CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20250417 aangepast MEP_rapport_2025_digi_v2

3.Raad (besluitvormend) 22 mei 2025, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen Masterplan Energie22.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aalsmeer

Samen op weg naar een klimaatneutraal Aalsmeer & Kudelstaart

Aalsmeer

“Later wil ik ook nog kunnen leven zonder elke dag een natuurramp.” Vera Keessen, kinderburgemeester schooljaar ’23-’24.

Dit rapport is geschreven door: Margreet van der Woude, Marianne Teng (CE Delft), André van der Poel, Maartje de Meer, Tessel van Willigen, Peter Maarsen (Gemeente Aalsmeer) en Raymond Reesink (Mannen met Plannen) Aalsmeer, maart 2025 Meer informatie kunt u opvragen via energietransitie@aalsmeer.nl

2

Inhoudsopgave

Voorwoord

5

1

Totstandkoming en doelstelling van het Masterplan Energie

6

2

Wat weten we, wat doen we al en wat komt er op ons af?

8

3

4

2.1 Wat wordt er al gedaan?

11

2.3 Wat komt er op Aalsmeer af?

15

2.4 Versnelling nodig om doel te bereiken

16

Co-creatieproces om tot het Masterplan te komen 3.1 Uitgangspunten in de aanpak

17 18

3.2 Deelnemers aan het proces en organisatie

19

3.3 Stappen en overzicht bijeenkomsten

20

3.4 Resultaat

21

Op weg naar een fossielonafhankelijk en klimaatneutraal Aalsmeer en Kudelstaart 4.1 Thema energie besparen 4.2 Thema warmte en koude

5

8

2.2 Waar staat Aalsmeer nu?

22 22

24

4.3 Thema klimaatneutrale bedrijventerreinen

31

4.4 Thema Bewoners en ondernemers op weg

33

4.5 Thema Mobiliteit

37

4.6 Thema Lokale opwek van elektriciteit

39

4.7 Visuele samenvatting van het Masterplan Energie Aalsmeer

43

Masterplan Energie: van samen het plan maken, naar samen uitvoeren 5.1 Waarom een gezamenlijke uitvoering? 5.2 Voortzetten beweging

44 44

45

6

Vervolgstappen

46

7

Impactanalyse

47

Literatuur

54

Bijlagen

55

A Beleidskaders

56

B Financiering

60

C Broeikasgasemissies in Aalsmeer

62

D Rekenmethodiek impactanalyse

66

3

Voorwoord Het beperken van de verdere opwarming van de aarde door broeikasgassen en daarmee het beperken van de desastreuse gevolgen van die opwarming. Dat is niet alleen belangrijk voor onszelf, maar vooral ook voor toekomstige generaties. Bij de start van de reis die in dit Masterplan Energie Aalsmeer wordt beschreven, zei toenmalig kinderburgemeester Vera Keessen: “Later wil ik ook nog kunnen leven zonder elke dag een natuurramp. Dus ik vind het heel belangrijk dat we hieraan werken”. Met dit Masterplan Energie gaan we op weg naar een duurzame energievoorziening en worden onafhankelijk van fossiele brandstoffen. Stip op de horizon: uiterlijk in 2050 gebruiken we in Aalsmeer en Kudelstaart geen fossiele brandstoffen meer en zijn we een klimaatneutrale gemeente. Kolen, aardgas en olie zijn vanaf dan niet meer nodig. De komende jaren maken we de reis van fossiele naar duurzame energie: de zogeheten energietransitie. Dit gaat ons lukken, maar alleen als we het samen doen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en de gemeente.

Masterplan zijn soms al heel concreet als we al weten wat we moeten doen. Soms zijn de acties algemener als we meer kennis en informatie nodig hebben, maar wel de richting weten. Laten we vooral aan de slag gaan met de uitvoering en onderweg bijsturen. En met elkaar werken aan een toekomstbestendig Aalsmeer. Voor ons, onze kinderen en onze kleinkinderen. Dit Masterplan Energie voldoet aan nationale en internationale afspraken. Door de kracht van onze inwoners, bedrijven en instellingen te benutten, zorgen we ervoor dat het qua omvang en mogelijk­ heden ook past bij Aalsmeer en Kudelstaart.

Dit Masterplan Energie Aalsmeer stippelt de route uit voor die reis naar de fossiel onafhankelijke en klimaatneutrale gemeente die we in 2050 willen zijn. Om deze route te volbrengen gaan we energie besparen en het resterende energiegebruik duurzaam invullen. Het Masterplan helpt ons in deze, behoorlijk uitdagende reis.

De weg naar een klimaatneutrale gemeente is, net als bij elke reis naar een nieuwe bestemming, best onzeker. Veel dingen zijn nog nieuw en onbekend. Technologische ontwikkelingen en innovatie gaan snel en veel is van elkaar afhankelijk. Je zou dan kunnen stilstaan en afwachten. Maar in Aalsmeer kiezen we ervoor om de handen uit de mouwen te steken en aan de slag te gaan. Want alleen ga je sneller, maar samen komen we verder. Al lerende van elkaar komen we zo bij het einddoel van deze route.

In Aalsmeer en Kudelstaart werken bewoners, organisaties, ondernemers en de gemeente al aan verduurzaming. Maar om in 2050 klimaatneutraal en fossiel onafhankelijk te zijn, is meer nodig. Daarom hebben inwoners, organisaties, bedrijven en gemeenten dit Masterplan Energie samen gemaakt. De oplossingen en acties in dit

De vliegwielgroep Masterplan Energie Bob IJpelaar Jaap Overbeek Kees Buskermolen Monique Beernink Ronald van den Breevaart Stefanie Miltenburg Wim de Waard Willem Kikkert

Nieuwe Ondernemersvereniging Aalsmeer (NOA) Werkgroep Aalsmeer Fossielvrij, Wijkoverleggen Nieuw Aalsmeer Participe Amstelland Greenport Aalsmeer Royal FloraHolland Eigen Haard Gemeente Aalsmeer

4

Figuur 1 – De vliegwielgroep tijdens één van de werksessies met v.l.n.r. Willem Kikkert, Jaap Overbeek, Stefanie Miltenburg, Kees Buskermolen, Anke van der Veen (opgevolgd door Monique Beernink), Ronald van den Breevaart, Wim de Waard. Niet op de foto: Bob IJpelaar

Bericht vanuit de kinderraad: “Volgens ons zijn twee dingen het allerbelangrijkste: ga zoveel mogelijk energie besparen en zorg ervoor dat de plannen voor iedereen duidelijk zijn. En we hebben nog een paar tips! Maak zoveel mogelijk elektrisch. Meer zonnepanelen en elektrische auto’s. Maak zonnepanelen of je huis isoleren verplicht. Het moet goed te doen zijn met simpele, maar ook effectieve dingen. Het moet ook betaalbaar zijn. Maak standaard lessen voor school over energie. Maak de prijzen van duurzame dingen lager, en de prijzen van niet-duurzame dingen (zoals gewone auto’s) duurder. En zorg voor meer goede buslijnen zodat mensen niet alleen met de auto gaan. Wij zijn 37, 38 en 39 jaar oud in 2050. Het gaat dus om onze toekomst. De ideeën moeten realistisch zijn maar ook goed op de lange termijn. En alle kleine beetjes helpen. Doe je stinkende best! Succes!”

Kinderraad schooljaar ’23-’24.

5

1

Totstandkoming en doelstelling van het Masterplan Energie

In dit Masterplan Energie gaat het over zes thema’s die goed passen bij Aalsmeer en Kudelstaart. De thema’s zijn gekozen na interviews met verschillende vertegenwoordigers vanuit inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en de gemeente. Tijdens een co-creatieproces, dat in hoofdstuk 3 wordt beschreven, zijn onderstaande thema’s verder ontwikkeld, aangepast en uitgewerkt. energie besparen; warmte en koude; klimaatneutrale bedrijfsterreinen; bewoners en ondernemers op weg; mobiliteit en logistiek; lokale opwek van elektriciteit.

Niet alle thema’s zijn in de co-creatiesessies behandeld. Zo is er voor het lokaal opwekken van elektriciteit al een eerder proces geweest om tot een aantal zoekgebieden te komen. Ook voor mobiliteit ligt er al een plan en een agenda waarbij de gemeente met partners de uitvoering ter hand neemt.

Zo is in het Klimaatakkoord (in 2019 gesloten tussen bedrijven en (overheids-)organisaties in Nederland) is afgesproken dat gemeenten de regierol hebben bij het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Regie is maatwerk en komt tot stand in samenwerking met andere partijen. Wat effectief is, hangt af van de betrokken partners, de buurten en wijken, de inwoners en de financieel-technische mogelijkheden. De manier waarop de gemeente Aalsmeer haar regierol invult, zal gedurende het proces veranderen.

Verderop in dit Masterplan worden bovenstaande thema’s ieder apart behandeld en wordt duidelijk hoe de deelnemers aan het co-creatieproces met deze thema’s aan de slag zijn gegaan. Tijdens de co-creatiesessies is informatie opgehaald die direct is aangevuld met de kennis en ervaring van specialisten. Er zijn gezamenlijk uitwerkingsrichtingen en plannen bedacht om mee te kunnen werken. Er bleken onder de deelnemers veel ideeën te bestaan om het doel van een fossiel­ onafhankelijk en klimaatneutraal Aalsmeer en Kudelstaart in 2050 te realiseren.

Door samen met belanghebbenden een route te schetsen zoals we doen in dit Masterplan Energie, door samen te leren en gezamenlijk bij te sturen, vinden de gemeente en haar partners de weg naar een fossielonafhankelijk en klimaatneutraal Aalsmeer en Kudelstaart. Veel partijen hebben meegewerkt en meegedacht aan dit Masterplan, waaronder ook leden van de gemeenteraad. De samenwerkingspartners en deelnemers hebben aangegeven dat zij het co-creatie proces waarderen. Het is een open en transparant proces op basis van gelijkwaardigheid. De intentie is om het co-creatieproces ook in de uitvoering voort te zetten, en het samen opgestelde Masterplan Energie met elkaar uit te voeren.

De ontwikkeling van dit Masterplan Energie Aalsmeer is niet bij nul gestart. Er is al een solide basis van zowel nationaal als lokaal beleid waarop wordt voortgebouwd. Wetgeving, richtlijnen en stimuleringsmaatregelen op nationaal niveau geven richting aan hoe de uitstoot van broeikasgassen kan worden verminderd en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen kan worden afgebouwd.

6

De doelstelling van het MPE volgt uit het landelijke en Europese doel: de gemeente Aalsmeer is in 2050 fossielonafhankelijk en klimaatneutraal.

Om te beoordelen of het MPE genoeg plannen bevat om dat doel te halen, zijn de thema’s omgewerkt naar de sectoren van het Klimaat­ akkoord. De gemeente is namelijk verplicht om de voortgang van de energietransitie bij te houden en te monitoren. Dat monitoren gebeurt aan de hand van indicatoren die bij de sectoren van het Klimaatakkoord passen. De sectoren van het Klimaatakkoord zijn: gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw, elektriciteit en industrie.

Op basis van de emissie prognose (zie hoofdstuk 2) is ingeschat dat er een versnelling nodig is. Deze versnelling moet in 2030 starten. Dat betekent dat de ideeën van het Masterplan Energie dan moeten zijn uitgewerkt in projecten en klaarstaan voor uitvoering. In 2040 moet 80% van het doel gehaald zijn. De laatste tien jaar zijn nodig om de moeilijkste 20% van het doel te realiseren.

7

2

Wat weten we, wat doen we al en wat komt er op ons af?

2.1 Wat wordt er al gedaan?

Ondersteuningsaanpak samenleving door de gemeente

De ontwikkeling van het Masterplan Energie voor de gemeente Aalsmeer is niet bij nul gestart. Er is al een solide basis van zowel nationaal, provinciaal en lokaal beleid waarop wordt voortgebouwd. Wetgeving, richtlijnen en stimuleringsmaatregelen op nationaal niveau geven richting aan hoe de uitstoot van broeikasgassen kan worden verminderd en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen kan worden afgebouwd. Op lokaal niveau wordt in Aalsmeer al veel gedaan om bij te dragen aan een duurzamere energievoorziening. Dit hoofdstuk beschrijft de basis waarop het Masterplan Energie voortbouwt. Ook wordt inzicht gegeven in de huidige emissievoetafdruk van de gemeente. Dit vormt de basis waarop het Masterplan Energie verder is opgebouwd. Door voort te bouwen op het werk dat al is verricht, kan gericht en doelbewust verder worden gewerkt aan een fossielonafhankelijk en klimaatneutraal Aalsmeer.

De gemeente werkt al lange tijd aan de verduurzamingsopgave. Voor bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers zijn al aanpakken voor isolatie, energiebesparing en verduurzaming, ook om energiearmoede tegen te gaan. Hierbij wordt onder andere samengewerkt met de woningcorporatie en de huurders­ vereniging. Voor informatie en begeleiding kunnen inwoners terecht bij een aantal loketten. Daarnaast werken we ook aan een robuuste en toekomst vaste elektriciteitsvoorziening, het stimuleren van energie-opwek, en verkennen we de mogelijkheden van collectieve warmte.

Tabel 1 – Overzicht van de activiteiten die de gemeente al uitvoert

Activiteit

Wat is het?

De Lokale Aanpak Isolatie (LAI)

De lokale aanpak isolatie Aalsmeer richt zich op het stimuleren en ontzorgen van woningeigenaren bij het isoleren van woningen met een slecht energielabel (DEFG) en gemiddeld lage WOZ. Daarbij is er in het bijzonder aandacht voor het ontzorgen en begeleiden van minima met een slecht geïsoleerde koopwoning. Deelnemers krijgen een korting op uitgevoerde maatregelen boven op de landelijke subsidies. En ontvangen desgewenst ondersteuning bij het aanvragen van subsidies.

De aanpak energiearmoede

De energiearmoede aanpak richt zich via verschillende activiteiten op het tegengaan van energiearmoede. Denk aan energiefixers die kleine maatregelen aanbrengen en tips geven om in huis energie te besparen of de energiecoaches (vrijwilligers) die inwoners helpen energie te besparen.

8

Activiteit

Wat is het?

Prestatieafspraken corporatie

Afspraken uit de prestatieafspraken voor het verduurzamen van de sociale woningbouw: Deelname aan de Vliegwielgroep Masterplan Energie. Grote renovaties naar Label B. Planmatig onderhoud, renovatie van mutatiewoningen, grote renovaties en volgens de SaVe (Samen Verduurzamen) aanpak. E, F en G sneller energetisch te verbeteren. Bij complexmatig onderhoud en aardgasvrij ready maken woningen worden ook C en D meegenomen Bij het uitvoeren van planmatig onderhoud en het muteren van een woning, wordt waar het kan verduurzaamd. Complexgewijze aanpak Zonnepanelenproject. Waar mogelijk duurzame materialen als onderdeel van circulair bouwen. Gedrag en communicatie.

Het Servicepunt Energieadvies Aalsmeer

Het Servicepunt Energieadvies Aalsmeer ondersteunt initiatieven, collectieven, maatschappelijk vastgoed, VvE’s, etc met energieadvies en procesbegeleiding bij verduurzamingsprojecten.

Het Regionaal Energieloket (REL)

In samenwerking met het REL ondersteunt en ontzorgt de gemeente Aalsmeer woningeigenaren bij het verduurzamen van woningen door het aanbieden van een energieloket, helpdesk, advies en groepsaankopen.

Verzwaren van het lokale elektriciteitsnet met Buurtaanpak LS/MS-net

In samenwerking met Liander wordt gewerkt aan het verzwaren van het lokale elektriciteitsnet door middel van het plaatsen van trafohuisjes in verschillende buurten van Aalsmeer. De eerste buurtrealisatieplannen zijn inmiddels gereed (Hornmeer) of bijna afgerond (Stommeer en Centrum).

Onderzoeken van lokale opwekmogelijkheden met de Regionale Energie Strategie (RES)

Het onderzoeken van lokale opwekmogelijkheden voor duurzame energie; voorbereiding plan van aanpak zon op grote daken en op parkeerplaatsen, uitwerken zoekgebieden (na duidelijkheid gebieds- en omgevingsvisies).

Voorbereiden van een robuuste, adaptieve en betaalbare elektriciteits­ infrastructuur Taskforce Energie Infra

In samenwerking met provincie, gemeenten, netbeheerders en andere partijen wordt gewerkt aan een robuuste, adaptieve en betaalbare elektriciteitsinfrastructuur.

Voorbereiden collectieve warmte

Via de Taskforce Energietransitie Greenport Aalsmeer werken we aan het onderzoeken van de mogelijkheden van collectieve warmte. Denk aan randvoorwaarden, governance, bronnen en infra, etc. Dit doen we in samenwerking met overheden en markt.

9

Aalsmeerse initiatieven

energiekosten en -verbruik. Een bespaargesprek begint met het goed bekijken van de energierekening: wat staat daar eigenlijk allemaal in? Daarna kijkt de coach samen met de bewoner hoe die kan besparen. Dat kan bijvoorbeeld door dingen in huis net even anders te doen. Denk aan het zo zuinig mogelijk gebruiken van apparaten als de was- of afwasmachine. Zo helpen de energie­coaches Aalsmeerders met concrete tips om energie en geld te besparen. Inmiddels zijn er honderden bespaargesprekken geweest! (Ook zetten we Energiefixers in, die op afspraak aan huis advies geven en gratis kleine maatregelen installeren en uitvoeren. Denk aan CV ketels afstellen, radiatorfolie, ledlampen, water­ besparende douchekoppen, etc)

De gemeente Aalsmeer kent een groot aantal ondernemers en ondernemende bewoners. Mede hierdoor zijn er verschillende initiatieven die als inspiratie of goed voorbeeld kunnen dienen voor het Masterplan Energie.

Samen stroom delen: Wilgenstroom

Energiecoöperatie Wilgenstroom is opgericht door de bewoners van de Wilgenlaan in Aalsmeer. De bewoners wilden graag zonne-energie opwekken zonder het beschermde dorpsgezicht van de straat aan te tasten. Daarom delen zeventien bewoners van de Wilgenlaan nu stroom afkomstig van 324 zonnepanelen, gelegd op het dak van het bedrijfs-pand Multi Suplies. Ap Eigenhuis, de voorzitter van de energiecoöperatie, zegt dat het initiatief niet alleen belangrijk is voor CO2-reductie, het draagt ook bij aan saamhorigheid in de buurt, en maakt de energietransitie tastbaar voor Aalsmeerders en Kudelstaarters.

Lokale, regionale en provinciale beleidskaders

Op provinciaal-, bovengemeentelijk- of gemeentelijk niveau worden beleid, visies en plannen gemaakt die relevant zijn voor het Masterplan Energie. Een overzicht hiervan staat in bijlage A. Veel heeft betrekking op Energie-Infrastructuur en energiebronnen. We werken hierin met samen met vele partners zoals provincie Noord-Holland, Energieregio Noord Holland Zuid, Netbeheerders, de tuinbouwsector waaronder Greenport Aalsmeer en omliggende gemeenten zoals Haarlemmermeer, Uithoorn en Amstelveen.

Uniek: slimme uitwisseling van warmte en koude in Hornmeer

Warmte in ruil voor koude. Met een behoorlijke energiebesparing als resultaat. Vijf lokale partijen in Aalsmeer sloegen de handen ineen voor Energy Hub Aalsmeer. Samen met de gemeente Aalsmeer werkten ze in vier jaar toe naar realisatie. Daarbij levert NorthC Data­ centers zijn (rest)warmte van de vestiging Aalsmeer aan kindcentrum Triade, Sport­centrum De Waterlelie en Fertiplant, exporteur van potplanten. In ruil voor die warmte, krijgt NorthC koude terug om zijn datazalen te koelen. Een slimme samenwerking met een duurzaam resultaat. Want de CO2-reductie staat gelijk aan de CO2-uitstoot van zo’n 74 huishoudens. Op dit moment wordt uitbreiding van de energie-uitwisseling onderzocht. Dit is een samen­werking tussen NorthC, Greenport Aalsmeer en Royal Flora Holland.

Nationale beleidskaders

In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 49% minder broeikasgassen moet uitstoten en in 2050 95% minder ten opzichte van 1990. Andere broeikasgassen dan CO2 worden daarbij teruggerekend naar CO2-equivalenten. In het Nederlandse Klimaatakkoord is met de maatschappelijke partijen die aan het overleg deel­namen afgesproken hoe die doelstellingen bereikt kunnen worden. Met het aannemen van de Green Deal in Europa, gaan de lidstaten akkoord met het verhogen van de ambitie naar reductie broeikasgassen met 55% in 2030 en klimaatneutraal in 2050.

Ondernemende vrijwilligers: energiecoaches geven gratis energieadvies Vanaf 2022 vrijwillige energiecoaches actief om bewoners op verzoek kunnen helpen met energie besparen. Alle inwoners van Aalsmeer en Kudelstaart kunnen – gratis – een bespaargesprek aanvragen en krijgen zo inzicht in hun

Nationaal beleid is een belangrijk kader voor de energietransitie in Aalsmeer. Bijlage A bevat een overzicht van nationale beleidskaders die relevant zijn voor het Masterplan Energie.

10

2.2 Waar staat Aalsmeer nu?

In het Masterplan Energie worden alleen de Scope 1- en 2-emissies beschouwd. Hiermee wordt aangesloten bij het Klimaatakkoord en de nationale doelstellingen voor CO2-reductie die gaan over de Scope 1- en 2-emissies. De Scope 3-emissies (emissies van elders geproduceerde producten en transport) hebben een belangrijke klimaatimpact, maar worden in de monitoring van broeikasgasemissies meestal buiten beschouwing gelaten, onder andere omdat de gemeente daar weinig invloed op heeft, het lastig te monitoren is en omdat de Scope 3-emissies ook reduceren als ergens anders de Scope 1- en 2-emissies reduceren.

Toelichting op emissies van energieverbruik in Aalsmeer

Het Masterplan Energie gaat onder andere over de emissies als gevolg van energieverbruik. Er wordt onderscheid gemaakt in drie scopes van emissies (zie Figuur 2). Scope 1-emissies zijn directe emissies op het grondgebied van de gemeente, bijvoorbeeld emissies door gasverbruik in een woning, of benzinegebruik in een auto. Scope 2-emissies zijn emissies van energieverbruik, waarvan de emissies niet op het grondgebied van de gemeente plaatsvinden. Bijvoorbeeld emissies van elektriciteit die in Aalsmeer gebruikt wordt, maar ergens anders is opgewekt. Scope 3-emissies zijn indirecte emissies. Dit zijn emissies van activiteiten binnen de gemeente, die emissies veroorzaken buiten de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan de productie en het transport van spullen of voedsel dat wel in de gemeente wordt geconsumeerd, maar elders wordt geproduceerd.

Figuur 2 – Scope 1-, 2- en 3-emissies

11

CO2 én overige broeikasgassen

methaan (CH4) en lachgas (N2O). Methaan en lachgas worden overige broeikasgassen genoemd en zijn omgerekend naar CO2-equivalenten. De emissies worden getoond voor het jaar 2021, omdat dit de meest recente gegevens zijn op het moment van schrijven.

In het Masterplan Energie gaat het over broeikasgasemissies, dus zowel CO2-emissies als emissies van overige broeikasgassen. Het gaat hierbij om emissies gerelateerd aan energiegebruik en directe emissies naar de lucht binnen de gemeentegrens. De overige broeikasgassen, zoals lachgas (N2O), methaan (CH4) en fluor­ houdende gassen (F-gassen), zijn omgerekend naar CO2-equivalenten met de zogenoemde Global Warming Potentials (GWP).

De belangrijkste gegevens over de broeikasgas­ emissies zijn beschreven in dit hoofdstuk. In Bijlage C zijn de resultaten in meer detail weergegeven.

Door te kijken naar de huidige emissievoetafdruk van de gemeente, kan een goed beeld worden gekregen van waar de gemeente Aalsmeer nu staat. Daar waar nu de meeste uitstoot plaatsvindt, kan de grootste winst behaald worden.

In 2021 waren de totale emissies 210 kton CO2eq. Figuur 2 laat de emissies per hoofdsector zien. Daaruit blijkt dat de sectoren diensten en landbouw de grootste uitstoot hebben, gevolgd door huishoudens, mobiliteit en de emissies uit industrie hebben een klein aandeel in het totaal in Aalsmeer. Dit komt overeen met het beeld van Aalsmeer als een gemeente met veel glastuinbouw, de bloemenveiling (Royal FloraHolland) en veel bedrijvigheid hieromheen.

Er is inzicht gegeven in de huidige broeikasgas­ emissies in de gemeente op basis van openbare data uit de (Rijksoverheid, 2024b) . De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2),

Figuur 2 – Broeikasgasemissies in Aalsmeer in 2021 per hoofdsector met onderscheid tussen CO2-emissies en overige broeikasgassen

1 De emissies in de klimaatmonitor zijn niet volledig, er is een inschatting gedaan voor de missende data. Het kan zijn dat in de toekomst nieuwe inzichten ontstaan, waardoor de inschattingen bijgesteld moeten worden.

12

In Figuur 3 zijn de emissies verder uitgesplitst. Hier valt vooral op dat van de sector diensten, de meeste uitstoot afkomstig is uit de commerciële dienstverlening. Onder commerciële dienstverlening vallen onder andere emissies van datacenters en distributiecentra.

Figuur 4 – Broeikasgasemissies in Aalsmeer in 2021 per subsector

13

Hernieuwbare opwek

Figuur 4 geeft de hernieuwbare elektriciteitsopwek in de gemeente Aalsmeer weer. Alle opwek vindt plaats op daken, zowel op daken van woningen als op grotere daken van bijvoorbeeld een bedrijfspand. In 2021 werd 112 TJ (31 GWh) elektriciteit opgewekt, dat is 14% van het totale elektriciteitsgebruik in de gemeente, dat was namelijk 800 TJ

Figuur 4 – Hernieuwbare opwek in de gemeente Aalsmeer2

De RES-regio Noord-Holland Zuid, waar de gemeente Aalsmeer bij hoort, heeft de ambitie om 2,7 TWh opwek van duurzame elektriciteit op land te realiseren voor 2030. Hiervan is 0,7 TWh al gerealiseerd. De gemeente Aalsmeer ligt in de deelregio Amstelland. Voor deze deelregio is voorzien dat zij 376 GWh bijdraagt aan de doelstelling van de RES-regio (Noord Hollandse Energie Regio, 2022). Er zijn nog geen doelstellingen geformuleerd op gemeenteniveau.

CE Delft adviseert de gemeente aan om een doel te formuleren voor de opwek in de jaren 2030, 2040 en 2050. Het formuleren van een doelstelling op gemeenteniveau zorgt voor een duidelijke richting en geeft de mogelijkheid te monitoren of het doel in zicht is. Een doel kan geformuleerd worden als een totale hoeveelheid, opwek of als een percentage van de hoeveelheid elektriciteit die gebruikt wordt.

2 De opwek is weergegeven in TJ, dit is berekend op basis van het opgestelde vermogen en het gemiddelde aantal vollasturen per jaar.

14

2.3 Wat komt er op Aalsmeer af?

Figuur 5 laat zien hoe de emissies in de gemeente Aalsmeer zich ontwikkelen als gevolg van landelijk beleid. Een duidelijk dalende trend is te zien, echter is dit niet voldoende om de doelstellingen van de gemeente Aalsmeer of de landelijke doelstellingen (55% reductie in 2030 en 100% reductie in 2050) te halen. De figuur laat zien dat in 2050 nog 104 kton CO2-eq. uitgestoten worden. Er moet dus aanvullend op het bestaande beleid nog 104 kton extra broeikasgasemissies gereduceerd worden. Figuur 7 laat zien hoe de resterende emissies in 2050 verdeeld zijn over de sectoren.

Prognose emissies in 2030 en 2050

Naast de huidige emissievoetafdruk van de gemeente, is ook in beeld gebracht hoe de voetafdruk zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelt. Landelijk vastgesteld en voorgenomen beleid is vertaald naar de Aalsmeerse context. Vervolgens is een inschatting gedaan van het effect van het beleid op de broeikasgasemissies. De basis hiervoor is de Klimaat en Energie­ verkenning (KEV), een studie op nationaal niveau naar het effect van klimaatbeleid. Het landelijk beleid waarvoor het effect in beeld is gebracht is: daling emissiefactor elektriciteit; energiebesparingsplicht; label C-verplichting kantoren; nationale subsidies elektrisch rijden; Europese voertuignormeringen; Zero-Emissie(ZE)-zones3.

In het MPE ligt de focus op het ontwikkelen van plannen, projecten en ideeën om de resterende 104 kton CO2-eq. te reduceren. Het is belangrijk te beseffen dat ook de verwachte emissiereductie tot 2030 en 2050 niet vanzelf gebeurt. Voor deze emissiereductie bestaan wel al plannen, maar deze moeten nog wel uitgevoerd worden.

Figuur 5 – Emissies in 1990, 2019 2020 en 2021 en de verwachte emissies in 2030, 2040 en 2050 op basis van landelijke trends

3 Voor Aalsmeer is het effect van ZE-zones in de omgeving van Aalsmeer in kaart gebracht. De ZE-zone in Amsterdam heeft ook een effect op het verkeer dat in Aalsmeer rijdt.

15

Figuur 6 – Verdeling van de resterende emissies in 2050 op basis van landelijke trends

2.4 Versnelling nodig om doel te bereiken

zal dat voor een groot deel uit het voorbereiden van deze versnelling bestaan; het maken van plannen en ideeën en het voorbereiden van de uitvoering hiervan. Vanaf 2030 moeten de plannen daadwerkelijk gerealiseerd worden, zodat de CO2eq.-emissies gereduceerd worden. Hieruit kunnen de volgende tussendoelen worden afgeleid:

Figuur 7 geeft een indicatie voor hoe de tijdlijn eruit kan zien voor Aalsmeer om in 2050 klimaatneutraal en fossielonafhankelijk te zijn. In 2050 moet 100% van de opgave voltooid zijn. Om dat te halen, zou in 2040 al 80% voltooid moeten zijn, zodat er nog 10 jaar is om de ‘moeilijkste’ 20% van de emissies te reduceren (NOS, 2024). Tussen nu en 2040 moet er dus een flinke versnelling in emissiereductie plaatsvinden. Tussen nu en 2030

2030 alle projecten zijn gereed voor de uitvoering; 2040 80% van de reductie behaald; 2050: 100% van de reductie is behaald.

Figuur 7 – Indicatieve tijdlijn voor een klimaatneutraal en fossielonafhankelijk Aalsmeer

Bronvermelding: Illustratie uit werkatelier 1 van het Masterplan Energie.

16

3

Co-creatieproces om tot het Masterplan te komen

Het plan van aanpak voor het Masterplan Energie (MPE) is op 8 juni 2023 door de gemeente-raad van Aalsmeer vastgesteld. In het plan van aanpak staat beschreven dat Aalsmeer het MPE niet in kleine kring zal ontwikkelen maar dat deze het resultaat moet zijn van een proces van co-creatie met inwoners, bedrijven en organisaties. Dat is niet voor niets: de energietransitie is ingrijpend en kan alleen slagen als alle betrokken partijen de schouders eronder willen zetten. Door de lokale samenleving invloed te geven op het proces en de plannen voor de energietransitie, wordt bevorderd dat deze aansluiten bij de situatie, belangen en mogelijkheden van alle betrokkenen. Dit document, het MPE, is in deze aanpak niet het eindpunt van het proces, maar een stap in een reis, waarbij steeds meer mensen en organisaties kunnen aanhaken. Het MPE geeft richting en houvast, en maakt de verandering zo concreet mogelijk, met nadrukkelijke focus op uitvoerbaarheid en uitvoering. Maar de weg is lang, en daarom is het een levend en dynamisch document, dat gaandeweg kan worden bijgesteld als veranderende omstandigheden of inzichten daarom vragen.

Figuur 8 – Procestekening ‘Op weg naar een fossiel onafhankelijk Aalsmeer’, Kaap Z, uit het plan van aanpak zoals vastgesteld door de raad op 4 april 2023

Bronvermelding: (Gemeente Aalsmeer, 2023).

17

3.1 Uitgangspunten in de aanpak

Intensief aan de slag met betrokken kerngroep Het gezamenlijk maken van een gedegen plan lukt niet met een paar losse bijeenkomsten met wisselende deelnemers. Daarom is gekozen voor een intensief proces van samenwerking met een kerngroep van vertegenwoordigers van de Aalsmeerse gemeenschap. Deelnemers vanuit zoveel mogelijk achtergronden en perspectieven is gevraagd om zich voor meerdere bijeenkomsten tegelijk aan te melden. Zo een vijfentachtig mensen hebben tussen april en oktober 2024 verdeeld over een viertal sessies meerdere dagdelen aan de invulling van het plan gewerkt. Met deze kerngroep als basis werd de groep die betrokken is bij het MPE gaandeweg de reis steeds verder verbreed.

Het Masterplan is de plek waarin de stappen en plannen in de energietransitie van Aalsmeer op weg naar 2050 samenkomen. De weg naar een fossielonafhankelijk Aalsmeer is lastig en vol onzekerheden en daarmee een uitdaging. Met het Masterplan worden alle organisaties en mensen die betrokken zijn bij de energietransitie zo veel mogelijk overzicht en houvast geboden op weg naar dat doel. Het vormt het kader voor de inzet van de gemeente en alle andere betrokkenen de komende jaren. Het proces om het Masterplan te maken vond plaats tussen februari en oktober 2024. Hieronder worden de uitgangspunten bij de aanpak toegelicht.

Figuur 9 – Impressie van de sessies voor het Masterplan Energie Aalsmeer

18

3.2 Deelnemers aan het proces en organisatie

Focus: waarmee wordt het verschil gemaakt? De energietransitie bestrijkt heel veel onderwerpen en veel organisaties en inwoners zijn al op allerlei manieren met de transitie aan de slag. Daarnaast gebeurt er in de regio, de provincie en landelijk ook veel. Maar het is nog niet genoeg. Om plannen te maken die bijdragen aan de benodigde versnelling is een duidelijke focus nodig: er moet worden vastgelegd waar in Aalsmeer het verschil mee kan worden gemaakt, bovenop dat wat al gebeurt. Dat betekent dat gedurende het proces inzichtelijk moest worden gemaakt wat er al in Aalsmeer loopt dat bijdraagt aan het fossielonafhankelijk en klimaatneutraal maken van de gemeente en wat er door landelijk beleid gaat veranderen. Zo werd duidelijk welke extra stappen moeten worden gezet. Daarbij zijn steeds drie vragen voor ogen gehouden bij de ideeën die werden aangedragen: 1) ‘Wat heeft de meeste impact op de CO2-uitstoot van Aalsmeer?’ 2) ‘Waar willen mensen hun schouders onder zetten (enthousiasme)?’, en 3) ‘Wat is juridisch, technisch en economisch haalbaar?’.

Aan de sessies in het proces deden 129 unieke deelnemers mee met een breed spectrum aan perspectieven en achtergronden: leden van de gemeenteraad, Klimaattechniek de Niet BV, Floriway Transport B.V., AA, KOA, Eveleens Makelaars, ambtenaren gemeente Aalsmeer, Amstelveen en Uithoorn, welzijnsorganisatie Participe, Koninklijke de Vries Scheepsbouw, Energie Aalsmeer, Belangen ouderen Aalsmeer, Bestuur VvE Geraniumstraat, Aalsmeer Fossielvrij, Nieuw Ondernemend Aalsmeer, stichting Nieuw Aalsmeer, Glastuinbouw Nederland, Royal FloraHolland, Kunstploeg Aalsmeer, een installateur, Compleet Duurzaam, Winkeliersvereniging Aalsmeer Centrum, DC Systems, Energie Samen Noord-Holland, Kernteam Fairtrade gemeente Aalsmeer, Compleet Duurzaam, Huurders­ vereniging Aalsmeer Kudelstaart, de Klimaatburgemeester, de kerken, Liander, provincie Noord-Holland, Waternet, Greenport Aalsmeer, Stedin, woningbouwvereniging Eigen Haard en van Vliet containers.

Samenhang en het grotere geheel: systeemsessies

Kenmerk van het proces is dat de deelnemers zelf konden kiezen met welke onderwerpen ze aan de slag wilden gaan. Om de samenhang tussen de verschillende onderwerpen te bewaken, zijn gedurende het proces energiesysteemsessies georganiseerd, met professionals van bijvoorbeeld netbeheerders, installatiebedrijven en overheden die vanuit hun achtergrond op systeemniveau naar het vraagstuk kijken. Deze groep keek ook naar wat buiten de gemeentegrenzen gebeurt - in buur­ gemeenten, op provinciaal en landelijk niveau - en welke toekomstige ontwikkelingen voor de energietransitie van belang zijn. Ze gaven hun inzichten mee als voeding voor en aandachtspunten bij de inbreng van de Aalsmeerse deelnemers.

De vliegwielgroep organiseerde het co-creatieproces op basis van het door de raad geaccordeerde Plan van aanpak. De groep bestaat uit acht personen die verschillende perspectieven op de energietransitie vertegenwoordigen en die toegang hebben tot relevante netwerken in Aalsmeer. De vliegwielgroep bestaat uit personen die in staat en bereid zijn hun organisatie te binden aan de uitkomst van het MPE en uit personen die het belang van inwoners en ondernemers weten te duiden. Het projectteam ondersteunde de vliegwielgroep in haar werkzaamheden. Ze hebben samen de startconferentie, systeemsessies, de werkateliers en het transitiecafé voorbereid. Het projectteam werkte de resultaten uit en bestond uit medewerkers van de gemeente, onderzoeks- en advies­ bureau CE Delft en procesbegeleiders Mannen met Plannen.

Expertinbreng gedurende het proces

Het maken van plannen voor de energietransitie roept vanzelfsprekend inhoudelijke vragen op; veel is onzeker en veel onderwerpen hebben een technische component. Om die reden was voorzien in een continue inhoudelijke ondersteuning vanuit CE Delft, waarin de kerngroep van deelnemers met vragen kon terugvallen op de kennis van experts. Ideeën werden door de experts verder uitgewerkt. De impact, effectiviteit en haalbaarheid van de ingebrachte ideeën werd tussentijds doorgerekend en getoetst om samen koers te kunnen houden.

Een groep systeemspecialisten met onder andere netbeheerders, vertegenwoordigers van buurgemeenten, provincie en regio dacht in twee aparte systeemsessies mee over de samenhang tussen de oplossingsrichtingen, en met een blik op het grotere geheel, denkend vanuit het integrale energiesysteem voor Aalsmeer en de regio.

19

3.3 Stappen en overzicht bijeenkomsten

thema warmte en koude; thema mobiliteit en logistiek; thema elektriciteit; thema bewoners en bedrijven op weg.

In de procestekening in bovenstaande figuur staan de verschillende stappen en bijeen-komsten op een rij. Op de startconferentie in april werden de klokken gelijk gezet en zijn gezamenlijk de thema’s voor het vervolg vastgesteld. De kern van het co-creatieproces vond plaats in twee rondes werk­ ateliers van ruim vier uur. Daarin werd gekomen tot de belangrijkste oplossingsrichtingen. Die werden zoveel mogelijk uitgewerkt in concrete oplossingen. Met twee systeemsessies werd een blik gehouden op het grotere geheel en de samenhang tussen de thema’s. Na de zomer volgde een transitiecafé, waarin de eerste versie van het MPE Aalsmeer werd voorgelegd aan een bredere groep.

Tijdens de startconferentie zijn wensbeelden opgehaald, vond het gesprek plaats over wat de opgave voor Aalsmeer precies is en zijn de eerste thema’s getoetst en aangevuld. Tijdens de startconferentie is door deelnemers nadrukkelijk aandacht gevraagd voor energie­ besparing als onderwerp. In de eerste energiesysteemsessies zijn aandachtspunten voor de werkateliers opgehaald, waarbij met name netcongestie en zorgvuldige fasering nadrukkelijk op de agenda zijn gezet. Met deze thema’s, eerste aanvullingen en ideeën is in twee ronden werkateliers aan de slag gegaan, waarbij de experts zorgden voor de inhoudelijke verdieping en het doorrekenen van de mogelijke impact. Uiteindelijk zijn de volgende thema’s uitgewerkt in het MPE: thema energie besparen; thema warmte en koude; thema klimaatneutrale bedrijfsterreinen; thema bewoners en ondernemers op weg; thema mobiliteit; thema lokale opwek van elektriciteit.

Ter voorbereiding op de startconferentie zijn interviews gehouden met woningbouw-vereniging Eigen Haard en Huurdersvereniging Aalsmeer en Kudelstaart (HAK), biologisch sierteeltbedrijf GreenBalanz, Royal FloraHolland, bewoners­ initiatief Wilgenstroom, Bakkerij Borgesius, Data­ center NorthC, gemeente Uithoorn, DC Systems en Parkmanagement Greenpark. Uit deze interviews ontstonden de eerste thema’s waarmee aan de werkateliers is begonnen:

Figuur 10 – Procestekening Op weg naar een fossiel onafhankelijke Aalsmeer

Bronvermelding: Illustratie uit werkatelier 1 van het Masterplan Energie. De cijfers staan voor het aantal deelnemers.

20

3.4 Resultaat Bij het Masterplan Energie komt een monitor om de voortgang van de energietransitie te meten. In bijlage B – Financiën worden financieringsmogelijkheden beknopt beschreven. Van alle bijeenkomsten zijn verslagen gemaakt, die opvraagbaar zijn bij het e-mailadres energie@aalsmeer.nl. Ook alle werkmaterialen zoals posters en factsheets zijn daar op te vragen.

Het resultaat van de sessies is een levend document met voorinformatie (wat wordt er al gedaan, waar staat Aalsmeer nu en wat komt er op Aalsmeer af?), thema’s die typisch zijn voor Aalsmeer, oplossingsrichtingen en oplossingen die bij de thema’s passen met uitvoeringscoalities, een beoordeling van de impact van het MPE, de rol van de gemeente en voorwaarden zoals rechtvaardigheid.

Iedereen in Aalsmeer kreeg de kans om in het transitiecafé kennis te nemen van het concept-MPE en de achtergronden daarvan, met de mogelijkheid om het MPE aan te vullen, aan te scherpen en daar met anderen over in dialoog te gaan.

Toen het MPE steeds meer vorm kreeg, ontstond het gesprek over de uitvoering. De beweging is gestart met deze eerste sessies en de deelnemers voelen de behoefte om dit voort te zetten: ‘we stoppen er pas mee als het klaar is, in 2050’. Een ondernemersplat-form, Aalsmeerders die de marketing op zich willen nemen en doorgaan met samenwerken in coöperaties zoals Aalsmeer dat al gewend is, zijn vormen voor de uitvoering van het MPE.

21

4

Op weg naar een fossiel-onafhankelijk en klimaatneutraal Aalsmeer en Kudelstaart

De thema’s die we eerder noemden, zijn tijdens de werkateliers verder uitgewerkt. Ieder thema is op dezelfde manier opgebouwd, volgens Tabel 5.

Tabel 2 – Uitwerking van de thema’s Naam van het thema

Toelichting

Oplossingsrichting

Waarom gaan we dit doen? Context, aanleiding.

Oplossing

Wat is er mogelijk? Concreet maken, acties.

Voorwaarden

Wat is nodig voor succes?

Aandachtspunten

Wat kan een belemmering zijn en vraagt aandacht?

Uitvoeringscoalitie en samenwerking

Wie gaan er mee aan de slag?

Rol gemeente

Welke rol heeft de gemeente?

Vervolgstappen

Wat gaat de gemeente doen?

4.1 Thema energie besparen Oplossingsrichting

In alle sessies werd het thema energie besparen genoemd, het was ‘top of mind’. Besparen van energie is belangrijk, dit zeggen de deelnemers en de kinderburgemeester ook. CE Delft geeft aan: energie die niet gebruikt wordt, hoeft niet betaald te worden en veroorzaakt ook geen uitstoot van CO2. Daarnaast is de hoeveelheid duurzame energie beperkt en is het van belang hier zuinig mee om te gaan. Daarom heeft het besparen van energie al lange tijd de aandacht van bewoners, ondernemers, de gemeente, de provincie en het rijk.

Daarom is er een nationale belastingschuif gemaakt zodat elektriciteit goedkoper wordt en aardgas duurder. Op die manier gaat het lonen om van aardgas af te stappen. Ook is afgesproken dat er subsidies zijn zolang de duurzame oplossing duurder is dan aardgas. Er zijn veel subsidies in het leven geroepen om de betaalbaarheid te bevorderen. Zoals subsidies voor innovatie, uitvoering, eindgebruikers en groot-eigenaren. Ook zijn er rentevrije leningen of kunnen er garanties gegeven worden, etc. Als er financiële middelen ontbreken voor bewoners, corporaties, bedrijven en of de gemeente, dan is dat een reden voor lobby richting Rijk en Provincie. Het is logisch daarin op te trekken met andere gemeenten. In Bijlage B staat een beknopte notitie over financiering.

De deelnemers vinden de betaalbaarheid heel belangrijk. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de energietransitie haalbaar en betaalbaar moet zijn. Voor huishoudens zou de transitie ‘woonlasten neutraal’ moeten zijn.

In Bijlage B staat een beknopte notitie over financiering.

22

Oplossingen

kosten maakt voor de isolatie niet degene is die een lagere energierekening heeft. Dit split incentive zorgt ervoor dat gebouweigenaren niet altijd willen investeren in isolatie. Huurders zijn sterk afhankelijk van wat de verhuurder wil. Dit probleem speelt vooral bij particuliere verhuur.

De overheden hebben al aanpakken voor energiebesparing: een loket, subsidies en leningen voor bewoners en ondernemers om gebouwen te verduurzamen. Isoleren en zuinige installaties toepassen, maar ook zelf elektriciteit opwekken en overgaan op elektrisch koken is altijd goed om te doen. Om dit te bevorderen worden de volgende acties al ondernomen door de gemeente: informeren en stimuleren van energie besparen door de informatie te verstrekken via een loket; stimuleren van isolatie en energiezuinige installaties met landelijke subsidies en leningen; Lokale isolatie aanpak om slecht geïsoleerde woningen te verduurzamen; verschillende acties om energiearmoede tegen te gaan met fixers en energiecoaches; Verkennen gebiedsgerichte aanpak om maatregelen tegen geluidsoverlast te combineren met energie besparen; isolatieactie bij huurwoningen door corporatie Eigen Haard, in samenwerking met huurdersvereniging HAK; afspraken maken met corporatie Eigen Haard, via de prestatieafspraken.

Uitvoeringscoalitie en samenwerking

Er zijn verschillende partijen die energiebesparing kunnen stimuleren of ondersteunen. Dit zijn onder anderen: Regionaal Energieloket (aanbesteed door de gemeente); Woningwaard (advies tool voor all electricwijken lintbebouwing, en geluid en energie Stommeer, (aanbesteed door de gemeente); EigenHaard; HAK (huurdersvereniging Aalsmeer Kudelstaart); bewonerscommissies; sociaal maatschappelijke partijen zoals Participe, Humanitas, Vluchtelingenwerk, wijk/ buurthuizen, bibliotheek; de gemeente (sociaal en fysiekdomein).

Rol gemeente CE Delft adviseert de gemeente de inzet en samenwerking met partners, het energieloket en corporatie te continueren. Daarnaast raadt CE Delft de gemeente aan opdracht te geven voor een voorlichtingscampagne – gekoppeld aan acties voor handelingsperspectief om mensen te inspireren – en afspraken te maken met particuliere verhuurders voor isolatie, vanwege het split incentive.

Wat nog toegevoegd kan worden: loket voor ondernemers; afspraken maken met de particuliere verhuurders. Versterken samenwerking met sociaaldomein en sociaalloket.

Vervolgstappen De gemeente Aalsmeer zet de ondersteuningsaanpak voor de samenleving voort en werkt deze verder uit. Energiebesparing wordt verder onder de aandacht gebracht en gestimuleerd. De Lokale aanpak isolatie Aalsmeer en de kortingsregeling gaan we nog intensiever onder de aandacht brengen. Zo zorgen we voor een steeds beter geïsoleerde woningvoorraad en een lagere energierekening voor onze inwoners. Verder werken we verder aan de aanpak energiearmoede en blijven we informeren, adviseren en inkoopacties via het Regionaal Energieloket uitvoeren. We werken zoveel mogelijk samen met lokale partners zoals de woningcorporatie en welzijnsorganisatie.

Voorwaarden en aandachtspunten

Voor het besparen van energie zijn de voorwaarden ingevuld door de overheid. Er zijn subsidies en leningen. Iedere gemeente heeft een energieloket voor advies, informatie en doorverwijzen naar uitvoerders zoals aannemers en installateurs. De gemeente kan meedenken en advies geven, bijvoorbeeld voor VvE’s inwoner­ initiatieven en/of energiecoöperaties. Vanuit het rechtvaardigheidsoogpunt wordt door deelnemers aan de co-creatie aandacht gevraagd voor de gelijkheid tussen huur- en koopwoningen. Bij huurwoningen bestaat een split incentive tussen huurders en verhuurders. Daarmee wordt bedoeld dat degene die de

23

Vanuit Servicepunt Energieadvies worden verschillende doelgroepen ondersteund en gestimuleerd om te verduurzamen en energie te besparen denk aan VvE’s, Monumenten, Maatschappelijk vastgoed, inwoners initiatieven zoals bijv. coöperaties. Deze activiteiten worden voortgezet en uitgebreid. Voor de doelgroep particuliere verhuurders worden de mogelijkheden voor een aanpak nader verkend.

deneerd zeer wenselijk is dat de glastuinbouw verduurzaamt door middel van een warmtenet. De systeemspecialisten geven aan dat wanneer de glastuinbouw kiest voor verduurzaming door middel van elektrificatie, er zeer grote aanpassingen nodig zullen zijn op het elektriciteitsnet. Dit wordt onderbouwd door onderzoek van Liander: elektrificatie heeft een veel grotere ruimtelijke impact dan een warmtenet (Liander, 2024). Ook komt uit het onderzoek van Liander naar voren dat een warmtenet ten opzichte van elektrificatie een flinke maatschappelijke kostenreductie oplevert.

In het thema bewoners en ondernemers op weg (hoofdstuk 4.4) worden een aantal extra vervolgstappen benoemd. Naast het voortzetten van de huidige ondersteuningsaanpak voor energiebesparing. Denk aan het ontwikkelen van een voorlichtingscampagne gekoppeld aan concrete acties met handelingsperspectief om mensen te inspireren en activeren. Of denk aan een loket waar ondernemers terecht kunnen met vragen over verduurzamen.

Mogelijkheid voor warmtenetten in woonwijken Aan de hand van de opbrengst uit de co-creatie en de feitennotitie voor de warmtevisie Aalsmeer concludeert CE Delft dat de unieke Aalsmeerse situatie kansen biedt om een warmtenet voor de glastuinbouw te koppelen aan de warmte­ behoefte in Aalsmeerse woonwijken. Woon­ gebieden die hier vlakbij liggen en mogelijk te verbinden zijn, zijn Kudelstaart, Hornmeer, Stommeer en het centrum van Aalsmeer. In al deze woongebieden is een warmtenet als kansrijke oplossing geïdentificeerd, zie Figuur 13 en Figuur 14 uit de feitennotitie voor de warmtevisie Aalsmeer (Gemeente Aalsmeer, 2021). Ook geplande nieuwbouw zoals bij Kudelstaart biedt kansen. Bij nieuwbouw is het eenvoudiger vooraf een warmteoplossing te ontwerpen.

4.2 Thema warmte en koude Oplossingsrichtingen

Warmtenet glastuinbouw Voor collectieve warmte zagen de deelnemers aan de co-creatie, bijvoorbeeld kwekers en de netbeheerders, veel kansen. Vooral omdat de kwekers aan de slag gaan en omdat er warmtebronnen zijn. De glastuinbouwsector wil in 2040 klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat ze van aardgas overgaan op duurzame verwarming van de kassen (de glastuinbouwsector heeft deze ambitie vastgelegd in het Convenant Energietransitie Glastuinbouw. Het convenant is gesloten met het rijk). Volgens experts van CE Delft biedt dit aanknopingspunten voor de bestaande buurten en wijken en voor de nieuwbouw. De deelnemers aan de sessies verwachten dat er voldoende bronnen zijn maar CE Delft raadt de gemeente Aalsmeer aan dit goed uit te zoeken. Daarnaast adviseert CE Delft de gemeente om vaart te maken met het vastleggen van bronnen omdat er veel warmtevragers zijn in de regio.

In de Feitennotitie is ook de buurt Oosteinde geïdentificeerd als een buurt met mogelijkheden voor collectieve warmte. Deze wijk ligt wat verder van de Westeinderplassen. Als de wijk niet kan worden aangesloten op het warmtenet voor Stommeer, Hornmeer en het centrum van Aalsmeer dan kan het mogelijk een solitair warmtenet worden.

Warmteoplossing voor de lintbebouwing De gemeente Aalsmeer kent veel lintbebouwing. De woningen staan over het algemeen verder uit elkaar en hebben volgens CE Delft voldoende grond voor een individuele warmteoplossing. In de co-creatie gaf de netbeheerder echter aan dat de straten op sommige plekken zo smal zijn dat er weinig ruimte is voor extra kabels en/of trafohuisjes.

PrimA4a (aan de westkant van de Westeinderplassen) en De Kwakel Kudelstaart (aan de oostkant van de Westeinderplassen) zijn twee glastuinbouwgebieden met plannen voor een warmtenet voor de ondernemers. Tijdens de co-creatiesessies werd door systeemspecialisten aangegeven dat het vanuit het elektriciteitssysteem gere-

24

Onderzoek beschikbare warmtebronnen: maak een bronnenstrategie Uit beschikbare data van de Regionale Strategie Warmte blijkt dat er meerdere warmtebronnen beschikbaar zijn voor de gemeente Aalsmeer, maar het is niet duidelijk hoeveel warmte er precies is. Verder zijn er partijen actief die contracten afsluiten op de warmtebronnen, dus het is ook niet precies helder welke bronnen (nog) beschikbaar zijn of tegen welke voorwaarden warmte geleverd kan worden. De inschatting tijdens de co-creatie door deelnemers is dat er voldoende warmte is voor zowel de kwekers als de gebouwde omgeving. CE Delft raadt de gemeente aan om de beschikbaarheid van de bronnen goed te onderzoeken en de beschikbaarheid van warmte vast te gaan leggen met contracten. De bronnen zijn op kaart gezet voor de Regionale Strategie Warmte (RSW), zie Figuur 12. CE Delft raadt aan daarbij ook te kijken naar de rol van de warmtekracht koppelingsinstallaties van de kwekers. Dit zijn installaties om elektriciteit en warmte te maken van (fossiele) brandstof. Ze zouden ingezet kunnen worden bij het warmtenet.

Het verzwaren van het elektriciteitsnet is dan een forse uitdaging. In de sessies werd geopperd dat het daarom ook interessant kan zijn een (kleinschalige) collectieve warmteoplossing te onderzoeken. Hoewel ook hier ruimte voor nodig is. De deelnemers zagen echter haken en ogen voor een collectieve oplossing voor de lint­ bebouwing. Vandaar dat is gezegd dat dit nu geen prioriteit heeft en het initiatief bij de bewoners blijft. De gemeente zal een mogelijk initiatief van de bewoners ondersteunen.

Oplossingen

Verdere uitwerking warmtenet configuratie Tijdens de co-creatie is gesproken over verschillende scenario’s om tot collectieve warmte­ oplossingen voor de buurten en wijken te komen. Eén scenario is een groot onderling verbonden open warmtenet, met meerdere bronnen en een midden temperatuur. Een ander scenario is een verzameling van kleine, losse collectieve warmteoplossingen met ieder een of enkele eigen bronnen en een lage temperatuur. Deze kleine netten zijn eventueel aan elkaar te verbinden (‘kralen rijg-model’). Tussen deze twee uitersten zijn veel varianten mogelijk. Er is meer informatie nodig om te kunnen zeggen of een van deze scenario’s kansrijk is en welke de voorkeur heeft. CE Delft raadt de gemeente aan om dit verder te onderzoeken.

Figuur 11 – Overzicht van de bronnen uit de Regionale Strategie Warmte

25

Bronnen van een lage temperatuur (LT) die bekend zijn: Datathermie, warmte uit datacenters zoals op bedrijventerrein Schiphol-Rijk en enkele kleinere datacenters die dicht in de buurt van de gebouwde omgeving van Aalsmeer staan. Restwarmte van de koelinstallaties van de bedrijven. Aquathermie, warmte uit de Westeinder­ plassen. Aquathermie, warmte uit de ruwwaterleiding die door Aalsmeer loopt, de WRK. Als er eenmaal een warmtenet voor de glastuinbouw is aangelegd: restwarmte of retourwarmte van de glastuinbouw.

op de beschikbare bronnen en kan deze zowel warmte als koude leveren. Door deze flexibiliteit biedt dit model meer kansen voor lokaal eigenaar- en ondernemerschap. In andere woorden voor lokale (warmte & koude initiatieven). Voor een LT-net is het vaak nodig dat gebouwen beter geïsoleerd moeten worden of het afgiftesysteem aangepast moet worden voordat ze geschikt zijn om te verwarmen met een LT-warmte.

Bestuursmodel warmtenet De deelnemers aan de co-creatie vinden het belangrijk dat een warmtenet in publieke handen komt en niet in de handen van een commercieel bedrijf. Deelnemers geven aan dat een warmtenet in publieke handen beter kan sturen op het maatschappelijk belang. Volgens CE Delft is dit in lijn met het wetsvoorstel Wet Collectieve Warmte waarin bij nieuwe warmtenetten een meerderheidsaandeel in publieke handen komt.

Bron van een hoge/midden temperatuur (HT/MT): Aardwarmte van geothermie, maakt gebruik van warmte uit de diepe ondergrond. Vanuit minimaal 500 meter onder de grond wordt warm water opgepompt. De warmte wordt gebruikt om gebouwen mee te verwarmen. Voor geothermie moet veel onderzoek gedaan worden. Als het onderzoek er goed uitziet dan kan geothermie veel warmte van een hoge temperatuur leveren.

Voorwaarden en aandachtspunten

Deelnemers van de ateliers gaan ervanuit de tuinbouwsector een toekomst heeft in en om Aalsmeer en stellen dat het belangrijk is aan te sluiten bij het tempo dat glastuinders willen en moeten maken. Verder werd in de co-creatie gezegd dat de beschikbaarheid van warmte en warmtebronnen belangrijk is, het warmtenet in publieke handen moet zijn en dat er draagvlak bij de partners, de bewoners en de ondernemers moet zijn. Deze aandachtspunten zijn hierna verder uitgewerkt.

Als bron voor piek en back-upvoorziening: Waterstof of hernieuwbare gassen om de wkk’s van de tuinbouw een rol te geven in de back-upvoorziening van een warmtenet. Volgens CE Delft is een voorstelbaar scenario voor het grote onderling verbonden warmtenet, met meerdere bronnen en een MT-niveau: dit kan een warmtenet voor de kwekers op basis van datathermie zijn. De kwekers zullen warmte overhouden. Deze restwarmte en andere lage temperatuurbronnen kunnen benut worden voor de gebouwde omgeving, voor de buurten en wijken. Warmtepompen kunnen de temperatuur verhogen. Op termijn kan aardwarmte van geothermie de warmtebron worden voor een gezamenlijk net. De bestaande wkk-installaties kunnen ingezet worden als flexibele bron van warmte en als piek- en back-upvoorziening.

Meer tempo nodig om kansen voor collectieve warmte te benutten CE Delft concludeerde tijdens de co-creatiesessies dat de aankomende jaren belangrijk zijn voor het ontwikkelen van warmtenetten. Nu zijn de kosten van collectieve warmte voor de eindgebruikers nog vaak hoger dan doorgaan met aardgas. CE Delft verwacht dat de prijs van aardgas zal gaan stijgen door de invoering van het nieuwe EmissieHandelSysteem (ETS 2) in 2027 en de bijmengplicht voor groene gassen. Met de ETS 2 wordt de prijs voor het uitstoten van CO2 door het verbranden van aardgas hoger. Vanaf 2030 zijn energie-leveranciers verplicht om 20% groengas bij het aardgas te mengen. Groengas is duurzamer maar ook duurder dan aardgas. Zowel de invoering van ETS 2 als de bijmengplicht zullen ervoor zorgen dat verwarmen met aardgas in de toekomst duurder wordt dan collectieve warmte. In dit licht is nader onderzoek

Daarnaast geeft CE Delft aan dat een ander mogelijk scenario het ‘kralen rijg-model’ is: een verzameling van kleine, losse collectieve warmteoplossingen. Bij het kralen rijg-model kunnen de LT-bronnen (zoals aquathermie) die hierboven genoemd zijn gebruikt worden. Volgens CE Delft is een LT-net flexibel, kan deze makkelijk inspelen

26

naar verschillende alternatieven voor aardgas (en de betaalbaarheid ervan) in het belang van de lokale samenleving.

publieke warmtenet te laten slagen. De aankomende jaren zijn essentieel om duidelijkheid te geven omdat er anders een kans is dat al te veel mensen hebben gekozen voor een individuele warmte­ oplossing. Uit een analyse van CE Delft tijdens de expertsessies blijkt dat als de gemeente Aalsmeer een collectief warmtenet in publieke handen wil realiseren, de doorslaggevende beslissingen de aankomende twee jaar te nemen zijn.

Het voorbereiden van een warmtenet kost een aantal jaar. De eerste woningen worden pas aangesloten wanneer het financiële break-evenpoint in beeld komt. Uit de expertsessies blijkt dat het belangrijk is dat de gemeente nu de regie voert over de lokale warmteoplossing. Zo geeft de netbeheerder aan dat een groot deel van de wijk mee moet doen om (de businesscase van) het publieke warmtenet te laten slagen. De aankomende jaren zijn essentieel om duidelijkheid te geven omdat er anders een kans is dat al te veel mensen hebben gekozen voor een individuele warmteoplossing. Uit een analyse van CE Delft tijdens de expertsessies blijkt dat als de gemeente Aalsmeer een collectief warmtenet in publieke handen wil realiseren, de doorslag­ gevende beslissingen de aankomende twee jaar te nemen zijn.

De deelnemers aan de co-creatie zien dat gemeenten van nature risicomijdend zijn, terwijl er snelheid gemaakt moet worden om de kwekers bij te houden. Daar hoort bij dat je risico neemt. Vragen die omhoogkomen bij de co-creatiesessies zijn: “Gunt de samenleving de gemeente dat ze meer risico neemt of wordt de gemeente daar dan meteen op afgerekend?” “We zijn heel erg bezig om risico’s te elimineren. Is het niet zinvoller om te denken: Wat gaan we doen als we een tegenslag tegenkomen?” Deelnemers geven aan graag met elkaar afspraken te willen maken over bovenstaande vragen.

De deelnemers aan de co-creatie zien dat gemeenten van nature risicomijdend zijn, terwijl er snelheid gemaakt moet worden om de kwekers bij te houden. Daar hoort bij dat je risico neemt. Vragen die omhoogkomen bij de co-creatiesessies zijn: “Gunt de samenleving de gemeente dat ze meer risico neemt of wordt de gemeente daar dan meteen op afgerekend?” “We zijn heel erg bezig om risico’s te elimineren. Is het niet zinvoller om te denken: Wat gaan we doen als we een tegenslag tegenkomen?” Deelnemers geven aan graag met elkaar afspraken te willen maken over bovenstaande vragen.

De gemeente maakt de afweging of collectieve warmte geschikt is voor Aalsmeer en Kudelstaart, stapsgewijs. De haalbaarheid en de betaalbaarheid staan daarbij voorop. CE Delft raadt de gemeente aan het onderzoek hiervoor te starten. Tegelijkertijd is het nodig om de beschikbaarheid van bronnen uit te zoeken en het draagvlak te polsen.

Regie nodig bij warmtenetten Gemeenten hebben de taak om regie te voeren over de energietransitie in de gebouwde omgeving. Bewoners en ondernemers hebben duidelijkheid van de gemeenten nodig om de juiste beslissingen te nemen. Dat geldt vooral voor de warmtenetten, zoals de deelnemers zeiden: daar dreigt ‘wildgroei’ met allerlei initiatieven en is nu geen goede structuur voor aanwezig.

De gemeente maakt de afweging of collectieve warmte geschikt is voor Aalsmeer en Kudelstaart, stapsgewijs. De haalbaarheid en de betaalbaarheid staan daarbij voorop. CE Delft raadt de gemeente aan het onderzoek hiervoor te starten. Tegelijkertijd is het nodig om de beschikbaarheid van bronnen uit te zoeken en het draagvlak te polsen.

CE Delft onderstreept: regie bij warmtenetten is belangrijk, ook in verband met de hoge investeringskosten; ‘het moet in één keer goed’. Anders geformuleerd: er wordt niet eerst een dunne (iets goedkopere) warmteleiding aangelegd om vervolgens nóg een leiding aan te leggen voor een latere uitbreiding van het warmtegebied. Dat is veel te kostbaar. Die eerste leiding moet meteen de juiste capaciteit krijgen, maar aan die voorinvestering zitten wel financiële consequenties vast.

Het voorbereiden van een warmtenet kost een aantal jaar. De eerste woningen worden pas aangesloten wanneer het financiële break-evenpoint in beeld komt. Uit de expertsessies blijkt dat het belangrijk is dat de gemeente nu de regie voert over de lokale warmteoplossing. Zo geeft de netbeheerder aan dat een groot deel van de wijk mee moet doen om (de businesscase van) het

27

De gemeente Aalsmeer moet de regie pakken om de volgende dingen te voorkomen: De markt pakt de krenten uit de pap, hierdoor blijven de ‘meest lastige’ gebieden over. Dit leidt tot hoge kosten voor deze gebieden. Aansluiting van particulieren blijft achter. Schaarse warmtebronnen worden mogelijk niet optimaal benut. Schaarse ruimte in de grond wordt niet optimaal benut. Inefficiënt, zoals deelnemers aan de co-creatie zeggen: ‘iedereen praat met iedereen over dezelfde bronnen’.

Dat laatste heeft de nadrukkelijke voorkeur van de gespreksdeelnemers; kennis en capaciteit kan daar gebundeld worden, er is sprake van rolscheiding en enige afstand van de politiek met haar 4-jarige cyclus (robuuster; projectvoorbereiding en uitvoering van een warmteproject vergt al gauw 15 jaar, en daarna tientallen jaren beheer). Vanuit het nutsbedrijf kan dan een ontwikkelteam worden gevormd, projectmana­ gement worden gevoerd, en een model voor financiering worden vastgesteld, in samenspraak met bronnen/leveranciers en afnemers van warmte. Daarbij is het wel van belang dat de gemeente haar rol kan spelen als formele mandaathouder, en dus als opdrachtgever fungeert. Om die rol te kunnen waarmaken is ook voldoende kennis en capaciteit nodig bij de gemeente, het gaat immers wel om publieke belangen en veelal ook om publiek geld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=37e03756-facb-457e-9d91-565ddf59ffb4