CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20250618 Raadsbrief meicirculaire 2025 - Met bijstelling BUIG (1)

3.Raad (besluitvormend) 3 juli 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Meicirculaire 20253.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uw contact I. Harmsen T

06 34559876

F

(020) 540 45 59

inge.harmsen@aalsmeer.nl

De leden van de gemeenteraad Aalsmeer

Postbus 253, 1430 AG Aalsmeer Vermeld bij reactie ons kenmerk en datum van deze brief

{{signer1}} 18/06/2025 11:30:30 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) ID: 3cec559f-6e09-469b-b380-c2a08e599240 Auth: Scribble

{{signer2}} 18/06/2025 09:34:29 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) ID: 3cec559f-6e09-469b-b380-c2a08e599240 Auth: Scribble

Betreft

Datum

18 juni 2025

Zaaknummer

Z25-074729

{{signer3}}

{{signer4}}

Meicirculaire 2025

Geachte leden van de raad, Op 28 mei is de meicirculaire 2025 gepubliceerd. De meicirculaire 2025 geeft een actualisatie van de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds ten opzichte van de septembercirculaire 2024 en is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk. Door het moment van publicatie kon de uitkomst van deze circulaire niet meer in de 1e bestuursrapportage 2025 en Kadernota 2026 worden verwerkt. Door middel van deze brief informeren wij u over de financiële mutaties in de algemene uitkering uit het gemeentefonds naar aanleiding van de meicirculaire 2025 en de wijzigingen als gevolg daarvan op de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029. Daarnaast is op 30 april 2025 is door het Ministerie van SZW het zogenoemde “nader voorlopige macrobudget 2025” gepubliceerd: Nader voorlopige Macrobudget 2025 (informatie voor gemeenten) | Publicatie | Rijksoverheid.nl. Net als voorgaande jaren is de bijstelling naar aanleiding van die publicatie ook meegenomen in deze raadsbrief. In onderstaande tabel is het begrotingsresultaat opgenomen na de 1e bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 2026 en het voorstel op het begrotingsresultaat als gevolg van de meicirculaire 2025 en de bijstelling BUIG: (bedragen * € 1.000)

2025

2026

2027

1e bestuursrapportage 2025/ Kadernota 2026

1.538

3.027

1.300

Meicirculaire 2025

1.031

-191

-179

110

110

BUIG

-388

-388

-388

-388

-388

Begrotingsresultaat na meicirculaire 2025

2.181

2.448

733

-875

-2.658

Gemeentehuis Raadhuisplein 1 1431 EH Aalsmeer T

(0297) 38 75 75

www.aalsmeer.nl IBAN NL28 BNGH 0285 0000 12 Reist u met het OV: plan uw reis op www.9292.nl

[]

2028

2029

-597 -2.380

Pagina 2 van 8

Een toelichting op de afzonderlijke mutaties vindt u in de bijlage Toelichting op de mutaties meicirculaire 2025. Een link naar de meicirculaire 2025 vindt u hier: Meicirculaire gemeentefonds 2025 | Circulaire | Rijksoverheid.nl. De financiële gevolgen uit deze raadsbrief worden verwerkt in de 2e bestuursrapportage 2025/ programmabegroting 2026. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1. Bijlagen

1.

Toelichting op de mutaties meicirculaire 2025 en BUIG

Pagina 3 van 8

Bijlage: Toelichting op de mutaties meicirculaire 2025 en BUIG I.

Meicirculaire 2025

Onderstaand overzicht geeft een recapitulatie van de uitkomsten van de meicirculaire 2025. Na dit overzicht volgt per post een toelichting en de overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit. Uitkomsten meicirculaire 2025

bedrag x 1.000 euro 2028 2029

2025

2026

2027

-88 -88

0

0

0

0

0

-1.700 -1.290 -2.990

-1.600 -1.290 -2.890

-1.290 -1.290

-1.290 -1.290

1.275 -31 1.244

2.756 -71 2.685

2.668 -71 2.597

2.082 -71 2.011

4.310 -2.299 2.011

35 -160

114

114

114

114

-125

114

114

-725 -611

-725 -611

2a. Toegekend taakmutaties 2b. Aanpassing bijbehorende uitgavenbudgetten

254 -254

382 -382

-208 208

-681 681

-628 628

A. Effect meicirculaire B. BUIG-gelden C = A+B. TOTAAL EFFECT MEICIRCULAIRE EN BUIG WAARVAN: C1. Structureel C2. Incidenteel-> ten gunste van algemene reserve TOTAAL

1.031 0 1.031

-191 0 -191

-179 0 -179

110 0 110

110 0 110

0 1.031 1.031

0 -191 -191

0 -179 -179

110

110

110

110

A. Uitkomsten meicirculaire A.1. budgettatir meicirculaire 2025 e.v. 1a. Incidenteel: - mutaties oude jaren

1b 1. Opgenomen in Kadernota: - incidentele bijstelling jeugd - Voorjaarsnota Rijk

1b 2. Accres: - bijstelling nominaal/areaal - Samenhangende post / reservering

1c. Overig: - onwikkeling WOZ - Incidenteel BTW-compensatiefonds -Structurele index opbrengst hervormingsagenda

A.2. taakmutaties

A.1. Budgettair effect meicirculaire 2025 en verder Het budgettair effect is te onderscheiden in incidentele en structurele effecten. Zowel de structurele effecten als incidentele effecten worden toegevoegd aan het begrotingsresultaat. De regel “1b1 opgenomen in Kadernota” geeft aan dat op een aantal belangrijke mutaties is geanticipeerd via de Kadernota en dat deze aannames nu ook conform kunnen worden geëffectueerd via het accres. 1a incidenteel - afrekeningen oude jaren (2024) De meicirculaire bevat bijstellingen over 2024. Dit betreft in deze circulaire alleen een verlaging van de uitkeringsfactor 2024 met 2 punten (afgerond € 88.000 nadelig). 1b1 structurele mutaties conform Kadernota Op basis van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk anticipeert de Kadernota voor een aantal grote mutaties op de meicirculaire. Dit betreft: • Incidentele bijstelling jeugd voor de jaren 2026 en 2027; • Ontwikkeling loon- en prijs.

Pagina 4 van 8

ad. 1b2 structureel: algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. Aanpassing maatstaven /areaal en bijstelling nominaal (accres en maatstaven) “Accres” is de gemeentefondsterm voor groei. Dit accres c.q. deze groei kan ook negatief zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal accres (de totale mutatie inclusief inflatie) en reëel accres (de totale mutatie geschoond voor inflatie). De inflatiecomponent bevat naast loon- en prijsontwikkeling in enge zin ook een (beperkte) ruimte voor jaarlijkse autonome ontwikkelingen/groei. Tenzij anders vermeld wordt met accres het nominaal accres bedoeld. De bijstellingen op accres en maatstaven/uitkeringsfactor vinden plaats op twee niveaus: • Voor het lopende jaar 2025 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2026 vindt een “harde” en gedetailleerde uitwerking plaats; • Voor het meerjarig perspectief, de jaren 2027 tot en met 2029 is de uitwerking trendmatig. Deze benadering doet recht aan de “zachtheid” van toekomstige accresramingen. Voor loon- en prijsontwikkelingen is de meerjarige trend van de septembercirculaire gehandhaafd, zijnde 3,0% prijs- en 4,5% loonstijging. Wat de “harde uitwerking 2024/2025” betreft is sprake van bijstelling van het accres waar grotendeels op is voorgesorteerd in de Kadernota.

De meicirculaire bevat een incidenteel nadeel in 2025 van € 160.000 vanwege de uitkering van een tekort in 2024 op het BTW compensatiefonds (BCF). Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2026-2028, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming. De laatste jaarschijf 2029 komt “nieuw” in de meerjarenbegroting. Het structurele accres en de samenhangende stelpost nominaal zijn hierdoor beide verhoogd. Tevens is er een geringe mutatie in de toegekende taakmutaties. 1c overig – ontwikkeling WOZ Het verdeelstelsel voor de algemene uitkering houdt rekening met verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten. De achterliggende gedachte is dat gemeenten met hogere WOZ-waarden geacht worden meer eigen belastinginkomsten te genereren en minder geld uit het gemeentefonds nodig hebben. Technisch werkt dit via een negatieve verdeelmaatstaf (aftrekpost) belastingcapaciteit. Het negatieve bedrag via deze verdeelmaatstaf wordt weer verdeeld via de overige verdeelmaatstaven en de uitkeringsfactor zodat de “koek” even groot blijft. De aftrekpost wordt berekend door de werkelijke WOZ-waarde per gemeente te vermenigvuldigen met landelijke geldende rekentarieven voor woningen en niet-woningen. Daarbij doet 80% van de woningwaarde mee en 70% van de waarde niet-woningen.

Landelijk houdt de meicirculaire voor 2026 rekening met een waardestijging van 10,5% voor woningen en 2% voor niet-woningen. Deze waardeontwikkeling is ook op de Aalsmeerse cijfers toegepast. De herberekening van het onderdeel WOZ/belastingcapaciteit levert een voordeel op van afgerond € 0,1 miljoen structureel vanaf 2026. Voor Aalsmeer geldt dat voor de niet woningen een plafond voor de aftrekpost bestaat van € 35.000 x aantal inwoners. Hierdoor is de aftrekpost in het gemeentefonds niet € 6,4 miljoen maar € 4,5 miljoen. 1c overig – structurele index opbrengst hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is volgens het Rijk vanaf 2028 een hogere besparing te veronderstellen doordat prijs en volume zijn gestegen sinds 2029. Dit betekent dat door indexatie de besparingsopgave van € 1,0 naar € 1,5 miljard gaat. Gemeenten moeten zelf maatregelen nemen om dit half miljard te realiseren. Voor Aalsmeer betekent deze nieuwe berekeningswijze c.q. extra taakstelling een structurele opgave van € 725.000 vanaf 2028.

Pagina 5 van 8

A.2. Taakmutaties Deze paragraaf behandelt nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties). De algemene beleidslijn is, dat het in deze gevallen gaat om wijzigingen in taken/ werkzaamheden en dat er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt. Afhankelijk van de aard en omvang van de maatregel kan nadere besluitvorming plaatsvinden aan de hand van aparte advisering. Onderstaand overzicht zet deze mutaties op een rij, waarna een postgewijze toelichting volgt. Specificatie taakmutaties 2025 a) Uitvoeringskosten Omgevingswet b) WMO eigen bijdrage c) Jeugdzorg eigen bijdrage d) Jeugdzorg sturen op trajectduur e) Indexatie WMO-demografie jaarschijf 2029 f1) Participatie - in relatie tot AM-Match f2) Participatie - beschut werk f3) Participatie - sociale infrastructuur Totaal toekenning taakmutaties

bedrag x 1.000 euro 2028 2029

2026

2027

280

-310

-310 -370 -100

78 5 19 382

78 5 19 -208

73 5 21 -681

137

94 6 17 254

-310 -370 -100 100 24 6 22 -628

Ad. a) Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet (meicirculaire 2024). Met het uitkeren in 2025 kunnen de gemeente in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De aanvullende € 137.000 voor 2025 wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve AA. De kosten voor beide gemeenten worden verrekend met deze reserve. Ad. b) WMO eigen bijdrage De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. Door andere bedragen per eenheid in 2027 wijkt de eigen bijdrage af ten opzichte van 2026. Ad. c) Jeugdzorg eigen bijdrage Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Voor Aalsmeer betekent dit een aandeel van € 370.000. Ad. d) Jeugdzorg sturen op trajectduur Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Het geraamde aandeel voor Aalsmeer bedraagt € 100.000. Ad.

e) Indexatie WMO demografie jaarschijf 2029 Met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/ vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Dit betekent voor Aalsmeer in 2029 een aanvullend bedrag van € 100.000.

Pagina 6 van 8

Ad f1/f2/f3) Participatie (WSW, Beschut werk & Sociale infrastructuur) De bedragen die Aalsmeer ontvangt via de Decentralisatie uitkering Werk zijn geactualiseerd. Deze uitkering bestond uit twee componenten, te weten het WSW-budget en het budget beschut werk. In deze circulaire is daar een derde geldstroom aan toegevoegd: sociale infrastructuur. Meerjarig wordt het WSW-budget afgebouwd en groeit het budget beschut werk. Dit laatste vanwege de te verwachten groei van deze doelgroep door afbouw c.q. inperking van de WSW en de Wajong. Het WSW-budget heeft als direct samenhangende post de gemeentelijke bijdrage aan AM-Match. De budgetten worden geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling. Concreet betekenen deze mutaties voor Aalsmeer een verhoging van de bijdrage WSW met € 94.000, van de bijdrage beschut werk met € 6.000 en voor de sociale infrastructuur met € 17.000 in 2025. Voor 2026 en verder fluctueren de structurele bedragen minimaal met uitzondering van het WSW budget dat in 2029 met € 49.000 daalt.

II. Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Algemeen Op 30 april 2025 is door het Ministerie van SZW het zogenoemde “nader voorlopige macrobudget 2025” gepubliceerd: Nader voorlopige Macrobudget 2025 (informatie voor gemeenten) | Publicatie | Rijksoverheid.nl. De bekendmaking van het BUIG-budget verloopt in drie stappen: 1. Op 1 oktober 2024 is het “voorlopige budget 2025” bekend gemaakt. In deze berekening wordt eenmalig het budgetaandeel gewijzigd voor onder andere verwachte kans op bijstand, aantal huishoudens naar type en normbedragen. Dit leidt tot herverdeeleffecten tussen gemeenten; 2. Op 30 april 2025 is dit via het “nader voorlopige macrobudget 2025” geactualiseerd voor bijstellingen op de omvang van het macrobudget. Daarnaast is de loonkostensubsidie (LKS) gebaseerd op het jaar 2024 (t-1) en niet meer op 2023 (t-2); 3. Begin oktober 2025 volgt de “definitieve vaststelling budget 2025” en wordt het budget aangepast voor de looncompensatie over 2025 (van prijspeil 2024 naar prijspeil 2025). Dan start ook de nieuwe cyclus met “voorlopig budget 2026”. Bij de beoordeling van het “nader voorlopige macrobudget 2025” (stap 2) wordt een eigen inschatting gemaakt van de looncompensatie die wordt toegekend in oktober 2025 (stap 3). Dit om het budget met de eigen uitgavenontwikkeling te kunnen vergelijken op actuele prijspeil 2025. De indexering wordt geschat op 6,5%.

Dit is inclusief verhoogde loonheffing dat toeneemt van 20,7% naar 22,95%. Het budget dat gemeenten ontvangen wordt aangeduid als BUIG-gelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente. Het macrobudget wordt vastgesteld met rekenregels van het CPB voor de prognose van het totale verwachte bijstandsvolume als afgeleide van de economische ontwikkeling en de ontwikkeling van de werkloosheid. Daarnaast wordt rekening gehouden met eventuele gevolgen van specifiek Rijksbeleid dat van invloed is op het bijstandsvolume. Het BUIG- budget gaat alleen over de uitkeringsgelden. De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds.

Pagina 7 van 8

Loonkostensubsidie De BUIG wordt voor het grootste deel bepaald via een objectief verdeelmodel. Met ingang van 2022 is een apart deelbudget Loonkostensubsidie gevormd, dat wordt verdeeld op basis van de historische (werkelijke) uitgaven van gemeenten op dit onderdeel in het voorafgaande jaar (t-1). Bij de voorlopige toekenning wordt in eerste instantie uitgegaan van de gegevens (t-2), bij de nader voorlopige vaststelling vindt definitieve vaststelling plaats op basis van (t-1). Dit als beoogde prikkel om dit instrument in te zetten. Objectief verdeelmodel Het totale macrobudget voor de BUIG-gelden bedraagt afgerond € 7,3 miljard, waarvan in 2025 afgerond € 0,56 miljard deelbudget Loonkostensubsidie. Het Rijksbeleid is gericht op een toenemend gebruik van de Loonkostensubsidie en dus een toename van dit deelbudget (en afname van het algemene budget). Bijstelling begroting 2025 De actualisatie van de ontwikkeling van de ontvangen bijstandsgelden (BUIG-budget) en de samenhangende uitgavenontwikkeling geeft het volgende beeld: A. Inkomstenkant: bijstelling BUIG € 61.000 lager budget (exclusief verwachte indexering) De huidige begroting bevat een BUIG-budget van € 6,182 miljoen. Dit is gebaseerd op het door het Rijk gepubliceerde “Voorlopige budget 2025” in oktober 2024. De tweede publicatie over 2025 betreft het “nader voorlopige macrobudget 2025”.

Dit heeft het Rijk op 30 april 2025 bekend gemaakt. Het budget voor Aalsmeer is neerwaarts bijgesteld naar € 6,121 miljoen. Dit betekent een nadeel van € 61.000. Mutaties die leiden tot lager BUIG-budget De belangrijkste reden van het lagere budget betreft de structurele doorwerking van de daling van het aantal bijstandsgerechtigden in 2024 en de verwachte verdere daling in 2025 (€ 160.000). Daarnaast zijn er kleine bijstellingen op onder IOAW/IOAZ van per saldo € 11.000. Tenslotte is het wetsvoorstel Participatiewet in balans (spoor 1) uitgesteld van 1 juli 2025 naar 1 januari 2026. Dit zorgt voor een (incidentele) neerwaartse bijstelling van € 20.000 in 2025. Mutaties die leiden tot hoger BUIG-budget Door tegenvallende resultaten binnen de banenafspraak vervalt een deel van de eerder ingeboekte besparing op de bijstand. Dit betekent een hoger BUIG-budget van € 50.000. Daarnaast is sprake van een positieve bijstelling op de loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van € 80.000. Met LKS krijgt de werknemer het normale salaris. De gemeente betaalt de werkgever voor de kleinere productiviteit. In het “nader voorlopig macrobudget” worden de gegevens van 2024 in plaats van 2023 gebruikt. Deze aanpassing betekent dat de LKS van Aalsmeer toeneemt van € 234.000 naar € 314.000. Landelijk is het deelbudget LKS gedaald met € 24,7 miljoen.

De voorziene groei van dit budget is in 2024 uitgebleven. In Aalsmeer wijkt het dus in positieve zin af van de landelijke cijfers. De inzet van LKS is afhankelijk van het aantal bijstandsontvangers en de mogelijkheid om deze te kunnen plaatsen bij een werkgever. B. Indexering inkomsten € 398.000

Pagina 8 van 8

Na ontvangst van het “nader voorlopige budget” in mei wordt een prognose gemaakt van de verwachte looncompensatie in de “definitieve vaststelling” van begin oktober 2025. De looncompensatie leidt per saldo tot een positieve bijstelling: de inkomsten BUIG zijn namelijk hoger dan de uitgaven voor de bijstandsuitkeringen. De indexering wordt geschat op 6,5% en toegepast op het uitgaven- en inkomstenbudget. Dit bestaat uit een indexatie en een verhoogde loonheffing dat toeneemt van 20,7% naar 22,95%. Voor de inkomsten betekent dit een bijstelling van het budget met € 398.000. C. Uitgavenkant: bijstelling € 725.000 meer uitgaven De kostenstijging van € 725.000 wordt verklaard door: 1. Extra uitgaven aan loonkostensubsidie ter grootte van € 115.000 2. Een verwerking van een loonstijging van 6,5% hetgeen leidt tot een verhoging van de kosten met een bedrag van € 350.000. 3. Een stijging van het bestand uitkeringsgerechtigden ten opzichte van de prognose uit 2024 met 10 uitkeringen. Met het afsluiten van de Wajong en de Wsw komen de inwoners die voorheen een beroep deden op deze regelingen nu onder de verantwoordelijkheid van de gemeente als er sprake is van enig arbeidsperspectief. Hierdoor neemt het beroep op de bijstand verder toe. Op dit moment zien we een lichte stijging ten opzichte van 2024 van het aantal jongeren dat een beroep doet op de bijstand.

Daarnaast zien we dat in Aalsmeer in 2024 het aantal inplaatsingen van statushouders conform de landelijke taakstelling is verlopen. De taakstelling voor het plaatsen van statushouders wordt bepaald op basis van het inwonertal van de betreffende gemeente. Wanneer een statushouder in een gemeente wordt gehuisvest ontstaat ook het recht op bijstand. In gemeenten met een lage bijstandsdichtheid, zoals dat ook in Aalsmeer het geval is, leidt het huisvesten van een grotere groep statushouders tot een groter effect op het bestand uitkeringsgerechtigden. Hierbij speelt ook het feit dat statushouders door de inburgeringsverplichting voor een langere periode bijstand ontvangen. Een bijkomende complicerende factor bij de verdeling van de Rijksmiddelen voor bijstand is het feit dat de middelen voor Aalsmeer gedeeltelijk via het zogenoemde historische verdeelmodel ter beschikking worden gesteld. Hierdoor wordt een deel van de middelen verdeeld op basis van het bijstandsvolume van twee jaar eerder. De financiële compensatie van een stijging van de uitgaven komt dus met een vertraging bij de betrokken gemeente. Per saldo: € 388.000 nadeel De inkomstenraming van de uitkering BUIG wordt structureel met € 337.000 verhoogd.

Dit bestaat uit een nadeel via de “nader voorlopige beschikking 2025” van € 61.000 en een verwachte bijstelling loonindex in de “definitieve vaststelling 2025” van € 398.000. Voor de raming van de verwachte bijstandsuitgaven 2025 betekent deze notitie een structurele verhoging van € 725.000. Per saldo betekent dit een bijstelling van € 388.000 nadelig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=43ac0c03-077b-47bd-be03-a9cdb70fd927