CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20241022 Getekend raadsvoorstel beschikbaar stellen krediet nieuwbouw zwembad

3.Raad (besluitvormend) 12 december 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Beschikbaar stellen krediet nieuwbouw zwembad Aalsmeer4.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

{{signer1}} 22/10/2024 15:25:41 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: cb971c7c-51ef-4de2-b8ac-90da65fb9cbf Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

{{signer2}} 22/10/2024 15:01:19 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: cb971c7c-51ef-4de2-b8ac-90da65fb9cbf Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z24-110473

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Kick de Groot 0297 387 575 kick.de.groot@aalsmeer.nl KOA

12 december 2024 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Beschikbaar stellen krediet nieuwbouw zwembad Aalsmeer Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1. Voor de nieuwbouw van het zwembad de voorkeur uit te spreken voor scenario 2 uit het eindrapport van Drijver en Partners & Straman. 2. Het beschikbaar stellen van een krediet van € 25.509.000 (excl. BTW, prijspeil 2026) ten behoeve van nieuwbouw zwembad de Waterlelie 3. Op basis van de nota vaste activa gemeente Aalsmeer 2023 de componentenmethode toe te passen en deze lineair af te schrijven met een afschrijvingsduur van respectievelijk 40 jaar (gebouw), 20 jaar (installaties) en 10 jaar (inventaris). 4. Het krediet, de vorming van de bestemmingsreserve externe financieringslasten en de stelposten (afschrijvingskosten, stelpost lagere exploitatielasten en vrijval uit bestemmingsreserve) die in de Kadernota 2025 zijn opgenomen in de jaarschijf 2028 ten behoeve van het zwembad terug te draaien. 5. Ter aftopping van de lastenstijging die het gevolg is van de nieuwbouw van het zwembad € 13.094.432 toe te voegen aan de bestemmingsreserve kapitaallasten ter dekking van de (hogere) lasten in de 1e 20 jaar na in gebruik name van het zwembad. 6. Op grond van de notitie incidenteel/structureel voor het najaars Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv) 2023 d.d. 21 november 2023 voor de jaren 2028 tot en met 2035 in totaal € 845.934 te dekken uit de algemene reserve. 7.

Na in gebruik name van het zwembad de resterende boekwaarde van het bestaande zwembad en de sloopkosten ten laste van de algemene reserve te brengen. Samenvatting

Zwembad de Waterlelie is sterk verouderd. Uit de rapportage “Toekomstvisie de Waterlelie” blijkt dat renovatie geen optie meer is. Na bestudering van de rapportage en een zorgvuldige afweging van de financiële mogelijkheden stelt het college voor om scenario 2 (zichtbaar uitgewerkt op blz 40 & 48) ter besluitvorming aan de raad voor te leggen en hiervoor een investeringskrediet aan te vragen. Doel

De gemeente Aalsmeer en haar inwoners voorzien van een nieuwe zwemvoorziening per medio 2028. Prestatie

Realisatie van een nieuw zwembad in Aalsmeer. Voorgeschiedenis en context

In een waterrijke gemeente als Aalsmeer is het waarborgen van zwemveiligheid van groot belang. Een moderne zwemvoorziening die de mogelijkheid biedt voor het behalen van een ABC-diploma sluit hier naadloos op aan. [.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 10

Daarnaast draagt een nieuw zwembad bij aan de mogelijkheid voor inwoners om gezond te bewegen en te recreëren, door middel van het beschikbaar stellen van een binnen- en buitenzwembad met recreatief water en stimuleren we sport en bewegen voor de inwoners door sportvoorzieningen te realiseren waar diverse verenigingen en andere maatschappelijke organisaties gebruik van kunnen maken. Sportcentrum De Waterlelie is een belangrijke maatschappelijke voorziening, bestaande uit een combizwembad (gebouwd in 1974) en een sporthal (gebouwd in 2017). Het zwembad, is door het uitgevoerde onderhoudsplan 50 jaar in stand gehouden, maar ondervindt diverse structurele problemen, waaronder lekkages aan het dak, corrosie in de staalconstructies en betonrot in de betonnen elementen van de binnenbaden. Daarnaast zijn verschillende technische installaties verouderd en vertonen tekenen van corrosie. Deze ontwikkelingen brengen aanzienlijke uitdagingen en risico’s met zich mee voor de toekomstige exploitatie en het beheer van het zwembad. Om een toekomstbestendig plan voor zwembad De Waterlelie te ontwikkelen, heeft de gemeente Aalsmeer een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft de verschillende scenario's en de bijbehorende (financiële) implicaties in kaart gebracht. Op basis van de resultaten kan de gemeente weloverwogen beslissingen nemen over de toekomst van het zwembad.

In december 2023 is de gemeente samen met Drijver en Partners, Straman en de ESA gestart met het ontwikkelen van een toekomstvisie. Op 19 maart zijn de eerste resultaten gedeeld met de raad in de commissie en op 18 juni is er een vervolgsessie geweest. Op beide bijeenkomsten hebben de onderzoekers van Drijver en Partners en Straman een presentatie verzorgd. Eind september hebben de raadsleden de concept rapportage ontvangen. Op dinsdag 8 oktober 2024 heeft er tijdens de commissie nog een vragenronde plaats gevonden. Een aantal vragen zijn ook schriftelijk beantwoord. Voor een correcte interpretatie van het rapport en daarmee het verschil tussen de scenario’s in beeld te hebben is het van belang om enkele begrippen nader toe te lichten. Bij de beschrijving van de zwembaden worden verschillende soorten bassins benoemd, zoals ‘wedstrijdbad’, ‘doelgroepenbad’ en ‘instructiebad’. Deze benaming doet wellicht vermoeden dat de bassins alleen voor die activiteiten kunnen worden gebruikt die in de naam naar voren komen. Dat is niet het geval. Een wedstrijdbad wordt namelijk niet alleen voor zwemwedstrijden gebruikt, maar ook voor banenzwemmen, leszwemmen en doelgroep-activiteiten. Zwembad de Waterlelie (huidige situatie) Het zwembad De Waterlelie valt onder de noemer ‘combibad’, dit wil zeggen dat bezoekers zowel binnen als buiten kunnen zwemmen.

De huidige configuratie van het zwembad de Waterlelie bestaat uit drie baden binnen en drie baden buiten: Binnenbaden Onderverdeeld in: • 1 wedstrijdbad van 6 banen (In het bad is 1/3e van de bodem flexibel in te stellen). • 1 wedstrijdbad van 4 banen (met een vaste bodem oplopend van 120 tot 200 cm, zonder beweegbare bodem) • 1 instructiebad (met vaste bodem oplopend van 45 cm naar 120 cm). Buitenbaden Onderverdeeld in: • 1 diep bad • 1 ondiep bad • 1 peuterbad • Uitgebreide ligweide

Pagina

3 van 10

Zwemlessen zijn onder te verdelen in: o zwemles ABC voor kinderen en volwassenlessen, turbolessen voor kinderen, privé lessen en schoolzwemmen o vervolgcursussen, zoals snorkelen, survivalzwemmen en zeemeermin zwemmen o borstcrawlessen voor volwassenen o doelgroeplessen, zoals AquaVitaal, AquaEnergy, Aquajoggen en overige aquasportgroepen o baby-/peuterlessen o kleuterlessen o pilot natte gymles Onder recreatief zwemmen valt: o banenzwemmen o vrij zwemmen o gezinszwemmen o buitenbad recreatie o discozwemmen o zwemfeestjes Scenario 1,2 en 3 nieuwbouw zwembad Het eindrapport presenteert drie uitgewerkte scenario’s. De minimale functie van een zwembad in Aalsmeer is om leszwemmen en de verenigingen te faciliteren. Dit is onderdeel van alle drie de scenario’s. De verschillen tussen de scenario’s zitten voornamelijk op de grootte (m2) van het recreatief zwemmen: Als basis voor de scenario’s voor de overdekte zwemvoorziening is een 25-meter wedstrijdbad het uitgangspunt, gecombineerd met een tweede wedstrijdbad (in de rapportage benoemd als doelgroepenbad). De buitenbaden zijn in alle drie de scenario’s hetzelfde.

Scenario 1: Scenario 1 heeft 2 baden onderverdeeld in: ➢ Bad 1 is een wedstrijdbad (met beweegbare bodem) van 6 banen ➢ Bad 2 is een wedstrijdbad (met beweegbare bodem) van 6 banen Doelstelling: gericht op het voorzien in zwemlessen, met zeer beperkte mogelijkheden voor recreatief zwemmen (binnen). Scenario 2: Scenario 2 heeft 3 baden; onderverdeeld in ➢ 1 wedstrijdbad van 6 banen met beweegbare bodem ➢ 1 wedstrijdbad (benoemd als doelgroepen bad in de rapportage op blz 40) van 4 banen met beweegbare bodem ➢ 1 recreatiebad van 250m² (nog vorm vrij in te richten in de volgende fase) Doelstelling: gericht op het voorzien in zwemlessen en recreatief zwemmen o.a. in door inzet van het extra recreatiebad t.o.v. scenario 1. Scenario 3: Scenario 3 heeft 3 baden; onderverdeeld in 1 ➢ 1 wedstrijdbad van 6 banen met beweegbare bodem ➢ 1 wedstrijdbad (benoemd als doelgroepen bad in de rapportage op blz 41) van 4 banen met beweegbare bodem ➢ 1 recreatiebad van 375m² met een subtropisch karakter (125m² groter dan scenario 2) Doelstelling: gericht op het voorzien in zwemlessen, met uitgebreide mogelijkheden voor recreatief zwemmen o.a. door inzet van 125m² extra t.o.v. scenario 2.

Pagina

4 van 10

Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Beslispunt 1 Het college stelt voor om het advies van de bureaus Drijver & Partners en Straman voor scenario 2 als voorkeursvariant aan te merken (zoals uiteengezet in paragraaf 9.6 van de rapportage). Deze variant wordt als optimaal beschouwd, zowel vanuit de behoeften als vanuit financieel oogpunt. Uit de rapportage: “Scenario 2 biedt een midden oplossing met aanbod van recreatief water in combinatie met multifunctioneel inzetbaar zwemwater maar tegen lagere investerings- en exploitatiekosten en is daarmee als voorkeursvariant te benoemen.” Daarnaast heeft ESA aangegeven dit advies te onderschrijven en dat deze variant ook vanuit haar bedrijfsvoering als de meest optimale wordt beschouwd. Toelichting ESA: “Scenario 2 sluit het meest aan bij de huidige exploitatiemogelijkheden met vooral voor recreatief zwemmen extra mogelijkheden wat de basis vormt voor de in dit scenario geprognotiseerde groei in bezoekersaantallen. De uitwerking van een nieuw zwembad in lijn met dit scenario ziet ESA als best passend bij de wensen van de bezoekers”. In scenario 2, met de uitgebreidere recreatieve voorzieningen, is het uitgangspunt dat het recreatiewater van De Waterlelie in de zomerperiode zowel binnen als buiten geopend is. Dit verhoogt de aantrekkingskracht op bezoekers. Uit de analyse van de voorkeursvariant blijkt dat scenario 2 een hogere bezettingsgraad per m² heeft.

Dit, gecombineerd met een efficiënter bezettingsrooster, resulteert in lagere kosten en een financiële dekkingsgraad van 88%. De beslissing over welk scenario wordt gekozen, ligt bij de raad. Beslispunt 2 Wij stellen u voor een krediet beschikbaar te stellen van € 25.509.000 excl. BTW gebaseerd op voorkeursscenario 2 uit het rapport van Drijver en Partners. Dit krediet bestaat uit de volgende componenten: Gebouw: € 15.414.500 Installaties: € 9.536.200 Inventaris: € 558.300 Dit krediet is bepaald op het prijspeil 2026 waarbij rekening is gehouden met een indexatie van respectievelijk 3,2% in 2025 en 3,4% in 2026. De uitvoering van de nieuwbouw van het zwembad zal enige jaren in beslag nemen. Dat betekent dat het krediet over meerdere jaren in de programmabegroting wordt opgenomen volgens het volgende schema: 2025: 5% 2026: 30% 2027: 45% 2028: 20% Verantwoording over de uitgaven vindt plaats in de P&C documenten. Beslispunt 3 In de nota vaste activa gemeente Aalsmeer 2023 is de componentenmethode als variant benoemd. Het toepassen van de componentenmethode heeft een aantal voordelen, zoals

Pagina

5 van 10

een nauwkeuriger weergave van de waardevermindering van het vast actief, een betere aansluiting bij onderhoud en vervanging en flexibiliteit bij toekomstige vervangingen. In de financiële uitwerking in de paragraaf Financiën is van de componentenmethode gebruikt gemaakt voor de onderdelen gebouw, installaties en inventaris. De afschrijvingsduur is gesteld op respectievelijk 40, 20 en 10 jaar. De afschrijving start het jaar na in gebruik name. De afschrijvingstermijnen zijn conform de afschrijvingstabel in de nota vaste activa gemeente Aalsmeer 2023. Beslispunt 4 In de Kadernota 2025 is vooruitlopend op het beschikbaar stellen van het krediet voor het zwembad een indicatief krediet opgenomen om daarmee de financiële impact in beeld te brengen (zie pagina 9, 35, 59 en 60 van dat document). Met dit raadsvoorstel zijn de gevolgen op de meerjarenraming op basis van het voorkeursscenario in beeld gebracht. Het voorstel is om de bedragen die in de Kadernota 2025 zijn opgenomen terug te draaien. Beslispunt 5 en 6 In de Kadernota 2025 hebben wij u voorgesteld om een bestemmingsreserve externe financieringslasten te vormen ter grootte van € 16,275 miljoen om daarmee de rentelasten van een externe financiering ter grootte van € 30 miljoen met een looptijd van 30 jaar af te toppen.

De daar voorgestelde methodiek was nieuw en om (toekomstige) vragen te voorkomen is deze ter verificatie voorgelegd aan de commissie BBV. Deze heeft aangegeven een probleem te hebben met de voorgestelde methodiek, omdat deze methodiek uitgaat van een degressieve vrijval uit de bestemmingsreserve en in plaats van een lineaire vrijval. Om die reden is gezocht naar een oplossing waarbij het effect op de exploitatie hetzelfde is als de eerder voorgestelde methode, maar wel aan de voorwaarde van een lineaire vrijval wordt voldaan. Dit wordt bereikt met een toevoeging van € 13.094.032 miljoen aan de bestemmingsreserve kapitaallasten waaruit gedurende 20 jaar een vrijval plaatsvindt en incidentele vrijval in de jaren 1 tot en met 8 van in totaal € 845.934 uit de algemene reserve. Deze vrijval uit de algemene reserve is in lijn met de notitie incidenteel/structureel voor het najaars Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen (BOFv) 2023 d.d. 21 november 2023 In de bijlage is de vrijval uit bestemmingsreserve en de algemene reserve in de eerste 20 jaar opgenomen. Voor de bepaling van de rentelasten is in dit voorstel uitgegaan van een rentepercentage van 3,5%. Op het moment dat de externe financiering wordt afgesloten is het rentepercentage dat we als gemeente werkelijk moeten betalen en omslaan in beeld.

Dit kan resulteren in een wijziging van de in de gemeentebegroting opgenomen rentelasten. Beslispunt 7 Na in gebruikname van het nieuwe zwembad wordt het oude zwembad gesloopt. Het voorstel is om de resterende boekwaarde (ter indicatie € 58.247 ultimo 2027) en de sloopkosten (PM) in één keer ten laste van de algemene reserve te brengen. Na afboeken van de resterende boekwaarde komen de jaarlijkse afschrijvingskosten van het huidige zwembad te vervallen (€ 3.339). Keuzemogelijkheden/alternatieven

Uit het onderzoek is in een vroeg stadium gebleken dat renovatie, gezien de huidige staat van het zwembad, geen haalbare optie meer is. Nieuwbouw is daarom de enige resterende mogelijkheid. Het opnemen van krediet in de kadernota 2025 impliceert dat de raad de intentie heeft om een besluit te nemen over de realisatie van een nieuw zwembad.

Pagina

6 van 10

In paragraaf 9.6 van het rapport volgt een beschouwing van de varianten. Scenario 1 is qua bezoek en exploitatieopbrengsten vergelijkbaar met de huidige situatie. Het aantal m2 zwemwater wordt iets kleiner maar er is sprake van verbeterd functioneel zwemwater. De exploitatielasten zijn daarentegen lager, met name door lagere energie- en onderhoudskosten. In absolute zin is scenario 1 de ‘goedkoopste’ variant. Dit vergt de laagste investering, daarmee de laagste kapitaallasten per jaar en per saldo de laagste exploitatiebijdrage. Met het ontbreken van recreatief zwemwater met glijbanen en overige recreatieve elementen is ook het maatschappelijk bereik lager. De bezoekprognoses liggen met 186.000 bezoekers tussen 38.000 en 85.000 bezoekers lager dan in de andere scenario’s. Scenario 2 en 3 met recreatief zwemwater zijn beide passend indien een zwembad wordt geambieerd met meer mogelijkheden voor recreatief (gezins)zwemmen. Scenario 3 biedt een ruimer aanbod met ruimere openstellingstijden voor recreatief zwemwater. Ook op daluren. In scenario 2 worden de bassins ook gebruikt voor verenigingen-, doelgroep- en instructiezwemmen. De combivariant 2 kent een hogere bezettingsgraad per m2 zwemwater, een efficiënter bezettingsrooster en lagere kosten. De financiële dekkingsgraad is met 88% hoger dan in scenario 1 en gelijk aan scenario 3.

De financiële dekkingsgraad geeft aan in welke mate de kosten worden gedekt door de baten. Hierbij is de subsidie en de huur en groot onderhoud/ kapitaallasten buiten beschouwing gelaten zodat sprake is van een genormaliseerd, beïnvloedbaar resultaat. Indien belang wordt gehecht aan recreatief binnenzwemwater met een subtropisch karakter’ en daarmee profilering als familiezwembad is scenario 3 het best passend. Het is wel de duurste variant zowel in investeringskosten als exploitatiekosten. “Scenario 2 biedt een midden oplossing met aanbod van recreatief water in combinatie met multifunctioneel inzetbaar zwemwater maar tegen lagere investerings- en exploitatiekosten en is daarmee als voorkeursvariant te benoemen.”

Scenario 1 biedt flexibiliteit door de twee baden met verstelbare bodems, wat vooral geschikt is voor zwemlessen en doelgroeplessen. Het biedt echter minder mogelijkheden voor recreatief zwemmen, waardoor de voorspelde bezoekersaantallen voor recreatief zwemmen een groter risico met zich meebrengen. Net als in scenario 2 geldt voor scenario 3, met de uitgebreidere recreatieve voorzieningen, dat het recreatiewater van De Waterlelie in de zomerperiode zowel binnen als buiten geopend is. Dit verhoogt de aantrekkingskracht op bezoekers. Bij scenario 3 blijft de financiële dekkingsgraad ook 88%, maar stijgen de bezoekersaantallen aanzienlijk. Dit betekent echter dat er geconcurreerd moet worden met subtropische zwembaden in een brede straal rond Aalsmeer, zoals De Mirandabad (Amsterdam), De Meerkamp (Amstelveen) en Sportcomplex Koning Willem Alexander (Hoofddorp). Deze zwembaden bevinden zich in grotere gemeenten met aanzienlijk meer inwoners, wat de vraag oproept of dit wenselijk is voor de exploitatie. Hoewel het verder uitwerken van alternatieve scenario’s denkbaar is, vormt de huidige staat van het zwembad hierbij een beperkende factor. Participatie

Tijdens de totstandkoming van de rapportage ‘Toekomstscenario’s zwembad de Waterlelie’ heeft op meerdere momenten gestructureerde participatie plaatsgevonden, waarbij input is verkregen van diverse belanghebbenden, waaronder inwoners, verenigingen en gebruikers.

Pagina

7 van 10

De ESA was vertegenwoordigd in de stuurgroep en nam met meerdere medewerkers deel in het projectteam. De resultaten van de uitgevoerde inwonerspeiling zijn op 18 juni 2024 gepresenteerd tijdens de commissievergadering en zijn opgenomen in de bijlagen van de rapportage. De drie verenigingen, te weten Oceanus, Duikteam Thamen en OSV Airsport, hebben gedurende het proces hun input geleverd. Met het bestuur van Oceanus, de grootste vereniging met het breedste aanbod, heeft op verschillende momenten overleg plaatsgevonden, onder andere in juni en september 2024. Voor het vervolgtraject zijn op verschillende momenten participatierondes gepland. Meer informatie hierover staat bij het onderdeel “vervolgstappen”. Kanttekeningen en risico’s

In hoofdstuk 10 van de eindrapportage zijn de risico’s bij de nieuwbouw van het zwembad benoemd en toegelicht. Twee risico’s aangaande het beschikbaar stellen van het krediet lichten we er op deze plaats uit. Kosten huidige zwembad tijdens de bouw Het huidige voorstel gaat ervan uit dat het huidige zwembad tijdens de bouw met een klein instandhoudingsbudget open kan blijven. Dit instandhoudingsbudget is opgenomen in de begroting. Het risico is aanwezig dat er toch een grotere tussentijdse investering nodig is om het zwembad open te houden. SPUK BTW Sport Het gevraagde investeringskrediet is exclusief BTW. De SPUK- regeling is een ‘specifieke uitkering’ waarmee het ministerie van VWS een aantal uitkeringen hebben gebundeld voor gemeenten gericht op het stimuleren van gezondheid, sport en bewegen. Het is momenteel echter nog onzeker wat de komende jaren de stappen zijn van het Rijk in relatie tot de SPUK-regeling. Aan de ene kant weten we nu niet of het landelijke budgetplafond wordt overschreden zodat we minder krijgen en aan de andere kant of de regeling na 2025 hoe dan ook nog wel bestaat. Zie pagina 55 van de rapportage waar de risico’s voor het eventueel wegvallen van de BTW compensatie zijn gekwantificeerd. Financiën

Samengevat is het financieel effect op de gemeentelijke exploitatie, uitgaande van een krediet van € 25,5 miljoen, voor de eerste 5 jaar na gereedkomen van het zwembad als volgt. Hierbij zijn ter vergelijking ook de cijfers uit de Kadernota 2025 opgenomen. Structurele lasten obv krediet € 28,2 miljoen bedragen * € 1.000 Kadernota 2025 Afschrijvingskosten Rentelasten (obv 3,5%) Vrijval BR rentelasten Lagere exploitatielasten Effect exploitatie obv krediet € 25,5 miljoen bedragen * € 1.000 Afschrijvingskosten

jaar 1

jaar 2

jaar 3

jaar 4

jaar 5

1.034 987 1.050 971 100 871

1.034 951 1.015 970 100 870

1.034 915 980 968 100 868

1.034 878 945 967 100 867

1.034 842 910 966 100 866

jaar 1

jaar 2

jaar 3

jaar 4

jaar 5

918

918

918

918

918

Pagina

Rentelasten (obv 3,5%) Vrijval afschrijvingskosten

1.811 683 210

861 3 1.782 683 180

829 3 1.750 683 150

796 3 1.717 683 121

764 3 1.685 683 91

Effect exploitatie

918

919

916

914

911

Incidentele lasten Afboeking boekwaarde en sloopkosten

PM

Vrijval BR kapitaallasten Vrijval Algemene reserve

893

8 van 10

De toename van de lasten in vergelijking met de Kadernota 2025 met gemiddeld € 0,05 miljoen is het gevolg van het gevolg van het (nu nog) niet opnemen van de mogelijk lagere exploitatielasten (lagere lasten/ hogere inkomsten). Uit de eindrapportage van D&P volgt een voordeel op de exploitatie van € 0,214 miljoen (per saldo hogere inkomsten en kosten). Dit is ten opzichte van de prognose 2024. Voorzichtigheidshalve nemen we hiervan nu nog niets mee. Dit i.v.m. de opdracht om ook vanaf 2024 nog tot een sluitende exploitatie te komen. In het rapport van Drijver en Partners zijn de cijfers opgenomen op basis van een annuïtaire afschrijving. Bij een afschrijvingssystematiek op basis van annuïteiten blijven de kapitaallasten jaarlijks gedurende de gehele looptijd gelijk. Bij lineaire afschrijving is er sprake van hoge aanvangslasten die een dalend verloop kennen. Het kantelpunt ten opzichte van de annuïteitenmethode ligt bij een looptijd van 40 jaar op ca. 17 jaar. Over de totale levensduur zijn de lasten van de annuïteitenmethode hoger dan de lineaire methode. Voor het aftoppen van de hogere lasten in de eerste jaren is een bestemmingsreserve gevormd. De ontwikkeling van de lasten is opgenomen in bijlage 4. Op het moment dat het nieuwe zwembad in gebruik genomen is wordt een meerjarenonderhoudsplan opgesteld.

In de rapportage is in alle scenario’s rekening gehouden met een onderhoudsbudget voor dagelijks en groot onderhoud passend bij het soort zwembad. In bovenstaande opstelling is geen rekening gehouden met een eventuele bijdrage uit het Omgevingsfonds Schiphol (zie pagina 33 van de rapportage) of eventuele andere subsidies zoals in de rapportage beschreven. Uiteraard worden er inspanningen verleend om subsidies binnen te halen Mocht er een bedrag uit dit fonds of in de vorm van subsidies worden toegekend is dat een voordeel op de gemeentelijke exploitatie. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Op basis van het gekozen voorkeursscenario door de raad neemt het college een besluit over de definitieve configuratie van het nieuwe zwembad. Dit proces is dynamisch waarbij er uiteraard aanpassingen mogelijk zijn; aspecten en/of faciliteiten – zoals benoemd in dit rapport - kunnen worden toegevoegd of weggelaten om zo tot een configuratie te komen die het beste aansluit bij de visie en behoeften van de gemeente. Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt het technisch en functioneel Programma van Eisen uitgewerkt en neemt het college het project ter hand. Op basis hiervan volgt een Europese aanbesteding voor de selectie van een Design & Build-aannemer. Na selectie wordt het ontwerp uitgewerkt, met een geplande start van de bouw in juni 2026 en een bouwtijd van circa twee jaar. Voorlopige planning*:

Pagina

Opstellen PvE Voorbereiden aanbesteding Selectiefase EU-aanbesteding D&B Gunningsfase EU-aanbesteding D&B Ontwikkelingsfase D&B Start realisatiefase Oplevering zwembad

9 van 10

januari - maart 2025 januari - maart 2025 februari - maart 2025 april - juni 2025 september 2025 - mei 2026 juni 2026 juni 2028

* Aan deze planning kunnen geen rechten worden ontleend.

Voor het realiseren van de nieuwbouw van het zwembad kan mogelijk een aanpassing/afwijking van het omgevingsplan nodig zijn. Hiertoe dient voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning een procedure te worden doorlopen. Hieronder volgt een uitleg over de vervolgstappen. 1. Definitiefase (opstellen PVE en voorbereiden aanbesteding) In deze fase wordt het zwembad tot in detail vastgelegd qua onder meer functionaliteit, techniek, verschijningsvorm en functionaliteit. De gemeente, ESA, adviseurs, verengingen, huurders en omwonenden hebben een belangrijke rol en dienen hun inbreng te geven. De projectorganisatie zal hierop worden afgestemd. Naast een stuur- en projectgroep zullen er werkgroepen worden georganiseerd voor specifieke onderwerpen. Deze bijeenkomsten zullen op reguliere wijze worden georganiseerd. 2. Aanbestedingsfase (selectiefase EU en gunningsfase EU) In deze fase zullen de marktpartijen hun aanbiedingen indienen voorzien van een voorlopig ontwerp. De gemeente, ESA en de adviseurs hebben hierbij de belangrijke taak de inschrijvingen inhoudelijk te beoordelen. Eventuele aanpassingen aan het voorlopig ontwerp zijn mogelijk. De gemeenteraad en de verenigingen worden geïnformeerd. Vanwege de aanbestedingsregels wordt er terughoudend en alleen op de toegestane momenten gecommuniceerd met stakeholders. 3.

Ontwikkelingsfase In deze fase wordt het voorlopig ontwerp in stappen uitgewerkt tot definitief ontwerp, technisch ontwerp en uitvoering gereed ontwerp bestemd voor de realisatie. Tevens wordt het vergunningentraject doorlopen. Dit is een intensief traject waarbij elk detail, materiaal en techniek volledig wordt uitgewerkt. Bij de uitwerking van voorlopig ontwerp naar definitief ontwerp is er gelegenheid aanpassingen (nieuwe wensen, voortschrijdend inzicht) door te voeren. Vanaf definitief ontwerp nemen de mogelijkheden daartoe af. De gemeente, ESA en de adviseurs zullen hierbij nauw betrokken zijn. Voor verenigingen, gebruikers een huurders worden specifieke sessies georganiseerd waarbij de voor hen belangrijke onderdelen worden besproken. De gemeenteraad wordt tijdens het gehele proces t/m eind 2028 periodiek geïnformeerd. Evaluatie

Verantwoording over het krediet vindt plaats via de reguliere P&C cyclus. Duurzaamheidsaspecten

De nieuwbouw voldoet aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) en wordt volledig gasloos opgeleverd. De gemeente Aalsmeer draagt met de bouw van het

Pagina

10 van 10

nieuwe zwembad bij aan de reductie van CO2-uitstoot van gemeentelijk vastgoed. Daarnaast is circulair bouwen een belangrijke ambitie binnen dit project. Tijdens het ontwerpproces wordt extra aandacht besteed aan duurzaamheid. In samenwerking met een adviseur worden mogelijkheden onderzocht om het pand zo duurzaam mogelijk te realiseren en klimaat adaptief te bouwen. Hierbij wordt gekeken naar restwarmte uit de omgeving en circulariteit. Ook wordt rekening gehouden met de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD), die vanaf 2028 zero-emission buildings verplicht stelt. Bijlagen

1: Rapportage zwembad de Waterlelie 2: Bijlageboek technische onderzoeken 3: Bijlageboek rapportage zwembad de Waterlelie 4. Overzicht vrijval uit bestemmingsreserve en de algemene reserve in de eerste 20 jaar

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=c9c3375a-292d-4578-ad5e-c37de64f2910