20250610 MEMO 48 Beantwoording technische vragen beeldvormende commissie 3 juni inzake peilnota Fort Kudelstaart
Tekst van het document
{{signer1}} 10/06/2025 14:41:50 CEST
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) ID: 6d857639-5d02-42dc-9f67-043a52a3b31d Auth: Scribble
MEMO RAAD
{{signer2}} 10/06/2025 14:17:58 CEST
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) ID: 6d857639-5d02-42dc-9f67-043a52a3b31d Auth: Scribble
{{signer3}}
{{signer4}} Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan
Betreft
leden raad Burgemeester en wethouders 10 juni 2025 college, griffie, voorlichting
Beantwoording technische vragen commissie ruimte van 3 juni 2025 inzake peilnota uitgangspunten ontwikkeling Fort bij Kudelstaart Tijdens de beeldvormende commissie Ruimte van 3 juni heeft het college aangegeven onderstaande vragen over de peilnota uitgangspunten ontwikkeling Fort bij Kudelstaart schriftelijk te beantwoorden. Onder de vragen treft u de antwoorden aan. Vragen Groenlinks/PvdA fractie. 1. Kunt u nog nader uitleg geven op de drie begripsvragen? En kunt u toelichten wat u onder beleefbaarheid en toegankelijkheid verstaat? Antwoord: De mate van beleefbaarheid en (openbare) toegankelijkheid gaat over de mate waarin het mogelijk moet zijn dat het fort door het publiek is te beleven. In aanvulling op de achtergrondinformatie waarin dit uitgangspunt onder paragraaf 2.1 nader toegelicht is er geen “exacte” definitie van de beleefbaarheid en openbare toegankelijkheid. Het betreft een geleidelijke schaal variërend van hoge-, gemiddelde- en lage mate van beleefbaarheid en (openbare) toegankelijkheid. De begrippen beleefbaarheid en (openbare) toegankelijkheid zijn niet exact hetzelfde, maar hangen wel nauw met elkaar samen. Onder de mate van beleefbaarheid wordt bedoeld in hoeverre het mogelijk is om op het fort (inclusief terrein en jachthaven) überhaupt te verblijven en zo het fort te ervaren en beleven.
Dan zullen er activiteiten plaatsvinden, waarbij hoe meer activiteiten met deelname van mensen hier plaatsvinden, hoe hoger de mate van beleefbaarheid. Onder (openbare) toegankelijkheid wordt verstaan de mate in hoeverre het fort voor (breed) publiek toegankelijk is. Door de samenhang tussen het begrip beleefbaarheid en (openbare) toegankelijkheid is dit als één uitgangspunt benoemd. In de door de raad in 2013 gekozen zeilfort scenario werd in het onderliggend haalbaarheidsonderzoek onder dat scenario verstaan dat er “een fort zou moeten ontstaan dat jaarrond bol staat van de energie”. Voor het college is dat nu niet het uitgangspunt. Tijdens het werkbezoek zijn ook voorbeelden genoemd van andere forten die een lage mate van beleefbaarheid en (openbare) toegankelijkheid kennen zoals een wijnfort Benoorden Purmerend waarin wijn aan restaurants en groothandels wordt verkocht en niet voor een breed publiek toegankelijk is. Een ander genoemd voorbeeld is een fort waarin autistische kinderen onder begeleiding wonen. Dergelijke forten kennen en lage mate van beleefbaarheid en (openbare) toegankelijkheid omdat het door een zeer beperkt aantal mensen is te beleven en [.docx]
Pagina
2 van 3
niet voor een breed publiek toegankelijk is. Een grotere mate van beleefbaarheid en toegankelijkheid is aanwezig bij bijvoorbeeld forten met een horecagelegenheid zoals een restaurant, hotel of een museum waarin een breed publiek het fort kan bezoeken en kan beleven. Zoals in de achtergrondinformatie is toegelicht hangen diverse uitgangspunten met elkaar samen. Zo zal een brede toegankelijkheid waarin grote aantallen tegelijk het fort bezoeken niet als kleinschalig worden ervaren. 2. Hoe wordt "kleinschaligheid" gekwantificeerd? Antwoord: Het uitgangspunt kleinschaligheid heeft zowel betrekking op de omvang van de bouwplannen in en rondom het fort alsook op de omvang van het aantal bezoekers. In aanvulling op de in paragraaf 2.3 van de achtergrondinformatie gegeven toelichting is er geen kwantitatieve definitie vastgesteld wanneer er wel en wanneer er geen sprake is van kleinschaligheid, hetgeen ook subjectief is. Ook hier gaat het om de schaal. Hoe groter de fysieke ingrepen en uitbreidingen in de bouwplannen, hoe lager de kleinschaligheid. Dat geldt ook voor het aantal bezoekers, hoe meer bezoekers er (gelijktijdig) van het fort gebruik gaan maken, hoe lager de kleinschaligheid. 3.
Wat betekent "financiële zelfstandigheid" in gemeentelijke context? Antwoord: De mate van financiële zelfstandigheid van het fort houdt in dat er na de herbestemming geen aanspraak op gemeentelijke middelen wordt gedaan. Dat betekent dat de exploitatie op het fort zichzelf financieel dient te redden. Dat is uiteraard na de éénmalige financiële werkzaamheden die de gemeente dient te verrichten zoals het wegwerken van het achterstallig onderhoud en het terugbrengen van het zandpakket. Welke werkzaamheden wel en niet worden gedaan is bij de tender nader uit te werken. Hoe groter de financiële bijdrage van de gemeente, hoe lager de financiële zelfstandigheid. Bij het scenario verkoop aan een commerciële partij met medewerking aan aanpassing van het bestemmingsplan (omgevingsplan) is de verwachting dat de hoogste mate van financiële zelfstandigheid kan worden bereikt. Bij het behoud van de eigendom van het fort ingericht als onderdeel van de openbare ruimte en bij verhuur is geen financiële zelfstandigheid van het fort mogelijk omdat er zo goed als zeker structureel financieel op het fort moet worden toegelegd. Vraag Absoluut Aalsmeer fractie. 4.
Is het voor de huisvesting van de scouting noodzakelijk om het huidige bestemmingsplan (omgevingsplan) aan te passen of past dit gebruik binnen het bestaande bestemmingsplan? Antwoord: binnen het huidige bestemmingsplan zijn recreatieve en culturele en voorzieningen toegestaan. Het bestemmingsplan staat ook aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen (jachthaven) toe, met dien verstande dat deze uitsluitend zijn toegestaan op de bij het bestemmingsplan behorende plankaart aangegeven gronden met de aanduiding “aanlegplaatsen ten behoeve pleziervoertuigen toegestaan”. Ook het onderhoud en een reparatiewerkplek van boten (met een maximale milieucategorie 3) is toegestaan. De activiteiten die door een scouting worden verricht kunnen daaronder vallen. Daarvoor is meer informatie vereist over
Pagina
3 van 3
de beoogde activiteiten, maar ook over de te verplaatsen boten inclusief geplande en voorgenomen uitbreidingen. De huidige permanente aanlegplaatsen in de haven zijn wel allemaal verhuurd. Bovendien zal de tijdelijke aanlegsteiger in 2026 worden verwijderd, waardoor het aantal aanlegplaatsen zal afnemen. Het is mogelijk om het aantal voor de scouting benodigde aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen vrij te maken door bestaande verhuringen met de daarbij behorende termijnen op te zeggen. Indien de huidige verhuringen van de permanente aanlegplaatsen in de haven worden gehandhaafd, zal uitbreiding van het aantal aanlegplaatsen voor de roei- en zeilboten van de scouting noodzakelijk zijn. Voor uitbreiding van het aantal aanlegplaatsen is wel aanpassing van het bestemmingsplan (omgevingsplan) nodig. Dit is ook te realiseren met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. De scouting Tiflo Aalsmeer heeft volgens de eigen internetsite (https://www.tiflo.nl/vloot/) een vloot die bestaat uit negen lelievletten, een lelieschouw, een sleepboot, twee sleepvletten, een roeiboot en een wachtschip. Het bestemmingsplan laat alleen aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen toe, zodat in juridisch in ieder geval nader onderzocht zou moeten worden of een wachtschip daarin is toegestaan. Anders zou aanpassing van het bestemmingsplan (omgevingsplan) hiervoor ook nodig zijn.
Dit is ook te realiseren met een omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan. Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.