20241015 Getekend raadsvoorstel Vaststelling Belastingverordeningen 2025 Aalsmeer
Tekst van het document
{{signer1}} 16/10/2024 14:47:01 CEST
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: f1e7ceb9-1109-4232-a35b-04e3a4297363 Auth: Scribble
RAADSVOORSTEL
{{signer2}} 16/10/2024 11:06:44 CEST
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: f1e7ceb9-1109-4232-a35b-04e3a4297363 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z24-104961
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
Inge Harmsen / Vincent Roodenburg 06 34 55 98 76 / 020 540 4779 Inge.harmsen@aalsmeer.nl v.roodenburg@amstelveen.nl Concerncontrol / Gemeentebelastingen Amstelland
15 oktober 2024 wethouder ing. S.A.S. Spaargaren
Onderwerp
Vaststelling belastingverordeningen 2025 Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
I De volgende belastingverordeningen 2025 vast te stellen: 1.1 Verordening onroerendezaakbelastingen 2025 1.2 Verordening afvalstoffenheffing 2025 1.3 Verordening rioolheffing 2025 1.4 Verordening intrekking hondenbelasting 2024 1.5 Verordening forensenbelasting 2025 1.6 Verordening roerende zaakbelasting 2025 1.7 Verordening verblijfsbelasting 2025 1.8 Verordening waterverblijfsbelasting 2025 1.9 Legesverordening 2025 1.10 Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 1.11 Verordening precariobelasting 2025 1.12 Verordening reclamegelden 2025 1.13 Marktgeldverordening 2025 II. Ongewijzigd te laten doorlopen voor 2024, de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Aalsmeer 2023 en de verordening Kadegelden. III. De ramingen van de OZB-opbrengsten niet-woningen 1e tranche in de programmabegroting 2025 aan te passen door een (budgetneutrale) verschuiving te maken voor de begrote opbrengst OZB gebruikers niet-woningen naar OZB eigenaren niet-woningen van € 710.000. IV. De begroting 2025 incidenteel te wijzigen conform de actuele prognose van de kosten en opbrengsten omgevingsvergunningen 2025, per saldo € 0,969 miljoen ten gunste van het begrotingssaldo door een hogere opbrengsten bouwleges en iets minder stijgende extra uitgaven. Samenvatting
Elk jaar worden de belastingverordeningen en de tarieven aangepast aan de uitganspunten zoals vastgesteld in de programmabegroting. Daarnaast worden de verordeningen indien noodzakelijk aangepast aan de laatste juridische veranderingen of inzichten.
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 10
Doel
Het doel is de belastingverordeningen voor het jaar 2025 aan te passen zodat er een wettelijke basis is om de vastgestelde opbrengsten in de Programmabegroting 2025 te realiseren. Het aanpassen van de begroting 2025 voor de leges omgevingsvergunning. Prestatie
1. Het vaststellen van de voorgelegde belastingverordeningen 2025 zodat de aanslagen 2025 rechtmatig kunnen worden opgelegd met de nieuwe tarieven. 2. Het bijstellen van de kosten en opbrengsten leges omgevingsvergunningen conform de actuele prognose van de opbrengsten en de kosten. Voorgeschiedenis en context
De voorgestelde tarieven van belastingen en rechten volgen uit de afspraken zoals vastgesteld in de Kadernota 2025 en de Programmabegroting 2025. Uit een nadere analyse van de geraamde gegevens van de kosten en opbrengsten van de leges omgevingsvergunningen wordt voorgesteld de begroting 2025 overeenkomstig te wijzigen. Hierdoor wordt voldaan aan de wettelijke eis dat de gemeente voor de leges geen hogere opbrengst raamt dan de geraamde kosten. In de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting 2025 is een eventuele mutatie op basis van het onderzoek naar de kostendekkendheid reeds aangekondigd. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
Voorgestelde besluit I: Om de in de Programmabegroting 2025 vastgestelde belastingopbrengsten 2025 te realiseren dienen ook de daarbij behorende belastingtarieven 2025 te worden vastgesteld. Deze tarieven 2025 worden vastgesteld met de bij dit voorstel behorende belastingverordeningen 2025. Uitgangspunt is 3,5% voor belastingen en voor heffingen 4,25% waarbij voor heffingen het uitganspunt is kostendekkendheid. Woonlasten 2024-2025 De gangbare indicator voor de lokale lastendruk is het gemiddelde woonlastenbedrag volgens de jaarlijkse benchmark van het instituut COELO. Dit betreft de optelling OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden. De OZB woningen kent een inflatiecorrectie van 3,5% en een verhoging 0,8% als gevolg van de intrekking van de hondenbelastingverordening. De afvalstoffenheffing stijgt met 11% en de rioolheffing met 4,25%. Voor woningeigenaren die in hun eigen woningen wonen stijgen de woonlasten met 6,5%. 2023
2024
2025
OZB aanslag woning eigenaar
Soort lokale heffing
519
531
553
Rioolheffing eigenaar
181
188
196
Afvalstoffenheffing gebruiker
330
370
411
1.030
1.089
1.160
5,7%
6,5%
Woonlasten % toename t.o.v. vorig jaar
De belangrijkste wijzigingen per verordening zijn: 1. Onroerendezaakbelastingen
Pagina
3 van 10
In de paragraaf lokale heffingen, in de begroting 2025 is uitleg opgenomen over de totstandkoming van de OZB tarieven 2025. Bij de bepaling van het tarief voor de OZB zijn meegenomen; a. de inflatiecorrectie van 3,5% b. verdeling van de opbrengst hondenbelasting, als gevolg van de intrekking verordening Hondenbelasting, en deze pondsgewijs te verdelen over de drie OZB heffingen ad 0,8% c. nadere uitwerking van de motie RAP om de onroerendezaakbelasting voor Nietwoningen stapsgewijs naar het regionaal gemiddelde te laten toegroeien ad. 3,95% en d. de afspraak in de Kadernota 2025 om de opbrengst OZB gebruikers nietwoningen, in 4 jaar, gefaseerd om te zetten naar de OZB eigenaren nietwoningen. Nadere toelichting gebruikte percentages. ad. a. De inflatiecorrectie 3,5% Het percentage is gelijk aan de afspraken zoals gemaakt in de Kadernota 2025. Ad. b Verdeling opbrengst hondenbelasting van € 0,113 miljoen. De vervallen opbrengst hondenbelasting is pondsgewijs verdeelde over de drie OZB heffingen. Voor de compensatie hiervan dienen deze hierdoor ieder met 0,8% te worden verhoogd. Ad. c OZB niet-woningen stapsgewijs laten groeien naar het regionaal gemiddelde. Hiervoor is een vergelijking gemaakt op basis van de tarieven 2024 van een aantal gemeenten in de directe omgeving. Voor een aantal van deze gemeenten worden substantiële tariefsverhogingen voor 2025 verwacht.
Voor 2025 wordt nu uitgegaan van een extra toename van 3,95%. Gemeente
tarief 2024
Regionaal gemiddelde
0,2727
Aalsmeer
0,2619
Aalsmeer
0,2619
Amstelveen
0,3034
Extra toename
0,0108
Amsterdam
0,1868
Diemen
0,2727
Haarlemmermeer
0,3134
Ouder-Amstel
0,2926
Uithoorn
0,2576
Kaag en Braassem
0,1670
Nieuwkoop
0,3990
Ad. d Gefaseerde omzetting opbrengst OZB gebruikers niet-woningen naar de OZB eigenaren niet-woningen. Voor de bepaling hiervan is uitgegaan van de geraamde opbrengst OZB nietwoningen 2025 voor eigenaren en gebruikers en de verhouding 2024, 58% en 42%. Indien de OZB gebruikers niet-woningen in 4 jaar dient te worden afgebouwd dan moet hiervoor 20% in mindering worden gebracht op de primitief geraamde opbrengst. Doordat de OZB-eigenaren een hogere opbrengst heeft doordat het tarief hoger is stijgt het tarief voor OZB-eigenaren met 17,6%. Zie onderstaande overzichten. Verloop afbouw opbrengst OZB-gebruik niet-woningen in 4 jaar.
3,95%
Pagina
opbrengst Mutatie
jaar 0 3.548
1ste 2025 2.838 -710
2de 2026 2.129 -710
3de 2027 1.419 -710
4de 2028 710 0
4 van 10
5de 2029 0
In de programmabegroting 2025 moet een (budgetneutrale) verschuiving plaatsvinden van de OZB gebruikers niet-woningen naar OZB eigenaren nietwoningen. De 1e tranche van de omzetting betreft een verschuiving van € 710.000 (voorgesteld besluit 3). Mutaties op het tarief OZB eigenaren en gebruikers 2025 op basis van de afbouw opbrengst OZB-gebruik in 4 jaar. 2025
+/-20% mutatie
OZB-eigenaren niet-woningen
5.047
5.757
14,1%
OZB-gebruikers niet-woningen
3.548
2.838
-20,0%
opbrengst 2025
8.595
8.595
Voor de vaststelling van de OZB-tarieven moet daarnaast rekening worden gehouden met de jaarlijks Waardering onroerende zaken (WOZ)-herwaardering van woningen en nietwoningen. Het tarief wordt zodanig aangepast aan de waardestijging dat de totale begrote OZB-opbrengst van woningen en niet-woningen ad. € 15,26 miljoen wordt gerealiseerd. Het OZB-tarief voor woningen en niet-woningen wordt apart vastgesteld. Hiervoor wordt een inschatting gemaakt van de gemiddelde waardedaling of stijging. De waardeontwikkeling van woningen en niet woningen verschilt sterk. Op dit moment wordt uitgegaan van een geprognotiseerde waardestijging voor woningen van 7% voor niet woningen van 3%. Dat is fors hoger dan de verwachting op basis van de meicirculaire. Toen is de landelijke waardeontwikkeling gevolgd van 3,5% waardestijging voor woningen en 1,25% voor niet woningen. Dat de verwachte waardeontwikkeling voor Aalsmeer hoger ligt dan de verwachte landelijke waardeontwikkeling betekent voor de algemene uitkering een nadelig herverdeeleffect van circa € 0,14 miljoen. Dit is meegenomen in de uitwerking van de septembercirculaire. Zie hiervoor het raadsvoorstel septembercirculaire 2024 (raad 7 november 2024). De nu bekende mutaties op de WOZ-waarde zijn prognoses.
Indien in een later stadium blijkt dat de waarde mutaties toch substantieel anders blijkt te zijn dan zal dit middels een erratum op de OZB-tarieven 2025 worden gecorrigeerd. De waardeontwikkelingen leiden samen met de indexering en de overige genomen besluiten tot de tarieven zoals opgenomen in dit voorstel. Dit zijn ook de tarieven die corresponderen met de te realiseren OZB-opbrengst zoals geraamd in de begroting 2025. Onderstaand rekenvoorbeeld geeft inzicht op de wijze waarop de OZB tarieven zijn bepaald en de invloed hiervan op de aanslagen OZB 2025.
Pagina
(a)
(b)
(c)
(d)=b*c (e)=d*3,5%%
Tarief OZB Omschrijving
WOZwaarde 2024
2024
(f)=d*0,8%
(g)=d*3,95%
Kadernota 2025 Kadernota 2025 Motie RAP Aanslag 2024
(i)=d+e +f+g+h
Kadernota 2025 Aanslag 2025
(j)
(k)=b+j
(l)=i/k
waarde stijging
WOZwaarde
Tarief
Mutatie
OZB
aanslag bedrag
stijging
2025
(m)=i/d
compensatie
Regionaal
Afbouw OZBGN
hondenbelasting
gemiddelde
14,6%
3,5%
0,8%
3,95%
-20,0%
€ 531
€ 18,59
€ 4,25
€ 0,00
€ 0,00
€ 554
7,0%
611.000
0,09065%
4,30%
1.000.000 0,26190% € 2.619
€ 91,67
€ 20,95
€ 103,45
€ 368,23
€ 3.203
3,0%
1.030.000 0,31100%
22,31%
Gebrg. Niet Won.1.000.000 0,22860% € 2.286
€ 80,01
€ 18,29
€ 0,00
€ -457,20
€ 1.927
3,0%
1.030.000 0,18710%
-15,70%
Eig. Won. Eig. Niet Won.
571.000 0,09300%
inflatie
(h)=d*14,6% of -20,0%
5 van 10
2024/2025 2025
Voor de woningwaarde wordt uitgegaan van de gemiddelde WOZ-waarde waarin in het COELO rapport vanuit wordt gegaan. Voor de WOZ-waarde van niet-woningen is uitgegaan van een fictieve waarde omdat de verschillende soorten niet woningen (kantoren, bedrijfsruimten, winkels etc) niet met elkaar zijn te vergelijken.
2. Afvalstoffenheffing Beleid is een tarief dat maximaal 100% kostendekkend is. In de begroting 2025 is al vermeld dat het tarief 2025 terughoudend is verhoogd met 11% door een onttrekking aan de egalisatievoorziening. Voor 2025 zijn de tarieven weer, zoals vanouds afgerond op gehele euro’s. Dit betekent de volgende tariefstelling: Omvang huishouden
2022
2023
2024
2025
%
Meerpersoonshuishouden
333,00
333,00
369,63
411,00
11%
Eénpersoonshuishouden
267,00
267,00
296,37
329,00
11%
3. Rioolheffing Uitgangspunt is dat met het vastgestelde tarief 2025 het rioolstelsel in meerjarenperspectief 100% kostendekkend beheerd en in stand kan worden gehouden. Op basis van de uitgangspunten in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 dient het tarief te worden verhoogd met 4,25%. Rioolheffing
2022
2023
2024
2025
%
Tarief per object
177,09
180,63
187,86
195,92
4,25%
4. Hondenbelasting Voor 2025 is de hondenbelasting afgeschaft. Met de Kadernota 2025 is de hondenbelasting afgeschaft en voorgesteld deze te verrekenen in de OZB zodat deze afschaffing geen effect heeft op de gemeentelijke inkomsten. De geraamde opbrengst 2024 ad € 0,113 miljoen is hiervoor pondsgewijs over de OZB-heffingen verdeeld. 5. Forensenbelasting Deze belasting wordt geheven van personen die geen hoofdverblijf hebben in de gemeente Aalsmeer en voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woonruimte beschikbaar houden. Op basis van de gegevens van het COELO mist de gemeente Aalsmeer voor niet ingeschreven bewoners in 2023 circa € 1.608 per persoon.1
1 Zie: https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2024/lokale-lasten-calculator/
Pagina
6 van 10
Het tarief 2024, ad. 0,3356% is voor 2025 verhoogd met de prijsindexatie 3,5% naar 0,3246%. Bij de bepaling van het tarief is rekening gehouden met de gemiddelde waardestijging van woningen ad. 7%. Daarnaast wordt voorgesteld voor 2025 een minimum bedrag op te nemen ad € 335,en deze eveneens van toepassing te verklaren voor (recreatieve) objecten waarvoor geen waarde in het economische verkeer is vastgesteld. (a)
(b)
(c)
(d)=b*c (e)=d*3,5% Kadernota 2025
Tarief FOR Omschrijving
(WOZ) waarde 2024
2024
Aanslag 2024
inflatie
(f)=d+e
(g)
(h)=b+g
(i)=h/f
Aanslag
waarde stijging
WOZwaarde
Tarief
Mutatie
FOR
aanslag bedrag
2025
stijging
2025
2024/2025 2025
3,5%
Woning/recreatie
100.000
(j)=f/d
0,3356%
€ 336
€ 11,75
€ 347
7,0%
107.000
0,3246%
3,50%
6. Roerende zaakbelasting Op grond van de Gemeentewet moet het tarief hiervan gelijk zijn aan het tarief voor de OZB en worden berekend op basis van de waarde in het economische verkeer. 7. Verblijfsbelasting/ toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven bij overnachtingen binnen de Aalsmeer door personen die niet in de basisadministratie van de gemeente staan ingeschreven. Omdat het voor deze belastingen niet alleen om toeristen gaat wordt deze heffing in Aalsmeer in de verordening aangeduid als verblijfsbelasting. Het tarief is een vast bedrag per persoon per overnachting. De verblijf/toeristenbelasting stijgt in 2025 met 3,5% tot € 3,75. Voor een nacht op de camping wordt 50% van het tarief betaald. De tarieven zijn afgerond op € 0,05. 2021
2022
2023
2024
2025
Hotels e.d.
3,50
3,50
3,50
3,65
3,75
Camping
1,75
1,75
1,75
1,80
1,90
8. Waterverblijfbelasting / Watertoeristenbelasting Het gaat hierbij om iedereen die niet staat ingeschreven in de gemeente en betaalt voor een verblijf op een vaartuigen in wateren van de gemeente. Er kan geen waterverblijfsbelasting worden geheven van passerende bootjes en dagjes mensen die geen betaalde diensten afnemen. Het tarief voor de watertoeristenbelasting wordt verhoogt van € 1,61 naar € 2,95 voor 2025. Het verschil tussen beide tarieven is begroot op circa € 0,267 miljoen. Verblijfsbelasting
2021
2022
2023
2024
2025
Land
3,50
3,50
3,50
3,65
3,75
Water
1,46
1,50
1,53
1,61
2,95
In de verordening is geüpdatet overeenkomstig de laatste inzichten over tarieven per ligplaats. In de praktijk zijn dit de belangrijkste toegepaste tarieven. Voorgesteld wordt een tarief per soort per vaste ligplaats. De tariefstructuur wordt hierdoor duidelijker. De tarieven worden dan:
vaartuig van 4 tot 8 meter vaartuig van 8 tot 12 meter
2024 € 50,72 € 63,76
2025 € 92,93 € 116,82
Pagina
vaartuig van 12 of meer
€ 79,53
7 van 10
€ 145,73
9. Leges Uitgangspunt van de leges is dat deze kostendekkend zijn. Op basis de Programmabegroting 2025 worden de legestarieven voor 2025 met 4,25% verhoogd. Dit geldt uiteraard niet voor de producten waarvoor een wettelijk tarief geldt. Uit het ingestelde onderzoek naar kostendekking blijkt dat de leges verre van kostendekkend zijn. 10. Lijkbezorgingsrechten / Grafrechten Het beheer en onderhoud van de begraafplaats wordt gefinancierd uit de inkomsten van de grafrechten. De geraamde inkomsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde lasten. Met de huidige kostendekkendheid is dit niet het geval. De kostendekkendheid is op dit moment circa 56%.
11. Precario Precario wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De tarieven voor precariobelasting zijn verhoogd met 3,5%. 12. Reclamebelasting De heffing van de reclamebelasting loopt naar tevredenheid van de ondernemersvereniging en gemeente. De reclamebelasting wordt geheven in twee winkelgebieden: winkelgebied Ophelialaan en het winkelgebied centrum Aalsmeer. De opbrengsten uit de reclamebelasting worden, na aftrek van de administratieve kosten, als subsidie uitgekeerd aan de door ondernemers opgerichte uitvoeringsorganisatie. De besteding van de gelden wordt door de ondernemers zelf bepaald. De heffing wordt voor 2025 gecontinueerd, het tarief wordt verhoogd van € 885,07 naar € 916,05. 13. Marktgelden Het beheer/uitvoering is uitbesteed aan de Meerlanden. Voor 2025 worden de tarieven verhoogd met 3,5%. Een overzicht van de wijzigingen is te raadplegen in de bijgevoegde "was/wordt tabel tarieven 2024/2025". Voorgesteld besluit 2: Geen veranderingen voor 2025 vast te stellen voor: De Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Aalsmeer 2023 en de verordening Kadegelden. Het kwijtscheldingsbeleid is in 2023 verruimt naar de ruimste mogelijkheid die wettelijk is toegestaan en hoeft hierom niet te worden aangepast.
Vanzelfsprekend wordt de raad op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op dit gebied. Voorgesteld besluit 3 In de programmabegroting 2025 uitvoering te geven aan de gefaseerde omzetting van de opbrengst OZB gebruikers niet-woningen naar de OZB eigenaren niet-woningen. Hiervoor een (budgetneutrale) verschuiving te maken voor de begrote opbrengst OZB gebruikers niet-woningen naar OZB eigenaren niet-woningen van € 710.000. Voorgesteld besluit 4
Pagina
8 van 10
Op basis van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) moeten voor bestemmingsheffingen en retributies de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten. Bij de aanbieding van de Programmabegroting 2025 is aangekondigd, dat deze financiële onderbouwing voor de bouwleges samen met het voorstel belastingverordening 2025 aan de raad wordt voorgelegd. Dit voorstel beperkt zich nadrukkelijk tot 2025. De komende tijd is nodig voor verdere verdieping en verfijning. Zowel ten aanzien van de analyse van de uitkomsten 2024 als ten aanzien van de ervaringen met de nieuwe wetgeving en de toepassing van het onderliggende rekenmodel. In de Kadernota 2026 komen wij terug op deze verdere verdieping ook in relatie tot de meerjarenbegroting. Hierna komen aan de orde: 1. 2. 3.
Gehanteerde uitgangspunten; Kosten en opbrengsten omgevingsvergunningen 2025; Budgettair effect.
Ad 1. Gehanteerde uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten voor het gemeentelijk tarievenbeleid zijn: - Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling; - Het hanteren van maximaal kostendekkende tarieven; - Terughoudendheid ten aanzien van lokale lastendruk burgers en bedrijfsleven. • De algemene systematiek van kostentoerekening in relatie tot tarieven is uiteengezet in programma 7 Overhead en de paragraaf lokale heffingen van de Programmabegroting 2025. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. • De opbrengstraming is gebaseerd op het bestaande inzicht in grotere bouwprojecten (“projectenlijst”), aangevuld met ervaringsgegevens voor overige projecten. • In samenhang met het verwachte bouwvolume, dat ten grondslag ligt aan de opbrengstraming, is aan de kostenkant de bijbehorende benodigde capaciteitsinzet geraamd. Ad 2. Kosten en opbrengsten omgevingsvergunningen 2025 Voor 2025 wordt een hoger bouwvolume verwacht dan opgenomen in het structurele begrotingsniveau. Hierdoor is sprake van hogere legesopbrengsten en samenhangende extra uitvoeringskosten. Er is voor 2025 een geactualiseerde onderbouwing opgesteld van kosten die voor toerekening aan de omgevingsvergunningen in aanmerking komen, alsmede een prognose van de te verwachten legesopbrengsten. De kostenraming komt uit op € 2,764 miljoen toerekenbare kosten.
Dit bedrag bestaat uit de componenten directe lasten € 1,429 miljoen en overige toe te rekenen kosten (€ 1,335 miljoen). De overige toe te rekenen kosten betreffen vooral overhead en btw. Dit zijn kostencomponenten die ook bij andere tariefonderbouwingen terugkomen. Tegenover deze kostenraming staat een geraamde opbrengst van € 2,577 miljoen, waarbij rekening gehouden is met 4,25% inflatie. Hiermee is sprake van een kostendekkendheid van 93% in 2025. Overzicht kostendekkendheid:
Pagina
9 van 10
Ad. 3 Budgettair effect 2025 De bijstelling 2023 betekent een incidenteel voordeel ten gunste van het begrotingssaldo 2025 van € 0,969 miljoen. Keuzemogelijkheden/alternatieven
Voor een alternatief is een heroverweging noodzakelijk van de afspraken zoals gemaakt in de perspectiefnota 2025 en de programmabegroting 2025 Participatie
N.v.t. Kanttekeningen en risico’s
Doordat de nu bekende waardeontwikkeling voor Aalsmeer fors hoger is dan de landelijke, waar vanuit werd gegaan tijdens de meicirculaire, betekent dit voor de algemene uitkering een nadelig herverdeeleffect van circa € 0,14 miljoen. Dit is meegenomen in de uitwerking van de septembercirculaire. Zie hiervoor het raadsvoorstel septembercirculaire 2024. De nu bekende mutaties op de WOZ-waarde zijn prognoses. Indien in een later stadium blijkt dat de waarde mutaties toch substantieel anders blijkt te zijn dan zal dit middels een erratum op de OZB-tarieven 2025 worden gecorrigeerd. Financiën
De totale opbrengst uit lokale belastingen, leges en heffingen bedraagt afgerond € 28 miljoen en maakt daarmee zo’n 25% uit van de totale gemeentelijke baten. De programmabegroting geeft meer informatie over de samenstelling van dit bedrag. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
De Tarievennota 2025 is opgesteld op basis van de Programmabegroting 2025 . In de gemeente Aalsmeer worden de OZB-tarieven eind september opgesteld. De OZB tarieven zijn gebaseerd op een eerste inschatting van de uitkomsten van de WOZhertaxatie. Indien er als gevolg van nieuwe inzichten substantiële mutaties zijn in de nu bepaalde WOZ-waardestijgingen dan zal hierop een erratum aan de tarievennota voor de behandeling in december aan de raad worden toegezonden. Oogmerk is dat de OZBtarieven zo worden vastgesteld dat de begrote OZB-opbrengst zo nauwkeurig mogelijk kan worden gerealiseerd. Evaluatie
Pagina
10 van 10
De tarievennota is onderdeel van de planning en control-cyclus. De belastingtarieven volgen direct voort uit de begroting. De resultaten worden indien van toepassing meegenomen in de tussenrapportages en afgesloten met de rekening/jaarstukken. Duurzaamheidsaspecten
Als gevolg van de huidige wettelijke systematiek lenen gemeentelijke belastingen en heffingen zich niet voor duurzaamheidsaspecten. Bijlagen
1.1 Verordening onroerendezaakbelastingen 2025 1.2 Verordening afvalstoffenheffing 2025 1.3 Verordening intrekking hondenbelasting 2024 1.4 Verordening rioolheffing 2025 1.5 Verordening forensenbelasting 2025 1.6 Legesverordening 2025 1.7 Verordening reclamegelden 2025 1.8 Verordening roerende zaakbelasting 2025 1.9 Verordening verblijfsbelasting 2025 1.10 Verordening waterverblijfsbelasting 2025 1.11 Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 1.12 Verordening precariobelasting 2025 1.13 Marktgeldverordening 2025 1.14 Was/wordt tabel 2024/2025
De secretaris, drs. Sj. Vellenga
De voorzitter, mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.