CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20241015 Getekend raadsvoorstel septembercirculaire 2024

3.Raad (besluitvormend) 7 november 2024, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Septembercirculaire 20246.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

{{signer1}} 16/10/2024 14:46:49 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 2a40ab65-4274-4513-b7b8-d753159a54f2

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 16/10/2024 11:07:07 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 2a40ab65-4274-4513-b7b8-d753159a54f2 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z24-106209

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Inge Harmsen 06-34559876 inge.harmsen@aalsmeer.nl Kernorganisatie

15 oktober 2024 wethouder ing. S.A.S. Spaargaren

Onderwerp

Septembercirculaire 2024 en addendum jeugdhulp programmabegroting 2025 Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1. Kennis te nemen van de uitkomsten van de septembercirculaire 2024. 2. Aan de stelpost areaal een structureel bedrag van € 0,263 miljoen toe te voegen ten behoeve van budgetbijstellingen die het gevolg zijn van wijzigingen in het gemeentelijk areaal. 3. De taakmutaties met samenhangende uitgaven in de begroting te verwerken. 4. Het effect van de bijstelling van de BUIG gelden te verwerken in de programmabegroting 2025. 5. Het restant structureel voordeel zoals opgenomen in de tabel onder Financiën van dit voorstel vanaf 2025 toe te voegen aan het begrotingsresultaat 2025-2028. 6. De begroting te wijzigen voor de budgetten jeugdhulp tot een saldo van € 9 miljoen. De dekking van deze bijstelling vindt plaats uit het positieve begrotingsresultaat (2025 en 2026) en de stelpost behoedzaamheid (vanaf 2027). Samenvatting

Dit raadsvoorstel gaat over de uitkomsten van de septembercirculaire 2024 over de uitkering gemeentefonds. Gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het Rijk informeert gemeenten over mutaties in de algemene uitkering via circulaires gemeentefonds. Deze septembercirculaire is de tweede circulaire van het jaar. Per saldo heeft de septembercirculaire 2024 een (minimaal) positief effect op de gemeentefinanciën van Aalsmeer in de meerjarenbegroting. In dit raadsvoorstel doen wij u een voorstel over de verwerking daarvan. In de programmabegroting 2025 is aangekondigd met een bijstelling te komen op de budgetten jeugdhulp vanaf 2025. In dit raadsvoorstel komen wij deze toezegging na. Doel

De ontwikkelingen van de septembercirculaire 2024 en het addendum jeugdhulp worden in dit raadsvoorstel vertaald naar hun betekenis voor de programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025 - 2028 van Aalsmeer. Prestatie

De raad informeren over de financiële mutaties in de algemene uitkering uit het gemeentefonds naar aanleiding van de septembercirculaire 2024 en de wijzigingen daarvan op de begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2028 en dit voorstel als addendum toe te voegen aan de programmabegroting 2025 (raadsvergadering 7 november 2024).

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 13

Voorgeschiedenis en context

Op 17 september is de septembercirculaire 2024 gepubliceerd. De septembercirculaire 2024 geeft een actualisatie van de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds ten opzichte van de meicirculaire 2024 en is gebaseerd op de Miljoenennota van het Rijk. Door het moment van publicatie kon de uitkomst van deze circulaire niet meer in de programmabegroting 2025 worden verwerkt. Dit aanvullende raadsvoorstel is daarom in de aanbiedingsbrief van de programmabegroting 2025 al aangekondigd. Een link naar de septembercirculaire 2024 vindt u hier: Septembercirculaire gemeentefonds 2024 | Circulaire | Rijksoverheid.nl Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Beslispunt 1 en 2 Onderstaand overzicht geeft een recapitulatie van de uitkomsten van de septembercirculaire 2024. Na dit overzicht volgt per post een toelichting en de overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit. Uitkomsten septembercirculaire 2024 en bijstandsgelden 24/25 e.a. 2024 A. Uitkomsten septembercirculaire A.1. budgettair septembercirculaire 2024 ev. 1a. mutaties/afrekeningen oude jaren (2022/2023) 1b. onderuitputting BCF 2024 1c. Indexatie WMO demografie (doorloop t/m '29) * reservering tbv toekomstige actualisering kostenontwikkeling 1d. algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. * verrekening via stelpost areaal * verrekening via stelpost nominaal

2025

bedrag x 1.000 euro 2027 2028

27

18

3

0

0

290 -263 0

100 -100 281 -263 0

200 -200 266 -263 0

300 -300 263 -263 0

0 28 -28

0 110 -110

0 109 -109

0 9 -9

0 9 -9

A. Effect septembercirculaire

513

27

18

3

0

B. BUIG-gelden C=A+B: TOTAAL EFFECT SEPTEMBERCIRCULAIRE & BUIG & OVERIG WAARVAN: C.1. Structureel C.2. Incidenteel -> ten gunste/laste van begrotingsresultaat totaal

-75

438

27

18

3

0

0 438 438

0 27 27

0 18 18

0 3 3

0 0 0

A.2. taakmutaties 2a. ontvangen bedragen taakmutaties via circulaire 2b. aanpassing bijbehorende (uitgaven)budgetten

513 -140 617

2026

36

(*)

A.1. Budgettair effect septembercirculaire 2024 ev. 1a. mutaties/afrekeningen “oude jaren”(2022/2023) Aanpassingen op verdeelmaatstaven1 in oude uitkeringsjaren door actuelere CBSstatistieken zorgen voor een incidenteel nadeel van € 140.000, met name door het achteraf verlagen van de uitkeringsfactor (-/-1 punt in 2022 en -/-2 punten in 2023) doordat de macro-volumes op verschillende verdeelmaatstaven bij de vaststelling achteraf hoger uitkomen. Normaliter zijn dit soort afrekeningen over oude jaren beperkter, omdat het Rijk hiervoor een verdeelreserve achter de hand heeft. 1b. onderuitputting BCF (BTW compensatiefonds) De septembercirculaire bevat een toevoeging aan het gemeentefonds van € 467 miljoen (incidenteel 2024) op basis van een verwachte onderuitputting van het BCF over 2024. Voor Aalsmeer betekent dit een incidenteel voordeel van € 617.000. Gemeenten kunnen hun betaalde BTW (met inachtneming van de nodige nuanceringen) declareren bij het BCF. In het kader van het Regeerakkoord Rutte II was het voornemen Het gaat om wijzigingen in de gehanteerde aantallen op lokale en landelijke volumes, inclusief doorwerking daarvan in de uitkeringsfactor. 1

Pagina

3 van 13

om dit fonds af te schaffen. In nader overleg met de VNG is hiervan afgezien, maar is wel het budgettaire risico afgewenteld op de gemeenten. Als gemeenten in totaliteit meer declareren dan beschikbaar in het BCF, dan wordt dit bedrag gekort op het gemeentefonds. Als gemeenten minder declareren komt het niet benutte deel van het fonds (onderuitputting) ten gunste van het gemeentefonds. De nu conform de circulaire verwerkte mutatie is een voorlopige afrekening. De definitieve vaststelling volgt in de meicirculaire 2025. 1c. indexatie Wmo vanwege demografie Overleg tussen Rijk en VNG over een betere bekostiging van het sociaal domein heeft onder meer geleid tot een afspraak om (een nader te bepalen deel van) de Wmo in de toekomst niet langer via de algemene uitkering uit het gemeentefonds te bekostigen, maar hiervoor een eigen uitkeringsvorm in te richten, die rekening houdt met een op de Wmo toegesneden indexering en met de kostenontwikkeling vanwege demografie/ vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking was in de Rijksbegroting al een reservering getroffen voor een aanvullende vergoeding van kostenstijgingen in de Wmo van structureel € 75 miljoen per 2026, oplopend tot € 300 miljoen structureel per 2029. Deze bedragen worden via de septembercirculaire toegevoegd aan het gemeentefonds.

De extra middelen worden vooralsnog “geparkeerd” en worden in de volgende P&C-cyclus richting Kadernota en begroting 2026 meegenomen in samenhang met de actualisering van de (prognose van de) ontwikkeling van de Wmo-uitgaven in 2026 en verder. 1d.: algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. Dit onderdeel van het voorstel gaat over de meerjarige accresontwikkeling in samenhang met de nominale ontwikkeling en overige algemene mutaties die met elkaar “de lengte of de breedte”, c.q. de groei/krimp van de algemene uitkering bepalen. Onderstaand overzicht geeft een specificatie van de samenstelling van dit pakket aan mutaties, gevolgd door een toelichting per post. specificatie algemene mutaties accres, uitkeringsbasis, areaal, c.a.

bedrag x 1.000 euro 2027 2028

2024

2025

2026

1d-1) accres 1d-2.1) digitaal stelstel omgevingswet 1d-2.2) kinderopvang sociaal medische indicatie (SMI) 1d-2.3) ELIP 1d-2.4) Toezicht/handhaving kwal.eisen kinderopvang 1d-2.5) Wet betaalbare huur 1d-3) bijstelling verdeelmaatstaf WOZ/belastingcapaciteit

18 -18

408 -25 8

413 -30 8

418 -35 8

423 -40 8

1 2 29 4

3 39 -143

33 -143

18 -143

15 -143

Totaal # verrkenen met stelpost areaal # verrekenen met stelpost nominaal

36 0 0 36

290 -263 0 27

281 -263 0 18

266 -263 0 3

263 -263 0 0

1d-1) algemene mutaties accres2 en maatstaven (nominaal/areaal), c.a. De “harde uitwerking 2024/2025” geeft het volgende beeld: “Accres” is de gemeentefondsterm voor groei. Dit accres, c.q. deze groei kan ook negatief zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal accres (de totale mutatie inclusief inflatie) en reëel accres (de totale mutatie geschoond voor inflatie). De inflatiecomponent bevat naast loon- en prijsontwikkeling in enge zin ook een (beperkte) ruimte voor jaarlijkse autonome ontwikkelingen/groei. Tenzij anders vermeld wordt met accres het nominaal accres bedoeld. Voor het bepalen van de hoogte van het accres heeft het Rijk met ingang van 2024 de voorheen geldende “samen-trap-op-en-trap-af-systematiek” verlaten. De nieuwe rekenregel baseert zich op de ontwikkeling van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Een prijscomponent volgt het actuele pBBP (prijsindex BBP). Een volumecomponent volgt de reële groei van BBP op basis van een historisch meerjarig gemiddelde (t-/-9 tot en met t-/2). 2

Pagina

•

•

4 van 13

In 2024 daalt door hogere landelijke volumes de uitkeringsfactor met 8 punten. Dit is een forse bijstelling die voor Aalsmeer een daling van de algemene uitkering betekent met € 0,35 miljoen (-/-8 punten à € 43.000 per punt voor Aalsmeer). Dit nadeel wordt voor ongeveer een gelijk bedrag “gedempt” door hogere waarden op de eigen lokale volumes. Per saldo bedraagt het verschil nihil. Met ingang van 2025 ontstaat een voordeel van afgerond € 0,4 miljoen (structureel). Dit is gevolg van twee ontwikkelingen: => In de eerste plaats blijkt de verlaging van de uitkeringsfactor 2024 met 8 punten “slechts” voor 5 punten structureel door te werken in 2025 terwijl de lokale score in 2025 juist gunstiger dan in 2024 (€ 0,2 miljoen voordeel)3. => In de tweede plaats bevat het Centraal Economisch Plan (CEP, basis voor de Rijksbegroting/septembercirculaire) een prijsindex BBP die 0,4% hoger is dan de prijsindex BBP in de Macro Economische Verkenning (MEV, basis voor de Voorjaarsnota/meicirculaire). Dit levert Aalsmeer € 0,2 miljoen extra accres op. Dit is een voordeel omdat er geen aanleiding is om de eigen nominale grondslagen voor de begroting 2025 aan te passen.

Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2026-2028, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming. Ten opzichte van de meicirculaire bevat de septembercirculaire in de latere jaarschijven een negatieve bijstelling van het volumeaccres (op basis van historische gemiddelde groei BBP) oplopend naar € 160.000. Dit kan worden opgevangen binnen de trendmatig reële nullijn die in de meerjarenraming wordt gehanteerd voor stabiliteit. 1d-2) Taakmutaties zonder samenhangende post De septembercirculaire bevat mutaties van specifieke aard die geen direct samenhangende post kennen, maar worden meegenomen in de plussen en minnen in de algemene middelen: • digitaal stelsel Omgevingswet: Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Met ingang van 2020 is hiervoor structureel € 18 miljoen uit het gemeentefonds gehaald. Het uiteindelijke prijskaartje komt beduidend hoger uit, reden om in deze septembercirculaire een extra bijdrage uit het gemeentefonds te halen. Voor Aalsmeer betekent dit een structurele uitname van € 18.000 in 2024 die meerjarig oploopt tot een niveau van € 40.000 per 2028. Macro bezien zitten dan op een totale uitname van circa € 45 miljoen.

De huidige afspraken gaan er van uit, dat daarmee het definitieve structurele niveau van de bijdrage is bereikt. Het eindplaatje van de bekostiging van de omgevingswet is zeer complex en de uitkomst op dit moment hoogst onzeker. Het op voorhand belasten van dit financiële plaatje met een aparte taakstelling om de onderhavige uitname te dekken creëert een financieel risico. Mocht de definitieve vormgeving van de uitvoering op de omgevingswet zich de komende jaar zodanig ontwikkelen dat (een deel van) de kosten terugverdiend kan worden, dan kan dit alsdan binnen de brede integrale afwegingen en in te vullen taakstellingen worden meegenomen. •

kinderopvang sociaal medische indicatie De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Het Rijk komt nu met

Waarom de bijstelling 2024 slechts deels structureel doorwerkt en of dit nog risico’s inhoudt is lastig te duiden. Zie hiervoor de algemene toelichting op de gesignaleerde grote schommelingen in de gehanteerde volumes op verdeelmaatstaven. 3

Pagina

•

5 van 13

een compensatie omdat de SMI landelijk steeds meer onder druk komt te staan (€ 8.000 voor Aalsmeer). Het structureel benodigde budget is op orde door toekenning van een aanvullend budget in de 1e bestuursrapportage 2024/ Kadernota 2025. Eindelening Inburgering (ELIP) Conform afspraken in bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG ontvangen gemeenten een bedrag voor het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtigen (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen deze doelgroep begeleiden. Aalsmeer ontvangt via deze circulaire eenmalig € 1.000 in 2024. Dit bedrag is gelet op de omvang niet als specifieke taakmutatie toegekend.

•

Toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de opvang In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. De aanpassingen zijn in werking getreden op 1 juli 2023, 1 februari 2024 en 1 juli 2024. Het gaat om kosten van implementatie van de regelgeving bij gemeenten en GGD’en en het uitvoeren van de eerste keer toezicht en handhaving op de aangepaste kwaliteitseisen. Het gaat om € 1,1 miljoen in 2024 en € 1,8 miljoen in 2025. Voor Aalsmeer betekent dit respectievelijk € 2.000 en € 3.000. Ook deze middelen zijn door geringe omvang niet als specifieke taakmutatie toegekend.

•

Wet betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: # De maximale huurprijzen op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). # De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. # De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om deze nieuw wet in te voeren (implementatie) en uit te voeren. Dit betreft structurele middelen voor het ontvangen en behandelen van meldingen, alsmede incidentele middelen voor eenmalige implementatiekosten en voor de piekperiode in werkzaamheden in de eerste jaren na de inwerkingtreding van de wet. De middelen zijn niet als specifieke taakmutatie toegekend voor dit doel. Naar aanleiding van de eerdere toekenning in de 2e bestuursrapportage 2023 (septembercirculaire 2023) heeft de AA-organisatie voor de uitvoering van deze wet voor 2023 en 2024 aanvullend budget ontvangen. Na evaluatie van de uitvoering hiervan wordt beoordeeld of deze middelen structureel overgeheveld moeten worden/ beschikbaar moeten worden gesteld in het kader van de uitvoering van deze wettelijke taak.

1d-3) ontwikkeling WOZ Het verdeelstelsel voor de algemene uitkering houdt rekening met verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten. De achterliggende gedachte is, dat gemeenten met hogere WOZ-waarden geacht worden meer eigen belastinginkomsten te genereren en minder geld uit het gemeentefonds nodig hebben4. De herberekening van het onderdeel WOZ/belastingcapaciteit levert een structureel nadeel op van € 143.000 vanaf 2025. Technisch werkt dit via een negatieve verdeelmaatstaf (aftrekpost) belastingcapaciteit. Het negatieve bedrag via deze verdeelmaatstaf wordt weer verdeeld via de overige verdeelmaatstaven en de uitkeringsfactor zodat de koek even groot blijft. De aftrekpost wordt berekend door de werkelijke WOZ-waarde per gemeente te vermenigvuldigen met landelijke geldend rekentarieven voor woningen 4

Pagina

6 van 13

De bijstelling 2024/2025 kent twee verschillende stappen: • Als eerste stap is de actuele stand van de WOZ-waarden voor het lopende begrotingsjaar 2024 bepaald. Dit heeft een beperkt effect; • Als tweede stap is ten behoeve van het tariefvoorstel OZB een nieuwe inschatting gemaakt van de stijging van de WOZ-waarde voor het begrotingsjaar 2025 op basis van de meest actuele taxatiegegevens. Ten tijde van de meicirculaire werd nog uitgegaan van een waardestijging van 3,5% voor woningen en 1,25% voor nietwoningen conform de landelijke prognose. Inmiddels tekent zich af dat de waardestijging in Aalsmeer hoger uitkomt: 7% voor woningen en 3% voor nietwoningen. Deze bijstelling heeft geen invloed op de OZB-opbrengst van de gemeente (bij een hogere WOZ-stijging wordt het tarief navenant lager), maar betekent wel een nadeel effect op de algemene uitkering van € 0,1 miljoen structureel. Beslispunt 3 A.2. Taakmutaties met samenhangende post Onder de noemer taakmutaties gaan we in op nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties). De algemene beleidslijn is, dat het in deze gevallen gaat om wijzigingen in taken/werkzaamheden en dat er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt.

Afhankelijk van de aard en omvang van de maatregel kan nadere besluitvorming plaatsvinden aan de hand van aparte advisering. Onderstaand overzicht bevat de mutaties uit de circulaire. Onder de tabel is per post een toelichting opgenomen. specificatie taakmutaties Omschrijving

2024

a) participatie a1) WSW / AM-Match a2) Beschut werk b) bibliotheken c) alleenverdienersproblematiek '23-'24 d) landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA)

struct.'25ev struct.'25ev incid. '25-'26 incid. '24 incid. '24

e) bijstand jongerennorm f) wet op de lijkbezorging

struct.'26ev incid.'26-'31

Totaal toekenning taakmutaties aan (uitgaven)budgetten

bedragen x € 1.000 2027 2028

2025

2026

5 5 100

5 5 100

5 5

5 5

-7 6

-7 6

-7 6

109

9

9

24 4

28

110

Ad a1/a2) participatie (WSW & Beschut werk) Aalsmeer ontvangt extra bedragen via de Decentralisatie uitkering Werk. Deze uitkering bestaat uit twee componenten, te weten het WSW-budget en het budget beschut werk. Meerjarig wordt het WSW-budget afgebouwd en groeit het budget beschut werk. Dit laatste vanwege de te verwachten groei van deze doelgroep door afbouw, c.q. inperking van de WSW en de Wajong. Het WSW-budget heeft als direct samenhangende post de gemeentelijke bijdrage aan AM-Match. De septembercirculaire bevat extra structurele middelen als compensatie voor het afschaffen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Voor Aalsmeer gaat het om € 10.000, gelijk verdeeld ten gunste van het WSW-budget en het budget Beschut Werk. Ad. b) bibliotheken

en niet-woningen. Daarbij doet 80% van de woningwaarde mee en 70% van de waarde nietwoningen.

Pagina

7 van 13

In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Op termijn is de invoering van een wettelijke zorgplicht voor gemeenten ten aanzien van de openbare bibliotheek voorzien. Voor de uitvoering van die zorgplicht zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In afwachting hiervan ontvangen gemeenten via deze september-circulaire geld, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Aalsmeer ontvangt incidenteel het minimumbedrag van € 100.000 in 2025 en in 2026. In december 2023 is de raad al geïnformeerd dat deze middelen in het kader van de gemeentelijke zorgplicht voor bibliotheken voor de bibliotheek beschikbaar blijven. Ad. c) alleenverdienersproblematiek ’23-‘24 Gemeenten ontvangen middelen om financiële ondersteuning te bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Dit vooruitlopend op een definitieve oplossing van deze problematiek. Aalsmeer ontvangt incidenteel € 24.000 in 2024. Dit bedrag is voor het totaal van uitkeringsbedragen en uitvoeringskosten.

Inmiddels is duidelijk geworden, dat een definitieve oplossing “aan de voorkant” op zijn vroegst ingaande 2028 te verwachten is. Voor de jaren 2025-2027 zal een reparatie plaatsvinden op vergelijkbare wijze als voor 2023/2024. De komende gemeentefondscirculaires bevatten hiervoor bedragen per gemeente op basis van de dan bekende gegevens/aantallen. Ad d) Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden die beoogt de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren via te verrichten onderzoek of een persoon als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Het Rijk verstrekt een incidentele bijdrage met het oog op de extra werkzaamheden die deze nieuwe aanpak met zich meebrengt voor gemeenten. Aalsmeer ontvangt incidenteel € 4.000 in 2024. Van een kostendekkende vergoeding voor dit meerwerk is daarmee geen sprake. Het Rijk stelt zich op het standpunt dat een juist en volledig BRP reeds tot het bestaande takenpakket van de gemeente behoort en geacht wordt onderdeel uit te maken van de bestaande bekostiging. Ad.

e) Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten. Daarom worden er per 2026 middelen vanuit de algemene uitkering (cluster Participatie) overgeheveld naar de algemene bijstand (BUIGbudget). Voor Aalsmeer bevat deze circulaire voor dit onderdeel een uitname uit het gemeentefonds van€ 7.000 met ingang van 2026. Welk bedrag hiervoor via het BUIG-budget 2026 terugkomt is nu nog niet bekend. Deze mutatie wordt vooralsnog “geparkeerd” en in de volgende P&C-cyclus richting Kadernota en begroting 2026 verder behandeld. Ad. f) Wet op de lijkbezorging

Pagina

8 van 13

De septembercirculaire bevat een toekenning van middelen aan gemeenten met ingang van 2026 vanwege een wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer (modernisering van de Wet op de lijkbezorging). De middelen worden toegekend voor de jaren 2026 tot en met 2031. Voor de jaren 2032 en verder dient over het structureel toekennen van middelen in het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU) nog een besluit te worden genomen door de Ambtelijke Commissie Uitvoering (ACU). Voor Aalsmeer gaat het om structureel € 6.000 met ingang van 2026. Deze mutatie wordt vooralsnog “geparkeerd” en zal in de volgende P&C-cyclus richting Kadernota en begroting 2026 worden meegenomen. Beslispunt 4 Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Het Ministerie van SZW heeft 1 oktober 2024 opgaven verstrekt voor de bijstandsgelden 2024/2025. Dit betreft het definitieve budget 2024 en het voorlopige budget 2025. Deze gelden worden aangeduid als BUIG-gelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). Het gaat om een budget dat gemeenten ontvangen voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente.

Het macrobudget wordt vastgesteld met rekenregels van het CPB voor de prognose van het totale verwachte bijstandsvolume als afgeleide van de economische ontwikkeling en de ontwikkeling van de werkloosheid, rekening houdend met eventuele gevolgen van specifiek Rijksbeleid dat van invloed is op het bijstandsvolume. Dit budget wordt voor het grootste deel bepaald via een objectief verdeelmodel. Met ingang van 2022 is een apart deelbudget Loonkostensubsidie gevormd, dat wordt verdeeld op basis van de historische (werkelijke) uitgaven van gemeenten op dit onderdeel in het voorafgaande jaar (t-1)5. Dit als beoogde prikkel om dit instrument in te zetten. Het BUIG-budget gaat alleen over de uitkeringsgelden. De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds. Het totale macrobudget voor de BUIG-gelden bedraagt afgerond € 7,5 miljard in 2025 waarvan € 0,6 miljard deelbudget Loonkostensubsidie. 1. definitief budget 2024 Het Aalsmeerse BUIG-budget 2024 is definitief vastgesteld op € 5,9 miljoen. Dit is € 0,4 miljoen meer dan het voor de zomer bekend gemaakte nader voorlopige budget ad. € 5,5 miljoen. Dit wordt voor het overgrote deel verklaard door een indexering van afgerond 6,9%[1]. In de 1e bestuursrapportage is de begroting 2024 reeds bijgesteld voor een te verwachten loon-prijscompensatie van € 0,3 miljoen.

Nu met de definitieve beschikking resulteert dit in een verhoging van de inkomstenkant met € 0,1 miljoen ten opzichte van de begroting van 2024. Aan de uitgavenkant leidt de actuele prognose tot een bijstelling van € 0,3 miljoen en stijgt daardoor van € 5,3 miljoen naar € 5,6 miljoen. Deze stijging wordt veroorzaakt door een hogere stijging van het minimumloon dan in eerste instantie rekening mee was gehouden. Per saldo is ten opzichte van de actuele begroting sprake van een nadeel van afgerond € 0,2 miljoen in 2024. 2. voorlopig budget 2025

Bij de voorlopige toekenning wordt in eerste instantie uitgegaan van de gegevens (t-2), bij de nader voorlopige vaststelling vindt definitieve vaststelling plaats op basis van (t-1). [1] De loon/prijs-compensatie over het lopende jaar kent het Rijk pas in het najaar toe bij de definitieve vaststelling van het budget. Tot dat moment is het (nader) voorlopige budget nog op basis van prijspeil vorig jaar. 5

Pagina

9 van 13

Voor 2025 is nu een eerste voorlopige opgave verstrekt. Het macrobudget 2025 stijgt ten opzichte van 2024 met € 138 miljoen (+1,9%). Naast een jaarlijkse groei vanwege instroom in de bijstand door de geleidelijke afbouw, c.q. inperking van WSW, Wajong en IOAW is deze groei het gevolg van een stijging van het bijstandsvolume als afgeleide van een door het CPB verwachte oplopende werkloosheid. Binnen het macrobudget zien we een verdere uitbouw van het aparte deelbudget voor de LKS (Loonkostensubsidie). Hier komt ruim de helft van de totale groei terecht (€ 75 miljoen van de € 138 miljoen). Aan de inkomstenkant neemt het Aalsmeerse BUIG-budget toe met € 0,3 miljoen van € 5,9 miljoen (zie boven, definitief budget 2024) naar € 6,2 miljoen. € 0,1 miljoen hiervan wordt verklaard door de hiervoor toegelichte groei van het macrobudget. Daarnaast is sprake van een positief herverdeeleffect van € 0,2 miljoen als gevolg van het actualiseren van de gehanteerde grondslagen in het objectief verdeelmodel Aan de uitgavenkant houden we vooralsnog vast aan een evenredige groei van het macrobudget. Er wordt rekening gehouden met een stijging van € 0,1 miljoen ten opzichte van 2024. De meicirculaire 2025 in samenhang met de nader voorlopige vaststelling van het BUIG-budget 2025 is het aangewezen moment voor een nader gefundeerde vervolgprognose van de uitgaven voor 2025.

De nu opgenomen uitgavengroei van € 0,1 miljoen bij een hoger BUIG-budget van € 0,2 miljoen betekent een structureel voordeel in 2025 van € 0,1 miljoen. Inclusief de bijstelling 2024 ontstaat cumulatief het volgende beeld: #structurele doorwerking bijstelling 2024 (nadelig) € 208.000 #structureel voordeel meicirculaire 2024 (voordelig) € 133.000 # structureel voordeel bijstelling 2025 (voordelig) € 85.000 ----------# totaal voordelig cumulatief ‘24/’25 (structureel) € 10.000 ====== De voorlopige toekenning 2025 is prijspeil 2024. De LPO-correctie 2025 volgt in het najaar. Het nadeel in 2024 is onderdeel van de 2e bestuursrapportage 2024. Het voorstel is om het structurele voordeel van € 10.000 te parkeren in afwachting van de LPO correctie 2025. Beslispunt 5 1. De septembercirculaire betekent “onderaan de streep” een incidenteel voordeel van per saldo € 513.000. Dit incidentele voordeel betreft vooral de uitkering van onderuitputting BCF 2024. In 2024 is er sprake van een incidenteel nadeel van € 75.000 op de budgetten BUIG. Per saldo komt € 438.000 ten gunste van het begrotingsresultaat 2. Structureel wijzigt het begrotingsbeeld nauwelijks. De (geringe) incidentele effecten in 2025, 2026 en 2027 worden toegevoegd aan het begrotingsresultaat. 3. De circulaire bevat verder een aantal specifieke taakmutaties.

Deze mutaties worden als regel budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgaven- en of inkomstenposten. In een aantal gevallen is ook sprake van taakmutaties die geen aanleiding geven om samenhangende posten op te nemen. Beslispunt 6 In de aanbiedingsbrief van de programmabegroting 2025 hebben wij u een winstwaarschuwing gegeven over de budgetten jeugdhulp en de toezegging gedaan hierop in het raadsvoorstel septembercirculaire 2024 terug te komen. Dat doen wij nu.

Pagina

10 van 13

De kosten voor de jeugdhulp die de gemeente moet betalen blijven stijgen. In de Kadernota voor 2025 is een budget voor 2025 opgenomen van € 8,2 miljoen voor de verschillende taakvelden van de jeugdhulp. In 2024 zijn de verwachte kosten gestegen tot boven de € 9 miljoen. Zonder verder ingrijpen stijgen de kosten naar verwachting verder door. Het college zet extra in op kostenbesparingen, maar ziet ook dat het ophogen van de begroting voor 2025 noodzakelijk is. Dit heeft mede te maken met de ontwikkeling van de kosten in 2024. Mogelijke opwaartse druk op de kosten voor 2025 Er zijn verschillende factoren die (kunnen) zorgen voor een verdere stijging van de kosten. Ten eerste is er de contractueel vastgelegde indexatie van lonen (ca €350.000 voor 2025). Ten tweede is er een trend van de stijging van de kosten per traject over de gehele breedte (een kleine stijging per jeugdige kan zorgen voor een stijging in kosten van tonnen omdat het om meer dan 900 jeugdigen per jaar gaat die jeugdhulp ontvangen). Ten derde zien we een trend in de stijging van de kosten bij een kleiner aantal complexe zorgvragen (dat kan gaan om tienduizenden tot meer dan honderdduizend euro per jeugdige per jaar). Een stijging van het aantal jeugdigen in jeugdhulp kan vanzelfsprekend ook zorgen voor een stijging van kosten.

Op basis van de ontwikkeling in het 1e en 2e kwartaal van 2024 lijkt dit effect mee te vallen. Als we als gemeente niks doen zouden de kosten in 2025 kunnen stijging richting de € 10 miljoen per jaar. Opbrengsten kostenbesparingen Om de kosten te beheersen, hebben we besparende maatregelen doorgevoerd, zoals de inzet van praktijkondersteuners bij huisartsen (POH). In 2023 heeft dit al geleid tot een besparing van € 0,65 miljoen. In 2024 zitten we voor het eerste half jaar al op € 0,5 miljoen aan aantoonbare besparingen. Ondanks de groeiende opbrengsten van de besparingen blijven de kosten stijgen. Anders omgaan met de huidige situatie Er is groeiend en breder gedeeld besef bij maatschappelijk partners dat we anders willen inspelen op de maatschappelijke vraag. Vanuit dit besef, de personeelstekorten, de grote stijging van de zorgkosten alsmede de druk op de gemeentelijke financiën wordt verder ingezet op kostenbesparingen. Er wordt ingezet op het anders inspelen op de maatschappelijke vraag. Bijvoorbeeld door niet direct meer in te zetten op individuele jeugdhulp. Dit leidt tot een vermindering van de instroom. Verder wordt ingezet op een beperking van de zorgzwaarte. Een belangrijke focus hierbij is het verminderen van de zorgzwaarte bij lichtere jeugdhulpvragen. Door het college is een bestuursopdracht vastgesteld die richting geeft aan de gewenste ontwikkeling.

Er wordt onder meer gewerkt aan richtinggevende en eventueel kaderstellende doelen per verwijsgroep, aanbieder(s) en/of zorgcategorieën. Ouders en jeugdigen, verwijzers, aanbieders, samenwerkingspartners zullen gaan merken dat er extra wordt gestuurd op het beheersen van de kosten. Bijvoorbeeld dat er niet direct meer een verwijzing naar individuele hulp wordt afgegeven of dat procedures wijzigen. We zoeken nadrukkelijk de samenwerking met partners, zeker als het gaat om de hulp aan jeugdigen in een kwetsbare positie. Tegelijk hebben we een collectieve verantwoordelijkheid om de kosten in de gaten te houden. Voorstel begrotingsbedrag voor 2025 Voor 2025 stelt het college voor om de begroting voor de verschillende taakvelden op jeugdhulp op € 9 miljoen vast te stellen. Dit is een verhoging van € 0,8 miljoen ten opzichte van de huidige begroting voor 2025. Dit heeft mede te maken met dat ca 60% van de jeugdhulptrajecten doorlopen in het volgende jaar en de kosten voor 2024 naar verwachting boven de € 9 miljoen uit zullen komen. Met het voorgestelde bedrag van € 9

Pagina

11 van 13

miljoen wordt rekening gehouden met een stijging van kosten door de indexatie. Er wordt vanuit gegaan dat de kostenbesparende maatregelen aanzienlijk zullen opleveren (ca € 0,5 miljoen extra naast de huidige maatregelen) en dat de zorgzwaarte overall en voor complexe trajecten niet enorm toeneemt. Keuzemogelijkheden/alternatieven

BTW compensatiefonds Hiervoor is onder 1b ingegaan op onderuitputting BCF (BTW compensatiefonds. De huidige systematiek van de gemeente is dat de onderuitputting BCF wordt verantwoord in het jaar dat deze door het Rijk verrekend wordt. De provinciaal toezichthouder staat gemeenten toe om een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse over- of onderschrijding van het plafond. Dit op basis van de laatst bekende afrekening. In dit geval is dat € 443 miljoen in 2023. In geval Aalsmeer hiervoor zou opteren betekent dat ca. € 0,5 miljoen per jaar aan aanvullende inkomsten. Areaaleffect Ten behoeve van de berekening van de algemene uitkering van het gemeentefonds is (meerjarig) uitgegaan van het aantal inwoners (33.279). Voor iedere inwoner die op 1 januari 2025 in de gemeente woont ontvangt Aalsmeer € 533 extra aan algemene uitkering. Bij een toename van het aantal inwoners per 1 januari 2024 met bijvoorbeeld 200 bete-kent een structurele toename van de algemene uitkering met € 106.600. Met deze groei is in deze berekening nog geen rekening gehouden. Ook omdat tegenover een groei van het aantal inwoners veelal ook een stijging van kosten staat. Participatie

Niet van toepassing Kanttekeningen en risico’s

Het in 2023 ingevoerde nieuwe verdeelmodel kent deels andere, maar vooral ook minder maatstaven met grotere gewichten. Als de volumes voor de maatstaven worden geactualiseerd (macro en lokaal) leidt dat tot beduidend grotere mutaties dan voorheen. Omdat dit model nieuw is, ontbreekt daarbij nog het ervaringsgevoel, hetgeen de schommelingen vooralsnog onvoorspelbaar maakt. De notitie bij de meicirculaire signaleerde dit reeds en bij de uitwerking van de septembercirculaire is dit opnieuw vermeldenswaard. Financiën

De belangrijkste uitkomsten van deze circulaire staan hieronder vermeld. Onder overwegingen zijn nadere details hierover opgenomen. 1. De septembercirculaire levert een incidenteel voordeel van per saldo € 513.000. Dit incidentele voordeel betreft vooral de uitkering van onderuitputting BCF 2024 en komt ten gunste van het begrotingsresultaat 2024; 2. Structureel wijzigt het begrotingsbeeld niet, met gebruikmaking van de stelposten areaal. a. Structureel bevat de circulaire een positieve bijstelling van het accres met € 0,4 miljoen vanwege een iets hogere pBBP (prijsindex Bruto Binnenlands Product). b. De doorwerking van hogere WOZ-waarden betekent structureel een nadeel van € 143.000. c. In de 2026-2028 bevat de septembercirculaire een negatieve bijstelling van het volumeaccres (op basis van historische gemiddelde groei BBP) oplopend naar € 160.000 die kon worden opgevangen binnen de trendmatig reële nullijn die in de meerjarenraming wordt gehanteerd.

12 van 13

Pagina

d. Sluitpost voor een budgettair neutraal verloop is een toevoeging aan de stelpost areaal van € 263.000. 3. De nieuw bekengemaakte BUIG-budgetten leveren een structureel voordeel op per 2025 van € 10.000. Het voorstel is om deze middelen beschikbaar te houden in afwachting van het definitieve LPO accres in 2025. In 2024 is er sprake van een incidenteel nadeel van € 75.000. 4. De circulaire bevat verder een aantal specifieke taakmutaties. Deze mutaties worden budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgaven- en of inkomstenposten. In een aantal gevallen is ook sprake van taakmutaties die geen aanleiding geven om samenhangende posten op te nemen. 5. Als gevolg van de bijstelling van de jeugdhulpbudgetten vindt er een bijstelling plaats van de jeugdhulpbudgetten in 2025 met € 809.000 en vanaf 2026 met € 939.000. Dekking van deze bijstelling vindt plaats uit het positieve begrotingsresultaat 2025 en 2026 en vanaf 2027 uit de stelpost behoedzaamheid. Samengevat betekent bovenstaande het volgende voor het begrotingsresultaat 2024 – 2028 (bedragen * € 1.000):

Stand begroting volgens laatst vastgestelde P&C document/ genomen raadsbesluiten

Mutaties obv raadsvoorstel septembercirculaire 2024 Effect septembercirculaire BUIG (per saldo) Bijstelling budgetten jeugdhulp Dekking stelpost behoedzaamheid Stand programmabegroting 2024 - 2028

2024

2025

2026

2027

2028

1.712

1.406

1.870

-1.189

-2.280

513

27

18

3

0

-75

0 -809

0 -939

0 -939 939

0 -939 939

2.150

624

949

-1.186

-2.280

De mutatie als gevolg van de septembercirculaire 2024 is onderdeel van de 2e bestuursrapportage 2024 (raad 12 december 2024). De mutaties in het meerjarenperspectief worden als een aparte begrotingswijziging voorgelegd als addendum bij de programmabegroting 2025 (raad 7 november 2024). Na de afronding van dit voorstel is gebleken dat de doorwerking van de herziening van de CBS-revisie slechts gedeeltelijk is verwerkt in het accres voor gemeenten en provincies. De accressen 2025-2029 in de Septembercirculaire gemeentefonds 2024 blijken daardoor te laag te zijn vastgesteld. Indicatief gaat het om afgerond € 50 miljoen extra accres in 2025 en om cumulatief € 175 miljoen extra accres in 2028. Gemeenten ontvangen nog bericht hoe dit te verwerken. Voor Aalsmeer betekent dit ca. € 70.000 in 2025 oplopend tot ca. € 300.000 in 2028. In het eerstvolgende voorstel naar aanleiding van de circulaire gemeentefonds (december of mei) wordt dit verschil rechtgetrokken. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Na de raadsvergadering van 7 november sturen wij dit voorstel samen met de programmabegroting 2025 ter informatie aan Gedeputeerde Staten. Evaluatie

Niet van toepassing Duurzaamheidsaspecten

Niet van toepassing Bijlagen

Pagina

13 van 13

Septembercirculaire 2024

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=7f1212a5-df74-4b1f-a3c5-2026835a648f