klasse-indeling1 is gehanteerd: Laag risico: 0-10 centimeter waterdiepte tegen de gevel; Middelgroot risico: 10-25 centimeter waterdiepte tegen de gevel; Hoog risico: meer dan 25 centimeter waterdiepte tegen de gevel. De centimeters zijn ter indicatie bedoeld, om aan te geven op welke panden relatief meer gelet kan worden ten aanzien van wateroverlast door hevige neerslag. De volgende knelpunten vallen op: Nr.
locatie
Problematiek wateroverlast (70 mm/uur) en zeer hoog grondwaterrisico.
1
Einsteinstraat
2
Hornmeer (Vogelbuurt)
Hoog risico wateroverlast (tot >20 cm waterdiepte). Bereikbaarheidsproblemen toegangswegen door grote waterdiepte. Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte.
41
3
Zwarteweg Baccarastraat
4
Aalsmeer centrum
5 6
Uiterweg Polderzoom
7
Tussen de Linten Oosteinderdriehoek Linneauslaan – AH Blauwstraat
8 9
Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte Bereikbaarheidsproblemen/wateroverlast Hoog risico op grondwateroverlast en water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte.
6.4 Tabel Aandachtspunten problematiek Wateroverlast
In de uitwerking is het ook belangrijk gebouweigenaren te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de kwetsbaarheid van het gebouw. Bijvoorbeeld het plaatsen van kwetsbare installaties in kelders in relatie tot risico op wateroverlast. Het Raadhuis is tijdens crisisbeheersing een belangrijke locatie. Daarom nemen we het Raadhuis ook op in de lijst van kwetsbare gebouwen.
Figuur 6.5 Kwetsbare panden en wegen (bron: Tauw op basis van Nelen&Schuurmans)
42
Hitte Ambitie: de hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. De loopafstand tot een koele plek is een belangrijke indicator van de hittebestendigheid van Aalsmeer. De kaart in figuur 6.6 laat de loopafstand tot een koele plek zien. Koele verblijfsplekken zijn plekken waar o.a. de temperatuur lager is dan het buitengebied, die niet langs een drukke weg liggen en die minimaal 200 m2 zijn. Voor het bepalen van de looptijd (in minuten) is gerekend met de loopafstand en een loopsnelheid van 2 km/uur. Bij deze loopsnelheid bedraagt de looptijd in een groot deel van de gemeente minder dan 2 minuten (groen). Er zijn locaties die opvallen omdat koele plekken zich op 4-5 minuten (geel) of zelfs 5-10 minuten (oranje) loopafstand bevinden. De koele verblijfsplekken waar mee gerekend is zijn in lichtblauw op de kaart aangegeven. De afstand tot koelte is te verkleinen door meer koele verblijfsplekken aan te leggen. Ruimte voor nieuwe koele plekken is te vinden in het vergroenen van bijvoorbeeld schoolpleinen en bestaande pleinen.
Figuur 6.6 Loopafstand tot koelteplekken Aalsmeer
43
7. Werken: klimaatadaptatieagenda De eerste twee stappen van klimaatadaptatieproces zijn doorlopen, het “weten” door het uitvoeren van de stresstesten en het “willen” door het voeren van de risico- en actiedialogen. De laatste stap, het “werken”, bestaat uit twee onderdelen, de klimaatadaptatieagenda (hoofdstuk 7) en de financiële gevolgen (hoofdstuk 8). De klimaatadaptatieagenda is erop gericht dat de gemeente met alle werkprocessen en projecten Aalsmeer klimaatbestendig inricht. De gemeente handelt als organisatie klimaatadaptief door de ambities en richtlijnen te borgen in beleid en plannen en leert over klimaatadaptatie door mee te koppelen met projecten. Tevens onderzoekt de gemeente de niet acceptabele knelpuntlocaties uit de risicodialogen en pakt deze aan. De klimaatadaptatieagenda is concreet gemaakt in factsheets. Per factsheet is in beeld gebracht om welke actie(s) het gaat, wie de eigenaar is, welke partijen moeten worden betrokken, en binnen welke termijn dit wordt opgepakt. Tot slot is waar mogelijk een inschatting gemaakt van de kosten.
7.1 Algemeen geldende principes Als basis voor de klimaatadaptatieagenda hanteert de gemeente Aalsmeer een aantal algemeen geldende principes. Deze bepalen de hoofdlijnen van de Aalsmeerse koers om klimaatadaptief te worden: We maken (letterlijk) ruimte voor een klimaatbestendige inrichting. We werken samen in een netwerksamenleving met gedeelde verantwoordelijkheid. Knelpunten lost de gemeente samen met partners binnen 10 jaar op. Voor de uitvoering van projecten wordt in principe aangehaakt bij bestaande processen en investeringen. Werken aan klimaatadaptatie is een continu leerproces, waarin evaluatie
7.2 Overzicht klimaatadaptatieagenda 2021-2026 De tabel geeft een overzicht van de maatregelen die in factsheets zijn opgenomen. Voor de uitwerking van de factsheets zijn vele praktische voorbeelden te vinden op www.ruimtelijkeadaptatie.nl. De factsheets zijn geclusterd in drie categorieën: 1. Klimaatadaptieve gemeente en organisatie 2. Meekoppelen in projecten 3. Onderzoeken en aanpakken knelpunten
44
Onderdeel 1 1.1 1.2 1.3
Klimaatadaptieve gemeente en organisatie Een klimaattoets met bijbehorende criteria invoeren in beleid, LIOR en projecten als uitwerking van de klimaatambities Borgen van klimaatrichtlijnen binnen bestemmingsplannen en vergunningentrajecten Bewonersagenda klimaat
2 2.1 2.2
Meekoppelen in projecten MeerjarenProjectenPlan (MPP) en meekoppelkansen Klimaatkansen in grootstedelijke ontwikkelingen (nieuwbouw projecten)
3 3.1 3.2 3.3
Onderzoeksagenda Verdiepingsonderzoek diverse gebieden in relatie tot wateroverlast en grondwateroverlast Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken tot hittestress en verkoeling Verdiepingsonderzoek diverse gebieden in relatie tot droogte en grondwateronderlast
7.3 Klimaatadaptieve gemeente en organisatie De gemeente Aalsmeer maakt klimaatadaptatie standaard onderdeel in alle projecten en werkprocessen van de organisatie. Dit gebeurt via borging in beleid en werkprocessen, via draagvlak en bewustwording en via monitoring en leren. Het klimaatbestendig maken van de wijken kan de gemeente echter niet alleen. Dit moet samen met de bewoners. Het monitoren van resultaten en het overdragen van kennis en inzichten en het leren daarvan is daarom een essentieel onderdeel van de verandering. Activiteit/Project 1.1 Toelichting
Eigenaar Rol gemeente Samen met
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging Effect
Invoeren klimaattoets in beleid, LIOR en projecten Om klimaatambities te verankeren in de werkprocessen en uitvoering is een verdere concretisering en uitwerking van de ambities nodig. Deze implementatie kan met een klimaattoets plaatsvinden met bijbehorende criteria binnen beleid, LIOR, GPR stedenbouw, onderzoeksprogramma GRP en projecten. Team Projecten en Advies Reguleren, Realiseren, Samenwerken Onder andere met partijen als: Omgevingsdienst Stedenbouw Gemeentelijke vakafdelingen Riolering, Water, Groen, Wegen Ontwikkelaars Energietransitie Circulaire economie 2021-2022 Budget uit reguliere beleidstaken Opnemen in het jaarprogramma en de afdelingsplannen Door de implementatie van de klimaattoets en de bijbehorende criteria worden negatieve klimaateffecten op de vier thema’s (wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen (waterveiligheid) beheerst en gereduceerd.
45
Bij de voorbereiding van projecten wordt getoetst of het project aan de beleidsambities voldoet. We streven ernaar in 2035 50% van de gemeente klimaat robuust te hebben ingericht. In 2050 is de gemeente Aalsmeer klimaat robuust ingericht.
Activiteit/Project 1.2
Klimaatadaptatie nieuwbouw borgen in bestemmingsplannen en vergunningentrajecten Bij verbouw en nieuwbouw verklaart de gemeente haar klimaatadaptatienormen en -ambities bindend in trajecten voor bestemmingsplannen en vergunningen. Team Projecten en Advies Reguleren
Toelichting Eigenaar Rol gemeente Samen met
Onder andere met partijen: Stedelijke Ontwikkeling Waterschappen Vergunningen Projecten en Advies Omgevingsvergunning en omgevingsplan
Relatie met andere programma’s/projecten Planning; financiële gevolgen; borging. Effect
Activiteit/Project 1.3 Toelichting
2021-2023 Omgevingsvergunningen voldoen aan de klimaateisen.
Bewoners- en ondernemersagenda klimaat Een belangrijk deel van de klimaatopgave zal binnen het particulier bezit, woningen, bedrijven en woningbeheerders zoals woningcorporaties, VVE’s en stichtingen, moeten worden gerealiseerd. Voor het bevorderen van de bewustwording en actiebereidheid bij bewoners en bedrijven is een goede communicatie aanpak nodig. Vergelijkbaar met successen in andere gemeenten kan een community aanpak worden gecreëerd en kunnen klimaatplatforms worden opgezet. Hiervoor is samenwerking met externe partijen als dorpsraden, groene verenigingen en bedrijvenverenigingen noodzakelijk. De gemeente nodigt uitdrukkelijk bewoners en ondernemers uit om samen op te trekken met klimaatadaptieve innovaties en acties. Ideeën voor acties zijn bijvoorbeeld: - Website Aalsmeer Rainproof inrichten om als basis te dienen voor bewonersinformatie. - Communicatieaanpak met ICT ondersteuning, apps en social media. - Op tuinen van bewoners gerichte acties als ‘Tegel eruit, plantje erin’. - Stimuleringsmaatregelen voor groene daken en geveltuintjes.
Eigenaar Rol gemeente
Team Projecten en Advies Ondersteunen, Stimuleren, Realiseren
Samen met
Bewoners Communicatie Wijkbeheer Groene verenigingen. Stakeholders intern Woningbeheerders zoals woningcoöperaties, VVE’s en stichtingen. 46
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning, financiele gevolgen en borging. Effect
Programma Duurzaamheid Plan van Aanpak 2019-2021 Aalsmeer Fossiel Onafhankelijk 2040 2021-2026 (€40.000 per jaar); aan te vragen uit algemene reserve Perspectiefnota Capaciteit uit reguliere budgetten Door communicatie en voorlichting naar bewoners, ondernemers en bedrijven nemen bewoners, ondernemers en bedrijven klimaatadaptatieve maatregelen op eigen terrein, zodat de gemeente Aalsmeer op het privaat terrein klimaat robuust wordt ingericht. Bewoners en bedrijven denken actief mee met de plannen voor klimaatadaptatie op privaat terrein.
7.4 Meekoppelen met andere projecten Vanuit diverse programma’s, zoals stedelijke ontwikkeling, vervanging riolering en wegen, wonen, energietransitie en groen wordt de openbare ruimte de komende jaren aangepakt. Om de ambities te kunnen behalen moet klimaatadaptatie een standaard, een vanzelfsprekend onderdeel worden in de projecten voor de openbare ruimte en stadsontwikkeling. Dit betekent dat voor ieder project een klimaattoets moet worden uitgevoerd. Een klimaattoets laat zien in welke mate de klimaat ambities kunnen worden behaald en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Het uitvoeren van maatregelen zelf gebeurd voornamelijk door mee te koppelen in projecten. Enerzijds is dit een logisch moment, want vanuit het project zijn er al ontwikkelingen in een gebied als geheel of meer specifiek de openbare ruimte. Anderzijds scheelt meekoppelen met projecten financiële middelen. Er is wel verschil in het meekoppelen met nieuwbouw ontwikkelingen en bij herinrichting van de openbare ruimte. Voor nieuwbouw geldt dat er nieuwe eisen zijn ten behoeve van klimaatadaptatie. Deze worden middels beleid, LIOR en (interne) opdrachtverlening meegegeven aan de projectontwikkelaar en de ontwikkelende afdeling binnen de gemeente. Voor herinrichting van de openbare ruimte geldt dat gekeken moet worden wat mogelijk is binnen de bestaande contouren.
Belangrijk is dat de criteria, de onderzoeken en de uitvoerende mogelijkheden voor klimaatmaatregelen geïntegreerd worden in ieder project; zowel in ontwerp als uitvoering. Met behulp van trainingen en evaluaties van projecten wordt de kennis van klimaatadaptatie opgebouwd en kennisuitwisseling gestimuleerd. 1. Nieuwbouw: nieuwe vastgoedontwikkelingen en gebiedsontwikkelingen houden in hun ontwerp en uitvoering rekening met het toekomstig klimaat. De ambities en richtlijnen uit hoofdstuk 6 zijn hierin kader stellend voor openbaar en privaat terrein. De borging vindt plaats in de klimaattoets en het gemeentelijk beleid. 2. Herinrichting openbare ruimte: de gemeente heeft zelf de regie bij de herinrichting van de openbare ruimte. Dit is voor de gemeente de kans om de openbare ruimte stapsgewijs klimaatbestendig in te richten en bewoners en bedrijven te stimuleren ook op privaat terrein maatregelen te nemen. De borging vindt plaats in de LIOR en de klimaattoets. De onderhouds- en vervangingsprojecten zijn opgenomen in het MeerjarenProjectenPlan.
47
Activiteit/Project 2.1 Toelichting
Eigenaar Rol gemeente Samen met
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging
Meekoppelkansen en MeerjarenProjectenPlan (MPP) 2021-2026 In het MPP zijn onderhouds- en vervangingsprojecten opgenomen vanuit het beheer van de openbare ruimte. Deze grootschalige ingrepen vinden eens in de 25 tot 50 jaar plaats. Het MPP wordt jaarlijks vastgesteld en blikt 5 jaar vooruit. Daarom heeft de gemeente nu de mogelijkheid om middels deze projecten bij te dragen aan haar klimaatdoelen voor de korte termijn, de zogenaamde meekoppelkansen. Team Projecten en Advies Realiseren Onder andere met partijen als: Stedelijke Ontwikkeling Wijkbeheer, CBT Externe stakeholders Team Energietransitie
2021-2026 Reguliere budgetten via de jaarplanning
Effect
De klimaatdoelen worden gehaald door de meekoppelkansen in het MPP. Bij renovatieprojecten worden, gebruik makend van een klimaattoets, ruimtelijke en technische maatregelen in projecten uitgevoerd, zodanig dat onze leefomgeving klimaatrobuust wordt ingericht, zodat de negatieve gevolgen van klimaatveranderingen voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen (waterveiligheid) worden beperkt.
Activiteit/Project 2.2 Toelichting
Klimaatkansen in grootstedelijke ontwikkelingen 2021-2050 Binnen de gemeente vinden diverse grootstedelijke ontwikkelingen en nieuwbouwprojecten plaats zoals Westeinderhage, Oosteindedriehoek, Tussen de Linten en Polderzoom. De uitdaging is om met een juiste inrichting en vergroening deze ontwikkelingen klimaatadaptief te maken. Team Stedelijke Ontwikkeling Regisseren, Reguleren
Eigenaar Rol gemeente Samen met
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging Effect
Stedelijke Ontwikkeling Projecten en Advies Wijkbeheer
2021-2050 Onderdeel van projectexploitatie De klimaatdoelen en klimaateisen worden toegepast bij het realiseren van projecten bij grootstedelijke ontwikkelingen.
48
7.5 Onderzoeks- & maatregelagenda De onderzoeks- en maatregelagenda gaat in op de activiteiten die niet-acceptabele en onwenselijke situaties onderzoeken en maatregelen ontwikkelen. Activiteit/Project 3.1 Toelichting
Eigenaar Rol gemeente Samen met
Verdiepingsonderzoek voor wateroverlast en grondwateroverlast Uit de eerste analyse van de stresstestkaarten zijn gebieden als Einsteinstraat, Hornmeer (o.a. Vogelbuurt), Zwarteweg-Baccarastraat, Aalsmeer Centrum, Uiterweg, Polderzoom, Tussen de Linten, Oosteinderdriehoek en Linneauslaan-Blauwstraat als aandachtspunten voor wateroverlast en hoog grondwaterrisico naar voren gekomen. Een andere analyse laat diverse kwetsbare gebouwen van de gemeente zien. Verdiepingsonderzoek voor deze gebieden en locaties moet uitwijzen in welke mate er sprake is van een knelpunt, welke risico’s daarbij spelen en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Team Projecten en Advies Regisseren Onder andere met partijen als: Waterschappen Woningcorporaties Eigenaren Stakeholder intern
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging
2021-2026 Onderzoekskosten: € 340.000 (GRP) Uitvoeringskosten: p.m. (GRP)
Effect
Activiteit/Project 3.2
Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken in relatie tot hittestress en verkoeling Een aantal verblijfsplekken, gebouwen en wijken komen uit de hittestresskaart als aandachtspunt naar voren als het gaat om hittestress. Het gaat hierbij om: - Aalsmeer dorp; - wijken omgeving Einthovenhof Kudelstaart en Nieuw Oosteinde; - omgeving verzorgingstehuizen; - scholen, winkelcentra en sportparken.
Toelichting
Eigenaar Rol gemeente Samen met
De resultaten van het onderzoek geven inzicht in de te nemen maatregelen en op welke termijn.
Verdiepingsonderzoeken voor deze locaties/omgevingen moeten uitwijzen in welke mate er sprake is van een knelpunt, welke risico’s daarbij spelen en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en gekoppeld kunnen worden aan renovatie projecten. Team Projecten en Advies Regisseren, Faciliteren, Stimuleren Onder andere met partijen als: Woningcorporaties Scholen
49
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging
Vastgoed Sociale beleidsmedewerker Sociaal domein Sociale wijkteams Energietransitie Uitvoerende maatregelen via meekoppelen. 2022 Onderzoekskosten: € 40.000 Uitvoeringskosten: p.m. of via reguliere budgetten
Effect
Activiteit/Project 3.3 Toelichting
Onderzoek naar de effecten van grondwateronderlast en droogte Uit de eerste analyse van de stresstestkaarten zijn de gebieden Aalsmeer dorpskern en de Bovenlanden als aandachtspunt naar voren gekomen als het gaat om risico’s voor schade als gevolg van droogte en grondwateronderlast. De gemeente heeft een verkennend onderzoek uit laten voeren door Wareco naar de effecten van de droogte in 2018; waarbij onder andere gekeken is naar houten paalfunderingen, bodemdaling, grondwaterstanden en mogelijke schadebeelden. Op basis van dit algemeen verkennend onderzoek is locatie specifiek vervolgonderzoek nodig om de risico’s verder in beeld te brengen en een aanpak en maatregelpakket op te stellen.
Eigenaar Rol gemeente Samen met
Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging Effect
De resultaten van het onderzoek geven inzicht in de te nemen maatregelen en op welke termijn.
In het GRP zijn de volgende onderzoeken hiervoor opgenomen. - Gemeente brede grondwatermodellen klimaatadaptief - Analyse droogterisico’s kwetsbare objecten met oplossingen met plan van aanpak - Onderzoek functioneren huidige drainage i.r.t. droogterisico funderingen - Onderzoek naar houten funderingen in Aalsmeer - QuickScan kansen opslag regenwater in de (diepere) ondergrond voor gebruik bij droogte Team Projecten en Advies Samenwerken, Ondersteunen, regisseren Waterschappen Adviesbureau Intern: Dagelijks Beheer en Onderhoud, CBT, Geo, Databeheer Meerjarenprogrammering Wegen en Riolering, Assetmanagement, Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026 Onderzoekskosten: zie factsheet 3.1 (GRP) Uitvoeringskosten: p.m. of via reguliere budgetten
De resultaten van het onderzoek geven inzicht in de te nemen maatregelen en op welke termijn.
50
8. Werken: financiële gevolgen De financiële paragraaf brengt de financiële gevolgen van klimaatadaptatie voor de gemeente Aalsmeer in beeld. Hierbij wordt aangegeven welke kosten passen binnen de bestaande reguliere gemeentelijke capaciteit (klimaattoets voor projecten), binnen het GRP 2021-2026 (nog vast te stellen in de gemeenteraad) en de MeerjarenProjectenPlan (meekoppelen). Kostenneutraal realiseren van de verandering is niet mogelijk. Voor de uitwerking en borging in beleidsplannen en de implementatie van klimaatadaptief denken en handelen in de werkprocessen zijn extra middelen geraamd. Ook geven we, weliswaar tegen een experimentele achtergrond, inzicht in de kosten van klimaatadaptatie als we niets doen. Dit om te laten zien dat in actie komen een betere optie is, niet alleen voor de benodigde middelen, maar ook voor de leefbaarheid in onze omgeving.
8.1 Benodigde middelen Lange termijnperspectief Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie gaat ervan uit dat Nederland, en dus Aalsmeer, in 2050 klimaatbestendig is ingericht. Het beleid en de werkprocessen van de gemeente Aalsmeer worden hierop ingericht. Dit betekent dat klimaatadaptatie een standaard onderdeel wordt in de projecten in de openbare ruimte en stadsontwikkeling. Voor ieder project moet een klimaattoets worden uitgevoerd. Maatregelen voor klimaatadaptatie in projecten in de openbare ruimte kunnen zorgen voor meerkosten en een kostenverschuiving in aanleg en beheer. Omdat klimaatadaptatie een lerend proces en project specifieke opgave is, is de omvang van de eventuele meerkosten in projecten nog niet eenduidig aan te geven. Het streven is om kostenneutraal mee te koppelen binnen de projecten. Ter vergelijk zijn ook inzichten van andere gemeenten in dit rapport opgenomen. Benchmark kosten in projecten Inzichten van adviesbureau Tauw laten elders in Nederland het volgende zien: Utrecht: het meekoppelen van klimaatadaptatie (afkoppelen, extra groen of aanpassen van het wegprofiel) wordt geschat met meerkosten van EUR 25,00 per m 2 verhard oppervlak in een project in de openbare ruimte. Leiden: bij de klimaatadaptieve herinrichting van een wijk is een inschatting van de beheerkosten voor en na herinrichting qua orde-grootte vergelijkbaar.
De beheerkosten verschuiven van wegen naar groen door het verminderen van verharding en toename aan groen en bomen. Haarlem: bij een aantal projecten in de openbare ruimte zijn in 2017 de extra kosten van het klimaatbestendig maken, gelijktijdig met de uitvoering van het project, berekend. Extra kosten zijn bijvoorbeeld het aanleggen van wadi’s en plaatsen van extra (grote) bomen. In het Haarlemse GRP 20182023 houdt de gemeente rekening met EUR 1.250.000 kosten per jaar voor klimaatadaptatie. Dit is 10-15 % van het totale vervangingsbudget in het GRP. Bestaande middelen Klimaatadaptatie is en wordt voor een belangrijk deel onderdeel van huidige werkprocessen en plannen en projecten binnen de gemeente. Eerst volgt een korte uitleg over wat meekoppelen betekent en welke middelen in het GRP zijn voorzien. Vervolgens vat de tabel samen welke bestaande middelen gekoppeld zijn aan klimaatadaptatie. Deze kosten betreffen dus geen meerkosten.
51
Meekoppelen in projecten Naar aanleiding van de uitgevoerde analyses op de stresstesten zijn er nog geen knelpunten gesignaleerd die een acute aanpak noodzakelijk maken. Na uitvoeren van de voorgestelde onderzoeken zou dit overigens nog wel kunnen gebeuren. Het verdiend derhalve de voorkeur om klimaatmaatregelen uit te voeren tegelijk met Groot Onderhoud wegen (25-30 jaar na aanleg) of tegelijk met de vervanging van de openbare ruimte en de riolering bij einde levensduur (50 jaar na aanleg). En met energietransitie projecten, zoals de aanleg van warmtenetten of het verzwaren van het elektriciteitsnet. Middelen in GRP Aalsmeer 2021-2026 Bij klimaatadaptatie in Aalsmeerse projecten is het belangrijk om de meerkosten in beeld te brengen en afwegingen te maken welke maatregelen de meeste waarde toevoegen tegen acceptabele (meer)kosten. Om extra maatregelen te nemen is in het GRP een klimaatadaptatiebijdrage opgenomen van 10% voor de periode 2021-2026. Hieronder is weergegeven welke acties gedekt worden uit reguliere budgetten. Onderdeel
Borging
Kosten
1.1
Een klimaattoets invoeren
1.2
Borgen binnen vergunningen
2.1
MeerjarenProjectenPlan (MPP) en meekoppelkansen
Onderdeel van reguliere beleidstaken Onderdeel van reguliere beleidstaken Opslag KA in GRP voor de periode 2021 – 2026: € 1.040.000 (€ 175.000 gemiddeld per jaar)
2.2
Jaarprogramma en afdelingsplannen Jaarprogramma en afdelingsplannen Jaarplanning en budgettering MPP. Kosten voor klimaatadaptatie als opslagpercentage meegenomen in de begroting van het GRP Projectexploitatie
Stedelijke Ontwikkeling en Meekoppelkansen Verdiepingsonderzoek diverse gebieden GRP in relatie tot wateroverlast en grondwateroverlast Verdiepingsonderzoek naar grondwater- GRP onderlast en droogte: - Droogte kwetsbare objecten - Functioneren huidige drainage - Houten paalfunderingen - QuickScan kansen opslag regenwater in de (diepere) ondergrond
3.1
3.3
Onderdeel van projectexploitatie € 340.000
Zie factsheet 3.1
€ 1.380.000
Totaal
52
Aanvullende middelen Het aanvullende budget is nodig om de opgave voor klimaatadaptatie specifiek in de gemeentelijke organisatie te verankeren. Voor de uitwerking zijn extra middelen geraamd. De kosten betreffen onderzoekskosten, communicatie acties om bewustwording bij bewoners te versterken, en het actualiseren van beleidsplannen (opnemen van de klimaatadaptie component). Er moeten instrumenten ontwikkeld worden en er is extern advies benodigd voor technische innovatieve oplossingen bij renovatieprojecten en nieuwe inrichtingen. Belangrijk is ook de extra benodigde ondersteuning en samenwerking in de komende periode met partners zoals de waterschappen, de veiligheidsregio, ondernemers en bewoners. In onderstaande tabel zijn de aanvullende benodigde middelen weergegeven.
Onderdeel
Kosten Totaal 2021-2026 € 240.000
1.3 Bewoners- en ondernemersagenda klimaat. Ondersteuning van een website, apps, social media, communicatiekosten en groene klimaatacties om bewoners d.m.v. diverse acties te motiveren mee te doen aan de klimaatopgave. 3.2
€40.000
Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken in relatie tot hittestress en verkoeling Totaal
Kosten per jaar
2021-2026
€40.000 (per jaar)
2022 € 40.000
2021-2026
€ 280.000
De genoemde middelen voor het borgen van klimaatadaptatie in beleidsplannen zijn geraamd voor het actualiseren van deze plannen. De uitvoering van eventuele maatregelen volgend uit deze plannen is hierin niet meegenomen, maar wordt zoveel mogelijk meegenomen in het meekoppelen met projecten.
8.2 Baten Investeren in klimaatadaptatie levert baten op voor de lange termijn. Allereerst zorgt klimaatadaptatie voor verlaging van de potentiële schade door hitte, wateroverlast, droogte en waterveiligheid (overstromingen). Daarnaast zorgt klimaatadaptatie voor een koppeling van thema’s en belangen, waardoor er meer draagvlak en financiering is voor oplossingen. Zo leidt klimaatadaptatie tot een verhoging van de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte en gebouwen.
53
Bijlage 1
Uitleg risicocategorieën lage en hoge grondwaterstanden Kans en effect risicocategorieën lage en hoge grondwaterstanden
Kans op lage grondwaterstanden
Ontwatering (GLG) dieper dan 1,5 m onder maaiveld Groot
criterium Ontwatering (GLG) tussen 1,2 m en 1,5 meter onder maaiveld Gemiddeld
Ontwatering (GLG) ondieper dan 1,2 meter onder maaiveld Klein
Effect lage grondwaterstanden
Hoog
criterium Zettingsgevoelige bodemlagen én ouderdom bebouwing 19451980 Gemiddeld
Kans op hoge grondwaterstanden
Ontwatering (GHG) ondieper dan 0,7 m onder maaiveld Groot
criterium Ontwatering (GHG) tussen 0,7 m en 1,0 meter onder maaiveld Gemiddeld
Ontwatering (GHG) dieper dan 1,0 meter onder maaiveld Klein
Effect hoge grondwaterstanden
Ouderdom bebouwing vóór 1970 Hoog
criterium Ouderdom bebouwing 1970-1992 Gemiddeld
Ouderdom bebouwing na 1992 Laag
Zettingsgevoelige bodemlagen én ouderdom bebouwing vóór 1945
54
Ouderdom bebouwing na 1980 Laag
55
Bijlage 2
Begrippenlijst
Begrippenlijst Agenda en actieplan klimaatadaptatie 2021-2026 Term
Omschrijving
Basisrioleringsplan (BRP)
Gemeentelijke rioolmodellen voor bepaling van het afvoergedrag van de riolering onder verschillende “belastingen” (regenbuien). Onderlegger bij het GRP. Juridisch en planologisch kader voor de ruimtelijke ordening in de gemeente. Wordt “omgevingsplan” na invoering van de Omgevingswet. Nieuwe normering voor de energieprestatie van gebouwen
Bestemmingsplan Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (DPRA) Gemeentelijk rioleringsplan (GRP)
Gevoelstemperatuur (hittestress) GHG
GLG Grondwaterzorgplan
ISARIZ
Klimaatadaptatieagenda Klimaatatlas Metropoolregio Amsterdam (MRA) Klimaateffectatlas Klimaatschadeschatter Klimaatstresstest-light
Leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR)
Loopafstand Tot Koelte (hittestress) Meekoppelen
MeerjarenProjectenPlan (MPP – Openbare Ruimte)
Nationaal beleidsplan met voorstellen voor aanpak van klimaatadaptatie. In 2017 in werking getreden. Wettelijke verplicht gemeentelijk beleidsplan met visie, beleid, projecten en maatregelen. Het GRP is de wettelijke basis voor het bepalen van de jaarlijkse hoogte van de rioolheffing. Loopt meestal over een periode van 5 jaar. De wettelijke verplichting komt met de Omgevingswet op termijn te vervallen . Waarschijnlijk de best mogelijke indicator voor de impact van hitte op de gezondheid. Berekende indicator op basis van metingen. Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand. In Nederland algemeen aanvaarde indicator voor de gemiddeld jaarlijks hoogste grondwaterstanden die ergens voorkomen. Wordt veel gebruikt om grondwaterstandseisen van verschillende grondgebruiksfuncties te formuleren. Gemiddeld Laagste Grondwaterstand. Als GHG, maar dan voor de laagste grondwaterstanden. Gemeentelijk beleidsplan voor grondwater. Visie, beleid en strategie met kostenindicaties om grondwaterproblemen in de gemeente te bestrijden. Geen zelfstandig vastgesteld plan. Onderlegger bij het GRP. Intergemeentelijke Samenwerking in de RioleringsZorg. Samenwerkingsverband tussen 15 gemeenten grotendeels binnen het werkgebied van het waterschap AGV/Waternet.
Gemeentelijke agenda voor de korte en lange termijn voor uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen (2021-2050) Verzameling klimaatstresstesten die uitgevoerd zijn voor de MRA (https://mra.klimaatatlas.net). Openbare informatie. Landelijk platform met kaarten over klimaateffecten. Vergelijkbaar met de stresstesten-light. (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl) Experimentele landelijke methodiek om kosten van klimaatverandering te berekenen Methodiek om impact van klimaatverandering te berekenen en te visualiseren voor de 4 afzonderlijke klimaattrends. De stresstesten bevatten openbare informatie en worden regelmatig bijgesteld/vernieuwd. De getoonde informatie is een combinatie van metingen en berekeningen. Gemeentelijk handboek met eisen voor ontwerp en inrichting van de openbare ruimte. Leidend ten aanzien van de uitvoering. Door de MRA normeringen klimaatadaptatie op te nemen in de actualisatie van de LIOR wordt een vervolgstap gezet richting een D (duurzame) IOR. Recent ontwikkelde veelbelovende indicator om aan te geven in hoeverre de hittestress effectief kan worden bestreden. Beleidsbegrip. Het meenemen van klimaatadaptieve maatregelen volgens de planningen van het MPP Openbare Ruimte en andere werkzaamheden zoals m.b.t. de energietransitie.
Om onderscheid te maken met uitvoeringsplannen van alléén klimaatadaptieve maatregelen Gemeentelijke meerjarenplanning van uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte, meestal voor een periode van 4 jaar.
56
Metropoolregio Amsterdam (MRA) Nationale adaptatiestrategie (NAS) Omgevingsvisie
Samenwerkingsverband tussen gemeenten in de Regio Amsterdam. Actief op het gebied van onder andere klimaatadaptatie. Nationale strategie voor de adaptatie van klimaatmaatregelen in Nederland
Risico
Het product van indicaties van de ernst van een effect, de omvang en verbreiding van een effect en de kans van optreden van een effect. Methodiek om klimaatrisico’s in beeld te brengen, te prioriteren en te verhelpen. Leidend in het proces om te komen tot klimaatadaptatie beleid. Korte termijn programma (2021-2026) om concrete projecten met klimaatadaptatie in de gemeente uit te voeren Voorzieningen, functies en gebouwen, die kritisch zijn binnen het maatschappelijk functioneren, bijvoorbeeld de zorgsector en nutsvoorzieningen. Kernbegrip in het klimaatadaptatiebeleid van de MRA.
Risicodialoog Uitvoeringsprogramma “Vitaal & Kwetsbaar”
Integrale visie op de gemeente vanuit het perspectief van de nieuwe Omgevingswet
57
Bijlage 3
Leeslijst
1. 2. 3. 4.
Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, Min VWS, Den Haag, 2017 Nationale Adaptatie Strategie NAS, ministeries van IenW, VWS, LNV en BZK, 2016/2017 Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten v1.0, Min. BiZa, 2020 Bouwstenen waterketen Omgevingswet SWR2. Samenwerking Waterketen regio Rijnland, subregio Kennemerland, Ambient / Colibri Advies, 2020 5. Klimaatbestendige Nieuwbouw. Basisveiligheidsniveau. MRA, 2020 6. Grondwaterzorgplan Aalsmeer 2020-2025, Wareco 2020 7. Risico-inventarisatie grondwater Aalsmeer, Wareco, 2019 8. Analyse droogte-effecten grondwater ‘2018’ gemeenten Amstelveen en Aalsmeer, Wareco, 2020 9. Concept Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021-2026, Arcadis, 2020 10. Website KNMI, informatie klimaattrends, 2020 11. Klimaatstresstesten a. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, https://agv.klimaatatlas.net b. Hoogheemraadschap van Rijnland https://rijnland.klimaatatlas.net c. Metropoolregio Amsterdam MRA, https://mra.klimaatatlas.net d. Prov. Zuid-Holland, https://zuid-holland.klimaatatlas.net e. Klimaateffectatlas, https://www.klimaateffectatlas.nl/nl
58