CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20250603 Memo 43 Beantwoording technische vragen beeldvormende commissie Ruimte - MPP Buitenruimte Aalsmeer 2025-2028

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 3 juni 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Presentatie Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte Aalsmeer 2025-20282.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Signed By: Kabout, L.B. (Bart) 03/06/2025 12:55:09 CEST ID: 6408478c-d3f1-41b5-85fd-f1e7e1cd13b7 Auth: Scribble

MEMO RAAD

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) 03/06/2025 12:30:50 CEST ID: 6408478c-d3f1-41b5-85fd-f1e7e1cd13b7 Auth: Scribble

Registratienr. Aan Afkomstig van Datum Afschrift aan

Betreft

Z25-040779 leden raad Burgemeester en wethouders 3 juni 2025 college, griffie, voorlichting

Beantwoording technische vragen MPP Buitenruimte beeldvormende commissie 3 juni 2025

Voorafgaand aan de beeldvormende commissievergadering over het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte Aalsmeer 2025-2028 van 3 juni 2025 zijn diverse technische vragen gesteld door de fractie GL/PvdA. In deze memo vindt u de antwoorden op deze vragen. Vraag 1. Hoe wordt de jaarlijkse afschrijvingslast per discipline berekend over de 30-jarige periode? De afschrijvingslast per object wordt bepaald door de verwachte levensduur van het object. De afschrijvingstermijnen zijn eerder door de raad vastgesteld. Hierbij wordt aangesloten bij landelijke richtlijnen en ervaringen. Uiteraard gaat het daarbij om gemiddelden. Een weg gaat bijvoorbeeld ongeveer 50 jaar mee. Tussentijds moet je wel onderhoud plegen zoals deklagen vervangen of delen herstraten. Voor wegen op veengrond/bovenland houden we 25 jaar aan. Voor bruggen is de verwachte levensduur afhankelijk van het materiaal van de brug (hout, staal, kunststof of beton). Vraag 2. Welke concrete criteria gelden voor het onderscheid tussen beheer- en investeringsprojecten? Een beheerproject of beheerbudget komt rechtstreeks ten laste van de reserve buitenruimte, een investeringsproject wordt geactiveerd. De investeringskosten worden dan verspreid over de verwachte levensduur van het gerealiseerde werk. Onderhoudsprojecten mogen niet worden geactiveerd en zijn dus beheerprojecten.

Investeringsprojecten zijn projecten waar objecten in de openbare ruimte geheel worden vervangen en vervolgens weer hun hele nieuwe levensduur mee kunnen. Bij onderhoudsprojecten worden maatregelen genomen waardoor de levensduur van objecten verlengd of gewaarborgd wordt. Projecten worden pas als investeringsproject gekenmerkt als het gaat om investeringen boven de € 20.000. Daarom wordt het vervangen van beplanting of van bomen als beheerproject gecategoriseerd. Onderzoekskosten of kleine aanpassingen aan de infrastructuur worden eveneens als beheerbudget/beheerproject gecategoriseerd. Daarbij wordt immers niet geïnvesteerd in de complete vervanging van objecten met een waarde van meer dan € 20.000. Vraag 3. Wat betekent het dat het projectbudget van bijvoorbeeld riolering in 2025 neerwaarts is bijgesteld, maar 'beschikbaar blijft' voor na 2029? Onder andere op basis van het areaal, de technische en functionele staat en de vervangingsopgave van het rioleringsstelsel met alle bijbehorende objecten wordt iedere zes jaar een Gemeentelijk Rioleringsplan opgesteld. Daarbij wordt de benodigde investeringsruimte bepaald voor deze periode van zes jaar en deze wordt verwerkt in de rioolheffing. Deze investeringsruimte geldt voor het totale MPP (en daarnaast ook voor andere investeringen buiten het MPP om).

Binnen die financiële ruimte worden projecten geprogrammeerd met aparte projectbudgetten. Die budgetten zijn indicatief bij de start van een project en worden naarmate een project verder voorbereid is steeds specifieker. Op projectniveau zijn er daarbij altijd afwijkingen. Projecten worden wat goedkoper of duurder dan begroot of worden anders gefaseerd. Als op programmaniveau de totale investeringen in het lopende jaar omlaag worden bijgesteld (doorgaans door vertragingen

[.docx] 101/F126/ICT

Pagina

2 van 4

in de projectvoorbereiding), dan moet deze investeringsruimte niet vrijvallen, maar beschikbaar blijven voor de uitvoering. Het werk is immers nog steeds nodig, alleen de voorbereiding en uitvoering duurt wat langer dan voorzien. Het gaat daarbij dus om de totale investeringsruimte op programmaniveau, niet om de investeringsruimte op projectniveau. Het GRP loopt nu tot en met 2026, maar de planning van werkzaamheden stopt natuurlijk niet op eind 2026. We programmeren nu tot 2029, voor de laatste jaren met een fictieve investeringsruimte per extra jaar, gebaseerd op het gemiddelde van de periode 2021-2026. Het GRP wordt volgend jaar geactualiseerd en dan wordt ook duidelijk wat de nieuwe gemiddelde investeringsbehoefte moet worden voor de jaren daarna. Vraag 4. Hoe is de stijging van de onderhoudskosten na 2030 meegenomen in de langetermijnramingen (zoals bij kunstwerken)? De middelen die benodigd zijn voor onderhoud en instandhouding van de buitenruimte worden periodiek bepaald aan de hand van inspecties, metingen en andere onderzoeken naar de staat en omvang van het areaal. Het resultaat hiervan landt in een beheerplan voor een periode van doorgaans vijf tot tien jaar. Op dat moment wordt ook gekeken naar de te verwachten kosten om dat areaal in goede en veilige staat te houden, met de kostencijfers van dat moment.

Voorbeelden hiervan zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan, de Nota Wegen, de Nota Civieltechnische Kunstwerken en het Verlichtingsplan. Een verwachte stijging van de jaarlijkse onderhouds- en vervangingskosten leidt bij het voorleggen van zo'n beheer- of beleidsplan tot een aanvraag van een structurele verhoging van de dotatie aan de reserve buitenruimte. Vraag 5. Wat zijn de definities van ‘versoberen’ en ‘uitbreiden’ van een project in budgettaire zin? Het versoberen van een project betekent ofwel dat het projectbudget verlaagd kan worden ofwel dat het niet of minder verhoogd hoeft te worden ten opzichte van een eerder indicatief budget. Voorbeeld 1: We waren oorspronkelijk van plan om op de kruising Aalsmeerderweg-Machineweg een rotonde aan te leggen, net zoals bij de MiddenwegCatharina-Amalialaan is gerealiseerd. Dit zou leiden tot een flinke verbetering voor het langzaam verkeer en toekomstige groei van het verkeer goed kunnen opvangen. Nu bij de voorbereidingen blijkt dat een dergelijke oplossing buitenproportioneel veel geld kost, stellen we voor dit project te versoberen. We gaan daarbij de verkeersregelinstallatie vervangen maar wel de opstelvakken aanpassen. Hierdoor verbetert de doorstroming ook, maar moeten fietsers en voetgangers wel op groen licht wachten. Nog steeds een verbetering, maar wel minder ambitieus. Het projectbudget kan hierdoor omlaag.

Voorbeeld 2: We namen op basis van visuele inspecties en de leeftijd aan dat de Stommeerkade aan het einde van de technische levensduur was en vervangen moest worden. Dat was een indicatief budget voor geprogrammeerd. Bij de voorbereiding en technisch onderzoek blijkt dat we kunnen volstaan met onderhoudswerk, waardoor het project wordt versoberd en het budget omlaag kan. Het uitbreiden van een project is in feite het omgekeerde, ook in financiële zin. In eerste instantie zouden we op de Herenweg in Kudelstaart alleen investeren in het oostelijk deel tussen de twee rijen bebouwing in en op de rest van de weg lokaal onderhoudswerk uitvoeren. Bij nadere voorbereiding blijkt dat er meer nodig is en dat de hele weg aangepakt moet worden. Dan breiden we de scope dus uit en verhogen we het projectbudget. Voorbeeld 2: Oorspronkelijk was alleen budget gereserveerd voor het afmaken van de Burgemeester Hoffscholteweg. Dit budget was gebaseerd op oude kengetallen. Het project is inmiddels uitgebreid met het terugbrengen van het verwijderde Spoorlijnpad, inclusief veilige oversteek en met het alsnog aanleggen van een vrijliggend fietspad en voetpad tussen Polderzoom 2 en de Aalsmeerderweg. Nu alle voorbereidingen daarvan een afronding naderen, is het moment gekomen om het projectbudget aan te passen naar wat we nu denken dat er in totaal nog nodig is.

Zo wordt het investeringsprogramma regelmatig bijgesteld en opnieuw doorgerekend om de actuele inzichten en wensen te verwerken.

Pagina

3 van 4

Vraag 6. "werk met werk maken" → Wat wordt hier concreet mee bedoeld qua planning en uitvoering? (Bron: Bijlage 3, p. 4) 'Werk met werk maken' is vaktaal voor zo veel mogelijk werkzaamheden combineren die qua planning bij elkaar in de buurt zouden komen. Dit doe je om de overlast voor omwonenden te verminderen en om kosten te besparen. Bijvoorbeeld: niet in jaar 1 de weg herstraten, in jaar 2 de riolering vervangen en de weg opnieuw herstraten, en in jaar 3 een snelheidsdrempel aanleggen. Het proces van opstellen en actualiseren van het MPP waarborgt dit integrale denken/werken zo goed mogelijk. Het investeringsprogramma wordt in diverse werksessies met de verschillende assetmanagers en vakteams doorgenomen, zodat iedereen van elkaar weet wat er aan werkzaamheden aankomt en we op tijd kunnen proberen combinaties te zoeken en zo dus 'werk met werk' te maken. Vraag 7. "ruimte voor functionele verbeteringen" → Wat valt hieronder, en wie bepaalt dit? (Bron: Bijlage 3, p. 4) Als je een wijk compleet renoveert, dan doe je dat voor liefst minimaal tien jaar, maar bij voorkeur voor een nog langere periode. Als er dan zaken in de inrichting van de openbare ruimte onhandig zijn of tot ergernis van bewoners leiden, dan is het handig om die bij een project direct aan te passen.

Ook neem je aanpassingen mee die in beleid of regelgeving zijn vastgelegd of die nodig zijn om de inrichting 'bij de tijd' te brengen. Enkele voorbeelden: bij asfaltonderhoud passen we de markering aan volgens de laatste landelijke richtlijnen, bij onderhoud van verhardingen passen we boomspiegels aan om bomen en groen meer ruimte te geven zonder dat trottoirs onbruikbaar worden, bij vervanging van een te smal fietspad brengen we het fietspad waar dat kan breder terug zodat fietsers elkaar twee aan twee kunnen passeren en passen we asfalt of beton toe, oude te smalle parkeervakken worden breder teruggebracht omdat de auto's groter en breder zijn geworden, enzovoorts. Dit wordt bepaald door de projectmanager samen met de verschillende vakadviseurs en ontwerpers die samen aan zo'n project werken. Deze mensen kennen de nieuwe regelgeving, richtlijnen en beleidsstukken en hebben bovendien contact met de bewoners en gebruikers van de openbare ruimte. Vanuit inspraak worden ook functionele verbeteringen aan projecten toegevoegd. Vraag 8."projecten die nader politiek afgewogen moeten worden" → Welke projecten worden hiermee bedoeld en wanneer vindt die afweging plaats? (Bron: Bijlage 3, p.

7) Enkele voorbeelden van politiek af te wegen projecten zijn de herinrichting van het centrumgebied (Raadhuisplein, Van Cleeffkade, Drie Kolommenplein) en maatregelen die kunnen worden geraakt door het Verkeerscirculatieplan. Daarover vindt aparte besluitvorming plaats. De resultaten van die besluitvorming leiden tot maatregelen die vervolgens in het MPP kunnen worden geprogrammeerd bij een eerstvolgende actualisatie. Het toevoegen van zeker een 'duur' project moet worden doorgerekend. We kijken dan of en hoe zo'n project in te passen is in het meerjarenprogramma, bijvoorbeeld door andere projecten te temporiseren of andere prioriteiten te stellen. Het kan ook zijn, dat uit de doorrekening blijkt dat een project dermate ingrijpend is dat we er extra budget voor moeten aanvragen bij de raad, ten laste van de algemene middelen. Vraag 9. "kwaliteit van de buitenruimte verbeteren" → Volgens welke norm of referentiekader wordt die kwaliteit gemeten? (Bron: Presentatie, dia 2) Hoewel de meeste projecten in het MPP een technische achtergrond hebben, zijn er ook kwaliteitsimpulsprojecten. Voorbeelden hiervan zijn het vergroenen van de openbare ruimte, het verbeteren van fietsroutes, het verbeteren van de verkeersveiligheid of van de doorstroming, het aanleggen van een extra speeltuin en de herinrichting van bijvoorbeeld het Raadhuisplein.

Vaak komen dergelijke projecten voort uit wensen van bewoners, organisaties of politiek. Dergelijke initiatieven worden dan beoordeeld en gewogen door de

Pagina

4 van 4

verschillende assetmanagers samen met de verantwoordelijke wethouder(s). Er kunnen normen, richtlijnen, beleidskader of regelgeving gelden voor het beoordelen van zo'n initiatief. Daarnaast worden de kosten en baten van een initiatief afgewogen. Vraag 10. "kansrijk voor subsidie" → Wat zijn de criteria en wie beoordeelt de kansrijkheid? (Bron: niet expliciet gespecificeerd, impliciet in financieringsparagraaf en presentatie) Er staat hier wel iets over in paragraaf 2 van Bijlage 3, maar inderdaad vrij summier. Als financieringsbronnen gebruiken we onder andere "Bijdragen van andere overheden, zoals de Vervoerregio Amsterdam, de Provincie Noord-Holland en het Rijk, die subsidieregelingen hebben voor buitenruimteprojecten en klimaatadaptatie. De bijdragen van de Vervoerregio vanuit de Brede Doeluitkering zijn bedoeld voor verbeteringen op het gebied van verkeersveiligheid, hoofdfietsinfrastructuur, openbaarvervoervoorzieningen, fietsenstallingen en bereikbaarheid regionaal wegennet." De Vervoerregio levert daarbij verreweg de meeste externe middelen voor het realiseren van het MPP. Het gaat daarbij om miljoenen euro's per planperiode. De Vervoerregio beoordeelt bij initiatieven van de gemeente of deze passen in hun beleid en geeft dan aan hoeveel zij willen en kunnen bijdragen aan onze initiatieven.

Ze hebben daarbij richtlijnen opgesteld voor het toetsen van initiatieven en het maken van berekeningen. De subsidiabele initiatieven worden samen met de Vervoerregio voorbereid, waarbij zij ook inhoudelijke suggesties meegeven. De berekeningen worden ook gedeeld met de gemeente. De relatie met de Vervoerregio is uitstekend en het is duidelijk welke initiatieven kans maken op een bijdrage van hun kant. De samenwerking en de gedeelde financiering van projecten met de Vervoerregio is structureel. Daarnaast zijn er ook eenmalige regelingen bij andere overheden zoals subsidies voor klimaatadaptatie en een verkeersveiligheidsimpuls van het Rijk waar wij gebruik van maken. Als dergelijke regelingen bekend worden gemaakt, beoordelen wij welke initiatieven hiervoor in aanmerking komen. Wij gaan ervan uit u hiermee voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, de burgemeester, drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=a1d2dd9f-1979-4a3f-862a-ea0eabb6fdad