20250417 aangepast MEP_rapport_2025_digi_v2
Tekst van het document
Figuur 16 – De relatie tussen de thema’s en de sectoren uit het Klimaatakkoord
Bronvermelding: Illustratie uit de sessies van het Masterplan Energie Aalsmeer.
47
Land- en tuinbouw
Emissies in 2050 volgens emissieprognose: 38 kton CO2-eq. (36%). Besproken in het thema: warmte en koude. Eén van de projecten is een warmtenet in het gebied De Kwakel Kudelstaart. Hiermee kan ca. 14 kton CO2-eq. extra reductie gerealiseerd worden. Voor de rekenmethode: zie Bijlage D.
Figuur 17 – Emissiereductie als gevolg van het warmtenet in De Kwakel Kudelstaart
48
Naast het warmtenet is in de sessies benoemd dat ook de rest van de glastuinbouwbedrijven moeten verduurzamen. De ideeën hiervoor zijn nog in de een eerste stadium. Dit is ook weergegeven in Tabel 3.
Tabel 3 – Kwalitatief inzicht in de impact van projecten, plannen en ideeën en hoe ver ze gevorderd zijn Ideeën, plannen, projecten
Impact op sector +
+++++
klein
groot
Hoe ver zijn we? er zijn ideeën
+++++ co2 reductie is gerealiseerd
Warmtenet voor kassengebied De Kwakel Kudelstaart
+++++
+
Oplossing voor overige kassen-complexen
+++
-
Individuele route
+++
-
Gebouwde omgeving - Huishoudens
daarmee 8,4 kton CO2-reductie in 2050 behaald worden. Een warmtenet in Kudelstaart zorgt voor 5 kton CO2-reductie. Een warmtenet in Oosteinde zorgt voor 4 kton CO2-reductie. Deze wijken samen zijn 17,4 kton CO2-reductie. Voor de berekening is er vanuit gegaan dat 80% van de woningen aansluit op het warmtenet, voor de volledige rekenmethode zie Bijlage D.
Emissies in 2050 volgens prognose: 31 kton CO2-eq. (30%). Besproken in het thema: warmte en koude, bewoners en bedrijven op weg. Wanneer een warmtenet wordt aangelegd in Stommeer, Hornmeer en Aalsmeer-centrum kan
Tabel 4 – Kwalitatief inzicht in de impact van projecten, plannen en ideeën en hoe ver ze gevorderd zijn Ideeën, plannen, projecten
Impact op sector +
+++++
klein
groot
Hoe ver zijn we? er zijn ideeën
+++++ co2 reductie is gerealiseerd
Warmtenet Stommeer, Hornmeer en Aalsmeer centrum
+++++
-
Warmtenet voor Kudelstaart en nieuwbouw
+++
-
Individuele route
+++
++
Warmtenet voor Oosteinde
+++
-
Collectieve oplossing lintbebouwing
+
-
49
Gebouwde omgeving - Diensten
daarmee 5,8 kton CO2-reductie in 2050 behaald worden. Een warmtenet in Kudelstaart zorgt voor 0,5 kton CO2-reductie. Een warmtenet in Oosteinde zorgt voor 0,2 kton CO2-reductie. Voor de berekening is er vanuit gegaan dat 80% van de bedrijfsgebouwen aansluit op het warmtenet, voor de volledige rekenmethode zie Bijlage D.
Emissies in 2050 volgens prognose: 19 kton CO2-eq. (18%). Besproken in het thema: warmte en koude, bewoners en bedrijven op weg. Wanneer een warmtenet wordt aangelegd in Stommeer, Hornmeer en Aalsmeer-centrum kan
Tabel 5 – Kwalitatief inzicht in de impact van projecten, plannen en ideeën en hoe ver ze gevorderd zijn Ideeën, plannen, projecten
Impact op sector +
+++++
klein
groot
Hoe ver zijn we? er zijn ideeën
+++++ co2 reductie is gerealiseerd
Klimaatneutrale gebiedsaanpak Hornmeer
+++++
+
Klimaatneutrale gebiedsaanpak Greenpark
+++++
+
Klimaatneutrale gebiedsaanpak Schinkelpolder
+++
-
Warmtenet Stommeer, Hornmeer en Aalsmeer centrum
+++
-
Warmtenet voor Kudelstaart en nieuwbouw
+
-
Warmtenet voor Oosteinde
+
-
Gemeentelijke organisatie
+
+
Individuele route
+
+
50
Mobiliteit
Aalsmeer zijn, rijden in Aalsmeer alleen vrachtwagens die Aalsmeer als bestemming hebben. Wanneer de logistiek verduurzaamt, bijvoorbeeld door elektrificatie of overstapt op waterstof, dan is Aalsmeer een logische plek om te op te laden of bij te tanken. Dat betekent dat, ondanks dat de huidige emissies van de logistiek beperkt zijn, veel van de impact van de verduurzaming wel in de gemeente terechtkomt. Denk hierbij aan verzwaring van het net voor laadpalen voor vrachtwagens, etc.
Emissies in 2050 volgens prognose: 10 kton CO2-eq. (10%). Besproken in het thema: logistiek en klimaat neutrale bedrijventerreinen. Er zijn verschillende typen mobiliteit die elk hun eigen aanpak nodig hebben. De gemeente Aalsmeer wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van veel logistieke bewegingen. Toch zijn de emissies van de logistiek (vrachtwagens en bestelbusjes) slechts verantwoordelijk voor een derde van de mobiliteitsemissies in Aalsmeer, terwijl personenvervoer ongeveer de helft van de mobiliteitsemissies veroorzaakt (zie Bijlage D).
Industrie
Emissies in 2050 volgens prognose: 6 kton CO2-eq. (6%).
Dit komt doordat de vrachtwagens en bestel bussen maar een klein stuk van hun totale reis door de gemeente Aalsmeer rijden. Grote stukken rijden ze op snelwegen door een andere gemeente en omdat er geen snelwegen in de gemeente
De verduurzaming van industrie is niet expliciet besproken in de werkateliers en sessies. De industriële bedrijven gaan hier zelf mee aan de slag. De verduurzaming van de industrie valt onder de verantwoordelijkheid van het rijk.
Tabel 6 – Kwalitatief inzicht in de impact van projecten, plannen en ideeën en hoe ver ze gevorderd zijn Ideeën, plannen, projecten
Impact op sector +
+++++
klein
groot
Hoe ver zijn we? er zijn ideeën
+++++ co2 reductie is gerealiseerd
Verduurzaming personen vervoer o.a. door laadinfra faciliteren
++++
+
Duurzame logistiek: elektrificeren of waterstof
+++
-
Hubs voor bundelen goederenstromen: samen werking in de keten
+++
-
Mobiele werktuigen
++
-
Openbaar vervoer
+
++
Verduurzaming overig vervoer
+
-
51
Hernieuwbare opwek
bijdrage leveren aan reductie van de landelijke emissiefactor. Vergroening van de nationale (en internationale) elektriciteitsproductie werkt als externe ontwikkeling door op de emissies van de gemeentelijke elektriciteitsvraag.
Voor het berekenen van de CO2-uitstoot gerelateerd aan elektriciteitsverbruik, is de emissiefactor van het landelijke elektriciteitsnet gebruikt. Omdat het Nederlandse elektrici-teitsnet zo goed verbonden is, kan in de praktijk de elektriciteit die gebruikt wordt als in Aalsmeer een lamp aan wordt gezet, ook van buiten de gemeente komen. De elektriciteit die in Aalsmeer wordt opgewekt, wordt weer in heel Nederland gebruikt. Daarom is de eigen opwek binnen de gemeente, met bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens, niet direct meegeteld als CO2-reductie, anders dan dat gemeentelijke of regionale inspanningen een
De opwek van hernieuwbare elektriciteit in Aalsmeer wordt met deze methodiek dus niet gerekend als directe emissiereductie. Wel is ingegaan op de productie van hernieuwbare elektriciteit. Tabel 7 geeft een kwalitatief overzicht van de impact van ideeën, plannen en projecten voor hernieuwbare opwek.
Tabel 7 – Kwalitatief inzicht in de impact van projecten, plannen en ideeën en hoe ver ze gevorderd zijn Ideeën, plannen, projecten
Impact op sector +
+++++
klein
groot
Hoe ver zijn we? er zijn ideeën
+++++ co2 reductie is gerealiseerd
RES-zoekgebied Zuiderlegmeerpolder Oost
+++++
-
Zon op grote daken, geschikt
+++
++
Kleine daken, geschikt
++
+++
Extra zon op grote daken (bijvoorbeeld versterking van dak nodig)
++
-
RES-zoekgebied Oosteinderpoel
++
-
RES-zoekgebied N201 zon langs infrastructuur
++
-
52
Totaaleffect
Conclusie impactanalyse
Voor alle sectoren, behalve de industrie, zijn verschillen plannen en ideeën naar voren gekomen. Alleen voor het warmtenet was het mogelijk deze plannen te kwantificeren. Het warmtenet dat is doorgerekend, kan in totaal voor 38 kton reductie zorgen. Dat is een flink aandeel van de 104 kiloton en een grote stap die al binnen afzienbare termijn genomen kan worden. De andere plannen waren nog niet te kwantificeren, omdat deze nog in de planvormingsfase zijn. Wel geven de plannen richting en focus. Door met de plannen aan de slag te gaan en ze verder te concretiseren en tot uitvoering te brengen, kan maximaal nog 60 kton extra CO2-reductie behaald worden. Als dit allemaal gerealiseerd wordt, resteert nog 6 kton CO2-eq. van de industrie. De verduurzaming van industrie is niet expliciet besproken in de werkateliers en sessies. De industriële bedrijven gaan hier zelf mee aan de slag. De verduurzaming van de industrie valt onder de verantwoordelijkheid van het rijk.
Het warmtenet dat besproken is in het cocreatieproces kan een significante bijdrage aan de benodigde CO2-reductie geven, namelijk 38 kton CO2-eq. Alle andere projecten die besproken zijn, zijn nog in de planvormingsfase. Hierdoor is het niet mogelijk het effect van deze plannen te kwantificeren. De plannen kunnen maximaal 60 kton CO2-reductie opleveren wanneer ze allemaal worden uitgevoerd. Er resteert nog 6 kton CO2eq.-emissies waar geen plannen voor zijn. Dit zijn emissies uit de industrie. De industriële bedrijven gaan hier zelf mee aan de slag. De verduurzaming van de industrie valt onder de verantwoordelijkheid van het rijk. Daarnaast is het belangrijk te beseffen dat de verwachte emissieafname tot 2030 en 2050 niet vanzelf gaat. De maatregelen uit huidig en voorgenomen beleid én de plannen uit het Masterplan Energie moeten volledig worden uitgevoerd. Als plannen niet doorgaan, moeten er alternatieve plannen voor worden gemaakt.
Figuur 18 – Maximaal effect van de plannen uit de co-creatie
53
Literatuur
CE Delft. (2023). Verduurzaming van bedrijventerreinen. Typering, barrières en oplossingen. Gemeente Aalsmeer. (2021). Warmtevisie Aalsmeer - concept. Gemeente Aalsmeer. (2022, 2022). Mobiliteitsagenda Aalsmeer. Gemeente Aalsmeer. https://www.aalsmeer.nl/data/publicatie-website/mobiliteitsagenda-aalsmeer-januari-2022/ Mobiliteitsagenda%20Aalsmeer%20januari%202022.pdf Gemeente Aalsmeer. (2023). Op weg naar een fossielonafhankelijk Aalsmeer. Gemeente Aalsmeer. https://aalsmeer.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document Liander. (2024). Notitie: resultaat verkenning Warmtetransitie Tuinder de Kwakel-Kudelstaart. Noord Hollandse Energie Regio. (2022). Eerste RES-Monitor. Noord Hollandse Energie Regio. (2024). Herijking RES 2024. Noord Hollandse Energie Regio. https://energieregionh.nl/herijking-res-2024-noord-holland-zuid NOS. (2024). 2040 wordt belangrijk jaar voor het klimaat, meeste werk moet dan zijn gedaan. NOS. https://nos.nl/artikel/2513327-2040-wordt-belangrijk-jaar-voor-het-klimaat-meeste-werk-moet-danzijn-gedaan RES-regio Noord-Holland Zuid. (2021). RES 1.0 Noord-Holland Zuid (concept, 11 maart 2021). Rijksoverheid. (2022). Nationale Methaanstrategie. Rijksoverheid. https://cdn.nieuweoogst.nu/public/file/212213.pdf Rijksoverheid. (2024a). Programma-aanpak Small Modular Reactors. Rijksoverheid. (2024b). Regionale klimaatmonitor. Rijkswaterstaat.
https://klimaatmonitor.databank.nl/ TNO. (2024). Toekomst van het Nederlandse energiesysteem. TNO. https://publications.tno.nl/publication/34642479/Acs6Uy/scheepers-2024-toekomst.pdf
54
Bijlagen
A Beleidskaders. B Financiering. C Broeikasgasemissies in Aalsmeer. D Rekenmethodiek impactanalyse.
55
A
Beleidskaders
Tabel 8 – Nationale beleidskaders
Beleid
Wat is het?
Wat is de kern?
Klimaatakkoord
Een nationale overeenkomst tussen overheid, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgers om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen vergeleken met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Dit is nodig om de opwarming van de aarde niet verder te laten oplopen dan 1,5˚C.
Omgevingswet en Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nationale regie op ruimtelijke ordening
De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze nieuwe wet voegt oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. De Nationale Omgevingsvisie bevat nieuw nationaal ruimtelijk beleid.
Nationaal Programma Energiesysteem (NPE)
Een programma dat de visie van het kabinet op het energiesysteem tot 2050 omvat.
• Elektriciteit als ruggengraat van het energiesysteem CO2-vrij in 2035.
• Waterstof cruciaal voor industrie en internationaal transport.
• Afbouwen fossiele koolstof en opschalen duurzame koolstof.
• Warmtevraag aanvullen met
warmtenetten en elektrificatie, benutten lokale warmtebronnen waar mogelijk, warmteopslag belangrijk als buffer.
Programma Energiehoofdstructuur (PEH)
Het PEH laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze slim geplaatst kunnen worden.
Beter anticiperen op ruimte die in de toekomst nodig is voor de energieinfrastructuur om de energietransitie te versnellen.
Landelijk actieplan Netcongestie
Landelijk actieplan om netcongestie aan te pakken.
Sneller bouwen: • sneller realiseren van netuitbreidingen. Sterker sturen: • sturen op betere benutting van het net. Vergroten flexibele capaciteit: • publiek-private acties voor slimme oplossingen.
Nationaal Meerjaren programma Infrastructuur Energie en Klimaat (nMiek)
In de Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) worden keuzes vastgelegd over energie-infrastructuurprojecten, zoals hoogspanningsleidingen, transformatorstations of waterstofleidingen. Dat gebeurt zowel op nationaal niveau (nMIEK) als op provinciaal niveau (pMIEK).
Het nMIEK omvat de energie-infrastructuurprojecten die van nationaal belang zijn. Deze projecten zijn gebaseerd op de energiestrategieën van de zes Nederlandse industriële clusters, de Cluster Energiestrategieën (CES).
56
Beleid
Wat is het?
Wat is de kern?
Wet collectieve warmte (WCW)
De Wet collectieve warmte (Wcw) vervangt de Warmtewet. Deze wet draagt eraan bij dat het leveren van warmte in de toekomst goed geregeld is: betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam.
• • • • •
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)
Een wetsvoorstel (goedgekeurd door de Tweede Kamer) dat gaat de bevoegdheden van de gemeente in de warmtetransitie.
De Wgiw geeft gemeenten de bevoegdheid om wijken aan te wijzen, die de komende tijd van aardgas overstappen op duurzame energie. Het is een belangrijk instrument voor gemeenten om hoge kosten te voor komen voor de samenleving. Hierdoor hoeft (een deel van) het gasnet namelijk niet in stand te worden gehouden voor een klein aantal mensen.
Convenant Energietransitie Glastuinbouw
Afspraken tussen de glastuinbouw sector en de overheid over de Energietransitie in de glastuinbouw.
Voor 2030 is een restemissiedoel van 4,3 Mton CO2-equivalenten afgesproken. De ambitie voor 2040 is om zowel klimaat neutraal als economisch rendabel te zijn.
Prestatieafspraken met woningcorporaties
Prestatieafspraken zijn een vrijwillige, maar niet vrijblijvende overeenkomst tussen drie partijen: de huurders-organisatie, gemeente en corporatie.
Afspraken uit de prestatieafspraken voor het verduurzamen van de gebouwen: • Nieuwbouw aardgasvrij. • Grote renovaties naar label B. • Planmatig onderhoud, renovatie van mutatiewoningen, grote renovaties en volgens de SaVe (Samen Verduurzamen) aanpak. E, F en G sneller energetisch te verbeteren. • Bij het uitvoeren van planmatig onderhoud en het muteren van een woning, wordt waar het kan verduurzaamd. • Complexgewijze aanpak energetische verbetering van C en D labels. • waar mogelijk duurzame materialen als onderdeel van circulair bouwen. • Gedrag en communicatie. • Deelname Vliegwielgroep Masterplan Energie
57
marktordening; tariefregulering; verduurzaming; leveringszekerheid; meerderheidsaandeel in publiek bezit.
Tabel 9 – Regionale en lokale beleidskaders
Beleid
Wat is het?
Wat is de kern?
Energie Systeem Actieplan (ESAP)
Programma van Liander: Samen programmeren voor een toekomstbestendig energie-systeem.
Jaarlijkse cyclus: • Gemeenschappelijke feitenbasis: ontwikkelingen integraal in beeld. • Impact bepalen: benodigde netcapaciteit in beeld. • Koppelkansen verkennen: hoe netimpact reduceren? • Keuzen maken en uitvoeren: planningen op elkaar leggen.
Regionale Energiestrategie (RES)
Regionale energiestrategie voor hernieuwbare opwek.
De RES-regio Noord-Holland Zuid doet een bod om 2,7 TWh hernieuwbare energie op te wekken in 2030.
Regionale Structuur Warmte (RSW)
Een overzicht van de beschikbare duurzame warmtebronnen, de vraag naar warmte en van de bestaande en te verwachten warmte-infrastructuur in de regio.
De provincie heeft alle warmtebronnen in Noord-Holland in kaart gebracht. Deze zijn terug te vinden in het online warmtedata register. Hiermee wordt vraag en aanbod van warmte inzichtelijk gemaakt, zodat zichtbaar wordt waar kansen voor koppeling liggen.
Energievisie
De Energievisie geeft een overzicht van ontwikkelingen in energievraag, aanbod en infrastructuur, schetst belangrijke algemene principes voor het toekomstige energiesysteem in het gebied en maakt de s tructurerende keuzes voor het gebied inzichtelijk.
Voor Amstelland-Meerlanden zijn de belangrijke keuzes: • Verduurzaming luchtvaart: elektrificatie, waterstof en/of duurzame brandstoffen? • Warmtevraag Schiphol-Oost en -Zuid: warmtenet (in plaats van volledige elektrificatie). • Warmtevraag glastuinbouw: warmtenet (in plaats van volledige elektrificatie). • Verduurzaming vrachtverkeer: waterstof of elektrificatie? • Zonnecarré A9: direct gekoppeld aan energie-vragers (in plaats van enkel invoeding in het elektriciteitsnet). • Datacenters: vestiging extra datacenters na 2030 of niet?
pMIEK
In de Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) worden keuzes vastgelegd over energie-infrastructuur– projecten, zoals hoogspanningsleidingen, transformatorstations of waterstofleidingen. Dat gebeurt zowel op nationaal niveau (nMIEK) als op provinciaal niveau (pMIEK).
Projecten in de regio Aalsmeer: • Verkenning naar mogelijkheden voor aanleg regionaal warmtenet, glastuinbouw, Schiphol en omliggende gebouwde omgeving (inclusief gebruik restwarmte datacenters en beschikbaarheid andere bronnen, zoals geothermie). • Verkenning naar de mogelijkheden voor een aftakking van de H2-backbone naar regio Schiphol/Aalsmeer.
Transitievisie-warmte/ Warmte-programma
Een transitievisiewarmte is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In Aalsmeer heet dit de warmtevisie. Het warmte-programma is het vervolg op de transitievisie-warmte. Uiterlijk eind 2026 moeten gemeenten hun warmteprogramma vaststellen en aanvullende gebieden aanwijzen voor de periode tot 2035.
In de warmtevisie zijn warmtebuurten gedefinieerd die bestaan uit woningen die goed bij elkaar passen. Per warmtebuurt is een voorkeurstechniek bepaald. De warmtevisie van de gemeente Aalsmeer is niet vastgesteld.
58
Beleid
Wat is het?
Wat is de kern?
Omgevingsvisie en omgevingsplan
De gemeente Aalsmeer geeft in omgevingsvisies en omgevingsplan aan hoe de gemeente zich wil ontwikkelen op ruimtelijk gebied en hoe u grond en gebouwen mag gebruiken.
Omgevingsvisie: Met de omgevingsvisie komt er een kader en kompas voor ruimtelijke ontwikkelingen. In de omgevingsvisie worden belangen ruimtelijk afgewogen en samengebracht. De visie beschrijft de gewenste ruimtelijke toekomst van Aalsmeer. Omgevingsplan: Het omgevingsplan bevat alle regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Het gaat over welke activiteiten worden toegestaan. En welke regels bij deze activiteiten gelden. Alle regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Lokaal beleid opwek (Kaders zonne-energie Aalsmeer)
Het is een ruimtelijk afwegingskader voor zonne-energie opwek in Aalsmeer. Aalsmeer is ingedeeld in acht deelgebieden. Door middel van een zonneladder wordt per deelgebied duidelijkheid gegeven over de (on)mogelijk-heden van zonne-energie opwek.
Aalsmeer heeft bepaald dat er zoveel mogelijk zonne-energie op daken (trede 1) dan via multifunctioneel ruimtegebruik (trede 2) op te wekken alvorens opwek als secundaire functie (trede 3) of primaire functie (trede 4) toe te staan. Trede 4 is niet toegestaan met uitzondering van enkele uitzonderingen en tijdelijkheid van 25 jaar.
Mobiliteitsagenda Aalsmeer
De Mobiliteitsagenda bepaalt o.a. het beleid voor duurzamer verkeer en vervoer.
De Mobiliteitsagenda richt zich op duurzaamheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid.
De Lokale Aanpak Isolatie (LAI)
De Lokale Aanpak Isolatie (LAI).
De lokale aanpak isolatie Aalsmeer richt zich op het stimuleren en ontzorgen van woningeigenaren bij het isoleren van woningen met een slecht energielabel (DEFG) en gemiddeld lage WOZ. Daarnaast richt de aanpak in het ontzorgen en begeleiden van minima in een koopwoning. Deelnemers krijgen een korting op uitgevoerde maatregelen boven op de landelijke subsidies. En ontvangen desgewenst ondersteuning bij het aanvragen van subsidies.
De aanpak energiearmoede
De aanpak energiearmoede.
De energiearmoede aanpak richt zich via verschillende activiteiten op het tegengaan van energiearmoede. Denk aan energiefixers die kleine maatregelen aanbrengen en tips geeft om in huis energie te besparen of de energiecoaches (vrijwilligers) die inwoners helpen energie te besparen.
59
B
Financiering
De transitie naar duurzame energie binnen de gemeente Aalsmeer is een complex en dynamisch proces dat onvermijdelijk gepaard gaat met onzekerheden en risico’s. Hoewel deze risico’s niet volledig kunnen worden geëlimineerd, kunnen er wel strategieën en afspraken worden geformuleerd om ze effectief te beheersen. Deze beknopte bijlage behandelt financieringsmogelijkheden beschrijvend.
Risicobeheersing en besluitvorming
Financieringsmogelijkheden
1. Grote plannen voorleggen aan de raad: er kan vooraf geen prijskaartje gegeven worden voor de energietransitie van Aalsmeer en Kudelstaart. De energietransitie bestaat uit vele plannen en projecten. Er kan afgesproken worden om grote plannen en projecten voor te leggen aan de raad voor besluitvorming. Op die manier kan de raad haar verantwoordelijkheid nemen als het gaat over de financiën en de betaalbaarheid en een vinger aan de pols houden op de voortgang. 2. Fasering van projecten: door de uitvoering van projecten in fases te plannen, kunnen we risico’s beperken en indien nodig tijdig bijsturen. 3. Afgebakende projecten en SMART-formulering: het formuleren van projecten op een SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) manier en het werken met procesopdrachten helpt om de risico’s te minimaliseren en de voortgang beter te monitoren.
In het MPE worden verschillende financierings mogelijkheden beschreven die kunnen bijdragen aan de realisatie van de energietransitie. Financiering is nodig als de gemeente een directe rol zou nemen in een project. Dat zijn meestal de grote projecten zoals collectieve warmte of grootschalige opwek van elektriciteit. Om de financiering van zo’n project mogelijk te maken zijn investeringen, garantstellingen, subsidies en of financiering door derden nodig: 1. Aandeelhouderschap en investeringen: de gemeente kan ervoor kiezen om zelf te investeren of als aandeelhouder op te treden in duurzame energieprojecten. Dit kan bijdragen aan een grotere betrokkenheid, zeggenschap en controle over de projecten. 2. Garantstellingen: het afgeven van garantstellingen kan helpen om financiering van derden aan te trekken door de risico’s voor investeerders te verkleinen. De gemeente kan garant staan, maar de gemeente kan ook de provincie of het rijk vragen om (mede) garant te staan. 3. Subsidies voor onrendabele toppen: voor projecten die financieel minder rendabel zijn, kunnen subsidies worden aangevraagd om de onrendabele top te dekken. Dit kan zowel via nationale als Europese subsidies. 4. Financiering door derden: voor het financieren van grote projecten zijn investeringen van derden nodig, zoals de Bank Nederlandse Gemeenten of van de provincie of het rijk.
Subsidies van de gemeente of van derden, zoals Europese of nationale programma’s, en garanties van het rijk worden aan gewend om de financiering te ondersteunen.
60
Betaalbaarheid voor Bewoners
Directe Kosten voor de gemeente en partners
Een belangrijk aspect van de energietransitie is de betaalbaarheid voor bewoners bij het uitvoeren van maatregelen.
Tot slot moet rekening gehouden worden met de directe kosten voor de gemeente en haar partners. Dit omvat onder andere de inzet van mensen en middelen voor het proces en ondersteuning.
De gemeente kan diverse maatregelen en ondersteuningen overwegen: Eindgebruikerskosten: het in kaart brengen van de kosten voor eindgebruikers en het bieden van persoonlijke leningen en of subsidies kan helpen om de financiële lasten voor bewoners te verlichten. Denk bijvoorbeeld de nationale Energie Bespaarlening die de financiële lasten voor bewoners verlicht en investeren in energiemaatregelen makkelijker maakt. Informatievoorziening over subsidies en financiering is standaard onderdeel van het gemeentelijke ondersteuningsaanbod. Hulp en ondersteuning: het aanbieden van hulp bij het aanvragen van subsidies en het verstrekken van informatie over beschikbare financieringsopties helpt inwoners bij deelname aan de energietransitie. Kosten en opbrengsten van maatregelen om woningen in stappen te verduurzamen worden standaard meegenomen bij uitvoering van de huidige ondersteuningsaanpak. Denk aan informatie voorziening voor leningen en subsidies en ondersteuning bij het aanvragen subsidies.
Door een duidelijke en gedegen aanpak van financiering en risicobeheersing te hanteren, kunnen we gezamenlijk werken aan een succes volle en duurzame energietransitie binnen de gemeente. Kaders voor financiering worden wanneer nodig in een later stadium verder uitgewerkt en afgestemd met de gemeenteraad.
61
C. Broeikasgasemissies in Aalsmeer Deze bijlage bevat een overzicht van de broeikasgasemissies per sector in de gemeente Aalsmeer op basis van openbare data uit de (Rijksoverheid, 2024b) . De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Methaan en lachgas worden overige broeikasgassen genoemd en zijn omgerekend naar CO2-equivalenten. De emissies worden getoond voor het jaar 2021, omdat dit de meest recente gegevens zijn die beschikbaar zijn op het moment van schrijven.
1. Industrie
De sector industrie stoot 12 kton CO2-eq. uit. Dit is een relatief klein aandeel van de totale emissies in de gemeente Aalsmeer (6%). Figuur 19 laat de verdeling naar type broeikasgas zien voor de sector industrie. De meeste emissies zijn CO2-emissies. Dit zijn emissies afkomstig
van energiegebruik (gas en elektriciteit) voor verwarming, processen en apparaten. Bedrijven die binnen deze categorie vallen in Aalsmeer zijn bijvoorbeeld de Vries scheepsbouw en bakkerij Borgesius.
Figuur 19 – Emissies van de sector industrie in de gemeente Aalsmeer naar type broeikasgas
4 De emissies in de klimaatmonitor zijn niet volledig, er is een inschatting gedaan voor de missende data. Het kan zijn dat tijdens het traject van het Masterplan Energie nieuwe inzichten ontstaan, waardoor de inschattingen bijgesteld moeten worden.
62
2. Gebouwde omgeving
Ongeveer de helft van de emissies van de gemeente Aalsmeer komen uit de gebouwde omgeving (104 kton), dit zijn de sectoren diensten en huishoudens. In de gebouwde omgeving zijn zo goed als alle emissies afkomstig uit energieverbruik (gas en elektriciteit) bijvoorbeeld voor het verwarmen van gebouwen of voor elektrische apparaten.
Figuur 20 laat de verdeling van het energie verbruik zien in TJ. Bij woningen is een groot deel van het energiegebruik aardgas dat gebruikt wordt om de woning te verwarmen. Bij de dienstverlening is het aandeel elektriciteit veel groter, vooral bij de commerciële dienstverlening. Onder deze categorie vallen onder anderen het elektrisch vervoer binnen de bloemenveiling en elektriciteitsgebruik van datacenters.
Figuur 20 – Energieverbruik in de gebouwde omgeving
63
3. Mobiliteit
Mobiliteit zorgt voor 35 kton CO2-eq.-emissies, dat is 17% van de emissies in de gemeente Aalsmeer. Figuur 21 laat de emissies van de sector mobiliteit per voertuigtype zien. Ongeveer de helft van de emissies zijn afkomstig van personenauto’s, vervolgens wordt ongeveer een derde van de emissies
veroorzaakt door logistiek (22% door vracht wagens en 11% door bestelauto’s). Bijna 10% van de emissies komt door mobiele werktuigen, dit zijn waarschijnlijk tractoren of andere werktuigen die bijvoorbeeld door de glastuinders gebruikt worden. Tweewielers (scooters, en motoren, etc.) en autobussen veroorzaken samen 4% van de emissies.
Figuur 21 – Emissies van de sector mobiliteit verdeeld naar voertuigtype
64
4. Land- en tuinbouw
De land- en tuinbouwsector heeft een uitstoot van 58 kton CO2-eq., dat is 28% van de totale emissies in de gemeente Aalsmeer. Figuur 22 laat zien van welke broeikasgassen de emissies afkomstig zijn. CO2-emisises hebben het grootste aandeel. Dan zijn emissies door verbruik van aardgas en elektriciteit. Het grootste
deel komt door gasverbruik, waarschijnlijk van warmtekrachtkoppeling centrales (wkk’s) en gasketels in de glastuinbouw. Hiernaast komt een significant deel van de emissies uit methaan. In de glastuinbouw is de methaanuitstoot te herleiden naar het ontstaan van methaanslip door gasverbranding van wkk’s5.
Figuur 22 – Emissies in de land- en tuinbouwsector in de gemeente Aalsmeer naar type broeikasgas
5 (Rijksoverheid, 2022).
65
D. Rekenmethodiek impactanalyse Warmtenet Kwakel Kudelstaart
Warmtenet voor huishoudens en bedrijven
Er is data ontvangen van de Greenport Aalsmeer uit de glasmonitor over de emissies van bedrijven in De Kwakel Kudelstaart binnen de gemeentegrenzen. De emissies als gevolg van de warmtebehoefte van deze bedrijven is ingeschat op 29,5 kton CO2-eq. Vervolgens is aangenomen dat het warmtenet 70% van de warmtevraag invult, er is nog geen plan ontwikkeld voor een emissievrije piekvoorziening. Ook is de aanname gedaan dat het warmtenet volledig klimaatneutraal opereert.
Om de impact van het warmtenet te bepalen, is aangenomen dat 80% van de gebouwen in een buurt overstapt op het warmtenet. Ook is de aanname gedaan dat het warmtenet volledig klimaatneutraal opereert. Om de CO2-reductie te bepalen is gerekend met de warmtebuurten uit de warmtevisie (Gemeente Aalsmeer, 2021). De warmtevraag per warmtebuurt is berekend en de emissies van aardgas zijn over de buurten verdeeld in verhouding met de warmtevraag.
De extra reductie in 2050 als gevolg van het warmtenet is 14 kton. Er kan een beperkte dubbeltelling zijn tussen de emissiereductie uit de prognose op basis van landelijk beleid en het effect van het warmtenet. Hier is echter rekening mee gehouden in de rekenmethode, waardoor de dubbeltelling geminimaliseerd is.
66