CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Was-wordtlijst APV AALSMEER

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 21 november 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Het beleidsneutraal bijwerken van diverse verordeningen gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet3.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

APV technische wijzigingen (Omgevingswet) * nieuw toe te voegen artikel

APV artikel APV tekst 1.1 Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

1.2 lid 3

Wijziging Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

1.bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 1.bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a 20a van de Wegenverkeerswet 1994; van de Wegenverkeerswet 1994; 2. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten 2. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 3. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de 3. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de gemeentelijke Bouwverordening daaronder Omgevingswet; wordt verstaan; 4. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 4. college: het college van burgemeester en wethouders; 5. college: het college van burgemeester en wethouders; 5. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; 6. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken 6. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee leefomgeving; kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 7.

handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk 7. kajuitboot: elk vaartuig dat is voorzien van een opbouw en/of inbouw, die een hoogte beoogd wordt een commercieel belang te dienen; heeft van meer dan 1,60 meter, gemeten vanaf het diepste punt van het scheepsvlak, 8. kajuitboot: elk vaartuig dat is voorzien van een opbouw en/of inbouw, die een hoogte heeft niet bedoeld voor bewoning; van meer dan 1,60 meter, gemeten vanaf het diepste punt van het scheepsvlak, niet bedoeld 8. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze voor bewoning; toegankelijk zijn; 9. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk 9. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder zijn; wordt verstaan; 10. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt 10. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk verstaan; of persoonlijk recht; 11. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of 11. vaartuig: een voorwerp, dat bestemd of ingericht is, voor het vervoer over water, van persoonlijk recht; personen en-of goederen, dan wel een drijvend werktuig niet zijnde een woonark. 12.

vaartuig: een voorwerp, dat bestemd of ingericht is, voor het vervoer over water, van 12. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 personen en-of goederen, dan wel een drijvend werktuig niet zijnde een woonark. daaronder wordt verstaan. 13. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.

1.4 lid 3 * 1.5 lid 2 * 1.6 lid 2 *

Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

2.10 lid 5

In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen vervalt voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.10 lid 6 * Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 2.10 lid 7 *

Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. vervalt

2.11 lid 2

De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 2.11 lid 5 Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de vervalt Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 2.11 lid 3* Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. 2.12 lid 3

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omge-vingsverordening of waterschapsverordening.

2.21 lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

2.28 lid 3

De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of met het omgevingsplan. voorbereidingsbesluit. Dit artikel is niet van toepassing op Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.

2.29 lid 9

2.39 lid 3 onder b

b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

2.60 lid 1

Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de a. aanwezig te hebben; Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het a. aanwezig te hebben; aanwijzingsbesluit gestelde regels; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of aanwijzingsbesluit gestelde regels; d. te voeren. c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d. te voeren.

2.71 definitie

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).

3.6 lid 4

Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;

Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting.

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Omgevingswet worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Omgevingswet worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting.

3.13 lid 1 onder b 4.1

b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan, een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of de leefmilieuverordening.

4.5 lid 3

Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing.

4.6 lid 1

Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

4.6 lid 3

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de OmgeHet verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de vingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening. provinciale omgevingsverordening. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt vervalt voorzien door de Boswet. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of a.

onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of aanwezig te hebben: onderdelen daarvan; a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of b. (brom-)fietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het b. (brom-)fietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of voor een commercieel doel; of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling commercieel doel; of ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, metalen. loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

4.11 lid 6 4.13 lid 1

4.13 lid 3 4.15 lid 2 4.17 definitie

Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals de wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgeruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening. vingswet of de provinciale omgevingsverordening. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en Activiteitenbesluit milieubeheer. het gevaar en hinder zijn betrokken bij de afweging. In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of recrea-tief nachtverblijf. opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

4.18 lid 1

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

5.5 lid 2

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldende beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Aalsmeer 2022 (AVOI 2022).

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

5.6 lid 3

5.18 lid 2 5.20 lid 1

5.24 lid 2

5.24a lid 3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is. 5.25 lid 4 Het in het eerste en tweede lid bepaalde laat onverlet de werking van de Wet milieubeheer, de Woningwet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en/ of van toepassing zijnde provinciale verordeningen.

Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer of de Omgevingswet van toepassing is. Het in het eerste en tweede lid bepaalde laat onverlet de werking van beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.

5.26 lid 3

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening/Waterverordening of de Waterwet, de Provinciale Omgevingsverordening of de gemeentelijke Ligplaatsenverordening. gemeentelijke Woonarkenverordening.

5.27 lid 2

Het bepaalde in dit artikel geldt niet in gevallen waarin de gemeentelijke Woonarkenverordening van toepassing is.

Het bepaalde in dit artikel geldt niet in gevallen waarin de gemeentelijke Ligplaatsenverordening of het omgevingsplan voorziet.

5.28 lid 3

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wet-boek van van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevings-verordening. vaarwegenverordening/Waterverordening. 5:30 lid 2 Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of vaarwegenverordening/Waterverordening. krachtens de Omgevingswet. 5.30 a lid 2 Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Binnenvaartpolitiereglement, het Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Binnenvaartpolitiereglement, het Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen, of de provinciale Algemeen reglement van politie voor rivieren en rijkskanalen, of de provinciale scheepvaartverordening van toepassing is. omgevingsverordening van toepassing is. 5.32 lid 3

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

5.33 lid 4 onder b

b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

5.34 lid 1

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

5.34 lid 5

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=8a7aaa88-5b18-451a-b492-8f6cbe579b74