20250313 Masterplan Energie opgemaakt def
Tekst van het document
Hoe moet die regie vorm krijgen?
Het mandaat en de besluitvorming voor de aanleg van warmtenetten ligt bij de gemeente, en dus bij de gemeenteraad. Soms bij grotere warmteprojecten is dat in afstemming tussen meerdere gemeenten of op regionale schaal. Vormen die tijdens de ateliers door deelnemers zijn besproken: de regie zou bij de gemeente zelf kunnen liggen met versterking van capaciteit; bij een gemeentelijk warmtebedrijf; bij een netbeheerder; of bij een nutsbedrijf met publieke aandeelhouders.
Warmte én koude
Door het veranderende klimaat, met langere warme periodes als gevolg, is het van steeds groter belang dat woningen ook koel blijven in de zomermaanden. Om deze reden is er naast aandacht voor het duurzaam verwarmen van woningen ook aandacht nodig voor koeling. Hitte in de woning kan worden voorkomen door bijvoorbeeld het zorgen voor een verkoelende groene leefomgeving, het weren van directe zoninval, mogelijkheden voor ventilatie of het doorluchten van de woning of koeling met bijvoorbeeld een warmtepomp of een warmtenet met een zeer lage temperatuur. Grote warmtenetten met een midden temperatuur (MT) kunnen dat niet. Elektrische koelen met airco’s is niet wenselijk omdat dit meer elektriciteit vraagt, terwijl er sprake is van netcongestie. De ladder van koeling zegt: 1. Zorgen voor een verkoelende omgeving (bijvoorbeeld met bomen of groen dak). 2. Warmte weren (bijvoorbeeld met screens of zonwering). 3. Passief koelen (bijvoorbeeld met nachtventilatie). 4. Actieve koeling (bijvoorbeeld met warmtepomp of een Zeer Lage Temperatuurnet of 5e generatie warmtenet). Bronnen: de factsheet Hitte in de woning of de handreiking hitte in bestaande woningen
28
Uitvoeringscoalitie en samenwerking
In de warmtetransitie in Aalsmeer kan de tuinbouw worden gezien als startmotor. Daarnaast hebben gemeenten de regie over de warmte transitie in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie van de gebouwde omgeving en glastuinbouw kennen verschillende transitiepaden, met eigen tijdshorizon en belangen. Daarnaast is er sprake van onzekerheid over beschikbaar aanbod van warmte en exacte vraag naar warmte in de regio. Ook zijn er organisatorische vraagstukken. Tot slot zijn er verschillende belangen die goed gewogen moeten worden om daadwerkelijk te komen tot een slim, integraal én toekomstbestendig energiesysteem. Er ontstaan diverse initiatieven van bedrijf tot bedrijf waar overheden en netbeheerder mee geconfronteerd worden. Deze complexiteit vraagt nu om sturing. Vandaar dat de bestuurlijke Taskforce Energietransitie met een werkgroep opgericht is. Dit is een samenwerkingsverband bestaande uit de Provincie Noord-Holland, Gemeente Aalsmeer, Gemeente Amstelveen, Gemeente Uithoorn, Gemeente Haarlemmermeer, Alliander en Greenport Aalsmeer. Het doel waarmee de Taskforce Energietransitie wordt opgericht is het gezamenlijk komen tot integrale besluitvorming over een integraal toekomstbestendig én duurzaam energiesysteem (vooral elektriciteit en warmte) voor de glastuinbouw sector en gebouwde omgeving in de regio Aalsmeer, Amstelveen, Haarlemmermeer en Uithoorn.
In 2025 wordt vanuit de Taskforce gewerkt aan een Roadmap en plan van aanpak. Vanzelfsprekend komt de gemeenteraad nog volop aan zet op dit thema.
Om tot een warmtenet voor de glastuinbouw te komen zijn de volgende partijen nodig: Tuinders, verenigd in een coöperatie, de Greenport Aalsmeer, de gemeente Aalsmeer, Amstelveen, Haarlemmermeer, Uithoorn, de netbeheerder, de provincie Noord-Holland. Om tot een warmtenet voor bewoners van Aalsmeer en Kudelstaart te komen (strategie, aanpak, warmtebedrijf, etc.) zijn de volgende partijen nodig: tuinders/ondernemers (warmtecoöperatie van tuinders, Greenport); een ervaringsdeskundige (bijvoorbeeld uit het Westland, daar zijn al goede ervaringen opgedaan); bewonersvertegenwoordiging; woningcorporatie; netbeheerder; projectleider gemeente; regionale warmteregisseur; kennisspecialisten voor strategie en financieel-technische kennis. Om tot een warmteoplossing voor de lintbebouwing te komen zijn nodig: initiatiefnemer/bewoner; overige bewoners; netbeheerder.
Vervolgstappen De gemeente Aalsmeer brengt via de Taskforce Energietransitie Greenport Aalsmeer (een regionale samenwerking van provincie, gemeenten en markt) de mogelijkheden in beeld voor een toekomstbestendig en duurzaam energiesysteem. Hiertoe ontwikkelen we een roadmap. De scope is (collectieve) warmteoplossingen en elektriciteit voor de tuinbouw en gebouwde omgeving. Haalbaarheid en betaalbaarheid staan voorop. Ook werken we aan een lokaal Warmteprogramma dat uiterlijk in 2026 moet worden vastgesteld.
29
Figuur 12 – De logische warmtebuurten van Aalsmeer uit de Feitennotitie Warmtevisie Aalsmeer
Figuur 13 – Oplossingsrichtingen van de warmtebuurt uit de Feitennotitie Warmtevisie Aalsmeer
30
4.3 Thema klimaatneutrale bedrijventerreinen
Energyhubs, als lokale knooppunten waar verschillende energiebronnen, -diensten en -gebruikers samenkomen. Op dit moment worden energyhubs vooral gericht op samenwerking binnen de grenzen van het elektriciteitsnet. Maar Aalsmeer heeft ook al een energyhub waarin vijf lokale partijen warmte en koude uitwisselen. Door plannen te maken voor zowel groei als verduurzaming van de bedrijven op de terreinen maken we de transitie en economische groei mogelijk. Laadhubs voor elektrische vrachtwagens, het liefst dichtbij grootschalige opwek en logistieke centra. De deelnemers geven aan dat ze individueel laadinfra kunnen realiseren, maar een laadplein delen met andere ondernemers klinkt logischer. De netbeheerder geeft ook de voorkeur aan gebundelde laadinfra omdat dat de realisatie minder complex maakt. Emissievrije logistiek vraagt ook aandacht voor ‘the last mile’. Dit is de laatste stap van de distributieketen. Het is de distributie bij productieketens, aan winkels en de toelevering aan klanten. Samenwerking met transport en logistiek is essentieel omdat het een zeer hoge kostenpost binnen de keten is, een verstoring in de keten leidt tot financiële risico’s. Vandaar dat afspraken over het verduurzamen ervan zorgvuldig gemaakt dienen te worden.
Ruimtelijke kansen: zon op dak, op land en op parkeerterreinen direct benutten, onder andere voor onderling delen opgewekte energie, en direct gebruiken van de opgewekte elektriciteit (waardoor het elektriciteitsnet minder belast wordt). De grote bedrijven zijn vanaf 2025 verplicht om een duurzaamheidsrapportage (CSRD) op te stellen. De grote bedrijven zullen in deze rapportage duidelijk moeten maken hoe hun hele keten presteert. Ook kleinere toeleveranciers op de bedrijventerreinen krijgen hier dus mee te maken. Aandacht voor de natuur en klimaat adaptatie als leidraad met natuur inclusieve gebouwen en klimaat adaptieve gebiedsinrichting. De deelnemers dachten bijvoorbeeld om bijvoorbeeld heggen in het gebied te laten planten.
Oplossingsrichtingen
Gebiedsgerichte aanpak bedrijventerreinen In het eerste werkatelier kwam bij het thema Elektriciteit als belangrijkste oplossings-richting het slim koppelen van lokale opwek, opslag en verbruik naar voren. Om dat voor elkaar te krijgen werd door deelnemers (bijvoorbeeld ondernemers en netbeheerders) en specialisten van CE Delft gedacht aan een gebiedsgerichte aanpak, met de focus op bedrijven¬terreinen in Aalsmeer. Tegelijkertijd werd in het werkatelier Logistiek en Mobiliteit door deelnemers aandacht gevraagd voor collectieve oplossingen voor laden van elektrische voertuigen, en de slimme combinatie van opwek en laadmogelijkheden. Dit leidde ertoe dat de thema’s Elektriciteit en Logistiek en Mobiliteit samengevoegd zijn in de gebiedsgerichte aanpak voor klimaatneutrale bedrijventerreinen. In de gebiedsgerichte aanpak werken ondernemers samen met de netbeheerder en de gemeente aan samenhang van de oplossingen. Uit een analyse van CE Delft blijkt dat er drie bedrijventerreinen in de gemeente Aalsmeer zijn waar een gebiedsaanpak opgesteld kan worden voor een klimaatneutraal eindbeeld: klimaatneutrale gebiedsaanpak Hornmeer; klimaatneutrale gebiedsaanpak Greenpark; klimaatneutrale gebiedsaanpak Schinkelpolder.
Oplossingen Denk bij de gebiedsgerichte aanpak voor bedrijventerreinen voor gebouwen, voor bedrijfsvoering, opwek en voor logistiek aan: Netcongestie, de ondernemers kunnen mogelijk veel optimaliseren door hun eigen bedrijfsvoering beter af te stemmen op de beschikbaarheid van elektriciteit, door samen te werken in energyhubs en de mogelijkheden voor grootschalige opwek en opslag van elektriciteit beter te benutten. Uitwisseling van energie in smartgrids waarbij digitalisering ingezet wordt om installaties van meerdere bedrijven slim te laten samenwerken. Daarnaast zijn de gebruiks- en opwekprofielen van de ondernemers van belang. Om dat te benutten is samenwerking tussen meerdere bedrijven op een bedrijventerrein een voorwaarde.
31
Voorwaarden en aandachtspunten
Meer informatie nodig Uit de co-creatiesessies is een aantal punten naar voren gekomen waar bedrijven tegenaan lopen bij de verduurzaming: gebrek aan informatie van andere bedrijven (lage organisatiegraad); hoge investeringskosten; regelgeving kan innovatie beperken; netcongestie en bedrijven hebben moeite om met de juiste mensen van netbeheerder Liander in contact te komen.
Beperkte invloed van de gemeente op verduurzaming logistiek De invloed van de gemeente op duurzame logistiek is beperkt, aangezien dit vooral om internationale, nationale en economische invloeden gaat. Voor logistiek is eigenlijk alleen het einddoel bekend: zero-emissie in 2050 en het EU Fit for 55-maatregelenpakket. Er zijn opvallend weinig doelen en tussendoelen bekend tussen nu en 2050. Deze tussendoelen worden niet door de gemeente bepaald maar door het rijk, de marktpartijen en samenwerkingsverbanden zoals de MRA en de vervoersregio Amsterdam. De focus ligt op het eindplaatje van logistiek: waarbij de verwachting is dat de vrachtwagens vooral overschakelen op elektrisch rijden en slechts een zeer klein deel op waterstof. Uit de co-creatiesessies blijkt: Waterstof kan nog steeds een eindoplossing zijn, mits er een H2-aftakking met de benodigde tankvoorzieningen komt van de backbone die vanuit Rotterdam door de Haarlemmermeer naar het Noordzeekanaalgebied zal lopen. Dit is onduidelijk. De deelnemers verwachten echter dat elektrisch rijden de standaard in de markt gaat worden. Nader onderzoek is nodig over het tempo en de impact op het energiesysteem. Er is sprake van een hybride route waarbij HVO (biodiesel) fungeert als een overgangsbrandstof en een tussenoplossing.
Logistiek is een breed begrip, maak daarbinnen onderscheid tussen de distributie regionaal en internationaal met de rittenprofielen.
Deze problemen komen overeen met de barrières die genoemd worden in (CE Delft, 2023): lage organisatiegraad bij bedrijventerreinen; ontbrekend beleid en onduidelijke doelstellingen voor bedrijventerreinen; financiering voor procesbegeleiding en verduurzamingsmaatregelen; netcongestie-problematiek. Om deze belemmeringen weg te nemen zijn in dezelfde studie een aantal beleids-aanbevelingen opgesteld. ‘Om het organiserend vermogen bij bedrijventerreinen te versterken is het aanstellen van een centraal aanspreekpunt per bedrijventerrein een eerste stap. Aan de andere kant, moet het beleid het handelingsperspectief en de ruimte bieden aan de ondernemers. En moet het de urgentie voor alle stakeholders duidelijk maken. Bijvoorbeeld door de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te vertalen naar bedrijventerreinen of door bedrijventerreinen een expliciet onderdeel te maken van het warmteprogramma van de gemeente.’ (CE Delft, 2023)
Tegelijkertijd hebben de ondernemers zelf wel veel invloed op logistiek. In samenwerking met Greenport Aalsmeer is de Duurzame Sierteelt Transport Coalitie opgericht.
Energiebesparing en bedrijven
Gemeente Aalsmeer is vanuit haar wettelijke taken verantwoordelijk voor toezicht en hand having op energiewetgeving ten aanzien van bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan de energie besparingsplicht voor bedrijven die jaarlijks vanaf 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 gas gebruiken. Gemeente Aalsmeer laat het toezicht op die bedrijven uitvoeren door de Omgevingsdienst Noord Zee Kanaal Gebied als onderdeel van het basistakenpakket. Recent is het bestand van bedrijven dat aan de energiebesparingsplicht moet voldoen in Aalsmeer geactualiseerd en aangevuld. Via het jaarprogramma sturen we actief op activiteiten en via de jaarlijkse rapportage informeren we actief over behaalde resultaten.
32
4.4 T hema Bewoners en ondernemers op weg
Uitvoeringscoalitie en samenwerking In de co-creatiesessie is een aanjaagteam genoemd. Dit aanjaagteam bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente, netbeheerder, ‘fixers’ (mensen met verstand van subsidies/financiering) en ondernemers en kan helpen om initiatieven aan te jagen, knelpunten aan te pakken en samenwerking te faciliteren. Het team kan het gevoel van urgentie versterken, business-cases delen en dienen als aanspreekpunt en informatiebron voor bedrijven.
Voor een geslaagde energietransitie is het zeer belangrijk bewoners en ondernemers te ondersteunen in de energietransitie. Uiteindelijk worden alle inwoners en bedrijven van Aalsmeer en Kudelstaart geconfronteerd met de energietransitie, dus het is heel belangrijk om hen daarin mee te nemen, op verschillende niveaus. Sommige mensen willen actief aan de slag en mee doen, anderen moeten vooral goed geïnformeerd worden over wat ze kunnen of moeten doen. En sommige doelgroepen moeten wellicht actief geholpen en ondersteund worden.
De grote bedrijven hebben door de komst van de rapportageplicht CSRD-duurzaamheids-managers aangesteld. Deze managers kunnen gevraagd worden om mee te werken aan verduurzamingsprojecten.
De deelnemers van de sessies Bewoners en Ondernemers op weg voelden zich sterk verbonden met het onderwerp en waren zeer geëngageerd. Tegelijkertijd werd meermalen gezegd dat duidelijkheid en regie wordt gemist en hier maken de deelnemers zich zorgen over. Aandacht werd verder gevraagd voor betaalbaarheid en rechtvaardigheid. Kan iedereen wel meedoen?
Rol gemeente CE Delft adviseert de gemeente de bedrijventerreinen te ondersteunen, bijvoorbeeld door de informatie¬voorziening te verbeteren. In de gemeente Tilburg heeft CE Delft voor bedrijventerreinen in kaart gebracht wat de energiestromen zijn (nulmeting) en aan de hand van twee scenario’s laten zien wat de mogelijke verduurzamingsroutes zijn. Dit is uitgewerkt in een routekaart (CE Delft, 2023). Het is waardevol lokale kennis en expertise, zoals van Schiphol Trade Park, mee te nemen. Daarnaast ziet CE Delft een rol voor de gemeente om het aanjaagteam op te zetten en daaraan deel te nemen. De verduurzamingsopgave van de bedrijfsterreinen kan door de gemeente eventueel worden gecombineerd met een revitaliseringsopgave.
Oplossingsrichtingen
Toekomstvisie ontwikkelen Uit de co-creatiesessies blijkt dat de blik niet alleen op de energietransitie moet worden gericht. Onder deelnemers zijn er ook zorgen over thema’s zoals klimaat, hitte, water, voedsel, mobiliteit, consumptie en wonen; het is groter dan energie alleen. De energietransitie staat niet op zichzelf; andere transities zijn ook bezig. Op metaniveau wordt door enkele deelnemers aandacht gevraagd voor de toekomst: is de glastuinbouw houdbaar? Kunnen we in de toekomst nog wel sierbloemen telen als de voetafdruk daarvan te hoog is?
Vervolgstappen De gemeente Aalsmeer richt zich op het opzetten van een aanjaagteam klimaatneutrale bedrijventerreinen in samenwerking met de vliegwielgroep Masterplan Energie en lokale ondernemer(verenigingen). Het doel van het aanjaagteam is het onderzoeken van mogelijke verduurzamingsroutes en het stimuleren van verduurzaming bij bedrijven en bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld door middel van het faciliteren van samenwerkingen, het aanvragen van subsidies en het delen van kennis (innovatieteam). Daarnaast zoekt het aanjaagteam de connectie met bestaande initiatieven, zoals de Duurzame Sierteelt Transport Coalitie.
Oplossingen
Marketing en communicatie voor meer bewustzijn Marketing, communicatie en storytelling voor een collectief bewustzijn zijn door deelnemers genoemd als oplossing. Het doel hiervan is draagvlak creëren onder bewoners en onder nemers in Aalsmeer en Kudelstaart. In de sessies zijn verschillende ideeën genoemd om deze bewustwording te vergroten, zoals het organiseren van klimaatgesprekken, wedstrijden op wijkniveau en maandelijkse artikelen in de Nieuwe Meerbode.
33
Individuele aanpak voor bedrijven Het ontwikkelen van een generieke en individuele aanpak voor bedrijven, ook die niet op een bedrijventerrein staan, is essentieel om hun verduurzaming te bevorderen. Uit de sessies blijkt dat in tegenstelling tot bedrijven op goed georganiseerde bedrijfsterreinen, deze zelfstandige bedrijven minder toegang zullen hebben tot collectieve voorzieningen zoals gezamenlijke energieoplossingen, of mobiliteitsinitiatieven. Een op maat gemaakte aanpak kan hen ondersteunen bij het vinden van duurzame oplossingen die aansluiten bij hun specifieke locatie en bedrijfsvoering, zoals het inzetten van lokale groene energiebronnen, efficiëntere logistieke processen of duurzame gebouwmaatregelen. Er is al een loket voor bewoners. Ook voor ondernemers kan een loket opgericht worden.
Een vastgesteld Masterplan Energie kan bijdragen aan meer transparantie en richting. Daarnaast wil men duidelijkheid over welke stappen al vaststaan en welke nog onzeker zijn. Dit voorkomt verwarring en zorgt ervoor dat bewoners en ondernemers zich goed kunnen voorbereiden.
Behoefte aan ondersteuning Naast duidelijkheid is er onder deelnemers behoefte aan ondersteuning bij het zetten van stappen richting verduurzaming. Gemeente en samenleving moeten hierin samen optrekken om effectieve oplossingen te bieden. Dit kan door het bieden van praktische informatie, zoals via een fysiek of digitaal informatiepunt met technische experts, en door voldoende budget vrij te maken voor buurt- en wijkinitiatieven. Deze ondersteuning helpt bewoners en ondernemers om te kunnen anticiperen, de juiste keuzes te maken en concreet aan de slag te gaan met verduurzaming. Hierbij moet genoemd worden dat de gemeente de regie over de energietransitie voert en er van beide kanten afstemming nodig is.
Concreet en actiegericht aan de slag In het hier-en-nu is er, naast de ondersteuning die de gemeente nu al biedt, behoefte aan actie. Bij het thema energie besparen is al gezegd dat er, naast het bestaande loket voor inwoners, ook een loket gewenst wordt voor ondernemers. Ook zijn andere voorbeelden genoemd zoals een energiehuis, een duurzaamheidscentrum of een voorbeeld kas of tuin.
Rechtvaardigheid en een inclusieve transitie Rechtvaardigheid werd door deelnemers in alle sessies nadrukkelijk genoemd als een cruciaal aspect van de energietransitie. Een inclusieve transitie houdt in dat iedereen mee moet kunnen doen, ongeacht financiële middelen of woon locatie. Dit betekent dat lokale subsidies en (financiële) ondersteuning terecht moeten komen bij degenen die dit het meest nodig hebben. Ook moeten er aanvullende lokale instrumenten worden ontwikkeld om de inclusiviteit te waar borgen, wat extra tijd en financiële middelen vraagt. Het waarborgen van rechtvaardigheid in de transitie is essentieel om te voorkomen dat bepaalde groepen niet mee kunnen komen en om breed draagvlak te behouden.
Ook wordt het starten van pilots en uitprobeer projecten op straat-, buurt- en wijkniveau tijdens de ateliers genoemd. Daarbinnen kan ruimte worden gegeven aan initiatieven vanuit bewoners (en die ondersteunen), en/of vanuit de gemeente projecten initiëren (en dan gebruikmaken van kracht uit de wijk). Ook werd door deelnemers het belang benadrukt van samenwerking op wijken buurtniveau om bewoners en ondernemers dichter bij elkaar te brengen en verduurzaming op een toegankelijke manier te realiseren. Energiecoöperaties en warmtecoöperaties zijn een mooi voorbeeld van wat dit kan opleveren.
Daarnaast is het van belang zicht te houden op de relatie tussen individuele oplossingen en het strategisch collectief belang. Dit kan bijvoorbeeld spelen bij de keuze tussen een warmtepomp en een warmtenet. Als veel mensen nu voor een warmtepomp kiezen, kan dat de financiële haalbaarheid van een toekomstig warmtenet ondermijnen. Wanneer een warmtenet op lange termijn voordeliger is voor de gemeenschap, is het belangrijk dat hier tijdig en duidelijk over wordt gecommuniceerd, zodat het collectieve belang voorop blijft staan.
Voorwaarden en aandachtspunten
Behoefte aan meer duidelijkheid Eén van de belangrijkste behoeften die bewoners en ondernemers aangaven, is de wens voor meer duidelijkheid over de verduurzamingsplannen. Er moet helderheid komen over wat er gaat gebeuren, wanneer de overstap naar aardgasvrij wordt verwacht, en wat de gevolgen hiervan zijn. Er is ook behoefte aan planning in de tijd, ook als sommige dingen nog niet duidelijk zijn.
34
Urgentie en monitoring Er moet meer aandacht komen voor het overbrengen van de urgentie van de energietransitie. Externe gebeurtenissen, zoals de oorlog in Oekraïne of extreme weersomstandigheden, kunnen bijdragen aan een gevoel van urgentie, maar het is belangrijk dat de gemeente en betrokken partijen dit gevoel actief blijven uitdragen. Daarnaast is het van belang om duidelijke doelen te stellen en de voortgang nauwgezet te monitoren, zodat tijdig kan worden bijgestuurd waar nodig.
Inzet op bewustwording en de kracht van samenwerking benutten Duidelijkheid over de energietransitie, welke keuzes worden gemaakt voor de buurten en wijken van Aalsmeer en Kudelstaart, hoe worden deze keuzes besproken met de bewoners en ondernemers en hoe wordt de menselijke energie van bewoners en ondernemers benut. De groep vindt het belangrijk dat er een goede communicatie- en marketingcampagne komt, voor bewustwording en draagvlak. Rechtvaardigheid wordt door deelnemers belangrijk gevonden, kan iedereen mee doen, worden de belangen van de bewoners bij (collectieve) oplossingen wel voldoende meegenomen en zijn er dadelijk nog betaalbare bronnen beschikbaar?
Een flexibele, brede blik
Deelnemers willen op weg naar een klimaatneutraal Aalsmeer niet alles aan de voorkant vastleggen, maar gaandeweg open blijven staan voor nieuwe ontwikkelingen en innovaties. Genoemd is: ontwikkelingen rond waterstof, gelijkstroom, kleinschalige windturbines, minikerncentrales, en de inzet van AI. Ook is het belangrijk dat de energietransitie wordt verbonden aan een breder gesprek over welke samenleving Aalsmeerders en Kudelstaarters willen, denk aan een gesprek over een circulaire economie. In de ateliers werden de volgende ideeën aangedragen: Een voorbeeld van slimmer omgaan met energie ging over een gelijkstroom toepassing die ervoor zorgt dat je een veel kleinere netaansluiting nodig hebt als je een parkeerplein met zonnepanelen direct verbindt met het laden van elektrische auto’s, via een zelfstandig gelijkstroomnet. Blijf in de toekomst openstaan voor circulaire economie om grondstoffenschaarste te voorkomen en anders consumeren te stimuleren. Aalsmeer werkt met wat nu mogelijk is maar de techniek van morgen wordt al ontwikkeld. Blijf open staan voor deze toekomstdenkers. Houd een flexibele blik en maak een flexibel plan. Stel een innovatieteam samen, om blijvend de ontwikkelingen voor hard- en software te blijven volgen (innovaties op hard- en software gaan heel snel).
Voor gelijkstroom werden de volgende ideeën genoemd: Een proef in een wijk voor een gelijkstroom (DC-)net naast het bestaande wisselstroom net om opgewekte stroom van zonnepanelen direct te benutten voor elektrische toepassingen, zoals het laden van elektrische auto’s en het opslaan van elektriciteit in de accu’s. De wijk Hornmeer wordt als optie gezien. De proeftuin van Lelystad en Almere volgen en eventueel overnemen: een lokaal gelijkspanningsnet wordt benut voor de warmtepomp en bidirectioneel laden (zowel opladen als ontladen). Combineer het opwekken van zonne-energie met elektrisch laden van auto’s om het energietekort op te lossen. Denk bijvoorbeeld aan een batterij op een supermarkt parkeerterrein als snellader op een DC-net. Uitvoeringscoalitie: innovatieve ondernemers, innovatie/inspiratie sessies. Rol gemeente: Open staan voor ondernemerskracht, ondersteunen van pilots, meewerken aan uitvoering.
35
Inzet op bewustwording en de kracht van samenwerking benutten Duidelijkheid over de energietransitie, welke keuzes worden gemaakt voor de buurten en wijken van Aalsmeer en Kudelstaart, hoe worden deze keuzes besproken met de bewoners en ondernemers en hoe wordt de menselijke energie van bewoners en ondernemers benut. De groep vindt het belangrijk dat er een goede communicatie- en marketingcampagne komt, voor bewustwording en draagvlak. Rechtvaardigheid wordt door deelnemers belangrijk gevonden, kan iedereen mee doen, worden de belangen van de bewoners bij (collectieve) oplossingen wel voldoende meegenomen en zijn er dadelijk nog betaalbare bronnen beschikbaar?
Rol gemeente Duidelijkheid: De deelnemers verwachten van de gemeente duidelijkheid. Het vaststellen van het Masterplan Energie, het onderzoeken van de kansen van warmtenetten voor buurten en wijken, het kiezen van keuzes die het elektriciteitsnet verlichten, de toekomst van de glastuinbouw, zijn voorbeelden die van groot belang zijn voor bewoners en ondernemers. Zij willen meedenken, maar willen wel weten wat de koers dan wordt. Zij zullen de consequenties dragen en willen weten of de keuzes goed gemotiveerd zijn. Rolneming (governance): De deelnemers vinden het belangrijk dat een toekomstig warmtenet niet in commerciële handen komt. Het is belangrijk dat de gemeente ervoor zorgt dat het warmtenet voor de gebouwde omgeving in publieke handen komt. De deelnemers van de sessies hebben besproken welke opties de gemeente daarvoor heeft. Deze opties staan bij het thema warmte en koude.
Uitvoeringscoalitie en samenwerking
Voor de uitvoering zijn de volgende partijen van belang: enthousiaste buurtbewoners; kartrekkers (gemeente en maatschappelijke partners kunnen helpen deze te identificeren en te benaderen); onderwijsorganisaties en scholen. Maatschappelijke organisaties
Voor het integrale energiesysteem vinden de deelnemers het belangrijk dat de verschillende overheden, netbeheerders en andere relevante partijen met elkaar blijven samenwerken. Dat gaat nu ook al goed, zet dat vooral voort. Elektriciteit en netcongestie zijn belangrijk om op te schakelen. ‘Makelen en schakelen’ is een rol waar de gemeente heel geschikt voor is. Het bewaken van het energiesysteem en het beschikbaar houden van elektriciteit wordt gezien als een verantwoordelijkheid van de netbeheerder.
Overige betrokken partijen: woningbouwvereniging; vertegenwoordiging huurders HAK, bewonerscommissies; marketing, door experts; gemeente - initiëren en faciliteren, en de bereidheid om pilots te ondersteunen, ook met projectorganisatie.
Als het gaat over rechtvaardigheid dan willen de deelnemers dat het belang van de bewoners geborgd wordt. Als het gaat over de verdeling van warmtebronnen dan willen de deelnemers voorkomen dat de bewoners achter het net vissen omdat anderen de warmte-bronnen al hebben geclaimd. Dit hoort een collectieve verantwoordelijkheid te zijn van iedereen die betrokken is bij het opstellen van het MPE. De gemeente kan ervoor zorgen dat partijen bij elkaar blijven komen en het belang van de bewoners goed belegd wordt. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid met betrekking tot het tempo. De deelnemers zien dat er meer tempo gemaakt moet worden met de warmtenetten.
De deelnemers geven aan dat ondersteuning door de gemeente met een ‘projectorganisatie’ heel belangrijk is. De projectorganisatie zorgt voor technische expertise, die bijvoorbeeld oplossingen voor de buurt in kaart kan brengen, uitvoerders, mogelijk organisaties als Participe voor benaderen en betrekken bewoners, etc. De gemeente kan de ondersteuningsaanpak voor initiatieven (Servicepunt Energieadvies Aalsmeer) versterken en acties op zetten om die initiatieven ‘te vinden’.
36
Vervolgstappen De deelnemers geven aan dat ondersteuning door de gemeente met een ‘projectorganisatie’ heel belangrijk is. De gemeente Aalsmeer zet een projectteam Masterplan Energie op – in hoofdstuk 5 wordt omschreven hoe dit team eruit komt te zien.
van de elektrische auto en fiets, nieuwe vormen van logistiek, maar ook regionale veranderingen in het openbaar vervoer die vragen om creatieve, fijnmazige oplossingen. Verminderen, veranderen en verschonen van de mobiliteit moet uitstoot voorkomen om tot ‘zero-emissie’-mobiliteit te komen. Omdat de gemeente al beleid heeft gemaakt, was er in de ateliers weinig behoefte om over mobiliteit te spreken. Over logistiek is het veel gegaan maar dan als integraal onderdeel van het thema klimaatneutrale bedrijventerreinen.
Daarnaast gaat de gemeente Aalsmeer onderzoeken hoe het Servicepunt Energieadvies aangepast en versterkt kan worden, passend bij de uitkomsten van het thema Bewoners en Ondernemers op Weg. Bijvoorbeeld het actiever inzetten van het Servicepunt Energieadvies voor het vinden van pilots en uitprobeerprojecten op straat-, buurt- en wijkniveau.
Oplossingsrichting
Blijf uitvoering geven aan de mobiliteitsagenda De gemeente heeft de mobiliteitsagenda (Gemeente Aalsmeer, 2022) vastgesteld. Deze agenda gaat uit van drie uitgangspunten: Aalsmeer via alle modaliteiten bereikbaar; Aalsmeer verkeersveilig en toegankelijk; Aalsmeer innovatief duurzaam bereikbaar.
Het projectteam gaat ook aan de slag met het opstellen van een marketing- en communicatieplan mede om meer bewustwording te creëren, duidelijkheid te geven wanneer mogelijk en participatie te verbeteren. In de sessies werd een loket voor ondernemers genoemd. In het aanjaagteam klimaatneutrale bedrijventerreinen gaat de gemeente Aalsmeer, in samenwerking met de ondernemers(verenigingen), onderzoeken wat de behoeften zijn van ondernemers en hoe een ondernemersloket eruit zou kunnen zien.
De agenda laat zien hoe de gemeente Aalsmeer de komende jaren duurzaam bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig wil houden en maken voor iedereen. Om Aalsmeer bereikbaar en toekomstbestendig te houden werkt de gemeente aan een goed wegennet en goede (logistieke) verbindingen in de regio. Dit houdt in goed onderhoud, veilige wegen, betere doorstroming van verkeer, goede openbaar vervoer verbindingen en prettige wandelpaden. Onderstaande oplossingen, acties en uitvoeringscoalities komen uit de mobiliteitsagenda.
Tot slot, gaat de vliegwielgroep onderzoeken of er een ‘energie inloopplek’ opgezet kan worden in Aalsmeer, op een fysieke locatie. Op deze locatie kunnen Aalsmeerders en Kudelstaarters in gesprek gaan over de energietransitie en duurzaamheid in de bredere zin. Het opzetten van de ‘energie inloopplek’ kan worden gezien als ondersteuning en onderdeel van een campagne voor het vergroten en creëren van draagvlak onder bewoners en ondernemers.
Oplossingen
Versterking rol (e-)fiets De rol van de (e-)fiets in de bereikbaarheid van Aalsmeer wordt versterkt: uitvoering fietsprojecten Meerjarenprojectenplan Buitenruimte (MPP); verbetering MRA- en regionale fietsroutes, inclusief verlenging MRA-route Amsterdam-Aalsmeer tot Kudelstaart en aansluiting op Holland Rijnland; onderzoek naar langzaam verkeer verbinding Ringvaart; verbeteren fietsparkeren (stallingsfaciliteiten) bij belangrijke bestemmingen; verbetering fietsbereikbaarheid én fietsbaarheid bij herontwikkeling bedrijventerreinen.
4.5 Thema Mobiliteit (bestaand en vastgesteld beleid) De gemeente Aalsmeer heeft met de mobiliteitsagenda een ambitieus programma vastgesteld met veel aandacht voor de bereikbaarheid van Aalsmeer. Naast de vele infrastructurele en ruimtelijke projecten in Aalsmeer en omgeving, komen er op mobiliteitsvlak nieuwe ontwikkelingen op Aalsmeer af. Denk aan deelmobiliteit, de opkomst
37
Aalsmeer bereikbaar met openbaar vervoer en auto Er wordt gewerkt aan een regionaal en lokaal bereikbaar Aalsmeer per openbaar vervoer voor iedereen: bij reactie op (jaarlijkse) vervoerplannen van de openbaar vervoersconcessiehouder inzetten op zowel regionale als lokale bereikbaarheid; per openbaar vervoer, kwaliteitsniveau minimaal vergelijkbaar met niveau vóór COVID-19 openbaar vervoersnetwerk; fijnmazigheidsoplossingen voor wijken en lintbebouwing Aalsmeer: vervaardigen dekkingskaart en starten pilots; onderzoek naar kwaliteitsverbetering belangrijkste openbaar vervoerhaltes en haltes nabij de belangrijkste werkgebieden, inclusief last mile-oplossingen bedrijven nabij R-net haltes/werkgeversaanpak; onderzoek naar verbetering openbaar vervoersbereikbaarheid Nieuw Oosteinde Noord en Oosteinderdriehoek met Schiphol via Bosrand; onderzoek naar verbinden ov-concessie Amstelland-Meerlanden met ov-concessie Zuid-Holland-Noord.
Slimme mobiliteit en laadvoorzieningen Er wordt gekeken naar slimme vormen van mobiliteit: actualisatie parkeernormen; onderzoek naar mogelijkheden deelmobiliteit (auto, scooter en fiets). Duurzame mobiliteit draagt bij aan een schoon, gezond en leefbaar Aalsmeer: aanbieden van voldoende laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen; monitoring behoefte aan laadvoorzieningen met behulp van een Plankaart Elektrisch Vervoer; onderzoek naar wens en mogelijkheid snellaadstations; onderzoek mogelijkheden elektrificatie RFH (hier gebeurt weinig vanwege netcongestie); verleng succesvolle pilots zoals verlengd laden voor de eigen deur met eigen stroom.
Uitvoeringscoalitie en samenwerking
De gemeente werkt voor de uitvoering van de mobiliteitsagenda samen met partners zoals Amsterdam Logistic Program en Amsterdam logistic Board (ALP en ALB), De coalitie duurzame logistiek van Greenport Aalsmeer (71 bedrijven die rijden in deze regio), de vervoerregio Amsterdam, aanbieders van deelmobiliteit, ontwikkelaars, ondernemers, Royal FloraHolland en MRA-elektrisch.
De bereikbaarheid per auto blijft op orde, tegelijkertijd worden automobilisten verleid om vaker via de andere vervoerswijzen te reizen en de spits te mijden: uitvoering wegprojecten Meerjaren projectenplan Buitenruimte (MPP); monitoren verkeersstromen voor regionale en lokale bereikbaarheid.
Rol gemeente uitvoeren van de mobiliteitsagenda, mogelijk: projectleider om verduurzamen van mobiliteit en logistiek te versnellen; voor de volgende Mobiliteitsagenda ook de laadbehoefte van de (plezier)vaart meenemen.
Vrachtvervoer Er wordt gewerkt aan slimmer, efficiënter en schoner vrachtvervoer om de doorstroming te verbeteren en de overlast te beperken: participeren in regionale Amsterdam Logistic Program en Amsterdam logistic Board (ALP en ALB) als Connected Transport Corridors Amsterdam; onderzoek naar kansen van transport over water (Ringvaart, Oosteinderweg, Green Park); participeren in onderzoek Hyperloop/ Cargoloop; uitwerken MRA Green Deal Zero-Emissie Stadslogistiek (ZES), bijvoorbeeld met onderzoek naar regionale (stads)logistieke hub; realiseren pakketwanden en pakket ophaalpunten.
Vervolgstappen De gemeente Aalsmeer doet een tussentijdse evaluatie van de mobiliteitsagenda om de vervolgstappen te bepalen. Voor de evaluatie wordt ook de connectie gezocht met het thema klimaatneutrale bedrijventerreinen aangezien de verduurzaming van de logistiek onderdeel is van dit thema.
38
4.6 Thema Lokale opwek van elektriciteit
Voor deze zoekgebieden worden de kansen nader in kaart gebracht mede afhankelijk van ruimtelijke keuzes in de omgevingsvisie en of deelgebiedsvisies: Wat is er nodig? Welke eisen worden gesteld aan de zoekgebieden? Wat willen belanghebbenden en omwonenden? Wie is geïnteresseerd om eigenaar te worden? Wat betreft zoekgebied Zuiderlegmeerpolder Oost is de toekomst op het moment van schrijven onduidelijk.
Bij lokale opwek gaat het over het opwekken van stroom van natuurlijke bronnen, zoals van de zon en van de wind. In het raadsprogramma 2022 – 2026 staat dat windturbines onwenselijk zijn vanwege de ligging van Aalsmeer. De raad spreekt een voorkeur uit voor zonne-energie en vindt het belangrijk de gevolgen voor het elektriciteitsnet van lokale opwek te betrekken. Het gaat om zonnepanelen op kleine daken van huizen en op grote daken van zakelijke gebouwen (of bijvoorbeeld Schipholparkeren). De afgelopen jaren is er in kader van de regionale energie strategie (RES) vooral gewerkt aan zon op grote en kleine daken in lijn is met de Kaders zonne-energie Aalsmeer. Deze kaders stellen kort gezegd dat de ruimte op daken eerst benut moet worden. In deze paragraaf beschrijven we hoe we verder werken aan het stimuleren van lokale opwek en de RES.
Stimuleren van zon op daken, parkeerterreinen en kassen Plan van aanpak voor: Zon op grote daken. Zon op kleine daken. Zon boven parkeerterreinen. Agri-pv, dit is een combinatie van het telen van gewassen en het opwekken van zonne-energie met zonnepanelen. De zonnepanelen en de gewassen worden op hetzelfde oppervlakte gecombineerd. Er zijn ook combinaties met vee mogelijk. Kas-pv of een kasdek is het plaatsen van zonnepanelen op de kassen met als voordeel dat er nieuw glas op de kas komt. Deze oplossing zal de groei van de gewassen niet belemmeren, er blijft natuurlijk licht op de gewassen vallen.
Oplossingsrichting
Uitvoering geven aan de RES Sinds 2021 werken gemeenten, provincies en waterschappen in 30 energieregio’s in Nederland samen aan de Regionale Energiestrategie (RES). Voor het maken van de RES werd in elke regio samengewerkt met inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energie-coöperaties en maatschappelijke organisaties. Zij onderzochten wat de mogelijkheden zijn. Zij onderzochten de plekken om grootschalig energie op land op te wekken en wat dat oplevert. Ook werd beoordeeld of het energienetwerk al die energie wel aankan. De gemeente Aalsmeer heeft meegewerkt aan de RES in de regio Amstel- en Meerlanden. De RES 1.0 is vastgesteld in 2022 (RES-regio Noord-Holland Zuid, 2021) en in 2024 (Noord Hollandse Energie Regio, 2024) is de RES vernieuwd, dat heet de herijking.
Voorwaarden en aandachtspunten
Benut opwek lokaal om belasting op het net te verkleinen Ook in Aalsmeer is er sprake van netcongestie; de transportcapaciteit van elektriciteit is beperkt en bedrijven die een grootverbruik aansluiting nodig hebben, staan op een wachtlijst. Bedrijven kunnen echter vaak nog optimaliseren binnen hun huidige aansluiting door zelf stroom op te wekken en deze direct te benutten. Door het elektriciteitsverbruik slim te beheren en aan te sturen, kunnen ze de vraag en aanbod beter afstemmen binnen hun eigen bedrijfsvoering.
Oplossingen
Concretiseren RES-zoekgebieden Er zijn drie RES-zoekgebieden: 1. RES-zoekgebied ZuiderlegmeerpolderOost 2. RES-zoekgebied N201 zon langs infrastructuur. 3. RES-zoekgebied Oosteinderpoel.
Het lokaal benutten van energie kan ook worden toegepast op de zoekgebieden van de Regionale Energiestrategie (RES) om het elektriciteitsnet te ontlasten. Uit een analyse van CE Delft blijkt dat de zoekgebieden in Aalsmeer dichtbij bedrijventerreinen en of grote energievragers liggen, wat het mogelijk maakt om de opgewekte energie direct te koppelen aan het elektriciteitsgebruik
39
Flexibele opwek nodig In de toekomst zal de productie van elektriciteit landelijk grotendeels uit hernieuwbare bronnen komen, zoals wind en zon. De systeemspecialisten en CE Delft geven aan dat deze bronnen afhankelijk zijn van het weer, waardoor er meer flexibiliteit nodig is om vraag en aanbod van elektriciteit in balans te houden. Flexibiliteit kan bijvoorbeeld geleverd worden door batterijen om elektriciteit op te slaan en met slimme sturing (energie management) vraag en aanbod goed af te stemmen.
van omliggende bedrijven. Dit kan gerealiseerd worden via zogenaamde energyhubs. In een energyhub werken groepen bedrijven en/of inwoners samen om de opwekking, opslag, conversie en het verbruik van energie op elkaar af te stemmen. De partijen in de hub sluiten onderling en met de netbeheerder contracten af en stemmen hun gebruiksprofielen op elkaar af. Door slim gebruik te maken van elektriciteit, piekverbruik te vermijden en mogelijk energie op te slaan in batterijen, dragen ze bij aan een efficiënter en stabieler energienet. Nader onderzoek is altijd nodig om de (on)mogelijkheden te onderzoeken.
In verschillende ateliers en in de systeemsessies werd aangegeven door deelnemers dat elektrolyzers die stroom omzetten in waterstof en kleine modulaire kernreactoren (SMR’s) ook als oplossing kunnen dienen voor flexibiliteit. Maar, uit een analyse van CE Delft blijkt dat deze in de toekomst niet lokaal ingezet gaan worden. Elektrolyzers kunnen op het landelijke elektriciteitsnetwerk ingezet gaan worden en SMR’s worden in de toekomst bestemd voor de grote industriële clusters van Nederland zoals de havens.
De deelnemers aan de co-creatiesessies vinden dat lokaal opgewekte energie het best direct benut kan worden en vragen verder om aandacht voor opslag. Elektriciteit kan opgeslagen worden in batterijen, omgezet worden in warmte of in een warmtebuffer.
Financiële deelname door bewoners Vanuit rechtvaardigheid is in de sessies gezegd dat iedereen mee moet kunnen doen, dat kan nu niet altijd bij elektriciteitsopwek, bijvoorbeeld als je huurder bent en de verhuurder wil geen zonnepanelen of wanneer je woning niet geschikt is voor zonnepanelen. Volgens CE Delft kunnen lokale coöperaties (zoals het Aalsmeerse initiatief Wilgenstroom) ervoor zorgen dat bewoners financieel kunnen participeren in elektriciteitsopwek. Een andere oplossing is financiële deelname door omwonenden of het instellen van een omgevingsfonds. In de RES is afgesproken dat de omwonenden de kans krijgen om mee te profiteren van een groot opwek project. Zo dragen omwonenden niet alleen de lasten, maar kunnen ze ook profiteren van de lusten.
In de sessies warmte en koude en de energie systeemsessies kwamen de warmtekrachtkoppelingen van de tuinders ter sprake. Dat zijn installaties die van aardgas warmte, elektriciteit en CO2 (voor de teelt) maken. Op dit moment worden deze wkk’s onder andere ingezet om elektriciteit aan het net te leveren als er onvoldoende aanbod is. Als er te veel aanbod is gebruiken tuinders juist extra stroom. Beide varianten helpen het elektriciteitsnet in balans te houden. Tuinders geven aan dat ze hier een financiële vergoeding voor krijgen. Het transitiepad van wkk’s en de invloed op het energiesysteem is nog onzeker en zou nader onderzocht kunnen worden. CE Delft adviseert daarbij om elektrische voertuigen te benutten als batterijen om het net te ontlasten, maak slim laden verplicht en stimuleer bidirectioneel laden.
40
Experimentele technieken
Tijdens de sessie is gesproken over experimentele technieken, zoals het benutten van kleine kernreactoren. Het rijk heeft een (Rijksoverheid, 2024a) gelanceerd waarin staat dat kleine kernreactoren een rol krijgen in het energiesysteem vanaf 2045. Kleine kernreactoren kunnen dan eventueel worden toegepast bij de grote industriële clusters, zoals de zeehavens en Chemelot. Er komt geen toepassing van kleine kernreactoren in de gemeente Aalsmeer. Kernenergie zal in de toekomst bijdragen aan elektriciteitsproductie en helpt het nationale elektriciteitssysteem stabiel te houden. TNO (2024) heeft uitgerekend dat het aandeel van kernenergie in 2050 toeneemt van de huidige 4% naar 7 tot 9% door de komst van twee nieuwe kernreactoren. Het nieuwe kabinet wil nog twee kernreactoren toevoegen. Kerncentrales helpen om flexibiliteit aan het elektriciteitsnetwerk toe te voegen. Ze hebben een plek in het elektriciteitssysteem doordat ze helpen om dure batterijen voorkomen.
Aandachtspunten met betrekking tot wind energie Op basis van het Raadsprogramma 2022 – 2026 is een duidelijk politiek kader meegegeven aan het co-creatieproces: geen opwek door middel van windenergie in de gemeente Aalsmeer. Een groep deelnemers vindt dit een beperking. De systeemspecialisten geven aan dat zonne-energie bijvoorbeeld kan helpen om netcongestie te verminderen, maar alleen op de momenten dat de zon schijnt. In de zomer wekken zonnepanelen de meeste stroom op, maar dan is de stroom niet zo hard nodig. In de winter is het rendement van zonnepanelen maar een kwart terwijl de vraag naar stroom dan groot is.
Uitvoeringscoalitie en samenwerking CE Delft geeft aan dat om de plannen voor de RES-zoekgebieden te concretiseren per zoekgebied een ontwikke¬laar nodig is. Deze gaat aan de slag in samenwerking met netbeheerder, gemeente, onder¬nemers en bewoners. Voor het benutten van de grootste daken is volgens CE Delft samenwerking tussen de grote bedrijven, hun duurzaamheidsmanagers, de projectleider van de gemeente en de netbeheerder nodig. Voor het benutten van de overige grote daken is samenwerking tussen de bedrijven (terreinen), het parkmanagement, de gemeente en de netbeheerder nodig.
Experts van CE Delft beargumenteren dat zonnepanelen en windmolens elkaar aanvullen, omdat ze elk hun eigen piekmaanden hebben. Dit zijn de maanden waarin ze de meeste energie leveren. De zonnepanelen produceren de meeste energie in de zomer, terwijl windmolens juist in de winter meer energie opwekken. Dit komt doordat de zon krachtiger schijnt in de zomer, terwijl de wind over het algemeen sterker waait in de winter. Een combinatie van zon- en windenergie heeft op systeemniveau de voorkeur omdat windmolens en zonnepanelen elkaar gedurende het hele jaar goed aanvullen. Tuinders gaven tijdens de sessies aan dat het voor hen van belang is om naast zonne-energie ook windenergie te kunnen benutten omdat dit beter past bij hun verbruiksprofiel. Ook zou het nodig zijn om hun doel van klimaatneutraal in 2040 te halen.
Rol gemeente De gemeente kan een kwartiermaker instellen om de kansen voor lokale opwek in kaart te brengen: wat is er nodig, wie is geïnteresseerd om eigenaar te worden? Voor de RES zoek-gebieden geldt dat deze door de kwartiermaker voorbereid kunnen worden tot ‘projectgebieden’. Belangrijk is daarbij dat er een initiatiefnemer per zoekgebied wordt gevonden. De kwartiermaker kan lokaal zoeken naar initiatiefnemers of ontwikkelaars en ook de kansen mee te nemen vanuit het thema klimaatneutrale bedrijven terreinen. Als de kwartiermaker klaar is en de projecten zijn gedefinieerd dan kan een projectleider namens de gemeente de initiatiefnemers of project ontwikkelaars begeleiden.
41
Het benutten van kleine daken kan aan de markt over worden gelaten. De markt heeft op dit moment veel last van onduidelijk rijksbeleid, vooral met betrekking tot saldering. De gemeente kan voor grote en of vergunning plichtige projecten de procedures en vergunningen begeleiden en makkelijker maken en de afdeling van de vergunningen proactief voorbereiden op aanvragen.
energie opwek nader te onderzoeken. Van belang is op te merken dat de gemeenteraad uiteindelijk beslist over grondgebonden energieopwek. In lijn met de kaders zonne-energie Aalsmeer wordt gewerkt aan het stimuleren van zonneenergie op daken van woningen, bedrijven en organisaties en mogelijk parkeerplaatsen, rekening houdend met netcongestie. Ook is er een belangrijke relatie met het thema klimaatneutrale bedrijventerreinen en kansen voor energyhubs. Een verkenning naar de mogelijkheden om doelen voor energie-opwek in de gemeente te formuleren voor de jaren 2030, 2040, en 2050, en te eventueel te verwerken in het omgevingsbeleid en een energieprogramma.
Vervolgstappen In aanloop naar de omgevingsvisie Aalsmeer wordt duidelijk welke RES zoekgebieden kunnen worden gebord in het omgevingsbeleid. Daarvoor is het o.a. nodig het draagvlak te verkennen en eventuele mogelijkheden van grondgebonden
Figuur 14 – Uitsnede uit de (Noord Hollandse Energie Regio, 2024) van 2024 met de zoekgebieden van de gemeente Aalsmeer en omgeving. Zoekgebieden zon (oranje), zoekgebieden zon en wind (groen), zoekgebied wind (blauw)
Bronvermelding: RES Viewer (Noord-Holland.nl)
42
Wisselstroom en gelijkstroom
Ons elektriciteitssysteem is gebouwd voor wisselstroom (AC). Met wisselstroom wordt elektriciteit over grote afstanden vervoerd. Gelijkstroom wordt gebruikt voor consumentenelektronica. Onze mobieltjes, televisies en computers zijn gemaakt voor gelijkstroom (DC). Zonnepanelen en accu’s van elektrische auto’s zijn ook gemaakt voor gelijkstroom. Bij het opwekken van stroom en het gebruiken van stroom wordt de stroom steeds omgezet, met omvormers en converters. Met een gelijkstroomnet kan dat anders. Met een gelijkstroom net kunnen zonnepanelen gelijkstroom leveren die via een nieuw gelijkstroomnet meteen wordt opgeslagen in batterijen, bijvoorbeeld van elektrische auto’s. Zo’n nieuw net wordt een ‘tweede ring’ of microgrid genoemd. Deze tweede ring kan het huidige overbelaste elektriciteitsnet ontlasten door meer balans te geven. Vanwege de mogelijke bijdrage aan het verminderen van netcongestie willen we de kansen van gelijkstroominnovaties verder verkennen, bijvoorbeeld vanuit het thema Klimaatneutrale bedrijventerreinen. Bij de deelnemers is veel enthousiasme over dit idee. Voordelen die ze zien zijn: Microgrids dragen bij aan zelfvoorziening en autonomie omdat ze op zichzelf kunnen staan. Met een tweede ring of microgrids van gelijkstroom zouden extra laagspanningsruimten (trafo’s) in buurten voorkomen kunnen worden.
Ook laadpleinen kunnen autonoom op een ‘eigen net’ van gelijkstroom. Nadelen worden ook gezien: Waarom zou je een tweede elektriciteitssysteem willen? We hebben in Nederland een goed functionerend systeem, op wisselstroom. Er is nog weinig kennis over gelijkstroomnetwerken. Hoe beheer je microgrids? Door de netbeheerder, in een DSO (Distribution System Operator)?
4.7 Visuele samenvatting van het Masterplan Energie Aalsmeer Figuur 15 – Handgetekende samenvatting, gemaakt tijdens het transitiecafé
43
5
Masterplan Energie: van samen het plan maken, naar samen uitvoeren
Veel verschillende partijen werkten samen aan het Masterplan Energie. Ook het vervolg wordt gezamenlijk georganiseerd, zodat de ontstane energie en betrokkenheid wordt behouden en verder wordt ondersteund en uitgebreid. Door het vervolgproces een wendbare structuur te geven kan worden bijgesteld wanneer nodig. Ook is er ruimte voor nieuwe initiatiefnemers en initiatieven om zich aan te sluiten.
5.1 Waarom een gezamenlijke uitvoering? Het streven is om zoveel mogelijk beweging en samenwerking te creëren onder inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheid. Daardoor wordt gebruikgemaakt van de energie, kennis en middelen die in Aalsmeer en Kudelstaart aanwezig zijn, passen de initiatieven en uitvoering bij de lokale context, en ontstaan lokale kennisontwikkeling en verbondenheid tussen verschillende partijen. Want alleen door met elkaar te werken aan de energietransitie lukt het om in 2050 fossiel onafhankelijk en klimaatneutraal te zijn.
Aanpak Er gebeurt al veel in Aalsmeer en Kudelstaart. Inwoners, ondernemers, organisaties en overheid werken op verschillende manieren aan verduurzaming en de energietransitie. Maar om een beweging op gang te brengen en het Masterplan Energie uit te voeren is meer nodig. Daarom stimuleert het vervolgproces meer samenwerking, ondersteuning, en ruimte voor initiatieven. Dat doen we op de volgende manieren: 1. Initiatieven ondersteunen: Een projectteam en vliegwielgroep brengen in beeld welke samenwerkingen en initiatieven al bestaan en welke nog nodig zijn om het Masterplan Energie uit te voeren. Zij stimuleren initiatieven en samenwerkingen en ondersteunen de start en verdere ontwikkeling daarvan – gebaseerd op de energie en het enthousiasme dat leeft in de samenleving. Het projectteam is aanspreekpunt voor initiatiefnemers.
2. Zelforganisatie stimuleren: Uitvoeringscoalities en werkgroepen werken zoveel mogelijk zelfstandig aan projecten. Een ‘trekker’ is aanspreekpunt van de werkgroep en houdt zicht op de voortgang. De groepen worden ondersteund door het projectteam, dat ook de algehele voortgang volgt. 3. Leren & ontwikkelen faciliteren: Een projectteam zorgt ervoor dat leren en uitwisseling tussen de verschillende groepen zoveel mogelijk gestimuleerd wordt, bijvoorbeeld door middel van netwerken, een nieuwsbrief, en kennis- en samenwerkingsbijeenkomsten. Op die manier wordt een lerende beweging gefaciliteerd. 4. Reflecteren, leren & nieuwe acties: De vlieg wielgroep volgt de voortgang van de beweging en organiseren terugkombijeenkomsten. Daarin is ruimte voor reflectie en evaluatie op basis van ervaring en geleerde lessen, wordt het Masterplan Energie waar nodig bijgesteld, en kunnen nieuwe acties en verbindingen ontstaan. 5. Continuïteit & Communicatie: Voortdurend houden de vliegwielgroep en het projectteam overzicht op het geheel: zij zorgen voor ondersteuning, monitoring, en voor communicatie binnen en buiten de beweging. Werkgroepen zorgen zelf ook voor communicatie met hun doelgroep en stellen het projectteam op de hoogte van hun voortgang.
44
5.2 Voortzetten beweging
Werkstructuur De volgende groepen werken aan het Masterplan Energie: Vliegwielgroep. De vliegwielgroep die het co-creatietraject tot nu toe organiseerde wordt voortgezet. Zij bestaat uit personen die een verschillend perspectief op de energietransitie in Aalsmeer vertegenwoordigen en goed verbonden zijn binnen Aalsmeer en Kudelstaart. De vliegwielgroep initieert de vervolgstappen van het Masterplan Energie en volgt en ondersteunt de uitvoering en voortgang. Ook treden zij op als ambassadeurs van de beweging. De vliegwielgroep wordt ondersteund door het projectteam. Projectteam. Het projectteam ondersteunt de uitvoering van het Masterplan Energie en degenen die daaraan werken. Het bestaat uit een kwartiermaker/coördinator, een beleidsadviseur energie, een projectmedewerker en een communicatieadviseur. Zij huren wanneer nodig technisch experts of gespreksbegeleiders in. Het projectteam ondersteunt bijvoorbeeld op de volgende manieren: aanspreekpunt zijn voor wie aan het Masterplan werkt of wil werken; contacten leggen en verbinden; voortgang monitoren en bewaken; samenwerking met externe en interne stakeholders; inhoudelijke expertise; communicatie activiteiten. Uitvoeringscoalitie en werkgroepen. Het uitwerken van de oplossingen uit het Masterplan en daaraan vorm geven is een gezamenlijke zoektocht.
Voor sommige oplossingen bestaan al initiatieven en samenwerkingen (zoals voor de isolatie acties uit thema ‘energie besparen’), andere oplossingen vragen om iets nieuws (zoals het aanjaagteam uit thema ‘klimaatneutrale bedrijventerreinen’). Het projectteam initieert en stimuleert het vormen van een uitvoeringscoalitie met werkgroepen, die aansluiten bij waar energie en enthousiasme zit in de samenleving. Vervolgens gaan deze groepen zoveel mogelijk zelfstandig te werk: zij werken oplossingen verder uit, zetten acties in gang, houden zicht op de voortgang en delen hun ervaringen met andere groepen. Hierin worden zij ondersteund door het projectteam, waar ook nieuwe initiatiefnemers kunnen aankloppen.
De volgende activiteiten ondersteunen de beweging Masterplan Energie.
Vervolgbijeenkomsten Terugkombijeenkomsten (2 maal per jaar): alle betrokkenen komen samen, wisselen kennis, ervaring en ideeën uit, stellen acties en oplossingen bij (geïnitieerd vanuit de vliegwielroep en het projectteam); Informatiesessies: bijeenkomsten, webinars, presentaties of excursies over nieuwe ontwikkelingen en specifieke onderwerpen om te leren en nieuwe kennis op te doen (geïnitieerd vanuit deelnemers en vanuit vliegwielgroep en projectteam); Themabijeenkomsten: bijeenkomsten voor groepen om kennis te delen en of krachten te bundelen (geïnitieerd door deelnemers en projectteam). Communicatie Een behoorlijke groep Aalsmeerders is inmiddels al betrokken bij het Masterplan Energie. Om deze beweging voort te zetten en meer mensen te bereiken is communicatie nodig op twee niveaus. 1. Communicatie met mensen die actief betrokken zijn bij het Masterplan Energie. Degenen die werken aan het Masterplan Energie en de uitvoeringscoalitie en werkgroepen worden via mail en bijeenkomsten op de hoogte gehouden, hebben contact met het projectteam, informeren hun eigen achterban, en zorgen ervoor dat geïnteresseerden kunnen aansluiten. Mogelijk wordt op termijn een website ontwikkeld. 2. Informeren en betrekken van inwoners en ondernemers in Aalsmeer. Er wordt een communicatieplan ontwikkeld en uitgevoerd om inwoners en ondernemers te informeren en betrekken.
Monitoring voortgang Het projectteam bewaakt via monitoring de voortgang en het behalen van het doel om klimaatneutraal en fossiel onafhankelijk te worden in uiterlijk 2050. Dat gebeurt op basis van kwantitatieve gegevens uit de nationale Klimaatmonitor en kwalitatieve gegevens vanuit de mensen en partijen die werken aan het Masterplan Energie.
45
6
Vervolgstappen
Uit het co-creatietraject zijn verschillende concrete acties naar voren gekomen. In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste vervolgstap per thema genoemd.
We gaan door met de ondersteunings aanpak, waaronder de isolatie aanpak
We gaan door met het beleid voor mobiliteit en opwek
Voor bewoners en ondernemers hebben de gemeente en samenwerkingspartners al diverse activiteiten lopen. Dit onderwerp is top of mind bij deelnemers. Ga vooral verder met deze activiteiten.
In de gemeente Aalsmeer hebben veel partijen (en de gemeente) al eerder plannen en beleid opgesteld. CE Delft raadt aan hier verder mee te gaan de plannen uit te voeren. Het gaat dan onder andere over: het uitvoeren mobiliteitsagenda door de gemeente; het verduurzamen van de eigen organisatie; werken aan lokale duurzame energie-opwek.
We bepalen op korte termijn de strategie voor warmtenetten
In de glastuinbouw wordt serieus gekeken naar warmtenetten als optie voor verduurzaming. De unieke Aalsmeerse situatie biedt kansen om een warmtenet voor de glastuinbouw te koppelen aan de warmtebehoefte in Aalsmeerse woon wijken. Als de gemeente een collectief warmtenet in publieke handen wil realiseren dan zijn de doorslaggevende beslissingen de aankomende twee jaar te nemen.
We blijven in co-creatie werken aan het Masterplan Energie
Het Masterplan Energie is een levend document. Dit rapport is slechts een tussenstap. het is van belang dat de co-creatie met de samenleving wordt voortgezet; samenwerkingen die voortgekomen zijn uit dit traject worden voortgezet; uitvoeringscoalities worden ondersteund; capaciteit en kennis worden uitgebouwd, mogelijk ook investeren in en met partners; zorgen voor voldoende financiering, dit kan onder anderen gerealiseerd worden door lobby bij het rijk en provincie, voor bijvoorbeeld warmte, subsidies, en uitvoeringskosten, zie Bijlage B: Financiering.
We stellen een routekaart op voor klimaatneutrale bedrijventerreinen
De gemeente kan bedrijventerreinen ondersteunen, bijvoorbeeld door de informatie-voorziening te verbeteren. CE Delft raadt de gemeente aan om samen met de ondernemers van de bedrijventerreinen te onderzoeken wat de mogelijke verduurzamingsroutes zijn en dit uit te werken in een routekaart voor het verduurzamen van bedrijventerreinen.
We stellen een marketing- en communicatieplan op om participatie te verbeteren Om draagvlak te creëren onder bewoners en ondernemers in de gemeente Aalsmeer gaan we een marketing- en communicatieplan op te stellen. We willen bewustwording vergroten, en inwoners, organisaties en ondernemers stimuleren, activeren en ondersteunen met onder andere concrete voorbeelden en handelingsperspectief. Wanneer dat logisch en kansrijk is willen we samenwerking stimuleren en ondersteunen.
46
7
Impactanalyse
Tijdens het co-creatie proces is in verschillende thema’s gesproken over ideeën, plannen en oplossingen om tot de benodigde CO2-reductie te komen (zie Hoofdstuk 4). In Hoofdstuk 2 is per sector uit het Klimaatakkoord gekeken wat de huidige emissievoetafdruk is, en wat verwacht wordt voor 2050. Dit hoofdstuk bevat een impactanalyse van de ideeën, plannen en oplossingen uit Hoofdstuk 4. Er is gekeken naar de tijdlijn tussen nu en 2050. Per sector uit het Klimaatakkoord is een kwalitatieve (en soms een kwantitatieve) inschatting gedaan van de impact van de plannen uit het co-creatieproces. Figuur 16 laat de samenhang tussen de thema’s en de sectoren uit het Klimaatakkoord zien. In dit hoofdstuk wordt per sector weergegeven: wat de resterende emissies zijn volgens de prognose uit Paragraaf 2.3; in welke thema’s oplossingen voor deze sector zijn besproken; kwantitatief of kwalitatieve inschatting van de impact van de oplossingen en hoe ver deze gevorderd zijn.