20240924 Programmabegroting Aalsmeer 2025 definitief
Tekst van het document
Daar is ook toegelicht dat door een hoger investeringsbedrag er sprake is van een hogere maatwerkbijdrage (budgettair effect € 85.000) dan waarmee in de Kadernota 2025 rekening is gehouden. Ook is de verwachte in gebruik name van de nieuw te bouwen kazerne aan de orde gekomen. Waar in de Kadernota 2025 nog sprake was van 2026, is dat 2027 geworden. Vooruitlopend op de besluitvorming passen we de ramingen aan op de beschikbare ramingen. Het voorstel is de hogere maatwerkbijdrage te dekken uit de stelpost behoedzaamheid (zie ook programma 8). Voor 2026 is er, als gevolg van een verschuiving van het moment van in gebruik name, sprake van een incidenteel voordeel op het begrotingsresultaat van € 315.000.
Verbonden partijen Naast de uitvoeringsorganisatie dragen verbonden partijen bij aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Bij de realisering van de doelstellingen van programma Bestuur, bevolking en veiligheid zijn betrokken: • Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, • Vervoerregio Amsterdam;
Programmabegroting 2025
77
Gemeente Aalsmeer
• •
Amstelland- en Meerlandenoverleg; en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.
Programmabegroting 2025
78
Gemeente Aalsmeer
2.7 Overhead Inleiding Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de overhead op een separaat programma wordt begroot, verantwoord en in een apart overzicht wordt opgenomen. De programma’s bevatten daarmee alleen de baten en lasten van het primaire proces: het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. Ter wille van een uniforme verantwoording in alle gemeenten is een eenduidige afbakening van belang van enerzijds de kosten die verband houden met het primaire proces en anderzijds de kosten die gerekend worden tot de overhead. Daartoe geeft de regelgeving een uitvoerige en gedetailleerde omschrijving van wat er valt onder het taakveld “0.4 Ondersteuning” binnen dit programma. In december 2023 is er een geactualiseerde notitie Overhead van de commissie BBV verschenen. Deze notitie kent als ingangsdatum de programmabegroting 2025. De eerder verschenen notitie uit 2016 is daarmee niet meer van toepassing. Belangrijkste wijziging in de notitie is een andere, minder brede afbakening van de definitie van het begrip overhead. Samengevat bestaat de overhead uit: • loonlasten van functies in het PIOFACH domein (P&O/ HRM, inkoop, financiën, • •
communicatie, ICT, juridische zaken en facilitaire zaken); ICT lasten van de PIOFACH-systemen; huisvestingslasten;
• •
uitbestedingslasten PIOFACH taken; rentelasten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces.
De Aalsmeerse overhead is voor een belangrijk deel "afkomstig" uit de AA-organisatie en wordt doorbelast in de dienstverleningsbijdrage. Als gevolg van de gewijzigde notitie is door de AAorganisatie de nota kostentoerekening geactualiseerd. Deze nota is op 16 juli door het college van Amstelveen vastgesteld. Op de totale bijdrage die Aalsmeer op basis van de centrumregeling betaalt heeft de notitie geen invloed. gevolg van de notitie is wel dat er meer kosten moeten worden toegerekend aan de taakvelden (programmabudgetten) dan voorheen. Dit betekent een hogere doorbelaste capaciteit op de taakvelden en lagere kosten op de overhead. Het effect hiervan zien we bij de kostendekkende exploitaties en in de doorbelaste overhead voor de projecten. In de uitwerking van toerekening van overhead is conform onze financiële verordening gekozen deze te bepalen als percentage van de directe ambtelijke capaciteitsinzet. Als generieke sleutel komt de ambtelijke capaciteit het meest in aanmerking, aangezien er een significante correlatie is tussen de omvang van de directe ambtelijke capaciteit en de omvang van de (ondersteunende) overhead. Ten slotte sluit deze keuze het meeste aan bij de techniek die het CBS op macroniveau hanteert. Het percentage wordt op begrotingsbasis berekend en gedurende het jaar niet aangepast.
Programmabegroting 2025
79
Gemeente Aalsmeer
Er vindt toerekening van overhead plaats naar de grondexploitaties. Ook bij het bepalen van kostendekkendheid van lokale heffingen wordt extracomptabel overhead toegerekend. Daartoe worden de structurele netto-overheadkosten uitgedrukt in een percentage van de totale structurele directe ambtelijke capaciteitsinzet. Dit leidt tot een overheadpercentage van afgerond 58% (2024: 77%) conform de volgende berekening: 2025 a) Saldo taakveld Overhead
€ 16.319.500
b) Totale (netto toegerekende) overheadlasten
€ 9.396.100
Opslagpercentage (b/a)
58%
De daling van het overheadspercentage is het gevolg van eerdergenoemde notitie van de commissie BBV. Daarnaast is de toerekening van de kosten van de kernorganisatie aan de diverse taakvelden geactualiseerd op basis van de werkelijke inzet in de eerste twee jaren sinds het ontstaan ervan. De kosten van de overhead bestaan voor circa 67% uit de dienstverleningsbijdrage aan de centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer Amstelveen. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt de dienstverleningsbijdrage nader toegelicht. Taakvelden per thema Aan dit thema is gekoppeld taakveld 0.4 Overhead.
Financiën Programma
Rekening Begroting
bedrag x € 1.000 0.4 Ondersteuning organisatie Resultaat voor bestemming
2023
2024 Lasten
Baten
Meerjarenbegroting
Saldo
2026
2027
2028
-11.038
-11.756
10.153
0
-10.153
-9.900
-9.396
-9.396
-11.038
-11.756
10.153
0 -10.153
-9.900
-9.396
-9.396
0
-221
1.300
-650
0
0
0
-11.038
-11.977
11.453
650 -10.803
-9.900
-9.396
-9.396
0.10 Mutatie reserves P7 Resultaat
Begroting 2025
650
Ontwikkeling programmasaldo
Meerjarenraming
bedrag x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Primitieve begroting
-11.257
-11.179
-10.676
-10.676
Raadsbesluiten voor 1e Burap
-939
-39
-39
-39
1e Burap
253
253
253
253
Kadernota
-130
-205
-205
-205
Saldo voor begroting
-12.072 -11.169 -10.666 -10.666
Mutaties begroting
Programmabegroting 2025
80
Gemeente Aalsmeer
Ontwikkeling programmasaldo
Meerjarenraming
bedrag x € 1.000 Nominale ontwikkelingen
2025
2026
2027
2028
-13
-13
-13
-13
7
7
7
7
1.279
1.279
1.280
1.280
-5
-5
-5
-5
1.269
1.269
1.270
1.270
-10.803
-9.900
-9.396
-9.396
Kapitaallasten Kostentoerekening Neutrale aanpassingen Saldo mutaties in begroting Totaal
Toelichtingen overige mutaties Mutaties begroting Loon- en prijscompensatie (Nominale ontwikkelingen) Zie voor een toelichting op deze mutatie: hoofdstuk 4.1, onderdeel: ‘Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025’. Dit betreft een per saldo budgetneutrale mutatie over de verschillende programma’s van deze programmabegroting van de loon- en prijsinflatie. De dekking van de indexatie van de programmabudgetten binnen de diverse programma’s wordt gedekt uit de stelpost loon-prijs die onderdeel is van programma 8 Algemene dekkingsmiddelen. Kapitaallasten Zie voor een toelichting op deze mutatie: hoofdstuk 4.1,
onderdeel:
‘Gehanteerde
uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025’. Dit betreft de mutatie als gevolg van het actualiseren van de kapitaallasten. Kostentoerekening Zie voor een toelichting op deze mutatie: hoofdstuk 4.1, onderdeel: ‘Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025’. Dit betreft de per saldo budgetneutrale verdeling van de dienstverleningsbijdrage over de programmabudgetten binnen de diverse programma’s. Neutrale aanpassingen Dit zijn budgetneutrale aanpassingen die niet leiden tot een aanpassing van het saldo van deze begroting.
Verbonden partijen Bij de realisering van de doelstellingen van programma Overhead is betrokken: • Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen Een nadere toelichting op de belangrijkste ontwikkelingen, financiële positie, risico’s en de financiële bijdrage 2025 van bovenstaande partij is opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen van deze begroting.
Programmabegroting 2025
81
Gemeente Aalsmeer
2.8 Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Onder de algemene dekkingsmiddelen vallen de inkomsten waarvan de besteding niet gebonden is aan een bepaald programma. Niet vrij besteedbare middelen, zoals bijvoorbeeld specifieke uitkeringen en riool- en afvalstoffenheffing (retributies) worden rechtstreeks verantwoord op de programma’s ter dekking van de betreffende kosten. Algemene dekkingsmiddelen bestaan voor het grootste deel uit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en uit de algemene belastingen, zoals de onroerende zaak belastingen. Naast deze inkomenscomponenten ontvangt de gemeente uit haar deelnemingen en uitgezette middelen dividend en rente. Hieronder volgt een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Daarna worden de onderdelen kort toegelicht. Taakvelden per thema Aan dit programma zijn gekoppeld de taakvelden: 0.5 Treasury 0.61 OZB Woningen, 0.62 OZB Niet-woningen, 0.64 Belastingen overig, 0.7 Algemene uitkering uit het gemeentefonds en overige uitkeringen 0.8 Overige baten en lasten; en 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb). Treasury Op het taakveld treasury worden de lasten en baten van de verschillende deelnemingen en de rekening bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVN) opgenomen, evenals de lasten en baten van de financieringsfunctie (rente aangetrokken geldleningen, ontvangen rente).
Dividenden Aalsmeer ontvangt dividend van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Afvalsturing Friesland NV (Omrin), Stedin en De Meerlanden Holding NV. Saldo financieringsfunctie Dit saldo bevat het renteresultaat van de financieringsfunctie. Dit is het verschil tussen onze interne rentetoerekening (0,1%) en de werkelijke rentekosten. Het renteresultaat is voor 2025 afgerond € 0,065 miljoen positief. In de paragraaf Financiering wordt nader ingegaan op de financieringsfunctie. OZB woningen en niet-woningen Onder de lasten zijn de kosten opgenomen die te maken hebben met de invordering van belastingen, het opleggen van aanslagen en de kosten voor de waardering van Wet waardering onroerende zaken (WOZ) objecten. Een deel van de invorderingskosten wordt terugontvangen door deze te verhalen. Programmabegroting 2025
82
Gemeente Aalsmeer
De baten bestaan uit de onroerende zaak belastingen. In de paragraaf lokale heffingen staat een nadere onderbouwing van de opbrengsten belastingen en heffingen en de verschillende tarieven. Belastingen overig Dit betreffen de opbrengsten uit de reclamebelasting en roerende zaakbelasting. Met de Kadernota 2025 is vastgesteld om de hondenbelasting vanaf 2025 af te schaffen. De opbrengsten forensen- en (water)verblijfsbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing en begraafrechten zijn geen onderdeel van dit programma, maar worden op de respectievelijke programma’s (3. Economie en duurzaamheid en 4. Openbare ruimte) verantwoord. Algemene uitkering uit het gemeentefonds In de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is rekening gehouden met de financiële effecten uit de Kadernota 2025. Verder is ook de meicirculaire 2024 verwerkt in de ramingen voor 2025 tot en met 2028. In bovenstaande cijfers is de impact van het zogenaamde ravijnjaar 2026 zichtbaar door een daling van de algemene uitkering in dat jaar met € 1,3 miljoen. Overige baten en lasten Onder de overige baten en lasten zijn bedragen opgenomen die niet verwerkt zijn in de programma’s, omdat deze vrijwel niet toe te delen zijn.
Het meerjarig oplopende saldo hiervan wordt voornamelijk veroorzaakt door de reservering voor toekomstige loon- en prijsstijgingen, de stelpost behoedzaamheid en de stelpost nieuw beleid. Voor de structurele ontwikkeling van lonen en prijzen is een stelpost opgenomen. De stelpost nominaal gaat uit van een trendmatige loonontwikkeling en een prijsontwikkeling voor de jaren 2026 en verder. Met deze trendmatige handelswijze wordt voorkomen dat jaarlijkse fluctuaties in de nominale ontwikkeling direct noodzaken tot begrotingsbijstellingen. Met het besluit over de Kadernota 2025 en de meicirculaire 2024 is de stelpost nominaal weer aangevuld om verwachte toekomstige loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Onderdeel van de overige lasten is ook de stelpost onvoorzien. Deze bedraagt in 2025 € 31.900.
Financiën Programma
Rekening Begroting
Begroting 2025
bedrag x € 1.000
2023
2024 Lasten
Baten
0.5 Treasury
1.058
757
86
538
0.61 OZB Woningen
5.699
5.905
506
0.62 OZB Niet woningen
6.472
7.615
0.64 Belastingen overig
277
50.271
Meerjarenbegroting
Saldo
2026
2027
2028
452
147
-636
-1.534
6.719
6.213
6.213
6.213
6.213
162
8.675
8.513
8.617
8.720
8.824
239
34
215
181
181
156
181
54.411
0
55.293
55.293
54.018
55.748
58.064
0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
Programmabegroting 2025
83
Gemeente Aalsmeer
Programma
Rekening Begroting
Begroting 2025
bedrag x € 1.000
2023
Saldo
2026
2027
0.8 Overige baten en lasten
5.527
132
2.621
0
-2.621
-4.954
-9.124 -12.261
-15
0
0
0
0
0
0
0
69.289
69.060
3.408
71.440
68.032
64.222
61.078
59.488
3.731
1.522
2.228
951
-1.277
1.318
40
1.108
73.020
70.582
5.636
72.391
66.755
65.540
61.118
60.596
0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Resultaat voor bestemming 0.10 Mutatie reserves P8 Resultaat
2024 Lasten
Baten
Meerjarenbegroting
Ontwikkeling programmasaldo
2028
Meerjarenraming
bedrag x € 1.000
2025
2026
2027
2028
Primitieve begroting
60.568
58.368
55.926
56.196
Raadsbesluiten voor 1e Burap
986
-4
14
-162
1e Burap
69
69
68
68
Kadernota
2.853
4.041
2.331
1.646
Raadsbesluiten voor begroting
1.220
264
292
338
65.696
62.737
58.631
58.085
1.223
1.225
1.214
1.211
-1
-1
9
34
556
556
556
556
-4
-4
439
439
Aanpassing afboeken boekwaarde Brandweerkazerne
0
0
0
0
Baten Schatkistbankieren 2025
0
0
0
0
Bijstelling hogere maatwerkbijdrage brandweerkazerne
0
0
85
85
Dividendinkomsten
170
170
170
170
Hondenbelasting
0
0
0
0
Invulling ombuigingsvoorstel dienstverleningsbijdrage
0
0
0
0
Lagere rentelasten
0
0
0
0
Verhoging bijdrage VNG/GGU
15
15
15
15
-900
843
0
0
1.059
2.803
2.488
2.510
66.755
65.540
61.118
60.596
Saldo voor begroting Mutaties begroting Nominale ontwikkelingen Kapitaallasten Kostentoerekening Neutrale aanpassingen Overige besluitvorming
Mutatie reserve Aanpassing afboeken boekwaarde Brandweerkazerne Saldo mutaties in begroting Totaal
Programmabegroting 2025
84
Gemeente Aalsmeer
Toelichtingen overige mutaties Raadsbesluit voor begroting Dit betreft het financiële effect volgend uit het raadsbesluit over de meicirculaire 2024 (4 juli 2024). Mutaties begroting Loon- en prijscompensatie (Nominale ontwikkelingen) Zie voor een toelichting op deze mutatie: hoofdstuk 4.1, onderdeel: ‘Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025’. Dit betreft een per saldo budgetneutrale mutatie over de verschillende programma’s van deze programmabegroting. De dekking van de indexatie van de programmabudgetten binnen de diverse programma’s wordt gedekt uit de stelpost loon-prijs van dit programma. Kapitaallasten Zie voor een toelichting op deze mutatie: hoofdstuk 4.1,
onderdeel:
‘Gehanteerde
uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025’. Dit betreft de mutatie als gevolg van het actualiseren van de kapitaallasten. Kostentoerekening Zie voor een toelichting op deze mutatie: hoofdstuk 4.1, onderdeel: ‘Gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2025’. Dit betreft de per saldo budgetneutrale verdeling van de dienstverleningsbijdrage (programma programmabudgetten binnen de diverse programma’s.
7
Overhead)
over
de
Neutrale aanpassingen Dit zijn budgetneutrale aanpassingen die niet leiden tot een aanpassing van het saldo van deze begroting. Overige besluitvorming Ombuigingsvoorstel dienstverleningsbijdrage Met de Kadernota 2025 heeft uw raad ingestemd met een structurele besparing op de dienstverleningsbijdrage van € 300.000. Dit is nu technisch verwerkt in deze begroting. Hondenbelasting In de Kadernota 2025 heeft de raad besloten de hondenbelasting af te schaffen en de OZB voor hetzelfde bedrag te verhogen. Lagere rentelasten De liquiditeitsprognose is meerjarig geactualiseerd. De uitkomst is dat we tot en met 2028 minder geldleningen hoeven aan te trekken. Het restantsaldo wordt toegevoegd aan de stelpost behoedzaamheid om daarmee eventuele toekomstige rentestijgingen te kunnen opvangen en eventuele extra rentelasten van nu (nog) niet in beeld zijnde nog aan te trekken externe financiering te kunnen dekken.
Programmabegroting 2025
85
Gemeente Aalsmeer
Dividendinkomsten Op basis van de laatste dividendraming van Stedin worden de dividendinkomsten met € 170.000 bijgesteld. Aanpassing afboeken boekwaarde Brandweerkazerne In de commissievergadering van 19 september bent u inhoudelijk en financieel geïnformeerd over de laatste stand van zaken omtrent de brandweerkazerne. Hierbij is ook de verwachte in gebruik name van de nieuw te bouwen kazerne aan de orde gekomen. Waar in de Kadernota 2025 nog sprake was van 2026, is dat is 2027 geworden. Op de huidige kazerne resteert nog een boekwaarde, groot € 843.000 eind 2026. Bij ingebruikname van een nieuwe kazerne in 2027 dient de resterende boekwaarde te worden afgeboekt. Deze kosten worden gedekt door een éénmalige onttrekking aan de algemene reserve. De eerder in de Kadernota 2025 opgenomen onttrekking schuift daarmee één jaar door. Verhoging bijdrage VNG/GGU Op 26 juni was de Algemene ledenvergadering van de VNG. Behalve een bijstelling van de contributie voor 2025 is er gestemd over een uitbreiding van taken vallend onder gezamenlijke gemeentelijke uitvoering (GGU). De extra kosten van de bijstelling van de contributie komen ten laste van de stelpost loon-prijs die hiervoor in de programmabegroting is opgenomen (€ 15.100). De kosten voor de uitbreiding van de taken zijn € 30.200.
Baten Schatkistbankieren 2025 In de programmabegroting 2025 zijn eerder geen baten opgenomen voor schatkistbankieren. Gelet op de geactualiseerde liquiditeitsprognose is de verwachting dat een groot deel van 2025 er nog een positief saldo in de schatkist beschikbaar is en we later extern gaan financieren en dan ook tegen een lager bedrag. De verwachte rente-inkomsten (€ 90.000) zijn toegevoegd aan de stelpost behoedzaamheid. Bijstelling hogere maatwerkbijdrage brandweerkazerne In de commissievergadering van 19 september bent u inhoudelijk en financieel geïnformeerd over de laatste stand van zaken omtrent de brandweerkazerne en bent u meegenomen in het proces rondom de besluitvorming over het benodigde extra budget. Daar is ook toegelicht dat door een hoger investeringsbedrag er sprake is van een hogere maatwerkbijdrage (budgettair effect € 85.000) dan waarmee in de Kadernota 2025 rekening is gehouden. Ook is de verwachte in gebruik name van de nieuw te bouwen kazerne aan de orde gekomen. Waar in de Kadernota 2025 nog sprake was van 2026, is dat 2027 geworden. Vooruitlopend op de besluitvorming passen we de ramingen aan op de beschikbare ramingen. Het voorstel is de hogere maatwerkbijdrage te dekken uit de stelpost behoedzaamheid.
Voor 2026 is er, als gevolg van een verschuiving van het moment van in gebruik name, sprake van een incidenteel voordeel op het begrotingsresultaat van € 315.000 (zie programma 6).
Programmabegroting 2025
86
Gemeente Aalsmeer
Verbonden partijen Bij de realisering van de doelstellingen uit het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn betrokken: • De Meerlanden Holding NV • Afvalsturing Friesland NV (Omrin) • • •
Samenwerking belastingen Amstelland-Meerlanden Bank Nederlandse Gemeenten; en Stedin Groep (Netwerkbedrijf).
Een nadere toelichting op de belangrijkste ontwikkelingen, financiële positie, risico’s en de financiële bijdrage 2025 van bovenstaande partijen is opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen van deze begroting.
Programmabegroting 2025
87
Gemeente Aalsmeer
3. Paragrafen
Programmabegroting 2025
89
Gemeente Aalsmeer
3.1 Lokale heffingen Inleiding De paragraaf lokale heffingen bevat een overzicht van de inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. In de Gemeentewet en een aantal bijzondere wetten is geregeld welke heffingen (belastingen en retributies) een gemeente mag opleggen. De raad bepaalt de invoering, wijziging of intrekking van een gemeentelijke belastingverordening. Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Aalsmeer kent de volgende belastingen: • onroerende zaakbelastingen • roerende zaakbelasting • • •
forensenbelasting (water)verblijfsbelasting reclamebelasting; en
•
precariobelasting.
Met de besluitvorming over de Kadernota 2025 is besloten om de hondenbelasting vanaf 2025 af te schaffen. Bestemmingsheffingen en Retributies Retributies zijn heffingen waarbij een bepaalde vergoeding wordt betaald voor een specifieke dienst. De geraamde opbrengsten van een retributie mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten. Aalsmeer kent de volgende retributies: • afvalstoffenheffing • rioolheffing • • •
leges (algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning en dienstverlening vallend onder dienstverleningsrichtlijn) marktgeld; en grafrechten. De grafrechten zijn onderverdeeld in lijkbezorgingsrechten, zoals inkopen eigen graf, begraving, gebruik aula en dergelijke en onderhoudsrechten begraafplaats.
Voor Aalsmeer wordt de belastingheffing, met uitzondering van de leges en de marktgelden, uitgevoerd door de samenwerking Gemeentebelastingen Amstelland. Deze voert de belastingheffing eveneens uit voor de gemeenten Amstelveen, Diemen, Uithoorn, Ouder-Amstel en De Ronde Venen. De paragraaf lokale heffingen bevat een overzicht van de geraamde inkomsten lokale heffingen 2025. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het beleid dat de gemeente hanteert voor de bepaling van de hoogte van de heffingen 2025, wordt een uiteenzetting per belasting en heffing gegeven en worden de belangrijkste gegevens vergeleken met die van omliggende gemeenten. Programmabegroting 2025
90
Gemeente Aalsmeer
De verordeningen met daarin de tarieven voor de lokale heffingen 2025 worden door de raad vastgesteld in de vergadering van 12 december 2024.
Inkomsten lokale heffingen In de volgende tabel zijn de geraamde inkomsten voor de belastingen en retributies opgenomen uit de primitieve begroting 2025, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar (2024) na wijziging en het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar (2023) opgenomen. Bij het bepalen van de opbrengsten 2025 is rekening gehouden met de in deze paragraaf opgenomen uitgangspunten. bedrag x € 1.000
Werkelijk Begroting Begroting 2023 2024 na 2025 wijziging
Belastingen a. OZB-eigenaren woningen
6.153
6.339
6.669
b. OZB-eigenaren niet-woningen
3.792
4.514
5.047
c. OZB-gebruikers niet-woningen
2.819
3.255
3.628
d. Roerende zaak belasting
74
77
80
e. Forensenbelasting
80
91
94
f. Verblijfsbelasting
453
518
634
g. Waterverblijfsbelasting
116
143
415
h. Hondenbelasting
108
113
0
i. Reclamebelasting
107
111
115
j. Precariobelasting
22
20
21
k. Afvalstoffenheffing
4.265
4.572
5.263
l. Rioolheffing
3.010
3.142
3.283
m. Marktgeld
13
23
24
n. Lijkbezorgingsrechten
328
284
296
o. Onderhoudsrechten begraafplaats
264
254
265
p. Leges
5.066
3.040
2.041
Totaal belastingen en heffingen
26.670
26.497
27.875
Bestemmingsheffingen en retributies
De stijging van de belastingen in 2025 ten opzichte van 2024 is met name het gevolg van het optrekken van het tarief voor de OZB-niet woningen naar het regionaal gemiddelde, de gefaseerde omzetting van de OZB-niet woningen gebruikers naar niet-woningen eigenaren en de verhoging van de waterverblijfsbelasting in lijn met het eerder door de raad genomen besluit.
Programmabegroting 2025
91
Gemeente Aalsmeer
De daling van de bestemmingsheffingen en retributies is het gevolg van een daling van de legesinkomsten. Dit betreft met name de leges omgevingsvergunningen. Onder het sub leges verderop in deze paragraaf is toegelicht dat er nog een onderzoek loopt naar de kostendekkendheid ervan. Daarbij wordt ook de volledigheid van de raming van de inkomsten betrokken.
De onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing vormen met 85,7% procent de opbrengst lokale heffingen.
Belastingdruk De ontwikkeling van de woonlasten 2024 ten opzichte van de omringende gemeenten is nader toegelicht in hoofdstuk 3 Uitgangspunten van de Kadernota 2025. Daarnaast is de ontwikkeling van de lokale lasten ten opzichte van een aantal referentiegemeenten onderdeel van de paragraaf lokale heffingen van de jaarstukken. Inzicht in de lokale lastendruk 2024 in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten is ook mogelijk via Bijlagen 2024 en databestanden – COELO In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het totaal van de woonlasten 2024 van een aantal regiogemeenten opgenomen:
Programmabegroting 2025
92
Gemeente Aalsmeer
Woonlasten regio eigenaar/bewoner woning
2021
2022
2023
2024
Aalsmeer Amstelveen
898 784
919 881
1.030 900
1.089 974
Amsterdam Diemen
761 834
837 942
921 970
944 1.070
Haarlemmermeer Ouder-Amstel
809 887
851 976
860 999
993 1.038
Uithoorn Kaag en Braassem
858 954
952 1.037
992 1.082
1.066 1.152
Nieuwkoop
966
1.051
1.086
1.149
Uit de COELO-atlas 2024 blijkt dat de woonlasten van Aalsmeer, in verhouding met de overige gemeenten in Nederland, gelijk is gebleven. Aalsmeer staat op plek 269 1) van de 342 gemeenten in de ranglijst van de COELO-atlas. In de ranglijst van de COELO-atlas (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) heeft nummer 1 de laagste woonlasten. Jaar
Plaats
Aantal gemeenten (deelnemers COELO)
2024
269
342
2023
277
352
2022
190
349
2021
273
370
1) voor een woningeigenaar met een meerpersoonshuishouding. Voor een huurder met een meerpersoonshuishouden staat Aalsmeer op nr. 87 (van de 347). De hoogte van de OZB (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing tezamen, wordt geduid met het begrip “lokale lastendruk”. De lokale lastendruk wordt in Nederland door het COELO bijgehouden. In onderstaande tabel is opgenomen hoe de lokale lastendruk zich in de periode 2021 tot en met 2025 heeft ontwikkeld voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde. De tariefsontwikkeling 2025 is de nadere uitwerking van de voorstellen zoals deze verderop paragraaf onder uitwerking kaders per heffing nader is toegelicht. Soort lokale heffing OZB aanslag woning eigenaar
2021
2022
2023
2024
2025
425
505
519
531
553
Rioolheffing eigenaar Afvalstoffenheffing gebruiker
174
177
181
188
196
299
237
330
370
411
Woonlasten Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022 Woonlasten na belastingkorting
898
919
1.030
1.089
1.160
898
-96 823
1.030
1.089
1.160
2,3%
n.v.t.
5,7%
6,5%
% toename t.o.v. vorig jaar
De lokale heffingen vormen een belangrijk bron van inkomsten en zijn onderdeel van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in heffingen waarbij de
Programmabegroting 2025
93
Gemeente Aalsmeer
besteding van de opbrengsten vrij is (de zogenaamde belastingen) en heffingen waarvan de opbrengst gebonden is (zogenaamde heffingen en retributies). In de begroting wordt een raming afgegeven van de verwachte opbrengst aan belastingen en heffingen, die berekend is op basis van de kadernota 2025 (uitgangspunten voor de tariefontwikkeling) en de begroting 2024 (bedragen). De definitieve vaststelling van de tarieven gebeurt echter niet bij de begroting, maar separaat bij raadsbesluit eind 2024, waar de belastingverordeningen 2025 worden vastgesteld. De belangrijkste uitgangspunten voor het gemeentelijk tarievenbeleid zijn: • Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling, voor zover • •
wettelijk toegestaan; Het hanteren van maximaal kostendekkende tarieven; Terughoudendheid ten aanzien van verhoging lokale lastendruk.
Indexering De uitgangspunten, zoals vastgelegd in hoofdstuk 3 van de Kadernota 2025, zijn: Indexatie (in percentage)
2025
2026
2027
2028
Heffingen (80% loon/ 20% prijs) Inkomsten (belastingen, huren et cetera)
4,25
3,88
4,68
4,04
3,5
3,25
3,75
3,35
Besluitvorming over bovenstaande raadsvergadering van 4 juli 2024.
uitgangspunten
heeft
plaatsgevonden
in
de
Voor de retributies zoals bouwleges, grafrechten, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt uitgegaan van kostendekkendheid. Om de begrote opbrengsten te realiseren kunnen als gevolg van nadere preciseringen/ontwikkelingen nog kleine afwijkingen ontstaan in de nu vermelde tarieven. Kostendekkende tarieven retributies Uitgangspunt bij de retributies is maximaal 100% kostendekkendheid. Daarbij geldt dat voor alle kosten die we kunnen toerekenen dat ook doen. In 2024 is daarnaast een nader onderzoek gestart naar de kostendekkendheid van de leges. Het onderzoek naar de rioolheffing en de afvalstoffenheffing is afgerond. De uitkomsten van de keuzes die daar zijn gemaakt zijn hieronder bij de uitwerking van de financiële kaders per belastingheffing opgenomen. Voor de leges burgerzaken, omgevingsvergunningen en APV volgt de uitkomst naar verwachting in de het voorstel bij de belastingverordeningen 2025. Toerekening van kosten straatvegen en baggeren Voor wat betreft de kosten van straatvegen en baggeren is een matrix opgesteld ter onderbouwing van het deel van de toe te rekenen kosten aan de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Deze matrix is een handreiking van de VNG waarbij een beredeneerde inschatting is gemaakt van de toe te rekenen kosten in de Aalsmeerse situatie.
Naar aanleiding van een extern onderzoek in 2021 naar de kostendekkendheid van tarieven (voortvloeiend uit de motie RAPraad) is de matrix geactualiseerd en verder verfijnd.
Programmabegroting 2025
94
Gemeente Aalsmeer
Straatvegen Activiteiten/Doelen
Schone Stad
Verkeersveiligheid
Meer huishoudelijk afval
Minder verstopping riolering
Totaal
10%
100%
zwerfvuil op verharding en in het groen
50%
40%
beheer afvalbakken
25%
75%
mechanisch vegen (blad en zand)
10%
10%
onkruidbestrijding verharding
50%
50%
meerkosten milieuvriendelijke onkruidbestrijding
100%
hondenpoep Dekking
100% 80%
100% 100% 100%
100%
100%
Algemene middelen
Algemene middelen
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Bevaarbaarheid
Milieu cq waterkwaliteit
Betere doorstroming oppervlaktewater
Effect op overstort, hemelwatertaak
Totaal
Baggerverwerking
10%
20%
30%
40%
100%
Sloot- en drijfvuil
20%
40%
40%
100%
Schouwwerk watergangen
20%
40%
40%
100%
Krooswerk
20%
40%
40%
Dekking
Algemene middelen
Algemene middelen
Rioolheffing
Baggeren Activiteiten/Doelen
100% Rioolheffing
Overhead Voor het bepalen van kostendekkendheid van lokale heffingen moet extracomptabel overhead worden toegerekend. Conform de financiële verordening vindt toerekening van overhead plaats op basis van directe ambtelijke capaciteitsinzet. In programma 7 Overhead is de berekening van het overheadpercentage (2025: 58%) opgenomen. Dit overheadpercentage wordt in alle kostenopstellingen voor tariefberekeningen gehanteerd.
Uitwerking financiële kaders per belasting/heffing Per belasting of heffing worden de volgende onderwerpen toegelicht: -
het gemeentelijk beleid voor de heffing;
-
een tarievenvoorstel voor 2025; een overzicht tariefontwikkeling van de laatste jaren (indien relevant); een vergelijking van tarieven in de regio (indien relevant);
-
de mate van kostendekkendheid (indien van toepassing).
Onroerende zaakbelasting (OZB) De onroerende zaakbelastingen betreft een drietal belastingen, te weten; • • •
een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van woningen; een onroerende zaakbelasting voor eigenaren van niet-woningen; een onroerende zaakbelasting voor gebruikers van niet-woningen.
Voorstel tarieven 2025 In de kadernota 2025 is besloten de OZB-opbrengst 2025 met 3,5% te verhogen ten opzichte van de opbrengst 2024 om de opbrengsten daarmee bij te stellen voor het effect van de inflatie.
Programmabegroting 2025
95
Gemeente Aalsmeer
Daarnaast heeft de raad met het vaststellen van de Kadernota 2025 besloten om de hondenbelasting af te schaffen en de OZB met een evenredig percentage te verhogen om hiermee de gemiste opbrengsten hondenbelasting te compenseren. De OZB wordt berekend als percentage van de waarde die voor de Wet Waardering onroerende zaakbelastingen (WOZ) is vastgesteld voor dat jaar. De WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld op basis van transacties rond de waardepeildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het betreffende belastingjaar. De taxaties voor belastingjaar 2024 zijn nog in volle gang. Uit de eerste geprognosticeerde taxaties van de woningen en niet-woningen, bedrijven, lijkt het erop dat de gemiddelde waardestijging In Aalsmeer iets hoger ligt dan het de landelijke waardestijging waarmee in de meicirculaire 2024 rekening is gehouden (3% voor woningen en 1,25% voor niet-woningen). De werkelijke waardestijging 2024/2025 is in december bij het vaststellen van de OZB-tarieven 2025 bekend. Voor de bepaling van het OZB-tarief 2025 wordt dan rekening gehouden met de laatste gegevens. De vastgestelde WOZ-waarde is voor de opbrengst 2025 niet meer dan een verdeelmaatstaf om tot de geraamde OZB-opbrengst te komen. Door de herrekening van het tarief op het laatste moment wordt zo nauwgezet mogelijk aangesloten op de vastgestelde opbrengst in de begroting 2025.
In de begroting 2022 is op basis van de motie RAP voor het tarief van de OZB Niet-woningen nader uitgewerkt om stapsgewijs tot een regionaal gemiddelde te komen. Voor belastingjaar 2025 betekent dit dat de opbrengst naast de inflatiecorrectie van 3,5% dient te worden verhoogd met circa 3,95%. Bij de vaststelling van het tarief 2025 wordt vanzelfsprekend wel gecorrigeerd voor de gestegen WOZ-waarde. In de Kadernota 2025 is voorgesteld om de OZB gebruikers niet-woningen gefaseerd om te zetten naar de OZB eigenaren niet woningen om hiermee verhuurders te stimuleren panden minder lang leeg te laten staan en een stabiele stroom aan gemeentelijke belastinginkomsten te genereren. Het heffen bij uitsluitend de eigenaren van niet-woningen is op grond van artikel 220 Gemeentewet toegestaan. Met het omzetten van de OZB gebruikers niet-woningen naar eigenaren niet-woningen is de systematiek van belasten van bezit verder gelijk aan die van de OZB woningen. In lijn met een recente rechterlijke uitspraak mag omzetting echter niet in één jaar plaatsvinden. Voorgesteld is om dit in vier jaar uit te voeren, voor het eerst in 2025. Ook is in de Kadernota 2025 de gemeenteraad voorgesteld om de hondenbelasting af te schaffen en de OZB evenredig te verhogen zodat deze afschaffing geen effect heeft op de gemeentelijke inkomsten.
Op een OZB aanslag voor een woning met een gemiddelde WOZ waarde betekent dit een extra stijging van ca. 0,77% ten opzichte van 2024.
Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (RZB) is een gemeentelijke belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. Voorbeelden hiervan zijn woonschepen. De roerende zaakbelasting bestaat uit twee soorten belasting: een eigenaren- en een gebruikersbelasting.
Programmabegroting 2025
96
Gemeente Aalsmeer
Het tarief is gelijk aan de onroerende zaakbelasting.
Afvalstoffenheffing De gemeente heeft de verplichting huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Om de kosten voor de inzameling en de verwerking van de afvalstoffen te dekken wordt afvalstoffenheffing geheven. Het gemeentelijk beleid is een tarief dat maximaal 100% kostendekkend is. Op basis van het raadsbesluit "Van afval naar grondstoffenbeleid" is sinds 2022 de grondslag voor de tariefstelling gewijzigd van inhoud van de rolemmer naar een tarief voor één- en meerpersoonshuishoudens. De kostenopbouw, gekoppeld aan maximaal 100% kostendekkendheid resulteert in een tarief stijging van het tarief met 11% in 2025. Dat is 6,75% meer dan de algemene tariefsverhoging voor heffingen uit de Kadernota 2025. Deze tariefstijging is noodzakelijk om de eerder, in de programmabegroting 2024, toegelichte stijging van de kosten op te kunnen vangen en toe te werken naar het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Na dit voorstel is de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 2025 94% (2024 89%). Het begrotingsresultaat verbetert hiermee structureel € 288.000, omdat een groter gedeelte van de extracomptabel toe te rekenen kosten nu gedekt wordt uit het tarief afvalstoffenheffing. Na dit voorstel bedraagt het tarief voor de afvalstoffenheffing in 2025 € 410,70. De redenen van de stijging van de kosten zijn: • De kosten van de verbranding van afval stijgen, mede als gevolg van hogere •
•
Rijksbelastingen daarop; De Meerlanden hanteerde een verouderde indexatiesystematiek waardoor de daarin opgenomen ramingen niet in verhoudingen stonden tot de werkelijke uitgaven. Die systematiek is eind 2023 gewijzigd, maar het effect daarvan trapsgewijs is doorgevoerd in de tariefstelling. In 2024 is een overeenkomst gesloten voor het ophalen van oud papier in Kudelstaart. Vanwege de dalende papierprijzen was het niet meer mogelijk om dat zonder bijdrage vanuit de gemeente in stand te houden.
In onderstaande tabel zijn de voorgestelde tarieven voor 2025 opgenomen. Afvalstoffenheffing 2021
2022
2023
2024
2025
80 liter bak 120 liter bak
244 257
nvt nvt
nvt nvt
nvt nvt
nvt nvt
240 liter bak Eén persoonshuishouden Meerpersoons huishouden
299 nvt
nvt 267
nvt 267
nvt 296
nvt 329
nvt
333
333
370
411
De mate waarin de afvalstoffenheffing kostendekkendheid is, is opgenomen in onderstaande tabel.
Programmabegroting 2025
97
Gemeente Aalsmeer
Kostendekking afval (x € 1.000)
2025
Saldo taakveld
4.212
Mutatie voorziening
-218
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening
134
Straatvegen
291
Compensabele BTW
993
Handhaving
70
Kwijtschelding
106
Totaal kostenbasis
5.588
Afvalstoffenheffing
-5.263
Kostendekking
94,2%
Rioolheffing De kosten van het beheer en het in stand houden van het gemeentelijk rioolstelsel zijn de basis voor de berekening van het tarief van de rioolheffing. De heffing wordt geheven in de vorm van een aansluitrecht waarbij de eigenaar de belastingplichtige is. Als meer dan 400 m3 water wordt afgenomen, wordt daarboven per 10 m3 door de gebruiker een bedrag betaald. Uitgangspunt is dat met het vastgestelde tarief het rioolstelsel in meerjarenperspectief kostendekkend beheerd en in stand gehouden kan worden. De uitvoering hiervan is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026. Er wordt naast de indexatie van 2% volgend uit het GRP 2021-2026 een aanvullende tariefswijziging van 2,25% voorgesteld. Dit is conform de uitgangspunten uit de Kadernota 2025. Na dit voorstel bedraagt het tarief 2025 € 195,92. De extra stijging ten opzichte van het GRP is het gevolg van extra stijging van de kosten van Meerlanden (4,35%) waardoor overige toegerekende kosten stijgen. Daarnaast stijgen de toegerekende kosten voor straatvegen extra door nacalculatie over de jaren 2023 en 2024. In deze jaren waren de kosten voor straatvegen niet bijgesteld voor indexatie. Hiertegenover staat een verlaging van de toegerekende kosten van de overhead (zie de toelichting in programma 7). Op basis van deze uitgangspunten is het kostendekkingspercentage 2025 94,6%.
Het verschil tussen de kosten en de opbrengsten van de riolering wordt onttrokken aan egalisatievoorziening riolering. Op 1 januari 2025 bedraagt deze naar verwachting 11% van de geraamde jaarlijkse opbrengsten. In onderstaande tabel is het verloop van de tarieven 2021 tot en met 2025 opgenomen. Rioolheffing Tarief Mutatie tarief
2021 173,62
2022 177,09
2023 180,63
2024 187,93
2025 195,92
2,00%
2,00%
4,04%
4,25%
Uit de evaluatie van het GRP in 2024 is gebleken dat er goede resultaten zijn behaald op onder meer de onderdelen actualisatie gegevensbeheer, kosteneffectieve inzet van middelen (assetmanagement) en monitoring van het grondwaternetwerk. De egalisatiereserve (verder)
Programmabegroting 2025
98
Gemeente Aalsmeer
afbouwen door middel van een herziene meerjarenprogrammering is daarin genoemd als verbeterpunt. Om de meerjarenprogrammering te herzien wordt het GRP in 2025 geactualiseerd in plaats van in 2026. De mate waarin de rioolheffing kostendekkendheid is, is opgenomen in onderstaande tabel. Kostendekking riool (x € 1.000)
2025
Saldo taakveld
1.953
Dotatie voorziening
635
Overige toe te rekenen kosten Overheadtoerekening
218
Straatvegen / Baggeren
199
Compensabele BTW
465
Totaal kostenbasis
3.470
Rioolrecht
-3.283
Kostendekking
94,6%
Leges Leges wordt geheven op basis van de legesverordening en worden geheven als vergoeding van de kosten die een gemeente maakt voor dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven. De verordening bestaat uit drie onderdelen: • Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Dit betreft vooral de leges die wordt geheven voor de burgerlijke stand, reisdocumenten en identiteitskaarten en rijbewijzen. Voor een aantal van de producten stelt het Rijk jaarlijks het maximum tarief vast. • Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Dit betreft de leges die wordt geheven voor onder andere bouwvergunningen. • Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. De hoogte van de legestarieven wordt begrensd door 100% kostendekkendheid. Uitgangspunt is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen leges. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt hierbij gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Dit principe wordt aangeduid als kruissubsidiëring. De gemeente is hierbij vrij te bepalen hoe dit toe te passen binnen de verordening. In de Kadernota 2025 is een onderzoek aangekondigd naar de kostendekkendheid van de leges. Dit onderzoek is gestart.
Er wordt naar meerdere aspecten gekeken, zoals de tijdsbesteding per vergunningstraject, overige toerekenbare kosten, omvang van de vergunningenportefeuille et cetera. Op het moment van het afronden van deze programmabegroting is het onderzoek nog niet afgerond. Dat gebeurt de komende weken. In het raadsvoorstel van 12 december waarin de legesverordening 2025 ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de raad komen wij
Programmabegroting 2025
99
Gemeente Aalsmeer
op de uitkomsten van het onderzoek terug. Op dat moment doen wij u, indien daartoe aanleiding is, een alternatief voorstel voor de tarieven 2025. In de onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de leges opgenomen op basis van de uitgangspunten voor de indexatie van de lonen, prijzen en tarieven heffingen die in de Kadernota 2025 zijn opgenomen. BOUWLEGES (x € 1.000) 1. Taakveld Bouwen en Wonen; omgevingsvergunningen
2025
1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen
1.035
1c. netto kosten taakveld bouwvergunningen
1.035
2. Overige toe te rekenen kosten 2a. overhead
600
2b. BTW 2c. vergoedingen welstandscommissie
240 109
2d. overige toe te rekenen kosten
949
3. Totaal voor bouwleges relevante kosten
1.984 N
4. Opbrengst bouwleges 4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel
-1.175
4b. evt. tariefvoorstel 2025 4c. totale opbrengst bouwleges
-39 -1.214 V
5. Saldo kosten -/- heffing
770 N
6. Dekkingspercentage
61,2%
BURGERZAKEN (x € 1.000)
2025
1. Taakveld Burgerzaken 1a. lasten 1b. baten, exclusief heffingen
718
1c. netto kosten taakveld Burgerzaken
718
2. Overige toe te rekenen kosten 2a. overhead
190
2b. BTW 2c. overige toe te rekenen kosten
37 227
3. Totaal voor Burgerzaken relevante kosten
945 N
4. Opbrengst Burgerzaken 4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel 4b. evt. tariefvoorstel 2025 4c. totale opbrengst Burgerzaken
682 682 V
5. Saldo kosten -/- heffing
1.627 N
6. Dekkingspercentage
72,2%
Programmabegroting 2025
100